CConstaterende datSon en Breugel
Koppel je AI →
Document · PDF

6. planregels herstel bp Buitengebied; Herziening 2017 nav RvS

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente Son en BreugelBij agendapunt: Gedeeltelijk herstel vaststelling bestemmingsplan “Buitengebied; herziening 2017“ (bestuurlijkelus) n.a.v. uitspraak Raad van State 19 mei 2021.35.955 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

Inhoudsopgave Artikel A Begripsbepalingen Artikel B Toepassingsbereik Hoofdstuk 1

Inleidende regels

3

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 1 Begrippen Artikel 2 Wijze van meten Artikel 3 Agrarisch Artikel 4 Agrarisch met waarden - 1 Artikel 5 Agrarisch met waarden - 2 Artikel 6 Bedrijf Artikel 7 Bedrijf - Nutsbedrijf Artikel 8 Bos Artikel 9 Cultuur en ontspanning Artikel 10 Groen - Landschapselement Artikel 11 Maatschappelijk Artikel 12 Natuur Artikel 13 Sport Artikel 14 Verkeer Artikel 15 Water Artikel 16 Wonen Artikel 17 Wonen - Woonwagenstandplaats Artikel 18 Leiding - Brandstof Artikel 19 Leiding - Gas Artikel 20 Leiding - Hoogspanningsverbinding Artikel 21 Leiding - Riool Artikel 22 Leiding - Water Artikel 23 Waarde - Archeologie 1 Artikel 24 Waarde - Archeologie 2 Artikel 25 Waarde - Archeologie 3 Artikel 26 Waarde - Archeologie 4 Artikel 27 Waarde - Beschermingszone natte natuurparel Artikel 28 Waarde - Cultuurhistorie Artikel 29 Waterstaat - Waterbergingsgebied Artikel 30 Anti-dubbeltelbepaling Artikel 31 Algemene sloopregels Artikel 32 Algemene bouwregels Artikel 33 Algemene aanduidingsregels Artikel 34 Algemene afwijkingsregels Artikel 35 Algemene wijzigingsregels Artikel 36 Overgangsrecht Artikel 37 Slotregel

4 4 20 22 47 69 86 94 96 99 101 103 105 108 110 111 112 117 118 120 122 124 126 128 131 134 137 140 141 142 144 144 144 145 149 150 151 152

Hoofdstuk 3

153

Overgangs- en slotregels

Artikel C Overgangsrecht Artikel D Slotregel

1

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

Bijlagen: 1: Bedrijvenlijst 2: Onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen 3: Onherroepelijke omgevingsvergunningen 4: Geregistreerde meldingen

2

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

Hoofdstuk 1 Artikel A

gemeente Son en Breugel

Inleidende regels

Begripsbepalingen plan: het bestemmingsplan 'Buitengebied; Herziening 2017' met identificatienummer NL.IMRO.0848.BP820BUITENGEBIED-VA03 van de gemeente gemeente Son en Breugel. bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels.

Artikel B

Toepassingsbereik a De verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Son en Breugel, zoals vastgesteld op 28 april 2011 en opnieuw vastgesteld op 7 februari 2013, wordt herzien zoals aangegeven op de verbeelding van dit bestemmingsplan, tenzij anders aangegeven in deze regels. Voor het overige blijft de verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied' ongewijzigd van toepassing. b De regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Son en Breugel, zoals vastgesteld op 28 april 2011 en opnieuw vastgesteld op 7 februari 2013, worden herzien zoals aangegeven in hoofdstuk 2 van deze regels. Voor het overige blijven de regels van het bestemmingsplan 'Buitengebied' ongewijzigd van toepassing.

c De regels en verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied' van de gemeente Son en Breugel, zoals vastgesteld op 28 april 2011 en opnieuw vastgesteld op 7 februari 2013, wordt herzien zoals genoemd onder a en b, inclusief de volgende wijzigingsplannen en partiële herzieningen: - 'Buitengebied; Sonniuswijk 21', zoals vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeeente Son en Breugel op 13 november 2012; - 'Buitengebied; Ockhuizenweg 3-5', zoals vastgesteld door het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeeente Son en Breugel op 1 juli 2014; - 'Evenementen', zoals vastgesteld door de raad van de gemeente Son en Breugel op 31 oktober 2013. De in rood weergegeven regels worden toegevoegd of vervangen aan de regels en/of verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied'. De in rood weergegeven doorhalingen worden verwijderd uit de regels en/of verbeelding van het bestemmingsplan 'Buitengebied'.

3

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

Hoofdstuk 2 Artikel 1 1.1

gemeente Son en Breugel

Bestemmingsregels

Begrippen plan: het bestemmingsplan Buitengebied van de gemeente Son en Breugel;

1.2

bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0848.BP800BUITENGEBIED-VA02, met de bijbehorende regels (en eventuele bijlagen);

1.3

aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden;

1.4

aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft;

1.5

aardkundige waarde: waarden in verband met specifieke abiotische kenmerken zoals bodemsamenstelling, hoogteverschillen e.d;

1.6

afhankelijke woonruimte een bijgebouw bij een woning, dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met die woning en waar een gedeelte van de huishouding, zoals gehuisvest in die woning, uit een oogpunt van mantelzorg is ondergebracht;

1.7

afrastering: bouwwerken in de vorm van een open constructie, zoals palen verbonden met gaas of prikkeldraad, ter afbakening van een erf/terrein;

1.8

agrarisch bedrijf: een bedrijf dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen en/of door middel van het houden van landbouwdieren; onder agrarische bedrijven worden tevens begrepen boomteeltbedrijven, sierteeltbedrijven en paardenhouderijen; waarbij onderscheid wordt gemaakt in: a een (vollegronds)teeltbedrijf; b een glastuinbouwbedrijf; c een veehouderij; d een overig agrarisch bedrijf.

4

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

a (vollegronds)teeltbedrijf een agrarisch bedrijf in de land- en tuinbouwsector dat zich richt op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate niet in gebouwen plaatsvindt. b glastuinbouwbedrijf een agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in kassen plaatsvindt. c veehouderij agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. Hierbij worden de volgende typen onderscheiden: veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van dieren, met een bedrijfsvoering die niet geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt.

intensieve veehouderij (iv): een veehouderij met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkenshouderij, vleeskalverhouderij, pluimveehouderij, geitenhouderij, pelsdierhouderij of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkveehouderij; grondgebonden veehouderij: veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie. Of hiervan sprake is wordt getoetst op grond van de criteria die zijn opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.

d overig agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf, niet zijnde een (vollegronds)teeltbedrijf, glastuinbouwbedrijf of veehouderij, zoals een: · paardenhouderij; · agrarisch bedrijf dat gericht is op het telen/ kweken van vissen, wormen, insecten of het houden van een diersoort anders dan opgenomen in het begrip veehouderij; · agrarisch bedrijf dat gericht is op het telen van gewassen met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen, niet zijnde kassen, plaatsvindt, zoals witlof of champignons.

1.9

agrarisch bouwvlak: een aanduiding "bouwvlak" binnen de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden 1 of Agrarisch met waarden - 2;

5

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

1.10

gemeente Son en Breugel

agrarisch technisch hulpbedrijf: een bedrijf dat is gericht op het verlenen leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking. door middel van het telen van gewassen, het houden en/of (medisch) verzorgen van dieren, of de toepassing van andere landbouwkundige methoden, met uitzondering van mestverwerking, zoals: grootveeklinieken, KI-stations, mestopslag- en mesthandelsbedrijven, loonwerkbedrijven (inclusief verhuurbedrijven voor landbouwwerktuigen), veetransportbedrijven en veehandelsbedrijven;

1.11

agrarisch natuurbeheer gronden waarvan het grondgebruik is gericht op het behoud en de ontwikkeling van de natuurwaarden van de gronden en waar bij agrarisch grondgebruik de agrarische productiefunctie ondergeschikt is aan het behoud en de ontwikkeling van de natuurwaarden.

1.12

agrarisch verwant bedrijf: een bedrijf of instelling gericht op het verlenen van diensten aan particulieren of niet-agrarische bedrijven door middel van het telen van gewassen, het houden van dieren of de toepassing van andere landbouwkundige methoden zoals dierenasiels, dierenklinieken, groencomposteringsbedrijven, hondenkennels, hoveniersbedrijven, stalhouderijen, instellingen voor agrarische praktijkonderwijs, proefbedrijven en volkstuinen, met uitzondering van mestbewerking.

1.13

ambulante handel het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen vanuit een marktkraam of een mobiel verkooppunt aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit.

1.14

archeologische waarden: cultuurhistorische waarden die bestaan uit de aanwezigheid van een bodemarchief met sporen van vroegere menselijke bewoning en/of grondgebruik daarin, en als zodanig het cultuurhistorisch erfgoed vertegenwoordigd;

1.15

bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde;

1.16

bebouwingspercentage: een in de regels opgenomen of aangeduid percentage, dat de grootte van het deel van een terrein (bouwvlak, bestemmingsvlak, bouwperceel etc.) aangeeft, dat maximaal mag worden bebouwd;

1.17

bed & breakfast:

6

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

een of meerdere gastenkamers of zelfstandige units in een (bedrijfs)woning, een bijgebouw bij een (bedrijfs)woning of cultuurhistorisch waardevol gebouw, die periodiek wordt verhuurd voor recreatief nachtgebruik op basis van logies en ontbijt;

1.18

bedrijfsactiviteiten: handelingen en werkzaamheden die plaatsvinden in het kader van de uitoefening van een bedrijf;

1.19

bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van een bedrijf;

1.20

beperkingen veehouderij gebied waar de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen zijn beperkt;

1.21

bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een terrein, kennelijk slechts bedoeld voor (het huishouden van) een persoon wiens huisvesting daar gelet op de bedrijfsvoering noodzakelijk moet worden geacht;

1.22

beperkt kwetsbaar gebouw: een gebouw met een kantoor-, cel-, industrie-, sport- of logiesfunctie als bedoeld in artikel 1.1 van het Bouwbesluit;

1.23

beperkt kwetsbaar object: de definitie als opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

1.24

Besluit externe veiligheid inrichtingen: Besluit van 27 mei 2004, houdende milieukwaliteitseisen voor externe veiligheid van inrichtingen milieubeheer;

1.25

bestaande bebouwing/ bestaand gebruik: bebouwing en gebruik, zoals legaal aanwezig op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan, dan wel die mag worden gebouwd krachtens een vóór dat tijdstip aangevraagde vergunning;

1.26

bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak;

1.27

bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming;

1.28

bevoegd gezag:

7

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van een besluit ten aanzien van een aanvraag om een omgevingsvergunning of ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;

1.29

bijgebouw: een gebouw of onderdeel van een gebouw, behorende bij een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw, dat zich daarvan door zijn kleinere constructie of geringere afmetingen visueel onderscheidt. Hieronder worden ook carports en overkappingen begrepen;

1.30

bos: elk terrein waarop bosbouw wordt uitgeoefend, zijnde het geheel van bedrijfsmatig handelen en activiteiten gericht op de duurzame instandhouding en ontwikkeling van bestaande en nieuwe bossen ten behoeve van (een of meerdere van de functies) natuur, houtproductie, landschap, milieu (waaronder begrepen waterhuishouding) en recreatie;

1.31

bouwen: plaatsen, geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk;

1.32

bouwgrens: de grens van een bouwvlak;

1.33

bouwperceel: een aaneengesloten (virtueel) vlak, waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan;

1.34

bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel;

1.35

bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten;

1.36

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

1.37

cultuurhistorisch waardevol pand: een vanuit historische bouwkunst beeldbepalend pand, al dan niet aangemerkt als gemeentelijk of rijksmonument;

8

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

1.38

gemeente Son en Breugel

cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan door het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis heeft gemaakt van dat bouwwerk of dat gebied, zoals dat ondermeer tot uitdrukking komt in de beplanting, het reliëf, de verkaveling, het sloten- of wegenpatroon en/of de architectuur;

1.39

dagrecreatie: activiteiten ter ontspanning in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie, waarbij overnachting niet is toegestaan; huifkarren worden hier mede onder begrepen;

1.40

detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen, die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit, alsmede anders dan voor verbruik ter plaatse. Hieronder wordt tevens verstaan het verrichten van handelingen ten behoeve van de verkoop van goederen via internet, waarbij de levering elders plaatsvindt;

1.41

dierenverblijf gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen.

1.42

duurzame locatie intensieve veehouderij: een bestaand agrarisch bouwvlak met een zodanige ligging dat het zowel vanuit milieu-oogpunt (ammoniak, stank en dergelijke) als vanuit ruimtelijk oogpunt (natuur, landschap en dergelijke) verantwoord is om het ter plaatse uit te breiden;

1.43

ecologische verbindingszone: zone, die dienst doet als verspreidingsgebied respectievelijk migratieroute voor planten en dieren tussen verschillende natuurgebieden. Aanleg van verbindingszones heeft als doel barrières tussen deze gebieden op te heffen;

1.44

(erf)beplantingsplan Een (schematisch) inrichtingsplan van een (bouw)perceel ten behoeve van de landschappelijke inpassing van dat (bouw)perceel in de omgeving. Een (erf)beplantingsplan bestaat uit ten minste de volgende onderdelen: a een plattegrond / kaartbeeld met de inrichting van het perceel; b een soortenlijst; c een onderhoudsplan. Een (erf)beplantingsplan wordt afgestemd op de natuurlijke en landschappelijke omgevingskwaliteiten van het gebied waarbinnen het (bouw)perceel ligt. De toegepaste plantsoorten zijn van inheemse oorsprong.

1.45

evenement

9

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

een activiteit in de openlucht dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, sportieve, toeristisch-recreatieve, commerciële, sociale, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden, alsmede kermissen, braderieën, snuffelmarkten, rommelmarkten, straatfeesten en festivals of daarmee te vergelijken activiteiten.

1.46

evenement categorie A een lokaal evenement met maximaal 5.000 bezoekers per dag.

1.47

evenement categorie B een lokaal evenement met maximaal 500 bezoekers per dag.

1.48

extensief recreatief medegebruik: die vormen van natuurvriendelijke recreatie welke in hoofdzaak zijn gericht op natuur- en landschapsbeleving, zoals wandelen, fietsen, picknicken, kanoën, survivaltochten en natuurgerichte recreatie zoals vogelobservatie;

1.49

extensiveringsgebied: een aangeduid ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied met het primaat wonen of natuur, waar uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van in ieder geval intensieve veehouderij onmogelijk is;

1.50

gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt;

1.51

geluidsgevoelige objecten: woningen, scholen voor basisonderwijs, voortgezet onderwijs, beroepsonderwijs, hoger onderwijs en gezondheidszorggebouwen;

1.52

geluidsgevoelige terreinen: terreinen die behoren bij andere gezondheidszorggebouwen dan algemene, categorale en academische ziekenhuizen, alsmede verpleeghuizen, voor zover deze bestemd zijn of worden gebruikt voor de in die gebouwen verleende zorg, of woonwagenstandplaatsen;

1.53

geluidzoneringsplichtige inrichting: bedrijven welke vallen onder artikel 2.4. van Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer;

1.54

geomorfologisch: de vorm van het landschap, ontstaan door geologische processen en beïnvloedt door menselijk handelen;

1.55

geurgevoelige objecten:

10

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt;

1.56

glastuinbouwbedrijf: een bedrijf, dat is gericht op het telen van gewassen door in hoofdzaak gebruik te maken van permanente kassen of tunnels;

1.57

groepsaccommodatie/logeergebouw: een gebouw bestemd voor verblijfsrecreatie door meerdere personen in groepsverband;

1.58

groenblauwe mantel gebieden met een belangrijke nevenfunctie voor natuur en water die overwegend grenzen aan het Natuur Netwerk Brabant en ecologische verbindingszone of die deze verbinden;

1.59

grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie geheel of hoofdzakelijk afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Afhankelijkheid van de grond kent hierbij de volgende aspecten: voedervoorziening, mestafzet of het bieden van een natuurlijk substraat voor plantaardige teelten.Grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: akkerbouw-, fruitteelt- en vollegrondstuinbouwbedrijven en boomteeltbedrijven, waarvan de bomen rechtstreeks in de grond zijn geplant. Melkveebedrijven worden ook aangemerkt als een grondgebonden agrarisch bedrijf;

1.60

herbouwen het geheel of gedeeltelijk opnieuw oprichten van een gebouw of bouwwerk, geen gebouw zijnde, waarbij de oorspronkelijke afmetingen worden behouden. De locatie van het gebouw of bouwwerk, geen gebouw zinde, kan hierbij afwijken van de oorspronkelijke locatie. Hierbij is het nieuwbouwniveau uit het Bouwbesluit van toepassing.

1.61

hokdierhouderij veehouderij met schapenhouderij.

1.62

uitzondering

van

nertsenhouderij,

melkrundveehouderij

en

hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel, door zijn constructie, bouwmassa, ruimtelijke uitstraling en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste bouwwerk is aan te merken;

1.63

houtproductie: het voortbrengen van hout op bedrijfsmatige wijze door een mede daarop afgestemd duurzaam beheer van bos;

1.64

hoveniersbedrijf:

11

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

een bedrijf dat is gericht op het kweken en verkopen van planten en siergewassen en het aanleggen en onderhouden van tuinen en andere groenvoorzieningen;

1.65

huishouden persoon of groep personen die een huishouding voert, waarbij sprake is van onderlinge verbondenheid en continuïteit in de samenstelling ervan.

1.66

inpandige statische opslag: het in een gebouw bergen van goederen, die geen regelmatige verplaatsing behoeven, zoals (antieke) auto's, boten en caravans. De opslag mag niet bestemd zijn voor de handel danwel worden opgeslagen voor een elders gevestigd niet-agrarisch bedrijf;

1.67

intensieve veehouderij: agrarisch bedrijf met een bedrijfsvoering die geheel of in overwegende mate in gebouwen plaatsvindt en gericht is op het houden van dieren, zoals rundveemesterij, varkens-, vleeskalver-, pluimvee-, pelsdier-, geiten-, of schapenhouderij of een combinatie van deze bedrijfsvormen, alsmede naar de aard daarmee gelijk te stellen bedrijfsvormen, met uitzondering van grondgebonden melkveehouderij;

1.68

kampeerboerderij: het gelegenheid geven tot het houden van recreatief nachtverblijf in gebouwen deel uitmakend van een agrarische bedrijf dan wel een voormalig agrarisch bedrijf;

1.69

kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht, en blijkens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen ten behoeve van recreatief verblijf;

1.70

kassen: gebouwen waarvan de wanden en het dak voornamelijk bestaan uit glas of ander lichtdoorlatend materiaal en dienend voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden, zoals het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken, of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen;

1.71

kwetsbaar object: de definitie als opgenomen in het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

1.72

landbouwdieren: rundvee, pluimvee (kippen, eenden, ganzen, kalkoenen, parelhoenders, struisvogels e.d.), varkens, schapen, geiten, pelsdieren, konijnen, paarden, wormen e.d., consumptievissen (meerval, forel, paling, zeebaars, zeebrasem, tilapia e.d.);

1.73

landbouwontwikkelingsgebied:

12

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

een op de verbeelding ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied met het primaat landbouw dat geheel of gedeeltelijk voorziet, in de mogelijkheid tot uitbreiding, hervestiging of nieuwvestiging van intensieve veehouderij;

1.74

landschappelijke waarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het waarneembare deel van het aardoppervlak, die wordt bepaald door de onderlinge samenhang en beïnvloeding van de levende en niet-levende natuur;

1.75

lawaaisport: een sportactiviteit al dan niet individueel of in groepsverband, professioneel of hobbymatig waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd dat zodanig is dat het omgevingslawaai wordt overschreden, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, motorsport, (model)vliegsport; de jachtsport wordt hier niet onder begrepen;

1.76

lokaal evenement een evenement dat qua karakter, uitstraling en werving voornamelijk gericht is op bezoekers uit de gemeente Son en Breugel.

1.77

loon(werk)bedrijf: een bedrijf dat – voornamelijk met behulp van verplaatsbare werktuigen- diensten verleent aan agrarische bedrijven, hetzij in verband met de bodemcultuur, hetzij ter uitvoering van grondwerkzaamheden;

1.78

manege: een recreatief bedrijf dat hoofdzakelijk op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid geeft tot het beoefenen van de paardensport en al dan niet mogelijkheden biedt voor het verblijf en de verzorging van paarden;

1.79

mantelzorg het bieden van zorg aan eenieder die hulpbehoevend is op het fysieke, psychisch en/of sociaal vlak, op vrijwillige basis en buiten organisatorisch verband;

1.80

mestbewerking: behandeling van dierlijke mest zonder noemenswaardige veranderingen aan het product teweeg te brengen; de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest;

1.81

mestverwerking: de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigingen;

1.82

minicamping:

13

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

een kleinschalig kampeerterrein als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf of een burgerwoning;

1.83

natuurwaarde: de aan een gebied toegekende waarde, gekenmerkt door geologisch, geomorfologische, bodemkundige en biologische elementen, zowel afzonderlijk als in onderlinge samenhang;

1.84

nevenactiviteiten: het ontplooien van activiteiten op een agrarisch bouwvlak die niet rechtstreeks de uitoefening van de agrarische bedrijfsvoering betreffen;

1.85

niet-grondgebonden agrarisch bedrijf: een agrarisch bedrijf waarvan de productie niet in overwegende mate afhankelijk is van het voortbrengend vermogen van onbebouwde grond in de directe omgeving van het bedrijf. Niet-grondgebonden bedrijven zijn in ieder geval: intensieve veehouderijen, glastuinbouwbedrijven en gebouwgebonden teeltbedrijven en kwekerijen, zoals champignonteeltbedrijven, witlofkwekerijen, nertsenfokkerijen, viskwekerijen en wormenkwekerijen;

1.86

nieuwvestiging agrarisch bedrijf: de vestiging van een agrarisch bedrijf op een nieuw bouwvlak daar waar nog geen bouwmogelijkheden aanwezig zijn, als gevolg van het oprichten van een nieuw agrarisch bedrijf, dan wel het splitsen van een bestaand agrarisch bedrijf;

1.87

omgevingsvergunning: vergunning voor activiteiten als genoemd in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

1.88

omschakeling agrarisch bedrijf: het geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar een andere agrarische bedrijfsvorm;

1.89

ondersteunende horeca: een horecavoorziening binnen een bestemming waarvan de functie een andere dan horeca is maar waar men uitsluitend ten behoeve van de hoofdfunctie een ruimte specifiek heeft ingericht voor de consumptie van drank en etenswaren;

1.90

overkapping/ carport: een dakconstructie vrijstaand zonder wanden dan wel aan maximaal drie zijden begrensd door de gevels van belendende gebouwen, die niet wordt aangemerkt als een gebouw.

1.91

paardenbak:

14

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

een buitenrijbaan ten behoeve van paardrijactiviteiten, met een bodem van zand, hout, boomschors of ander materiaal om de bodem te verstevigen en al dan niet voorzien van een omheining;

1.92

paardenhouderij: een uit bedrijfseconomisch oogmerk opgezette houderij voor paarden die uitsluitend of in hoofdzaak is gericht op het fokken, trainen, africhten en verhandelen van paarden, waarbij tevens als ondergeschikte nevenactiviteit is toegestaan het geven van instructie aan ruiter en paard; hierbij zijn publieks- en/of verkeersaantrekkende activiteiten niet toegestaan;

1.93

pension: een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan logerende gasten;

1.94

pensionstalling: het stallen van paarden van derden;

1.95

recreatief medegebruik: die vormen van openluchtrecreatie, die plaats hebben in een omgeving met een niet-recreatieve hoofdfunctie, waarbij het medegebruik ondergeschikt is aan de hoofdfunctie en het hoofdgebruik;

1.96

recreatiewoning: een gebouw dat dient als recreatiewoonverblijf voor gebruikers die hun hoofdverblijf elders hebben;

1.97

risicovolle inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 2 lid 1 van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

1.98

schuilhut: gebouw, ten behoeve van het bieden van schuilgelegenheid - noodzakelijk in het kader van dierenwelzijn - aan hobbymatig gehouden dieren;

1.99

schuilvoorziening: een bouwwerk, ten behoeve van het bieden van schuilgelegenheid aan mensen;

1.100 seksinrichting een voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof hij bedrijfsmatig was, seksuele handelingen worden verricht, of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder seksinrichting wordt in elk geval verstaan: seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, parenclub en (raam) prostitutiebedrijf, waaronder tevens begrepen een erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met elkaar;

15

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

1.101 slopen: geheel of gedeeltelijk afbreken;

1.102 stacaravan: een kampeermiddel in de vorm van een caravan, dat een bouwwerk is;

1.103 stalderingsgebied gebied waarbinnen het oprichten van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij is gekoppeld aan de sanering van een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij met als doel de regionale concentratie van vee te reguleren en verdere leegstand te voorkomen. Bij de toepassing van de regels van dit bestemmingsplan wordt de begrenzing van het stalderingsgebied bepaald door de begrenzing van het stalderingsgebied in de provinciale Verordening ruimte zoals geldend op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag.

1.104 standplaats een stuk grond aangewezen voor het bouwen van één woonwagen alsmede bijbehorende voorzieningen.

1.105 streekgebonden producten: producten, gemaakt met grondstoffen die als streekeigen worden beschouwd en/of volgens streektraditie geteelde producten, en/of producten die volgens een specifieke bereidingswijze of receptuur van een bepaalde regio wordt geproduceerd;

1.106 teeltondersteunende kassen: teeltondersteunende voorziening, bestaande uit een kas, voor een vollegrondstuinbouwbedrijf of boomteeltbedrijf. Hieronder worden ook schuurkassen, permanente tunnel- of boogkassen begrepen;

1.107 teeltondersteunende voorzieningen:

·

· ·

·

·

voorzieningen in, op of boven de grond, die door agrarische bedrijven met plantaardige teelten worden gebruikt om de productie onder meer gecontroleerde omstandigheden te laten plaatsvinden; te onderscheiden zijn de volgende categorieën: laag/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een hoogte van maximaal 1,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, bijvoorbeeld insectengaas, afdekfolies, acryldoek, lage tunnels; laag/ permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van maximaal 1,5 m en met een permanent karakter, bijvoorbeeld containervelden; hoog/ tijdelijk: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van maximaal 3,5 m, uitsluitend toegestaan zolang de teelt het vereist met een maximum van 6 maanden, bijvoorbeeld menstoegankelijke wandelkappen, schaduwhallen en hagelnetten; hoog/ permanent: teeltondersteunende voorzieningen met een bouwhoogte van maximaal 2,5 m met een permanent karakter, bijvoorbeeld stellingenteelt (bakken in stellingen, regenkappen) en teeltondersteunende kassen; overig: vraatnetten, boomteelthekken;

16

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

1.108 tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers: het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een agrarisch bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voor zover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering;

1.109 trekkershut: een klein vrijstaand gebouw, zonder eigen sanitaire voorzieningen, bestemd voor verhuur voor recreatieve doeleinden in de vorm van verblijfsrecreatie aan steeds wisselende wandelaars, fietsers, ruiters, kanoërs of autogebruikers, waarbij verhuur aan dezelfde personen maximaal 3 dagen/nachten mag zijn;

1.110 tuinbouwbedrijf: een agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij, dat is gericht op het voortbrengen van producten door middel van het telen van gewassen;

1.111 tuincentrum: een kwekerij en een verkoopplaats waar dode en levende artikelen voor verwerking/gebruik in tuin en huis, daaronder ook begrepen dierbenodigdheden voor huisdieren, direct aan particulieren ter verkoop worden aangeboden, van welke verkoopplaats een koffiehoek deel uitmaakt ter ondersteuning van de tuincentrumfunctie;

1.112 tunnel(kas): een werk of bouwwerk voorzien van een bedekking van lichtdoorlatend materiaal en dienend tot het kweken, trekken, vermeerderen, opkweken of verzorgen van vruchten, bloemen, groenten, planten of bomen, alsmede in voorkomende gevallen tot bescherming van de omgeving tegen milieubelastende stoffen;

1.113 verblijfsrecreatie: recreatie in ruimten welke zijn bestemd of opgericht voor recreatief nachtverblijf, zoals een recreatiewoning, groepsaccommodatie/logeergebouw, pension, bed & breakfast, kampeermiddel of trekkershut door personen die hun hoofdwoonverblijf elders hebben;

1.114 verkoopvloeroppervlak: de voor het publiek zichtbare en toegankelijke winkelruimte ten behoeve van de detailhandel;

1.115 verwevingsgebied: een aangeduid ruimtelijk begrensd gedeelte van een reconstructiegebied, gericht op verweving van landbouw, wonen en natuur. Hervestiging of uitbreiding van intensieve veehouderij is mogelijk mits de ruimtelijke kwaliteit of functies van het gebied zich daar niet tegen verzetten;

1.116 vloeroppervlak(te): de totale oppervlakte, gemeten op vloerniveau, die voor een functie wordt gebruikt;

17

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

1.117 vollegrondstuinbouw: een tuinbouwbedrijf waarbij het telen van gewassen plaatsvindt op een zich buiten een kas of buiten containers bevindend stuk teelgrond;

1.118 voorgevelrooilijn:

· ·

de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: gelijk is aan de in de regels voorgeschreven afstand van gebouwen uit de as van de weg op het betreffende bouwperceel; gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand;

1.119 waterhuishoudkundige voorzieningen: al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (nfiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten etcetera; doeleinden die het waterhuishoudingsbelang dienen, zoals watergangen, waterstaatkundige kunstwerken, onderhoudsstroken ten behoeve van het beheer en onderhoud van een watergang e.d., voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding, waterafvoer, waterinfiltratie en waterberging; bijbehorende voorzieningen zoals bermen, paden, beschoeiingen;

1.120 watergang: een voor de oppervlaktewaterkwantiteit van overwegend belang zijnde watergang;

1.121 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht: Wet van 6 november 2008 (Stb. 496), houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving, zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van dit plan;

1.122 Wet geluidhinder: Wet van 16 februari 1979 (Stb. 99) houdende regels inzake het voorkomen of beperken van geluidhinder, zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van dit bestemmingsplan;

1.123 Wet milieubeheer: Wet van 13 juni 1979, Stb. 442, houdende regelen met betrekking tot een aantal algemene onderwerpen op het gebied van de milieuhygiëne, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan;

1.124 Wet ruimtelijke ordening:

18

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

Wet van 20 oktober 2006, (Stb. 2006, nr. 566), houdende nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan;

1.125 woning: een complex van ruimten, geschikt en bestemd voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden;

1.126 Woningwet: Wet van 29 augustus 1991 , (Stb. 1991, nr. 439), tot herziening van de Woningwet, zoals deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan;

1.127 (woon)boerderij: een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met in de bouwmassa opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten, die samen een geïntegreerde eenheid (bouwkarakteristiek waarbij woon- en bedrijfsgedeelte van oudsher aan elkaar verbonden zijn) vormen;

1.128 woonunit: een te verplaatsen/ verwijderen bouwwerk bestaande uit één bouwlaag, geschikt en ingericht ten dienste van het woon-, dag- of nachtverblijf van een of meer personen, niet zijnde een stacaravan.

1.129 woonwagen een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats.

1.130 zorgvuldige veehouderij: veehouderij die door het treffen van maatregelen, onder andere gericht op landschap, het verder sluiten van kringlopen op lokaal niveau, emissiebeperking en gezondheid voor mens en dier, ruimtelijk en maatschappelijk optimaal is ingepast in zijn omgeving.

19

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

Artikel 2

gemeente Son en Breugel

Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten:

2.1

afstand tot de zijdelingse perceelsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse perceelsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomende bouwwerk;

2.2

bebouwd(e) oppervlak(te) van een bouwperceel: de oppervlakte van alle op een bouwperceel aanwezige bouwwerken tezamen;

2.3

de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;

2.4

de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel;

2.5

de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;

2.6

de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen;

2.7

de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;

2.8

de hoogte van een windturbine: vanaf het peil tot aan de (wieken)as van de windturbine;

2.9

peil: · ·

2.10

voor bouwwerken, waarvan de hoofdtoegang van het perceel onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang van het perceel; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld;

ondergeschikte bouwdelen: bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen zoals plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen,

20

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding niet meer dan 1 m bedraagt.

21

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

Artikel 3

gemeente Son en Breugel

Agrarisch

3.1

Bestemmingsomschrijving

3.1.1

Algemeen De voor Agrarisch aangewezen gronden zijn bestemd voor: a agrarisch gebruik; b nevenactiviteiten (voor zover via omgevingsvergunning voor het afwijken van bouwen/of gebruiksregels kan worden toegestaan); c water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d behoud van openheid; e extensief recreatief medegebruik; f recreatieve voorzieningen in de vorm van bed & breakfast; g doeleinden van openbaar nut; h erfbeplanting; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen en sloten, en overeenkomstig de in 3.1.2. opgenomen nadere detaillering van de doeleinden.

3.1.2

Nadere detaillering van de bestemming In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 3.1.1:

a

Agrarisch bouwvlak Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" gelden de volgende bepalingen: 1 Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak” zijn agrarische bedrijven toegestaan. 2 Indien blijkens de aanduiding "relatie" sprake is van een koppeling van twee aanduidingen "bouwvlak" dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van overeenkomstige toepassing.

b

Type agrarisch bedrijf en omschakeling Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" mag een grondgebonden agrarisch (vollegronds) teeltbedrijf worden uitgeoefend. Voorts is - al dan niet in combinatie met een grondgebonden agrarisch (vollegronds) teeltbedrijf - het volgende type agrarisch bedrijf toegestaan overeenkomstig de onderstaande aanduidingen: · uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch veehouderij" een veehouderij, waarbij geldt dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "intensieve veehouderij" tevens een intensieve veehouderij is toegestaan; · uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "paardenhouderij" een paardenhouderij; · uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - overig agrarisch bedrijf' een overig agrarisch bedrijf.

c

Ondergeschikte detailhandel Voor ondergeschikte detailhandel gelden de volgende bepalingen: 1 Ten dienste van het agrarisch bedrijf is ondergeschikte detailhandel toegestaan als nevenactiviteit.

22

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

2 Het mag enkel gaan om detailhandel in streekgebonden producten en agrarisch gerelateerde producten. 3 Maximaal mag 100 m2 verkoopvloeroppervlak voor deze detailhandelsactiviteit worden aangewend. 4 De activiteit vindt uitsluitend plaats in de aanwezige gebouwen. Nieuwbouw ten behoeve van deze functie is niet toegestaan. d

Inpandige statische opslag Ten dienste van het agrarisch bedrijf is inpandige statische opslag toegestaan als nevenactiviteit, tot een maximale vloeroppervlakte van 400 m2. Inpandige statische opslag is niet toegestaan in kassen.

e

Mestbewerking Mestbewerking binnen het bouwvlak van een veehouderij wordt als bij het agrarisch bedrijf behorende nevenactiviteit aangemerkt en is toegestaan mits uitsluitend ter plaatse geproduceerde mest wordt bewerkt.

f

Teeltondersteunende voorzieningen Voor teeltondersteunende voorzieningen gelden de volgende bepalingen: 1 permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" toegestaan; 2 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn zowel ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" als daar buiten toegestaan.

g

Behoud openheid Ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone - aanlegvergunning openheid'/ 'wetgevingzone aanlegvergunning openheid' aangeduide gronden is het beleid gericht op het behoud van de grootschalige openheid en het verkavelingspatroon.

h

Waterhuishoudkundige voorzieningen De gronden binnen een strook van 5 m aan weerszijden vanaf de insteek van de als Water bestemde watergangen zijn tevens bestemd voor waterhuishoudkundige voorzieningen.

i

Extensief recreatief medegebruik Het gehele gebied gelegen binnen deze bestemming mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals paden, banken, picknicktafels, vogel/wild-observatieposten, bewegwijzering e.d..

j

Bed & Breakfast Ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak” mag Bed & Breakfast worden uitgeoefend als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1 De Bed & Breakfast mag niet worden uitgeoefend als ter plaatse sprake is van een aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - veehouderij”; 2 De Bed & Breakfast mag uitsluitend worden uitgeoefend in de bedrijfswoning en/of (vrijstaande) bijgebouwen bij de bedrijfswoning;

23

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

3 De Bed & Breakfast mag bestaan uit maximaal 2 slaapkamers met elk maximaal 3 bedden; 4 Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; 5 Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; 6 De verzorging van de Bed & Breakfast wordt uitgeoefend door de particulier eigenaar tevens zijnde (één van) de bewoner(s).

3.2

Bouwregels

3.2.1

Algemeen Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming.

3.2.2

Bebouwing binnen bouwvlak Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" mogen uitsluitend worden opgericht: a agrarische bedrijfsgebouwen; met dien verstande dat: 1 voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van veehouderijen tevens de volgende bepalingen gelden: · voor veehouderijen buiten de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' en voor grondgebonden veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' mag de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven niet meer bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de dierenverblijven die: - op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel - gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. · voor niet-grondgebonden veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' mag de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen niet meer bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen die: - op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel - gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning.

er is sprake van een grondgebonden veehouderij indien wordt voldaan aan de criteria voor grondgebondenheid zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. b teeltondersteunende kassen met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuurnetwerk Brabant' en ter plaatse van de aanduiding 'overige zone groenblauwe mantel' het bouwen van nieuwe teeltondersteunende kassen en de uitbreiding van bestaande teeltondersteunende kassen niet is toegestaan; c per agrarisch bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat: 1 ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden”, maximaal het aangegeven aantal bedrijfswoningen is toegestaan;

24

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

2 bedrijfswoningen uitsluitend mogen worden gebouwd ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf; de volwaardigheid dient te worden aangetoond door een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; d bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf.waarbij voor veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' tevens de volgende bepalingen gelden: 1 De gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde die: · op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel · gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. 2 Het bepaalde onder 1 is niet van toepassing op een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij; er is sprake van een grondgebonden veehouderij indien wordt voldaan aan de criteria voor grondgebondenheid zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. 3.2.3

Maatvoering en situering bebouwing binnen bouwvlak De maatvoering van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" is als volgt: BEDRIJFSGEBOUWEN PER BOUWVLAK

MIN.

MAX.

goothoogte

n.v.t.

6m

bouwhoogte

n.v.t.

12 m

afstand zijdelingse perceelsgrens

5m

TEELTONDERSTEUNENDE KASSEN

MIN.

MAX.

goothoogte

n.v.t.

8m

bouwhoogte

n.v.t.

10 m

oppervlakte teeltondersteunende kassen

n.v.t.

1000 m2

BEDRIJFSWONING

MIN.

MAX.

goothoogte bedrijfswoning, excl. aangebouwde bijgebouwen

n.v.t.

6m

bouwhoogte bedrijfswoning, excl. aangebouwde bijgebouwen

n.v.t.

10 m maximaal 750 m3 , (incl. aangebouwde bijgebouwen)

inhoud VRIJSTAANDE BIJGEBOUWEN, CARPORTS en/of OVERKAPPINGEN BIJ BEDRIJFSWONING

MIN.

MAX.

gezamenlijke oppervlakte per bedrijfswoning

n.v.t.

100 m2

goothoogte

n.v.t.

3,5 m

bouwhoogte

n.v.t.

6m

25

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE

MAX.

Inhoud mestopslagsilo's per bedrijf

2500 m3

Bouwhoogte erfafscheidingen

Voor voorgevelrooilijn: 1 m; Overige: 2 m

Bouwhoogte carport c.q overkappingen

3,5 m

Oppervlakte carport c.q. overkappingen

20 m2

Bouwhoogte overige bouwwerken

15 m

Sleufsilo's mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden gesitueerd

3.2.4

Herbouw Aanvullend gelden voor herbouw van een bestaande (bedrijfs)woning de volgende voorwaarden: a de voorgevel van de te herbouwen (bedrijfs)woning wordt geplaatst in de voorgevelrooilijn van de aanwezige (bedrijfs)woning; b de bebouwingstypologie (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen (bedrijfs)woning wijkt niet af van de bouwwijze van de aanwezige (bedrijfs)woning; c er moet, voordat een omgevingsvergunning verleend kan worden, sprake zijn van zowel een planologische (omgevingsvergunning of melding voor het slopen) als financiële (sloop- en uitvoeringsovereenkomst) zekerheidsstelling omtrent de sloop van de reeds aanwezige (bedrijfs)woning; d herbouw van gesplitste cultuurhistorisch waardevolle panden / boerderijen is niet toegestaan; e de gebruiksmogelijkheden van omliggende bestemmingen en percelen mogen niet onevenredig worden beperkt en het gebruik van de (bedrijfs)woning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving.

3.2.5

(Maatvoering) bebouwing buiten bouwvlak Voor het oprichten van bouwwerken buiten de aanduiding "bouwvlak" geldt het volgende: a Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch grondgebruik worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 2 m, met dien verstande dat: 1 de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen maximaal 1,5 m mag bedragen; 2 het oprichten van sleufsilo's niet is toegestaan; 3 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn toegestaan, met een maximale bouwhoogte van 3,5 m, (indien en voor zover er sprake is van een bouwwerk); 4 permanente teeltondersteunende voorzieningen alsmede teeltondersteunende kassen zijn niet toegestaan. b Ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik is voorts uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals banken, picknicktafels e.d. met een maximale bouwhoogte van 2 m. c Paardenbakken buiten de aanduiding "bouwvlak", zijn niet toegestaan. d Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - schuilhut" is een schuilhut toegestaan, met dien verstande dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte en bebouwd oppervlak als maximum geldt. e Ter plaatse van de aanduiding 'zend-/ontvangstinstallatie' is een zendmast toegestaan, met een maximale bouwhoogte van 40m.

26

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1

Omgevingsvergunning minicampings

gemeente Son en Breugel

Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels ten behoeve van het toestaan van minicampings en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a een minicamping en bijbehorende voorzieningen is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuurnetwerk Brabant'; b kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan: 1 ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; en/of 2 binnen een afstand van maximaal 100 m van de aanduiding 'bouwvlak', gerekend vanaf de achtergrens van dit bouwvlak; en/of 3 binnen een afstand van 100 m van het eigen bestemmingsvlak 'Wonen of 'Bedrijf; c kampeermiddelen dienen op minimaal 25 meter afstand van gebouwen en percelen van derden te worden geplaatst.

d slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans); e er zijn maximaal 25 kampeerplaatsen per minicamping toegestaan; f gebouwde voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen zoals sanitaire voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak", met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 50 m2 en een maximale bouwhoogte van 5,5 m; g de sanitaire voorzieningen worden, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is, gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing, of anders aansluitend aan de bestaande bebouwing; h er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; i het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; j de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; k er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; l het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; m het is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone

landbouwontwikkelingsgebied"; n het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden. 3.3.2

Omgevingsvergunning hogere erfafscheiding Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.5 onder a teneinde voor erf- en perceelsafscheidingen buiten de aanduiding "bouwvlak" een grotere bouwhoogte toe te staan tot maximaal 2 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de grotere bouwhoogte is noodzakelijk om dieren binnen de wei te houden;

27

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

gemeente Son en Breugel

b de erf- en perceelsafscheidingen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van afrasteringen; c het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden. 3.3.3

Omgevingsvergunning paardenbak t.b.v. hobbymatig gebruik Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.5 onder c teneinde ten behoeve van hobbymatig gebruik binnen deze bestemming of de bestemming Wonen paardenbakken toe te staan buiten de aanduiding "bouwvlak", mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de paardenbak kan redelijkerwijs niet worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" of binnen het bestemmingsvlak Wonen; b de paardenbak wordt aansluitend aan de aanduiding "bouwvlak" of het bestemmingsvlak Wonen gesitueerd; c de paardenbak dient landschappelijk te worden ingepast; d schuurtjes, lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken zijn niet toegestaan; e de oppervlakte van de paardenbak bedraagt maximaal 800 m2; f er is maximaal één paardenbak per bouwvlak dan wel ten behoeve van het bestemmingsvlak Wonen toegestaan en uitsluitend bij het eigen bouwvlak respectievelijk de eigen woning; g het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; h er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; hieromtrent wordt advies ingewonnen bij het waterschap; i het leidt niet tot een onevenredige

aantasting van de in 3.1 omschreven waarden.

3.3.4

Omgevingsvergunning m.b.t. herbouw Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.4 onder a teneinde de voorgevel te kunnen plaatsen buiten de (voormalige) voorgevelrooilijn, mits in aanvulling op de voorwaarden in 3.2.4 aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b er moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder; c door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe moet een beplantingsplan worden overlegd.

3.3.5

Omgevingsvergunning hogere goothoogte Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.3, teneinde een goothoogte toe te staan van maximaal 7 m, mits aantoonbaar is dat de hogere goothoogte noodzakelijk is in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering dan wel voortvloeit uit de milieuwetgeving. De hogere goothoogte mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden.

28

Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017

3.3.6

gemeente Son en Breugel

Omgevingsvergunning bouw dierenverblijven Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.2 onder a voor het bouwen of vergroten van een dierenverblijf voor veehouderijen waarbij de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven toeneemt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a Het vergroten van de oppervlakte dierenverblijf ten behoeve van het houden van geiten is niet toegestaan, tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is opgeheven. b Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. c De toename van de oppervlakte van dierenverblijven dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid, de effecten vanwege waterhuishouding en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving.

d Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert. e Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. Artikel 3.3.6 onder e is vernietigd als gevolg van de uitspraak van de de Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State op 19 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1053). f Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.

g Een toename van de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven voor een hokdierhouderij is uitsluitend toegestaan indien: 1 binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij geldt dat: - de bestaande dierenverblijven die zijn gesaneerd dienen te voldoen aan de criteria die in de provinciale Verordening ruimte zijn gesteld aan 'bestaande dierenverblijven', zoals die criteria gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; - het gebruik van de bestaande dierenverblijven als dierenverblijf juridisch en feitelijk dient te zijn beëindigd; 2 de oppervlakte van de sanering als bedoeld onder 1 tenminste 110% bedraagt van de oppervlakte aan dierenverblijf die wordt opgericht; 3 de sanering als bedoeld onder 1 plaatsvindt in directe samenhang met de bouw of vergroting van een dierenverblijf en voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 4 door of namens Gedeputeerde Staten is getoetst of aan de voorwaarden onder 1 tot en met 3 is voldaan en het door of namens Gedeputeerde Staten afgegeven bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan wordt overgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10584655/1