CConstaterende datSon en Breugel
Koppel je AI →
Document · PDF

1. Meerjarenbegroting 2024-2027

Gemeenteraad 8 november 2023, gemeente Son en BreugelBij agendapunt: 3. Meerjarenbegroting 2024 - 202741.604 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Periode

MJOP civieltechnische kunstwerken

2024-2034

Vastgesteld in de raad

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2023

Uitgangspunten De MJOP's worden opgesteld om de civiele kunstwerken op een efficiënte en effectieve wijze in stand en veilig te houden. De wijze waarop is in de MJOP’s worden opgenomen.

66

Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel zijn de bedragen voor het onderhoud van de civiele kunstwerken excl. kleine reparaties weergegeven. Financieel Dagelijks onderhoud civiele kunstwerken

2024

2025

2026

2027

13.683

3.300

3.300

4.693

Contract onderhoud civiele kunstwerken

16.825

0

18.480

0

Planmatig onderhoud civiele kunstwerken (voorziening)

205.954

28.350

14.875

87.945

Totaal

263.462

31.650

36.655

92.638

Naast bovenstaande bedragen voor het reguliere onderhoud is er ook een investeringskrediet beschikbaar gesteld voor de vervanging van de brug Dommelpas en bijbehorend fiets- en voetpad.. Achterstallig onderhoud Er is sprake van achterstallig onderhoud aan de brug/duiker Broekstraat. Deze brug/duiker wordt zo spoedig mogelijk vervangen en is opgenomen in de MJOP voor vervanging in 2024.

Groenvoorzieningen Beleid In 2021 is het nieuwe groenbeleidsplan vastgesteld. Dit plan wordt in 2022 en 2023 vertaald naar een groen-grijs beheerplan. Dit traject wordt samen met het nieuwe beheerplan wegen vormgegeven zodat er een integrale aanpak voor het beheer van de openbare ruimte mogelijk wordt gemaakt. Beleidsplan Het vigerende groenbeleidsplan is in 2021 vastgesteld en heeft geen specifieke einddatum. Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Beleidsnota Openbaar Groen 2021

2022-(geen specifieke einddatum)

25 november 2021

Planning vaststelling nieuw beleidsplan

Uitgangspunten Het hoofddoel van het groenbeleidsplan is om een samenhangend beleid en beheer van het openbaar groen voor de gemeente, naar tevredenheid van bewoners en bedrijven maar met een verschuiving van cultuurlijk groen naar natuurlijk groen. In het op te stellen groen-grijs beheerplan wordt deze verschuiving concreet gemaakt. Het groen-grijs beheerplan is conform planning in het eerste kwartaal van 2024 gereed. Het cultuurlijk ingerichte openbaar groen is op veel plekken aan vervanging toe. Dit is een uitgelezen kans om natuurlijk groen te realiseren. Gazons en hagen worden vervangen door bijvoorbeeld bloemenweides en vogelbosjes. Dit verhoogt de biodiversiteit en leefbaarheid, terwijl de beheerkosten lager zullen uitvallen. Zo is het mogelijk om met gelijkblijvende kosten in de toekomst hoogwaardiger groen te beheren. Jaarlijks onderhoudsbudget In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het groot onderhoud aan het openbaar groen weergegeven. Het betreft hier de bestekken voor de verschillende arealen. Financieel

2024

2025

2026

2027

Exploitatiebudget

625.813

636.604

636.604

636.604

Totaal

625.813

636.604

636.604

636.604

Naast de reguliere onderhoudsbudgetten is voor de uitvoering van het groenbeleidsplan € 490.000 gereserveerd. Dit betreft het omvormen van cultuurlijk groen naar natuurlijk groen. Naar verwachting resteert hiervan eind 2023 € 41.475. Financieel Besteding uit reserve Saldo reserve per 31-12

2024

2025

2026

2027

41.475

0

0

0

0

0

0

0

De uitvoering van het groenbeleidsplan zal naar verwachting doorlopen tot en met 2024. Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

67

Riolering Beleid Het gemeentelijk beleid is vastgelegd in het Programma Water en Riolering 2023-2027 (PWR). Er zijn vier gemeentelijke zorgplichten: zorgplicht voor stedelijk afvalwater; zorgplicht voor hemelwater; zorgplicht voor grondwater en de zorgplicht voor beheer en onderhoud van de riolering. Daarnaast zijn in het PWR maatregelen opgenomen die voortvloeien uit de Kader Richtlijn Water (KRW). Het 'rioleringsplan' geeft inzicht in de bestaande infrastructuur en benodigde reconstructies en vervangingen binnen het stelsel. Het is tot stand gekomen op basis van een theoretische/strategische benadering ofwel de economische levensduur van de riolering binnen het databestand. Programma Water en riolering 2023-2027 Op 22 juni 2023 is het PWR 2023-2027 vastgesteld door uw gemeenteraad. In het PWR 2023-2027 is een overzicht opgenomen van de te nemen verbetering- en vervangingsmaatregelen. Hieraan zijn tevens de financiële consequenties gekoppeld. Er is aandacht geschonken aan acties die ondernomen moeten worden in het kader van klimaatverandering waarbij grote droge periodes worden afgewisseld met forse natte periodes. Aandacht voor hittestress en wateroverlast zijn dan ook belangrijke aandachtspunten. De financiële gevolgen vormen de basis voor het vaststellen van een kostendekkende rioolheffing.

Samenwerking binnen de afvalwaterketensystemen (OAS) cluster Eindhoven Binnen het samenwerkingsverband worden maatregelen genomen om de waterkwaliteit van de Dommel en de zij-beken te laten voldoen aan de Europese Kader Richtlijn Water (KRW). De KRWrichtlijn is bedoeld om te zorgen dat de kwaliteit van grond- en oppervlaktewater in Europa uiterlijk 2027 op een goed niveau is en blijft. Voor het stroomgebied van de Boven-Dommel en de zij-beken werken de betrokken partijen (gemeenten en waterschap De Dommel) samen in het Klimaatportaal Zuidoost Brabant. Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

Programma Water en Riolering

2023-2027

22 juni 2023

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2027

Jaarlijks groot onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel staan de kosten voor het onderhoud aan het rioolstelsel. Daarnaast zijn er ook kosten voor o.a. planvorming, kapitaallasten en interne uren. De vervangingsinvesteringen zijn gebaseerd op het Programma Water en Riolering 2023-2027 en zijn opgenomen op het activiteitenplan. Financieel

2024

2025

2026

2027

Onderhoudskosten riolering

478.500

506.732

545.601

528.504

Totaal

478.500

506.732

545.601

528.504

Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

Gebouwen Beleid Gemeentelijk gebouwen betreft gebouwen zoals het gemeentehuis, werf, combigebouw en bibliotheek en het Vestzaktheater. Gemeentelijke gebouwen De fysieke staat van de gemeentelijke gebouwen en daarmee het noodzakelijke onderhoudsniveau is opgenomen in een MeerJarenOnderhoudsProgramma (MJOP). Op 2 december 2015 is dit vastgesteld door de gemeenteraad. De gemeenteraad heeft op 11 juni 2020 ingestemd met de strategie tot het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed. De strategie is geschreven op basis van een onderzoek van Strukton. Hierin is benoemd: • Welke gebouwen en maatregelen we meenemen in de MJOP. • Welke projecten zelfstandig uitvoeren om te verduurzamen. • Welke gebouwen we niet meenemen, omdat deze geen toekomstperspectief hebben. • Dat we voor De Landing eerst kijken naar een totaaloplossing.

68

Daarnaast is ook het accomodatiebeleid het afgelopen jaar tegen het licht gehouden. Dit tezamen geeft een goed beeld van de benodigde informatie om het MJOP op te kunnen stellen. Waarbij door schaarste in bouw en installatiematerialen de prijzen zijn gestegen. Dit vraagt met hernieuwde kennis het plan op te stellen. Het onderhoudsbudget voor de gemeentelijke gebouwen wordt aan de hand van het bovenstaande in de eerste helft van 2024 geactualiseerd. Naam

Periode

Vastgesteld in de raad

MJOP gebouwen

N.v.t.

2 december 2015

Planning vaststelling nieuw beleidsplan 2024

Uitgangspunten Periodiek dienen de bestaande meerjarenonderhoudsprogramma’s (MJOP’s) te worden geactualiseerd zodat planning en uitvoering in een lijn blijven en de kosten/budgetten actueel blijven. Een MJOP wordt opgesteld voor alle gemeentelijke gebouwen die op de huidige wijze in stand worden gehouden en waarvoor geen nieuwbouw in de planning staat. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen Financieel

2024

2025

2026

2027

90.875

90.875

90.875

90.875

Besteding uit voorziening

75.155

128.796

198.653

128.796

Saldo voorziening per 31-12

750.434

712.513

604.735

566.814

Dotatie voorziening

Dotatie voorziening: De dotatie aan de voorzieningen is bepaald op basis van het MJOP uit 2015, aangevuld met de ontvangsten van de SIM-subsidie voor het groot onderhoud van de oude kerktoren en het oude raadhuis. Achterstallig onderhoud Momenteel is sprake van achterstallig onderhoud, mede doordat geplande renovaties uitgesteld zijn. Het achterstallig onderhoud wordt meegenomen bij de actualisatie van het MJOP in 2024.

Speeltoestellen Uitgangspunten Uitgangspunt is dat de speeltuinen voldoen aan de veiligheidseisen van het attractie- en speeltuinenbesluit. Om hieraan te voldoen zijn in de afgelopen jaren alle speeltoestellen vervangen. De investeringen zijn afgesloten. Elk jaar worden de speeltoestellen gecontroleerd door een externe partij en eventuele tekortkomingen worden hersteld. Jaarlijks onderhoudsbudget c.q. investeringsmiddelen In onderstaande tabel wordt het meerjarenbudget voor het onderhoud aan de speelvoorzieningen. Dit budget omvat o.a. onderhoud, inspectie kleine vervangen en schoonmaak van de speelvoorzieningen. Financieel

2024

2025

2026

2027

Exploitatiebudget

45.766

45.766

45.766

45.766

Totaal

45.766

45.766

45.766

45.766

Achterstallig onderhoud Er is geen sprake van achterstallig onderhoud.

69

Financiering Inleiding Het opstellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarstukken is in zowel het BBV als in de wet Fido verplicht gesteld. Financiering betreft de wijze waarop de gemeente Son en Breugel de benodigde geldmiddelen aantrekt en (tijdelijke) overtollige geldmiddelen belegt. De uitvoering van deze paragraaf vindt plaats binnen de wettelijke kaders van het BBV en de wet Fido. Naast deze wetgeving is een treasurystatuut vastgesteld. In dit statuut zijn nadere regels opgenomen om daarmee de financieringsfunctie te sturen, te beheersen en te controleren. De paragraaf geeft inzicht in de rentelasten en -baten, het renteresultaat, de financieringsbehoefte en de wijze waarop rente wordt toegerekend aan investeringen, grondexploitaties en projecten. De bedragen in onderstaande tabellen moeten vermenigvuldigd worden met € 1.000.

Interne- en externe ontwikkelingen Extern De ECB blijft in de komende twaalf maanden een ruim monetair beleid voeren. De lange rentetarieven zijn wel fors gestegen afgelopen jaar. Intern Voor de begroting zijn de volgende interne rentepercentages gebruikt, de berekening volgens BBV: Renteschema

%

Rente over voorziening verliesgevende complexen bouwgrond

2,00%

Rente grondexploitatie

1,59%

Rente activa

1,80%

In onderstaand schema is het renteresultaat berekend volgens BBV: Stap Renteschema

2024

De externe rentelasten over de korte en lange financiering

2025

2026

2027

1.210 1.288 1.351 1.363

De externe rentebaten

-26

1 Saldo rentelasten en rentebaten

-25

-23

-21

1.183 1.263 1.328 1.341

De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend

-51

-68

-78

-92

De rentebaten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

-20

-18

-16

-14

De rentelasten van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend

20

18

16

14

-51

-68

-78

-92

2 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente 3 Rente over eigen vermogen 3 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)

0

0

0

0

135

137

140

143

4 Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente 1+2+3)

1.267 1.333 1.390 1.392

5 De werkelijk aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)

-1.638 -1.686 -1.700 -1.692

Renteresultaat op het taakveld treasury (4+5)

-370

-354

-310

-300

Het genoemde renteresultaat komt terug op het taakveld treasury, maar is niet het enige resultaat op dat taakveld. Ook bijvoorbeeld ontvangen dividend wordt geraamd op het taakveld, maar maakt geen onderdeel uit van het renteschema.

Financieringsbehoefte Op basis van de begroting 2024 wordt een meerjarige financieringsbehoefte opgesteld. Boekwaarde 1-1

2024

2025

2026

2027

92.651

95.403

96.108

95.611

Grondexploitatie

-211

1.959

3.269

5.047

Geldleningen OG*

-15.089

-14.225

-13.359

-12.490

Reserves en voorzieningen

-38.488

-38.340

-36.555

-36.241

Financieringsbehoefte

38.863

44.797

49.464

51.927

Activa

* Dit is de huidige leningenportefeuille.

70

Uit bovenstaand schema blijkt dat de komende jaren een financieringsbehoefte is tot een maximum van ruim € 52 miljoen. Deze wordt gefinancierd met kasgeld en langlopende geldleningen. Beleidsvoornemen financiering. Het beleid is erop gericht om de financieringsbehoefte af te dekken met kortlopende financiering omdat de rente op de kortlopende middelen lager is dan de rente op langlopende middelen. Hierbij wordt rekening gehouden met de kasgeldlimiet, die bepaalt dat de gemiddelde vlottende schuld, over drie maanden gezien, niet boven de 8,5% van het begrotingstotaal mag uitkomen. Gezien het feit dat de rente op dit moment stijgt, kan de overweging gemaakt worden om een groter deel van de financieringsbehoefte te financieren met langlopende leningen.

Renterisicobeheer De overheid heeft twee instrumenten bepaald voor het toetsen van het renterisico, namelijk: de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet vormt de bovengrens waarmee een tijdelijk liquiditeitstekort gefinancierd kan en mag worden met een kortlopende geldlening (korter dan 1 jaar). Als het liquiditeitstekort een structureel karakter draagt moet een langlopende geldlening worden aangetrokken. Indien voor het derde achtereenvolgende kwartaal de kasgeldlimiet wordt overschreden moet de toezichthouder hiervan op de hoogte worden gesteld. Ook moet de kwartaalrapportage en een plan om binnen de kasgeldlimiet te blijven ter goedkeuring worden voorgelegd aan de toezichthouder. De kasgeldlimiet is vastgesteld op 8,5% van het begrotingstotaal. Stap

Omschrijving

2024

Bepalen toegestane kasgeldlimiet Omvang begrotingstotaal

50.057

Percentage regeling

8,50%

1 Toegestane kasgeldlimiet

4.255

Vlottende korte schuld opgenomen gelden < 1 jaar

4.000

Schuld in rekening courant

0

Gestorte gelden door derden < 1 jaar

13

Overige geldleningen niet zijnde vaste schuld 2 Totaal vlottende korte schuld

0 4.013

Vlottende middelen Contante gelden in kas

17

Tegoeden in rekening courant

606

Overige uitstaande gelden < 1 jaar 3 Totaal vlottende middelen

0 623

4 Totaal netto vlottende schuld (2-3)

3.390

Ruimte(+)/Overschrijdingen(-) (1-4)

865

Voor 2024 wordt met kasgeldleningen gewerkt tot de bovengrens van de kasgeldlimiet om te voorzien in de financieringsbehoefte. De overige financieringsbehoefte wordt gefinancierd door middel van het opnemen van langlopende geldleningen.

71

Renterisiconorm De renterisiconorm stelt een grens aan het te lopen renterisico op de vaste schuld. De risiconorm houdt in dat de jaarlijkse verplichte aflossingen en renteherzieningen niet hoger mogen zijn dan 20% van het begrotingstotaal (zie tabel hieronder). Stap

Omschrijving 1 Renteherzieningen 2 Aflossingen

3 (1+2)

6 (4 x 5)

2024

2025

2026

0

0

0

2027 0

864

866

868

870

Renterisico

864

866

868

870

4 Begrotingstotaal

50.057

49.668

48.659

48.217

5 Percentage regeling

20%

20%

20%

20%

Renterisiconorm

10.011

9.934

9.732

9.643

9.147

9.067

8.864

8.773

7 Ruimte(+)/Overschrijdingen(-)

Voor de komende jaren is er ruimte om lang geld aan te trekken volgens de renterisiconorm.

Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille van de gemeente ziet er als volgt uit: Opgenomen langlopende leningen Leningverstrekker

Looptijd Van

Rente

Oorspronkelijk

1-1-2024

31-12-2024

t/m

Provincie Noord-Brabant

2018

2033

1,13%

1.014

695

629

Provincie Noord-Brabant

2018

2033

1,18%

761

522

472

Provincie Noord-Brabant

2019

2034

1,28%

507

381

349

Provincie Noord-Brabant

2019

2034

1,33%

254

191

175

BNG

2022

2042

1,72%

14.000

13.300

12.600

16.536

15.089

14.225

Totaal

72

Bedrijfsvoering Inleiding De bedrijfsvoering heeft als doel het zo optimaal mogelijk ondersteunen en uitvoeren van de programma’s. In de praktijk moet dit tot uiting komen in het goed bedienen van de klanten van onze gemeente, interne en externe processen efficiënt te laten verlopen en zorgvuldige besluitvorming te garanderen. Concreet gaat het om een goede dienstverlening aan de burger, namelijk door: • een efficiënt werkende organisatie; • een zorgvuldig besluitvormingsproces; • een gestructureerde planning en beheersing van de beleidsuitvoering; • waar mogelijk op een verantwoorde manier benutten van ICT-mogelijkheden; • de beschikbaarheid van gemotiveerd en gekwalificeerd personeel.

Organisatie die we willen zijn Doorontwikkeling organisatie Het organisatie ontwikkeltraject is een continu proces dat we op basis van opgedane ervaringen en aanvullende inzichten gaan vertalen naar een meerjarig programma. Daarin zullen voorstellen bij elkaar komen met betrekking tot strategie, cultuur en organisatiestructuur. De ambtelijke capaciteit vormt daar ook onderdeel van en de beweging naar zelforganisatie op inhoud is uitgangspunt. De nieuwe managers zijn gestart en gaan bijdragen aan de verdere implementatie en borging van de ingezette ontwikkeling. Het bevorderen van de integrale samenwerking en afstemming zijn daar onderdeel van. Strategisch HRM – beleid Het strategisch HRM plan zetten we in om (middel) lange termijn ontwikkelingen die van invloed zijn op de ontwikkeling van de organisaties te vertalen naar een HRM – instrumentarium. De doorontwikkeling van de organisatie bepaalt mede welke onderwerpen we specifiek gaan oppakken. De speerpunten voor 2024 zijn gericht op de nieuwe gesprekscyclus en strategische personeelsplanning.

Informatievoorziening In 2024 werken we verder aan een betrouwbare en veilige informatievoorziening volgens de kaders van het Informatiebeleid Dommelvallei 2021-2025. Belangrijke onderwerpen waar we aan werken zijn: • • • • • • •

Verder bouwen aan de informatievoorziening die nodig is voor een optimale uitvoering van de Wet Open Overheid; Aanpassingen in processen en systemen voor de Wet Modernisering Elektronisch Bestuurlijk Verkeer; Transitie naar de cloud, op basis van de resultaten van extern onderzoek; Digitale duurzaamheid waarbij informatie vindbaar, beschikbaar, leesbaar, interpreteerbaar, betrouwbaar en toekomstbestendig is; Risicoanalyses, waaronder risicoworkshops informatiebeveiliging met directie en management om de roadmap informatiebeveiliging en privacy te actualiseren; Weerbaarheid op het gebied van informatieveiligheid en privacy verder verhogen, aan de hand van een meerjarig bewustwordingsprogramma; Toetsen aan de vastgestelde kaders, waaronder de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO), de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) en de Wet op Politie Gegevens (Wpg). De benodigde werkzaamheden en projecten komen terecht in het Informatieplan 2024-2025 Dommelvallei.

Control Accountant In de tweede helft van 2023 worden gesprekken gevoerd met de accountant hoe opvolging te geven aan zijn adviezen uit de managementletter en het accountantsverslag. Uitwerking daarvan gebeurt gedeeltelijk in 2024.

73

Rechtmatigheidsverantwoording Het college geeft in 2024 een rechtmatigheidsverantwoording af bij de jaarrekening 2023. De wetgeving hiervoor is eind 2022 door de Tweede Kamer vastgesteld. Tot en met de jaarrekening 2022 gaf de accountant zijn oordeel over zowel de rechtmatigheid als de getrouwheid van de jaarrekening. De accountant toetst de jaarrekening 2023 alleen nog op getrouwheid. De rechtmatigheidsverantwoording is vertaald in de in 2023 gewijzigd vastgestelde financiële en controleverordening. Samen met de accountant bereiden we dit in 2023 en begin 2024 voor, zodat we een rechtmatigheidsverantwoording kunnen afgeven bij de jaarrekening 2023.

Kengetallen (peildatum 1-8-2023) Verdeling man/vrouw en fulltime/parttime Fulltime

Parttime

Totaal

Mannen

33

6

39

Vrouwen

13

35

48

Totaal

46

41

87

Verhouding man / vrouw man 45%, vrouw 55% Verhouding man / vrouw in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2022: man 43%/ vrouw 57%* *bron: personeelsmonitor 2022

Formatie (excl. Griffie en College B&W) Factor Totale formatie teams

Begroting 2024

fte

84,15

Gemiddelde leeftijd 2023

2022

Mannen

51,8

51,7

Vrouwen

43,8

43,6

Totaal

47,4

47,5

Gemiddelde leeftijd landelijk binnen gemeenten in 2022: 47,2 jaar

Ziekteverzuim (excl. zwangerschapsverlof) 2023

2022

Verzuimpercentage

7,76

7,58

Verzuimfrequentie

0,73

1,29

Ziekteverzuimpercentage in vergelijkbare gemeenteklasse voor 2022: 6,7% Indicatoren BBV begroting 2021 Formatie (FTE per 1000 inwoners)

Jaarrekening 2022 5,60

Begroting 2022 5,74

Begroting 2023 5,70

Begroting 2024 5,18

Bezetting (FTE per 1000 inwoners)

4,99

5,36

4,86

4,21

Apparaatskosten (kosten per inwoner)

826,56

846,57

879,42

898,20

Externe inhuur (kosten inhuur externen als % van totale loonsom + totale kosten inhuur externen)

29,70%

17,43%

12,56%

6,74%

Overhead (% van de totale lasten)

14,90%

15,15%

15,57%

15,78%

74

Verbonden partijen Inleiding De paragraaf verbonden partijen moet inzicht geven in de relaties van de gemeente in rechtspersonen waarin bestuurlijke invloed wordt uitgeoefend én financiële belangen gemoeid zijn. Verbonden partijen zijn een manier om een bepaald beleidsvoornemen uit te voeren; het aangaan van verbonden partijen komt altijd voort uit het publiek belang. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: zeggenschap, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Onder financieel belang wordt verstaan: een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat onderscheidenlijk het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichting niet nakomt.

Ter voldoening aan het bepaalde in de artikelen 1, 5, 8, 9, 15, 26 en 36 van het BBV komen hierna de volgende verbonden partijen aan de orde: Gemeenschappelijke regelingen: • Gemeenschappelijke Regeling Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Eindhoven; • Gemeenschappelijke Regeling Dienst Dommelvallei te Mierlo; • Gemeenschappelijke Regeling Werkvoorziening de Dommel (WSD) te Boxtel; • Gemeenschappelijke Regeling Reiniging Blink te Helmond; Vennootschappen en coöperaties: • Naamloze Vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) te Den Haag; • Naamloze Vennootschap Brabant Water te Den Bosch; Stichtingen en verenigingen: • Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond; • Stichting Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot; • Stichting Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) te Son en Breugel; • Stichting Begraafplaats en Uitvaartcentrum Wolfswinkel te Son en Breugel; In deze paragraaf zal in tabelvorm elke verbonden partij uitgewerkt worden aan de hand van de volgende indelingen: • Doel en openbaar belang van de verbonden partij; • Algemene visie op en beleidsvoornemens

omtrent inschakelen van de verbonden partij: uitgangspunten waarom en wanneer er gebruik wordt gemaakt van de verbonden partij; • Veranderingen en ontwikkelingen van de verbonden partij; • Risico’s: welke risico’s zijn er bij deelname; • Afbreukrisico van geen deelname: wat zijn de risico’s bij geen deelname; • Alternatieven voor geen deelname: welke alternatieven zijn er; • Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging: wie zijn er betrokken bij de samenwerking; • Frequentie van terugkoppeling naar de raad: frequentie van informatie terugkoppeling; • Financieel belang: welke kosten horen bij de samenwerking; • Vermogenspositie en resultaat boekjaar van de verbonden partij. De volgende afkortingen zijn gebruikt in de uitwerking van de verbonden partijen: DB: Dagelijks bestuur; GR: Gemeenschappelijke regeling; NV: Naamloze Vennootschap.

75

Gemeenschappelijke regelingen GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) te Eindhoven Doel en openbaar belang Per 1 januari 2015 is de GR Metropoolregio Eindhoven (MRE) ontstaan als samenwerkingsverband van de 21 gemeenten in Zuidoost Brabant. In MRE-verband werken de gemeenten samen aan een gezonde (fysieke) leefomgeving voor inwoners, ondernemers en bezoekers van de mooiste en meest inclusieve regio van Nederland. Door samen te werken op de grote maatschappelijke opgaven rondom de kwaliteit van de leefomgeving dragen we bij aan het welzijn en de brede welvaart van onze inwoners. Per 1 januari 2015 maakt het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe) ook onderdeel uit van de gemeenschappelijke regeling Metropoolregio Eindhoven. RHCe heeft taken op het gebied van toezicht, behoud en het openbaar maken van de cultuurhistorische informatie. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De regio wordt bestuurd op verschillende overheidsniveaus (lokaal, subregionaal en regionaal) en er wordt steeds geschakeld tussen die verschillende niveaus. Dit komt enerzijds doordat de leefwereld van onze inwoners (zoals werken, recreatie, winkelen, mobiliteit, etc.) de zich niet beperkt zich niet tot onze eigen gemeente, maar vindt plaats in de geheel regio.

Dit geldt ook voor de bedrijven in onze gemeente, die onderdeel uitmaken van een regionaal economisch netwerk (Brainport). Anderzijds zijn de maatschappelijk opgaven waar we voor staan steeds vaker gemeentegrens overstijgend. Zowel vanuit onze belangen als vanuit de noodzaak om samen vraagstukken op te pakken is regionale samenwerking belangrijk voor ons. Door MRE wordt de samenwerking op strategisch niveau ingevuld voor de beleidsthema’s economie, mobiliteit, energietransitie en transitie landelijk gebied. Samen met andere overheden (Rijk, provincie), bedrijfsleven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties worden de thema’s economie, ruimte en mobiliteit verkend en wordt de regionale strategie bepaald. Daarnaast kan de Metropoolregio op tijdelijke thema’s de gezamenlijke belangen zowel van alle gemeenten als van enkele gemeenten behartigen. Door deze samenwerking wordt niet alleen een kostenbesparing gerealiseerd, maar worden de (ontwikkelings)mogelijkheden van de (sub)regio(‘s) beter benut. De gemeente brengt haar archief na verloop van tijd onder bij het RHCe, voor zover deze documenten niet vernietigd (moeten) worden. Veranderingen en ontwikkelingen De inhoud van de samenwerking is vastgelegd in het Samenwerkingsakkoord 2023-2026.

In dit document zijn de inhoudelijke en procesmatige strategie en de te bereiken doelen van de samenwerking in het MRE-gebied vastgelegd. Op basis hiervan wordt jaarlijks een werkprogramma opgesteld, dat ook ieder jaar voor een reactie wordt voorgelegd aan de gemeenteraden. Afgelopen periode is onderzocht of het RHCe kon worden verzelfstandigd. Geconcludeerd is, dat RHCe binnen de GR MRE blijft. Risico's In het samenwerkingsakkoord hebben we afgesproken dat de Metropoolregio zich op strategisch niveau richt op de thema's Ruimte, Wonen, Economie, Mobiliteit, Energietransitie en Transitie Landelijk Gebied. Ook in het (vrijwillige) samenwerkingsverband Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) werken we met andere gemeenten samen op deels dezelfde thema's. Binnen SGE werken we echter op tactisch en operationeel nivo, zodat de samenwerkingen elkaar aanvullen. Risico is, dat taken en werkzaamheden en dubbel wordt uitgevoerd of onvoldoende worden afgestemd. Dit vraagt continu onze aandacht. Afbreukrisico van geen deelname Het risico is dat de gemeente Son en Breugel zich buiten sluit als zij niet deelneemt aan de Metropoolregio. De Metropoolregio is een belangenbehartiger van de regio en weet ook middelen bij anderen (veelal via cofinanciering) los te krijgen.

76

Alternatieven voor geen deelname Naast de Metropoolregio zijn er allerlei andere vormen van (gemeentelijke) samenwerking mogelijk. Zo is op subregionaal vlak een bestuursovereenkomst gesloten met de gemeenten in het stedelijk gebied van Eindhoven en wordt er ook in Dommelvalleiverband samengewerkt. Op het niveau van Zuidoost-Brabant is, inhoudelijk gezien, geen vergelijkbare samenwerking. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Algemeen bestuur: lid: Suzanne Otters-Bruijnen, plv. lid: Jan Boersma. Raadstafel21: twee leden vanuit de raad: Martien Merks en Flip Verhagen Frequentie van terugkoppeling naar de raad Jaarlijks zijn er vaste momenten dat zaken vanuit MRE worden voorgelegd: Jaarprogramma, kadernota, begroting en jaarrekening. Daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. GR Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) te Eindhoven Doel en openbaar belang De omgevingsdienst is een bij wet opgerichte rechtspersoon. De omgevingsdienst is opgericht om een verdere verbetering tot stand te brengen in: • de dienstverlening bij de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht- en handhavingstaken op het gebied van milieu en het behoud en verbetering van de bodem-, water- en luchtkwaliteit; • de kwaliteit en veiligheid van de werk- en leefomgeving, zodat het aantal calamiteiten en milieudelicten afneemt.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De ODZOB heeft een relatie met de partners in de GR en andere opdrachtgevers die wordt gekenmerkt door bereikbaarheid, beschikbaarheid, snelheid en betrouwbaarheid waar het gaat om de levering van diensten en producten, de beantwoording van vragen en het voldoen aan verzoeken betreffende de fysieke leefomgeving. Veranderingen en ontwikkelingen ODZOB streeft er naar om in de toekomst voor alle deelnemers de brede taken in het kader van de Omgevingswet te gaan uitvoeren. De vereiste kwaliteitseisen zijn daartoe noodzakelijk. Risico's Indien de omzet achterblijft bij de verwachtingen zijn alle deelnemers aan de GR daarvoor (financieel) verantwoordelijk. Omdat het gemeentelijk werkprogramma slechts een klein onderdeel vormt van het totale uitvoeringsprogramma en -budget van de ODZOB is de individuele invloed van de gemeente(n) daardoor beperkt. Afbreukrisico van geen deelname Deelname voor wat betreft het basistakenpakket (vergunningverlening, toezicht, handhaving (VTHtaken), asbesttoezicht etc.) is wettelijk verplicht. Dit geldt niet voor de (incidentele) verzoektaken. Voor een groot deel van de verzoektaken is er geen gemeentelijke capaciteit en kennis meer aanwezig. Daarom zijn ook nagenoeg alle verzoektaken uitbesteed aan de ODZOB.

Alternatieven voor geen deelname De deelname voor wat betreft het basistakenpakket is wettelijk verplicht. Voor de uitvoering van een deel van de individuele verzoektaken zou het mogelijk om een alternatief te organiseren, maar dit is niet realistisch. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant en de provincie Noord-Brabant. Algemeen bestuur: lid: Jelle de Jong (wethouder), plv. Steven Grevink (wethouder).

77

Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks driemaal (kadernota, begroting, jaarrekening); daarnaast incidenteel afhankelijk van ontwikkelingen, zoals het rekenkameronderzoek naar het functioneren van de ODZOB. GR Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) te Eindhoven Doel en openbaar belang Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) behartigt de belangen van de gemeenten in het samenwerkingsgebied op de terreinen van: brandweerzorg, ambulancezorg, geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio, rampenbestrijding en crisisbeheersing en de gemeenschappelijke meldkamer, door: • Adequaat te reageren op spoedeisende hulpvragen van burgers, instellingen en bedrijven; • Het organiseren en coördineren van geneeskundige hulpverlening in de regio; • Het voorkomen en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar en/of ongevallen bij brand en alles wat hiermee verband houdt. Ook het aanschaffen en onderhouden van gemeenschappelijk materieel en de coördinatie van de werkzaamheden op dit gebied behoort tot de taak van VRBZO; • Het in beeld brengen van risico's; • Het organiseren van de rampenbestrijding en crisisbeheersing.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Omdat veiligheidsrisico’s zich niet houden aan gemeentegrenzen én omdat veiligheid een complexe zaak is, is in de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) bepaald dat de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant de verantwoordelijkheid voor veiligheid onderbrengen bij VRBZO. Hierdoor werken de gemeenten op regionale schaal aan een veilige leefomgeving voor mensen die er wonen en verblijven, professionele hulp verlenen als het nodig is, waarborgen creëren voor fysieke veiligheid en voorbereidingen treffen voor rampenbestrijding en crisisbeheersing. Veranderingen en ontwikkelingen In april 2021 is de Visie 2025 VRBZO vastgesteld. VRBZO is ook in 2024 op basis van een uitvoeringsjaarplan aan de slag met de in de visie vastgestelde speerpunten en thema's: Samen voor veilig, Weerbare samenleving en Toekomstbestendige organisatie. VRBZO ontvangt extra gelden van het Rijk om meer te investeren in crisisbeheersing. De gelden worden besteed aan de verbetering van crisisbeheersing en informatievoorziening in de regio, en aan een bijdragen aan landelijke verbetering van informatievoorziening. VRBZO besteedt in 2024 extra aandacht aan het toekomstbestendig maken van brandweerzorg. De afgelopen jaren creeerde VRBZO 'e'en efficiente en doelmatige (brandweer)organisatie.

De komende jaren zal de focus vooral liggen op vrijwilligheid, duurzaamheid, huisvesting, vakbekwaamheid en 2e loopbaanbeleid. Onderwerpen waarbij nieuwe (landelijke) inzichten vragen om een toekomstperspectief. Risico's Eind 2019 is de beleidsnota risicomanagement en weerstandsvermogen 2020 - 2023 vastgesteld. De risico's van de organisatie zijn in de beleidsnota gebundeld tot drie onderwerpen waaraan een risicobedrag voor het weerstandsvermogen is gekoppeld: risico's in algemene bedrijfsvoering € 500.000 - € 1.000.000 risico's model brandweerzorg € 500.000 - € 1.000.000 risico grootschalige ramp/crisis € 500.000 - € 1.000.000 totaal benodigd weerstandsvermogen € 1.500.000 - € 3.000.000 Het is niet reëel dat bovengenoemde risico’s zich gelijktijdig voordoen. Tevens is de impact van een ernstig incident en de majeure wijzigingen in model brandweerzorg (nog) lastig te kwantificeren. Daarom houdt VRBZO rekening met een totaal risicobedrag van € 2,0 miljoen. Het weerstandsvermogen bedraagt € 2,0 miljoen. In 2024 zal worden bezien of er aanpassingen nodig zijn.

De deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling waarborgen de betaling van rente en aflossing van de door de Veiligheidsregio onder goedkeuring van gedeputeerde staten gesloten geldleningen volgens door het algemeen bestuur vast te stellen regels en naar evenredigheid van het aantal inwoners van iedere gemeente van het desbetreffende kalenderjaar en indien de geldschieters dit wensen onder het doen van afstand van de voorrechten, welke de wet aan borgen toelaat.

78

Afbreukrisico van geen deelname Deelname is een wettelijke plicht (Wet gemeenschappelijke regelingen, Wet veiligheidsregio's). Alternatieven voor geen deelname Geen alternatieven. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door 21 gemeenten uit de regio Zuidoost Brabant. Algemeen bestuur: lid: Suzanne Otters-Bruijnen (burgemeester). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks tweemaal (begroting, rekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen over beleid en strategische keuzes binnen de veiligheidsregio. GR Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst (GGD) Brabant Zuidoost te Eindhoven Doel en openbaar belang Het belang van de GGD is sinds 2020 duidelijker geworden dan ooit tevoren. De GGD speelt een cruciale rol in de infectieziektebestrijding als onderdeel van de Wet publieke gezondheid. De GGD draagt dus bij aan de gezondheid van onze inwoners en ter preventie van ziekten. De GGD zet snelle interventies in op het gebied van gezondheid en behartigd de belangen van de 21 gemeenten op dit vlak. Financiering van de GGD is op basis van een inwonerbijdrage van de deelnemende gemeenten, financiering van contracttaken, zorgverzekeraars en particulieren.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De gemeente maakt gebruik van de professionele kennis en voorzieningen welke de GGD bezit en door de gemeente niet zelfstandig in stand gehouden kunnen worden. Tevens wordt door de samenwerking met de regiogemeenten een schaalgrootte bereikt die een efficiënte en effectieve aanpak mogelijk maakt tegen zo laag mogelijke kosten. Dit draagt op een positieve wijze bij aan de gezondheid van de inwoners van onze gemeente en uitvoering van tal van wettelijke taken. Veranderingen en ontwikkelingen Met ingang van 2021 is de jeugdgezondheidszorg 0-4 binnen de GGD geïntegreerd waardoor er een doorlopende lijn in de JGZ is. Dit heeft een positief effect op de zorgverlening aan onze jeugd, maar zorgt ook voor een sterkere GGD organisatie. De aankomende jaren wordt gewerkt aan optimalisatie van de doorlopende lijn 0-4 jaar binnen de JGZ en de integrale financiering van de totale JGZ 0-18. Daarnaast zoekt de GGD steeds meer de samenwerking met de andere GGD-en in Noord-Brabant op onder meer het Wmo toezicht en medische milieukunde. Risico's De GGD is in 2020 aan de slag gegaan met de bestuursopdracht om de financiële risico’s voor gemeenten in de toekomst te beperken. Ondanks de coronacrisis is de GGD erin geslaagd deze opdracht uit te voeren.

Echter is het voor de GGD noodzakelijk om een ‘normaal’ jaar te draaien om hier de volledige effecten van te zien. Trajecten die in gang zijn gezet zijn o.a. het principe van zelforganiserend werken, het Lean principe van het continu verbeteren van de processen, verbetering van de informatieveiligheid en de professionalisering van het risicomanagement. Daarnaast wordt de financiële basis versterkt door uitbreiding van de contracttaken. Overigens is dit laatste tevens een financieel risico bij het wegvallen van contracttaken. De effecten van de bestuursopdracht zijn steeds beter merkbaar waardoor de risico's voor de 21 gemeenten afnemen. Afbreukrisico van geen deelname Het afbreukrisico van de GGD is dat wanneer de GGD niet zou bestaan er: • Geen behartiging van onze belangen bestaat op dit gebied en niet kunnen voldoen aan wettelijke verplichtingen waaronder het in stand houden van een GGD. • Geen uitvoering wordt gegeven aan een wettelijke taak; de Wet Publieke Gezondheid. Als individuele gemeente in de omvang van Son en Breugel kan deze taak onmogelijk tegen dezelfde kosten uitgevoerd worden.

79

Alternatieven voor geen deelname Het zoeken naar andere instanties (andere GGD) die uitvoering kunnen geven aan onze wettelijke taken op het gebied van openbare gezondheidszorg is geen reële optie gezien de verwevenheid met de Veiligheidsregio. Bestuurlijke betrokkenheid Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Bestuurlijke vertegenwoordiging Algemeen bestuur: lid: Steven Grevink. Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks tweemaal (begroting, rekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. GR Dienst Dommelvallei te Mierlo Doel en openbaar belang Dienst Dommelvallei is het samenwerkingsverband van de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen en Son en Breugel. In deze dienst zijn de bedrijfsvoeringstaken financiën, belastingen, personeel & organisatie, informatievoorziening en planning en control voor de drie gemeenten ondergebracht. Daarnaast hebben de gemeenten Son en Breugel en Nuenen de taken met betrekking tot werk en inkomen en dienstverlening in Dienst Dommelvallei ondergebracht. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Bij de vorming van Dienst Dommelvallei is aangegeven dat de dienst moet leiden tot: meer kwaliteit, minder kwetsbaarheid, minder kosten en goed werkgeverschap.

Veranderingen en ontwikkelingen Dienst Dommelvallei stimuleert de samenwerking met en tussen de deelnemende gemeenten. Uitgangspunt is dat met de huidige collegiale houding van de partners er op diverse terreinen harmonisatie afspraken worden gemaakt. Bij harmonisatiewensen en nieuwe ontwikkelingen wordt in een zo vroeg mogelijk stadium gezamenlijk afgestemd binnen de structurele overlegvormen tussen portefeuillehouders, gemeentesecretarissen, contactpersonen en managementteams. Risico's Er bestaat een risico van uittreding van een van de drie deelnemers, indien twee van de drie overblijven wordt de organisatie kwetsbaarder. Een tweede risico betreft het verlies aan binding met de gemeente. Dit kan zich voordoen als niet continue wordt geïnvesteerd in verbinding en samenwerking. Het betreffen essentiële bedrijfsonderdelen die bij dienst Dommelvallei zijn ondergebracht, die nauw samenhangen en moeten samenwerken met onze gemeentelijke organisatie. Afbreukrisico van geen deelname Bij geen deelname kunnen ook geen voordelen van de samenwerking worden behaald. Alternatieven voor geen deelname De werkzaamheden weer zelf als gemeente oppakken of in andere verbanden samenwerkingsmogelijkheden zoeken. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de gemeenten Geldrop-Mierlo, Nuenen en Son en Breugel.

Het Algemeen Bestuur (AB) bestaat uit drie leden per college van de deelnemers. Suzanne OttersBruijnen (burgemeester), Jelle de Jong (wethouder) en Jan Boersma (wethouder) namens Son en Breugel. Het AB wijst uit zijn midden een voorzitter, die tevens voorzitter is van het Dagelijks Bestuur (DB). Het DB bestaat uit een collegelid uit het AB per deelnemer en de gemeentesecretarissen van de deelnemers. Suzanne Otters-Bruijnen is voorzitter van het DB.

80

Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks (begroting en jaarrekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van onderwerpen en ontwikkelingen Gemeenschappelijke regeling WSD te Boxtel Doel en openbaar belang WSD is ons sociaal ontwikkelbedrijf en voert de werkgeversverplichtingen van de voormalige Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit voor de gemeente Son en Breugel. Daarnaast begeleidt WSD inwoners die in het kader van de Participatiewet ondersteuning nodig hebben bij het vinden van werk. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij In 2020 zijn alle gemeenteraden akkoord gegaan met de geformuleerde ambitie voor de doelgroep: iedereen doet naar vermogen mee, waarbij meedoen belangrijker is dan alleen het hebben van betaalde arbeid. De koers van de WSD richt zich op het doorontwikkelen van de lokale infrastructuur van elke gemeente. De structuur richt zich op de begeleiding van inwoners in de gemeente zelf, de ondersteuning voor inwoners met de lokale partners en het organiseren van werkgelegenheid in de gemeente. Deze lokale infrastructuur wordt ondersteund met plusdiensten en een bundeling van expertise via WSD. Veranderingen en ontwikkelingen De WSW is per 1-1-2015 opgehouden te bestaan (er vindt geen nieuwe instroom plaats). De zittende doelgroep blijft gebruik maken van de WSW.

Er vindt gemiddeld jaarlijks 5% uitstroom plaats van de doelgroep. Door middel van de instroom vanuit de Participatiewet wordt de omvang van het bedrijf en werknemersbestand in stand gehouden. De basis voor 2024 vormt het door het bestuur vastgestelde koersdocument 'Gezamenlijk doorontwikkelen'. Op basis hiervan stellen de deelnemende gemeenten (regio Boxtel, inclusief Nuenen en Son en Breugel) lokale plannen op in samenwerking met de WSD. Het koersplan vormt het financiële kader voor de komende jaren. Risico's WSD heeft een sluitende meerjarenbegroting opgesteld waarin rekening wordt gehouden met het behoud van het volume van 2100 medewerkers/inwoners vanuit de deelnemende gemeenten. Hiermee streven we naar een toekomstbestendige organisatie. De kans is aanwezig dat WSD aan de deelnemende gemeenten een aanvullende bijdrage vraagt wanneer in 2025 het break-even scenario niet gerealiseerd is. Volgens besluit van DB WSD van maart 2023 wordt een mogelijk negatief subsidieresultaat aangevuld vanuit de WSD Stimulusregeling. Afbreukrisico van geen deelname Hoog (bestuurlijk maar ook financieel als je zou besluiten om niet meer te deel te nemen aan de gemeenschappelijke regeling). Alternatieven voor geen deelname Aansluiten bij andere gemeenschappelijke regeling of inkoop van diensten.

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de gemeenten Best, Boxtel, Nuenen, Oirschot, Oisterwijk, Meierijstad (alleen het verzorgingsgebied van de voormalige gemeenten Schijndel en Sint-Oedenrode), Son en Breugel, Sint Michielsgestel en Vught. Algemeen bestuur: Steven Grevink en José Goossens-Junier Frequentie van terugkoppeling naar de raad Structureel jaarlijks (begroting, rekening); daarnaast incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.

81

GR Blink Doel en openbaar belang Het doelmatig uitvoeren van de afvalinzameling en de reinigingstaken die bij wet, in het bijzonder de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer, aan de gemeente zijn opgedragen en/of voortvloeien uit de aan de gemeente op grond van de Gemeentewet toevertrouwde zorg voor de eigen huishouding. Binnen de kaders van het publiekrecht en in samenwerking met een privaatrechtelijke rechtspersoon. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Actieve bijdrage aan de lokale vertolking van het landelijk beleid inzake preventie van huishoudelijk afval conform het vigerende Landelijk Afvalbeheerplan (LAP), met in acht neming van lokale accenten. Verzekeren van de openbare dienstverlening wat betreft hoogwaardige inzameling en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen, dit alles binnen de grenzen van haar werkgebied. Zorgdragen voor alle aanverwante activiteiten, zoals sortering, hergebruik en/of nuttige toepassing dan wel recycling van de huishoudelijke afval-/reststromen. Belangrijk is dat binnen de samenwerking zonder winstoogmerk de kernactiviteiten met betrekking tot huishoudelijke afvalstoffen efficiënt en effectief worden uitgevoerd, zoals eerder omschreven, t.w.

preventie en projectbeheer, inzameling, sortering en overslag, afzet en commercialisatie alsmede implementatie beheers- en controlesystemen in naam en voor rekening van de bij Blink aangesloten gemeenten en eventueel later aangesloten publieke partijen. Veranderingen en ontwikkelingen In 2023 hebben de gemeenten en PreZero geconstateerd dat er noodzaak is tot het ontvlechten van de publiek-private samenwerking. Dit leidt tot de uittreding van PreZero, het aanpassen van de GR en het opstellen van een nieuwe business case voor de gemeenschappelijke regeling. De uitvoering hiervan krijgt in 2024 vorm. Risico's Risico van beëindiging van deelname in Blink door een of meerdere deelnemers. Financieel risico voor deelnemers vanwege het ontbreken van eigen vermogen. Aanbestedingsrisico’s door het direct gunnen van diensten aan PreZero en/of andere partijen. Afbreukrisico van geen deelname Zelfstandige uittreding betekent schadeloos stellen van andere deelnemers. Aanbesteding en samenwerking met een andere afvalinzamelaar leidt tot veel minder flexibiliteit en minder invloed op de dagelijkse bedrijfsvoering. Alternatieven voor geen deelname Aanbesteding van de taken die betrekking hebben op huishoudelijke afvalstoffen en reiniging van verhardingen. Deelname in een andere GR constructie zoals Cure (de gemeenschappelijke regeling van gemeente Eindhoven, Valkenswaard en Geldrop-Mierlo).

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Naast onze gemeente nemen nog acht andere gemeenten in de regio deel in de gemeenschappelijke regeling. Algemeen bestuur: J. Boersma (wethouder) Frequentie van terugkoppeling naar de raad Bij het vaststellen van de Begroting Blink; Bij wijzigingen van de gemeenschappelijke regeling; Bij toetreding van nieuwe gemeenten. 3-jaarlijkse evaluatie van Blink.

82

Vennootschappen en coöperaties NV Bank Nederlandse Gemeenten te Den Haag Doel en openbaar belang De BNG Bank is de bank van en voor (decentrale) overheden en instellingen op het gebied van wonen, zorg, onderwijs, energie en infrastructuur. De BNG Bank is betrokken partner voor een duurzamer Nederland. De BNG Bank stelt de publieke sector in staat maatschappelijke doelstellingen te realiseren. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Het betalingsverkeer van de BNG Bank richt zich specifiek op zakelijke klanten in de publieke sector. De BNG Bank biedt een volledig pallet aan zakelijke producten. Digitaal, efficiënt en veiligheid staan hierbij centraal. Veranderingen en ontwikkelingen Per eind 2018 heeft de BNG Bank duurzame obligaties uitgegeven. De opbrengst hiervan wordt duurzame projectfinanciering alsmede balansfinanciering van de Nederlandse gemeenten en woningcorporaties, die in hun categorie het best scoren op het gebied van duurzaamheid en sociaal beleid. De BNG Bank gaat zelf vanaf 1 december 2023 het betalingsverkeer uitvoeren. De BNG en Centric hebben dit vanuit strategische overwegingen besloten. De overgang van een 20-tal medewerkers past in deze strategie. Centric blijft de IT-ondersteuning doen. Risico's De BNG Bank is na de Staat een van de grootste emittenten van Nederland.

Het door de bank uitgegeven schuldpapier heeft een credit rating AAA van Moody’s, en AA+ van Standard & Poor’s en AA+ van Fitch. Door deze topratings kan de BNG Bank tegen lage prijzen geld aantrekken op de gelden kapitaalmarkt. Hierdoor kan de bank hun klanten lage tarieven bieden. De dividenduitkering is afhankelijk van de resultaten. De BNG streeft niet naar een maximaal, maar naar een redelijk rendement op het eigen vermogen. De Staat is houder van de helft van de aandelen. De andere helft is in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap. De gemeente Son en Breugel bezit 29.991 aandelen à € 2,50 zijnde in totaal € 74.978. Afbreukrisico van geen deelname n.v.t. Alternatieven voor geen deelname n.v.t. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging De aandeelhouders hebben zeggenschap in BNG Bank via het stemrecht op de aandelen, die zij bezitten (een stem per aandeel) Als aandeelhouder: Suzanne Otters-Bruijnen (burgemeester). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen.

83

NV Brabant Water te Den Bosch Doel en openbaar belang Brabant Water is het drinkwaterbedrijf dat aan 2,5 miljoen inwoners en bedrijven in Noord Brabant drinkwater levert en ervoor zorgt dat de klanten altijd en overal in Brabant kunnen rekenen op zuiver en veilig drinkwater. Een verantwoordelijke taak, waarnaar gehandeld wordt. Brabant Water streeft niet naar winst, maar wel naar de beste kwaliteit en dienstverlening. Brabant Water biedt naast drinkwater ook water op maat en gespecialiseerde diensten en advies aan. De gemeente heeft een belang in Brabant Water N.V. van 14.982 aandelen à € 0,10 (totaal € 1.498). Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij Brabant Water is als drinkwaterbedrijf primair verantwoordelijk voor het waarborgen van de continuïteit van de waterlevering in haar voorzieningsgebied en de kwaliteit en druk van het geleverde drinkwater. Veranderingen en ontwikkelingen Zorgen voor een robuust watersysteem blijft het speerpunt binnen Brabant Water. Dit om in een tijd waarin de watervraag stijgt en het klimaat verandert ook in de (nabije) toekomst voldoende drinkwater te kunnen leveren. Daarnaast is Brabant Water bezig om nieuwe paden te verkennen. Meebewegen en aanpassen aan nieuwe omstandigheden. Voorbeelden daarvan zijn het verkennen van aanvullende bronnen voor grondwater, innovaties en verdergaande verduurzaming.

De drinkwatertarieven zijn in Nederland niet overal hetzelfde. Brabant Water zit wat tarieven betreft onder het landelijke gemiddelde. Het is aannemelijk dat deze tarieven in de toekomst gaan stijgen. Droogte en een stijgende vraag naar drinkwater leiden tot een toenemende investeringsbehoefte. Ook toenemende kosten (stijgende energiekosten en hoge inflatie) noodzaken drinkwaterbedrijven ertoe om in de toekomst de drinkwatertarieven te verhogen. Risico's n.v.t. Afbreukrisico van geen deelname n.v.t. Alternatieven voor geen deelname n.v.t. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de aandeelhouders. Dat zijn de provincie Noord-Brabant en 60 gemeenten. Als aandeelhouder: Suzanne Otters-Bruijnen (burgemeester). Frequentie van terugkoppeling naar de raad Incidenteel afhankelijk van ontwikkelingen.

84

Stichtingen en verenigingen Stichting Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost te Helmond Doel en openbaar belang Het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost is een samenwerkingsverband tussen gemeenten, (justitiële) overheidsinstellingen en maatschappelijke organisaties. Het doel is de verbetering van veiligheid en leefbaarheid in de 21 gemeenten in Brabant Zuidoost. Het is van belang om onderscheid te maken tussen het zorg- en veiligheidshuis als professionele netwerkorganisatie en het zorg- en veiligheidshuis als facilitator voor ketenpartners. Het landelijk kader richt zich specifiek op het zorg- en veiligheidshuis als netwerkorganisatie van verschillende partners in de zorg-, de strafrechtketen en gemeenten, gericht op een ketenoverstijgende persoon-, systeem- en gebiedsgerichte aanpak van, of advisering rondom, complexe problematiek. In de rol van facilitator biedt de netwerkorganisatie aan ketenpartners de mogelijkheid om werkplekken te huren in een kantoor. Het zorg- en veiligheidshuis Brabant-Zuidoost is in de kern een smalle organisatie. Haar professionaliteit ligt op het gebied van procesregie, advisering en informatievoorziening.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De kracht van het zorg- en veiligheidshuis is een goede samenwerking tussen de verschillende organisaties om problemen op het gebied van veiligheid beter aan te pakken. Daarbij behouden alle partners hun eigen (wettelijke) verantwoordelijkheden. Problemen worden in een mix van preventie, repressie en zorg aangepakt. Zo wordt geprobeerd potentieel grote problemen klein te houden. De casussen worden aangepakt middels de werkwijze Casus Op Maat (COM) en de Persoonsgerichte Aanpak. Daarnaast stimuleert en ondersteunt het zorg- en veiligheidshuis de gemeenten om in de toekomst gebruik te maken van het escalatiemodel in de zorg- en veiligheidsketen AVE (aanpak voorkoming escalaties) en dit lokaal te implementeren. Veranderingen en ontwikkelingen In 2016 is de rechtsvorm van het Zorg- en Veiligheidshuis gewijzigd en is de Stichting Beheer en Exploitatie Veiligheidshuis Brabant Zuidoost opgericht. Vanaf begin 2018 is de naam gewijzigd in Zorg- en Veiligheidshuis Brabant Zuidoost. Er is gestart met de methodiek Persoonsgerichte Aanpak (PGA) voor een effectieve aanpak van hotshots (kopstukken/-sleutelfiguren). Deze systeemaanpak richt zich op daders van HIC-feiten, problematische jeugdkopstukken en andere personen die via de driehoek als veiligheidsprobleem zijn aangewezen.

Ook is in het zorg- en veiligheidshuis de Expertisetafel Radicalisering ingericht. Dit overleg is beschikbaar voor ondersteuning, advies en COM-zaken voor de schaalgrootte Oost Brabant voor wat betreft signalen/cases met betrekking tot radicalisering. In 2022 is gestart met de PGA onbegrepen gedrag. Deze (nieuwe) PGA richt zich op personen met verward gedrag en een veiligheidsrisico. Eind 2022 is er gestart met een pilot van de MDA++ aanpak. Dit is een werkwijze met als doel het duurzaam doorbreken van geweld in de meest complexe casussen en het realiseren van herstel met en voor de verschillende gezinsleden. Risico's Alle 21 gemeenten uit de regio nemen deel aan de Stichting en dragen daaraan bij. Afbreukrisico van geen deelname Er kan dan geen gebruik worden gemaakt van de voordelen die het zorg- en veiligheidshuis kan bieden, zoals informatie, expertise en menskracht. Bepaalde organisaties hebben ook aangegeven geen capaciteit te hebben om deel te nemen aan overlegstructuren in alle afzonderlijke gemeenten. Alternatieven voor geen deelname De gemeente moet dan zelf meer regelen en kan geen beroep meer doen op inbreng van bepaalde maatschappelijke instanties en strafrechtpartners.

85

Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Deelname door de 21 gemeenten in Zuidoost-Brabant. Samenwerking met politie, maatschappelijke en justitiële organisaties. Alle gemeenten vaardigen een wethouder zorg of een burgemeester af als lid van het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur kiest uit hun midden weer – per basisteam – een wethouder zorg en een burgemeester als lid van het Dagelijks Bestuur. Op dit moment worden de gemeenten die behoren tot het basisteam Dommelstroom vertegenwoordigd in het Dagelijks Bestuur door voorzitter burgemeester P. Verhoeven (Heeze-Leende) en wethouder M. Sanders-de Jonge (Geldrop-Mierlo) namens de gemeenten die behoren tot het basisteam Dommelstroom. Frequentie van terugkoppeling naar de raad Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. Stichting Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) te Oirschot Doel en openbaar belang Inkoopuitgaven maken een zeer groot deel uit van de jaarlijkse begroting. Door samenwerking kunnen gemeenten hun inkoop professionaliseren. Daarnaast vertaalt de kwaliteit van inkoop zich direct in de kwaliteit van producten, diensten en werken. Integer en efficiënt inkopen heeft een positieve uitstraling naar burgers, het bedrijfsleven en de eigen medewerkers. Goed ingerichte inkoopprocessen vergroten het vertrouwen van de samenleving in de manier waarop gemeenschapsgeld wordt besteed.

Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De gewijzigde Aanbestedingswet 2017 laat voldoende ruimte over om eigen beleid te voeren op het gebied van inkopen en aanbesteden. Het inkoop- en aanbestedingsbeleid waarborgt de naleving van wet- en regelgeving, een doelmatige inkoop en bestuurlijke integriteit. Het inkoopbeleid gaat uit van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur: openheid, objectiviteit en zorgvuldigheid. Door gebruik te maken van objectieve voorwaarden, kunnen gemeenten de keuze voor een leverancier verantwoorden. Deze helderheid biedt ook voordelen voor ondernemers, die weten waar ze aan toe zijn. Veranderingen en ontwikkelingen In 2017 heeft gemeente Son en Breugel het manifest Maatschappelijk verantwoord inkopen ondertekend en een actieplan vastgesteld. Dit betekent dat we bij elke aanbesteding de mogelijkheden voor social return en duurzaamheid opnemen. Ter ondersteuning daarvan maken wij gebruik van het advies Social Return van de WSD. Risico's Door deel te nemen aan BIZOB wordt het risico op juridische procedures door onjuiste inkoop- en aanbestedingstrajecten verkleind. Afbreukrisico van geen deelname De aansluiting bij BIZOB is een keuze voor continuïteit in organisatorische en personele zin voor de invulling van de inkoopfunctie.

Naast het mislopen van de mogelijk gunstigere prijzen en/of hogere kwaliteit, ligt er een afbreukrisico op gebied van efficiencyverbetering, rechtmatigheid en een versterking van de expertise. Alternatieven voor geen deelname In plaats van aansluiting bij BIZOB kan ook gekozen worden voor het volledig intern invullen van de inkoopfunctie. Daarnaast kan een commercieel inkoopbureau worden ingehuurd om gelijksoortige ondersteuning te bieden. Bestuurlijke betrokkenheid en vertegenwoordiging Het verzorgingsgebied van BIZOB is ingedeeld in vijf clusters, te weten: 1. BOV en De Kempen; 2. Dommelvallei+ en A2; 3. Peelgemeenten; 4. Noordoost; 5. Overig, aangesloten organisaties niet zijnde gemeenten. BIZOB is een stichting en wordt aangestuurd door de gemeenten. Vanuit elke aangesloten gemeente zit iemand in de Vergadering van Aangeslotenen. De afgevaardigde, namens Son en Breugel, voor de vergadering van aangeslotenen is de heer Jan Boersma. Het bestuur wordt gevormd door een afvaardiging van twee bestuurders per regio.

86

Frequentie van terugkoppeling naar de raad Incidenteel, afhankelijk van ontwikkelingen. Stichting Beveiliging Bedrijven Ekkersrijt (SBBE) te Son en Breugel Doel en openbaar belang De doelstellingen van de SBBE zijn als volgt geformuleerd: • Het bevorderen van de veiligheid in het algemeen en meer speciaal het bevorderen van ongestoord gebruik van hun goederen door de gerechtigden, alles op het bedrijvenpark Ekkersrijt en omgeving • Het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. • De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het aanbieden van een pakket van beveiligingsmiddelen en –maatregelen. Dit pakket is gezamenlijk en in samenwerking met de beveiligingsbranche samengesteld door de gemeente Son en Breugel, de Nationale Politie, basisteam Dommelstroom en de gebruikers van bedrijventerreinen. Algemene visie op en beleidsvoornemens omtrent inschakelen van de verbonden partij De gemeente Son en Breugel verwacht van de SBBE dat zij de veiligheid op het industriepark Ekkersrijt zo optimaal mogelijk waarborgt door het treffen van maatregelen, in eerste instantie gericht op de aangesloten ondernemingen. De stichting SBBE moet zichzelf kunnen bedruipen met bijdragen van ondernemers, die nu nog op vrijwillige basis zijn aangesloten.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13314815/1