CConstaterende datSon en Breugel
Koppel je AI →
Document · PDF

2. Meerjarenbegroting 2023-2026 geamendeerd vastgesteld

Gemeenteraad 9 november 2022, gemeente Son en BreugelBij agendapunt: 2. Meerjarenbegroting 2023 - 202641.085 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Hierbij bespreken we strategische en uitvoeringsvraagstukken, zoals het gebiedsprogramma, duurzaamheid, en belangrijke zaken op het gebied van ruimtelijke ordening, veiligheid, parkeren en bereikbaarheid. Daarnaast investeren we in het onderhouden van een goed netwerk met de individuele ondernemers op Ekkersrijt. 12. Een vitaal en aantrekkelijk (verblijfs)centrum, met een sterk ondernemings- en vestigingsklimaat. Het centrum van Son is een dynamisch en aantrekkelijk gebied om te wonen, te ondernemen en te verblijven. Doel is om het gezonde en florerende centrum voor inwoners, bezoekers en ondernemers te versterken. Een goede kwaliteit van de openbare ruimte is belangrijk voor het verblijfs- en ondernemersklimaat in het centrum van Son. Een aantrekkelijke openbare ruimte voorziet onder andere in een sterke verkeersstructuur, fietsbereikbaarheid en fietsstalling, het faciliteren van evenementen en bijvoorbeeld in voldoende gratis parkeerplaatsen met voldoende laadpalen. In samenspraak met de Ondernemersvereniging Son en Breugel en haar centrumteam werken we intensief samen om het centrumgebied toekomstbestendig en aantrekkelijk te houden voor ondernemers, consumenten, bezoekers en andere gebruikers. Komende jaren stellen we een nieuwe centrumvisie op en voeren we die vervolgens uit.

We hebben een open houding en denken in mogelijkheden ten aanzien van initiatieven en ontwikkelingsmogelijkheden. Hiervoor is communicatie én het onderhouden van contacten met het lokale bedrijfsleven en nieuwe initiatiefnemers zeer belangrijk. Daarom vindt ieder kwartaal overleg plaats met de Ondernemersvereniging Son en Breugel, nemen we actief deel aan het Centrumteam en zetten we stevig in op een sterk netwerk en actief relatiebeheer met het bedrijfsleven in het dorp.

42

Regio 13. Door in regionaal verband samen te werken met andere overheden en organisaties dragen we bij aan een succesvolle ontwikkeling van de Brainportregio. a. Samenwerking binnen MRE en SGE Op het terrein van economische en ruimtelijke ontwikkeling zijn de regionale samenwerking in de Metropoolregio Eindhoven (MRE / de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant) en in het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE / Eindhoven, de randgemeenten daarvan en Helmond) belangrijk. In het MRE werken we samen op de thema's Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Transitie Landelijk Gebied. In het SGE werken we samen op de thema's Economie, Wonen, Voorzieningen & Evenementen en Ruimte. Voor alle thema's participeren we zowel in een ambtelijk als een bestuurlijk overleg. Daarnaast nemen we deel aan de verschillende overkoepelende bestuurlijke en ambtelijke overleggen, te weten het Algemeen Bestuur van het MRE en het Bestuurlijk en Ambtelijk Platform van het SGE en de ambtelijke coördinatieoverleggen. Vanuit deze regionale samenwerking volgen voor de bovengenoemde beleidsthema’s ook beleidskaders en regionale afspraken. Een klein voorbeeld daarvan zijn de afspraken voor de woningbouw- en bedrijventerreinprogrammering en het regionale detailhandelsbeleid. Deze afspraken hebben ook lokale gevolgen.

Dat houdt bijvoorbeeld in dat we bij gebiedsontwikkelingen of woningbouwopgaven altijd moeten kijken naar deze regionaal gemaakte afspraken. Dit moeten we blijvend doen. b. Dommeldal uit de ‘verf’ en Van Gogh Nationaal Park Son en Breugel is partner van het “Van Gogh Nationaal Park” en van het project “Dommeldal uit de Verf”. We zijn aangesloten bij het “Van Gogh Nationaal Park”, dat met name gericht is op het (recreatief) vermarkten van een groter natuur- en landschapsgebied binnen Brabant. In het gedachtengoed van Van Gogh hebben we bij ontwikkelingen oog voor de kwaliteiten van ons landschap en onze natuur en we benutten kansen om deze te versterken. Daarnaast sluiten we ons ook vanuit toeristisch-recreatief perspectief aan bij het Van Gogh Nationaal Park. Door hierbij aan te sluiten kunnen we de aanleg van (nieuwe) recreatieve voorzieningen beter stimuleren dan dat we dat zelfstandig doen. En sluiten we zo aan op het regionale toeristisch-recreatieve product/aanbod en routenetwerk Binnen de samenwerking in Rijk van Dommel en Aa realiseren we de ontbrekende onderdelen in het Natuurnetwerk Brabant binnen het Dommeldal, samen met de gemeenten Nuenen, Eindhoven en Geldrop-Mierlo en waterschap De Dommel, Staatsbosbeheer en Brabants Landschap. De visie van “Dommeldal uit de Verf” hebben we geïntegreerd in de omgevingsvisie.

Bijdragen verbonden partijen aan dit programma Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) De Stichting Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) is een verbonden partij waarmee samen wordt gewerkt op het bedrijventerrein. De Stichting verzorgt de beveiliging van het terrein middels camera's die in het openbaar gebied hangen en een beveiligingsteam.

43

Wat gaat het kosten? In onderstaande tabel zijn de baten en lasten opgenomen die aan het programma zijn verbonden. Zowel de baten als de lasten worden als positieve bedragen weergegeven. Het saldo wordt weergegeven als negatief als er meer lasten zijn dan baten en als positief als er meer baten zijn dan lasten. Bedragen x €1.000 Omschrijving

Realisatie 2021

Begroting 2022

Begroting 2023

Begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Lasten 0.10 Mutaties reserves programma 4

558

0

250

250

250

250

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

153

89

181

181

181

181

3.1 Economische ontwikkeling

112

125

129

129

129

129

3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

17

142

11

11

11

11

3.3 Bedrijfsloket en regelingen

37

40

42

42

42

42

3.4 Economische promotie

66

90

80

80

80

80

7.5 Begraafplaatsen

0

0

0

0

0

0

8.1 Ruimte en leefomgeving

1.101

841

677

772

547

492

8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

1.852

3.982

3.217

583

536

520

8.3 Wonen en bouwen

880

819

904

904

904

904

Totaal Lasten

4.776

6.130

5.492

2.952

2.681

2.609

0.10 Mutaties reserves programma 4

4.891

296

133

0

0

0

0.3 Beheer overige gebouwen en gronden

481

517

227

227

227

227

3.1 Economische ontwikkeling

49

38

48

98

98

98

3.2 Fysieke bedrijfsinfrastructuur

0

0

0

0

0

0

3.3 Bedrijfsloket en regelingen

11

21

21

21

21

21

3.4 Economische promotie

6

27

35

35

35

35

507

52

22

22

22

22

2.746

3.979

3.185

551

504

488

8.3 Wonen en bouwen

999

721

737

737

737

737

Totaal Baten

9.689

5.651

4.408

1.691

1.644

1.628

Saldo (baten -/lasten)

4.913

-479

-1.084

-1.261

-1.037

-982

Baten

8.1 Ruimte en leefomgeving 8.2 Grondexploitatie (niet bedrijventerreinen)

44

Nieuw beleid Omschrijving

I/S

1. Omgevingswet; Uitwerkingsprogramma's 2. Omgevingswet; uitwerking implementatie Omgevingswet (Implementatieteam Omgevingswet)

2025

2026

I

-200.000 -250.000 -100.000

PM

I

-50.000

-25.000

-25.000

0

3. Omgevingswet; omgevingsvisie tweejaarlijkse bijstelling en jaarcyclus omgevingsplan

S

-20.000

-90.000

-15.000

-85.000

4. Strategische aankopen en dergelijke

S

-15.000

-15.000

-15.000

-15.000

5. Inkomsten buitenreclame

S

10.000

10.000

10.000

10.000

-275.000 -370.000 -145.000

-90.000

Totaal

2023

2024

+/+ is voordeel, -/- is nadeel

1. Omgevingswet; uitwerkingsprogramma's De komende jaren gaan we gefaseerd met meerdere uitwerkingsprogramma's binnen de omgevingsvisie aan de slag. Dit betreft in ieder geval de programma's zoals die bij vaststelling van de omgevingsvisie 1.0 ook zijn opgenomen voor verdere uitwerking in overleg met de raad. Voor de begeleiding van de totstandkoming van de programma's zullen we extern advies inschakelen. Er is bijzondere aandacht voor communicatie, ook in het licht van participatie tijdens de totstandkoming. 2. Omgevingswet; uitwerking implementatie Omgevingswet (implementatieteam Omgevingswet) Betreft werkzaamheden voor de aanpassing van werkprocessen, website, klantservice e.d. Daarnaast betreft dit de werkzaamheden in relatie tot het invullen van onze software voor DSO-LV (digitale verwerken aanpassingen omgevingsvisie, omgevingsplan in relatie tot het opstellen en aanpassen beslisbomen, opleiding, inhuren expertise leverancier e.d.). 3. Omgevingswet; omgevingsvisie tweejaarlijkse bijstelling en jaarcyclus omgevingsplan De raad heeft besloten tot een 2-jaarlijkse beleidscyclus met een 2-jaarlijkse wijziging van de omgevingsvisie in 2024 en 2026. Kosten voor verwerking nieuw beleid en uitwerkingsprogramma’s, procedure zienswijzenperiode en vaststellingsproces komen dus elke 2 jaar voor. Daarnaast nemen we kosten op voor: a.

aanpassingen omgevingsplan van versie 1.0 naar versie 2.0 etc. naar aanleiding van nieuwe ontwikkelingen en actualiteiten, jurisprudentie en eerste ervaringen. Naarmate meer ervaring wordt opgebouwd, mag worden verwacht dat deze acties in de loop der tijd minder worden. b. het beoordelen en verwerken van wijzigingen van de omgevingsvisie die moeten leiden tot jaarlijkse verwerking van verleende BOPA’s in het omgevingsplan (wettelijke verplichting); (BOPA’s; vergunningen die de gemeente verleend in afwijking van het omgevingsplan); 4. Strategische aankopen De afgelopen periode zijn er meer taxaties dan verwacht uitgevoerd en adviezen aangevraagd bij derden in het kader van strategische activiteiten. Verwacht wordt dat er in 2023 nog meer werkzaamheden door derden verricht moeten worden. De te verwachte werkzaamheden zijn o.a. taxaties, adviesopdrachten en bodemonderzoeken. 5. Inkomsten buitenreclame Vanwege nieuwe concessies zijn de inkomsten uit buitenreclame hoger dan momenteel begroot.

45

Paragrafen In deze paragraaf zijn de verplichte paragrafen opgenomen. De verplichte paragrafen zijn: 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid

46

Lokale heffingen Inleiding Deze paragraaf geeft op hoofdlijnen een overzicht van de lokale heffingen en belastingen.

Beleid Bij het heffen en invorderen van belastingen zijn we onder meer gebonden aan: • de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen (AWR); • de Algemene wet bestuursrecht (Awb), (inclusief de algemene beginselen van behoorlijk bestuur); • de Invorderingswet 1990; • de Gemeentewet; • diverse Uitvoeringsbesluiten. De wet geeft duidelijke kaders aan voor de heffing, invordering en kwijtschelding van gemeentelijke belastingen. Het maken van uitzonderingen op de regels uit de wetgeving is niet toegestaan, dit om rechtsongelijkheid voor de burger te voorkomen. Het tarievenbeleid is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: • Geen algemene lastenstijging. De gemiddelde lasten voor de inwoners mogen niet meer toenemen dan de inflatiecorrectie. Lastenverzwaring voor inwoners blijft achterwege en indien enigszins mogelijk zullen we gemeentelijke belastingen, tarieven, heffingen en/of leges verlagen. • Streven naar kostendekkendheid in de tariefstelling voor leges en retributies. • Het profijtbeginsel bij de overige heffingen hanteren. In overeenstemming met de beleidsuitgangspunten, bepaald in de Kadernota, worden de tarieven voor 2023 als volgt aangepast: • Voor de OZB zijn de tarieven verlaagd om de waardeontwikkeling te compenseren. Daarna wordt voorgesteld om een inflatiecorrectie van 2,2% toe te passen. • Leges en tarieven worden verhoogd met de inflatiecorrectie (2,2%).

• De tarieven voor de rioolheffing zijn gebaseerd op 100% kostendekkendheid waarbij rekening is gehouden met een zo reëel mogelijke inschatting van zowel de baten- als de lastenontwikkeling binnen het meerjarenperspectief 2023-2026. Het tarief voor de rioolheffing is gebaseerd op het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan 2016 (vGRP). Het streven is om in 2023 het nieuwe GRP vast te stellen. • De tarieven voor de afvalstoffenheffing zijn verhoogd met 12,2%. Deze stijging wordt in deze paragraaf onder afvalstoffenheffing nader toegelicht.

Onroerendezaakbelastingen (OZB) We heffen op grond van artikel 220 van de Gemeentewet twee directe belastingen op de onroerende zaken die binnen de gemeente liggen, de zogenaamde onroerendezaakbelastingen: • Een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar een onroerende zaak (die niet in hoofdzaak tot woning dient, al dan niet krachtens eigendom) bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; • Een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. De hoogte van de OZB is afgeleid van de WOZ-waarde (een percentage). Jaarlijks worden nieuwe WOZ-waarden vastgesteld. De aanslagen zijn gebaseerd op de WOZ-waarden met een waardepeildatum die 1 jaar voorafgaand aan het belastingjaar ligt. De maximaal verwachte opbrengst OZB wordt als percentage van de totale WOZ-waarden (rekening houdend met areaaluitbreiding en waardestijging) van alle onroerende zaken in Son en Breugel uitgedrukt. Dit percentage is bepalend voor de hoogte van elke individuele aanslag OZB. De tarieven voor 2023 zijn bijgesteld aan de hand van de ontwikkeling van de nieuwe WOZ-waarden zodat er sprake is van een gelijkblijvend niveau van de opbrengst onroerendezaakbelastingen, exclusief de areaaluitbreiding en de tariefaanpassing.

Het voorstel voor vaststelling van de tarieven wordt tegelijk met de begroting aangeboden aan de raad.

47

De inschatting van de totale WOZ-waarde voor 2023 (voorlopige stand per 1 september 2022) is ten opzichte van de werkelijke WOZ-waarde over 2022 als volgt: Omschrijving

2022

Totale waarde woningen

2023

3.002.800.000

3.426.800.000

690.000.000

711.000.000

Totale waarde niet-woningen

De belastingcapaciteit heeft een relatie met de inkomsten die een gemeente ontvangt via het gemeentefonds. Hoeveel geld een individuele gemeente uit het gemeentefonds krijgt, hangt namelijk af van de kenmerken en de belastingcapaciteit van de gemeente. De belastingcapaciteit geeft aan hoeveel belasting een gemeente jaarlijks kan innen. Het aandeel van een gemeente in het gemeentefonds is kleiner naarmate het vermogen om belastingen te heffen groter is. Het gaat hier om de WOZ-waarde van onroerende zaken in de gemeente, berekend tegen een voor alle gemeenten gelijk tarief. In onderstaande tabel geven we de korting op het gemeentefonds weer ten opzichte van werkelijke opbrengst. We doen dit op basis van de waarde 1-1-2022 omdat dit de laatst vastgestelde waarde is. Belastingsoort OZB eigenaren woningen

Waarde

Ons tarief

Opbrengst

Kortingstarief

Korting

Saldo

3.002.800.000

0,0841%

2.525.355

0,06704%

2.013.077

512.278

OZB gebruikers niet-woningen

675.000.000

0,1623%

1.095.525

0,09205%

621.338

474.188

OZB eigenaren niet-woningen

690.000.000

0,1969%

1.358.610

0,11417%

4.979.490

787.773

570.837

3.422.188

1.557.302

De ramingen voor de baten OZB 2023 zijn als volgt: Omschrijving

2023

Eigenaren woning

2.578.700,-

Eigenaren niet-woning

1.377.200,-

Gebruikers niet-woning

966.300,-

Afvalstoffenheffing De gemeente is verplicht om huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. Op grond van artikel 15.33 van de Wet milieubeheer wordt afvalstoffenheffing geheven van degene die in de gemeente feitelijk gebruik maakt van een perceel waarvoor de gemeente verplicht is huishoudelijke afvalstoffen in te zamelen. In een Circulaire Economie, waarin waardevolle grondstoffen steeds opnieuw worden hergebruikt voor nieuwe producten, streven we naar een afvalloze samenleving. In het door het college op 15 mei 2012 vastgestelde Manifest voor een afvalloze samenleving was onze ambitie gericht op 95% hergebruik in het jaar 2020. De ambitie hebben we niet gehaald. Voor 2020 lag de realisatie op +/- 6.6% voor de Milieustraat en 25% voor de huis-aan-huisinzameling. Circa 115 kg restafval per inwoner. Voor 2023 gaan we in gesprek over het serviceniveau in relatie tot onze doelen en de bijbehorende kosten. De afvalstoffenheffing stijgt voor een meerpersoonshuishouden met € 35,52 per jaar van € 290,28 naar € 325,80. Voor de begroting van 2022 heeft de gemeenteraad via een amendement de kostenstijging van € 59,- p.j. niet doorberekend in de afvalstoffenheffing. Het college vangt de kostenstijging van 2022 in 2023 deels op via de algemene middelen. Ongeveer de helft van de kostenstijging wordt doorberekend in de afvalstoffenheffing van 2023.

De overige € 29,- vangt het college op via de algemene middelen. De kostenstijging van 2023 t.o.v. 2022 is € 5,- p.j. per meerpersoonshuishouden (1,4%), ondanks de hoge inflatie op diesel- en olieproducten, zoals vuilniszakken en minicontainers, etc, en een verbetering van de arbeidsmarktpositie van inzamelaars. Als gevolg van deze ontwikkelingen stijgen de tarieven voor de afvalstoffenheffing in 2023 met 12,2%.

Reinigingsrechten Het tarief 2023 van de reinigingsrechten stemmen we af op het tarief voor de afvalstoffenheffing van 2023.

48

Rioolheffing Op grond van artikel 229 van de Gemeentewet wordt een rioolheffing geheven. In de raadsvergadering van 7 februari 2019 heeft de gemeenteraad besloten om vanaf 1 januari 2020 de rioolheffing te gaan differentiëren. De differentiatie bestaat uit een afvalwater- en hemelwatercomponent. De afvalwaterheffing is een gebruikersheffing. De hemelwaterheffing is een eigenarenheffing. De hemelwaterheffing wordt een heffing met een vast bedrag van € 50 voor de komende 10 jaren. Doel van de differentiatie van de rioolheffing en het invoeren van de hemelwaterheffing is om bewoners en bedrijven mee te laten werken aan het klimaatbestendig maken van hun omgeving en goed gedrag te belonen in de vorm van een financieel voordeel. De rioolheffing bestaat vanaf 2020 uit een eigenarenheffing en een gebruikersheffing: 1. Een vast bedrag voor afvalwater voor de gebruikers van percelen (woningen). 2. Een gestaffeld bedrag voor afvalwater voor de gebruikers van percelen (niet-woningen). 3. Een vast bedrag voor hemelwater voor de eigenaar van een perceel waarvan hemelwater in het gemengde riool wordt geloosd. De tarieven van zowel de afvalstoffenheffing als de rioolheffing worden zodanig vastgesteld dat de geraamde kosten niet boven de geraamde baten uitkomen. Binnen Son en Breugel is 100% kostendekkendheid uitgangspunt voor de berekening van de tarieven.

De noodzakelijke verbeteringen en vervangingen van het rioolstelsel zijn systematisch in beeld gebracht. De hieruit voortvloeiende lasten zijn opgenomen binnen de tariefberekeningen. Voornoemde verbeteringen en investeringen zijn opgenomen binnen het overzicht nieuwe activiteiten zoals opgenomen in het vGRP 2016.

Kostendekkendheid afvalstoffenheffing en rioolheffing Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten zijn gemeenten verplicht inzichtelijk te maken hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden, wat de beleidsuitgangspunten zijn die ten grondslag liggen aan deze berekeningen en hoe deze uitgangspunten bij de tariefstellingen worden gehanteerd. Onderstaande overzichten geven per heffing de totale lasten, de totale baten en het dekkendheidspercentage weer. Dekkendheid afvalstoffenheffing

2023

Afval taakveld 7.3 Lasten milieustraat Lasten overige afvalstromen Kapitaallasten Mutatie voorziening Totaal kosten afval taakveld 7.3

632.020 1.662.884 7.263 -208 2.301.959

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

116.130

Kwijtschelding taakveld 6.3

38.710

BTW taakveld 0.11*

434.367

Totaal toerekenbaar

589.207

Totaal lasten

2.891.166

Baten afvalstoffenheffing taakveld 7.3

2.326.323

Baten milieustraat

75.000

Baten overige afvalstromen

303.070

Baten totaal Dekkendheidpercentage afval

2.704.393 94%

* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

49

Dekkendheid rioolheffing

2023

Riolering taakveld 7.2 Beheer en onderhoud riolering

783.937

Kapitaallasten

294.908

Mutatie voorziening

-145.080

Totaal kosten riolering taakveld 7.2

933.766

Toerekenbare kosten vanuit andere taakvelden Overhead taakveld 0.4

206.839

Kwijtschelding taakveld 6.3

28.000

Straatreiniging taakveld 2.1

77.959

Watertaken taakveld 5.7

68.660

BTW taakveld 0.11

181.495

Totaal toerekenbaar

562.953

Totaal lasten

1.496.719

Opbrengst rioolheffing taakveld 7.2

1.496.719

Baten totaal

1.496.719

Dekkendheidpercentage riool

100%

* De omzetbelasting rekenen we conform artikel 229B van de gemeentewet toe. Deze toerekening is het gevolg van de invoering van het BTW compensatiefonds in 2003. Vanaf dat moment werd de BTW compensabel en werd tegelijkertijd een uitname uit het gemeentefonds gedaan.

Leges Wanneer de gemeente een bepaalde dienst levert, kunnen daarvoor leges worden geheven. De tarieven worden jaarlijks vastgesteld in de Tarieventabel behorende bij de Legesverordening. Net als riool- en afvalstoffenheffing moeten de tarieven dusdanig worden vastgesteld dat de geraamde baten niet boven de geraamde lasten uitkomen. De verschillende leges die worden geheven, worden in principe jaarlijks verhoogd met de daarvoor geldende inflatiecorrectie. Bij de vaststelling van een aantal tarieven, zoals voor reisdocumenten, moet rekening gehouden worden met van Rijkswege gestelde maximumtarieven. Er mag geen winst gemaakt worden. Voor deze heffingen wordt gestreefd naar een 100% kostendekkend tarief. Kostendekkendheid leges Op grond van het besluit van 5 maart 2016 in het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten gemeenten verplicht inzichtelijk maken dat de tarieven en heffingen hoogstens kostendekkend zijn. De geraamde baten mogen de geraamde lasten niet overschrijden. Per hoofdstuk van de legesverordening 2022, is hieronder de kostendekkendheid weergegeven op basis van de geraamde baten en lasten. Hoofdstukken die niet zijn opgenomen in de plaatselijke legesverordening, zijn niet opgenomen in onderstaande tabel(len).

Per titel in de legesverordening wordt gestreefd naar maximale kostendekkendheid, ondanks dat jurisprudentie de legesverordening als één geheel ziet en dus de legesverordening als geheel maximaal kostendekkend moet zijn. Tussen afzonderlijke hoofdstukken binnen een titel mag kruissubsidiëring worden toegepast. Opbrengsten uit leges van een bepaald hoofdstuk, mogen kosten binnen een ander hoofdstuk compenseren. In onderstaande overzichten zijn per hoofdstuk en per titel de totale baten, de totale lasten en het kostendekkendheidspercentage weergegeven. De lasten zijn uitgesplitst in salaris, overhead en directe lasten. Hierbij is rekening gehouden met jurisprudentie over hetgeen wel en niet aan de leges mag worden toegerekend. De salaris- en overheadlasten in titel 1 zijn toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Op basis van de toegerekende salarislasten is het opslagpercentage voor de overhead bepaald.

50

Baten Titel 1

Salaris

Overhead

Lasten

Percentage

Algemene Dienstverlening

Hoofdstuk 1

Burgerlijke stand

-25.374

30.877

29.633

2.657

40%

Hoofdstuk 2

Reisdocumenten

-37.226

82.340

79.022

22.130

20%

Hoofdstuk 3

Rijbewijzen

-116.277

65.186

62.559

48.817

66%

Hoofdstuk 4

Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

-5.504

30.877

29.633

0

9%

Hoofdstuk 8

Vastgoedinformatie

-519

6.862

6.585

7.021

3%

Hoofdstuk 9

Overige publiekszaken

-17.877

34.308

32.926

14.658

22%

Hoofdstuk 10

Gemeentearchief

0

6.862

6.585

0

0%

Hoofdstuk 11

Huisvestingswet

0

0

0

0

0%

Hoofdstuk 12

Leegstandswet

0

6.862

6.585

0

0%

Hoofdstuk 16

Kansspelen

0

10.292

9.878

0

0%

Hoofdstuk 17

Telecommunicatie

-7.299

6.862

6.585

0

54%

Hoofdstuk 18

Verkeer en vervoer

-2.249

10.292

9.878

269

11%

Hoofdstuk 19

Kinderopvang

0

6.862

6.585

0

0%

Hoofdstuk 20

Diversen

-4.305

20.585

19.755

78.944

4%

-216.630

319.067

306.209

174.496

27%

Totaal titel 1

De salaris- en overheadlasten in titel 2 zijn (voornamelijk) toegerekend vanuit het taakveld 8.3 Wonen en Bouwen, waaronder de bouwvergunningen vallen. Ook hier is op basis van de toegerekende salarislasten de overhead bepaald. De baten en lasten binnen titel 2 van de legesverordening hebben voornamelijk betrekking op hoofdstuk 2 en 3, vandaar is vanwege de samenhang besloten alle lasten toe te rekenen aan hoofdstuk 3 binnen titel 2 en is dit niet verder uitgesplitst. Baten Titel 2

Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving / omgevingsvergunningen

Hoofdstuk 1

Begripsomschrijvingen

Hoofdstuk 2

Schetsplan / Conceptaanvraag omgevingsvergunningen / Verzoek principebesluit

Hoofdstuk 3

Omgevingsvergunning

Hoofdstuk 4

Vermindering

Hoofdstuk 5

Salaris

Overhead

Lasten Percentage

0

0

0

0

0%

-6.202

0

0

0

-

-752.235

324.042

0

0

0

0

0%

Teruggaaf

0

0

0

0

0%

Hoofdstuk 6

Intrekking omgevingsvergunning

0

0

0

0

0%

Hoofdstuk 8

Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

0

0

0

0

0%

Hoofdstuk 9

Sloopmelding

0

0

0

0

0%

Hoofdstuk 10

In deze titel niet benoemde beschikking

0

0

0%

310.983 133.652

99%

Totaal titel 2

0

0

-758.437

324.042

310.983 133.652

98%

De salaris- en overheadlasten in titel 3 zijn voornamelijk toegerekend vanuit het taakveld 0.2 Burgerzaken. Baten Salaris Overhead Lasten Percentage Titel 3

Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn

Hoofdstuk 1

Horeca

-1.845

6.862

6.585

33.066

4%

Hoofdstuk 3

Seksbedrijven

0

0

0

0

0%

Hoofdstuk 4

Verbod exploiteren bedrijf zonder benodigde vergunning

0

0

0

0

0%

Hoofdstuk 5

Marktstandplaatsen

0

6.862

6.585

0

0%

Hoofdstuk 6

Winkeltijdenwet

0

6.862

6.585

0

0%

Hoofdstuk 7

In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

0

3.431

3.293

0

0%

-1.845 24.016

23.048

33.066

2%

Totaal titel 3

51

Overige belastingen Marktgelden Marktgelden worden geheven van degene die een standplaats inneemt (of van degene aan wie een standplaats is toegewezen) op de wekelijkse warenmarkt. Marktgelden zijn afhankelijk van het aantal strekkende meters frontlengte van de standplaats. Het tarief is verhoogd met de inflatiecorrectie (2,2%). Precariorechten In 2006 is notitie “Terrassenbeleid Son en Breugel” vastgesteld. Conform deze notitie is dit tarief met de inflatiecorrectie (2,2%) verhoogd.

Kwijtscheldingsbeleid De gemeente is op grond van de Gemeentewet en Invorderingswet bevoegd kwijtschelding van gemeentelijke heffingen te verlenen. Met het oog op de administratieve lastenverlichting voor de burgers toetsen wij bij het inlichtingenbureau indien er eerder kwijtschelding is verleend of er geen belemmeringen zijn. Bij geen belemmering verlenen wij automatische kwijtschelding. De kwijtscheldingsregels zijn vastgelegd in de Invorderingswet 1990 en de Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990. De gemeente heeft, als gevolg van artikel 255 van de Gemeentewet, slechts op 2 onderdelen beleidsvrijheid: • De raad kan bepalen dat er helemaal geen dan wel gedeeltelijke kwijtschelding wordt verleend. • De raad kan regels stellen met betrekking tot de wijze waarop de kosten van bestaan in aanmerking worden genomen die er toe leiden dat in ruimere mate kwijtschelding wordt verleend. Op grond van het laatste onderdeel heeft de gemeente gekozen voor het voor 100% meenemen van de kosten van bestaan. Het bestaande beleid wordt hiermee voortgezet. Kwijtschelding kan worden aangevraagd voor de volgende heffingen: • onroerendezaakbelastingen; • afvalstoffenheffing; • rioolheffing.

Overzicht tarieven 2021

2022

2023

OZB Eigenaar Woning

0,0877%

0,0841%

0,0754%

OZB Eigenaar Niet-woning

0,1898%

0,1969%

0,1954%

OZB Gebruiker Niet-woning

0,1565%

0,1623%

0,1610%

Afvalstoffenheffing 1-persoonshh

231,60

231,60

266,64

Afvalstoffenheffing meer-pers.hh

290,28

290,28

325,80

Reinigingsrechten

281,76

339,00

345,00

Rioolheffing woningen (afgekoppeld)

137,28

141,96

149,76

Rioolheffing woningen (niet-afgekoppeld)

187,28

191,96

199,76

52

Vergelijking buurgemeenten In onderstaande tabel worden de eenheden gebruikt die het COELO toepast voor het bepalen van de woonlasten. Onderstaande tabel geeft inzicht in de gegevens over 2022 (afgerond op hele euro's). Son en Breugel

Nuenen

Eindhoven

Best

Geldrop-Mierlo

OZB Eig. woning

0,0841%

0,1231%

0,10714%

0,0856%

0,0756%

OZB Eig. niet-woning

0,1969%

0,2411%

0,30377%

0,1993%

0,1792%

OZB Gebr. niet-won.

0,1623%

0,1935

0,21777%

0,1597%

0,1456%

Afvalstoffenheffing (*) (meerpers.huishouden)

290

402

347

323

338

Rioolheffing

142

160

233

177

199

(*): Diftar gemeenten worden door het COELO berekend op basis van vastrecht plus een gemiddeld aantal ledigingen (18 maal een grijze container van 140 liter en 7 maal een groene container van 140 liter). De aantallen van het COELO zijn gebaseerd op een landelijk gemiddelde. In de meeste diftar gemeenten is het gemiddelde aantal ledigingen vaak lager (zie hieronder bij Ontwikkeling lokale lastendruk). Ontwikkeling lokale lastendruk Jaar WOZ-waarde Wijziging WOZ-waarde

2021

2022

2023(^)

346.000

379.000

432.000

-

9,54%

13,98%

OZB

303

319

326

Afvalstoffenheffing (meerpersoons)

290

290

326

Rioolheffing (afvalwater)

137

142

150

Rioolheffing (hemelwater) (#)

50

50

50

Totaal

780

801

852

-

2,7%

6,4%

% wijziging lasten t.o.v. t-1

(^): Inschatting op basis van de op 1 september 2022 bekende gegevens. (#): Vanaf 2020 is de rioolheffing gedifferentieerd. Het hemelwater tarief wordt opgelegd aan eigenaren van objecten die niet zijn afgekoppeld. Wanneer er vanaf een perceel geen hemelwater wordt geloosd op het gemengde rioolstelsel wordt deze belasting niet geheven. Op deze manier hebben eigenaren zelf invloed op de totale lastendruk. Voor huishoudens die zijn afgekoppeld stijgen de totale lasten naar € 830,-.

53

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding In deze paragraaf geven we de financiële robuustheid van de gemeente weer. Onder weerstandsvermogen wordt in algemene zin verstaan de mogelijkheid om tegenvallers op te vangen. Het weerstandsvermogen betreft de relatie tussen: • (Beschikbare) weerstandscapaciteit: De middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten te dekken. • Benodigde weerstandscapaciteit: Risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie van de gemeente. Het betreft risico’s die eenmalig onverwacht kunnen optreden en geen normale bedrijfsvoeringsrisico’s zijn.

Beleid betreffende de weerstandscapaciteit en de risico’s In de raadsvergadering van 21 maart 2013 heeft de raad de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ vastgesteld. In de nota wordt het beleidskader voor het weerstandsvermogen beschreven. Dit kader luidt als volgt: • De gemeenteraad wordt via de planning- en controldocumenten geïnformeerd over de 15 belangrijkste risico’s, de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio van het weerstandsvermogen; • De ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ wordt als basis gehanteerd voor de opstelling van de verplicht voorgeschreven paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de meerjarenprogrammabegroting en de jaarrekening; • Voor de berekening van de beschikbare weerstandscapaciteit worden de onbenutte belastingcapaciteit en de stille reserves buiten beschouwing gelaten; • Uitgegaan wordt van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio > 1); • Als de ratio weerstandsvermogen door de toename van risico’s onder de 1 uitkomt, zal ofwel de beschikbare weerstandscapaciteit worden aangevuld, ofwel extra inspanningen worden gedaan om de benodigde weerstandscapaciteit terug te brengen. In deze situatie zal het college voorstellen doen aan de gemeenteraad die ervoor moeten zorgen dat het weerstandsvermogen weer op het gewenste niveau komt.

In de ‘Nota risicomanagement en weerstandsvermogen’ is uitvoerig ingegaan op het wettelijk kader, de inventarisatie van de risico’s en de weerstandscapaciteit. De beleidsconclusies zijn hierboven weergegeven. In deze begroting heeft een actualisatie plaatsgevonden van de weerstandscapaciteit, de risico’s en het weerstandsvermogen.

Top 15 inventarisatie van de risico's In veel gevallen kunnen we de exacte waarde van een risico niet bepalen. Om de risico’s toch te kwantificeren werken we met klassengemiddelden. Deze klassengemiddelden leiden tot de financiële gevolgen in onderstaande tabel. De risicowaarde bepalen we vervolgens aan de hand van de volgende berekening: Risicowaarde in € = 'Kans (als percentage)’ x ‘Gevolg in €’

54

Het totaal aan risicowaarden vormt de benodigde weerstandscapaciteit. Omdat niet alle risico’s zich tegelijk manifesteren, wordt gerekend met een zekerheidspercentage van 90%. Hieronder treft u de top 15 van grootste risico's aan. Risico

Kans in %

Kans in €

1. Jeugdzorg

Concrete

berekening

450.000

2. Externe gevolgen cybercriminaliteit/beveiligingsincident

30%

1.000.000

300.000

3. CMD algemeen

50%

375.000

187.500

4. Algemene uitkering gemeentefonds

70%

175.000

122.500

5. Interne gevolgen cybercriminaliteit/beveiligingsincident

70%

175.000

122.500

6. Wolfswinkel

30%

375.000

112.500

7. Crisisbeheersing

10%

1.000.000

100.000

Concrete

berekening

76.725

9. Inkoop en aanbesteding

70%

75.000

52.500

10. Vennootschapsbelasting

30%

175.000

52.500

11. Fiscaliteit

30%

175.000

52.500

12. Attero - compensatieovereenkomst

30%

175.000

52.500

13. Verkiezingen

50%

75.000

37.500

14. GGD Brabant Zuidoost

Concrete

berekening

34.830

15. Terugkeergarantie voormalig ambtenaar

Concrete

berekening

8. Dienst Dommelvallei

Risicowaarde

28.931

Subtotaal top 15

1.782.986

Overige risico's

424.453

Risico's onvoorzien

250.000

Totaal

2.457.439

Risico's t.b.v. zekerheidspercentage 90%

2.211.695

Twee keer per jaar worden de risico’s opnieuw geïnventariseerd en berekend. Ten opzichte van de meest recente risico-inventarisatie - ten tijde van de jaarrekening 2021 - is de top 15 van risico's niet gewijzigd van samenstelling. Er zijn geen nieuwe risico's in de top 15 gekomen; dat betekent dat er ook geen risico's verdwenen zijn. Wel zijn er een paar (kleine) verschuivingen geweest binnen de top 15.

Top 15 risico's 1. Jeugdzorg Door incidenten (crisis, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming) of door instroom van cliënten met hoogcomplexe casuïstiek bestaat het risico dat er een beroep wordt gedaan op de zwaardere, duurdere en langdurige jeugdzorg. Ook kunnen we achteraf geconfronteerd worden met kosten voor zorg als gevolg van directe verwijzingen door medische verwijzers (waaronder huisartsen en jeugdartsen). Deze medische verwijsroute is wettelijk ingeregeld. Een ander risico betreft eventuele nafacturering door zorgaanbieders tot 5 jaar na inzet zorgaanbod. Deze verplichtingen zijn in kaart gebracht, maar gelden voor 1 jaar, waardoor eventuele nafacturering van andere jaren kan drukken op de lopende begroting. Ten opzichte van de vorige risico-inventarisatie is dit risico verhoogd, de gemeente had signalen dat het risicobedrag eerder te laag was ingeschat. Beheersmaatregel Het CMD zet samen met partners als huisartsen, jeugdarts en voorliggend veld in op vroegtijdige signalering van problemen. Ondersteuning wordt altijd zo licht als mogelijk en zo zwaar als nodig ingezet. Per 2022 geldt voor lichte, kortdurende en voor hoogcomplexe, langdurige hulpverleningstrajecten een verschillende financiering aan zorgaanbieders. Bij de jeugdzorg gaat het veelal om incidenten, waar slechts ten dele op gestuurd kan worden.

CMD en partners proberen de vroegsignalering van casussen waar jeugdzorg nodig is te intensiveren. 2. Externe gevolgen cybercriminaliteit / beveiligingsincident Naast de interne gevolgen - die genoemd worden bij risico 8 - loopt de organisatie ook het risico op mogelijk externe gevolgen. Onzorgvuldige omgang met persoonsgegevens en overtredingen van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) kunnen leiden tot aansprakelijkheidsstellingen van getroffenen of boetes van de privacytoezichthouder. Een boete wegens onzorgvuldig handelen met de privacy van inwoners zou bovendien leiden tot grote imagoschade.

55

Het risico is aanwezig op extra kosten die voortvloeien uit boete Autoriteit Persoonsgegevens, imagoschade, aansprakelijkheidstellingen als gevolg van cybercriminaliteit/beveiligingsincidenten, waaronder datalekken. Beheersmaatregel De CISO, Privacybeheerder en FG organiseren acties om het bewustzijn rondom cybercriminaliteit en beveiligingsincidenten binnen de organisaties te verhogen. Tevens worden medewerkers actief herinnerd aan de gedragscodes omtrent computergebruik en privacywetgeving. Ook worden organisatorische maatregelen getroffen zoals het inrichten van een governancestructuur, informatiebeveiligings- en gegevensbeschermingsbeleid, inrichten van autorisaties en beschrijven van werkprocessen. Gemeenten zijn in 2015 aangesloten bij de IBD VNG en hebben de BIG (Baseline Informatieveiligheid Gemeenten) als norm voor hun informatieveiligheid ingevoerd. De BIG is vervangen door de BIO (baseline Informatiebeveiliging Overheid), waarbij eigenaarschap en risico analyse centraal staan. De IBD adviseert ons bepaalde maatregelen te treffen. Die voeren wij, voor zover op ons van toepassing, door. 3. CMD algemeen In 2021 heeft het College het bedrijfsplan voor het CMD vastgesteld. De financiële gevolgen uit het bedrijfsplan zijn verwerkt in de begroting 2022 voor € 230.500.

Het uitvoeringsplan 2022 is in het voorjaar 2022 vastgesteld waarmee we gaan werken uit het meer grip krijgen op de verschillende processen en procedures. We gaan er vanuit dat het verandertraject leidt tot een reductie van de uitgaven en het beroep op de voorzieningen. Het verandertraject en het opvolgen van de aanbevelingen kost echter tijd, we hebben geen garanties dat de aanpak daadwerkelijk leidt tot kostenbesparing en we zien nog steeds een ontwikkeling van toenemende vraag. Beheersmaatregel Het verandertraject moet leiden tot een integrale aanpak waarin we de aanbevelingen in samenhang laten terugkomen, om zo de slagingskans zo groot mogelijk te maken. We blijven monitoren en anticiperen op de trends waaronder de stijgende hulpvraag. We betrekken daarbij de medewerkers en de netwerkpartners van het CMD bij het opvolgen van de aanbevelingen waaronder de uitwerking van de visie. Tegelijkertijd blijven we onze inwoners adequaat ondersteunen bij hun hulpvraag. Dat vraagt het nodige van de medewerkers binnen het CMD. De formatie moet daarbij op orde zijn om zowel het verandertraject goed te kunnen doorlopen als ook onze inwoners adequaat te ondersteunen. 4. Algemene uitkering gemeentefonds Via circulaires wordt de gemeente 2 maal per jaar geconfronteerd met aanpassingen vanuit het gemeentefonds.

De afspraak tussen het Rijk en de gemeenten is 'samen de trap op, samen de trap af'. Indien het Rijk bezuinigt, wordt er ook minder geld in het gemeentefonds gestort. Deze systematiek zal in ieder geval nog gelden t/m 2025. Hoe vanaf 2026 de financieringssystematiek zal zijn is nu nog niet bekend. Via de fondsbeheerders worden hier in overleg met alle betrokkenen in de huidige kabinetsperiode voorstellen voor gemaakt. Er is al wel per 1-1-2023 een nieuw verdeelmodel ingevoerd. Dit ondanks dat de VNG en de ROB aangaven dat er nog veel verbeterd moest worden. De fondsbeheerders hebben toegezegd aan verbeteringen te gaan werken. Onderzoeken naar de centrumfunctie, eenpersoonshuishoudens, inkomstencorrecties WOZ-waarden en de overige eigen middelen (OEM) worden opgestart. Resultaten hiervan zijn pas in 2023 te verwachten. Deze schommelingen in de algemene uitkering kunnen problemen veroorzaken voor het sluitend krijgen van de begroting. Op de hoogte van de algemene uitkering kan geen invloed worden uitgeoefend. Beheersmaatregel De algemene uitkering maakt integraal onderdeel uit van de begroting. De schommelingen worden op het eerst volgende moment binnen de exploitatie verwerkt om deze sluitend te houden. 5. Interne gevolgen cybercriminaliteit / beveiligingsincident De organisatie kan geconfronteerd worden met cybercriminaliteit en/of met een beveiligingsincident.

Recente voorbeelden, de IBD en incidenten in het land (bijvoorbeeld Hof van Twente) laten zien dat de kans hierop toeneemt. De gevolgen kunnen enorm zijn. Cybercriminaliteit is criminaliteit met ICT als middel én doelwit. Cybercriminaliteit is veelvoorkomend. Aan de ene kant wordt ICT steeds complexer, en aan de andere kant blijkt uit de benchmark dat we onder het gemiddelde zitten qua middelen.

56

Beveiligingsincident is een inbreuk op de beveiliging, waarbij de beschikbaarheid, de integriteit of de vertrouwelijkheid van informatie in gevaar is of kan komen. Een beveiligingsincident kan ook onbewust worden veroorzaakt. De IBD geeft in het dreigingsbeeld 2021-2022 duidelijk het signaal af, dat de kans op beveiligingsincidenten toeneemt. Een ambtenaar, bestuurder of raadslid kan bedoeld of onbedoeld informatie verschaffen waar een kwaadwillende zijn voordeel mee kan doen (en de gemeente gedupeerd achterblijft). Informatie rond bestemmingsplannen, aanbestedingen, persoonsgegevens of veranderende regels kan zeer waardevol zijn. Het risico is aanwezig dat de continuïteit van de bedrijfsvoering in het gedrang komt. Beheersmaatregel Er worden technische maatregelen genomen, zoals 2FA (two-factor authentication) en MDM (mobile device management). 6. Wolfswinkel Meerjarig gezien is er geen sluitende exploitatie van de begraafplaats. Hierdoor is een negatief eigen vermogen ontstaan. De gemeente loopt het risico dat de stichting begraafplaats en uitvaartcentrum Wolfswinkel niet in staat is aan haar aflossingsverplichting te voldoen. Ten opzichte van de laatste risico-inventarisatie is de kans dat dit risico zich voordoet, lager ingeschat. Beheersmaatregel Er is meerjarig gezien geen sluitende exploitatie van de begraafplaats geweest.

De realisatie van een crematorium wordt onderzocht om een sluitende exploitatie te realiseren. De gemeente is voor 50% deelgenoot in de stichting en heeft voor de gebouwen exploitatieleningen verstrekt. De jaarlijkse rente en aflossing lasten bedragen € 30.000,- per jaar. Daarnaast is de onderhoudsvoorziening van de panden op de begraafplaats niet op het niveau om het noodzakelijke onderhoud uit te voeren. 7. Crisisbeheersing Iedere gemeente kan te maken krijgen met incidenten, die de status van een crisis krijgen. Deze kunnen plaatsvinden zowel in het fysieke als het sociale domein. Ook kunnen crises lokaal, regionaal of bovenregionaal van karakter zijn. Beheersmaatregel Door adequate maatregelen kunnen de effecten van een crisis zo veel mogelijk beperkt worden. Lokale, regionale en landelijke crisisorganisaties voorzien daarin, met name door crisiscoördinatie en organisatie. Goede eenduidige informatievoorziening, opleidingen en oefenen zijn daarbij randvoorwaarden voor succes. Implementatie van verbeterpunten uit evaluaties zorgt steeds voor verdere professionalisering van de crisisorganisatie. Daarnaast wordt ruim ingezet op preventie en preparatie om aan de voorkant crises te voorkomen. De inrichting van de crisisorganisatie wordt geactualiseerd. Leerpunten uit de coronacrisis en de uitgangspunten van de visie op crisisbeheersing worden hierin meegenomen.

Er wordt vorm gegeven aan een nog professionelere multidisciplinaire organisatie. Veiligheidsregio’s Brabant-Zuidoost en Brabant-Noord en de Politie Oost-Brabant werken hierin nauw samen. Een goed getrainde organisatie die expertise betrekt waar nodig, zal door adequaat ingrijpen de effecten van incidenten zo veel mogelijk kunnen beperken. Met de transities is de gemeente verantwoordelijk geworden voor veel zorgtaken. Hierdoor kan de gemeente vaker partij zijn wanneer een crisis in het sociale domein zich voordoet. Met de Coronacrisis is bevestigd dat een ongekende crisis realiteit kan worden. Een pandemie is al langer gekwalificeerd als een risico met grote waarschijnlijkheid en mogelijk catastrofale gevolgen. Ook voor de toekomst zullen we hier rekening mee moeten houden. Hoewel de opgave aan gemeenten om per direct noodopvang van vluchtelingen uit Oekraïne te realiseren niet benoemd is als een crisis, is wel gewerkt conform de communicatielijnen en de organisatiestructuur van de crisisbeheersing. Ook met dit soort opgaven met enorme impact voor gemeenten moeten we in de toekomst wellicht vaker rekening houden.

57

8. Dienst Dommelvallei De samenwerking op het gebied van bedrijfsvoering en dienstverlening verloopt via de Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei. Op basis van de vastgestelde begroting van Dienst Dommelvallei wordt financieel bijgedragen aan de dienst. Hierbij zijn ook aannames gemaakt met betrekking tot te realiseren efficiency. Omdat Dienst Dommelvallei geen eigen reserves heeft worden de risico’s van de dienst betrokken bij de risicowaarde van de drie deelnemende gemeenten. Beheersmaatregel Via een begroting, jaarrekening en rapportages (Dommelvallei) worden de ontwikkelingen periodiek en intensief gevolgd. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting. Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur van Dienst Dommelvallei. De risico's van Dienst Dommelvallei zijn, voor zover mogelijk, inzichtelijk gemaakt en beheersmaatregelen zijn geformuleerd. 9. Inkoop en aanbesteding De volgende risico's hebben betrekking op inkoop en aanbesteding: 1. Als gevolg van het niet juist hanteren van de aanbestedingsplicht kan een marktpartij rechtsmiddelen aanwenden tegen een gunningsbesluit. Dit leidt tot een vertraging met financiële en juridische gevolgen; 2. Niet rechtmatige inkopen kunnen bovendien leiden tot een afkeurende verklaring (rechtmatigheid) bij de jaarrekening. Hierdoor bestaat de kans op negatieve publiciteit; 3.

Contracten kunnen stilzwijgend verlengd worden tegen ongunstige voorwaarden. Of door het niet bundelen van opdrachten worden besparingsmogelijkheden niet benut. Beheersmaatregel Na de inwerkingtreding van de Aanbestedingswet 2012 is bij de implementatie daarvan veel voorlichting gegeven, de procedure uitvoering beschreven en checklists opgesteld. Elke inkoop gebeurt in beginsel vanuit het principe materiedeskundige (beleidsambtenaar), inkoper (Bizob). Dit is afhankelijk van de inkoopwaarde en/of potentiële risico’s die met de inkoop gepaard gaan. Vragen kunnen aan Bizob en eventueel aan de juridische adviseur gesteld worden. Inkoop en Aanbesteding is onderdeel van de verbijzonderde interne controle. Hierbij worden zowel procesgerichte (deelwaarneming) als gegevensgerichte (inkoopanalyse) controles uitgevoerd. Fouten en/of verbetervoorstellen worden teruggekoppeld. Als gevolg van de gewijzigde EU-richtlijnen is de Aanbestedingswet 2012 gewijzigd. Op 18 juli 2017 is het inkoopbeleid, met inbegrip van het inkoophandboek en -procedures, vastgesteld. Daarbij zijn overeenkomstig de landelijke en regionale lijn - de drempels voor de interne procedures vereenvoudigd waardoor het risico op het niet goed volgen van intern beleid verder is verkleind. 10. Vennootschapsbelasting Met ingang van 1 januari 2016 is de Wet modernisering Vpb-plicht overheidsondernemingen in werking getreden.

Dit houdt in dat jaarlijks een fiscale aangifte moet worden ingediend. Eerst wordt een voorlopige aangifte gedaan, gevolgd door de definitieve. Beheersmaatregel Verdere vervolgstappen vooruitlopend op het oordeel van de Belastingdienst op het afstemmingsverzoek kunnen nog niet worden genomen. 11. Fiscaliteit De gemeente is aansprakelijk voor fouten in loonbelastingopgaves, Btw aangiften, opgave Btw compensatiefonds en de WKR. Bovendien kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld voor belastingschulden van andere bedrijven op basis van inleners of ketenaansprakelijkheid. Beheersmaatregel Met het oog op de ontwikkelingen rondom 'Horizontaal Toezicht' met de Belastingdienst wordt er gewerkt aan een 'Tax Control Framework'. Dit betekent niet dat het risico komt te vervallen.

58

12. Attero-compensatieovereenkomst Formeel hebben de gewesten in Brabant een contract met Attero over het verbranden van afval. In dit contract is een minimum-hoeveelheid opgenomen. Vanaf 2011 is deze minimum hoeveelheid niet aangeleverd door de gewesten gezamenlijk. Attero heeft geclaimd over 2015 t/m jan 2017. Er is een uitspraak gedaan door een arbitragecommissie en de gemeenten zijn daarin in het ongelijk gesteld. Er is een factuur van 6.1 miljoen als naheffing gestuurd naar de MRE. Deze factuur is door het MRE betaald. Inmiddels is vanuit de VvC een procedure gestart bij het Gerechtshof om het vonnis te vernietigen. In de tussenliggende periode wordt dit bedrag nog niet verrekend met de gemeenten. Over die verrekening bestaat namelijk binnen het MRE onenigheid tussen de gemeenten. De nietdiftar-gemeenten staan op het standpunt dat zij het tekort niet hebben veroorzaakt en dus ook hiervoor niet gaan betalen. Op dit moment is dus nog niet aan te geven hoe de kosten verdeeld gaan worden over de gemeenten. Ook binnen de gewesten bestaat overigens nog onenigheid over de verdeling van de kosten. De discussie hierover wordt verschoven tot na de definitieve uitspraak over de vernietigingsprocedure. Inmiddels heeft de rechter Attero in het ongelijk gesteld, maar Attero is in cassatie gegaan.

Zolang dat loopt, blijft er dan ook een risico voor de gemeenten bestaan (weliswaar met een geringe kans). Beheersmaatregel De berekening van het te betalen bedrag is arbitrair want het gaat uit van solidariteit, terwijl je ook een heel andere invalshoek kan gebruiken, zoals daadwerkelijke minderlevering van restafval. 13. Verkiezingen In de meerjarenraming is rekening gehouden met de regulier te verwachten verkiezingen. In het geval extra verkiezingen worden uitgeschreven wordt een financieel risico gelopen. Beheersmaatregel Dit is niet beïnvloedbaar. Als sprake is van tussentijdse verkiezingen zal de gemeente deze moeten organiseren. 14. GGD Brabant Zuidoost De Gemeenschappelijke Regeling GGD Brabant Zuidoost heeft tot doel een bijdrage te leveren aan de publieke gezondheidszorg. Op basis van de begroting wordt financieel bijgedragen. Binnen de Gemeenschappelijke Regeling zijn gemeenten alleen verantwoordelijk voor de taken op het gebied van de publieke gezondheidszorg. De zorgverzekeraars zijn verantwoordelijk voor de bekostiging van de ambulancezorg. De gemeenten zijn dan ook voor een deel van het onafgedekte risico van € 1.550.000 verantwoordelijk. Beheersmaatregel Via de begroting, jaarrekening en rapportages worden de ontwikkelingen periodiek en intensief gevolgd. Eventuele effecten kunnen rechtstreeks verwerkt worden in de eigen begroting.

Daarnaast is sprake van deelname in het bestuur en ambtelijk het Opdrachtgeversplatform. 15. Terugkeergarantie voormalig ambtenaar Met de voormalig coördinator CMD is een terugkeergarantie afgesproken. Beheersmaatregel Wegens politiek ambt elders geldt er een terugkeergarantie voor de voormalig coördinator CMD. Deze terugkeergarantie geldt voor de functieschaal ambtenaar. Bij vertrek van deze persoon is de formatieplek voor vast ingevuld, omdat niet in te schatten is hoe lang de politieke betrekking elders zal duren. Bij terugkeer is deze persoon boventallig.

59

Weerstandscapaciteit in cijfers De beschikbare weerstandscapaciteit is de verzamelterm van al die bronnen waaruit niet voorziene financiële tegenvallers bekostigd kunnen worden. Beschikbare weerstandscapaciteit Incidentele weerstandscapaciteit

Peildatum 1-1-2023

Algemene risicoreserve

2.500.000

1

Reserve vrije bestedingsruimte

6.862.214

2

Totaal incidentele weerstandscapaciteit

9.362.214

Structurele weerstandscapaciteit Post onvoorzien

80.000

Totaal structurele weerstandscapaciteit

80.000

Totaal beschikbare weerstandscapaciteit

9.442.214

1 Stand 1 januari 2023 2 O.b.v. laagste stand meerjarenraming 2023-2026 na verwerking jaarrekening 2021

Er is veel meer incidentele capaciteit beschikbaar dan structurele capaciteit. De structurele capaciteit kan in principe jaarlijks worden vrijgemaakt voor financiële tegenvallers. De incidentele capaciteit kan slechts eenmaal worden aangesproken en kan pas na aanvulling weer worden gebruikt om volgende tegenvallers te kunnen opvangen. In het voorjaar van 2022 is de Nota reserves en voorzieningen geactualiseerd en vastgesteld door de Raad. Alle oude reserves en voorzieningen zijn hierin onder de loep genomen en bij ieder daarvan is de afweging gemaakt of ze nog als zodanig moesten blijven bestaan. Een aantal reserves stond geparkeerd voor andere zaken, maar het was verdedigbaar om ze op te heffen en desbetreffende budgetten toe te voegen aan de algemene reserve. Op deze wijze blijft het aantal reserves en voorzieningen zoveel mogelijk beperkt. Dit bevordert de inzichtelijkheid in de financiële positie van de gemeente en geeft de Raad - binnen de bestaande regelgeving - maximale keuzevrijheid. De herijking van de Nota reserves en voorzieningen heeft daarmee wel als gevolg dat de beschikbare weerstandscapaciteit (algemene reserve en vrij aanwendbare bestemmingsreserves) vergroot is. Dit leidt tot een hogere ratio weerstandsvermogen. Weerstandsvermogen Er wordt uitgegaan van een gewenste minimale score voor de ratio weerstandsvermogen van ‘voldoende’ (ratio ≥ 1).

Deze verhouding wordt bepaald door de volgende ratio: Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit De ratio weerstandsvermogen kan als volgt worden vastgesteld: Ratio weerstandsvermogen = € 9.442.214 = 4,27 € 2.211.695 Geconcludeerd kan worden dat het weerstandsvermogen van de gemeente met een weerstandsratio van 4,27 meer dan toereikend is om de risico’s op te vangen.

60

Financiële kengetallen Kengetallen geven inzicht in bepaalde onderdelen van de begroting of de balans en kunnen bijdragen aan het beoordelen van de financiële positie van de gemeente. De combinatie van de kengetallen geven een indicatie over de financiële positie van de gemeente. Daarnaast bieden kengetallen de mogelijkheid om gemeenten onderling te vergelijken. Een individueel kengetal zegt weinig over hoe de financiële positie van de gemeente moet worden beoordeeld. De kengetallen moeten in samenhang bekeken worden, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een beeld geven van de financiële positie van de gemeente. Een kengetal, of de ontwikkeling van een kengetal, is een weerspiegeling van het gevoerde beleid. Voor de provincie als toezichthouder hebben de kengetallen een signaleringswaarde. Ze kunnen worden betrokken bij het krijgen van een completer inzicht in de financiële situatie en risicopositie van een gemeente. De volgende financiële kengetallen moeten in de paragraaf weerstandsvermogen opgenomen worden: • netto schuldquote; • netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; • solvabiliteitsratio; • grondexploitatie; • structurele exploitatieruimte; • belastingcapaciteit. De toezichthouder hanteert geen normering, maar maakt gebruik van onderstaande signaleringswaarden. Waarderingscijfer

Minst risicovol

Neutraal

Meest risicovol

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

<90

90-130

>130

Solvabiliteitsratio

>50

20-50

<20

Grondexploitatie

<20

20-35

>35

Structurele exploitatieruimte

>0

0

<0

Belastingcapaciteit

<95

95-105

>105

61

62

Uitgangspunten Voor de kolommen realisatie is uitgegaan van de balans zoals opgenomen in de betreffende jaarrekening. De kengetallen voor de begroting 2022 zijn afkomstig uit de meerjarenbegroting 2022-2025. De kengetallen voor de begroting 2023-2026 zijn afkomstig uit deze meerjarenbegroting. Omschrijving Netto schuldquote

Realisatie

Begroting

2019

2020

2021

2022

2023

2024

2025

2026

5%

0%

11%

72%

72%

104%

100%

108%

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

1%

-3%

8%

72%

72%

104%

100%

108%

Solvabiliteitsratio

77%

71%

72%

47%

46%

39%

40%

37%

Grondexploitatie

2% -13%

-19% -10% -11%

-2%

-3%

-2%

Structurele exploitatieruimte

1%

0%

3%

1%

2%

5%

5%

2%

Belastingcapaciteit

85%

89%

101%

93%

89%

89%

89%

89%

Hieronder volgt per kengetal een korte toelichting. Netto schuldquote

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. Om inzicht te verkrijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel in- als exclusief doorgeleende gelden weergegeven (netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen).

63

Solvabiliteitsratio

Dit kengetal geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met de andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van een gemeente. Grondexploitatie

De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de verkochte gronden kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale (geraamde) baten.

64

Structurele exploitatieruimte

Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten (waaronder de rente en aflossing van een lening) te dekken. Belastingcapaciteit

De belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin bij het voordoen van een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar deze kan worden opgevangen of dat er ruimte is voor nieuw beleid. Om deze ruimte weer te kunnen geven is een ijkpunt nodig. In dit geval landelijk gemiddelde tarieven. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de hoogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, rioolheffing en reinigingsheffing). Naast de OZB wordt tevens gekeken naar de riool- en afvalstoffenheffing omdat de heffing niet kostendekkend hoeft te zijn, maar ook lager mag worden vastgesteld.

65

Conclusie Netto schuldquote (zowel gecorrigeerd als niet gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen). De hoogte van dit kengetal wordt voor de gemeente Son en Breugel beïnvloed door 2 oorzaken: • De boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie zijn de afgelopen jaren gedaald, waardoor afgelost is op de (daarvoor) aangetrokken geldleningen. • Het oplopen van dit kengetal in de begrotingsjaren vanaf 2022 wordt veroorzaakt door de gedane en geraamde investeringen voor: o Gemeentehuis o Nieuwbouw de Regenboog en de Krommen hoek o Gezamenlijke uitbreiding voor de Bloktempel en de Ruimte o Braecklant o Dommelhuis o Sporthal de Bongerd Solvabiliteitsratio In de jaren 2019, 2020 en 2021 zijn reserves en voorzieningen nagenoeg ongewijzigd gebleven en is de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie afgenomen. Hierdoor blijft de solvabiliteitsratio in die jaren op nagenoeg hetzelfde niveau. De daling van het kengetal in de meerjarenbegroting wordt veroorzaakt door de geraamde onttrekkingen aan reserves voor een deel van de hierboven genoemde investeringen. Daarnaast stijgt de totale boekwaarde van de activa als gevolg van de genoemde investeringen. Grondexploitatie In de afgelopen jaren is het kengetal gedaald door de afname van de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie.

Dit kengetal wordt in de jaren 2021 en 2022 negatief omdat er in die jaren gronden verkocht worden waar geen boekwaarde tegenover staat. Deze winsten worden pas als baten geraamd als ze daadwerkelijk gerealiseerd zijn. Structurele exploitatieruimte De resultaten van de begrotingsjaren zijn positief. Dit betekent dat alle structurele lasten, inclusief de kapitaallasten van de geraamde investeringen, opgevangen worden binnen een structureel sluitende begroting. Belastingcapaciteit Het landelijk gemiddelde van het kengetal voor de belastingcapaciteit wordt jaarlijks op 100% gesteld. Het kengetal belastingcapaciteit daalt voor 2023 naar 89%. Kanttekening daarbij is dat de opbrengsten afgezet zijn tegen een landelijke gemiddelde dat niet geactualiseerd is voor 2023.

66

Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op het beheer en onderhoud van het groen (openbaar groen), grijs (wegen en openbare verlichting) en blauw (riolering; gemalen en grondwater). Een rationeel beheer en onderhoud van dergelijke kapitaalgoederen is gebaat bij beheersystemen die tijdig de gewenste informatie verschaffen in het noodzakelijke onderhoud en de daarmee samenhangende kosten. Vandaar dat in deze paragraaf ingegaan wordt op de huidige stand van zaken van deze systemen.

Wegen en weginspectie Beleid Son en Breugel werkt met een wegenbeheersysteem. Op basis van tweejaarlijkse inspecties actualiseren we de basisgegevens binnen dit systeem. Het huidig areaal aan verhardingen is te verdelen in: • Elementenverhardingen: ca. 670.000 m2 • Asfaltverhardingen: ca. 470.000 m2 Uitgangspunt van het onderhoud aan de gemeentewegen is dat die voldoet aan de kwaliteitsnormen van het CROW (Centrum voor onderzoek en regelgeving in de grond-, weg- en waterbouw en verkeerstechniek). Het onderhoudsniveau van wegen is kwaliteitsniveau C. In de CROW-kwaliteitscatalogus wordt dit omschreven als matig. Het onderhoudsniveau van trottoirs is B (kwaliteit: voldoende). Algemeen In de eerste helft van 2022 is de aanbesteding om tot een beheerplan groen en grijs te komen doorlopen. Het bureau met de uiteindelijke beste prijskwaliteitverhouding had tijdens de aanbesteding al aangegeven dat het bij eventuele gunning de werkzaamheden pas later in 2022 op zou kunnen starten. Gezien het feit dat dit bureau als beste is beoordeeld en de kwaliteit van de beheerplannen belangrijker is bevonden dan de opleverdatum, is geaccepteerd dat de plannen pas in het eerste kwartaal van 2023 vastgesteld kunnen worden. Naam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11940965/2