6. planregels herstel bp Buitengebied; Herziening 2017 nav RvS
Tekst van het document
waarbij voor veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' tevens de volgende bepalingen gelden: 1 De gezamenlijke oppervlakte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde binnen het bouwvlak mag niet meer bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde die: · op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel · gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. 2 Het bepaalde onder 1 is niet van toepassing op een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij; er is sprake van een grondgebonden veehouderij indien wordt voldaan aan de criteria voor grondgebondenheid zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte
50
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. 4.2.3
Maatvoering en situering bebouwing binnen bouwvlak De maatvoering van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" is als volgt:
BEDRIJFSGEBOUWEN PER BOUWVLAK
MIN.
MAX.
goothoogte
n.v.t.
6m
bouwhoogte
n.v.t.
12 m
afstand zijdelingse perceelsgrens
5m
BEDRIJFSWONING
MIN.
MAX.
goothoogte bedrijfswoning, excl. aangebouwde bijgebouwen
n.v.t.
6m
n.v.t.
10 m
bouwhoogte bedrijfswoning, excl. aangebouwde bijgebouwen
maximaal 750 m3 , (incl. aangebouwde bijgebouwen)
inhoud VRIJSTAANDE BIJGEBOUWEN, CARPORTS en/of OVERKAPPINGEN BIJ BEDRIJFSWONING
MIN.
MAX.
gezamenlijke oppervlakte per bedrijfswoning
n.v.t.
100 m2
goothoogte
n.v.t.
3,5 m
bouwhoogte
n.v.t.
6m
BOUWWERKEN, GEEN GEBOUWEN ZIJNDE
MAX.
Inhoud mestopslagsilo's per bedrijf
2500 m3
Bouwhoogte erfafscheidingen
Voor voorgevelrooilijn: 1 m; Overige: 2 m
Bouwhoogte carport c.q overkappingen
3,5 m
Oppervlakte carport c.q. overkappingen
20 m2
Bouwhoogte overige bouwwerken
15 m
Sleufsilo's mogen niet voor de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning worden gesitueerd
4.2.4
Herbouw Aanvullend gelden voor herbouw van een bestaande (bedrijfs)woning de volgende voorwaarden: a de voorgevel van de te herbouwen (bedrijfs)woning wordt geplaatst in de voorgevelrooilijn van de aanwezige (bedrijfs)woning; b de bebouwingstypologie (d.w.z. vrijstaand, halfvrijstaand of aaneengebouwd) van de te herbouwen (bedrijfs)woning wijkt niet af van de bouwwijze van de aanwezige (bedrijfs)woning; c er moet, voordat een omgevingsvergunning verleend kan worden, sprake zijn van zowel een planologische (omgevingsvergunning of melding voor het slopen) als financiële (sloop- en uitvoeringsovereenkomst) zekerheidsstelling omtrent de sloop van de reeds aanwezige (bedrijfs)woning;
51
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
d herbouw van gesplitste cultuurhistorisch waardevolle panden / boerderijen is niet toegestaan; e de gebruiksmogelijkheden van omliggende bestemmingen en percelen mogen niet onevenredig worden beperkt en het gebruik van de (bedrijfs)woning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving. 4.2.5
(Maatvoering) bebouwing buiten bouwvlak Voor het oprichten van bouwwerken buiten de aanduiding "bouwvlak" geldt het volgende: a Op de gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch grondgebruik worden opgericht met een maximale bouwhoogte van 2 m, met dien verstande dat: b de bouwhoogte van erf- en perceelsafscheidingen maximaal 1,5 m mag bedragen; c het oprichten van sleufsilo's niet is toegestaan; d nieuwe teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan. e Ten behoeve van het extensief recreatief medegebruik is voorts uitsluitend het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, toegestaan zoals banken, picknicktafels e.d. met een maximale bouwhoogte van 2 m. f Paardenbakken buiten de aanduiding "bouwvlak", zijn niet toegestaan. g Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - schuilhut" is een schuilhut toegestaan, met dien verstande dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte en bebouwd oppervlak als maximum geldt.
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Omgevingsvergunning minicampings Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de bouwregels ten behoeve van het toestaan van minicampings en de daarvoor noodzakelijke voorzieningen, zoals sanitaire voorzieningen, waarbij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a een minicamping en bijbehorende voorzieningen is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuurnetwerk Brabant'; b kampeermiddelen zijn uitsluitend toegestaan: 1 ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; en/of 2 binnen een afstand van maximaal 100 m van de aanduiding 'bouwvlak', gerekend vanaf de achtergrens van dit bouwvlak; en/of 3 binnen een afstand van 100 m van het eigen bestemmingsvlak 'Wonen of 'Bedrijf; c kampeermiddelen dienen op minimaal 25 meter afstand van gebouwen en percelen van derden te worden geplaatst; d slechts kampeermiddelen zijn toegestaan met een niet-permanent karakter (tenten, tentwagens, kampeerauto's, campers en toercaravans); e er zijn maximaal 25 kampeerplaatsen per minicamping toegestaan; f gebouwde voorzieningen ten behoeve van kleinschalig kamperen zoals sanitaire voorzieningen, zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak", met een maximale gezamenlijke oppervlakte van 50 m2 en een maximale bouwhoogte van 5,5 m; g de sanitaire voorzieningen worden, voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is,
gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing, of anders aansluitend aan de bestaande bebouwing;
52
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
h er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; i het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; j de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; k er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; l het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; m het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven waarden. 4.3.2
Omgevingsvergunning teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.5 onder a3, teneinde teeltondersteunende voorzieningen buiten het bouwvlak toe te kunnen staan, mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a er zijn uitsluitend tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen toegestaan; b de hoogte van de teeltondersteunende voorzieningen mag niet meer bedragen dan 3,5 m; c het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de waarden als omschreven in 4.1.
4.3.3
Omgevingsvergunning hogere erfafscheidingen Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.5 onder a teneinde voor erf- en perceelsafscheidingen buiten de aanduiding "bouwvlak" een grotere bouwhoogte toe te staan tot maximaal 2 m, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de grotere bouwhoogte is noodzakelijk om dieren binnen de wei te houden; b de erf- en perceelsafscheidingen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van afrasteringen; c het leidt niet tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven waarden.
4.3.4
Omgevingsvergunning met betrekking tot het vergroten inhoud van de woning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3 ten aanzien van de maximaal toegestane inhoud van een (bedrijfs)woning, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a er is sprake van een cultuurhistorisch waardevol object, zoals opgenomen in de verbeelding met de aanduiding 'cultuurhistorische waarde'; b de bestaande bouwmassa van het cultuurhistorisch waardevol object mag niet worden vergroot, waarbij de bouwmassa wordt gebaseerd op de oorspronkelijke bouwmassa, inclusief inpandige bijgebouwen en/of stallen; c de afwijking is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het behoud en herstel van de (aanwezige) cultuurhistorische waarden; d er moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder; e de gebruiksmogelijkheden van omliggende bestemmingen en percelen mogen niet onevenredig worden beperkt en het gebruik van de (bedrijfs)woning mag niet leiden tot
53
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; g er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe moet een beplantingsplan worden overlegd. 4.3.5
Omgevingsvergunning paardenbak t.b.v. hobbymatig gebruik Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.5 onder c teneinde ten behoeve van hobbymatig gebruik binnen deze bestemming of de bestemming Wonen paardenbakken toe te staan buiten de aanduiding "bouwvlak", mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de paardenbak kan redelijkerwijs niet worden gesitueerd ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" of binnen het bestemmingsvlak Wonen; b de paardenbak wordt aansluitend aan de aanduiding "bouwvlak" of het bestemmingsvlak Wonen gesitueerd; c de paardenbak dient landschappelijk te worden ingepast; d schuurtjes, lichtmasten en andere aan de paardenbak verwante bouwwerken zijn niet toegestaan; e de oppervlakte van de paardenbak bedraagt maximaal 800 m2; f er is maximaal één paardenbak per bouwvlak dan wel ten behoeve van het bestemmingsvlak Wonen toegestaan en uitsluitend bij het eigen bouwvlak respectievelijk de eigen woning; g het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; h er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; hieromtrent wordt advies ingewonnen bij het waterschap; i het leidt niet tot een onevenredige
aantasting van de in 4.1 omschreven waarden.
4.3.6
Omgevingsvergunning m.b.t. herbouw Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.4 onder a. teneinde de voorgevel te kunnen plaatsen buiten de (voormalige) voorgevelrooilijn, mits in aanvulling op de voorwaarden in 4.2.4 aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nieuwe situering van de woning is stedenbouwkundig, verkeerskundig en milieukundig aanvaardbaar; b er moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder; c door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; d er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe moet een beplantingsplan worden overlegd.
4.3.7
Omgevingsvergunning hogere goothoogte Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.3, teneinde een goothoogte toe te staan van maximaal 7 m, mits aantoonbaar is dat de hogere goothoogte noodzakelijk is in het kader van een doelmatige bedrijfsvoering dan wel voortvloeit uit de milieuwetgeving. De hogere goothoogte mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven waarden. 54
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
4.3.8
gemeente Son en Breugel
Omgevingsvergunning bouw dierenverblijven Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.2.2 onder a voor het bouwen of vergroten van een dierenverblijf voor veehouderijen waarbij de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven toeneemt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a Het vergroten van de oppervlakte dierenverblijf ten behoeve van het houden van geiten is niet toegestaan. b Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. c De toename van de oppervlakte van dierenverblijven dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid, de effecten vanwege waterhuishouding en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving.
d Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert. e Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. Artikel 4.3.8 onder e is vernietigd als gevolg van de uitspraak van de de Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State op 19 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1053). f Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.
g Een toename van de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven voor een hokdierhouderij is uitsluitend toegestaan indien: 1 binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij geldt dat: - de bestaande dierenverblijven die zijn gesaneerd dienen te voldoen aan de criteria die in de provinciale Verordening ruimte zijn gesteld aan 'bestaande dierenverblijven', zoals die criteria gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; - het gebruik van de bestaande dierenverblijven als dierenverblijf juridisch en feitelijk dient te zijn beëindigd; 2 de oppervlakte van de sanering als bedoeld onder 1 tenminste 110% bedraagt van de oppervlakte aan dierenverblijf die wordt opgericht; 3 de sanering als bedoeld onder 1 plaatsvindt in directe samenhang met de bouw of vergroting van een dierenverblijf en voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 4 door of namens Gedeputeerde Staten is getoetst of aan de voorwaarden onder 1 tot en met 3 is voldaan en het door of namens Gedeputeerde Staten afgegeven bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan wordt overgelegd.
55
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Gebruik overeenkomstig de bestemming
gemeente Son en Breugel
In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wabo wordt onder gebruik in overeenstemming met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en/of opstallen voor mestbewerking van op het eigen bedrijf geproduceerde mest. 4.4.2
Strijdig gebruik In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wabo wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en/of opstallen voor: a het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak"; b het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het agrarisch bedrijf dan wel uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf; c detailhandel, behoudens het bepaalde in 4.1.2 onder c; d buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten; e vrijstaande bijgebouwen en/ of aangebouwde bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; f woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen; g het bewonen van bedrijfsruimte; h het gebruik van assimilatiebelichting in teeltondersteunende kassen; i het afgraven, verlagen, egaliseren of ophogen van de bodem ter plaatse van de aanduiding "wro-zone - aanlegvergunning aardkundig waardevol" / 'wetgevingzone aanlegvergunning aardkundig waardevol' .
4.4.3
Veehouderijen Voor veehouderijen gelden de volgende gebruiksregels: a De vestiging van en de omschakeling naar een geitenhouderij is niet toegestaan, tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is opgeheven. b Binnen gebouwen mogen dieren - al dan niet in hokken - alleen op de grond worden gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen, waar ten hoogste twee bouwlagen mogen worden gebruikt. c Een gebruikswijziging van gebouwen, gericht op het in gebruik nemen van deze gebouwen als dierenverblijf voor veehouderijen, is niet toegestaan indien daardoor de de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven meer bedraagt dan de gezamenlijke oppervlakte van de dierenverblijven: 1 die op het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of legaal in uitvoering zijn; 2 die gebouwd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. d Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot een veehouderij waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan. Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als
56
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
gevolg van de stikstofemissie van een veehouderij op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: 1 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot dat agrarisch bedrijf; dan wel 2 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen' ; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'onherroepelijke omgevingsvergunningen'; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'geregistreerde meldingen'.
e Indien gebruik wordt gemaakt van een afwijkingsmogelijkheid zoals bedoeld in lid 4.3.8 of 4.5.8 is het bepaalde onder d onverkort van toepassing op het gebruik na afwijking.
4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Omgevingsvergunning agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1.2 onder b juncto 4.2.2 teneinde een vorm van agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; b de vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 250 m2; c de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 500 m2 bedragen; d het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; f het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; g detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet
toegestaan; h de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte;
57
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
j
4.5.2
gemeente Son en Breugel
het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven waarden.
Omgevingsvergunning mestverwerking als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken als bedoeld in 4.4.2 onder j juncto 4.2.2 teneinde als nevenactiviteit vergisting van mest en/of andere organische restprodukten en energiegewassen in biovergistingsinstallaties toe te staan en/of bewerking van mest van derden of verwerking van mest zonder vergisting, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvlak; b bewerking van mest van derden en verwerking van mest en/of andere genoemde producten is toegestaan tot maximaal 25.000 ton op jaarbasis; c verwerking van mest en/of andere genoemde producten van derden is toegestaan; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; d detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; e de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; f er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; g het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; h het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven waarden.
4.5.3
Omgevingsvergunning pensionstalling Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1.2 onder b , teneinde - bedrijfsmatige - nevenactiviteiten in de vorm van pensionstalling van paarden toe te staan bij een agrarisch bedrijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; b de vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 100 m2; c de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 500 m2 bedragen; d het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; f het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; g de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; h er dient op eigen terrein te worden voorzien in de
parkeerbehoefte; i het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven waarden.
58
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
4.5.4
gemeente Son en Breugel
Omgevingsvergunning zorgverlenende nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1.2 onder b, teneinde - bedrijfsmatige - nevenactiviteiten in de vorm van zorgverlening op sociaal, fysiek of psychisch vlak toe te staan bij en gericht op het agrarisch bedrijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b de nevenactiviteit kan uitsluitend worden toegestaan, indien er sprake is van een directe relatie tussen de zorgfunctie en het agrarisch bedrijf; c indien er nieuwe gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de nevenfunctie, dan kan advies worden ingewonnen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; d de vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 250 m2; e de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 500 m2 bedragen; f het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; h het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig
aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; i de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; j er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; k het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven waarden.
4.5.5
Omgevingsvergunning recreatieve nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1.2 onder b, teneinde als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf extensieve vormen van dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, theehuis, ambachtelijke ijs- of kaasmakerij, verhuur van fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen en exposities, bed & breakfastvoorzieningen in een grotere omvang e.d., toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit vindt plaats naast en ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering en dient bedrijfsmatig te worden geëxploiteerd; b de nevenactiviteit is kleinschalig en bezoekers extensief; c verblijfsrecreatieve activiteiten zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van vakantieappartementen, kamerverhuur, bed & breakfast e.d.; kampeermiddelen en stacaravans zijn niet toegestaan; d er mogen per bedrijf maximaal 5 vakantieappartementen worden toegestaan, met dien verstande dat de appartementen binnen de bestaande bebouwing zijn opgenomen, nieuwbouw is niet toegestaan; e maneges zijn niet toegestaan; f de nevenactiviteit dient plaats te vinden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; de nevenactiviteit is daarnaast toegestaan in cultuurhistorisch waardevolle vrijstaande bijgebouwen;
59
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
g bed & breakfast is toegestaan met een maximum van 10 (éénpersoons)bedden per agrarisch bedrijf waarbij tevens de voorwaarden zoals genoemd in artikel 4.1.2 onder m van toepassing zijn; h de vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 500 m2; i ondergeschikte en ondersteunende horeca, met een inpandige oppervlakte van maximaal 30 m2 en een buitenpandige oppervlakte van maximaal 70 m2; j de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; k er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; l het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; m er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; n het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; ten behoeve van de nevenactiviteit is ondersteunende horeca toegestaan, zoals de verkoop van ijs, thee e.d.; o detailhandel is uitsluitend toegestaan in ondergeschikte, aan de nevenactiviteit gerelateerde vorm; p het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de
in 4.1 omschreven waarden; q vooraf kan door de gemeente advies worden ingewonnen bij de commissie Recreatie en Toerisme. 4.5.6
Omgevingsvergunning inpandige statische opslag als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.1.2 onder d teneinde een grotere vloeroppervlakte ten behoeve van inpandige statische opslag toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; b de opslag mag niet plaatsvinden in kassen; c de vloeroppervlakte van de bebouwing, die wordt aangewend voor de nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 1000 m2; d detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; e de milieubelasting mag niet toenemen; f de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; g het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; h het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; i er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; j het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden
van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt;
60
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
k het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 4.1 omschreven waarden. 4.5.7
Omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.2 onder g ten behoeve van tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de huisvesting vindt plaats in een bestaand bedrijfsgebouw of een gedeelte daarvan; b deze omgevingsvergunning wordt voor maximaal 5 jaar verleend; c de tijdelijke huisvesting is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; d de huisvesting betreft uitsluitend medewerkers, die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; e de huisvesting duurt niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar; f de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; g het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; h het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; i er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan
te worden overlegd; j er dient op eigen erf of terrein in de parkeerbehoefte te worden voorzien.
4.5.8
Omgevingsvergunning gebruik dierenverblijven Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 4.4.3 onder c voor het in gebruik nemen van gebouwen als dierenverblijf voor veehouderijen waarbij de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven toeneemt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a Het in gebruik nemen van dierenverblijven voor het houden van geiten is niet toegestaan, tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is opgeheven. b Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' een gebruikswijziging uitsluitend is toegestaan voor een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij; er is sprake van een grondgebonden veehouderij indien wordt voldaan aan de criteria voor grondgebondenheid zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. c Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij.
Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. d De toename van de oppervlakte van dierenverblijven dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid, de effecten vanwege waterhuishouding en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving.
61
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
e Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert. f Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. Artikel 4.5.8 onder f is vernietigd als gevolg van de uitspraak van de de Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State op 19 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1053). g Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief.
h Een toename van de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven voor een hokdierhouderij is uitsluitend toegestaan indien: 1 binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij geldt dat: - de bestaande dierenverblijven die zijn gesaneerd dienen te voldoen aan de criteria die in de provinciale Verordening ruimte zijn gesteld aan 'bestaande dierenverblijven', zoals die criteria gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; - het gebruik van de bestaande dierenverblijven als dierenverblijf juridisch en feitelijk dient te zijn beëindigd; 2 de oppervlakte van de sanering als bedoeld onder 1 tenminste 110% bedraagt van de oppervlakte aan dierenverblijf die in gebruik wordt genomen; 3 de sanering als bedoeld onder 1 plaatsvindt in directe samenhang met de ingebruikname van een dierenverblijf en voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 4 door of namens Gedeputeerde Staten is getoetst of aan de voorwaarden onder 1 tot en met 3 is voldaan en het door of namens Gedeputeerde Staten afgegeven bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan wordt overgelegd.
4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanlegvergunning) 4.6.1
Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 4.6.4. opgenomen omgevingsvergunningplichtige werken en werkzaamheden uit te voeren.
4.6.2
Uitzonderingen vergunningenplicht Het onder 4.6.1. vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: 1 welke plaatshebben ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak"; 2 waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan aanlegvergunning dan wel omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend;
62
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
3 welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; 4 welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer. 4.6.3
Toetsing aan aanwezige waarden De in 4.6.1. bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 4.1.1, nader gedetailleerd in 4.1.2. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 4.6.4. de toetsingscriteria weergegeven.
4.6.4
Schema omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden
Omgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden
het aanbrengen van (infrastructurele) ondergrondse leidingen;
het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 200 m2;
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden het aanbrengen van de leidingen mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de agrarische belangen; er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke en natuurwaarden; het aanbrengen van verhardingen dient noodzakelijk te zijn in het kader van de agrarische bedrijfsvoering dan wel het recreatief medegebruik; · ·
het vellen of rooien van houtgewas;
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden - kwetsbare soorten" het dempen van poelen, sloten en greppels; het diepwoelen, diepploegen, afgraven, ophogen of egaliseren van de grond;
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke en natuurwaarden; de waterhuishoudkundige situatie mag niet onevenredig worden aangetast.
er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de landschappelijke en natuurwaarden;
de activiteiten zijn noodzakelijk voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering; · er mag geen onherstelbare schade plaatsvinden aan ecologische waarden ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden kwetsbare soorten ";
de activiteiten zijn noodzakelijk voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of de ontwikkeling uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke van het agrarisch bedrijf; vorm van agrarisch met waarden- struweelvogels ": · er mag geen onherstelbare schade plaatsvinden van beplanten van gronden met hoogopgaande beplanting het foerageergebied van de struweelvogels ter en boomteelt; plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden - struweelvogels"; het aanbrengen van lage en hoge (voor zover het geen bouwwerken betreft) tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen;
de activiteiten zijn noodzakelijk voor een doelmatige agrarische bedrijfsvoering en/of de ontwikkeling van het agrarisch bedrijf; · rekening moet worden gehouden met de landschappelijke en natuurwaarden als bepaald in 4.1;
63
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "wro-zone aanlegvergunning hoge akkers "/ 'wetgevingzone · aanlegvergunning openheid' het afgraven, ophogen en egaliseren dan wel het diepploegen en diepwoelen van de bodem.
gemeente Son en Breugel
er mag geen blijvende aantasting plaatsvinden van de cultuurhistorische waarde van de akkers.
4.7
Wijzigingsbevoegdheid
4.7.1
Wijziging t.b.v. omschakeling naar intensieve veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen teneinde omschakeling toe te staan van een agrarische bedrijfsvorm, niet zijnde een intensieve veehouderij, naar een intensieve veehouderij niet zijnde pelsdierhouderij, door middel van het aanduiden van de gronden ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" met de aanduiding “intensieve veehouderij” respectievelijk de aanduiding "gemengd" mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a omschakeling is uitsluitend mogelijk ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - verwevingsgebied"; b ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - verwevingsgebied" dient aangetoond te worden dat het een duurzame locatie voor de intensieve veehouderij betreft conform de provinciale handleiding duurzame locaties en duurzame projectlocaties voor de intensieve veehouderij; c het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; d het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden
beperkt; f er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd waarin aangetoond wordt, dat tenminste 10% van het bouwvlak wordt aangewend voor goede landschappelijke inpassing; g er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming.
4.7.2
Wijziging t.b.v. omschakeling naar paardenhouderij Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen teneinde omschakeling toe te staan van een agrarische bedrijfsvorm, niet zijnde een paardenhouderij, naar een paardenhouderij, door middel van het aanduiden van de gronden ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" met de aanduiding “paardenhouderij” mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a op de locatie heeft geen sloop van bedrijfsgebouwen plaatsgevonden met gebruikmaking van de “Regeling Beëindiging Veehouderijtakken” of de regeling “Ruimte-voor-ruimte”; b ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' geldt dat omschakeling naar een paardenhouderij enkel is toegestaan indien: 1 deze omschakeling bijdraagt aan een afname van de uitstoot van milieubelastende stoffen;
64
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
c
d e f g h
i
j
4.7.3
gemeente Son en Breugel
2 deze omschakeling een positieve bijdrage levert aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. de omvang van de aanduiding "bouwvlak" mag niet meer bedragen dan 1,5 ha , indien dit noodzakelijk blijkt voor de bedrijfsvoering mogen bouwvlakken worden vergroot naar maximaal deze maat; de rijhal mag niet groter zijn de 1000 m2; paardenbakken mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" worden opgericht; er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; bebouwing die niet noodzakelijk is voor de nieuwe bestemming (overtollige bebouwing) dient te worden gesloopt, tenzij het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is; het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd.
Wijziging t.b.v. vergroting./vormverandering agrarisch bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van de aanduiding "bouwvlak", mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a vergroting is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij'; b ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' geldt dat vergroting/ vormverandering enkel is toegestaan indien deze omschakeling een positieve bijdrage levert aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken; c de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de op te nemen aanduiding "bouwvlak"; d voor (vollegronds) teeltbedrijven en paardenhouderijen, is vergroting tot een omvang van 1,5 ha toegestaan; e voor intensieve veehouderij gelden de volgende bepalingen: 1 ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - verwevingsgebied" is een uitbreiding toegestaan tot 1,5 ha toegestaan; 2 ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - extensiveringsgebied natuur" of "reconstructiewetzone - extensiveringsgebied
overige" zijn vormverandering en/of vergroting van het bouwvlak ten behoeve van de intensieve veehouderij niet toegestaan; f het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; g het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving;
65
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
h er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; bij verruiming wordt hieromtrent advies ingewonnen bij het waterschap; i er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; bij vergroting van de aanduiding "bouwvlak" wordt hieromtrent advies ingewonnen bij het waterschap; j er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; indien sprake is van uitbreiding of vormverandering van een intensieve veehouderij, dient in het beplantingsplan te worden aangetoond, dat tenminste 10% van het bouwvlak wordt aangewend voor goede landschappelijke inpassing; k er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; l de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag. 4.7.4
Wijziging naar wonen/ t.b.v. woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden met de aanduiding “bouwvlak" wijzigen in de bestemming Wonen, waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij voor wonen kan worden toegestaan; tevens kan daarbij woningsplitsing worden toegestaan. Een en ander mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk; b de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (beiden inclusief de inpandige stal / het inpandig deel) mag niet worden vergroot; c de agrarische verschijningsvorm van de voormalige boerderij mag niet worden aangetast; d de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; e woningsplitsing is uitsluitend toegestaan voor het behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle panden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarde'; f bij woningsplitsing mag in maximaal 2 woningen worden gesplitst; de minimale inhoud van de beide gesplitste woningen dient 350 m3 te bedragen; g de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 m2 per woning; indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, kan een bebouwde oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 100 m2 vermeerderd met maximaal 25% van het meerdere
van de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfsgebouwen, tot een totaal maximum van 200 m2 per woning; hierbij dient in ieder geval het meerdere dan wat ingevolge deze regeling is toegestaan, te worden gesloopt; sloop van cultuurhistorisch waardevolle panden en monumentale panden is niet toegestaan; h uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; i voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; j er wordt voldaan aan de geurnormen krachtens de Wet geurhinder en veehouderij, dan wel krachtens een op deze wet gebaseerde verordening; k de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
66
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
l
het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; m het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; n er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; o de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag; p er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; q de regels van de bestemming Wonen worden van overeenkomstige toepassing verklaard. 4.7.5
Wijziging t.b.v. inpandige statische opslag Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" wijzigen in Wonen met een aanduiding ten behoeve van inpandige statische opslag, teneinde - naast het gebruik ten behoeve van de woonfunctie hergebruik van de bedrijfsbebouwing toe te kunnen staan voor inpandige statische opslag, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk; b voor de wijziging naar de woonfunctie gelden de voorwaarden als op genomen in 4.7.4 a t/m d; c het hergebruik voor inpandige statische opslag dient te passen in de omgeving; d op de locatie heeft geen sloop van bedrijfsgebouwen plaatsgevonden met gebruikmaking van de “Regeling Beëindiging Veehouderijtakken” of de regeling “Ruimte-voor-ruimte”; e voor de inpandige statische opslag is een vloeroppervlakte van maximaal 1000 m2 toegestaan; overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt, tenzij de gebouwen een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben; f de opslag mag niet plaatsvinden in kassen; g er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; h de opslag mag niet bestemd zijn voor handel dan wel voor een elders gevestigd (niet-)agrarisch bedrijf; i detailhandel is niet toegestaan; j de wijziging mag niet leiden tot extra
belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; k het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; l er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; m de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
67
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
n er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; o de regels van Wonen worden van overeenkomstige toepassing verklaard; zij het dat een aanduiding ten behoeve van inpandige opslag wordt toegevoegd met de bijbehorende voorwaarden. 4.7.6
Wijziging t.b.v. ruwvoeropslag Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de realisatie van voorzieningen voor ruwvoeropslag. Hiervoor mag het bouwvlak worden vergroot en de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - ruwvoeropslag" worden toegevoegd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a het bedrijf is vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate aangewezen op de opslag van ruwvoer en het is niet mogelijk de ruwvoeropslag binnen het bouwvlak te realiseren; b de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling; c uitsluitend ten behoeve van ruwvoeropslag mag het bouwvlak worden vergroot met een maximum van 5.000 m² waarbij de totale oppervlakte van het bouwvlak nooit meer bedraagt dan 2 ha; d de vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bouwvlak; e ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch – ruwvoeropslag" is het bouwen van gebouwen niet toegestaan; f het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; g het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; h er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de
waterhuishoudkundige situatie; hieromtrent wordt advies ingewonnen bij het waterschap; i er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; j er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming.
68
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
Artikel 5
gemeente Son en Breugel
Agrarisch met waarden - 2
5.1
Bestemmingsomschrijving
5.1.1
Algemeen De voor Agrarisch met waarden - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a agrarisch gebruik; b nevenactiviteiten; (voor zover via omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwen/of gebruiksregels kan worden toegestaan); c behoud, herstel en ontwikkeling van natuurwaarden; d behoud en bescherming van aardkundige waarden; e behoud, herstel en ontwikkeling van cultuurhistorische en landschappelijke waarden; f water en waterhuishoudkundige voorzieningen; g extensief recreatief medegebruik; h recreatieve voorzieningen in de vorm van bed & breakfast; i doeleinden van openbaar nut; j erfbeplanting; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen en sloten, en overeenkomstig de in 5.1.2 opgenomen nadere detaillering van de bestemming.
5.1.2
Nadere detaillering van de bestemming In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 5.1.1:
a
Agrarisch bouwvlak Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" gelden de volgende bepalingen: 1 Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak” zijn agrarische bedrijven toegestaan. 2 Indien blijkens de aanduiding "relatie" sprake is van een koppeling van twee aanduidingen "bouwvlak" dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van overeenkomstige toepassing.
b
Type agrarisch bedrijf en omschakeling Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" mag een grondgebonden agrarisch (vollegronds) teeltbedrijf worden uitgeoefend. Voorts is -al dan niet in combinatie met een grondgebonden (vollegronds) teeltbedrijf- het volgende type agrarisch bedrijf toegestaan overeenkomstig de aanduiding: · uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch veehouderij" een veehouderij, waarbij geldt dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "intensieve veehouderij" tevens een intensieve veehouderij; · uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "paardenhouderij" een paardenhouderij; · ter plaatse van de aanduiding "boomteelt" een boomteeltbedrijf.
c
Ondergeschikte detailhandel Voor ondergeschikte detailhandel gelden de volgende bepalingen: 1 Ten dienste van het agrarisch bedrijf is ondergeschikte detailhandel toegestaan als nevenactiviteit.
69
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
2 Het mag enkel gaan om detailhandel in streekgebonden producten en agrarisch gerelateerde producten. 3 Maximaal mag 100 m2 verkoopvloeroppervlak voor deze detailhandelsactiviteit worden aangewend. 4 De activiteit vindt uitsluitend plaats in de aanwezige gebouwen. Nieuwbouw ten behoeve van deze functie is niet toegestaan. d
Inpandige statische opslag Ten dienste van het agrarisch bedrijf is inpandige statische opslag toegestaan als nevenactiviteit, tot een maximale vloeroppervlakte van 400 m2. Inpandige statische opslag is niet toegestaan in kassen.
e
Mestbewerking Mestbewerking binnen het bouwvlak van een veehouderij wordt als bij het agrarisch bedrijf behorende nevenactiviteit aangemerkt en is toegestaan mits uitsluitend ter plaatse geproduceerde mest wordt bewerkt.
f
Natuurwaarden Het beleid is gericht op behoud en herstel van de aanwezige natuurwaarden.
g
Aardkundige waarden Het beleid richt zich op behoud en bescherming van aardkundige waarden. Dit houdt in dat ter plaatse van de 'wro zone- aanlegvergunning aardkundig waardevol”/ 'wetgevingzone - aanlegvergunning aardkundige waarden', de aan het gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het aanwezig zijn van bijzondere aardkundige verschijnselen zoals dalglooiingen, steilranden en bodemovergangen, dienen te worden beschermd.
h
Hoge akkers Het beleid richt zich op behoud en bescherming van de hoge akkers. Dit houdt in dat ter plaatse van de 'wro zone- aanlegvergunning hoge akkers”/ 'wetgevingzone aanlegvergunning hoge akkers', de aan het gebied toegekende waarden, gekenmerkt door hoogteligging en relief van de akkers, de verkaveling en ontsluiting en de openheid van de akkers, dienen te worden beschermd.
i
Waterhuisoudkundige voorzieningen De gronden binnen een strook van 5 m aan weerszijden van de bestemming Water zijn tevens bestemd voor waterhuishoudkundige voorzieningen.
j
Bergbezinkbassins De gronden die op de plankaart zijn aangeduid met 'specifieke vorm van agrarisch met waarden - bergbezinkbassins", zijn mede bestemd voor de aanleg en instandhouding van bergbezinkbassins en de daarbij behorende voorzieningen.
k
Extensief recreatief medebruik Het gehele gebied gelegen binnen deze bestemming mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals paden, banken, picknicktafels, vogel/wild-observatieposten, bewegwijzering e.d.
70
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
l
gemeente Son en Breugel
Bed & Breakfast Ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak” mag Bed & Breakfast worden uitgeoefend als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1 De Bed & Breakfast mag niet worden uitgeoefend als ter plaatse sprake is van een aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - veehouderij”; 2 De Bed & Breakfast mag uitsluitend worden uitgeoefend in de bedrijfswoning en/of (vrijstaande) bijgebouwen bij de bedrijfswoning; 3 De Bed & Breakfast mag bestaan uit maximaal 2 slaapkamers met elk maximaal 3 bedden; 4 Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; 5 Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; 6 De verzorging van de Bed & Breakfast wordt uitgeoefend door de particulier eigenaar tevens zijnde (één van) de bewoner(s).