Ecologische visie Ecologische Verbindingszone Ekkersrijt
Tekst van het document
Ecologische Visie
EVZ Ekkersrijt
COLOFON
Ecologische Visie Ekkersrijt, Son en Breugel
2
OPDRACHTNEMER
idverde Advies B.V. Willemsplein 2-4 5211 AK ‘s-Hertogenbosch T: 073 205 11 00 E: advies@idverde.nl
OPGESTELD DOOR
Matthias Koster (Adviseur ecologie)
VRIJGEGEVEN DOOR
Arjan Schoenmakers (Teamleider ecologie)
OPDRACHTGEVER
Gemeente Son en Breugel Postbus 8 5690 AA Son en Breugel
PROJECTNUMMER
722190103
STATUS VERSIE DATUM
DEFINITIEF 3.0 16-12-2020
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
INHOUDSOPGAVE COLOFON
2
INHOUDSOPGAVE
3
1
INLEIDING
4
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doelstelling Leeswijzer
4 5 7
HUIDIGE SITUATIE
8
2.1
8
2
3
VISIE 3.1 3.2 3.3 3.4
4
5
Landschappelijke en ecologische kwaliteiten
15 Hoe zijn verbindingszones samengesteld Visie op hoofdlijnen Hoofddoelsoorten en begeleidende soorten Natuurdoeltypen
15 15 16 17
KANSEN EN KNELPUNTEN
19
4.1 4.2 4.3 4.4
Kansen Knelpunten Haalbaarheid Potentiele oplossingen
19 19 20 20
UITWERKING INRICHTING EN BEHEER
21
5.1 5.2 5.3
21 23 23
Inrichting Beheer Afspraken en verantwoordelijkheden
LITERATUURLIJST
24
3
1
INLEIDING
Onderstaand wordt de aanleiding tot het opstellen van de Ecologische visie beschreven. Eveneens wordt de doelstelling van de Ecologische visie nader toegelicht. 1.1
AANLEIDING
Het Rijks- en Provinciale beleid op het gebied van milieu, ruimtelijke ordening, natuur- en landschap en water stelt het in stand houden, herstellen en ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardig landschap centraal. Dat geldt ook voor Natuur Netwerk Nederland (NNN) die voor genoemde beleidsterreinen een belangrijk integraal kader biedt. Het provinciale Natuur Netwerk, die in de provincie Noord-Brabant Natuur Netwerk Brabant (NNB) wordt genoemd, is opgebouwd uit een raamwerk van natuurkerngebieden, natuurontwikkelingsgebieden, multifunctioneel bos en ecologische verbindingszones (EVZ). De gemeente Son en Breugel wil graag werk maken van de ontwikkeling van de EVZ Ekkersrijt. Door het realiseren van EVZ Ekkersrijt vormt deze EVZ de verbinding tussen EVZ Bruggerijt en EVZ Wilhelminakanaal. De EVZ Bruggerijt bevindt zich ten westen van Eindhoven en is gedeeltelijk gerealiseerd. Via de EVZ Wilhelminakanaal kan de verbinding gemaakt worden met de Natte Natuurparel Dommeldal aan de oostzijde van Eindhoven. De EVZ Ekkersrijt vormt een belangrijke schakel in die verbinding. De ambitie is om voor de EVZ Ekkersrijt zowel een natte als droge verbindingszone tussen deze twee al bestaande EVZ’s te ontwikkelen.
Afbeelding 1. Natuur Netwerk Brabant met daarbinnen EVZ Ekkersrijt (zeegroene lijn) (Bron: Provincie Noord-Brabant).
Op basis van de eerder opgestelde haalbaarheidsstudie (BTL Advies, 2017) is door de gemeente gekozen voor de voorkeurscombinatie van scenario 1 en scenario 2 (afbeelding 2). Daarbij is scenario 1 de natte EVZ en scenario 2 de droge EVZ. Voor scenario 3 moeten relatief veel infrastructurele barrières worden opgeheven, wat relatief hoge uitvoeringskosten met zich mee brengt. Bovendien wijkt dit scenario erg af van de oorspronkelijke route van de EVZ zoals aangegeven door de provincie Noord Brabant.
4
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
Afbeelding 2. De verschillende voorgestelde scenario’s uit de haalbaarheidsstudie
1.2
DOELSTELLING
Algemeen Ruim een eeuw geleden bestond Brabant bijna nog geheel uit grote natuurgebieden en kleinschalige agrarische cultuurlandschappen met een uitgebreid netwerk van kleine landschapselementen zoals houtwallen, poelen en knotbomen. Hier is in korte tijd verandering in gekomen. In het begin van de 20e eeuw is vrijwel onze gehele provincie op de schop gegaan. 'Woeste' gronden werden ontgonnen tot landbouwgrond en veel landschapselementen werden opgeruimd. Ze vormden een sta in de weg voor de ontwikkeling van de landbouw. Als gevolg van deze economische ontwikkelingen nam ook de verstedelijking toe: steden en dorpen en - daaraan gekoppeld - de infrastructuur breidden zich uit en steeds meer wegen en rails doorkruisten de groene gebieden. Deze ontwikkelingen hebben een grote impact gehad op de Brabantse natuur. Het van oudsher gevarieerde landschap is sterk onder druk komen te staan. Met als gevolg dat de leefgebieden van allerlei dier- en plantensoorten versnipperd raken en geïsoleerd komen te liggen van elkaar. Hierdoor neemt de overlevingskans van specifieke soorten af. Over een langere periode kunnen deze soorten zelfs verdwijnen uit de Brabantse natuur. Het aanleggen van ecologische verbindingszones moet deze versnippering tegengaan. Bestaande en nog te ontwikkelen natuurgebieden worden zo aan elkaar gekoppeld en daardoor 'groter'.
De verbindingszones functioneren als trekroutes en als (tijdelijk) leef- en voortplantingsgebied. Ze zijn essentieel voor het behoud van een rijke Brabantse natuur. Maar niet alleen de natuur profiteert van de aanleg van ecologische verbindingszones. Aan ecologische verbindingszones kan een netwerk van wandel- en fietspaden gekoppeld worden, zodat de Brabanders er mooie recreatiegebieden bij krijgen. Zij zien het Brabant zoals dat er vroeger uitzag weer terug. Verbindingszones brengen dus ook een stuk cultuurhistorische identiteit terug in de streek. Deze ecologische visie is opgesteld als bijlage bij het projectplan voor de EVZ Ekkersrijt. Het Groen Ontwikkelfonds Brabant (GOB) vereist dat aan ieder projectplan een goedgekeurde ecologische visie ten grondslag ligt (Investeringsreglement GOB juni 2016). Deze ecologische visie is opgesteld in samenspraak met de Gemeente Son en Breugel, waterschap de Dommel en het GOB. De ecologische visie vormt de onderbouwing van het projectplan en de subsidieaanvraag bij het GOB.
5
Gebiedspecifiek Aan de hand van de actuele verspreiding en het provinciaal beleid zijn voor de ecologische verbinding doelsoorten bepaald. De inrichting wordt met name afgestemd op de biotoopeisen die deze soorten aan de EVZ stellen. Onderscheid is gemaakt tussen hoofddoelsoorten en begeleidende soorten. De hoofddoelsoorten zijn de meer kritische soorten, die hoge eisen stellen aan hun leefomgeving. De ecologische visie legt uit welke natuurgebieden worden verbonden en welke doelsoorten daarbij leidend zijn. In dit geval worden de natte uitlopers van de Oirschotse heide in het westen door de EVZ Ekkersrijt verbonden met het bosgebied ten noorden van het Wilhelminakanaal. Hiermee wordt getracht om de leefgebieden van de kamsalamander (ter hoogte van knooppunt Batadorp) en alpenwatersalamander (gebied rondom de Groote Beek) verder uit te breiden en een verbindingszone te creëren naar bosgebieden ten noorden van Ekkersrijt. In 2020 is door BTL Advies een voorstel aan de Gemeente Son en Breugel gedaan om het tracé van EVZ Ekkersrijt aan te passen. In de huidige vorm stopt de EVZ bij de onderdoorgang met het Wilhelminakanaal. In het voorgestelde tracé buigt de EVZ bij de Rijksweg A50 naar het zuiden af en loopt vervolgens aan de zuidzijde van de weg de Ekkersrijt door. In de “lussen” van de A50 bevinden zich ondiepe watergangen.
Door gebruik te maken van deze watergangen en het tracé vervolgens in zuidelijke richting aan de oostzijde van de Rijksweg A50 te leggen, wordt het tracé aangesloten op een bosgebied en de watergang die langs de Esp loopt. Deze watergang loop door tot de rotonde Ekkersrijt/Driehoek. Hier kan een aansluiting gemaakt worden op de Herpenbeek. Deze Herpenbeek stroomt richting de Dommel. Op deze manier wordt een robuustere verbinding gerealiseerd met andere natuurgebieden in het oosten, en is het Wilhelminakanaal een minder grote barrière. Dit voorstel wijkt echter wel substantieel af van de door de provincie aangegeven EVZ. Bovendien is ontwikkeling van de EVZ via dit tracé nu niet direct mogelijk. De gemeente Son en Breugel is bezig met de voorverkenning van de 2de aansluiting Ekkersrijt. Deze 2de aansluiting bevindt zich aan de oostzijde van Ekkersrijt, in het gebied tussen Ekkersrijt Esp. Ten behoeve van EVZ Ekkersrijt wordt vooralsnog in deze ecologische visie uitgegaan van het aangegeven tracé door de provincie Noord Brabant en de voorgestelde scenario’s uit de haalbaarheidsstudie.
Afbeelding 3. Alternatief voorstel EVZ als groen gestippelde pijl
6
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
Afbeelding 4. De aanwezige ecologische verbindingszones in de omgeving van EVZ Ekkersrijt (zwart omkaderd).
Het realiseren van de EVZ Ekkersrijt is een mooi moment om het groene karakter van het bedrijventerrein te versterken en de waterberging aan te passen aan de veranderende eisen. Verdere vergroening (groene daken, meer groen rondom de bedrijven, minder verharding) bevindt zich buiten de scope van de EVZ. Maar wellicht kan de realisatie van de EVZ als inspiratie dienen en lokale ondernemers enthousiast maken voor een inrichting met meer oog voor biodiversiteit.
1.3
LEESWIJZER
In hoofdstuk 1 is het doel van een EVZ algemeen toegelicht. Eveneens wordt de aanleiding en het doel specifiek voor de EVZ Ekkersrijt toegelicht. In hoofdstuk 2 staat de huidige situatie beschreven. Binnen de beschrijving van de huidige situatie wordt ingegaan op de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van het gebied en de directe omgeving van de toekomstige EVZ. In hoofdstuk 3 wordt de ecologische visie voor de EVZ Ekkersrijt beschreven. Eveneens wordt in dit hoofdstuk beschreven welke relevante ontwikkelingen/risico’s in en rondom het tracé van de EVZ spelen. Hoofdstuk 4 gaat globaal in op de kansen, knelpunten en de potentiele oplossingen van de knelpunten die spelen in de omgeving en binnen EVZ Ekkersrijt. In hoofdstuk 5 wordt de inrichting en beheer van de EVZ globaal besproken
7
2
HUIDIGE SITUATIE
Op basis van een bronnenonderzoek en veldbezoek zijn de landschappelijke en ecologische kwaliteiten van zowel het omliggende gebied als het traject van EVZ Ekkersrijt beschreven. Onderstaand worden de risico’s die door verschillende ontwikkelingen in en rondom het tracé van EVZ Ekkersrijt verder toegelicht. 2.1
LANDSCHAPPELIJKE EN ECOLOGISCHE KWALITEITEN
2.1.1
Landschappelijke kwaliteiten omgeving van EVZ Ekkersrijt
In de omgeving van het plangebied liggen verschillende natuurgebieden. Het westelijke deel van het tracé van de EVZ Ekkersrijt ligt ingeklemd tussen de grote plas van Aqua Best en de visplas. Deze plassen hebben vooral een recreatieve functie. In mindere mate hebben de plassen een ecologische functie. Echter liggen hier wel meerdere kansen om deze functie te vergroten. Het Wilhelminakanaal vormt de noordgrens van het zoekgebied voor de EVZ Ekkersrijt. Het kanaal is in beheer van Rijkswaterstaat en is aangewezen als ecologische zone. Het kanaal kenmerkt zich door een brede watergang met hoofdzakelijk een hogere kade. Aan de zuidkant is het kanaal voorzien van een bomenrij of bosstrook met parallel aan het kanaal een fietspad. Aan de noordzijde grenst het kanaal aan een groot bosgebied dan bekend staat als de Nieuwe Heide. De Nieuwe Heide kenmerkt zich door een afwisseling van voornamelijk loofbos, maar ook naaldbos en heide. De omgeving van de EVZ Ekkersrijt is over de loop van de tijd veel veranderd. De loop van de beek is ingrijpend verlegd met de aanleg van het bedrijventerrein. De aanleg van het Wilhelminakanaal en het graven van de diverse plassen in de omgeving hebben veel effect gehad op de waterhuishouding in het gebied. 2.1.2
Ecologische kwaliteiten omgeving van EVZ Ekkersrijt
Het grootste deel van EVZ Ekkersrijt gaat over het bedrijventerrein Ekkersrijt. De oorspronkelijke beek is hier een stedelijke watergang die ook een belangrijke watervoerende functie heeft. De inrichting van de Ekkersrijt op het bedrijventerrein is relatief stedelijk. Met vrij steile oevers voorzien van gras en bomenrijen. Waar wat meer ruimte beschikbaar is, is de Ekkersrijt voorzien van een rietkraag. Aan de zuidzijde van het bedrijventerrein Ekkersrijt ligt de Groote Beek. Deze beek stroomt vanuit het zuiden onder de A50 door via het bedrijventerrein Ekkersrijt richting de Dommel. Deze beek heeft geen EVZ-doelstelling en is niet opgenomen in de EHS, maar bezit desondanks hoge natuurwaarden (BTL Advies, 2017). Daarentegen hebben de Ekkersrijt en Groote beek benedenstrooms wel ecologische doelen. Deze ecologische doelen zijn afkomstig vanuit de Kaderrichtlijn Water. De beek dient te voldoen aan de voorwaarden voor een langzaam stromende bovenloop (R4). 2.1.3
EVZ Ekkersrijt
In het uiterste westen van de gemeente Son en Breugel begint het plangebied van EVZ Ekkersrijt ingeklemd tussen de snelweg A50 en Aqua Best. Via de natte broekbossen rond de visplas voert de beek naar het noordwesten De overblijfselen van de beek Ekkersrijt voeren nu dwars over het bedrijventerrein Ekkersrijt en maken daar onderdeel uit van de gemeentelijk groenstructuur. De EVZ Ekkersrijt eindigt bij het sifon waarmee de beek onder het Wilhelminakanaal doorgaat. De groenstructuur tussen het bedrijventerrein en de zuidelijke oever van het Wilhelminakanaal vormt de noordelijke tak van de EVZ Ekkersrijt. De gehele EVZ Ekkersrijt is op te delen in drie verschillende delen, namelijk: •
Beek en broekbos rondom de visplas
•
Natte verbindingszone bedrijventerrein Ekkersrijt
•
Droge verbindingszone Wilhelminakanaal.
Het eerste deel betreft het deelgebied rondom de plassen van Aqua best. De Ekkersrijt stroomt vanaf de A58 van zuid naar noord tussen de visplas en Aqua Best in. Vervolgens buigt de Ekkersrijt af naar het oosten en stroomt verder door het natte bosgebied bij de visplas. Dit natte bosgebieden bestaat uit loofbos (eik, berk en els) met watergangen en bospoelen die bij hoogwater inunderen. Het bos biedt weinig variatie qua leeftijd, structuur en soorten. De waterloop van de Ekkersrijt is voorzien van steile oevers en een maaipad aan de zuidzijde. Uiteindelijk komt de Ekkersrijt uit bij het gelijknamige bedrijventerrein.
8
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
In de haalbaarheidsstudie uit 2017 zijn hier drie mogelijke tracés onderzocht (zie afbeelding 2). Door een combinatie van scenario 1 en scenario 2 te realiseren is het mogelijk om de ambitie om zowel een droge als een natte EVZ te realiseren. Hierdoor kan een bredere groep doelsoorten gebruik maken van de EVZ Ekkersrijt. Zoal beschreven in de haalbaarheidsstudie heeft scenario 3, zuidelijke verbinding EVZ, een meerwaarde voor amfibieën. Echter dienen hier de nodig obstakels (duikers ed.) overwonnen en aangepast worden. De droge zone van de EVZ Ekkersrijt bestaat uit een droog loofbos met lokaal een smalle mantelzoomvegetatie. Aan de noordzijde van de droge verbindingszone van de Ekkersrijt bevindt zich de EVZ Wilhelminakanaal. De droge verbindingszone loopt door richting de Rijksweg A50 en eindigt aan de oostzijde van de A50. Hier eindigt de EVZ Ekkersrijt tot op heden. Hier wordt de beek bij het Wilhelminakanaal met een sifon onder het kanaal doorgeleid De natte verbindingszone is gekoppeld aan de Ekkersrijt zelf. Deze natte verbindingszone kenmerkt zich nu door een genormaliseerde beek met redelijk steile oevers. Lokaal komen rietkragen voor. Diverse inritten en wegen doorkruisen de watergang. Deze kruisingen zijn voorzien van duikers. Deze staan echter allemaal onder water en zijn daardoor nu niet bruikbaar als verbinding voor amfibieën. (zie afbeelding 4).
Door de aanwezige beschoeiing langs diverse zijden van de watergangen zijn deze niet toegankelijk voor migrerende amfibieën die de oversteek willen maken.
Afbeelding 5. Deelgebied 1: beek en broekbos
9
Afbeelding 6. Deelgebied 2: natte verbindingszone bedrijventerrein Ekkersrijt
Afbeelding 7. Deelgebied 3: droge verbindingszone Wilhelminakanaal
10
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
Afbeelding 8. Situering beekloop Ekkersrijt ter hoogte van de Visplas
Afbeelding 9. Aanwezige bospoel langs beekloop Ekkersrijt ter hoogte van de Visplas
11
Afbeelding 10. Situering Ekkersrijt en aanwezige bospoelen
Afbeelding 11. Onderdoorgang Ekkersrijt ter hoogte van de Verlengde Huizingalaan
12
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
Afbeelding 12. Situering begin droge EVZ Ekkersrijt ter hoogte van begin fietspad Verlengde Huizingalaan
Afbeelding 13. Situering houtsingels langs Wilhelminakanaal en fietspad
13
Afbeelding 14. Aanwezige duikers staan onder water en zijn daardoor niet geschikt als verbindingselement voor onder andere amfibieën.
14
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
3
VISIE
De visie is gebaseerd op doelsoorten en de daaraan gekoppelde biotoopeisen. Onderstaand wordt ingegaan op de visie en bijbehorende doelsoorten. 3.1
HOE ZIJN VERBINDINGSZONES SAMENGESTELD
Ecologische verbindingszones bestaan allemaal uit één of meerdere elementen: corridors en/of stapstenen. Corridors zijn langgerekte, aaneengesloten linten tussen twee natuurgebieden, met een breedte van 10 tot 25 meter. De vegetatie in de corridors is afgestemd op de eisen die de planten- en diersoorten, waarvoor de zone is bedoeld, stellen. Stapstenen zijn vlakvormige landschapselementen met een oppervlak van 0,2 tot 5 hectare. Het zijn als het ware kleine leefgebieden binnen de verbindingszone. De stapstenen zijn ingericht met elementen als een bosje, een poel, een stukje bloemrijk grasland of een moerasje. Ze bevinden zich langs de verbindingszone op een regelmatige afstand van elkaar. De afstand tussen de stapstenen is afhankelijk van de soort(en) waarvoor de ecologische verbindingszone is bedoeld. Verbindingszones kunnen ook het karakter van een landschapszone hebben. Dat is een relatief brede zone, gelegen in het agrarische landschap, die bestaat uit een aaneengesloten netwerk van kleine landschapselementen zoals houtsingels, poelen en heggen. In een landschapszone worden landbouw en natuur gecombineerd. Binnen de landschapszone ligt vaak wel een verbindende corridor. Of er bij de inrichting van een verbindingszone voor een corridor, stapstenen of een landschapszone wordt gekozen, hangt af van de soorten waarvoor de zone is bedoeld.
Verder spelen ook de mogelijkheden die zich voordoen een rol. In hoofdstuk 5 wordt dit nader uitgewerkt.
3.2
VISIE OP HOOFDLIJNEN
De EVZ Ekkersrijt maakt in de toekomst onderdeel uit van het stelsel van natuurgebieden en verbindingszones die de Bruggerijt via de noordzijde van Eindhoven verbindt met het Dommeldal. In 2008 is door Dienst Landelijk Gebied een inrichtingsvisie op gesteld voor de gehele EVZ Bruggerijt. Hierin zijn alleen kamsalamander en alpenwatersalamander als doelsoorten opgenomen. Deze twee soorten gelden dan ook al doelsoort voor de EVZ Ekkersrijt. EVZ Ekkersrijt heeft ecologische doelstelling vanuit de Kaderrichtlijn Water. Hierdoor is het mogelijk om de EVZ onder te brengen bij één van de modellen behorend bij deze doelstelling. In dit geval heeft dit betrekking op het model Natte Kralensnoer. Het model Nat Kralensnoer verbindt gebieden waarin soorten leven die natte en vochtige omstandigheden nodig hebben. Denk daarbij aan amfibieën zoals de Kamsalamander en de Groene kikker, aan dagvlinders (Bont dikkopje) en aan libellen. Ook verschillende ruigte- en struweelvogels en kleine zoogdieren zoals de Bunzing profiteren van deze zone. De Kamsalamander – de meest karakteristieke soort van het Nat Kralensnoer – is gebonden aan een landschap waar veel poelen voorkomen. Zijn leefgebied bestaat uit een landschap met houtwallen, loofbosjes en overgangen naar weiland.
Om niet alleen de focus te leggen op deze twee soorten, kam- en alpenwatersalamander, zijn eveneens begeleidende (doel-)soorten gekozen. Ook deze doelsoorten indiceren hoge natuurwaarden. De extra doelsoorten zijn gebaseerd op de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna. Gekeken is welke bijzondere soorten voorkomen in de omgeving. Daarnaast is bekeken welke gebieden door de EVZ worden verbonden. Dit is gedaan op basis van de natuurbeheerplankaart van de provincie. Op deze kaart zijn voor alle gebieden behorende tot het NatuurNetwerk natuurbeheertypen toegekend. Onderzocht is welke bijzondere soorten passen bij de natuurbeheertypen die met elkaar kunnen worden verbonden middels de inrichting van de EVZ Ekkersrijt. De amfibieën zijn dus de belangrijkste doelsoorten voor de EVZ Ekkersrijt. De overige soorten volgen niet uit provinciaal beleid en zijn daarom allemaal gelijk in belang. Aan de hand van de actuele verspreiding en het provinciaal beleid zijn voor de ecologische verbinding doelsoorten bepaald. Deze doelsoorten zijn de alpenwatersalamander en kamsalamander (DLG, 2008). De inrichting wordt met name afgestemd op de biotoopeisen die deze soorten aan de EVZ stellen. Onderscheid is gemaakt tussen hoofddoelsoorten en begeleidende soorten. De hoofddoelsoorten zijn de meer kritische soorten, die hoge eisen stellen aan hun leefomgeving.
Het gebruik van de EVZ door deze doelsoorten indiceert dat de EVZ een hoge natuurkwaliteit bezit. Vanwege de hoge eisen is het aannemelijk dat deze soorten pas op langere termijn gebruik gaan maken van de EVZ. De EVZ moet zich tenslotte eerst ontwikkelen. De begeleidende doelsoorten stellen vergelijkbare eisen aan hun leefomgeving, maar zijn minder kritisch. Deze soorten liften als het ware mee op de nieuwe inrichting van het gebied als EVZ. De aanwezigheid van deze soorten duidt erop dat de ontwikkeling in de goede richting gaat. Door te voldoen aan de randvoorwaarden van de hoofdoelsoort, worden ook de begeleidende
15
soorten geholpen. Tabel 1 geeft een overzicht van de gekozen doelsoorten en de begeleidende soorten voor EVZ Ekkersrijt. Tabel 1 Gekozen doelsoorten en begeleidende soorten voor EVZ Ekkersrijt EVZ
EVZ Ekkersrijt
Soortgroep
Doelsoorten
Begeleidende soorten
Amfibieën
Kamsalamander
Alpenwatersalamander
Dagvlinders (bos)
Bont dikkopje & eikenpage
Koevinkje & landkaartje
Dagvlinders (grasland)
Oranjetipje
Bruin blauwtje, groot dikkopje & Hooibeestje
Libellen
Glassnijder
-
Grondgebonden zoogdieren
Eekhoorn & egel
Bunzing
Zoogdieren
Vleermuizen (alle soorten)
Op basis van de opgestelde haalbaarheidsstudie (BTL Advies, 2017) en de eerdere studie van DLG (EVZ Ekkersrijt, 2008) geeft de gemeente Son en Breugel de voorkeur aan een combinatie van scenario 1 en scenario 2 (zie afbeelding 2). Het feit dat het bedrijventerrein al volledig is ingericht en weinig boven- en ondergrondse ruimte voor een EVZ biedt, beperkt de mogelijkheden voor verschillende doelsoorten. Daarom is het van belang dat er kritisch gekeken wordt naar de beschikbare ruimte en hoe die het beste kan worden ingezet.
3.3
HOOFDDOELSOORTEN EN BEGELEIDENDE SOORTEN
Hierboven is ingegaan op welke doel- en begeleidende soorten leidend zijn binnen de ecologische visie van EVZ Ekkersrijt. Door in te gaan op de habitateisen van deze doel- en begeleidende soorten kan EVZ Ekkersrijt specifiek worden ingericht aan de eisen van doel- en begeleidende soorten. Kamsalamander en alpenwatersalamander Habitateisen Amfibieën maken grofweg gebruik van twee onderdelen in hun leefomgeving, namelijk een voortplantingswater, waarin de eieren worden afgezet en de larven opgroeien, en het landhabitat, dat buiten de voortplanting het leefgebied vormt voor de adulte dieren. Omdat amfibieën slechts beperkt mobiel zijn, moeten geschikte voortplantingswateren zich slechts op 400 meter afstand van elkaar bevinden. Het realiseren van deze stapstenen binnen een bestaand bedrijventerrein is vanwege de beperkte ruimte een uitdaging. De voortplantingswateren vormen dan zogenaamde ‘steppingstones’, waarin individuen van deel populaties zich kunnen uitwisselen. Geschikt voortplantingswater kan bestaan uit poelen, maar ook natte en ondiepe laagten in watergangen die onbereikbaar zijn voor vis (alpenwatersalamander). Beide soorten maken gebruik van bossen, bosstroken en bosschages als landhabitat. Schuilplaatsen worden gevormd door takkenrillen of liggend dood hout.
Bont dikkopje & Eikenpage Habitateisen Deze vlindersoorten zijn afhankelijk van voldoende open plekken in bosstroken en houtwallen en gevarieerde mantel-zoomvegetaties. Voorbeelden zijn gaten in een bosstrook en kruidenrijke bermen langs paden. Oranjetipje Habitateisen Graslandvlinders zijn afhankelijk van grasvegetaties met voldoende variatie in nectarplanten en structuur. Bloemrijke bermen kunnen een belangrijke verbindingszone vormen voor vlinders. Belangrijk is dat deze grasvegetatie veel door de zon wordt beschenen en dat een gevarieerd aanbod aanwezig is van nectar- en
16
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
waardplanten. Voorbeelden van nectarplanten zijn soorten als rode klaver, gewone rolklaver, vogelwikke, gewoon biggenkruid, etc. Als waardplanten gelden soorten als pinksterbloem, look-zonder-look en diverse grassen.
Glassnijder Habitateisen De glassnijder plant zich voort in oppervlaktewateren met een gevarieerde water- en oevervegetatie. Een gevarieerde oevervegetatie is plaatselijk al aanwezig in de Ekkersrijt, bestaande uit riet en opslag. Een gevarieerde watervegetatie ontbreekt echter. Dit met name veroorzaakt door de accumulatie van bladafval en beschaduwing van de aan de watergang grenzende beukenrij. Eekhoorn & Egel Habitateisen De eekhoorn verplaatst zich hoofdzakelijk via boomkronen en in mindere mate via de bodem. De eekhoorn kan slechts korte stukken (hooguit enkele tientallen meters) over de grond overbruggen. Daarnaast moet voldoende voedsel- en nestgelegenheid aanwezig zijn in de vorm van bossen bestaande uit naaldbomen van minimaal 20 jaar en loofbomen van minimaal 40-80 jaar. Voor de egel en bunzing geldt dat voldoende beschutting in de vorm van ondergroei en dichte vegetatie aanwezig moet zijn. Beide soorten zijn verkeersslachtoffer gevoelig voor drukke wegen. Door de realisatie van de EVZ worden ontsnipperende maatregelen getroffen voor deze soorten. Vleermuizen Habitateisen Het Wilhelminakanaal kenmerkt zich door een robuuste groenstructuur. Deze groenstructuur wordt dan ook door vleermuizen gebruikt als foerageergebied en vliegroute.
Door de groenstructuren groener en robuuster te maken in en rondom de EVZ Ekkersrijt wordt gezorgd voor een grotere verbindende structuur die gebruikt kan worden door tal van vleermuizen.
3.4
NATUURDOELTYPEN
Om aan de habitateisen van de doel- en begeleidende soorten te voldoen, zijn specifieke elementen in de vorm van natuurtypen en kleine landschapselementen noodzakelijk in een gebied. Aan de hand van de habitateisen van de hierboven benoemde doel- en begeleidende soorten zijn de meest noodzakelijke natuurtypen en kleine landschapselementen hieronder beschreven. Natuurdoeltype A14.02 Poel Ten behoeve van het creëren van voortplantingswater voor de doelsoort kamsalamander en de begeleidende soort alpenwatersalamander is het voornemen binnen EVZ Ekkersrijt twee poelen aan te leggen. Bij een poel wordt verstaan een stilstaand water met een aangrenzende oevervegetatie. Om de aanwezigheid van vissen na enkele jaren te voorkomen, dient de poel periodiek (buiten de kwetsbare periode van de voortplanting voor de eerder genoemde soorten) droog te vallen. De poel bevat deels onderwatervegetatie. Natuurdoeltype A14.01 Watergang Onder een watergang wordt verstaan een sloten, beken, kreken, wijken en weteringen met aangrenzende riet- en oevervegetaties die een lijnvormig element vormen in het landschap. Agrarisch natuur- en landschapsbeheer kan een belangrijke bijdrage leveren aan versterking van de biodiversiteit in deze wateren. Als randvoorwaarde voor versterking van de biodiversiteit geldt dat – waar nodig – de hydrologische functie gewaarborgd blijft.
17
Mantelzoomvegetatie Een ecologisch goede bosrand bestaat uit een mantel en een zoom. De mantel is een struik- of hakhout zone. De zoom is een zone met ruigtekruiden. De breedte van deze zone bedraagt hoofdzakelijk 20 tot 40 meter. De ontwikkeling van de zoom gebeurt spontaan. Het beheer is gericht op het in stand houden van de mantel en de zoom. In de mantel wordt bosvorming tegen gegaan door hoge bomen te kappen. Bomen kan men in hakhout zetten, stuiken moet je, als je voldoende plaats hebt niet beheren. Af en toe een solitaire boom levend of dood laten staan is goed voor de biodiversiteit. Ook hopen met dood hout kan je in de bosrand leggen, vaak zullen op termijn hier bramen op komen. De zoom beheer je door gefaseerd maaien, elk deel van de ruigte wordt best om de 2 tot 4 jaar gemaaid. Afvoeren van maaisel is nodig om ruigtes bloemrijk en biodivers te maken.
18
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
4
KANSEN EN KNELPUNTEN
Voor de verdere uitwerking en realisatie van het plan is het van groot belang om goed inzicht te verkrijgen in de kansen, knelpunten en oplossingsrichtingen. Door goed in te spelen op de kansen kan extra meerwaarde worden gecreëerd en een goed inzicht in de knelpunten kan problemen voorkomen. Onderstaand wordt kort ingegaan op de belangrijkste zaken. Een uitgebreide analyse en toelichting is terug te vinden in het projectplan. 4.1
KANSEN
Waterberging: De huidige loop van de Ekkersrijt fungeert in de huidige situatie ook als waterberging. Door het meer verflauwen van de oever aan één zijde en/of veranderen van het zomerbed van de Ekkersrijt neemt de waterbergingscapaciteit verder toe. Op deze manier kan de watergang geschikt zijn als migratiewater voor doelsoorten als kam- en alpenwatersalamander. Bestaande hydrologie: Zowel de Groote Beek als Ekkersrijt water beide af op de Dommel. Doordat beide beken als één geheel te zien, geeft dit mogelijkheden voor een betere regionale waterhuishouding en robuustere ecologische verbindingszone. Verdere uitwerking buiten deze ecologische visie is wel wenselijk. Daarnaast fungeren de vijvers ter hoogte van de Verlengde Huizingalaan in de huidige situatie al als waterretentiegebied. Juist door deze vijvers te betrekking bij de inrichting van EVZ Ekkersrijt is het mogelijk zowel de ecologische als hydrologische component in het gebied te versterken. Aanwezige structuren: Binnen het gebied van EVZ Ekkersrijt bevinden zich meerdere structuren die in de huidige vorm al de nodige natuurwaarden hebben. Het gaat hierbij om de het broekbos en bosranden bij de visplas en houtsingels rondom het industrieterrein. Doelsoorten als oranjetipje en vleermuizen maken al gebruik van het gebied.
Door deze structuren te behouden en verder te ontwikkelen, wordt het leefgebied van deze soorten verder uitgebreid en versterkt. Op deze manier kan EVZ Ekkersrijt ecologisch gezien goed functioneren. Uitvoering EVZ Wilhelminakanaal-Oost: De uitvoering van EVZ Wilhelminakanaal-Oost moet nog worden opgestart. Door de uitvoering van de EVZ Ekkersrijt af te stemmen op die van EVZ Wilhelminakanaal-Oost kunnen beide EVZ’s gelijktijdig gerealiseerd en verbonden worden. Binnen de gehele verbinding van EVZ Bruggerijt met EVZ Ekkersrijt en de bovenloop van de Ekkersrijt (dus ten noorden van het Wilhelminakanaal) is EVZ Wilhelminakanaal-Oost de ontbrekende schakel.
4.2
KNELPUNTEN
Oorspronkelijke loop: Oorspronkelijke loop beek Ekkersrijt als langzaam stromende laaglandbeek niet meer te herstellen, waardoor een grote robuuste verbinding niet meer mogelijk is. Beschikbare ruimte: Vanwege de geringe beschikbare ruimte voor het realiseren/aanleggen van natte natuurzone langs de beek en een netwerk aan poelen is het niet mogelijk om de meest optimale verbindingszone te maken voor amfibieën. Deze soortgroep is minder mobiel dan soortgroepen als dagvlinders, libellen en grondgebonden zoogdieren. Barrière werking Wilhelminakanaal: De EVZ eindigt op de plek waar de beek Ekkersrijt onder het Wilhelminakanaal doorgaat met een sifon. Het kanaal is daarmee een belangrijke barrière voor veel dieren. De EVZ Ekkersrijt loopt voor veel dieren dus feitelijk dood op het kanaal (voorlopig). In de huidige plannen van Rijkswaterstaat komt het doortrekken van de EVZ Ekkersrijt nog niet in terug. Verbreding A50: Verbreding van de Rijksweg A50 kunnen in de toekomst leiden tot aantasting van de bovenstroomse verbinding, waardoor gehele werking ecologische verbindingszone minder is. Beperking van Rijkswaterstaat: Rijkswaterstaat geeft aan dat kapen van bomen tussen het fietspad en het Wilhelminakanaal niet wenselijk is. Ten behoeve van EVZ Ekkersrijt maakt dit de mogelijkheden om biotopen voor de diverse doelsoorten te ontwikkelen beperkter.
Uitbreiding industrieterrein Ekkersrijt: Mogelijke uitbreiding van de omliggende bedrijven kunnen leiden tot aanpassing van de ecologische verbindingszone.
19
Veranderingen bestuurlijke/politieke besluitvorming: Deze veranderingen kunnen plaatsvinden en er toe leiden dat delen van de EVZ of onderdelen niet gerealiseerd worden. Daarmee worden de (natuur)doelstellingen niet bereikt.
4.3
HAALBAARHEID
Doordat alle gronden waar inrichtingswerkzaamheden ten behoeve van EVZ Ekkersrijt in eigendom zijn van het waterschap De Dommel en gemeente Son en Breugel leidt dit niet tot conflicten met de inrichting van EVZ Ekkersrijt. Het goed laten fungeren van beek als migratiewater is in het huidige ontwerp geen zekerheid. Zonder aanpassingen aan de waterhuishouding in het gebied en de omgeving van het gebied is het de vraag of de eerder benoemde watergangen gaan fungeren als leefgebied van onder andere de boomkikker en de vinpootsalamander. Vanwege het geringe oppervlak dat ter beschikking is, is het niet mogelijk om een robuuste verbinding te maken. De oorspronkelijk ligging van de Ekkersrijt is niet meer mogelijk om te herstellen, maar een landschappelijke route voor soorten, waaronder enkele beek gebonden soorten, is dit nog wel mogelijk. Door de aanwezigheid van korte grasvegetaties, bosranden en bospoelen zijn verschillende doelsoorten (oranjetipje) al aangetroffen of worden begeleidende soorten (alpenwatersalamander) al verwacht in het gebied. Juist het versterken van elementen in het gebied behorend tot de EVZ Ekkersrijt zorgt ervoor dat andere doel – en begeleidende soorten zich ook kunnen vestigen in het gebied. De al aanwezige doel- en begeleidende soorten krijgen de mogelijkheid om zich definitief te vestigen in het gebied en de mogelijkheid om makkelijker te migreren.
Een vereiste is dat het gebied ook enigszins een recreatieve functie krijgt. De focus ligt echter vooral op de ecologische functie. De recreatieve functie is binnen EVZ Ekkersrijt al aanwezig in de vorm van wandel- en fietspaden. Verdere uitbreiding van de recreatieve functie is dus niet noodzakelijk. Door de meer ecologische inrichting van het gebied en het plaatsen van enkele insectenhotels krijgt de huidige natuurbelevingswaarde een extra toegevoegde waarde. Zoals eerder benoemd dient de zichtbaarheid van de bedrijven richting de Rijksweg A50 behouden te blijven. Het plaatsen van opgaand groen is op deze locaties niet wenselijk. Door de huidige structuren intact te laten blijft deze zichtbaarheid gewaarborgd.
4.4
POTENTIELE OPLOSSINGEN
Door de ontwikkelingen van EVZ Ekkersrijt en de ontwikkelingen van EVZ Wilhelminakanaal-Oost als één geheel te zien, kan op deze manier niet op lokaalniveau maar op gebiedsniveau de ontwikkelingen worden uitgevoerd. Hierdoor ontstaat een robuustere ecologische verbinding waar binnen soorten kunnen voortplanten, foerageren en migreren. Het aanpassen van de loop van de Ekkersrijt door middel van een ander zomerbed en variatie in de diepte van de beekloop wordt gezorgd dat in de beekloop en daarmee ook EVZ Ekkersrijt meer ecologische dynamiek gebracht wordt. Deze dynamiek zorgt voor dat een aaneenschakeling van structuren aanwezig is. Dit bevordert de biodiversiteit in en rondom EVZ Ekkersrijt. Door rekening te houden met de huidige landschappelijke waarden als de lijnstructuren van het Wilhelminakanaal wordt de EVZ Ekkersrijt opgenomen in het landschap en wordt het geen losstaand element in het landschap. Op deze manier kan EVZ Ekkersrijt een versterkende en verbindende rol spelen tussen leefgebieden bij Bruggerijt en de Dommel.
20
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
5
UITWERKING INRICHTING EN BEHEER
Aan de hand van de ecologische, landschappelijke kwaliteiten en de opgestelde doelsoorten wordt onderstaand de inrichting van EVZ Ekkersrijt, maar ook het beheer verder uitgewerkt en toegelicht. 5.1
INRICHTING
Aan de hand van de opgestelde inrichtingsvisie van het Dienst Landelijk Gebied (DLG, 2008) is door BTL Advies een haalbaarheidsstudie uitgevoerd ten behoeve van het realiseren van de EVZ Ekkersrijt. Hierbij zijn drie verschillende scenario’s (BTL Advies, 2017) voorgelegd aan de Gemeente Son en Breugel. Archeologische waarden zijn in de omgeving van de te realiseren EVZ Ekkersrijt hoog. Echter is grond, doordat de EVZ deels door industrieterrein loopt, dermate geroerd dat archeologische waarden, aardkundige en cultuurhistorische waarden al gevonden en/of vernietigd zijn. Daarnaast zijn vanwege de geringe uitvoeringsruimte de inrichtingsmaatregelen vooral gericht op beheer en kleinschalige inrichtingsmaatregelen in de vorm van aanleg van plasdraszones en graven van poelen. Dit komt goed overeen met het model Nat Kralensnoer. De inrichting van de EVZ wordt afgestemd op de doelsoorten. Zodat het leefgebied en de vestiging van en voor deze soorten vergroot wordt. Delen langs de EVZ Ekkersrijt hebben in de huidige situatie al de nodige ecologische potenties. Zo hebben de bossen ter hoogte van de visplas ecologische potenties om te fungeren als leefgebied voor kamsalamander en alpenwatersalamander. De aanwezige plassen kunnen fungeren als ecologische stapsteen.
Door de gehele Ekkersrijt een nieuw zomerbed door middel van het verkleinen van deze en het aanbrengen van variatie in het beekprofiel krijgt de beek meer variatie in stroomsnelheid en hiermee ook in aanwezige vegetatie. Door een gefaseerd beheer van deze oever kan zich een structuurrijke oeverbeplanting ontwikkelen die een aantrekkelijk EVZ kan vormen voor de doelsoorten. Door de huidige bermen om te vormen tot bloemrijke grasbermen profiteren ook diverse vlinders. Voor optimaal effect zijn in de huidige bomenrij om en om bomen gekapt. Binnen de EVZ Ekkersrijt wordt poelen gerealiseerd. Eén van deze poelen wordt realiseren in de laagte op de splitsing van de natte en de droge verbindingszone. Deze bevindt zich langs het terrein van het afvalbedrijf Janssen. Door gebruik te maken van de laagte is deze bospoel in de nattere perioden watervoerend. Droogvallen van de poelen na de kritische periode voor amfibieën (tot begin juli) is wenselijk. Op deze manier wordt voorkomen dat vissen zich gaan vestigen in de poelen. De overgang van de bospoel naar de droge EVZ kenmerkt zich door open plekken met ondergroei van struweel. Geleidelijk gaat het over in een mantelzoomvegetatie en vervolgens de oorspronkelijke houtsingel. Door de grote variatie aan landschapselementen is de biodiversiteit hoog. De tweede poel wordt gerealiseerd ter hoogte van het einde van EVZ Ekkersrijt.
Op deze manier wordt de afstand tussen de natte delen van EVZ Ekkersrijt verbonden met het Dommeldal. De afstand tussen deze poel en de natte delen van het Dommeldal bedraagt 400-500. Hierdoor valt dit binnen de migratieafstand van de amfibieën. De droge verbinding parallel aan het Wilhelminakanaal bestaat na de inrichtingsmaatregelen uit een houtwal met open plekken waar een gevarieerde ondergroei aanwezig is en waar plekgewijs een mantelzoomvegetatie aanwezig is. Door middel van meerdere stobbewallen onder het viaduct van de Rijksweg A50 sluit de EVZ weer aan bij het bosje bij de zendmast en de beoogde EVZ van het Wilhelminakanaal. Het fietspad parallel aan het Wilhelminakanaal wordt omzoomd door de EVZ Ekkersrijt. Beide functies kunnen behouden blijven. Het aanleggen van deze ecologische stapstenen zorgt eveneens voor een groenere uitstraling van het gehele industrieterrein Ekkersrijt. Hiermee wordt eveneens de biodiversiteit op het industrieterrein verhoogt.
21
5.1.1
Ontwikkeling ecologie
Streefbeeld korte termijn (0-5 jaar) De eerste jaren staan voornamelijk in het teken van het verder geschikt worden van het gebied voor de doel- en begeleidende soorten. De ontwikkeling van een mozaïek van vegetatietypen en afwisseling van landschapselementen staat centraal. De bospoel en aangepast beekloop bevatten de eerste jaren nog vrij weinig vegetatie. De aangepaste beek met een zomerbedverkleining en variatie in het beekprofiel heeft geleid dat plekgewijs langs de randen lisdodde voor. De mantelzoomvegetaties kenmerken zich nog door een open structuur, aangezien het nog kort geleden is dat de vegetatie plekgewijs is teruggezet. Doel- en begeleidende soorten als kam- en alpenwatersalamander bevinden zich in de eerste 3 jaar nog niet in deze watergangen. Delen binnen de EVZ Ekkersrijt hebben in de huidige situatie al de nodige ecologische potenties. Zo zijn enkele oevers als verflauwd en bevatten deze dotterbloemhooilanden en uittredende kwel. Door deze delen verder te integreren of uit te breiden, blijven deze binnen de EVZ Ekkersrijt hun functie behouden, waardoor andere soorten zich ook gaan vestigen in het gebied. Wel ontwikkelt zich de eerste kruidenrijke vegetatie. Veelal gaat het in eerste instantie nog om ruderale soorten. Door de jaren heen nemen deze af en krijgt het gebied een rustiger beeld met verschillende grassoorten en algemene kruiden.
Het aantal insecten neemt hierdoor ook toe. Streefbeeld middellange termijn (5-10 jaar) De harde overgangen die door de aanleg van de verschillende landschapselementen in de eerste jaren nog aanwezig zijn, verdwijnen langzamer, waardoor het gebied een meer natuurlijk beeld krijgt. De ontwikkeling van de ruigtestroken en mantelzoomvegetaties zetten door en begeleidende soorten vestigen zich in deze periode in het gebied. Als blijkt dat landschapselementen minder goed aanslaan (bijv. aanplant struweel), kan worden overwogen om deze opnieuw aan te planten. Snoeiafval van teruggezette vegetatie uit de mantelzoomvegetatie en/of struweelhagen wordt gebruikt om bestaande takkenrillen aan te vullen. Soorten als alpenwatersalamander heeft zich gevestigd in de bospoel en aangepast beekloop. Deze watergangen bevatten de nodige watervegetaties. De afscheiding tussen de kruidenrijke vegetaties en de ontwikkeling van de mantelzoomvegetatie begint steeds meer vorm te krijgen. Soorten als oranjetipje en glassnijder komen verspreid door de gehele EVZ Ekkersrijt voor. Vleermuizen gebruiken de lijnstructuren als foerageergebied en vliegroute. Streefbeeld lang termijn (>10 jaar) Het gebied ontwikkelt zich nu richting een ecologische verbindingszone die in grote lijnen haar eigen ontwikkeling reguleert.
Op lange termijn maakt de EVZ deel uit van het ecologisch raamwerk, waarbij soorten zich vanzelfsprekend tussen kerngebieden verplaatsen via de EVZ. De doel- en begeleidende soorten maken gebruik van het gebied. De graslanden hebben zich ontwikkeld naar een glanshaver- en of schrale graslandvegetaties. Als blijkt dat het beheer niet het gewenste resultaat geeft (gewenst habitattypen ontwikkelt zich niet goed of doelsoorten blijven ontbreken), wordt het voorgenomen beheer eventueel aangepast. De eventuele aanpassing van het beheer is hierdoor mede afhankelijk van periodieke monitoring. Faunapassages De huidige duikers in het plangebied voeren de waterloop onder inritten naar bedrijven door. Doordat een deel van deze duikers te diep ligt en hierdoor watervoerend zijn, zijn dit obstakels voor migrerende amfibieën. Twee mogelijkheden zijn er om deze obstakels op te lossen. De eerste mogelijkheid is het plaatsen van een amfibieënrooster in de weg van de in- en uitritten. Door middel van schermen die eveneens geplaatst dienen te worden, worden migrerende amfibieën geleid naar deze roosters en kan de migratie van deze amfibieën vervolgd worden. De andere mogelijkheid is het plaatsen van ecoduikers. Deze ecoduikers liggen hoger in het maaiveld dan de bestaande duikers. Hierdoor zijn ze alleen tijdens zeer hoge waterstanden watervoerend. De overige tijd staan deze droog.
Voorafgaand aan de uitvoering dient per duiker gekeken te worden hoe deze in het landschap ligt. Als droge faunapassage worden stobbewallen onder het viaduct van de Rijksweg A50 neergelegd.
22
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel
5.1.2
Inrichting recreatie
Naast de ecologische verbindingszone heeft het gebied langs het tracé van de EVZ Ekkersrijt een recreatieve functie. Zo hebben de plassen aan de westzijde van het plangebied een recreatiefunctie. Eveneens bevinden zich hier meerdere paden die een recreatieve functie vervullen. Daarnaast hebben de fietspaden langs de natte en droge verbindingszone binnen het bedrijventerrein Ekkersrijt zowel een functie voor woon-werk verkeer en voor recreatief verkeer. Nieuwe componenten worden niet aan EVZ Ekkersrijt ten behoeve van recreatie toegevoegd, aangezien de huidige componenten deze al voldoende vervullen. Door het meer ecologisch inrichten van het gebied waarbinnen EVZ Ekkersrijt zich bevindt, neemt de natuurbeleving wel verder toe.
5.2
BEHEER
Streefbeeld korte termijn (0-5 jaar) Het beheer op de korte termijn, 0-3 jaar na realisatie, bestaat uit het verschralen van de aanwezige grasvegetaties. Beheersmaatregelen voor de mantelzoomvegetatie, poel en beek zijn in deze jaren niet noodzakelijk. Het gebied heeft de nodige aanpassingen gehad en dient tot rust te komen. Als blijkt dat dat watergangen te snel dichtgroeien met ongewenste soorten, wordt binnen de periode van de eerste 3 jaar wel onderhoud uitgevoerd. Streefbeeld middellange termijn (5-10 jaar) Het beheer van de graslanden bestaat uit het verder verschralen van de aanwezige grasvegetaties. Afhankelijk van de ontwikkeling van de oevervegetatie, mantelzoomvegetatie en grasvegetaties kan op de middellange termijn overgegaan worden om delen plekgewijs terug te zetten in de ontwikkeling. Gefaseerd maaien is in dit geval nodig. Afhankelijk van de bezetting van de insectenhotels kan gekozen worden om deze kasten deels op te schonen en/of aan te vullen met nieuwe nestgelegenheid. In deze periode vindt voor het eerst opschoningen van de sloot en poelen plaats. Aan de hand van de vegetatieontwikkelingen in het gebied wordt verder beheer afgestemd op de aanwezige op aanwezige begeleidende soorten en mogelijk de eerste doelsoorten. Dit kan door het gebruik van wildredders bij maaiwerkzaamheden en het werken in één richting.
Aan de hand van de ontwikkelingen in het gebeid kan besloten worden om het beheer aan te passen om gewenste ontwikkelingen te bevorderen. Streefbeeld lang termijn (>10 jaar) Het beheer van de graslanden bestaat uit het in stand houden en verder ontwikkelen van de kruidenrijke vegetatie, die hier is ontstaan. Het overige beheer heeft in deze fase vooral betrekking op het cyclische beheer van de elementen. Om enkele jaren vindt gefaseerd beheer plaats. Aan de hand van de vestiging van doel- en begeleidende soorten en vegetatieontwikkelingen in het gebied wordt verder beheer afgestemd. Dit kan door het gebruik van wildredders bij maaiwerkzaamheden en het werken in één richting.
5.3
AFSPRAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN
Tussen de waterschappen en de provincie Noord-Brabant is een bestuursovereenkomst gesloten waarin afspraken gemaakt zijn over de realisatie van ecologische verbindingszones. In deze overeenkomst is opgenomen dat de waterschappen verantwoordelijk zijn voor de inrichting van de 10 meter (het natte deel) van de natte ecologische verbindingszones. Voor de overige 15 meter zijn andere partijen, waaronder gemeenten verantwoordelijk. De gemeenten zijn verder verantwoordelijk voor de realisatie van de droge EVZ. Door de vaststelling van de reconstructie- of gebiedsplannen hebben gemeenten aangegeven bereid te zijn om inspanningen te doen met betrekking tot de realisatie van EVZ. De initiatiefrol voor de natte EVZ's ligt bij de waterschappen, voor de droge EVZ's bij de gemeenten. In het geval van EVZ Ekkersrijt ligt de initiatiefrol dus deels bij het Waterschap De Dommel en deel bij de gemeente Son en Breugel. Binnen bovengenoemde kaders is het gewenst dat op afspraken worden gemaakt over de realisatie en het beheer van de ecologische verbindingszones. Deze afspraken moeten vastgelegd worden in een bestuursovereenkomst tussen de gemeente Son en Breugel en Waterschap De Dommel. In deze overeenkomst wordt ondermeer een gezamenlijke prioritering met bijbehorende budgetten opgenomen.
23
LITERATUURLIJST
BTL Advies, 2017. Haalbaarheidsstudie EVZ Ekkersrijt Dienst Landelijk Gebied -Regio Zuid, Tilburg, augustus 2008. Ecologische verbindingszone Ekkersrijt GOB, Invensteringsregelement van het Groen ontwikkelfonds Brabant Bv, 2016
24
Ecologische visie Ekkersrijt Gemeente Son en Breugel