Algemene beschouwingen Kadernota 2027-2030
Tekst van het document
ALGEMENE BESCHOUWINGEN UITGESPROKEN DOOR DE RAADSFRACTIES BIJ DE BEHANDELING VAN DE KADERNOTA 2027-2030
Son en Breugel, 2 juli 2026
Zaaknr. 3642026
INHOUDSOPGAVE
fractie VVD VOOR U! ............................................ 3 fractie Dorpsvisie ................................................... 7 fractie D66 ........................................................... 12 fractie PRO Son en Breugel ................................ 16 fractie CDA .......................................................... 19
2
ALGEMENE BESCHOUWINGEN
fractie VVD VOOR U!
Voorzitter, Laat ik beginnen met te zeggen dat wij de financiële zorgen van het college serieus nemen. Maar we kunnen ook niet ontkennen dat dit college al 9 jaar met een verslechterende financiële positie en reserves die achteruit gaan te maken heeft. En meerdere malen heeft VVD Voor U! het college hierop gewezen. Standaard werd daar ontkennend op gereageerd. In deze coalitie met Dorpsvisie, CDA en PRO bleven de bomen de hemel in groeien. “Maak je geen zorgen we verdelen het gewoon over 40 jaar” was en is de boodschap. Maar voorzitter, 20 keer € 50.000 is ook een miljoen en dat 40 jaar lang. Verder willen wij ook een positief punt benoemen. VVD Voor U! heeft zich het afgelopen jaar consequent verzet tegen de Wet voorkeursrecht Gemeenten (WvG) voor Breeakker-Noord. De grote zorgen van bewoners, de grootte van het project en voorgenomen ontwikkelingen, de aanzienlijke financiële risico’s en het ontbreken van serieuze investeerders waren voor ons doorslaggevend om niet in te stemmen met de plannen voor Breeakker-Noord. Een positief besluit zou immers leiden tot een verlenging van de WvG, en dat wilden we niet. De toenmalige én de huidige coalitie kozen destijds wél voor die verlenging. Des te opvallender is het dat dezelfde coalitie nu alsnog de stekker uit dit beleid trekt.
Daarmee laat zij zien dat haar eigen bestuursakkoord, waarin nadrukkelijk is afgesproken om genomen besluiten niet terug te draaien, blijkbaar weinig waard is wanneer de werkelijkheid anders uitpakt. In het bestuursakkoord staat zelfs: ‘we gaan door op de ingeslagen weg’ met als doel aankoop. De gemeente ziet echter af van de aankoop van het bezit van Woonbedrijf. Woonbedrijf kan het vastgoed nu vrij aan andere partijen verkopen. Daarmee is de regie, die het college met de WvG juist zei te willen behouden, volledig uit handen gegeven. Precies voor dit scenario heeft VVD Voor U! vanaf het begin gewaarschuwd. Er verandert namelijk niets. Uiteindelijk blijkt dat niet onze kritiek, maar het beleid van de coalitie onhoudbaar is. Maar dat als intro. Niemand in deze raad kan wegkijken van de ontwikkeling die hier wordt geschetst. De uitgaven in het sociaal domein, met name voor jeugdzorg en Wmo, stijgen sneller dan de inkomsten. Een extra tekort van 2,4 miljoen per jaar de komende periode zal mogelijk het resultaat zijn. Wellicht nog hoger. Het Rijk compenseert onvoldoende en de financiële ruimte van onze gemeente staat onder druk. Gelet op de extra uitgaven die het Rijk moet doen en de tegenvallers waar het Rijk mee te maken krijgt, betekent dat inkomsten voor gemeenten eerder afnemen dan toenemen. Maar juist omdat de situatie serieus is, moet de raad vandaag extra kritisch zijn.
3
Want wat ligt er eigenlijk voor? Het college vraagt de raad om richting te geven aan forse ingrepen in het sociaal domein. Tegelijkertijd wordt niet concreet gemaakt welke maatregelen worden overwogen, welke inwoners geraakt worden, welke alternatieven zijn onderzocht en welke effecten worden verwacht. Een heldere visie ontbreekt wederom. Met andere woorden: de raad wordt gevraagd een koers vast te stellen zonder dat de routekaart beschikbaar is. Dat vinden wij erg problematisch. Jaar op jaar overschrijden wij immers de begroting. Voorzitter, In de stukken lezen wij dat de meerjarige tekorten oplopen tot bijna drie miljoen euro per jaar. Dat is erg fors en onacceptabel. Maar tegelijkertijd zien wij dat er voor de komende jaren nog altijd voor bijna twintig miljoen euro aan investeringen gepland staat. Dat roept fundamentele vragen op.
Als de financiële situatie werkelijk zo urgent is als het college stelt, waarom ligt de focus dan vrijwel volledig op het sociaal domein? Waarom wordt aan inwoners verteld dat meer zelfredzaamheid nodig is, terwijl niet eerst zichtbaar wordt gemaakt welke investeringen kunnen worden uitgesteld, gefaseerd of heroverwogen? Waarom wordt aan kwetsbare inwoners gevraagd om een grotere eigen verantwoordelijkheid te dragen, terwijl de raad geen overzicht krijgt van de prioritering binnen het volledige investeringsprogramma? Voorzitter, Het college stelt als uitgangspunt dat het basisniveau van voorzieningen op orde moet blijven. Dat klinkt geruststellend. Maar wat betekent dat precies? Wanneer is een voorziening nog onderdeel van het basisniveau? Welke ondersteuning dreigt daarbuiten te vallen? En welke inwoners gaan dat merken? Wij vinden dat de raad daar eerst duidelijkheid over moet krijgen voordat er richtinggevende uitspraken worden gedaan. Voorzitter, Een tweede punt betreft de risico’s. Het college schrijft zelf dat maatregelen in het sociaal domein maatschappelijke, financiële en juridische risico’s met zich kunnen brengen. Dat is een opmerkelijke passage. Want als er juridische risico’s zijn, betekent dit dat er mogelijk grenzen zitten aan wat daadwerkelijk kan worden bezuinigd? Voorzitter,
4
Een derde punt betreft de wijze waarop deze situatie heeft kunnen ontstaan. In de aanbiedingsbrief lezen wij dat de begroting uitging van besparingen waarvan werd verwacht dat zij zouden worden gerealiseerd. De werkelijkheid blijkt anders. Dat vraagt om bestuurlijke reflectie. Wij missen bovendien een integrale afweging. De kadernota richt zich vrijwel volledig op het sociaal domein. Maar een financieel probleem van deze omvang vraagt om een bredere discussie. De raad heeft inzicht nodig in: • • • •
Besparingsmogelijkheden binnen de bedrijfsvoering; Besparingsmogelijkheden binnen externe inhuur; Besparingsmogelijkheden binnen projectbudgetten; Besparingsmogelijkheden binnen investeringen.
Pas wanneer alle opties op tafel liggen, kan de raad een evenwichtige afweging maken. Voorzitter, Wij willen voorkomen dat de gemakkelijkste oplossing wordt gekozen: bezuinigen op voorzieningen die inwoners direct raken. Want juist daar zijn de maatschappelijke gevolgen het grootst. Wij vinden dat eerst inzichtelijk moet worden gemaakt: • • • •
welke investeringen absoluut noodzakelijk zijn; welke investeringen kunnen worden uitgesteld; welke projecten een lagere prioriteit hebben; welke efficiencymaatregelen nog mogelijk zijn.
Pas daarna kan worden vastgesteld welk restant daadwerkelijk vraagt om beleidsmatige keuzes in het sociaal domein. Voorzitter, Onze conclusie is daarom helder. Ja, er is een serieus financieel probleem. Ja, de raad zal keuzes moeten maken. Maar nee, wij zijn nog niet overtuigd dat alle alternatieven voldoende in beeld zijn gebracht. En dat is de taak van het college. En nee, wij vinden niet dat de raad vandaag een blanco cheque moet afgeven voor toekomstige maatregelen waarvan inhoud, effecten en risico’s nog onvoldoende bekend zijn. Wij vragen het college daarom om eerst met een integrale afweging te komen waarin: • •
de investeringen opnieuw worden beoordeeld; alle besparingsmogelijkheden inzichtelijk worden gemaakt;
5
• •
de maatschappelijke effecten worden uitgewerkt; en de juridische risico’s helder worden benoemd.
Pas dan kan de raad zijn verantwoordelijkheid volledig en zorgvuldig nemen. Wij hebben dan ook een aantal vragen voor het college. Over investeringen 1. Welke investeringen uit het huidige programma kunnen zonder onaanvaardbare gevolgen één tot drie jaar worden uitgesteld? 2. Waarom kiest het college ervoor om eerst te kijken naar ingrepen in het sociaal domein en niet eerst naar herprioritering van investeringen? 3. Welke investeringen zijn wettelijk verplicht en welke zijn beleidsmatig wenselijk? Over kostenbesparingen 4. Hoeveel besparing is mogelijk binnen: • externe inhuur; • organisatiekosten; • overhead; • projectbudgetten; • overige kosten? 5. Waarom ontbreken deze scenario’s in de kadernota? Over sociaal domein 6. Welke concrete maatregelen gaat het college nemen om de kostenontwikkeling met circa € 2 miljoen per jaar af te remmen? 7. Welke inwoners worden hierdoor geraakt? 8. Welke voorzieningen staan mogelijk ter discussie? Over bestuurlijke verantwoordelijkheid 9. Wanneer werd duidelijk dat eerdere besparingsaannames niet gerealiseerd zouden worden? 10. Kan het college garanderen dat de nu gepresenteerde financiële prognoses realistischer zijn dan eerdere ramingen? 11. Wanneer is deze coalitie eindelijk In-Control Graag deze vragen op volgorde beantwoorden, zodat wij geen antwoorden missen.
6
ALGEMENE BESCHOUWINGEN
fractie Dorpsvisie
Voorzitter, Allereerst willen wij het college en de ambtelijke organisatie bedanken voor de beantwoording van de vragen en voor het opstellen van deze kadernota. De boodschap is duidelijk. Onze gemeente staat de komende jaren voor grote financiële uitdagingen. Vooral de kosten binnen de jeugdzorg en de Wmo blijven sneller stijgen dan de middelen die wij daarvoor ontvangen. Dat is geen tijdelijke ontwikkeling, maar een structurele opgave die vraagt om realisme én om visie. Want deze kadernota gaat uiteindelijk niet alleen over cijfers. Zij gaat over de vraag hoe wij ook in de toekomst een sterke, sociale en financieel gezonde gemeente kunnen blijven. Voorzitter, De oorzaken van deze financiële druk liggen niet alleen lokaal. Gemeenten voeren steeds meer wettelijke taken uit, terwijl de middelen vanuit het Rijk daar al jaren onvoldoende op aansluiten. Dat blijft voor Dorpsvisie een principieel punt. Samen met andere gemeenten en de VNG zullen wij ons daarom blijven inzetten voor een eerlijkere financiële verhouding tussen Rijk en gemeenten. Maar alleen naar Den Haag wijzen is niet genoeg. Ook lokaal moeten wij verantwoordelijkheid nemen en keuzes durven maken. Voor Dorpsvisie zijn daarbij drie uitgangspunten leidend: een structureel gezonde begroting, zorgvuldig omgaan met gemeenschapsgeld en blijven investeren in wat Son en Breugel sterk maakt.
Juist in financieel moeilijke tijden moeten wij onderscheid maken tussen uitgaven en investeringen. Investeringen in scholen, sportvoorzieningen, de openbare ruimte, gemeenschapshuizen zoals een nieuw Braecklant en andere maatschappelijke voorzieningen zijn geen luxe. Zij vormen het fundament van een leefbare gemeente en voorkomen vaak hogere maatschappelijke kosten in de toekomst. Daarom kunnen wij ons goed vinden in de investeringsagenda die in deze kadernota is opgenomen. Hetzelfde geldt voor onze verenigingen en maatschappelijke organisaties. Zij zijn het sociale fundament van ons dorp. Zij brengen mensen samen, versterken de onderlinge verbondenheid, bieden jongeren kansen om zich te ontwikkelen en helpen voorkomen dat kleine problemen uitgroeien tot grote zorgvragen. Daarom blijven wij aandacht vragen voor een reële financiering van organisaties die aantoonbaar bijdragen aan onze maatschappelijke opgaven. Niet omdat subsidie een doel op zich is, maar omdat investeren in een sterke samenleving uiteindelijk ook investeren is in lagere maatschappelijke kosten.
7
Voorzitter, De grootste uitdaging ligt wat Dorpsvisie betreft in het sociaal domein. De belangrijkste vraag is niet hoeveel geld wij vandaag beschikbaar stellen, maar hoe wij ervoor zorgen dat professionele ondersteuning ook in de toekomst beschikbaar blijft voor de inwoners die daar echt afhankelijk van zijn. Dat vraagt om een andere manier van kijken. Niet iedere hulpvraag vraagt direct om professionele zorg. Waar mogelijk moeten wij de kracht van inwoners, gezinnen, familie, buren, verenigingen en vrijwilligers versterken. Waar nodig ondersteunen wij. En waar het noodzakelijk is, moet professionele zorg vanzelfsprekend beschikbaar zijn. Dat is geen bezuiniging. Dat is ervoor zorgen dat de zorg ook in de toekomst toegankelijk blijft voor de mensen die haar echt nodig hebben. Daarom geloven wij dat investeren in preventie minstens zo belangrijk is als investeren in zorg. Sport, cultuur, onderwijs, ontmoeting en vrijwilligerswerk zijn dus geen kostenposten, maar investeringen in gezondheid, verbondenheid en een sterke samenleving.
Voor Dorpsvisie staat daarom steeds één vraag centraal: draagt een maatregel eraan bij dat inwoners meer op eigen kracht verder kunnen én voorkomt zij zwaardere zorg in de toekomst? Vanuit die gedachte roepen wij het college op om samen met het maatschappelijk middenveld te onderzoeken hoe de beschikbare middelen nog doelgerichter kunnen worden ingezet. Niet door simpelweg minder uit te geven, maar door meer maatschappelijk effect te bereiken en daarmee de druk op het sociaal domein structureel te verminderen. Voorzitter, Vanuit die overtuiging dient Dorpsvisie vandaag een samenhangend pakket van vier moties in. Want als wij eerlijk zijn over de analyse, moeten wij ook eerlijk zijn over de oplossingen. De eerste stap blijft dat het Rijk gemeenten volledig moet compenseren voor de wettelijke taken die het ons oplegt. Maar geld alleen is niet voldoende. Gemeenten moeten ook de ruimte krijgen om, binnen duidelijke landelijke kaders, lokaal maatwerk te leveren en te investeren in preventie, een sterke sociale basis en de eigen kracht van inwoners. Tegelijkertijd vinden wij dat de discussie over de gemeentefinanciën transparanter moet worden. Daarom vragen wij om jaarlijks inzichtelijk te maken welke wettelijke taken gemeenten uitvoeren, welke middelen het Rijk daarvoor beschikbaar stelt en welk bedrag gemeenten uiteindelijk zelf moeten bijleggen.
Niet om met cijfers te schermen, maar om het gesprek met het Rijk te voeren op basis van feiten.
8
Omdat dit vraagstuk niet alleen Son en Breugel raakt, vragen wij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten vervolgens om deze werkwijze landelijk te organiseren. Gemeenten staan immers veel sterker wanneer zij gezamenlijk laten zien waar de financiële knelpunten werkelijk liggen. En tot slot vragen wij aandacht voor een probleem waar vooral kleinere gemeenten mee worden geconfronteerd. Eén uitzonderlijk complexe zorgsituatie kan de gemeentelijke begroting ingrijpend beïnvloeden, terwijl niemand die kosten vooraf kan voorzien of voorkomen. Daarom vragen wij het Rijk, als volledige compensatie op korte termijn niet haalbaar is, te komen met een landelijke vangnetregeling voor uitzonderlijk hoge zorgkosten. Zo voorkomen we dat incidentele uitschieters ten koste gaan van voorzieningen, preventie en ondersteuning voor alle andere inwoners. Voorzitter, Deze vier moties vormen samen één geheel. Zij vragen om eerlijke financiering, meer transparantie, gezamenlijke landelijke belangenbehartiging en een eerlijkere verdeling van financiële risico's. Maar bovenal vragen zij om vertrouwen in gemeenten. Vertrouwen dat wij, dicht bij onze inwoners, in staat zijn om verantwoordelijkheid te nemen en keuzes te maken die passen bij onze lokale samenleving. De komende begroting zal ongetwijfeld moeilijke keuzes bevatten. Dorpsvisie zal die keuzes steeds langs dezelfde meetlat leggen.
Draagt een voorstel bij aan een gezonde financiële toekomst? Versterkt het de leefbaarheid van ons dorp? Investeert het in de kracht van onze samenleving? En helpt het om professionele ondersteuning beschikbaar te houden voor de inwoners die daar echt op zijn aangewezen? Als wij die vragen centraal blijven stellen, zijn wij ervan overtuigd dat Son en Breugel ook de komende jaren een financieel gezonde, sociale en veerkrachtige gemeente kan blijven. Niet alles hoeft door de overheid te worden opgelost. Maar als de overheid nodig is, moet zij er wél zijn. Voor de mensen die op haar moeten kunnen rekenen. Dat is de verantwoordelijkheid die wij voelen. En dat is de verantwoordelijkheid waarvoor Dorpsvisie vandaag, met deze beschouwing en deze vier moties, nadrukkelijk kiest. Voorzitter, dank u wel. Ik zal nu de vier moties achtereenvolgens voorlezen en mij daarbij beperken tot het besluit/dictum van iedere motie. >>> MOTIE Geef gemeenten de middelen én de ruimte Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. bij het kabinet, de Tweede Kamer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de betrokken ministeries opnieuw aandacht te vragen voor de structurele tekorten waarmee gemeenten worden geconfronteerd bij de uitvoering van wettelijke taken;
9
2.
daarbij te bepleiten dat gemeenten volledig en structureel worden gecompenseerd voor deze wettelijke taken; 3. het kabinet tevens op te roepen de wettelijke kaders te herijken en gemeenten meer beleidsruimte te bieden om lokaal maatwerk te leveren en nadrukkelijk in te zetten op preventie, het versterken van de sociale basis en informele ondersteuning; 4. deze motie toe te zenden aan de minister-president, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris Jeugd, de Tweede Kamer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Provincie Noord-Brabant en alle Nederlandse gemeenten. En gaat over tot de orde van de dag. >>> MOTIE Compensatieoverzicht uitvoering wettelijke taken Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. de mogelijkheid te onderzoeken of jaarlijks gelijktijdig met de gemeentelijke jaarrekening een Compensatieoverzicht Uitvoering Wettelijke Taken (CUWT) opgesteld kan worden met hierin een overzicht van: a. de uitgevoerde wettelijke taken; b. de hiervoor ontvangen rijksmiddelen, liefst per taakveld; c. de daadwerkelijk gemaakte kosten; d. het bedrag dat door de gemeente uit eigen middelen is bijgepast; 2. het compensatieoverzicht gelijktijdig met de jaarrekening aan de gemeenteraad aan te bieden; 3.
het compensatieoverzicht toe te zenden aan het kabinet, de Tweede Kamer en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), met het verzoek de aantoonbare tekorten op wettelijke taken te betrekken bij de verdere ontwikkeling van de financiële verhoudingen tussen Rijk en gemeenten; 4. de gemeenteraad jaarlijks te informeren over de reacties die op het compensatieoverzicht zijn ontvangen. En gaat over tot de orde van de dag. >>> MOTIE Landelijke invoering CUWT Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. de VNG te verzoeken, samen met gemeenten, te komen tot een landelijk uniforme verantwoordingssystematiek voor de uitvoering van wettelijke taken, zie motie ‘Compensatieoverzicht Uitvoering Wettelijke Taken’ van 2 juli 2026; 2. andere gemeenten uit te nodigen zich bij dit initiatief aan te sluiten; 3. de gemeenteraad te informeren over de reacties van de VNG en andere betrokken bestuursorganen. En gaat over tot de orde van de dag. >>> MOTIE Landelijke vangnetregeling Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. bij het kabinet, de Tweede Kamer en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) te pleiten voor de inrichting van een landelijke vangnetregeling voor uitzonderlijke zorgkosten binnen het sociaal domein; 2.
daarbij te bepleiten dat gemeenten een beroep kunnen doen op deze regeling wanneer de kosten van een individueel zorgtraject een nog nader door het Rijk, in overleg met gemeenten en de VNG, vast te stellen uitzonderlijke drempel overschrijden; 3. het kabinet te verzoeken deze regeling zodanig vorm te geven dat gemeenten niet onevenredig financieel worden getroffen door incidentele, uitzonderlijk hoge zorgkosten, terwijl passende ondersteuning voor inwoners onverminderd beschikbaar blijft; 4. deze motie toe te zenden aan de minister-president, de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, de staatssecretaris Jeugd,
10
de Tweede Kamer, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, de Provincie Noord-Brabant en alle Nederlandse gemeenten, met het verzoek deze oproep te ondersteunen. En gaat over tot de orde van de dag.
11
ALGEMENE BESCHOUWINGEN
fractie D66
Voorzitter, Een kadernota lijkt soms een stapel technische woorden: meerjarenbegroting, indexering, rekenrente. Maar achter die woorden schuilen keuzes die mensen direct raken. Keuzes over zorg, jeugd, wonen, wegen, water, verenigingen en de portemonnee van onze inwoners. Voordat ik inhoudelijk inga op de kadernota, wil ik namens D66 Son en Breugel waardering uitspreken. Voor het college, maar vooral voor onze ambtelijke organisatie. Er wordt gewerkt onder hoge druk. De arbeidsmarkt is krap, regels worden ingewikkelder en de vraag van inwoners groeit. Toch moet de gemeente elke dag blijven leveren: een vergunning, een Wmo-gesprek, een veilige straat, een antwoord aan een inwoner. Dat is niet vanzelfsprekend. Daarom: dank u wel. Maar waardering is geen vrijbrief. Deze kadernota is financieel spannend. Vanaf 2027 zien we tekorten van bijna 3 miljoen euro per jaar. Wmo en jeugdhulp drukken zwaar op de begroting: ruim 2 miljoen euro extra. Dat is geen rimpel, dat is een golf. De kadernota zou richting moeten geven aan het beleid en houvast geven voor de komende begroting en daar wringt de schoen een beetje, het ontbreken van een coalitieakkoord met daarbij een raadsprogramma met uitgewerkte doelstellingen maakt deze kadernota nog meer alleen koude cijfers en die geven helaas geen vrolijk beeld. Toch mag deze kadernota geen document zijn waar we alleen van schrikken.
Ze moet ons in beweging brengen. Niet stilvallen, niet als een konijn in de koplampen blijven kijken, maar keuzes maken. Daarom zijn we blij dat we met elkaar aan het werk zijn aan een raadsagenda die wel die doelen stelt. D66 roept het college én de raad op: maak van de komende begroting geen optelsom van problemen, maar een agenda voor oplossingen en heldere keuzes. Voorzitter, ik neem u mee langs de belangrijkste punten. Dienstverlening en vertrouwen Vertrouwen in de overheid begint niet in Den Haag. Het begint hier: aan de balie, aan de telefoon, in een brief of bij een digitaal formulier dat gewoon moet werken. Inwoners merken het meteen als die basis hapert. Een vergunning die te lang duurt, een melding die blijft liggen, informatie die niet helder is. Dat lijkt klein, maar voor inwoners is het vaak groot. Daarom roept D66 op: maak dienstverlening eenvoudiger, sneller en begrijpelijker. Niet door harder te werken alleen, want dat gebeurt al, maar door scherper te kiezen. Wat moet sneller? Wat kan eenvoudiger? En welke regels leveren vooral papierwerk op, zonder dat inwoners er beter van worden?
12
Sociale leefomgeving D66 zegt het helder: zorg moet er zijn, en zorg moet betaalbaar blijven. Dat is geen tegenstelling. Dat is verantwoordelijkheid. Ik moest denken aan een gesprek met een inwoner die vertelde over haar vader. Hij wilde niets liever dan zelfstandig blijven wonen. Niet omdat hulp onbelangrijk was, maar omdat zijn eigen voordeur, zijn buurt en zijn vaste wandeling hem houvast gaven. Een paar uur passende ondersteuning maakte voor hem het verschil tussen meedoen en afhankelijk worden. Voor hem was Wmo geen begrotingsregel, maar waardigheid. Dat geldt ook voor jongeren die vastlopen op school, thuis of in hun hoofd. Jeugdhulp is geen abstracte kostenpost. Het gaat om kinderen en gezinnen die op tijd steun nodig hebben. Maar een verklaring voor stijgende kosten is nog geen oplossing. De vraag is: wat gaan we anders doen? Welke maatregel werkt echt? En wanneer krijgt de raad dat helder te zien? Jeugdhulp: eerder ingrijpen, beter meten De jeugdhulp stijgt met bijna 1,9 miljoen euro per jaar. D66 wil zicht op de hele keten: waar begint de hulpvraag, wanneer wordt hulp zwaarder en waar kunnen we eerder ingrijpen? Preventie is belangrijk, maar preventie mag geen toverwoord zijn. We moeten meten wat werkt. Minder doorverwijzingen, snellere hulp, betere samenwerking met scholen, huisartsen, sportclubs en verenigingen.
Vaak begint hulp niet in een beleidsnota, maar bij iemand die op tijd ziet: hier gaat iets mis. Daarom vraagt D66 om een veranderagenda met drie vragen: 1. Hoe voorkomen we zwaardere zorg? 2. Wat levert dat inwoners op? 3. Wat levert dat financieel op? Fysieke leefomgeving Riolering, wegen, water en groen: niemand feliciteert de gemeente als het riool werkt, maar iedereen staat vooraan als het misgaat. Wateroverlast en hitte vragen om slimme keuzes: meer groen, minder steen, betere voorbereiding. Niets doen kost uiteindelijk ook geld. Bereikbaarheid is meer dan asfalt. Het gaat om veilige fietsroutes, goede verbindingen, leefbaarheid en gezondheid. D66 roept op: kies niet automatisch voor de duurste oplossing, maar voor de slimste oplossing. Eén die werkt voor inwoners, scholieren, ondernemers en bezoekers. Ook bij voorzieningen zoals Braecklant moeten doelen, kosten en planning helder zijn. Inspiratie vraagt visie, en uitvoering vraagt grip.
13
Investeringen en financiële discipline Indexering en rente voelen als ‘wind tegen op de fiets’. Je komt vooruit, maar je moet harder trappen. Daarom moeten ramingen realistisch zijn. Doorschuiven lijkt soms vriendelijk, maar is vaak niet eerlijk: dan betalen inwoners later meer of krijgen ze minder. Als we niets doen, worden tekorten normaal en komt de provincie dichterbij. Verscherpt toezicht is geen spannend politiek verhaal; het is gewoon vervelend bestuur en minder eigen regie. Daarom dient D66 de motie Grip op geld in: strakker sturen op overschrijdingen, actuele prognoses en bij de volgende rapportage maatregelen voor betere budgetdiscipline. Niet achteraf schrikken, maar eerder zien wat eraan komt. >>> MOTIE Grip op geld Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. strakker te sturen op het voorkomen van budgetoverschrijdingen per programma en taakveld; 2. de raad actiever te informeren met actuele forecasts en prognoses, inclusief oorzaak, omvang, bijsturing en gevolgen; 3. te onderzoeken welke maatregelen ingezet kunnen worden om de budgetdiscipline te versterken en de raad hierover bij de eerstvolgende bestuursrapportage en begroting te informeren. En gaat over tot de orde van de dag.
Inkomsten eerlijker verdelen De kostendekkendheid van leges is slechts 47 procent. Dat voelt niet logisch. Het lijkt op de rekening van je drankjes op het terras laten betalen door het tafeltje naast je. Daarom dient D66 de motie Leges logisch laten landen in: onderzoek hoe leges dichter bij 100 procent kunnen komen, binnen de wet en met oog voor redelijkheid. Niet omdat alles duurder moet. Wel omdat we eerlijk moeten zijn over wie waarvoor betaalt. >>> MOTIE Leges logisch laten landen Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. zich maximaal in te spannen om de kostendekkendheid aantoonbaar te verhogen ten opzichte van de 47% uit de Jaarstukken 2025; 2. te onderzoeken hoe de kostendekkendheid van leges substantieel dichter richting 100% kan worden gebracht en de resultaten van dit onderzoek te verwerken in het voorstel voor de vaststelling van de Legesverordening 2027. En gaat over tot de orde van de dag.
Tot slot Voorzitter, D66 kiest voor een gemeente die sociaal is én financieel scherp. Voor zorg met een warm hart en een koel hoofd. Voor preventie die werkt. Voor inkomsten die eerlijker worden verdeeld. Voor een raad die niet pas aan het eind van het jaar hoort dat de rekening hoger is. Onze oproep is helder: kom bij de begroting met concrete scenario’s, duidelijke effecten en echte keuzes. Laat zien waar we aan de knoppen kunnen draaien. Laat zien wat niets doen kost. En laat vooral zien hoe Son en Breugel ook na 2030 sociaal, leefbaar en financieel gezond blijft. Laten we niet alleen praten over tekorten, maar bouwen aan vertrouwen. Niet alleen bezuinigen waar het moet,
14
maar ook investeren waar het werkt. Niet wachten op betere tijden, maar vandaag beginnen met betere keuzes. Dank u wel.
15
ALGEMENE BESCHOUWINGEN
fractie PRO Son en Breugel
Voorzitter, 24 juni jl. was een aantal van ons bijeen hierbeneden in de foyer samen met 45 nieuwe inwoners. Ik sprak onder andere een broer en zus die los van elkaar allebei het afgelopen jaar teruggekeerd waren naar Son en Breugel, wat ze verlieten toen het nog maar 8000 inwoners telde. Uit de rest van mijn gesprekken en wat anderen in de microfoon van de burgemeester vertelden, kwam naar voren dat veel naar Son en Breugel gekomen waren voor een groene omgeving, bossen, werk, kinderen en kleinkinderen en dat veel daarnaast ook na het wonen in een stad ’een-meer-metelkaar-verbonden’-samenleving zochten en vonden. Naast een plek om te wonen, eten en drinken, veiligheid en gezondheid hebben mensen het voor hun welzijn nodig om zich met anderen verbonden te voelen. Wij zijn sociale wezens. Een netwerk van voldoende goede verbindingen maakt ons weerbaar en veerkrachtig in moeilijke en onzekere tijden. Verbindingen binnen het gezin, met familie, collega’s, op school, in de buurt, bij verenigingen, bij het naar een voorstelling gaan, bij het inkopen doen, bij het uitgaan etc. Als we ons verbonden voelen met elkaar, zorgen we ook makkelijker voor elkaar. Samen staan we sterk. Het zijn voor steeds meer mensen moeilijke tijden.
Veel mensen hebben moeite een goede plek te vinden om te wonen, voelen zich niet veilig of hebben grotere of kleinere problemen met lichamelijke of geestelijke gezondheid; bijvoorbeeld jongeren die zich losser gaan maken van hun ouders en nieuwe verbindingen moeten leren aan te gaan, ouderen die een belangrijk deel van hun leven verbonden zijn geweest met mensen die er niet meer zijn, mensen die bijvoorbeeld als gevolg van ziekte hun werk verliezen en mensen die recent verhuisd zijn zoals onze nieuwe inwoners. Een verbonden samenleving, een stevig netwerk te zijn en te blijven, daar moeten we samen aan werken en samen in blijven investeren. De gemeente heeft hier een belangrijke rol in door te investeren en faciliteren in onder andere: -
goede woonruimte voor mensen die zich verbonden voelen met Son en Breugel en omgeving openbare ruimte die verbinding tussen mensen brengt netwerken van inwoners (zoals verenigingen en stichtingen) bedrijven die een positief effect hebben op onze samenleving professionele hulp voor inwoners die dit nodig hebben en waar dit met eigen kracht en netwerk niet lukt
Investeringen van gemeenten staan echter onder druk omdat zij zich financieel in een onzekere tijd bevinden omdat ze via het gemeentefonds onvoldoende knaken krijgen voor wettelijke taken in het bijzonder voor de jeugdzorg en de WMO. Primair wordt dit veroorzaakt door bezuinigingen van eerdere kabinetten en door al ingeboekte besparingsmaatregelen voor de jeugdzorg vanaf boekjaar 2028. Als de beoogde kostendaling niet behaald wordt, dreigen er forse tekorten te ontstaan bij gemeenten. Er worden hierover vanavond in de raad verschillende moties over ingediend. De
16
Deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd zal begin 2027 een uitspraak doen over de haalbaarheid van deze besparingsmaatregelen en hoe om te gaan met het verschil tussen kosten en beschikbare middelen voor de jeugdzorg bij gemeenten. De VNG heeft in een brief haar leden geadviseerd om in de aankomende meerjarenbegroting vanaf 2028 de baten en lasten voor jeugdzorg in balans te brengen met stelposten. Wij horen graag of het college dit advies gaat opvolgen? Wij zien echter in Son en Breugel in de jaarrekening van 2025 en de 1e bestuursrapportage 2026 ook dat het ons onvoldoende lukt om de eerdere bezuinigingen met een daling van de kosten voor de jeugdzorg en de WMO te compenseren. Voor ons ligt de kadernota voor 2027-2030. PRO Son en Breugel is van mening dat er beter gelet moet worden op de jeugdzorg en WMO kosten en of hulptrajecten echt wel onder de wet op de jeugdzorg vallen en trajecten wel voldoende kosteneffectief zijn. Recent hebben we als raad de nieuwe verordening jeugdhulp vastgesteld en bij de Monitor Sociaal Domein sessie vroeg ik de wethouder of deze voldoende kaders gaf hiervoor. Hij bevestigde dit. In tien jaar zijn we meer dan verdubbeld naar de situatie nu dat 1 op de 8 jeugdigen in Son en Breugel in een jeugdhulptraject zit. Naast preventie moet er daarom toch op korte termijn wat gebeuren.
Zoveel mogelijk eerst eigen kracht/netwerk, dan algemene voorziening, daarna pas maatwerk. Maar ook na het maatwerk weer uitstromen naar eigen kracht en netwerk om ruimte te maken voor anderen die het hard nodig hebben. Sociaal waar het moet, verstandig waar het kan. PRO Son en Breugel dient hiervoor in de motie Kaders voor geode en betaalbare Jeugdzorg en Wmo. >>> MOTIE Kaders voor goede en betaalbare Jeugdzorg en Wmo Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 2. Uitvoeringsscenario’s uit te werken voor jeugdzorg en Wmo op basis van de volgende kaders: a. Vat krijgen op zowel de instroom als de uitstroom in de Jeugdzorg en de Wmo; b. Versterken van preventie en vroeg signalering; c. Bevorderen van lichtere vormen van ondersteuning waar mogelijk, eventueel in samenwerking met maatschappelijke organisaties en verenigingen in het dorp; d. In de jeugdzorg een beroep doen op eigen verantwoordelijkheid van ouders waar dat nodig is; e. Terugdringen van onnodig zware en langdurige zorg; f. Aanscherpen van toegang en indicatiestelling; g. Intensiveren van contractmanagement en sturing op aanbieders; h. Optimaliseren van regionale samenwerking en inkoop; i. Kiezen voor collectief in plaats van individueel aanbod waar dat mogelijk is. En op deze wijze de kosten niet verder te laten stijgen dan de realisatie Wmo en Jeugdzorg 2025. 3.
Heldere en meetbare doelstellingen (KPI’s) te formuleren voor zowel kostenontwikkeling als zorgkwaliteit. 4. De raad periodiek (ten minste twee keer per jaar) te informeren over: a. de voortgang van de maatregelen; b. de financiële ontwikkelingen; c. de effecten op de kwaliteit en toegankelijkheid van zorg. En gaat over tot de orde van de dag.
Naast samenwerking van inwoners in een netwerk binnen de gemeente is ook samenwerking tussen gemeenten in gemeenschappelijke regelingen essentieel om van elkaar te leren maar ook om kosteneffectief en daarmee een zelfstandige gemeente te kunnen blijven. Laten we als raad kritisch zijn of de ambities van de verschillende Gemeenschappelijke regelingen waar een aanzienlijk deel
17
van onze begroting naar toe gaat in lijn zijn met de begrote financiële middelen. Daarom een oproep aan de raadsrapporteurs om voldoende tijd te nemen voor onze kaderstellende en controlerende taken bij de GR’en. De GR Dienst Dommelvallei is zo een samenwerking. Ook hier stijgen echter de kosten, maar er lijkt nog laaghangend fruit te plukken. PRO Son en Breugel dient hiervoor ten slotte in de motie Terugdringen van gemeentespecifieke administratie bij Dienst Dommelvallei. >>> MOTIE Terugdringen gemeentespecifieke administratie bij Dienst Dommelvallei Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. In contact te treden met de Dienst Dommelvallei om de verschillende gemeentespecifieke administratie, gebruikte software en maatregelen voor digitale veiligheid in kaart te brengen, zodat de mogelijkheid van stroomlijnen bij het KPI-overleg op 23 september 2026 besproken kan worden; 2. Deze motie te delen met de overige colleges binnen de Dienst Dommelvallei. En gaat over tot de orde van de dag.
18
ALGEMENE BESCHOUWINGEN
fractie CDA
Dit is het begin van een nieuwe vierjarige periode. De uitdagingen zijn groot de komende jaren. Het college zit er net ruim een maand. Met een beperkt bestuursakkoord en waarbij de raadsagenda nog in de maak is. Wij gaan niet op de raadsagenda vooruit lopen. We zullen ons vandaag beperken tot de kadernota en de daarbij behorende problematiek. Dat betekent ook dat er voor ons een beleidsarme kadernota ligt waarbij de nadruk ligt op de stijging van de kosten van WMO en jeugdzorg. In de begeleidende brief vraagt het college om een kader om de kosten van het sociaal domein omlaag te brengen. Dat is terecht. De toename van de kosten in het sociale domein zijn niet houdbaar. Ook maatschappelijk is er iets fundamenteel mis met onze normstelling als van onze jongeren 1 op de 7 bij jeugdzorg loopt. Dit vereist een andere kijk op de jeugdzorg en de WMO. Want als we doen wat we deden, dan krijgen we wat me kregen. Het college vraagt om een kader. Terecht want ook naast het sociaal domein heeft de gemeente taken en verplichtingen. Het CDA wil duidelijk zijn over het kader voor het sociaal domein. Wij vragen het college in de begroting van 2027 met een pakket maatregelen te komen die voor de WMO en jeugdzorg de kostenstijging ten opzichte van de meerjarenbegroting 2027 en verder beperken tot maximaal € 400.000 per jaar.
We dagen het college en onze professionals uit om hiermee creatief aan de slag te gaan en op een andere manier naar de problematiek te kijken. Wij realiseren ons dat dit ingrijpend en pijnlijk kan zijn. Dit zal ook maatschappelijk de nodige discussie en uitleg vragen. Maar dit moet gebeuren om zorg te kunnen blijven verlenen aan de meest kwetsbare inwoners in onze samenleving, nu en in de toekomst. Wij zullen hier een motie over indienen “Kader kostenstijging WMO en jeugdzorg”. >>> MOTIE Kader kostenstijging WMO en Jeugdzorg Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. In de Begroting 2027 te komen met een pakket maatregelen die de kostenstijging van € 2,1 miljoen ten opzichte van de meerjarenraming 2027-2029 van de WMO en Jeugdzorg beperken tot maximaal € 400.000. En gaat over tot de orde van de dag.
Daarnaast is het ook van belang dat de rijksoverheid haar verantwoordelijk neemt. Vorig jaar is de motie “geen taken zonder knaken” unaniem in deze raad aangenomen. Echter er is nog steeds onvoldoende financiering door het rijk voor WMO en jeugdzorg. Vandaar dat wij de motie “Taken, middelen en beleidsruimte in balans” indienen. Als het rijk om zijn moverende redenen onvoldoende financieel bijdraagt, dan zal er naar de taken gekeken moeten worden en moet er meer beleidsruimte voor de gemeenten komen. >>> MOTIE Taken, middelen en beleidsruimte in balans Het college van burgemeester en wethouders te verzoeken: 1. zich via de VNG en de Metropoolregio Eindhoven blijvend in te zetten voor een structureel toereikende financiering én meer beleidsvrijheid voor gemeenten bij de uitvoering van wettelijke
19
taken in het sociaal domein, zodat taken, middelen en beleidsruimte beter met elkaar in balans worden gebracht; 2. de gemeenteraad periodiek te informeren over de voortgang van deze lobby. En gaat over tot de orde van de dag.
Om de aanpassingen in het sociaal domein te kunnen realiseren is nodig dat in de samenleving naar elkaar wordt omgekeken. Daarvoor zijn onze verenigingen en buurthuizen van groot belang. Daar willen wij niet op bezuinigingen. De 8 uitgangspunten zoals nu ook weer in de inleiding van de kadernota staan, onderschrijven wij van harte. In dit verband vindt het CDA het ook belangrijk dat er gekeken wordt naar aanvullende inkomensbronnen, we verwachten hier ook initiatieven van het college. We zullen dan ook met belangstelling de memo bestuderen die deze week in de besluitenlijst van het college is opgenomen. Voorzitter ik kom tot het slot van mijn betoog. We staan als gemeente voor grote uitdagingen. Maar we zijn van mening dat die in goede harmonie oplosbaar zijn. Dit vraagt een constructieve en oplossingsgerichte houding van Raad en College. Wij gaan ervoor.
20