CConstaterende datSon en Breugel
Koppel je AI →
Document · PDF

Eindrapportage onderzoek samenwerking Blink Buiten organisatieadvies

Commissie Grondgebiedzaken 22 februari 2021, gemeente Son en BreugelBij agendapunt: Toetreding Gemeenschappelijke regeling Blink8.365 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Onderzoek samenwerking Blink Eindrapportage

Auteur: Henk Mogezomp en Evert Bovens Plaats: Arnhem Versie: 15 januari 2021

Inhoudsopgave 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel onderzoek 1.2 Gevolgde aanpak 1.3 Leeswijzer

2 2 2 3

2 Huidige situatie en trends 2.1 Huidige situatie 2.2 Trends

4 4 5

3 Schets Blink 3.1 Algemeen 3.2 Functioneren 3.3 Strategie 3.4 Toetreding 3.5 Actuele ontwikkelingen

7 7 7 7 8 8

4 Aanbieding Blink 4.1 Proces 4.2 Dienstverlening 4.3 Kosten Blink 4.4 Marktconformiteit Blink

10 10 11 11 12

5 Opnieuw aanbesteden 5.1 Marktontwikkelingen 5.2 Uitkomst recente aanbestedingen 5.3 Overgangsovereenkomst Baetsen

15 15 15 16

6 Beoordeling en vergelijking 6.1 Financieel 6.2 Bredere, kwalitatieve vergelijking 6.3 Samenvattend

17 17 18 20

7 Conclusies en advies 7.1 Conclusies 7.2 Advies

22 22 24

Bijlage 1: trends

25

1

1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doel onderzoek De afvalinzameling in de gemeente Son en Breugel wordt op dit moment uitgevoerd door de firma Baetsen. De overeenkomst met Baetsen loopt eind dit jaar af. Het college van B&W heeft eind 2019 besloten samenwerking met en toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling Blink te onderzoeken: in hoeverre levert deze optie daadwerkelijk ook voordelen op voor de gemeente, wat zijn effecten en consequenties van een eventuele aansluiting bij Blink? Uitgangspunten voor het onderzoek: wat wil de gemeente met de samenwerking bereiken? 1. Borgen dat de afvalinzameling en het beheer van de milieustraat (inclusief het verwerken van de vrijkomende materialen) per 1 januari 2021 georganiseerd is. 2. Regie blijven houden op het afvalbeleid (autonomie) 3. Schaalvergroting (plus efficiëntie) voor de uitvoeringswerkzaamheden 4. Verminderen van de kwetsbaarheid van onze organisatie 5. Een goede balans tussen een lage afvalstoffenheffing en hoge service voor onze inwoners. 6. Een maatschappelijk verantwoorde en duurzame uitvoering van de werkzaamheden. Uit: Raadsinformatiebrief met kenmerk 20.0000488, februari 2020

1.2 Gevolgde aanpak Het onderzoek naar de meerwaarde van een mogelijke toetreding tot de GR Blink is in vier stappen uitgevoerd: Stap 1:

Stap 2:

Stap 3:

Inventarisatie

Uitvraag

Beoordeling

Stap 4: Rapportage en presentatie

In stap 1 van het onderzoek zijn in het eerste kwartaal van 2020 de huidige situatie en trends en ontwikkelingen in beeld gebracht. Op basis daarvan is een uitvraag aan Blink geformuleerd en heeft Blink een concept-aanbieding opgesteld. Deze is in stap 3 op meerdere aspecten beoordeeld en vergeleken met de optie opnieuw aanbesteden (de referentievariant). Op basis daarvan hebben wij in juni 2020 de onderzoeksrapportage opgesteld en is binnen de gemeentelijke organisatie besluitvorming voorbereid. Deze besluitvorming is in de zomer van 2020 uitgesteld, omdat zich binnen de organisatie Blink een nieuwe situatie voordeed: de private partner in Blink (SUEZ Nederland) kwam in de verkoop en op dat moment was niet duidelijk wat de consequenties daarvan zouden zijn. Inmiddels is daar meer duidelijkheid over, zodat het onderzoek wel in besluitvorming kan worden gebracht. Om zo’n goed mogelijke vergelijking te kunnen maken is de conceptaanbieding van Blink in december 2020 geactualiseerd naar prijspeil 2021. Deze geactualiseerde gegevens zijn in voorliggende rapportage verwerkt.

2

1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 schetsen we de huidige situatie en trends. Hoofdstuk 3 beschrijft hoe de GR Blink in elkaar zit en werkt. In dit hoofdstuk wordt ook ingegaan op actuele ontwikkelingen binnen de GR Blink. De concept-aanbieding van Blink komt in hoofdstuk 4 aan de orde. Hoofdstuk 5 bevat een beschrijving van de referentievariant (opnieuw aanbesteden van de afvalinzameling). In hoofdstuk 6 worden de twee varianten (aansluiten bij Blink of aanbesteden) beoordeeld en met elkaar vergeleken. Hoofdstuk 7 bevat de onderzoeksconclusies en ons advies.

3

2 Huidige situatie en trends 2.1 Huidige situatie Beleid en wijze van inzameling Son en Breugel heeft een hoge duurzaamheidsambitie en wil de hoeveelheid huishoudelijk restafval vergaand reduceren. Doel is 5% restafval/ 35 kilogram restafval per inwoner in 2020. De landelijke doelstelling bedraagt 100 kg restafval in 2020 en 30 kg restafval in 2025. Son en Breugel zet in op afvalscheiding aan de bron. In onderstaande tabel is de huidige wijze van inzameling geschetst: Stroom / onderdeel Wijze van inzameling Restafval

Grijze minicontainer, 1 x per 4 weken In ’t Zand pilot met enkele wegende, ondergrondse containers In hoogbouw met verzamelcontainers

GFT

Groene minicontainer, wekelijkse inzameling, in winterperiode om de week (1 x per 2 weken) Bij hoogbouw geen standaard gescheiden inzameling (op verzoek wel)

Oudpapier

“Losse” inzameling (dozen/kratten), om de week (1 x 2 weken) In ’t Zand inzameling met minicontainer (1 x 4 weken)

PMD

Wekelijkse inzameling m.b.v. plastic zakken

Glas

Inzameling via glascontainers

Textiel

Inzameling aan huis en via textielcontainers door charitatieve instellingen

Milieustraat

Brengpunt op locatie Ekkerswijt Openingstijden: Ma, wo, vrij: 13.00 - 17.00; Za: 10.00 – 17.00; Wo avond: 18.00 – 20.00 Baetsen verzorgt de verwerking van de afvalstromen en zet op de milieustraat twee SW-medewerkers in.

Son en Breugel heeft geen tariefdifferentiatie en behoort bij deze groep gemeenten tot de koplopers: • Het serviceniveau in de inzameling is hoog. De inzamelfrequenties voor gft (grotendeels wekelijks) en PMD (wekelijks) liggen duidelijk hoger dan elders in het land. • De afvalscheiding bevindt zich op een hoog niveau, de hoeveelheid restafval komt in de buurt van de 100 kg restafval. Alleen gemeenten met een diftar-systeem (systeem met financiële prikkels, variabele heffing) doen het in dit opzicht beter. • De afvalbeheerkosten liggen rekening houdend met het hoge serviceniveau relatief laag. De tarieven van de huidige inzamelaar zijn (bijzonder) scherp. Organisatie Son en Breugel heeft een beperkte schaalgrootte met ruim 7100 woonhuisaansluitingen.

4

De gemeente heeft de inzameling van huishoudelijk afval, inclusief de exploitatie van de milieustraat uitbesteed, aan Baetsen. Baetsen is sinds 2019 onderdeel van Remondis. De samenwerkingsovereenkomst met Baetsen liep eind 2020 af. Voor 2021 is de gemeente een eenmalige overbruggingsovereenkomst met Baetsen aangegaan. De gemeente is verantwoordelijk voor het afvalbeheer en heeft de uitvoering uitbesteed. Naast Baetsen zijn er ook nog andere uitvoerders gecontracteerd. De beleidsadvisering en het contractbeheer zijn binnen de gemeentelijke organisatie belegd. Hiervoor is beperkte capaciteit beschikbaar (met name “eenpitters”). Deze capaciteit is vooral generalistisch van aard, specifieke marktkennis is niet structureel geborgd. Daarnaast speelt dat: • De afhankelijkheid van de private partij in de uitvoering groot is. Tot op heden lijkt dit goed te gaan, maar dit is geen garantie voor de toekomst. • Het contractbeheer versnipperd is en met de beschikbare capaciteit niet professioneel kan worden ingevuld. Dit is merkbaar bij de afrekeningen rond de PMD-vergoedingen, de aansturing van Baetsen en de structurele problemen met meldingen van ondergrondse containers in het Zand. • Er in de gemeente geen strategische kennis meer aanwezig is op het afvaldossier.

Op dit moment is de gemeente voor de aanbesteding van afvalverwerkingscontracten afhankelijk van intergemeentelijke samenwerkingsverbanden in de regio. De kwetsbaarheid komt duidelijk naar voren bij het vertrek van de senior beleidsmedewerker duurzaamheid en afval in de zomer van 2020. Het is tot dusverre niet gelukt om hier een adequate vervanger voor te vinden. De huidige arbeidsmarkt maakt het ook onzeker of deze kennis en competenties bereikbaar zijn voor een kleine gemeente als Son en Breugel. Consequentie is nu dat de beleidsmedewerker energietransitie tijdelijk het afvaldossier beheert, maar dit gaat ten koste van de voortgang op deze andere duurzaamheidsthema’s en er een tekort is aan strategische kennis op het afvaldossier.

2.2 Trends Het afvalveld is volop in beweging (zie onderstaande figuur).

5

In bijlage 1 zijn deze trends verder toegelicht. Samengevat leiden bovenstaande ontwikkelingen tot stijgende tarieven aan de afvalverwerkingskant en hogere tarieven en minder keuze op de inzamelmarkt. Tegelijkertijd worden er acties van gemeenten verwacht om bij te dragen aan de circulaire economie (reductie restafval naar 30 kg in 2025, stijging van het materiaalhergebruik), de kwaliteit van ingezamelde stromen te borgen en (meer) maatwerk in de dienstverlening te verlenen. Dit betekent dat de eisen die gesteld worden aan beleid – en regiecapaciteit alleen maar toenemen.

6

3 Schets Blink 3.1 Algemeen Blink verzorgt de afvalinzameling en reiniging in de gemeenten Asten, Deurne, GemertBakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen en Someren. De private partner in deze gemeenschappelijke regeling is SUEZ. Binnen de GR bepalen de gemeenten de koers en voert de Blink-organisatie uit, daarbij gebruikmakend van de schaal en expertise van de SUEZ-bedrijfsvoering. Het servicegebied van Blink in Zuidoost-Brabant telt ongeveer 110.000 huisaansluitingen. Blink is hier namens de genoemde gemeenten actief op het gebied van afvalinzameling, grondstoffenbeheer, reiniging en onderhoud van de openbare ruimte en beheer van de milieustraten.

3.2 Functioneren De gemeenten in Blink zijn tevreden over de dienstverlening en over de rol van SUEZ in de gemeenschappelijke regeling1. Deze tevredenheid komt tot uiting in de gestage groei die Blink de afgelopen jaren heeft doorgemaakt. Sterke, onderscheidende punten van Blink zijn: 1. Operationele expertise en uitvoeringskracht 2. Dienstbaarheid aan de gemeenten. De gemeenten behouden hun beleidsautonomie en Blink ondersteunt daarbij. 3. Blink ontzorgt de gemeenten met een breed pallet aan diensten in het afvalbeheer, w.o. een klantcontactcentrum, containermanagement, registratie en administratiewerkzaamheden, beheer van de milieustraat en beleids- en bestuursadvisering. 4. Stabiel samenwerkingsverband, zowel financieel (weinig discussies over overschrijdingen), als bestuurlijk. 5. Efficiënte uitvoering en marktconforme tarieven, zoals blijkt uit periodieke benchmarks.

3.3 Strategie Blink beschikt over een strategisch meerjarenplan (vastgesteld in januari 2018 door het Algemeen Bestuur), waarin missie en visie zijn opgenomen. Naast het behoud van bovengenoemde kernkwaliteiten in de (operationele) dienstverlening zet Blink daarin in op: • taakverbreding in het onderhoud van de openbare ruimte; • het versterken van de regionale samenwerking;

1 De rol en betekenis van SUEZ voor de GR, de soorten en hoogten van vergoedingen die SUEZ voor haar diensten ontvangt

wordt vanaf medio dit jaar nader onderzocht. Het AB van Blink wil ook zakelijke afspraken maken over de door SUEZ gedane investeringen.

7

• • •

realiseren van maatschappelijke meerwaarde uit grondstofstromen. Blink wil de gemeenten helpen bij het realiseren van de ambities en doelen op het gebied van reductie restafval en meer hergebruik (migratie naar een circulaire economie). Inzet op duurzaamheid, onder meer door innovatie op het gebied van duurzame brandstoffen. doorontwikkeling van de organisatie Blink, zodat een meer pro-actieve rol als kennisplatform, adviseur en projectuitvoerder mogelijk wordt. Strategische doelen Blink 1. Partnerschap met (deelnemende) gemeenten en de private partner (SUEZ). 2. Efficiënte en effectieve dienstverlening. 3. Slanke wendbare organisatie. 4. Adequate en transparante governance en goed functionerend bestuur. 5. Duurzaamheid en arbeidsparticipatie. 6. Bijdrage circulaire economie en afvalbeheerprestaties gemeenten. 7. Regionale verankering, samenwerking en schaalgrootte.

3.4 Toetreding Uit interviews met leden van het Algemeen Bestuur en met de directeur van Blink komt naar voren dat een mogelijke toetreding van Son en Breugel goed past en aansluit op de visie en organisatorische doorontwikkeling van Blink. Groei in schaal is niet perse nodig voor een effectieve en efficiënte dienstverlening, maar een verdere groei maakt het wel makkelijker mogelijk om te investeren in de eigen organisatie. Strategisch uitgangspunt voor Blink is wel dat het bij schaalvergroting om een gemeente uit de “natuurlijke regio” moet gaan. Daar is bij Son en Breugel zond er enige twijfel sprake van. De toetredingsprocedure is (net zoals een eventuele uittredingsprocedure) vastgelegd in de gemeenschappelijke regeling zelf. De gemeente moet bij toetreding instemmen met een aantal zaken w.o. afname van een basispakket aan dienstverlening en reeds in gang gezette lijn naar verdere professionalisering van de organisatie en dienstverlening. Hier liggen naar verwachting geen (grote) obstakels.

3.5 Actuele ontwikkelingen Verkoop SUEZ-onderdelen SUEZ en PreZero - de milieudivisie van de Schwarz groep, waartoe de Lidl-supermarktketen behoort – zijn in september 2020 een strategische intentieverklaring aangegaan. PreZero gaat de activiteiten van SUEZ Recycling & Recovery in vier landen op het Europese vasteland (w.o. Duitsland en Nederland) overnemen. Naar verwachting wordt de aandelenoverdracht in het eerste kwartaal van 2021 definitief beklonken. Dit betekent in principe dat PreZero de rol van SUEZ in Blink overneemt. De bestaande GR-constructie en overeenkomsten met SUEZ bieden hiervoor de mogelijkheid. Formeel zal moeten worden afgewacht welke strategie PreZero kiest m.b.t. de overheidsactiviteiten van SUEZ in Nederland. Het bestuur van Blink gaat er vanuit dat PreZero de rol van private partner gewoon overneemt en dat deze verandering van eigenaar geen consequenties heeft voor

8

de samenwerking binnen Blink en ook niet voor een mogelijke toetreding van de gemeente Son en Breugel. Evaluatieonderzoek Relevant is verder dat Blink recent gestart is met een evaluatieonderzoek. In de gemeenschappelijke regeling is opgenomen dat Blink periodiek zo’n onderzoek uitvoert, met speciale aandacht voor de marktconformiteit van de dienstverlening. Het onderzoek dat recent is gestart heeft een breed karakter en kijkt onder meer naar de organisatie, rol en betekenis van de private partner in de GR en de vergoedingen die de private partner voor haar diensten ontvangt. De resultaten van dit onderzoek worden in april 2021 verwacht. Het bestuur van Blink verwacht dat dit onderzoek geen consequenties zal hebben voor de intergemeentelijke samenwerking, de dienstverlening en eventuele toetredingsmogelijkheden voor Son en Breugel.

9

4 Aanbieding Blink 4.1 Proces Buiten organisatieadvies heeft in nauw overleg met de gemeente in februari 2020 een informatiedocument opgesteld met kerngegevens over de huidige afvalinzameling en wensen ten aanzien van de toekomst. Dit document is besproken met Blink. Blink heeft op basis daarvan een concept-aanbieding gedaan, die bestaat uit een bidbook (beschrijving van de Blink en de dienstverlening) en globale prijsindicatie. In december 2020 is deze concept-aanbieding geactualiseerd naar prijspeil 2021. Na besluitvorming in de gemeenteraad van de gemeente Son en Breugel over een toetredingsverzoek tot de gemeenschappelijke regeling Reiniging Blink volgt desgewenst de definitieve, door het bestuur van Blink bekrachtigde, aanbieding. Bidbook De Blink-organisatie heeft de uitvraag gedegen opgepakt en een uitgebreid bidbook opgesteld. Blink beschrijft daarin de strategie en doelen van de organisatie, de wijze van samenwerking tussen en met de deelnemende gemeenten en de dienstverlening die ze voor de gemeente kan verzorgen. Tevens geeft Blink in het bidbook inzicht in de bedrijfsvoering en werking van de gemeenschappelijke regeling. Verder heeft Blink informatie verstrekt over de marktconformiteit van de dienstverlening en rechtmatigheid van de GR-constructie en positie van SUEZ daarin (verstrekken alleenrecht, mogen inbesteden).

Financiële aanbieding Blink is op basis van het informatiedocument gevraagd een financiële aanbieding te doen. Hier is in een intensief en open proces overleg over gevoerd. Blink heeft uitgangspunten, berekeningen en onderliggende bedrijfsvoeringgegevens in maximale transparantie gedeeld. Op basis van de gesprekken en gedeelde gegevens bleek het voor Blink echter niet mogelijk om op basis van de uitvraag tot een gedetailleerde kostenraming te komen, omdat: 1. het serviceniveau van de gemeente substantieel afwijkt van de service die de Blink gemeenten kennen; 2. er onvoldoende bedrijfsvoering gegevens over de huidige inzameling beschikbaar zijn. Het bleek vooral lastig om een inschatting te maken van het aanbiedpercentage (hoe vaak wordt de container langs de weg gezet). De Blink- organisatie heeft uiteindelijk dit voorjaar op basis van eigen ervaringsgegevens en inschattingen van o.m. aanbiedpercentages een kostenraming opgesteld. Blink benadrukt daarbij het indicatieve karakter. De uurtarieven zijn hard en voor alle Blink-gemeenten hetzelfde. In de praktijk zal echter moeten blijken wat de werkelijk benodigde tijdinzet voor de inzameling in Son en Breugel is.

10

In paragraaf 4.3 gaan we verder in op het kostenniveau van een mogelijke aansluiting bij Blink. In paragraaf 4.4 wordt de marktconformiteit van Blink behandeld.

4.2 Dienstverlening Blink kan de door de gemeente gevraagde dienstverlening verzorgen. Dit geldt voor de afvalbeheertaken en ook voor het grootste deel van de werkzaamheden in het dagelijks schoonhouden van de openbare ruimte. Voor laatstgenoemde taken is geen prijsindicatie gevraagd, maar gepeild is of Blink in staat is dit soort werkzaamheden te verrichten en welke visie Blink daar op heeft. Blink geeft aan groeiende ervaring met dit soort werkzaamheden te hebben en wil deze werkzaamheden ook graag uitvoeren voor haar gemeenten. De afgelopen jaren is Blink steeds meer reinigingstaken voor haar gemeenten gaan uitvoeren en in de strategie van Blink is duurzaam beheer van de openbare ruimte een belangrijk ontwikkel-/groeigebied. Naast de operationele dienstverlening (inzameling, containermanagement, beheer milieustraat, verwerkingsregie) verzorgt Blink ook aanvullende diensten in het afvalbeheer. Onderdelen in het basispakket en de basisservice van Blink zijn: • Beleids- en bestuursadvisering, over o.m. regionaal beheer en toekomstige inrichting milieubrengstations, circulaire economie, reductie restafval • Projectbegeleiding • Rapportages en monitoring • Educatie scholen • Contractbeheer, waaronder de begeleiding van aanbestedingen voor afvalverwerking • Digitale dienstverlening op het gebied van inwonercommunicatie en -service.

Deze dienstverlening zit grotendeels in de indirecte kosten (basisfinanciering) van Blink. Alle deelnemende gemeenten dragen bij aan deze basisfinanciering.

4.3 Kosten Blink Scenario’s Blink heeft – op verzoek – voor een aantal scenario’s een kostenindicatie afgegeven. De hoofdscenario’s zijn: 1. Basisscenario, op basis van het huidige serviceniveau. 2. Aanpassing service op GFT en PMD. In scenario 1 wordt uitgegaan van de huidige wijze van inzameling en inzamelfrequenties zoals beschreven in hoofdstuk 2. In scenario 2 wordt de inzameling van GFT en PMD verlaagd naar eens in de twee weken. Deze frequenties zijn vrij gangbaar bij Blink-gemeenten en worden ook veelvuldig gehanteerd door andere Nederlandse gemeenten. Dit leidt tot substantieel lagere kosten en naar verwachting - op basis van de resultaten bij Blink-gemeenten - tot vergelijkbaar hoge inzamelresultaten. Maar Blink kan dit laatste niet garanderen. Er is een risico op een (beperkt) nadelig effect op het scheidingsresultaat. Het gevoel van serviceverlies kan worden gecompenseerd door bijvoorbeeld een 2e GFT-minicontainer ter beschikking te

11

stellen aan huishoudens met veel GFT-afval of door een extra groftuinafvalronde te rijden in het voor- en najaar. De volgende uitgangspunten liggen aan de scenario’s ten grondslag: • Prijspeil 2021, waarbij de oorspronkelijke aanbieding van Blink uit de eerste helft van 2020, op basis van door Blink afgegeven prijsindices, geactualiseerd is naar 2021 • Prijzen exclusief BTW • 7160 huisaansluitingen (2021) • De opbrengsten van afvalstromen zijn buiten beschouwing gelaten • Doorrekening op basis van huidige ureninzet en bedrijfsvoering Blink. Hierbij rekent Blink met langere aanrij- en lostijden van en naar Helmond en met de inzet van een achterlader in plaats van een zijlader. • Doorrekening is exclusief € 21.000 eenmalige projectkosten. Op de kosten van de twee hoofdscenario’s wordt in hoofdstuk 6 verder ingegaan. Tussen de twee scenario’s bestaat een behoorlijk verschil. Het kostenniveau in scenario 2 ligt circa € 34 per aansluiting lager. De GR Blink werkt met een open begroting en vindt het – om tegenvallers gedurende de rit te voorkomen - belangrijk een prijs af te geven waar ze het ook zeker voor verwacht te kunnen doen. Blink heeft een realistische kosteninschatting gemaakt en is daarbij in ons beeld behoudend omgegaan met het inschatten van de ureninzet. Blink rekent bijvoorbeeld met een hoge inzet van beladers en ook met hoge aanbiedpercentages.

Omdat de inzamelfrequenties van Son en Breugel bij Blink-gemeenten niet voorkomen, heeft Blink de ureninschatting in met name scenario 1 in ons beeld ruim ingestoken.

4.4 Marktconformiteit Blink Voor de beoordeling van de marktconformiteit is de indicatieve prijsopgave vergeleken vanuit drie verschillende invalshoeken: 1. Vergelijking uurtarieven en indirecte kosten 2. Vergelijking ten opzichte van andere Blink gemeenten 3. Vergelijking met landelijke benchmarkgegevens

Vergelijking uurtarieven en indirecte kosten Uurtarieven De inzet van inzamelmiddelen (voertuigen en medewerkers) verschilt per afvalstroom. Voor de belangrijkste inzamelmiddelen werkt de huidige inzamelaar met zij- en achterladers. Blink werkt met achterladers. Hieronder zijn de uurtarieven voor de inzet van een achterlader vergeleken. Hierbij is uitgaan van een voertuig, een chauffeur en twee beladers. Uurtarief achterlader Blink (2020)

Huidige aanbieder (2020)

Bandbreedte Buiten

€ 126 per uur

€ 115 (incl. indirecte kosten) € 125 - € 140

12

Uit het overzicht blijkt dat de huidige aanbieder een zeer scherp tarief hanteert, welke wij niet meer in de markt tegenkomen. Indirecte kosten In het onderstaande overzicht staan de indirecte kosten van Blink in de drie scenario’s. De kosten zijn hierbij vergeleken met de NVRD benchmark (peiljaar 2018) en de benchmark die Blink in 2017 heeft laten uitvoeren. Een recent, in 2020, uitgevoerd onderzoek naar de marktconformiteit van Blink, bevestigt - volgens door Blink verstrekte informatie onderstaand beeld. Bij de benchmark van de NVRD geldt dat formeel ook de gemeentelijke indirecte kosten onderdeel uitmaken van de kosten. De ervaring is dat dit niet alle gemeenten deze gegevens in de praktijk invullen. Indirecte kosten per huisaansluiting Blink (2020)

NVRD (R2017)

Benchmark Blink (B2018)

Bandbreedte Buiten

Scenario 1: € 29 Scenario 2: € 23

Gemiddeld € 30

Kosten Blink: € 17 Benchmark: € 20 - € 70

€ 20 - € 40

Wij beschouwen kosten tussen de € 20 en € 40 per woonhuisaansluiting als marktconform. Blink valt ruimschoots binnen die bandbreedte. De Blink-organisatie kenmerkt zich als een typische uitvoeringsorganisatie, die in relatie tot andere overheidsbedrijven, relatief weinig overhead heeft. Kanttekening hierbij is wel dat Blink werkt met een opslagpercentage voor de indirecte kosten. Deze stijgen naarmate er meer diensten worden afgenomen. Doordat Son en Breugel in scenario 1 een hoog serviceniveau heeft, betaalt zij ten opzichte van de andere Blink gemeenten per woonhuisaansluiting relatief veel indirecte kosten.

Vergelijking met Blink gemeenten Blink heeft op verzoek de inzamelkosten voor de drie belangrijkste afvalstromen vergeleken met de kosten van andere Blink gemeenten. Dit is gedaan op basis van de begroting/prijspeil 2020. De verwerkingskosten, indirecte kosten en inzamelkosten van andere stromen zijn in onderstaand overzicht niet opgenomen. Het huidige (zeer hoge) serviceniveau van Son en Breugel maakt het lastig om de prijsaanbieding te vergelijken met de andere Blink gemeenten. Om een evenwichtiger beeld te krijgen zijn de resultaten hierna vergeleken met scenario 2 (verlaging inzamelfrequenties gft en PMD). De inzamelfrequenties die in dit scenario 2 worden gehanteerd komen beter overeen met de inzamelfrequenties in de Blink-gemeenten. Kosten PMD, GFT en -restafvalinzameling Blink-gemeenten en Son en Breugel (in € per wha, prijsniveau begroting Blink 2020, uitgaande van aantal woonhuisaansluitingen CBS*) Fractie SB, scenario 2

Asten

Deurne

GemertBakel

HeezeLeende

Helmond

Laarbeek

Nuenen

Someren

REST

€ 8,67

€ 6,90

€ 10,37

€ 8,19

€ 8,56

€ 20,71

€ 8,85

€ 8,90

€ 8,06

GFT

€ 16,83

€ 11,38

€ 6,05

€ 17,79

€ 15,53

€ 10,64

€ 7,89

€ 8,48

€ 8,86

13

PMD

€ 14,08

€ 9,18

€ 11,67

€ 10,99

€ 12,65

€ 6,10

€ 10,56

€ 12,61

€ 10,11

Totaal

€ 39,58

€ 27,46

€ 28,08

€ 36,97

€ 36,74

€ 37,45

€ 27,29

€ 29,99

€ 27,03

*Het aantal woonhuisaansluitingen in 2019 bedraagt volgens CBS-cijfers voor Son en Breugel 7104. Dit komt redelijk overeen met de 7130 wha’s waar in dit onderzoek vanuit is gegaan. De bedragen van de Blinkgemeenten zijn ook gebaseerd op de CBS-gegevens.

Uit het overzicht blijkt dat de inzamelkosten in Son en Breugel in de buurt liggen van enkele Blink-gemeenten, maar hoger uitvallen dan het gemiddelde van de Blink-gemeenten. Belangrijke verklaring hiervoor is dat de meeste Blink gemeenten een Diftar systeem kennen, waardoor de inzamelkosten lager uitvallen. Uitzondering hierop is Helmond, dat ook geen diftarsysteem heeft. Het serviceniveau in Helmond is vergelijkbaar met scenario 2 in Son en Breugel, wel zit Helmond in een hogere stedelijkheidsklasse hetgeen normaliter resulteert in gemiddeld hogere inzamelkosten. Het kostenniveau van Son en Breugel in scenario 2 ligt licht boven dat van Helmond. De langere rijtijden vanuit Son en Breugel naar het overlaadstation in Helmond vormen hier een verklaring voor. Daardoor daalt de nettoinzameltijd en dat maakt de inzameling minder efficiënt. Ook Heeze en Leende heeft te maken met langere rij-afstanden. Ondanks het werken met diftar liggen de kosten hier daardoor ook wat hoger dan bij andere Blink-gemeenten.

Vergelijking met benchmarkgegevens Jaarlijks stelt de NVRD – de landelijke vereniging voor afvalbedrijven – een benchmark op, waarin de kosten voor inzameling en verwerking van afval worden vergeleken. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt naar stedelijkheidsklasse en naar de inzamelstrategie. De bruikbaarheid van de benchmark om de marktconformiteit te beoordelen is beperkt. De reden hiervoor is dat Son en Breugel een afwijkende inzamelstrategie kent, waardoor een vergelijking van de concept aanbieding van Blink met de benchmark nauwelijks zeggingskracht heeft. Ter illustratie zijn hiernaast de totale afvalbeheerkosten van Son en Breugel vergeleken met de benchmark 2019 (prijspeil 2018). Hierbij is de begroting 2020 van Son en Breugel gecorrigeerd met 6% om op het prijspeil van 2018 uit te komen. In de figuur is te zien dat Son en Breugel (gele dot) afwijkend scoort. Son en Breugel heeft een inzamelstrategie die uitgaat van servicedifferentiatie, zonder diftar. Het serviceniveau is – met wekelijkse inzameling van gft en PMD – fors hoger dan gebruikelijk. Het scheidingsresultaat is – mede door het hoge serviceniveau – beter dan referentiegemeenten.

SB

14

5 Opnieuw aanbesteden 5.1 Marktontwikkelingen Op de inzamelmarkt is als gevolg van fusies een concentratie gaande. Het beeld uit recente aanbestedingen is dat er sprake is van stijgende inzameltarieven. Dit speelt naast de autonome landelijke trend van sterk stijgende afvalverwerkingskosten door dalende inkomsten oud papier, hogere verwerkingstarieven voor verschillende afvalstromen en effect verbrandingsbelasting. Op landelijk niveau zijn drie grote spelers actief. Renewi en SUEZ2 zijn momenteel selectief en opereren risicomijdend. Het accent in de strategie van Renewi en SUEZ ligt niet meer zo sterk op de inzameling van huishoudelijk afval en zij schrijven niet overal en zeker niet dicht tegen of onder kostprijs in. De enige landelijke speler met een agressieve strategie is Remondis. In het Zuiden en Oosten van het land heeft Remondis de positie (beschikking over overslag) om scherp aan te kunnen bieden (markt te kopen), in het westen van het land is dat minder het geval.

5.2 Uitkomst recente aanbestedingen In onderstaande tabel is het resultaat van enkele recente aanbestedingen vermeld. Deze gegevens zijn gebaseerd op gesprekken met spelers in het veld. Aanbesteding

Aantal KostenOpmerkingen inschrijvers ontwikkeling

ROVA: inzameling Hardenberg-Ommen (2019)

1

+ 15%

Betrof huisvuilinzameling, excl oudpapier Remondis zamelt per 1-1-2020 in Bewust plafondbedrag opgenomen in aanbesteding

Oostzaan (2020)

4

+ 10%

Kosten zijn alleen met inflatie gestegen. Kleine gemeente met gunstige uitgangspositie doordat van overslaglocatie van HVC vlakbij gebruik kan worden gemaakt. Recht-toe-recht-aanbestek. GP Groot heeft aanbesteding gewonnen, grote 3 deden ook mee

Noord-Veluwe gemeenten (begin 2020)

1

+ 40 – 45%

6 gemeenten, huisvuilinzameling Remondis enige inschrijver

Westland (2019)

3

+ 40%

Betrof complete huisvuilinzameling. Westland had met Van Vliet regionale partij aan het werk met scherpe tarieven. Van Vliet hoort inmiddels bij Renewi en die schreven nu als concern in. SUEZ en Remondis zaten nog hoger.

Ouder Amstel (2019)

1

+ 8%

Bestaande contractpartij was enige inschrijver (GP Groot). Na aanbieding is onderhandeld over prijs en dienstverlening aangepast. Daardoor kon kostenstijging worden beperkt tot 8%.

2

Onduidelijk is wat de koers van de (waarschijnlijke) nieuwe eigenaar van de SUEZ-onderdelen in Nederland (PreZero) gaat worden.

15

Duidelijk zichtbaar is dat er sprake is van een stijgende trend en dat de hoogte van de kostenstijgingen flink fluctueert. Op zich zijn dit soort fluctuaties niet bijzonder. Bij aanbestedingen heb je aan de voorkant immers geen zekerheid over de uitkomst. Aanvullend op de algemene marktontwikkelingen zijn de volgende drie factoren (mede)bepalend voor de uitkomst van een aanbesteding: • Lokale factoren: is er een regionale /lokale inzamelaar (aannemer) die mee wil doen, bevindt een grote inzamelorganisatie zich dichtbij? Bepalend is of dichtbij het inzamelgebied een overslaglocatie is waar gebruik van kan worden gemaakt. • Schaalgrootte van aanbestedende dienst. Groter is niet altijd beter. Dat geldt zeker voor de huidige markt, waarin het (in ieder geval vóór de Coronacrisis) voor inzamelaars lastig is om aan goed personeel te komen. In de marktgesprekken wordt 30.000 aansluitingen in dit verband als maximumgrens genoemd. • Formulering van de opdracht. Een heldere en eenvoudige opdrachtomschrijving is in de huidige markt extra van belang. De contractperiode moet lang genoeg zijn om investeringen rendabel te kunnen maken. Aankondiging van tussentijdse beleidswijzigingen en/of uitvraag van verbetervoorstellen en alternatieven verhoogt de onzekerheid en dat heeft consequenties voor de calculaties van aanbieders.

5.3 Overgangsovereenkomst Baetsen De verlengingsovereenkomst die de gemeente voor 2021 als overbrugging met Baetsen is aangegaan geeft ook een indicatie van waar de gemeente in een nieuwe aanbesteding rekening mee moet houden. De kosten van Baetsen zijn van 2020 naar 2021 met circa 14% gestegen. Het grootste deel van deze stijging komt op het conto van de stijging van de transport- en verwerkingskosten van de milieustraat. De feitelijke inzamelkosten, inclusief beheer van de milieustraat, stijgen met 5%. Ten opzichte van de markttrend (zie hierboven) is dat relatief beperkt. De lokale factor en aanwezigheid van overslag in Son heeft hier invloed op. De sterke stijging van de transport- en verwerkingskosten van de milieustraatstromen heeft voor een belangrijk deel van doen met de hogere hoeveelheden die worden aangeboden. Er is gerekend met 50% meer aanbod in 2021 dan begroot voor 2020. Covid19 speelt hierbij een rol, mensen zijn meer thuis en meer aan het klussen, dit beïnvloedt de hoeveelheid afval die wordt aangeboden. Daarnaast is net zoals elders in het land sprake van sterk stijgende verwerkingstarieven, onder meer voor grof huishoudelijk en bouw- en sloopafval en hout.

16

6 Beoordeling en vergelijking 6.1 Financieel In het onderzoek is de concept-aanbieding van Blink geactualiseerd naar prijspeil 2021 en vergeleken met het alternatief ‘aanbesteden’. Voor de kosteninschatting “opnieuw aanbesteden” is uitgegaan van het kostenniveau zoals dat in de overbruggingsovereenkomst voor 2021 met de huidige inzamelaar is vastgelegd. In ons beeld geven deze kosten een reëel beeld van wat je zou mogen verwachten als je opnieuw gaat aanbesteden. Garanties zijn er in het aanbestedingsmodel echter niet. Zie ook de marktschets in het vorige hoofdstuk waaruit blijkt dat er sprake is van stijgende inzameltarieven bij recente aanbestedingen. Bij een keuze voor Blink krijgt de gemeente ook beleidsmatige, projectmatige en inhoudelijke ondersteuning. Bij een keuze voor opnieuw aanbesteden moet de gemeente rekening houden met: • Eenmalige kosten ten behoeve van aanbestedingsontwerp en -begeleiding, projectleiding en advies m.b.t. nieuwe inzamelsystemen en eventueel ook voor overdracht en voorbereiding als er een andere inzamelaar als winnaar uit de procedure komt. • Capaciteitsuitbreiding op het gebied van beleid en contractbeheer (ordegrootte van 0,5 fte), op dit moment is de invulling te beperkt en kwetsbaar (zie hoofdstuk 2).

Op basis van onze praktijkervaringen en naar de ontwikkelingen in het veld dient een gemeente in de omvang van Son en Breugel circa 1 fte voor beleid en regiecapaciteit te hebben, waarvan circa 0,5 fte voor meer strategisch beleid en circa 0,5 fte voor tactisch/ operationeel beleid en contractbeheer. Op dit moment is formeel 0,4 fte beschikbaar (0,3 senior en 0,1 beleidsmedewerker); een uitbreiding met 0,6 fte is onze ogen noodzakelijk. Uitgaande van een schaal 10 en 8 functie bedragen de extra structurele kosten hiervan circa € 80.000 op jaarbasis3. Rekening houdend met deze extra organisatiekosten vallen de uitvoeringskosten van opnieuw aanbesteden aanzienlijk lager uit dan de concept-aanbieding van Blink. De uitvoeringskosten bij Blink komen in het basisscenario circa 16% hoger uit. Dit verschil verdwijnt nagenoeg (1% prijsverschil) als uitgegaan wordt van scenario 2, bij lagere inzamelfrequenties voor PMD en GFT. De hogere kosten van Blink hebben de volgende hoofdoorzaken: 1. De langere rij-afstanden van Son en Breugel naar de overslag van Blink in Helmond. Daardoor zijn wagens gemiddeld een half uur per dag niet voor de feitelijke inzameling

3

Uitgangspunten voor personele kosten (incl overhead): Schaal 8.9 = € 124.309. Schaal 10.9 = € 155.708.

17

beschikbaar. Dit in combinatie met de behoudende raming van de aanbiedpercentages (zie paragraaf 4.3) maakt dat de geraamde ureninzet bij Blink hoger ligt. 2. De werkwijze met achterladers zorgt bij de inzameling van restafval en gft voor hogere personele kosten ten opzichte van de huidige inzameling met zijbeladers. 3. In de tarieven van Blink zit een opslag voor ondersteunende kennis en adviesdiensten. Bovenstaande factoren werken vooral sterk door in scenario 1, waarin sprake is van een hoge capaciteitsinzet. Daarnaast speelt mee dat Blink scenario 2 beter - en in ons beeld scherper - kan ramen (zie paragraaf 4.3).

6.2 Bredere, kwalitatieve vergelijking Het gaat in de vergelijking niet alleen om kosten. De gemeentelijke zeggenschap, kwaliteit van de dienstverlening, toekomstbestendigheid (continuïteit), duurzaamheid en consequenties voor organisatie en bedrijfsvoering (verminderen van kwetsbaarheid) spelen in de afwegingen van de gemeente een belangrijke rol. Invloed en zeggenschap • De gemeente behoudt bij aansluiting Blink haar beleidsautonomie en krijgt er een adviseur bij. De zeggenschap over de koers en bedrijfsvoering van Blink, moet worden gedeeld met 8 andere gemeenten. • In het marktmodel, bij uitbesteding, is de gemeente alleen opdrachtgever, de marktpartij voert de opgedragen dienstverlening uit. De gemeente ontwikkelt zelf – volledig autonoom - het beleid en heeft geen invloed op koers en bedrijfsvoering van de gecontracteerde inzamelaar. Prijs-/kwaliteit dienstverlening • Bij aansluiting met Blink wordt de gemeente naast de operationele dienstverlening ook bediend op het gebied van digitale dienstverlening, contractbeheer en aanvullende beleids- en adviesdiensten. Er zit een plus op het dienstenpakket, maar hier hangt ook een prijskaartje aan. • De tarieven van Blink zijn marktconform. In vergelijking met de landelijke benchmark bevinden Blink-gemeenten zich ruimschoots binnen de bandbreedte.

In de specifieke situatie van Son en Breugel (hoog serviceniveau en grotere rijafstanden) zijn er wel hogere kosten te verwachten. Als gekozen wordt voor scenario 2 (verlaging van de inzamelfrequenties GFT en PMD) dan zijn de kosten van Blink vergelijkbaar met die van opnieuw aanbesteden. Wij beoordelen de prijs-kwaliteitverhouding als ‘goed’. • Bij aanbesteden betreft de dienstverlening uitsluitend de operationele werkzaamheden. De kosten kunnen bij opnieuw aanbesteden op het niveau van 2021 blijven, maar er is een reële kans dat ze stijgen (zie hoofdstuk 5). De uitgangspositie is wel dusdanig dat de gemeente een scherpere tariefstelling mag verwachten dan in de markt gemiddeld. • De uitvoeringskosten vallen bij aanbesteding aanzienlijk lager uit, tenminste in scenario 1, uitgaande van het huidige serviceniveau. Daar staat tegenover dat de breedte (basisservice) in de dienstverlening minder is. In totaliteit beoordelen we de prijs/kwaliteit van opnieuw aanbesteden als vergelijkbaar ‘goed’.

18

Toekomstbestendigheid en risico’s • Bij Blink is sprake van begrotingsdiscipline, van begrotingsoverschrijdingen is tot dusverre zelden sprake geweest. De opbouw van de begroting en inzicht in de kosten zijn op gemeente en dienstniveau heel transparant. • Blink is sinds het ontstaan in 2001 gestaag gegroeid, van 2 naar 8 gemeenten nu en van een smal naar een breed dienstverleningspakket in afvalbeheer en reiniging. Het schaalniveau maakt een efficiënte uitvoering en professionele doorontwikkeling van de organisatie mogelijk. • Het marktmodel is op zich een toekomstbestendig model, er zullen op langere termijn marktpartijen blijven die de uitvoering van de afvalinzameling ter hand willen nemen. Kanttekening is wel dat het aantal gegadigden in de huidige markt gering is. • In de optie Blink en in het marktmodel is sprake van verschillende risico’s: o Kenmerk van een gemeenschappelijke regeling (optie Blink) is dat er sprake is van een financieel risico, tegenvallers t.o.v. de begroting komen voor rekening van de gemeente(n). Tot dusverre heeft deze situatie zich maar beperkt voorgedaan (zie hiervoor). Dat is op zich een knappe prestatie, omdat Blink geen reserves of een weerstandsvermogen heeft. Er is bij afwijkende realisatiecijfers geen andere optie dan directe verrekening met de deelnemers. o In het marktmodel is er onzekerheid over de prijs.

Onzekerheid is er bij elke aanbesteding over de uitkomst, er kan sprake zijn van een meevallende of tegenvallende prijs en in de uitvoering kunnen er discussies over meer/ minderwerk ontstaan. Tot dusverre heeft de gemeente hier niet veel last van gehad4, maar garanties zijn er niet. Duurzaamheid • In de huidige situatie met Baetsen als inzamelaar is er sprake van korte rij- en losafstanden. Het CO2-profiel van de logistiek is gunstiger dan bij Blink, waar met uitvalsbasis Helmond grotere afstanden moeten worden afgelegd. De gemeente heeft in het marktmodel niet de garantie dat dit zo blijft. Niet vaststaat dat de huidige inzamelaar bij een nieuwe aanbesteding als winnaar uit de bus komt. • Als gekeken wordt naar duurzaamheid en CO2-uitstoot dan is de transportfase tijdens de inzameling niet het meest bepalend. Doorgaans heeft de manier van verwerken grotere impact. Op dit moment lift de gemeente in de aanbesteding van verwerkingscontracten mee met keuzes die in regionaal verband worden gemaakt. Het is de vraag/onzeker of de gemeente in de toekomst ook op deze manier kan blijven meeliften. • Blink heeft de schaal en kennis in huis om innovatieve en duurzame verwerkingscontracten in de markt te zetten. De recente GFT-aanbesteding is hier een voorbeeld van. Duurzaamheid is een belangrijk onderdeel van de bedrijfsstrategie en het bestuur hecht hier veel waarde aan.

Bij aansluiting bij Blink wordt de gemeente ook op dit vlak bediend.

4

In 2020 is er als gevolg van Covid meer capaciteit ingezet door de inzamelaar. Dit heeft tot hogere facturen geleid, waar gesprekken tussen gemeente en inzamelaar over hebben plaatsgevonden.

19

Consequenties voor organisatie en bedrijfsvoering • In het marktmodel blijft de organisatie en bedrijfsvoering aan gemeentezijde zoals hij nu is. De kwetsbaarheid op het punt van contractbeheer en beleid blijft, ook als de beleid- en regiecapaciteit wordt uitgebreid (zie hoofdstuk 6). Er blijft sprake van “eenpitters” en het is de vraag of de gemeente de benodigde personele capaciteit met voldoende kwaliteit kan invullen. • Bij aansluiting bij Blink wordt de gemeente ook ontzorgd op het gebied van contractbeheer, registratie en informatievoorziening richting Nedvang en CBS. Daarnaast wordt de gemeente ondersteund op het gebied van beleid- en bestuursadvisering, projecten en publieksinformatie. Hier kan de gemeente goed gebruik van maken, onder meer bij actuele vraagstukken over aanpassing van inzamelfrequenties, verwerking van gft en “omgekeerd inzamelen”. Vervolgstappen/uitvoerbaarheid • Bij voortzetting van het huidige model moet een nieuwe aanbesteding worden opgezet. Inhoudelijk en procedureel is dit goed te doen. Tijd-technisch is de periode tot eind dit jaar (dan loopt de huidige overbruggingsovereenkomst af) voldoende. Rekening houdend met implementatietijd voor een eventuele nieuwe inzamelaar dient een nieuwe aanbesteding wel direct aan het begin van het tweede kwartaal te starten.

• Bij toetreding tot Blink moet de toetredingsprocedure conform de gemeenschappelijke regeling worden doorlopen. Daarnaast moet de overdracht van taken worden geregeld dit kost tijd en energie, grote hobbels doen zich hier niet voor. Om de implementatie voor te kunnen bereiden is wel voortvarendheid in de besluitvorming noodzakelijk.

6.3 Samenvattend In onderstaande tabel is het resultaat van de beoordeling samengevat. Beoordeeld is of het scenario beter, vergelijkbaar of slechter scoort dan de huidige situatie. 1. Aansluiten bij Blink

2. Opnieuw aanbesteden

Criteria Invloed en zeggenschap

+

0

Prijs/kwaliteit dienstverlening

0

0

Financiële consequenties

--/-

-

Organisatorische consequenties

+

0

Toekomstbestendigheid en risico’s

+

0/-

Duurzaamheid •

Transport

0/-

0

•

Verwerking + bedrijfsvoering

+

0

0

0

Uitvoerbaarheid

Score: + + = veel beter, + = beter, 0 = vergelijkbaar, - = slechter, - - = veel slechter, dan huidige situatie

20

De optie Blink scoort op alle criteria vergelijkbaar of beter dan het huidige model, met uitzondering van de financiële consequenties. Instappen bij Blink op basis van de huidige dienstverlening leidt tot een aanzienlijke kostenstijging. Opnieuw aanbesteden scoort – logischerwijs – op de meeste punten vergelijkbaar als de huidige situatie. In de huidige situatie is immers al sprake van een aanbestedingsmodel. Bij toekomstbestendigheid staat een klein minnetje omdat de inzamelmarkt op dit moment minder concurrerend is dan dat hij was. Mede daardoor scoort opnieuw aanbesteden ook slechter op het punt van financiële consequenties. Ook in het geval van een nieuwe aanbesteding moet de gemeente rekening houden met hogere kosten. Ten opzichte van elkaar maakt de tabel duidelijk dat aansluiten bij Blink kwalitatieve voordelen (invloed en zeggenschap, toekomstbestendigheid, duurzaamheid in afvalverwerking, verminderde kwetsbaarheid) oplevert. Opnieuw aanbesteden scoort uitgaande van de huidige situatie alleen op het punt van de uitvoeringskosten en de CO2uitstoot van de inzameling (transport) beter.

21

7 Conclusies en advies In dit onderzoek is beoordeeld in hoeverre aansluiting bij de GR Blink meerwaarde oplevert voor de gemeente Son en Breugel. De effecten en consequenties van een toetreding tot de GR Blink zijn vergeleken met de variant waarin de gemeente net als nu de afvalinzameling aanbesteed op de markt. De overbruggingsovereenkomst met de huidige inzamelaar loopt eind dit jaar af, met ingang van 1 januari 2022 moet de afvalinzameling opnieuw zijn georganiseerd.

7.1 Conclusies Huidige situatie en toekomstschets In het eerste deel van het onderzoek is een foto van de huidige organisatie en een toekomstschets gemaakt. Hoofdbevindingen hieruit zijn: • De huidige uitvoeringsprestaties in de afvalinzameling liggen op een hoog niveau: het serviceniveau ligt substantieel hoger dan in andere gemeenten, de afvalscheiding ligt ook boven het landelijke gemiddelde en de inzamelkosten zijn, rekening houdend met de geboden dienstverlening, laag. • De huidige tarieven in de afvalinzameling zijn bijzonder scherp. • De interne organisatie is kwetsbaar op het punt van kennis en expertise. Voor beleidsadvisering en contractbeheer is beperkte capaciteit beschikbaar, die vooral generalistisch van aard is. Daar komt bij dat de eisen die in de toekomst gesteld worden aan beleid – en regiecapaciteit - in het algemeen gesteld - alleen maar toenemen. Bij continuering van dit model moet de gemeente investeren in capaciteit en kennis. • De gemeentelijke afvalbeheerkosten gaan de komende jaren stijgen. Landelijk is sprake van stijgende afvalverwerkingskosten door dalende inkomsten van o.m. oud papier en hogere verwerkingstarieven. • Op de inzamelmarkt is een concentratie gaande en het beeld uit recente aanbestedingen is dat er sprake is van stijgende inzameltarieven.

• De kosten kunnen bij opnieuw aanbesteden op het niveau van 2021 blijven (exclusief inflatie), maar er is ook een reële kans dat de kosten verder gaan stijgen. De uitgangspositie is wel dusdanig dat de gemeente een scherpere tariefstelling mag verwachten dan in de markt gemiddeld.

De optie Blink •

Toetreden tot de GR Blink betekent dat de gemeente deelnemer wordt in een intergemeentelijk samenwerkingsverband op het gebied van afvalbeheer en reiniging. In Blink participeren 8 regiogemeenten. SUEZ5 is op dit moment de private deelnemer in de GR en draagt de investeringen en levert het materieel en andere faciliteiten die

5

Onderdelen in Nederland, w.o. positie in Blink worden hoogstwaarschijnlijk overgenomen door PreZero, de milieudivisie van de Schwarz groep.

22

• •

•

• •

• •

nodig zijn voor een goede uitvoering van de dienstverlening, zoals ICT, P&O en huisvesting. Blink staat positief tegenover een deelname van Son en Breugel in de GR en heeft een (ambtelijk opgesteld) bidbook en indicatieve prijsopgave opgesteld. Blink vormt al jarenlang een stabiel samenwerkingsverband en staat bekend als een deskundige, dienstbare en efficiënte uitvoeringsorganisatie. Blink werkt met een open begroting, wil haar kennis- en adviesrol op weg naar een betere afvalscheiding in een circulaire economie versterken, haar takenpakket verbreden en bedrijfsvoering verder professionaliseren. Blink biedt een totaalpakket, naast uitvoering ook bredere kennis- en adviesdiensten (beleidsadvisering, contractbeheer, communicatie/publieksinformatie). Ook op het gebied van reinigingstaken kan Blink in de toekomst uitvoeringspartner van en voor de gemeente zijn. De tarieven van Blink zijn marktconform en Blink hanteert dezelfde basistarieven voor alle gemeenten. De geraamde inzamelkosten voor Son en Breugel liggen aan de bovenkant van die van de 8 Blink-gemeenten. Dit komt enerzijds doordat de meeste Blink-gemeenten met een diftar-systeem werken (leidt tot lagere kosten) en anderzijds doordat de loslocatie in Helmond prijsopdrijvend werkt vanwege grotere transportafstanden.

Daarnaast speelt in ons beeld ook mee dat Blink, door het ontbreken van precieze bedrijfsvoeringinformatie over de huidige inzameling, de kosten in scenario 1 (huidige dienstverlening), in het beeld van de onderzoekers, behoudend heeft geraamd. Het kostenniveau van Blink in scenario 2 (aanpassing van inzamelfrequenties GFT en PMD naar een gangbaar niveau van 1 x 2 weken) ligt aanzienlijk lager (circa € 34 per aansluiting per jaar) dan dat van scenario 1. Toetreding vereist een aantal formele stappen, maar dit pad is al door meerdere gemeenten gevolgd (beproefd) en uitvoerbaar.

Vergelijking Blink - opnieuw aanbesteden •

•

De optie Blink voldoet aan de eisen en uitgangspunten die de gemeente voorafgaand aan het onderzoek heeft gesteld. De tarieven van Blink zijn marktconform, duurzaamheid is een belangrijk uitgangspunt in de strategie van Blink en de gemeente wordt op een breed terrein (in de uitvoering en op het gebied van kennis, advies, contractbeheer en publieksinformatie) ontzorgd en ondersteund. Tegelijkertijd behoudt de gemeente haar beleidsautonomie. Opnieuw aanbesteden en aansluiting bij Blink is op meerdere punten met elkaar vergeleken: o Aansluiten bij Blink levert ten opzichte van opnieuw aanbesteden op de meeste punten voordelen. Hierbij gaat het vooral om kwalitatieve voordelen. De invloed en zeggenschap op de uitvoering is groter en met het oog op toekomstige keuzes en plannen in de inzamelstructuur en op het gebied van duurzaamheid/ circulariteit in de afvalverwerking, krijgt de gemeente er een kennispartner en adviseur bij. Daardoor wordt de kwetsbaarheid op het gebied van beleid en contractbeheer verminderd en ontstaat er meer continuïteit/ zekerheid.

23

o

o

o

o

Opnieuw aanbesteden scoort uitgaande van de huidige situatie alleen op het punt van de uitvoeringskosten en de CO2-uitstoot van de inzameling (transport) beter. Aan de kwaliteit en het bredere dienstenpakket hangt een prijskaartje. In de tarieven van Blink zit een opslag voor ondersteunende kennis en adviesdiensten. Op basis van globale berekeningen6 in dit onderzoek vallen de uitvoeringskosten van Blink, uitgaande van de huidige dienstverlening (scenario 1) en prijspeil 2021, circa 16% hoger uit dan bij opnieuw aanbesteden. Als gekozen wordt voor verlaging van de inzamelfrequenties van GFT en PMD (scenario 2) dan liggen de kosten van aansluiting bij Blink en opnieuw aanbesteden heel dicht bij elkaar. In deze berekeningen is meegenomen dat de gemeente in de variant opnieuw aanbesteden investeert in uitbreiding van beleid- en regiecapaciteit, zoals in paragraaf 6.1 beschreven. De hogere uitvoeringskosten van Blink in met name scenario 1 worden verklaard door 1) de langere rij-afstanden naar de overslag van Blink in Helmond; 2) de werkwijze met achterladers in plaats van zijladers (dit zorgt bij de inzameling van restafval en gft voor hogere personele inzet) en 3) in de tarieven van Blink zit een opslag voor ondersteunende kennis en adviesdiensten.

7.2 Advies Het onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat toetreding tot Blink voor de gemeente meerwaarde oplevert. Tegelijkertijd maakt het onderzoek ook duidelijk dat opnieuw aanbesteden ook een realistische mogelijkheid is. Met het oog op de toekomst en kijkend naar de door gemeente gestelde uitgangspunten adviseren wij de gemeente om als voorkeursoptie te kiezen voor toetreding tot Blink. De gemeente wordt dan op het gebied van beleid, contractbeheer, communicatie en kennis van de verwerkingsmarkt ondersteund en breed in de uitvoering van het afvalbeheer ontzorgd. De knelpunten die de gemeente nu in het afvalbeheer ervaart, kunnen met een toetreding tot Blink het beste worden verholpen. Vanuit kostenoverwegingen adviseren wij om bij invulling van de optie Blink uit te gaan van scenario 2. Als uitgegaan wordt van het huidige dienstverleningsniveau moet in de begroting een substantieel kostenverschil worden overbrugd. Scenario 2 (aanpassing van de inzamelfrequenties voor GFT en PMD naar een gebruikelijk/gangbaar niveau) kan budgettair neutraal en in onze optiek ook verantwoord worden doorgevoerd.

6

Er zitten de nodige onzekerheden in beide modellen. Blink heeft de kosten indicatief berekend. Bij opnieuw

aanbesteden is er sprake van structurele onzekerheid over de uitkomst: de prijs kan mee of tegenvallen, garanties aan de voorkant zijn er niet.

24

Bijlage 1: trends Sociaal-maatschappelijk • Participatie: samenwerken met inwoners bij inzameling, oplossen van bijplaatsingen, tegengaan van zwerfvuil. • De bevolkingssamenstelling verandert. Meer ouderen, meer eenpersoonshuishoudens. Dit leidt ertoe dat de behoefte aan maatwerk toeneemt. In algemeenheid verlangen inwoners meer service en neemt de behoefte aan maatwerk toe. Inwoners verwachten meer informatie over inzamelresultaten, wat er met grondstoffen gebeurt. Beleid en regelgeving • Europese regelgeving en landelijk overheidsbeleid sturen richting een circulaire economie. De kwantitatieve reductiedoelen voor 2020 en 2025 blijven van toepassing (van minder dan 100 kg naar 30 kg restafval per inwoner per jaar). • De verbrandingsbelasting is per 1 januari 2019 verhoogd en bedraagt inmiddels ruim € 32 per ton restafval. • Daarbovenop krijgen afvalpreventie en kwaliteit van grondstofstromen meer aandacht. Hoogwaardig hergebruik staat centraal, het scheiden van afval staat ten dienste daarvan. De afgelopen twee jaar is er meer aandacht gekomen voor een dalende kwaliteit van in ingezamelde grondstofstromen door vervuiling, bijplaatsingen bij verzamelcontainers en dumpingen. Het beheersen van de kwaliteit van ingezamelde stromen wordt de komende jaren alleen maar belangrijker, zowel vanuit kosten als circulair oogpunt.

• De Raamovereenkomst verpakkingen is geëvalueerd en afspraken tussen het Afvalfonds (gevormd door het verpakkend bedrijfsleven), Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) zijn herzien. Er gelden nieuwe afspraken (t/m 2022) over onder meer de hoogte van de ketenvergoeding voor kunststof en drankenkartons en rollen/verantwoordelijkheden inzake de sortering, verwerking en vermarkting zijn vanaf dit jaar verlegd. Tegelijkertijd proberen partijen de huidige knelpunten in de keten op te lossen met als doel meer recycling van kunststoffen en beheersing van ketenkosten. • Uitbreiding statiegeld. Op dit moment zit er alleen statiegeld op grote petflessen en bierflesjes. Vanaf 1 juli 2021 volgt uitbreiding van dit systeem naar kleine plastic flesjes. Verdere uitbreiding van het statiegeldsysteem naar blikjes is in voorbereiding. Uitbreiding van het statiegeldsysteem moet ervoor zorgen dat het aandeel van kleine flesjes en blikjes in het zwerfafval fors gaat dalen. Afvalmarkt • De afvalbeheerkosten staan onder druk. Autonome ontwikkelingen zorgen voor een tarief opdrijvend effect. Het gaat bijvoorbeeld om de landelijke verbrandingsbelasting en negatieve ontwikkelingen aan de verwerkingskant zoals lagere opbrengsten van oudpapier, lagere vergoedingen voor Plastic, Blik en Drankverpakkingen (PBD=PMD),

25

•

•

•

hogere verwerkingstarieven voor Groente, Fruit-, Tuinafval en etensresten (GFTe). Daarnaast is landelijk en regionaal sprake van een teruglopende kwaliteit van ingezamelde stromen (bij PBD, GFTe, textiel), waardoor sorteer- en verwerkingskosten hoger uitvallen. Naast verbetering van de bronscheiding, zit er ook ontwikkeling in de prestaties van nascheiding, met name bij plastic, blik en drinkpakken. Aantal gemeenten dat gebruik maakt van nascheiding neemt toe, vaak naast of aanvullend op bronscheiding. Nascheiding is op dit moment vooral een optie voor PBD, voor andere grondstoffen zoals oudpapier en GFT is het (nog) geen realistisch alternatief. Aandacht bij bronscheiding concentreert zich op volumineuze en/of herbruikbare stromen in restafval (GFTe, luiers). De meeste gemeenten hebben de uitvoering van de afvalinzameling bij een overheidsorganisatie belegd. De meest voorkomende vorm is samenwerking in de vorm van een overheids-NV of GR. Een aantal, met name grotere, gemeenten voert de inzameltaak in eigen beheer uit. Het aantal gemeenten dat de inzameling op de markt uitbesteed is de afgelopen jaren afgenomen; het aantal deelnemende gemeenten in overheidsverbanden is gegroeid. Voor meer informatie over deze marktontwikkelingen wordt verwezen naar het IPR-Normag-rapport. De omgang met adresgegevens moet voldoen aan privacywetgeving.

Bij de invulling van containermanagement, toegang tot voorzieningen, pasjessysteem en het uitlezen en monitoren van gegevens, dient hieraan te worden getoetst.

Inzameling en techniek • Inzameling wordt steeds kapitaal- en kennisintensiever, door inzet specialistische voertuigen (o.m. zijbelading), moderne inzamelmiddelen (pers- en wisselcontainers), moderne ICT (volmeldsystemen, boordcomputers, volledig computergestuurde werkplanning en gegevensbeheer). • In toenemende mate ontwikkelen gemeenten plannen voor gezamenlijke afvalbrengstations. Dit levert financiële voordelen op en maakt het (makkelijker) mogelijk om tot nieuwe invullingen te komen (koppeling met kringloopwinkel, reparatie, educatiedoelen, creëren van sociale werkgelegenheid).

26

Meer informatie Buiten organisatieadvies +31 26 – 35 47 887 contact@buitenorganisatieadvies.nl www.buitenorganisatieadvies.nl

27

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9751506/1