4. Reactie college op accountantsverslag 2025
Tekst van het document
Reactie van het college van burgemeester en wethouders op het accountantsverslag bij de jaarrekening 2025 van de gemeente Son & Breugel Conclusie accountant De jaarrekening 2025 geeft een getrouw beeld van de grootte en samenstelling van zowel de baten als de lasten over 2025 én van het gepresenteerde vermogen per 31 december 2025. Daarnaast concludeert de accountant dat de rechtmatigheidsverantwoording een getrouw beeld geeft van de rechtmatigheid. Wel adviseert de accountant om actie te ondernemen binnen het proces inkopen en aanbesteden, zodat naleving van wet- en regelgeving beter geborgd is. Ook de WNT-verantwoording voldoet aan de daaraan te stellen eisen. Toelichting rechtmatigheidsverantwoording Het bepalen van de onrechtmatigheid is gebaseerd op de kaders zoals besloten in de Financiële verordening gemeente Son en Breugel 2023 en in de Kadernota rechtmatigheid 2025. Een onrechtmatigheid ontstaat als het totaal daarvan de gestelde grens overschrijdt. Deze grens is bepaald op € 1.147.000 (2% van de totale lasten exclusief dotaties aan reserves). Het totaal aan lasten dat onrechtmatig tot stand is gekomen, bedraagt € 1.995.000. In de jaarrekening is in het onderdeel begrotingsrechtmatigheid en in de paragraaf bedrijfsvoering toegelicht wat de oorzaken zijn van de geconstateerde onrechtmatigheden.
Deze geven volgens de accountant het gewenste inzicht en zijn grotendeels reeds eerder met u als raad gedeeld. Derhalve is het college van mening dat, ondanks geconstateerde onrechtmatigheden, voor uw raad “niets in de weg staat” om de jaarrekening 2025 vast te stellen. Opmerkingen accountant De controle van de accountant is afgerond. In het accountantsverslag informeert de accountant de raad over de uitkomsten van de controle van de jaarrekening 2025. Naast een aantal adviezen laat de rapportage van de accountant een overwegend positief beeld zien met enkele aandachtspunten: • Het eigen vermogen is met 2,9 mln. gedaald naar € 33,0 mln. • De financiële positie van Son en Breugel is prima; er wordt wel geadviseerd de ontwikkeling van de reserves en de mate van financiering te bewaken. De laatste jaren is er flink geïnvesteerd. • Het weerstandsvermogen is voldoende om de risico’s af te dekken. • De jaarrekening is overeenkomstig het BBV opgesteld. • Op basis van de meerjarenbegroting 2026-2029 worden voor de komende jaren tekorten voorzien. Het structurele saldo is nog wel positief. Hierin zijn de laatste ontwikkelingen rondom de zorgkosten nog niet verwerkt. Wij adviseren het structurele begrotingssaldo nauwgezet te monitoren. • De opstelling van de jaarrekening vereist dat het college oordelen vormt en schattingen en veronderstellingen maakt.
De accountant heeft bij deze schattingen en onderliggende veronderstellingen geen belangrijke tekortkomingen geconstateerd. • De accountant heeft geen significante tekortkomingen in de interne beheersing geconstateerd.
Adviezen accountant Op de adviezen van de accountant in het verslag, staat hieronder de reactie van het college. Pag. 9
Adviezen accountant Verbonden partijen De kosten voor de Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost gaan de komende jaren verder omhoog. Bovendien is daar beperkt weerstandsvermogen beschikbaar om hogere kosten en risico’s op te vangen. Wij adviseren dit goed te monitoren.
Reactie college De hogere kosten voor de Veiligheidsregio zijn bij de deelnemende gemeenten bekend. De bedragen uit de ontwerp-begroting van de VRBZO zijn opgenomen in de ontwikkelingen richting de begroting 2027.
13
Grondbedrijf - Grondexploitaties Bij Centrum Breugel valt op dat sprake is van meevallers bij het bouw- en woonrijpmaken van de eerste fase, terwijl tegelijkertijd een tegenvaller is ontstaan van € 0,2 mln door de realisatie van 51 extra parkeerplaatsen. Het college is van mening dat deze inhoudelijke planwijziging geen raadsbesluit vereist.
Vanuit regelgeving BBV moet een gemeente minimaal 1x per jaar hun grondexploitatie actualiseren, bij significante wijzigingen vaker. In dit geval is het zo dat het moment waarop bekend werd dat er binnen het plangebied van de grondexploitatie extra parkeerplaatsen moeten komen, ook duidelijk was dat de civiele aanlegkosten voor fase 1 plus een deel van fase 2 naar aanleiding van realisatie lager uitvallen. Deze positieve bijstelling is hoger dan de negatieve bijstelling vanwege de parkeerplaatsen. Qua timing zat het ook dicht op dit natuurlijke moment voor een herziening.
14
Grondbedrijf - Overig Vanwege de omvang van de strategische grondposities adviseren wij u periodiek de risico’s van het grondbedrijf in kaart te brengen (bijvoorbeeld middels een risicorapportage) en de raad hierin mee te nemen. Voorzieningen groot onderhoud Wij hebben geadviseerd om eerst het beeld van de benodigde middelen scherp te krijgen als onderdeel van het begrotingsproces 2027. Daarna kan besloten worden om dit wel of niet te financieren via een voorziening. Jeugdhulp en WMO – Zuivere lasten Wij hebben in de Management Letter reeds geadviseerd om het budgetbeheer binnen het sociaal domein aan te scherpen.
Bij de jaarrekening worden ieder jaar de risico's van het grondbedrijf opnieuw beoordeeld en wordt middels taxaties i.c.m. toekomstige bestemming de waarde van de posities onderbouwd. Wanneer nodig wordt dit eerder dan de jaarrekening geactualiseerd.
15
16
16
Jeugdhulp en WMO – Onzekerheid Wij adviseren om binnen dit proces standaard risico-gerichte werkzaamheden in te bouwen om de resterende
Wij kunnen ons vinden in het gegeven advies en blijven t.a.v. de voorziening wegen kijken of een reserve of een voorziening het best past.
De komst van de data adviseur heeft in een jaar al een concrete toegevoegde waarde laten zien door verbetering van de informatiepositie. We zijn echter nog niet op het punt om op een gedetailleerd niveau te prognosticeren. Dit is wel de ambitie. De risico-gerichte werkzaamheden die mogelijk zijn voeren we al uit. Hierin zijn de extra mogelijkheden zeer beperkten en staan die niet in verhouding tot wat het oplevert.
onzekerheid verder te kunnen verminderen.
Bij de evaluaties van zorgtrajecten wordt besproken of de zorgaanbieder de afgesproken zorg heeft geleverd. In regionaal verband ziet een toezichthouder hier ook op toe bij de jeugdzorg.