6. planregels herstel bp Buitengebied; Herziening 2017 nav RvS
Tekst van het document
29
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
3.3.7
gemeente Son en Breugel
Omgevingsvergunning met betrekking tot het vergroten inhoud van de woning Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.2.4 ten aanzien van de maximaal toegestane inhoud van een (bedrijfs)woning, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a er is sprake van een cultuurhistorisch waardevol object, zoals opgenomen in de verbeelding met de aanduiding 'cultuurhistorische waarde'; b de bestaande bouwmassa van het cultuurhistorisch waardevol object mag niet worden vergroot, waarbij de bouwmassa wordt gebaseerd op de oorspronkelijke bouwmassa, inclusief inpandige bijgebouwen en/of stallen; c de afwijking is uitsluitend toegestaan ten behoeve van het behoud en herstel van de (aanwezige) cultuurhistorische waarden; d er moet voldaan worden aan de Wet geluidhinder; e de gebruiksmogelijkheden van omliggende bestemmingen en percelen mogen niet onevenredig worden beperkt en het gebruik van de (bedrijfs)woning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende (agrarische) bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f door de herbouw wordt het landelijke karakter van het gebied niet onevenredig aangetast; g er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe moet een beplantingsplan worden overlegd.
3.4
Specifieke gebruiksregels
3.4.1
Gebruik overeenkomstig de bestemming In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wabo wordt onder gebruik in overeenstemming met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en/of opstallen voor mestbewerking van op het eigen bedrijf geproduceerde mest.
3.4.2
Strijdig gebruik In aanvulling op het bepaalde van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wabo wordt onder gebruik strijdig met de bestemming in ieder geval begrepen gebruik van gronden en/of opstallen voor: a het opslaan, storten of bergen van materialen, producten en mest, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik en plaatsvindt ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak"; b het bedrijfsmatig vervaardigen, opslaan, verwerken of herstellen van goederen en het opslaan en be- of verwerken van producten, tenzij dit plaatsvindt ten behoeve van de agrarische productie binnen het agrarisch bedrijf dan wel uitsluitend betrekking heeft op agrarische producten van het eigen bedrijf; c detailhandel, behoudens het bepaalde in 3.1.2 onder c; d buitenopslag ten behoeve van nevenactiviteiten; e vrijstaande bijgebouwen en/ of aangebouwde bijgebouwen als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte; f woondoeleinden, met uitzondering van de toegestane bedrijfswoningen; g het bewonen van bedrijfsruimte.
30
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
3.4.3
gemeente Son en Breugel
Veehouderijen Voor veehouderijen gelden de volgende gebruiksregels: a De vestiging van en de omschakeling naar een geitenhouderij is niet toegestaan,
tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is opgeheven. b Binnen gebouwen mogen dieren - al dan niet in hokken - alleen op de grond worden gehouden, ongeacht voorzieningen voor dierenwelzijn, met uitzondering van volière- en scharrelstallen voor legkippen, waar ten hoogste twee bouwlagen mogen worden gebruikt. c Een gebruikswijziging van gebouwen, gericht op het in gebruik nemen van deze gebouwen als dierenverblijf voor veehouderijen, is niet toegestaan indien daardoor de de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven meer bedraagt dan de gezamenlijke oppervlakte van de dierenverblijven: 1 die op het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of legaal in uitvoering zijn; 2 die gebouwd mogen worden krachtens een voor het tijdstip van vaststelling van dit bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. d Het gebruik van gronden en bouwwerken behorend tot een veehouderij waarbij sprake is van een toename van stikstofdepositie (mol/ha/jaar) is niet toegestaan.
Er is sprake van een toename van stikstofdepositie wanneer de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) als gevolg van de stikstofemissie van een veehouderij op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied meer bedraagt dan: 1 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) ten gevolge van het ten tijde van de vaststelling van het plan aanwezige planologisch legale gebruik van de gronden en bouwwerken behorend tot dat agrarisch bedrijf; dan wel 2 de stikstofdepositie (mol/ha/jaar) die in overeenstemming is met: - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke vergunning als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid van de Wet natuurbescherming respectievelijk artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'onherroepelijke Nbw/Wnb-vergunningen' ; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan verleende en onherroepelijke omgevingsvergunning die is verleend met toepassing van artikel 6.10a van het Besluit omgevingsrecht respectievelijk hoofdstuk IX, titel 2 van de Natuurbeschermingswet 1998, zoals opgenomen in de bij deze regels behorende bijlage 'onherroepelijke omgevingsvergunningen'; dan wel - een ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan geregistreerde melding als bedoeld in artikel 2.7 van de Regeling natuurbescherming, zoals opgenomen in de bij deze regels
behorende bijlage 'geregistreerde meldingen'. e Indien gebruik wordt gemaakt van een afwijkingsmogelijkheid zoals bedoeld in lid 3.3.6 of 3.5.8 is het bepaalde onder d onverkort van toepassing op het gebruik na afwijking.
31
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
3.5
gemeente Son en Breugel
Afwijken van de gebruiksregels
3.5.1 Omgevingsvergunning agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1.2 onder b juncto 3.2.2 teneinde een vorm van agrarisch verwant bedrijf of agrarisch technisch hulpbedrijf als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; b de nevenactiviteit vindt niet plaats ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied"; c de vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 250 m2; d de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 500 m2 bedragen; e het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; g het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de
aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; h detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; i de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; j er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; k het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; l het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden. 3.5.2
Omgevingsvergunning mestverwerking als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken als bedoeld in 3.4.2 onder h jo. 3.2.2 teneinde als nevenactiviteit vergisting van mest en/of andere organische restprodukten en energiegewassen in biovergistingsinstallaties toe te staan en/of bewerking van mest van derden of verwerking van mest zonder vergisting, mits aan de volgende voorwaarden is voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen het bestaande bouwvlak; b bewerking van mest van derden en verwerking van mest en/of andere genoemde producten is toegestaan tot maximaal 25.000 ton op jaarbasis; c verwerking van mest en/of andere genoemde producten van derden is toegestaan; d het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; e detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; f de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie;
32
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
g er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; h het woon- en leefklimaat mag niet onevenredig worden aangetast; i het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden. 3.5.3
Omgevingsvergunning pensionstalling Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1.2 onder b jo. 3.2.2, teneinde – bedrijfsmatige nevenactiviteiten in de vorm van pensionstalling van paarden toe te staan bij een agrarisch bedrijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; b de nevenactiviteit vindt niet plaats ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied"; c de vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 100 m2; d de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 500 m2 bedragen; e het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; g het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; h de
verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; j het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden.
3.5.4
Omgevingsvergunning zorgverlenende nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1.2 onder b, teneinde – bedrijfsmatige - nevenactiviteiten in de vorm van zorgverlening op sociaal, fysiek of psychisch vlak toe te staan bij en gericht op het agrarisch bedrijf, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; b de nevenactiviteit kan uitsluitend worden toegestaan, indien er sprake is van een directe relatie tussen de zorgfunctie en het agrarisch bedrijf; c indien er nieuwe gebouwen worden gebouwd ten behoeve van de nevenfunctie, dan kan advies worden ingewonnen bij de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; d de nevenactiviteit vindt niet plaats ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied"; e de vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 250 m2; f de totale vloeroppervlakte van nevenactiviteiten bij het agrarisch bedrijf, exclusief inpandige statische opslag, mag maximaal 500 m2 bedragen;
33
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
g het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; h er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; i het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; j de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; k er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; l het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden. 3.5.5
Omgevingsvergunning recreatieve nevenactiviteiten Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1.2 onder b, teneinde als nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf extensieve vormen van dag- en verblijfsrecreatieve voorzieningen, zoals een kinderboerderij, theehuis, ambachtelijke ijs- of kaasmakerij, verhuur van fietsen/huifkarren, organiseren van rondleidingen en exposities, bed & breakfastvoorzieningen in een grotere omvang e.d., toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit vindt plaats naast en ter ondersteuning van de agrarische bedrijfsvoering en dient bedrijfsmatig te worden geëxploiteerd; b de nevenactiviteit vindt niet plaats ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied"; c de aanduiding "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied secundair"; de nevenactiviteit is kleinschalig en bezoekersextensief; d verblijfsrecreatieve activiteiten zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van vakantieappartementen, kamerverhuur, bed & breakfast e.d.; kampeermiddelen en stacaravans zijn niet toegestaan; e er mogen per bedrijf maximaal 5 vakantieappartementen worden toegestaan, met dien verstande dat de appartementen binnen de bestaande bebouwing zijn opgenomen, nieuwbouw is niet toegestaan; f maneges zijn niet toegestaan; g de
nevenactiviteit dient plaats te vinden ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak'; de nevenactiviteit is daarnaast toegestaan in cultuurhistorisch waardevolle vrijstaande bijgebouwen; h bed & breakfast is toegestaan met een maximum van 10 (éénpersoons)bedden per agrarisch bedrijf waarbij tevens de voorwaarden zoals genoemd in artikel 3.1.2 onder j van toepassing zijn; i de vloeroppervlakte, die wordt aangewend voor deze nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 500 m2; j ondergeschikte en ondersteunende horeca, met een inpandige oppervlakte van maximaal 30 m2 en een buitenpandige oppervlakte van maximaal 70 m2; k de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; l er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte;
34
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
m het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; n er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; o het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; p ten behoeve van de nevenactiviteit is ondersteunende horeca toegestaan, zoals de verkoop van ijs, thee e.d.; q detailhandel is uitsluitend toegestaan in ondergeschikte, aan de nevenactiviteit gerelateerde vorm; r het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden; s vooraf kan door de gemeente advies worden ingewonnen bij de commissie Recreatie en Toerisme. 3.5.6
Omgevingsvergunning inpandige statische opslag als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.1.2 onder d teneinde een grotere vloeroppervlakte ten behoeve van inpandige statische opslag toe te staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de nevenactiviteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de nevenactiviteit plaats; b de nevenactiviteit vindt niet plaats ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied"; c de opslag mag niet plaatsvinden in kassen; d de vloeroppervlakte van de bebouwing, die wordt aangewend voor de nevenactiviteit, mag niet meer bedragen dan 1000 m2; e detailhandel ten behoeve van deze nevenactiviteit is niet toegestaan; f de milieubelasting mag niet toenemen; g de verkeersaantrekkende werking van de nevenactiviteit dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; h het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; i het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; j er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; k het
woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; l het mag niet leiden tot een onevenredige aantasting van de in 3.1 omschreven waarden.
3.5.7
Omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.2 onder g ten behoeve van tijdelijke huisvesting van tijdelijke werknemers, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de huisvesting vindt plaats in een bestaand bedrijfsgebouw of een gedeelte daarvan;
35
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
b deze omgevingsvergunning wordt voor maximaal 5 jaar verleend; c de tijdelijke huisvesting is noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de opvang van de tijdelijke grote arbeidsbehoefte van dat bedrijf; d de huisvesting betreft uitsluitend medewerkers, die alleen binnen het bedrijf, waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; e de huisvesting duurt niet meer dan 6 maanden per kalenderjaar; f de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; g het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; h het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; i er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; j er dient op eigen erf of terrein in de parkeerbehoefte te worden voorzien. 3.5.8
Omgevingsvergunning gebruik dierenverblijven Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.4.3 onder c voor het in gebruik nemen van gebouwen als dierenverblijf voor veehouderijen waarbij de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven toeneemt, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a Het in gebruik nemen van dierenverblijven voor het houden van geiten is niet toegestaan, tenzij het verbod zoals opgenomen in de provinciale verordening is
opgeheven. b Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' een gebruikswijziging uitsluitend is toegestaan voor een veehouderij die wordt aangemerkt als grondgebonden veehouderij; er is sprake van een grondgebonden veehouderij indien wordt voldaan aan de criteria voor grondgebondenheid zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. c Er dienen maatregelen te worden getroffen en in stand te worden gehouden die invulling geven aan een zorgvuldige veehouderij. Er is sprake van een zorgvuldige veehouderij indien wordt voldaan aan de nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag. d De toename van de oppervlakte van dierenverblijven dient vanuit een goede leefomgeving en gelet op de omvang van de bebouwing, de effecten vanwege milieuaspecten, de effecten vanwege volksgezondheid, de effecten vanwege waterhuishouding en de afwikkeling van het verkeer inpasbaar te zijn in de omgeving.
e Er is aangetoond dat de kans op cumulatieve geurhinder (achtergrondbelasting) op geurgevoelige objecten, in de bebouwde kom niet hoger is dan 12% en in het buitengebied niet hoger is dan 20%, tenzij er - indien blijkt dat de achtergrondbelasting hoger is dan voornoemde percentages - maatregelen worden getroffen door de veehouderij die tot een daling leiden van de achtergrondbelasting, welke ten minste de eigen bijdrage aan de overschrijding van de achtergrondbelasting compenseert.
36
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
f
Er is aangetoond dat de achtergrondconcentratie, vermeerderd met de bijdrage van het initiatief, een jaargemiddelde fijnstofconcentratie (PM10) op gevoelige objecten veroorzaakt van maximaal 31,2 μg/m3. Artikel 3.5.8 onder f is vernietigd als gevolg van de uitspraak van de de Afdeling Bestuursrechtspraak van Raad van State op 19 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1053). g Er is een zorgvuldige dialoog gevoerd, gericht op het betrekken van de belangen van de omgeving bij het initiatief. h Een toename van de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven voor een hokdierhouderij is uitsluitend toegestaan indien: 1 binnen het stalderingsgebied bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij is gesaneerd door sloop of herbestemming, waarbij geldt dat: - de bestaande dierenverblijven die zijn gesaneerd dienen te voldoen aan de criteria die in de provinciale Verordening ruimte zijn gesteld aan 'bestaande dierenverblijven', zoals die criteria gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag; - het gebruik van de bestaande dierenverblijven als dierenverblijf juridisch en feitelijk dient te zijn beëindigd; 2 de oppervlakte van de sanering als bedoeld onder 1 tenminste 110% bedraagt van de oppervlakte aan dierenverblijf die in gebruik wordt genomen; 3 de sanering als bedoeld onder 1 plaatsvindt in directe samenhang met de ingebruikname van een dierenverblijf
en voor de sanering geen gebruik is gemaakt van een andere regeling; 4 door of namens Gedeputeerde Staten is getoetst of aan de voorwaarden onder 1 tot en met 3 is voldaan en het door of namens Gedeputeerde Staten afgegeven bewijs dat aan deze voorwaarden is voldaan wordt overgelegd.
3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden (aanlegvergunning) 3.6.1
Omgevingsvergunningsplicht Het is verboden op de in dit artikel bedoelde gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het bevoegd gezag (omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden) de in het schema onder 3.6.4 opgenomen omgevingsvergunningsplichtige werken en werkzaamheden uit te voeren.
3.6.2
Uitzonderingen vergunningenplicht Het onder 3.6.1 vervatte verbod geldt niet voor werken en werkzaamheden: a welke plaatshebben ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak"; b waarvoor ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden is verleend; c welke ten tijde van het van kracht worden van het bestemmingsplan in uitvoering waren; d welke betreffen het normale onderhoud en/of landschapsbeheer.
3.6.3
Toetsing aan aanwezige waarden De in 3.6.1 bedoelde vergunning wordt slechts verleend indien na een belangenafweging blijkt dat er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de aanwezige waarden als opgenomen in 3.1. Ten behoeve van de belangenafweging zijn in het schema onder 3.6.4 de toetsingscriteria weergegeven.
37
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
3.6.4
gemeente Son en Breugel
Schema omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden
Omgevingsvergunningsplichtige werken/werkzaamheden
Criteria voor verlening van de omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden
ter plaatse van de aanduiding "wro-zone - aanlegvergunning · openheid"/ "wetgevingzone - aanlegvergunning openheid": het planten van hoogopgaande beplanting en boomteelt; het graven en dempen van sloten; · het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 200 m2.
·
de openheid alsmede het grootschalige kavelpatroon, mag niet onevenredig worden aangetast; het aanbrengen van verhardingen dient noodzakelijk te zijn in het kader van de agrarische bedrijfsvoering dan wel het recreatief medegebruik; de waterhuishoudkundige situatie mag niet onevenredig worden aangetast.
3.7
Wijzigingsbevoegdheid
3.7.1
Wijziging t.b.v. omschakeling naar/ hervestiging van intensieve veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen teneinde omschakeling toe te staan van een agrarische bedrijfsvorm, niet zijnde een intensieve veehouderij, naar een intensieve veehouderij, door middel van het aanduiden van de gronden ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" met de aanduiding “intensieve veehouderij” mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a op de locatie heeft geen sloop van bedrijfsgebouwen plaatsgevonden met gebruikmaking van de “Regeling Beëindiging Veehouderijtakken” of de regeling “Ruimte-voor-ruimte”; b omschakeling is uitsluitend mogelijk ter plaatse van de "reconstructiewetzone verwevingsgebied" of "reconstructiewetzone - landbouwontwikkelingsgebied"; c ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - verwevingsgebied" dient aangetoond te worden dat het een duurzame locatie voor de intensieve veehouderij betreft conform de provinciale handleiding duurzame locaties en duurzame projectlocaties voor de intensieve veehouderij; d het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; e de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; f het woon- en leefmilieu van de
omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; g er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd waarin aangetoond wordt, dat tenminste 10% van het bouwvlak wordt aangewend voor goede landschappelijke inpassing; h er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming.
38
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
3.7.2
gemeente Son en Breugel
Wijziging t.b.v. omschakeling naar paardenhouderij Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen teneinde omschakeling toe te staan van een agrarische bedrijfsvorm, niet zijnde een paardenhouderij, naar een paardenhouderij, door middel van het aanduiden van de gronden ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" met de aanduiding “paardenhouderij” mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a op de locatie heeft geen sloop van bedrijfsgebouwen plaatsgevonden met gebruikmaking van de "Regeling Beëindiging Veehouderijtakken" of de regeling "Ruimte-voor-ruimte"; b ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' geldt dat omschakeling naar een paardenhouderij enkel is toegestaan indien: 1 deze omschakeling bijdraagt aan een afname van de uitstoot van milieubelastende stoffen; 2 deze omschakeling een positieve bijdrage levert aan de bescherming en ontwikkeling van de onderkende ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken.
c de omvang van de aanduiding "bouwvlak" mag niet meer bedragen dan 1,5 ha en, indien dit noodzakelijk blijkt voor de bedrijfsvoering, mogen bouwvlakken worden vergroot naar maximaal deze maat; d de wijziging vindt niet plaats ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied"; e paardenbakken mogen uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" worden opgericht; f er dient op eigen terrein te worden voorzien in de parkeerbehoefte; g het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; h bebouwing die niet noodzakelijk is voor de nieuwe bestemming (overtollige bebouwing) dient te worden gesloopt, tenzij het cultuurhistorisch waardevolle bebouwing is; i het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; j het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; k er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; l er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming: m er is
sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Hiertoe kan de bestemming worden opgenomen. n bij uitbreiding van het bouwvlak gaat de wijziging gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
39
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
3.7.3
gemeente Son en Breugel
Wijziging t.b.v. vergroting/ vormverandering agrarisch bouwvlak Burgemeester en wethouders kunnen deze bestemming op onderdelen wijzigen ten behoeve van vergroting en/of vormverandering van de aanduiding "bouwvlak" van een agrarisch bedrijf, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a vergroting is niet toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' en/of 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij'; b de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling waaronder begrepen het kunnen plaatsen van permanente teeltondersteunende voorzieningen ter plaatse van de op te nemen aanduiding "bouwvlak"; c voor (vollegronds) teeltbedrijven en paardenhouderijen is vergroting tot een omvang van 1,5 ha toegestaan; bij een uitbreiding naar een oppervlakte groter dan 1, 5 ha en maximaal 2,5 ha kan advies worden ingewonnen van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; d voor intensieve veehouderijen gelden de volgende bepalingen: 1 ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied" is een uitbreiding toegestaan naar maximaal 2,5 ha. 2 ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - verwevingsgebied" is een uitbreiding toegestaan tot 1,5 ha toegestaan.
3 ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone - extensiveringsgebied natuur" of "reconstructiewetzone - extensiveringsgebied overige" zijn vormverandering en/of vergroting van het bouwvlak ten behoeve van de intensieve veehouderij niet toegestaan. e het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; f het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; g er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; bij verruiming wordt hieromtrent advies ingewonnen bij het waterschap; h er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; bij vergroting van de aanduiding "bouwvlak" wordt hieromtrent advies ingewonnen bij het waterschap; i er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; indien sprake is van uitbreiding of vormverandering van een intensieve veehouderij, dient in het beplantingsplan te worden aangetoond, dat tenminste 10% van het bouwvlak wordt aangewend voor goede landschappelijke inpassing; j er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming.
k de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag.
40
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
3.7.4
gemeente Son en Breugel
Wijziging naar wonen/ t.b.v. woningsplitsing Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden met de aanduiding "bouwvlak" wijzigen in de bestemming Wonen waarbij na bedrijfsbeëindiging de verbouw van een voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij voor wonen kan worden toegestaan; tevens kan daarbij woningsplitsing worden toegestaan. Een en ander mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk; b de wijziging vindt niet plaats ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied"; c de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfswoning of (woon)boerderij (beiden inclusief de inpandige stal / het inpandig deel) mag niet worden vergroot; d de agrarische verschijningsvorm van de voormalige boerderij mag niet worden aangetast; e de bestaande situering van de bebouwing mag niet worden gewijzigd; f woningsplitsing is uitsluitend toegestaan voor het behoud en herstel van cultuurhistorisch waardevolle panden ter plaatse van de aanduiding 'cultuurhistorische waarde'; g bij woningsplitsing mag in maximaal 2 woningen worden gesplitst; de minimale inhoud van de beide gesplitste woningen dient 350 m3 te bedragen; h de bebouwde oppervlakte van de vrijstaande bijgebouwen mag niet meer bedragen dan 100 m2 per woning; indien sprake is van sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, kan een bebouwde
oppervlakte van vrijstaande bijgebouwen worden toegestaan van 100 m2 vermeerderd met maximaal 25% van het meerdere van de bebouwde oppervlakte van de voormalige bedrijfsgebouwen, tot een totaal maximum van 200 m2 per woning; hierbij dient in ieder geval het meerdere dan wat ingevolge deze regeling is toegestaan, te worden gesloopt; sloop van cultuurhistorisch waardevolle panden en monumentale panden is niet toegestaan; i uit een onderzoek naar de bodemkwaliteit dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; j voldaan wordt aan de bepalingen bij of krachtens de Wet geluidhinder; k er wordt voldaan aan de geurnormen krachtens de Wet geurhinder en veehouderij, dan wel krachtens een op deze wet gebaseerde verordening; l de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; m het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; n het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; o er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; p de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en
uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag; q er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; r de regels van Wonen worden van overeenkomstige toepassing verklaard.
41
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
3.7.5
gemeente Son en Breugel
Wijziging t.b.v. agrarisch verwant bedrijf/ agrarisch technisch hulpbedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" wijzigen in de bestemming Bedrijf teneinde een agrarisch verwant bedrijf dan wel een agrarisch technisch hulpbedrijf toe te staan, mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a op de locatie heeft geen sloop van bedrijfsgebouwen plaatsgevonden met gebruikmaking van de “Regeling Beëindiging Veehouderijtakken” of de regeling “Ruimte-voor-ruimte”; b agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk; c de wijziging vindt niet plaats ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied"; d de omvang van het nieuwe bestemmingsvlak mag na wijziging: 1 buiten de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' niet meer bedragen dan 1,5 ha; 2 ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' niet meer bedragen dan 5.000 m2.
e in opzet en ontwikkelingsperspectief dient het om een kleinschalige activiteit te gaan, met in beginsel slechts enkele werknemers; f ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' zijn uitsluitend bedrijven toegestaan zoals opgenomen in maximaal de categorieën 1 of 2 van de bij deze regels als bijlage gevoegde Bedrijvenlijst of daarmee vergelijkbare bedrijven; g als belangrijke voorwaarde voor hergebruik geldt dat het hergebruik plaatsvindt binnen de aanwezige gebouwen; uitbreiding van bebouwing is niet toegestaan; h in een bedrijfsplan dient te worden aangetoond welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de hergebruikfunctie; overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt, tenzij de gebouwen een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben; i er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden, tenzij dit voor het functioneren van het bedrijf noodzakelijk is; j het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; k de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; l het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden
van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; m er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; n de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; o detailhandel is niet toegestaan; p er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; q de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag;
42
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
r
3.7.6
gemeente Son en Breugel
de regels van de bestemming Bedrijf worden van overeenkomstige toepassing verklaard.
Wijziging t.b.v. niet-agrarisch bedrijf Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden met de aanduiding "bouwvlak" wijzigen in de bestemming Bedrijf teneinde gebruik van de aanwezige bebouwing toe te staan voor niet-agrarische bedrijven, voor zover niet begrepen onder 3.7.5 mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a op de locatie heeft geen sloop van bedrijfsgebouwen plaatsgevonden met gebruikmaking van de “Regeling Beëindiging Veehouderijtakken” of de regeling “Ruimte-voor-ruimte”; b agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk; c de wijziging vindt niet plaats ter plaatse van de aanduiding "reconstructiewetzone landbouwontwikkelingsgebied"; d de omvang van het nieuwe bestemmingsvlak mag na wijziging niet meer bedragen dan 5.000 m2.
e het hergebruik dient te passen in de omgeving; f in opzet en ontwikkelingsperspectief dient het om een kleinschalige activiteit te gaan; g de omzetting is slechts toegestaan naar bedrijven zoals opgenomen in maximaal de categorieën 1 en 2 van de bij deze regels als bijlage gevoegde Bedrijvenlijst of daarmee vergelijkbare bedrijven; h het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; i de activiteit dient plaats te vinden binnen de aanwezige gebouwen; er vindt geen uitbreiding van bebouwing ten behoeve van de activiteit plaats; j in een bedrijfsplan dient te worden aangetoond welke bedrijfsgebouwen noodzakelijk zijn voor de hergebruikfunctie, met een maximum van 400 m2; overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt, tenzij de gebouwen een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben; k detailhandel is alleen toegestaan als ondergeschikte nevenactiviteit en de beoogde
ontwikkeling leidt niet tot een al dan niet zelfstandige detailhandelsvoorziening met een verkoopvloeroppervlakte van meer dan 100 l
m2; er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden;
m de beoogde ontwikkeling leidt niet tot twee of meer zelfstandige bedrijven; n de beoogde ontwikkeling leidt niet tot een al dan niet zelfstandige kantoorvoorziening met een baliefunctie; o er is aangetoond dat de ruimtelijke ontwikkeling ook op langere termijn past binnen de op grond van dit bestemmingsplan toegestane omvang en de beoogde activiteit leidt niet tot een grootschalige ontwikkeling; p de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; q het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; r er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd;
43
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
s de wijziging gaat gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag; t de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; u er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; v de regels van Bedrijf worden van overeenkomstige toepassing verklaard. 3.7.7
Wijziging naar teeltondersteunende kassen Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen teneinde een grotere maximale oppervlakte teeltondersteunende kassen toe te kunnen staan dan opgenomen in 3.2.3, indien en voor zover: a de teeltondersteunende kassen ten dienste staan aan een (vollegronds)tuinbouwbedrijf, niet zijnde een glastuinbouwbedrijf; b de oppervlakte van teeltondersteunende kassen wordt niet groter dan 5000 m2: c er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming waarbij geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - Natuurnetwerk Brabant' en ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - groenblauwe mantel' het bouwen van nieuwe teeltondersteunende kassen en de uitbreiding van bestaande teeltondersteunende kassen niet is toegestaan.
3.7.8
Wijziging t.b.v. uitbreiding c.q. koppeling afvalverwerkingsbedrijf Ockhuizenweg Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden aan de Ockhuizenweg 3, wijzigen in de bestemming Bedrijf, door de gronden gelegen binnen de aanduiding "bouwvlak" te wijzigen in de bestemming Bedrijf en aan te duiden als 'sb-avb' (specifieke vorm van bedrijf- afvalverwerkingsbedrijf) , teneinde een uitbreiding/koppeling van het naastgelegen afvalverwerkingsbedrijf toe te kunnen staan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a de agrarische activiteit wordt opgeheven; b ten behoeve van de nieuwe functie is binnen het onderhavige bestemmingsvlak (gelegen aan Ockhuizenweg 3) maximaal 1350 m2 bebouwing toegestaan; c er is buitenopslag toegestaan voor lege emballage, transportvoertuigen en containers, een en ander uitsluitend ten behoeve van de onderhavige bestemming; d er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; e er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; f de regels van Bedrijf worden van overeenkomstige toepassing verklaard.
3.7.9
Wijziging t.b.v. inpandige statische opslag Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming van de gronden ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" wijzigen in Wonen met een aanduiding ten behoeve van inpandige statische opslag, teneinde - naast het gebruik ten behoeve van de woonfunctie hergebruik van de bedrijfsbebouwing toe te kunnen staan voor inpandige statische opslag, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a agrarisch hergebruik is redelijkerwijs niet mogelijk;
44
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
b voor de wijziging naar de woonfunctie gelden de voorwaarden als op genomen in 3.7.4 a t/m e; c het hergebruik voor inpandige statische opslag dient te passen in de omgeving; d op de locatie heeft geen sloop van bedrijfsgebouwen plaatsgevonden met gebruikmaking van de “Regeling Beëindiging Veehouderijtakken” of de regeling “Ruimte-voor-ruimte”; e voor de inpandige statische opslag is een vloeroppervlakte van maximaal 1000 m2 toegestaan; overtollige voormalige agrarische bedrijfsbebouwing, die niet voor de nieuwe functie wordt gebruikt, dient te worden gesloopt, tenzij de gebouwen een bijzondere cultuurhistorische waarde hebben; f de opslag mag niet plaatsvinden in kassen; g er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; h de opslag mag niet bestemd zijn voor handel dan wel voor een elders gevestigd (niet-)agrarisch bedrijf; i detailhandel is niet toegestaan; j de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; k het woon- en leefmilieu van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden beperkt; l er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; m de wijziging gaat
gepaard met een aantoonbare en uitvoerbare fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap of cultuurhistorie of van extensieve recreatieve mogelijkheden van het plangebied, waarbij wordt getoetst aan de gemeentelijke investeringsregeling ruimtelijke kwaliteit zoals die geldt op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke aanvraag; n de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; o er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming; p de regels van Wonen worden van overeenkomstige toepassing verklaard; zij het dat een aanduiding ten behoeve van inpandige opslag wordt toegevoegd met de bijbehorende voorwaarden. 3.7.10 Wijziging t.b.v. ruwvoeropslag Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen ten behoeve van de realisatie van voorzieningen voor ruwvoeropslag.
Hiervoor mag het bouwvlak worden vergroot en de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch - ruwvoeropslag" worden toegevoegd, waarbij moet worden voldaan aan de volgende voorwaarden: a het bedrijf is vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate aangewezen op de opslag van ruwvoer en het is niet mogelijk de ruwvoeropslag binnen het bouwvlak te realiseren; b de vergroting en/of vormverandering dient noodzakelijk te zijn uit het oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en/of -ontwikkeling; c uitsluitend ten behoeve van ruwvoeropslag mag het bouwvlak worden vergroot met een maximum van 5.000 m² waarbij de totale oppervlakte van het bouwvlak nooit meer bedraagt dan 2 ha; d de vergroting dient plaats te vinden aansluitend aan het bouwvlak;
45
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
e ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch – ruwvoeropslag" is het bouwen van gebouwen niet toegestaan; f het dient om een concreet plan te gaan, waarbij onder andere milieutechnische gegevens worden overlegd; g het gebruik mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven, voortvloeiende uit de milieu- en dierenwelzijnswetgeving; h er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waterhuishoudkundige situatie; hieromtrent wordt advies ingewonnen bij het waterschap; i er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; hiertoe dient een beplantingsplan te worden overlegd; j er mag geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de waarden die zijn geformuleerd binnen de nadere detaillering van deze bestemming.
46
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
Artikel 4
gemeente Son en Breugel
Agrarisch met waarden - 1
4.1
Bestemmingsomschrijving
4.1.1
Algemeen De voor Agrarisch met waarden - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a agrarisch gebruik; b nevenactiviteiten; (voor zover via omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwen/of gebruiksregels kan worden toegestaan); c behoud, herstel en ontwikkeling van de landschappelijke en natuurwaarden; d water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e extensief recreatief medegebruik; f recreatieve voorzieningen in de vorm van bed & breakfast; g doeleinden van openbaar nut; h erfbeplanting; een en ander met bijbehorende voorzieningen, waaronder perceelsontsluitingen en sloten, en overeenkomstig de in 4.1.2. opgenomen nadere detaillering van de bestemming.
4.1.2
Nadere detaillering van de bestemming In het onderstaande is een nadere detaillering opgenomen van het bepaalde in 4.1.1:
a
Agrarisch bouwvlak Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" gelden de volgende bepalingen: 1 Uitsluitend ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak” zijn agrarische bedrijven toegestaan. 2 Indien blijkens de aanduiding "relatie" sprake is van een koppeling van twee aanduidingen "bouwvlak" dan zijn hierop de bepalingen met betrekking tot een enkel bouwvlak van overeenkomstige toepassing.
b
Type agrarisch bedrijf en omschakeling Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" mag een grondgebonden agrarisch (vollegronds) teeltbedrijf worden uitgeoefend. Voorts is -al dan niet in combinatie met een grondgebonden (vollegronds) teeltbedrijf- het volgende type agrarisch bedrijf toegestaan overeenkomstig de aanduiding: · uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch veehouderij" een veehouderij, waarbij geldt dat uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "intensieve veehouderij" tevens een intensieve veehouderij; · uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "paardenhouderij" een paardenhouderij.; · uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "boomteelt" een boomteeltbedrijf.
c
Ondergeschikte detailhandel Voor ondergeschikte detailhandel gelden de volgende bepalingen: 1 Ten dienste van het agrarisch bedrijf is ondergeschikte detailhandel toegestaan als nevenactiviteit. 2 Het mag het enkel gaan om detailhandel in streekgebonden producten en agrarisch gerelateerde producten.
47
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
3 Maximaal mag 100 m2 verkoopvloeroppervlak voor deze detailhandelsactiviteit worden aangewend. 4 De activiteit vindt uitsluitend plaats in de aanwezige gebouwen. Nieuwbouw ten behoeve van deze functie is niet toegestaan. d
Inpandige statische opslag Ten dienste van het agrarisch bedrijf is inpandige statische opslag toegestaan als nevenactiviteit, tot een maximale vloeroppervlakte van 400 m2. Inpandige statische opslag is niet toegestaan in kassen.
e
Mestbewerking en vergisting Mestbewerking binnen het bouwvlak van een veehouderij wordt als bij het agrarisch bedrijf behorende nevenactiviteit aangemerkt en is toegestaan mits uitsluitend ter plaatse geproduceerde mest wordt bewerkt.
f
Teeltondersteunende voorzieningen Voor teeltondersteunende voorzieningen gelden de volgende bepalingen: 1 permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" toegestaan, met dien verstande dat teeltondersteunende kassen uitsluitend na verlening van omgevingsvergunnging voor het afwijken van de bouwregels zijn toegestaan; 2 tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen zijn zowel ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" als daarbuiten toegestaan. Buiten de aanduiding "bouwvlak" is dit echter uitsluitend toegestaan door middel van een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels of een omgevingsvergunning voor werken en werkzaamheden (aanlegvergunning).
g
Landschappelijke waarden en natuurwaarden: leefgebied kwetsbare soorten Ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden - kwetsbare soorten" is het beleid gericht op behoud van natuurwaarden met name voor zover gericht op behoud en herstel van de biotopen voor: 1 amfibieën, door bescherming van poelen, verspreide bomen en struwelen; 2 kleine zoogdieren, door bescherming van ruigten, struwelen, houtwallen, hagen en ruige slootranden; 3 planten, door goede waterkwaliteit en geen verstoorde bodem; 4 dagvlinders, door bescherming van kleinschalig landschap, kruiden- en bloemrijke perceelsranden en bermen, ruigten en soortenrijke overgangssituaties van grasland naar struweel of bos.
h
Landschappelijke en natuurwaarden: struweelvogels Ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden struweelvogels", het beleid is gericht op behoud en bescherming van het leefgebied van struweelvogels. Dit houdt in dat gestreefd wordt naar bescherming van de ruimtelijke verscheidenheid van houtopstanden, bosperceeltjes en open natuur- en landbouwgebieden.
i
Aardkundige waarden Het beleid richt zich op behoud en bescherming van aardkundige waarden. Dit houdt in dat ter plaatse van de 'wro zone- aanlegvergunning aardkundig waardevol"/
48
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
'wetgevingzone - aanlegvergunning aardkundig waardevol', de aan het gebied toegekende waarden, gekenmerkt door het aanwezig zijn van bijzondere aardkundige verschijnselen zoals dalglooiingen, steilranden en bodemovergangen, dienen te worden beschermd. j
Hoge akkers Het beleid richt zich op behoud en bescherming van de hoge akkers. Dit houdt in dat ter plaatse van de 'wro zone- aanlegvergunning hoge akkers”/ 'wetgevingzone aanlegvergunning hoge akkers', de aan het gebied toegekende waarden, gekenmerkt door hoogteligging en relief van de akkers, de verkaveling en ontsluiting en de openheid van de akkers, dienen te worden beschermd.
k
Waterhuishoudkundige voorzeningen De gronden binnen een strook van 5 m aan weerszijden vanaf de insteek van de als Water bestemde watergangen zijn tevens bestemd voor waterhuishoudkundige doeleinden.
l
Extensief recreatief medegebruik Het gehele gebied gelegen binnen deze bestemming mag worden gebruikt ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. Ter ondersteuning van het recreatief medegebruik worden beperkte recreatieve voorzieningen toegestaan in het gehele gebied zoals paden, banken, picknicktafels, vogel/wild-observatieposten, bewegwijzering e.d.
m Bed & Breakfast Ter plaatse van de aanduiding “bouwvlak” mag Bed & Breakfast worden uitgeoefend als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: 1 De Bed & Breakfast mag niet worden uitgeoefend als ter plaatse sprake is van een aanduiding “specifieke vorm van agrarisch - veehouderij”; 2 De Bed & Breakfast mag uitsluitend worden uitgeoefend in de bedrijfswoning en/of (vrijstaande) bijgebouwen bij de bedrijfswoning; 3 De Bed & Breakfast mag bestaan uit maximaal 2 slaapkamers met elk maximaal 3 bedden; 4 Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer; 5 Parkeren dient op eigen terrein plaats te vinden; 6 De verzorging van de Bed & Breakfast wordt uitgeoefend door de particulier eigenaar tevens zijnde (één van) de bewoner(s).
4.2
Bouwregels
4.2.1
Algemeen Uitsluitend mag worden gebouwd ten behoeve van deze bestemming.
4.2.2
Bebouwing binnen bouwvlak Ter plaatse van de aanduiding "bouwvlak" mogen uitsluitend worden opgericht: a agrarische bedrijfsgebouwen; met dien verstande dat: 1 het oprichten van kassen niet is toegestaan;
49
Bestemmingsplan Buitengebied; Herziening 2017
gemeente Son en Breugel
2 voor het bouwen van bedrijfsgebouwen ten behoeve van veehouderijen tevens de volgende bepalingen gelden:
· voor veehouderijen buiten de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' en voor grondgebonden veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' mag de gezamenlijke oppervlakte van dierenverblijven niet meer bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de dierenverblijven die: - op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel - gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. · voor niet-grondgebonden veehouderijen ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij' mag de gezamenlijke oppervlakte van gebouwen niet meer bedragen dan de gezamenlijke oppervlakte van de gebouwen die: - op het tijdstip van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn of in uitvoering zijn; dan wel - gebouwd mogen worden krachtens een vóór de vaststelling van het bestemmingsplan verleende omgevingsvergunning. er is sprake van een grondgebonden veehouderij indien wordt voldaan aan de criteria voor grondgebondenheid zoals opgenomen in nadere regels die hieromtrent op basis van de Verordening ruimte door Gedeputeerde Staten zijn gesteld, zoals die regels gelden op het tijdstip van ontvangst van de ontvankelijke omgevingsvergunningaanvraag.
b per agrarisch bouwvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan, met dien verstande dat: 1 ter plaatse van de aanduiding “maximum aantal wooneenheden”, maximaal het aangegeven aantal bedrijfswoningen is toegestaan; 2 bedrijfswoningen uitsluitend mogen worden gebouwd ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf; de volwaardigheid dient te worden aangetoond door een advies van de Adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen; c binnen het agrarisch bouwvlak met de aanduiding 'boomteelt' zijn – in afwijking van het bepaalde onder a en b, uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van de boomteelt toegestaan, zoals containervelden, waterbassins e.d. d voor de als zodanig aangeduide 'paardenhouderijen' geldt, dat er naast de benodigde bedrijfsgebouwen en stallen, een rijhal is toegestaan met een maximale oppervlakte van 1000 m2; e bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het agrarisch bedrijf.