CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Zienswijzen deelnemers en reactie ODZOB

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Besluiten toestemming te verlenen aan burgemeester en wethouders voor de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 20247.749 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Reactienota GR ODZOB: Zienswijze deelnemers en reactie Zienswijze Provincie Noord-Brabant 1. Wij verzoeken u in het kader van artikel 10, zevende en achtste lid, juncto artikel 52, eerste lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) de bepaling met betrekking tot participatie (artikel 1.3 van de voorstelde Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024) aan te passen zodat een vorm van participatie wordt geregeld. Het vastleggen van een petitierecht is voldoende.

Reactie

Aanpassing

Dit onderdeel is verwerkt. De gemeenteraad van Helmond heeft een voorstel voor een participatiebepaling gedaan die wordt overgenomen. Deze luidt: 1. Ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden of Provinciale Staten van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden of Provinciale Staten het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.

Ja

2.

Wij verzoeken u om een termijn van minimaal 1 x per 4 jaar als frequentie op te nemen in het voorgestelde artikel 11.1 Evaluatie van de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst ZuidoostBrabant 2024. Waarbij het tijdstip van de evaluatie moet aansluiten bij de zittingsperiode van de Volksvertegenwoordigers van de bij de GR aangesloten organen.

We begrijpen de behoefte van een periodieke evaluatie. De evaluatiebepaling is daarom aangepast met een periodieke cyclus waarbinnen de evaluatie dient plaats te vinden. Het dagelijks bestuur zendt in 2028 en vervolgens telkens na vier jaar een verslag aan het algemeen bestuur. De vorm en inhoud van een evaluatieverslag zijn vrij.

Ja

PS willen graag zien dat de ODZOB proactief en transparant tenminste alle documenten van de bestuursvergaderingen voor het publiek laagdrempelig toegankelijk maakt.

Het sluit aan bij de periodieke cyclus voor het uitvoeren van een visitatie bij de omgevingsdiensten met als doel het stimuleren tot continu leren en verbeteren van de VTH-processen en het monitoren van verbeteringen. De visitatie voor de ODZOB vindt in 2024 plaats. De visitatie is een project binnen het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH en zal worden voortgezet in een reguliere visitatiecyclus onder beheer van ODNL (Omgevingsdienst NL). Dit verzoek sluit aan op de toekomstige inwerkingtreding van artikel 3.3, tweede lid, onder c en d van de Woo. Dit punt is eerder besproken in het algemeen bestuur en heeft er inmiddels

3.

1

Nee

4. PS willen graag het onderwerp participatie verwerkt zien in de GR. Gemeente Asten Wij complimenteren u met de manier waarop u de wijzigingen hebt verwerkt in de gemeenschappelijke regeling en hebt voorgelegd aan de deelnemende gemeenten. Inhoudelijk kan de gemeenteraad zich vinden in de gewijzigde gemeenschappelijke regeling ODZOB 2024, met in achtneming van de volgende aandachtspunten. 1. Wij vinden dat artikel 1 "begripsbepalingen" er niet duidelijker op is geworden. Het lijkt dat er een alfabetische volgorde is aangehouden maar als dat zo is dan staat het begrip frictiekosten niet goed. Deelnemende gemeenten staat wel vermeld maar wordt niet omschreven. Frictiekosten is opgenomen maar komt verder in de regeling niet terug waarom staat het dan bij begripsbepalingen? Bij de omschrijving van Landelijk basis(taken)pakket staat in de waswordt lijst een andere beschrijving dan in ontwerpregeling. 2.

3.

4. 5.

Voor het Dagelijks bestuur wordt in artikel 4.1. aangegeven dat leden uit en door het algemeen bestuur worden gekozen in de eerste vergadering van het algemeen bestuur. Voor de leden van het Algemeen bestuur wordt in artikel 3.1. enkel aangegeven dat de colleges en Gedeputeerde staten ieder uit hun midden een lid aanwijzen maar wanneer dit gedaan wordt staat er niet. Artikel 4.6 gaat over een tegemoetkoming voor de leden van het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur of de voorzitter waarom staat deze onder de paragraaf dagelijks bestuur het is immers een taak van het algemeen bestuur. In artikel 5.1 wordt de Wgr genoemd. Volgens de begripsbepalingen moet dit de Wet zijn. In artikel 5,1, lid 2 staat de eerste vergadering van het algemeen bestuur. Waarom geen verwijzing zoals in artikel 4.1. lid 2?

toe geleid dat de vergaderstukken van het algemeen bestuur op de website van de ODZOB worden gepubliceerd. Ze zijn hiermee voor iedereen toegankelijk. Het tegemoet komen aan deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de regeling. Dit onderdeel is verwerkt.

Ja

Wij danken u voor het compliment.

n.v.t.

Het klopt dat de volgorde van artikel 1 alfabetisch is. Het begrip frictiekosten is bij het opstellen van de regeling per abuis opgenomen. Deze zal worden verwijderd. Deelnemende gemeenten hoeft niet te worden gedefinieerd nu de aanhef van de regeling duidelijk maakt welke gemeenten dit betreft. De term wordt in de tekst van de regeling niet gebruikt en behoeft daarom geen verdere definitiebepaling. De zienswijze leidt op dit punt niet tot een aanpassing. De omschrijving van landelijk basistakenpakket zal in lijn worden gebracht met de tekst van de regeling. De leden van het algemeen bestuur worden aangesteld door de deelnemers. Het is niet aan de Gemeenschappelijke regeling om verplichtingen op te leggen aan de deelnemers. De tekst van de regeling is op deze punten ongewijzigd.

ja

Het klopt dat vaststellen van de tegemoetkoming voor de leden van het algemeen bestuur, dagelijks bestuur of de voorzitter een taak is van het algemeen bestuur. Het past derhalve beter om deze bepaling in paragraaf 3 te plaatsen. Dit is aangepast.

Ja

Dit artikel is ongewijzigd ten opzichte van de huidige regeling. De gestelde frequentie van artikel 4.1. draagt bij aan de continuïteit van het dagelijks bestuur en zorgt dat het algemeen bestuur in de nieuwe samenstelling meteen de nieuwe bestuurlijke verhoudingen kan effectueren. Voor een plaatsvervangend voorzitter is een dergelijke frequentie niet noodzakelijk.

Nee

2

Nee

Ja

6. 7. 8.

In artikel 5.4 staat de niet uitgeschreven of in de begrippenlijst opgenomen afkoring SGO. Artikel 6.1. Het lid van het algemeen bestuur legt verantwoording af aan de raad en Provinciale Staten. Moet en geen of zijn? In artikel 7.3 wordt gesproken over het bestuur wordt hier het Algemeen bestuur of het Dagelijks bestuur mee bedoeld?

9.

In andere gemeenschappelijke regelingen is een personeelsparagraaf opgenomen, in de GR ODZOB ontbreekt deze.

10.

Wanneer je de GR wijziging naast de Handreiking Inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden legt blijken er grote verschillen . Geadviseerd wordt om het Dagelijks Bestuur te verzoeken om de Handreiking Inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden te volgen. Verwezen wordt naar het model voor een archiefparagraaf bij bijlage 3.1 in de handreiking: Model archiefparagraaf gemeenschappelijke regeling met openbaar lichaam.

11.

In paragraaf 10 wordt gesproken over interne geschillen of interne bezwaarschriften, dit impliceert ook externe geschillen of bezwaarschriften. Onduidelijk is wie partijen zijn (deelnemers en bestuur?). Bij klachtbehandeling heb je volgens de Awb een interne en externe procedure, eerst de klacht intern behandelen daarna door de ombudsman of commissie hoe is dat hier geregeld. Gemeente Cranendonck Algemene zienswijze (MRE, GGD, ODZOB, VRBZO) De directe aanleiding voor de wijziging van de gemeenschappelijke regelingen is de wijziging van de Wet op de gemeenschappelijke regelingen (Wgr) per 1 juli 2O22. De door de besturen van MRE,

Dit is aangepast.

Ja

De constatering is juist en is in de regeling aangepast..

Ja

Hiermee wordt het algemeen bestuur bedoeld. Jaarlijks stelt het algemeen bestuur in de begroting het gemiddelde tarief vast waar de tarieven en prijzen voor de basis- en verzoektaken op gebaseerd worden. De directie stelt op basis van dit gemiddelde de tarieven en prijzen jaarlijks vast. De zienswijze leidt tot een aanpassing. Het is niet noodzakelijk een paragraaf over personeel op te nemen. Conform de WNRA dienen arbeidsvoorwaarden niet meer in een bijzondere arbeidsvoorwaardenverordening te worden vastgesteld. Cao SGO is van toepassing verklaard. De bevoegdheid tot aanstelling, schorsing en ontslag van personeel door het dagelijks bestuur is opgenomen bij bevoegdheid dagelijks bestuur tot treffen privaatrechtelijke rechtshandelingen en volgt uit artikel 57b van de Wgr. De zienswijze leidt niet tot een aanpassing. Artikel 8.1 en 8.4 zullen worden gewijzigd zodat de taken van de archivaris scherper worden neergezet.

Ja

De tekst van de regeling is tot stand gekomen na uitvoerig overleg met de provinciearchivaris en met inachtneming van de Handreiking inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden van november 2021. De bepalingen uit de regeling zijn een vertaling van de modelparagraaf, de verplichtingen van de Archiefwet, de input van de provinciearchivaris met inachtneming van de Aanwijzingen van de Regelgeving. Daarom nemen wij de suggestie dat de Handreiking dient te worden gevolgd niet over. De klachten in paragraaf 10 van de regeling zien niet op klachten over de uitoefening van gemandateerde taken. De deelnemers blijven bevoegd gezag over de afhandeling van klachten over de gemandateerde werkzaamheden. Paragraaf 10 gaat enkel over interne aangelegenheden. De wettelijke procedure van de Awb is van toepassing. De zienswijze leidt niet tot een aanpassing. Wij onderschrijven uw overwegingen.

3

Nee

Gedeeltelijk

Nee

n.v.t.

GCD, ODZOB en VRBZO voorgestelde wijzigingen gaan in per 1 juli 2O24 en hebben met name betrekking op de informatiepositie en zeggenschap van de gemeenteraad, en de wijze waarop inwoners en belanghebbenden kunnen worden betrokken bij het beleid van het samenwerkingsverband. In algemene zin onderschrijven wij de wijze waarop de vernieuwde Wgr is doorgevoerd in de regelingen van de MRE, CCD, ODZOB en VRBZO. Met de wijzigingen in deze gemeenschappelijke regelingen, op basis van de Wgr, wordt de kaderstellende en controlerende rol van de raad versterkt, en ontstaat de mogelijkheid om inwoners beter te betrekken. De gemeenteraad van Cranendonck heeft in haar raadsagenda de wens uitgesproken om meer grip te krijgen op de gemeenschappelijke regelingen waaraan de gemeente deelneemt, en stemt derhalve in met de door u voorgestelde wijzigingen. Gemeente Deurne Een belangrijk doel van deze wijziging is om de regeling in overeenstemming te brengen met de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen – en in het bijzonder betreft dat de versterking van de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Dat zijn doelen wij ten zeerste onderschrijven.

1.

Over het geheel bezien kunnen wij ons vinden in het voorliggende ontwerp. Op een viertal onderwerpen hebben wij een specifieke reactie. Externe verantwoording In GR ODZOB 2024 artikel 6.1 Externe verantwoording staat naar onze mening een verschrijving. Hierin is opgenomen dat het lid van het algemeen bestuur verantwoording aflegt aan de raad en Provinciale Staten. Dit moet volgens ons zijn aan de raad of Provinciale Staten. Wij vragen u op dit punt om de tekst aan te passen.

Wij onderschrijven uw overwegingen.

n.v.t.

De voorgestelde wijziging is overgenomen.

ja

De ontwerptekst luidt: Artikel 6.1 Externe verantwoording Het lid van het algemeen bestuur legt verantwoording af aan de raad en Provinciale Staten, alsmede aan het college of Gedeputeerde Staten van de deelnemer die hem heeft aangewezen over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid, op de door die deelnemer vastgestelde werkwijze. 4

2.

3.

4.

Wij stellen u voor dit artikel de vervangen door de volgende tekst: Artikel 6.1 Externe verantwoording Het lid van het algemeen bestuur legt verantwoording af aan de raad of Provinciale Staten, alsmede aan het college of Gedeputeerde Staten van de deelnemer die hem heeft aangewezen over het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid, op de door die deelnemer vastgestelde werkwijze. Vergoeding deelnemers In artikel 7.3 Vergoeding deelnemers is onder lid 2 opgenomen dat de betalen vergoeding wordt vastgesteld op basis van de door het bestuur vastgestelde prijzen en tarieven. Onduidelijk is of hiermee het Algemeen bestuur of het Dagelijks bestuur wordt bedoeld. Wij vragen u op dit punt om verduidelijking. Opnemen van een personeelsparagraaf In andere gemeenschappelijke regelingen is een personeelsparagraaf opgenomen, in de GR ODZOB 2024 ontbreekt deze. Vrijblijvend adviseren wij u om een personeelsparagraaf op te nemen.

Voorbereidingen van vergaderingen van het Algemeen en Dagelijks Bestuur In de gemeenschappelijke regeling is in artikel 3.4 Vergaderingen de bepaling opgenomen dat het Algemeen Bestuur voor zijn vergadering een reglement van orde vaststelt. In dat Reglement van Orde van het Algemeen Bestuur van de Omgevingsdienst ZuidoostBrabant zijn bepalingen opgenomen aangaande de termijnen waarop agenda’s en vergaderstukken moeten worden toegezonden. Die termijn is nu bepaald op ten minste 3 weken voor de vergadering. In praktijk ontvangen we de stukken echter 2 weken van te voren en daarnaast worden er nog geregeld nazendingen verstuurd van belangrijke voorstellen waardoor een integrale ambtelijke advisering onder druk komt te staan en daarmee de positie van de colleges wordt verzwakt.

Hiermee wordt het algemeen bestuur bedoeld. Jaarlijks stelt het algemeen bestuur in de begroting het gemiddelde tarief vast waar de tarieven en prijzen voor de basis- en verzoektaken op gebaseerd worden. De directie stelt op basis van dit gemiddelde de tarieven en prijzen jaarlijks vast. De zienswijze leidt tot een aanpassing. Het is niet noodzakelijk een paragraaf over personeel op te nemen. Conform de WNRA dienen arbeidsvoorwaarden niet meer in een bijzondere arbeidsvoorwaardenverordening te worden vastgesteld. De Cao SGO is van toepassing verklaard. De bevoegdheid tot aanstelling, schorsing en ontslag van personeel door het dagelijks bestuur is opgenomen bij bevoegdheid dagelijks bestuur tot treffen privaatrechtelijke rechtshandelingen en volgt uit artikel 57b van de Wgr. De zienswijze leidt niet tot een aanpassing. Wij begrijpen uw zorg en hebben hier aandacht voor. Dat heeft er inmiddels toe geleid dat met ingang van 2024 de termijn voor het toezenden van de agenda en vergaderstukken aan het algemeen bestuur is opgerekt naar 3 weken. We houden ons aan deze termijn. Het is aan het dagelijks bestuur om een standpunt in te nemen over het opstellen van een reglement van orde voor het DB. Het verwerken van deze zienswijze leidt niet tot een aanpassing van de Gemeenschappelijke regeling.

Onbekend is of eenzelfde knelpunt zich voordoet bij de aanlevering van stukken voor vergaderingen van het Dagelijks Bestuur. Daar ontbreekt op dit moment zelfs een reglement van orde, hoewel de regeling wel die mogelijkheid biedt.

5

Ja

Nee

Nee

Wij verzoeken daarom u te houden aan de afgesproken termijn voor het toezenden van de vergaderstukken van tenminste 3 weken en hierop te handhaven. Tevens wordt voorgesteld een dergelijke bepaling ook voor de werkwijze van het Dagelijks Bestuur op te nemen. Gemeente Eindhoven 1. Opmerkingen bij uittredingsregeling Met betrekking tot de voorgestelde wijzigingen hebben wij enkel een opmerking bij artikel 9.2 m.b.t. de uittredingsregeling. Wij constateren dat de uittredingsregeling van de 4 grote GR’en op verschillende manieren is uitgewerkt. Dit verdient ons inziens nader onderzoek naar haalbaarheid, uitvoerbaarheid en harmonisatie tussen de 4 grote GR’en. De GR dient conform de Wgr bepalingen te hebben omtrent de voorwaarden waaronder kan worden uitgetreden en de gevolgen van uittreding. Dit was al het geval voor GR’en die voor onbepaalde tijd zijn getroffen, maar deze verplichting geldt door de wetswijziging ook voor GR’en van bepaalde tijd. Daarnaast schrijft de wet voor waarover afspraken gemaakt moeten worden. Volgens de wetgever laat de praktijk zien dat veel problemen worden ervaren ten gevolge van de uittreding omdat in de GR vaak wordt volstaan met de afspraak dat in geval van uittreding het (algemeen) bestuur de uittreedvoorwaarden vaststelt. De nieuwe wetgeving is om die reden aangescherpt.

In de GR moeten in ieder geval afspraken worden gemaakt over de gevolgen voor het vermogen van de rechtspersoon en de deelnemende gemeente(n), waarbij moet worden gedacht aan afspraken over personeel, contracten, huisvesting en investeringen. In de voorgestelde wijzigingen van de GR’en is hier uitvoering aan gegeven, maar niet op een eenduidige manier. De voorwaarden waaronder uitgetreden kan worden, verschilt namelijk per GR. We vragen ons af ook of die voorstellen financieel haalbaar en uitvoerbaar zijn voor gemeenten en of er geen nadere harmonisatie van de voorwaarden op dit onderdeel tussen de GR’en kan plaatsvinden. Wij doen hierbij dan ook een oproep om, conform de wijze waarop de kaders voor P&C instrumenten en reservevorming eenduidig voor de 4 GR’en zijn vastgesteld, tot een voor de 4 grote GR’en eenduidige uittredingsregeling te komen en de hiervoor genoemde financiële aspecten van haalbaarheid en uitvoerbaarheid hierin mee te nemen 2. Opmerkingen m.b.t. de stemverhouding In zowel de nu vigerende als de nu voorliggende Gemeenschappelijke Regeling ODZOB is dezelfde bepaling opgenomen omtrent de stemverhouding bij besluiten die zien op:

De huidige uittredingsregeling doet recht aan de vereisten die de Wgr stelt en biedt enerzijds duidelijkheid en anderzijds ruimte voor maatwerk indien dit wenselijk wordt geacht. We hebben deze zienswijze gelezen dat dit de vaststelling van de GR ODZOB vóór 1 juli niet in de weg staat maar dat een onderzoek naar harmonisatie wordt gevraagd met als mogelijke uitkomst dat de GR daarop moet worden gewijzigd. Het AB heeft op 7 maart 2024 besloten een verkenning uit te voeren naar de harmonisatie van de uittredingsregeling bij de 4 grote GR’en.

Nee

De zienswijze over de stemverhouding is fundamenteel van aard, maar komt niet voort uit de wijziging van de Wgr die de aanleiding is voor dit traject. Overige raden/Staten zijn hier nog niet eerder over geïnformeerd en zijn niet in de gelegenheid

Nee

6

a. het vaststellen van de begroting; b. de wijziging van de begroting; en c. het vaststellen van de jaarrekening. Deze bepaling houdt in dat bij deze besluiten een gekwalificeerde meerderheid nodig is, waarbij de meerderheid van stemmen tevens tenminste de helft van de omzet vertegenwoordigd welke de omgevingsdienst in het voorgaande jaar heeft gerealiseerd. In de praktijk is het zo dat de provincie circa 33% van de jaarlijkse omzet van de ODZOB op zich neemt. De bijdrage van Eindhoven, als deelnemer met de hoogste bijdrage na de provincie Noord-Brabant, is jaarlijks circa 7% a 8%. Dit betekent dat het in de praktijk vrijwel onmogelijk is een meerderheid over deze besluiten te krijgen, zonder dat de provincie Noord-Brabant hier mee instemt. Gemeentelijke belangen, die inhoudelijk verschillen van de provinciale belangen, kunnen daarmee zeer lastig overgebracht worden en de controlerende taak van de Gemeenteraad kan daarmee ook niet worden ingevuld. Uit een inventarisatie in den lande is gebleken dat een dergelijke stemverhouding, buiten de provincie Noord-Brabant, vrijwel niet wordt gehanteerd. Derhalve wordt verzocht om de stemverhouding in de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling te wijzigen. Er zijn diverse wijzen waarop dat kan. De wijze waar de gemeente Eindhoven zijn voorkeur voor uitspreekt de onderstaande is: 1.

Het aantal stemmen van een deelnemer is gerelateerd aan de in de begroting van de omgevingsdienst voor het betreffende kalenderjaar opgenomen bijdrage van de deelnemer. 2. Het aantal stemmen van de provincie is niet hoger dan de deelnemende gemeente met de meeste stemmen. 3. Het aantal stemmen per deelnemer wordt jaarlijks door het dagelijks bestuur op de eerste vergadering van het jaar vastgesteld aan de hand van de voor dat jaar vastgestelde begroting van de omgevingsdienst. Het aantal stemmen wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal. 4. Het aantal stemmen per lid in het algemeen bestuur wordt berekend door het aantal stemmen per deelnemer te delen door twee. Indien slechts één lid van een deelnemer aan de stemming deelneemt, blijft het afwezige lid separaat stemmingsgerechtigd en kan door middel van een volmacht (in de zin van artikel 3:60 jo 3:62 lid 2 van het Burgerlijk

gesteld daar hun zienswijze op te geven. Omdat de wijziging van de GR ODZOB op basis van de Wgr vóór 1 juli 2024 moet plaatsvinden, wordt dit punt niet in deze procedure voor de wijziging meegenomen en stelt het AB voor de gewijzigde GR ODZOB vast te stellen zonder de stemverhouding aan te passen. Tegelijkertijd geeft de zienswijze aan te willen kijken naar de stemverhoudingen. Omdat dit het functioneren van de ODZOB niet direct raakt, ligt het voor de hand dat deze vraag in het AB als eigenaarsoverleg wordt besproken. Het is immers aan het AB te bespreken welke afspraken nodig zijn om tot besluitvorming te komen. In het AB van 7 maart 2024 is daarom een aanvullend beslispunt voorgelegd of er breder behoefte is naar de stemverhoudingen te kijken. Omdat deze behoefte er is, zal door de ODZOB in afstemming met de indieners en andere deelnemers een startdocument worden opgesteld waarin doel, scope, opzet en proces van dit traject wordt uitgewerkt. Dit startdocument zal in juli 2024 ter besluitvorming aan het AB worden voorgelegd. Dit traject kan dan mogelijk leiden tot een wijziging van de GR ODZOB.

7

3.

Wetboek) aan het wél aanwezige lid, zijn stem uitgebracht worden. Het aantal stemmen dat het afwezige lid vertegenwoordigt in het algemeen bestuur blijft in dat geval in stand. 5. Een stemming is alleen geldig, indien meer dan de helft van het aantal leden dat zitting heeft en zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, daaraan heeft deelgenomen. 6. Voor het tot stand komen van een besluit bij stemming wordt de volstrekte meerderheid vereist van het aantal uitgebrachte stemmen. 7. Indien gedurende het jaar sprake is van toetredende deelnemers, wordt in afwijking van het derde lid, tussentijds de stemverhouding vastgesteld met inachtneming van de in dit artikel vastgestelde methodiek. Bron: Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst WestHolland | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl) Opmerkingen m.b.t. inspraak Wij verzoeken u expliciet vast te leggen dat inspraak in beginsel via de deelnemers aan de GR verloopt. Het dagelijks bestuur krijgt het recht hier vanaf te wijken, eventueel op verzoek van de raden. Hiertoe stellen we de volgende bepaling voor ter vervanging van het bepaalde in artikel 1.3 ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024: Artikel (…) Inspraak 1.

Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde

Tijdens de zienswijzetermijn is duidelijk geworden dat het artikel over participatie zoals nu opgenomen in de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke Regeling ODZOB 2024 niet voldoet aan de bedoeling van de wetgever. Door het amendement van mevrouw Bromet is het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wgr aangescherpt en dient een bepaalde vorm van participatie te worden opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. Wij nemen de zienswijze over. Het artikel zal worden aangepast, waarbij ook Provinciale Staten een plek krijgen.

8

Ja

4.

5.

lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. Opmerkingen bij artikelen over archiefbescheiden Tenslotte hebben wij een opmerking bij de artikelen die ingaan op het archiefbescheiden: Artikel 8.4 Verantwoording In dit artikel wordt enkel gesproken over de zorg voor de archiefbescheiden. We verzoeken om in dit artikel ook de verantwoording over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats, op te nemen. Er wordt aangeraden om hiervoor aan te sluiten bij de bepalingen zoals genoemd in de handreiking inrichting informatie en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden, opgesteld door de werkgroep van het LOPAI, de Koninklijke Vereniging Archiefsector Nederland (KVAN) en het Kennisnetwerk Informatie en Archief (KIA). Artikel 9.4 Opheffing Dit artikel bevat geen bepaling waarin is opgenomen wat er gedaan wordt met het archief van de gemeenschappelijke regeling na opheffing. Wie wordt in dit geval de rechtsopvolger?

Gemeente Gemert-Bakel Akkoord met de voorgestelde aanpassingen aan de Gemeenschappelijke regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024. Gemeente Heeze-Leende Tijdens de raadsvergadering van 30 oktober hebben wij kennis genomen van de ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling van de ODZOB. Middels dit schrijven informeren wij u over onze positieve zienswijze op de door u voorgestelde ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling van de ODZOB. Daarbij geven wij u nog enkele aandachtspunten mee.

Artikel 8.1 en 8.4 zullen worden gewijzigd zodat de taken van de archivaris scherper worden neergezet.

Gedeeltelijk

De tekst van de regeling is tot stand gekomen na uitvoerig overleg met de provinciearchivaris en met inachtneming van de Handreiking inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden van november 2021. De bepalingen uit de regeling zijn een vertaling van de modelparagraaf, de verplichtingen van de Archiefwet, de input van de provinciearchivaris met inachtneming van de Aanwijzingen van de Regelgeving. Daarom nemen wij de suggestie dat de Handreiking dient te worden gevolgd niet over. De bepalingen omtrent de verantwoordelijkheid bij opheffing volgen reeds dwingend uit artikel 4, eerste lid, van de Archiefwet en met het opnemen van artikel 81., vijfde lid, is daarmee voldoende geborgd dat een voorziening omtrent archief dient te worden getroffen bij het opheffen van de gemeenschappelijke regeling. Wie de beoogde rechtsopvolger is weten we niet.

Nee

Wij nemen uw reactie voor kennisgeving aan.

n.v.t.

Wij onderschrijven uw algemene overwegingen.

n.v.t.

De grip op regionale samenwerking staat vaak ter discussie in de gemeenteraad. Gemeenteraadsleden geven aan dat het lastig is om te sturen en controleren op gemeenschappelijke regelingen. Met de wijzigingen in de gemeenschappelijke regelingen, op basis van de Wgr, wordt de kaderstellende en controlerende rol van de raad versterkt. Wij vragen dan ook blijvende aandacht voor de 9

informatievoorziening van uit de gemeenschappelijke regelingen. Kwalitatieve en effectieve informatievoorziening is een randvoorwaarde voor sturing en controle op een gemeenschappelijke regeling door de raden. Middels deze zienswijze benadrukt de gemeenteraad van HeezeLeende dat het belangrijk is dat de aanpassingen niet alleen worden vastgelegd in de nieuwe gemeenschappelijke regeling, maar deze ook zo uit te voeren. Zo kan recht gedaan worden aan de zorgen die raadsleden hebben en wordt de democratische legitimiteit van het regionale samenwerkingsverband versterkt. De gemeenteraad van Heeze-Leende stemt in met de voorgestelde wijzigingen naar aanleiding van de wetswijziging met betrekking tot de Wgr. Tot slot blijven wij aandacht vragen voor een goede wisselwerking tussen de gemeenteraad, het college, de ambtelijke organisatie en het samenwerkingsverband. Gemeente Helmond De gemeenteraad van Helmond kan grotendeels instemmen met het ontwerpwijzigingsbesluit zoals het college dat aan onze raad heeft gezonden.

1.

De bedoeling van de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen is om de gemeenteraad meer in positie te brengen bij gemeenschappelijke regelingen, zonder dat daarmee afbreuk wordt gedaan aan de efficiënte werking van de betreffende gemeenschappelijke regeling. Het is immers niet de bedoeling dat de gemeenteraden op de stoel van hun colleges, of op die van het algemeen bestuur of het dagelijks bestuur van het samenwerkingsverband gaan zitten. Wat betreft de gemeenteraad van Helmond zijn er voor deze Gemeenschappelijke regeling nog wel enkele verbeteringen door te voeren. Daarmee worden de vier grote gemeenschappelijke regelingen (Metropoolregio, Veiligheidsregio, Omgevingsdienst en GGD) ook meer op elkaar afgestemd, zodat het voor raden ook overzichtelijker wordt. Zienswijzen Omtrent de zienswijzenprocedure op andere besluiten dan de begroting zouden wij graag zien dat een bepaling wordt opgenomen zoals de onderstaande. Dit is aanvullend op zienswijzen die reeds door de wet of de gemeenschappelijke regeling zelf worden voorgeschreven. Daarmee wordt zowel het algemeen

Wij onderschrijven uw algemene overwegingen.

n.v.t.

Wij nemen de zienswijze over. Het artikel zal worden aangepast, waarbij ook Provinciale Staten een plek krijgen. De memorie van toelichting van de Wgr spreekt over besluiten met een aanzienlijk financieel belang, politiek gevoelige besluiten of beleidsmatige keuzes als voorbeelden van besluiten waarover een zienswijzemogelijkheid kan worden geboden.

Ja

10

2.

bestuur als de raden expliciet een initiatiefrecht gegeven voor het houden van zienswijzen. Hierbij gelden 12 weken, omdat dit de normale doorlooptijd bij een gemeente is (voorbereiding, commissie en raad). Een kortere tijd zorgt dat raden elkaar niet kunnen opzoeken indien zal dat nodig vinden. Het sluit ook aan bij de zienswijzentermijn op de ontwerpbegroting. Artikel (...) Zienswijze raden 1. Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte. 2. Indien het eerste wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Inspraak De Helmondse gemeenteraad zou graag expliciet vastgelegd zien dat inspraak in beginsel via de deelnemers verloopt.

Het dagelijks bestuur krijgt het recht hier vanaf te wijken, eventueel op verzoek van de raden. Artikel (...) Inspraak 1. Ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van bereid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven.

Tijdens de zienswijzetermijn is duidelijk geworden dat het artikel over participatie zoals nu opgenomen in de Ontwerpregeling Gemeenschappelijke Regeling ODZOB 2024 niet voldoet aan de bedoeling van de wetgever. Door het amendement van mevrouw Bromet is het wetsvoorstel tot aanpassing van de Wgr aangescherpt en dient een bepaalde vorm van participatie te worden opgenomen in de gemeenschappelijke regeling. Wij nemen de zienswijze over. Het artikel zal worden aangepast, waarbij ook Provinciale Staten een plek krijgen.

11

Ja

3.

4.

Raadsadviescommissie Wat betreft de Helmondse gemeenteraad is het vooralsnog niet noodzakelijk het algemeen bestuur te verzoeken een raadsadviescommissie in te stellen. Technische verbeteringen Los van deze zienswijze wordt het college van burgemeester en wethouders verzocht de toegezegde technische verbeteringen (zoals toegezegd in de oplegnotitie van 26 oktober 2023) in te brengen bij de definitieve ontwerpregelingen zoals die voor toestemming (Veiligheidsregio, Omgevingsdienst en GGD) resp. vaststelling (Metropoolregio) aan de raad zullen worden aangeboden.

n.v.t.

n.v.t.

De technische verbeteringen zijn overgenomen.

Ja

n.v.t.

n.v.t

De tekstuele aanpassingen zijn conform onderstaande overgenomen: Artikel 1.1. Uw constatering klopt, de tekst was-wordt lijst is aangepast. Artikel 1.2. Uw constatering klopt, de tekst is gewijzigd. Artikel 3.6. Uw constatering klopt, de tekst is gewijzigd. Artikel 4.6. Uw constatering klopt, de tekst is naar paragraaf 3 verplaatst.

Ja

Voor de ODZOB gaat het om: • De regeling aan te passen zodat het doel van de regeling is opgenomen als een afzonderlijke bepaling. • Ontwerp artikel 1.3 aan te vullen met tekst waaruit blijkt dat participatie via de deelnemende gemeenten en de provincie verloopt. • Ontwerp artikel 3.6.1. a te schrappen, aangezien artikel 4.81 van de Algemene wet bestuursrecht reeds een uitputtende regeling bevat voor het opstellen van beleidsregels. Gemeente Laarbeek

1.

Wij geven onder voorbehoud een positieve zienswijze af. De wijzigingen vloeien voor het grootste gedeelte voort uit de gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen. Ook heeft u van de mogelijkheid gebruik gemaakt om de tekst te actualiseren. Wij geven u onder voorbehoud een positieve zienswijze af met daarbij een aantal opmerkingen ten aanzien van de bijbehorende stukken (was- wordt lijst en tekst concept GR ODZOB 2024). De voorbehouden zien toe op de bepaling in artikel 9.4, tweede lid, onder c van de gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling ODZOB 2024 en het besluit in welke gevallen de gemeenteraden om een zienswijze wordt gevraagd. Tekstuele aanpassingen Artikel 1.1 Definitie Landelijk Basistakenpakket in de was- wordt lijst klopt niet. Artikel 1.2 In was- wordt lijst wordt Omgevingsdienst Brabant-Noord genoemd. Artikel 3.6 Lid 2, onder d – toevoegen ‘van de wet’ na ‘artikel 25’ Artikel 4.6 Hoort dit niet in paragraaf 3 of 7 thuis?

12

2.

3.

Artikel 5.1 Ingevolge artikel 13, negende lid ‘van de wet’ in plaats van ‘van de Wgr’ Artikel 6.2 Lid 2 – volgens was- wordt lijst moet hier 2 maanden staan, ‘een/’ weghalen. Artikel 9.4 Lid 2 onder c – voortbestaan bedrijfsvoeringsorganisatie alleen voor zover dit noodzakelijk is voor vereffening van het vermogen. Zie brief onder kopje ‘voorbehoud’. Archiefbescheiden Artikel 8.4 verantwoording; we missen hier de verantwoording over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden. We raden aan om aan te sluiten op de Handreiking inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden.

Voorbehoud artikel 9.4, tweede lid, onder c In artikel 9.4, tweede lid, onder c van de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling wordt geregeld dat na opheffing van de Omgevingsdienst medewerkers aan de deelnemers worden toegewezen naar rato van afname. Het is de vraag in hoeverre het noodzakelijk is om dit dwingend in de Gemeenschappelijke Regeling te regelen. Voortbestaan van een bedrijfsvoeringsorganisatie zoals de omgevingsdienst is alleen dwingend in de wet geregeld voor zover dit noodzakelijk is voor vereffening van het vermogen (artikel 9, derde lid van de Wgr). De gemeente Laarbeek is als een van de kleinere gemeente in de Gemeenschappelijke Regeling wel een van de grootste afnemers. In die hoedanigheid is het niet wenselijk dat medewerkers van de Omgevingsdienst naar rato van afname worden toegewezen aan de deelnemers. Het voorstel tot opheffing behoort mede te voorzien in een voorstel waarin de personele gevolgen verwerkt zijn en waarin alle omstandigheden van dat moment worden afgewogen – een aanpak op maat.

Artikel 5.1. Uw constatering klopt, de tekst is gewijzigd. Artikel 6.2. Uw constatering klopt, de tekst is gewijzigd naar 2 maanden. Artikel 9.4. voor reactie op dit punt verwijzen wij naar punt 3 van uw zienswijze. Artikel 8.1 en 8.4 zullen worden gewijzigd zodat de taken van de archivaris scherper worden neergezet. De tekst van de regeling is tot stand gekomen na uitvoerig overleg met de provinciearchivaris en met inachtneming van de Handreiking inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden van november 2021. De bepalingen uit de regeling zijn een vertaling van de modelparagraaf, de verplichtingen van de Archiefwet, de input van de provinciearchivaris met inachtneming van de Aanwijzingen van de Regelgeving. Daarom nemen wij de suggestie dat de Handreiking dient te worden gevolgd niet over. De bepaling bestond niet op deze wijze in de oude regeling. De zienswijze wordt overgenomen en leidt tot een aanpassing. De zinsnede “waarbij de toewijzing van medewerkers aan de deelnemers plaatsvindt naar rato van afname” wordt verwijderd.

We stellen dan ook voor om de laatste zinssnede ‘waarbij de toewijzing van medewerkers aan de deelnemers plaatsvindt naar rato van afname’ te verwijderen of aan te passen, dan wel nader toe te lichten waarom het noodzakelijk is om deze bepaling op te 13

Gedeeltelijk

Ja

nemen in de nieuwe Gemeenschappelijke Regeling en wat hierin de afwegingen zijn. 4. Bepalingen zienswijzen gemeenteraden Een nieuw instrument uit de Wet gemeenschappelijke regelingen om de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen te versterken is de zienswijze procedure. Het gaat dan niet om reeds verplichte zienswijzen, zoals bijvoorbeeld bij de ontwerpbegroting, maar om zienswijzen op andere besluiten van het bestuur. De Gemeenschappelijke Regeling dient ingevolge artikel 10, vijfde lid van de Wgr. bepalingen te bevatten omtrent de besluiten waarover de gemeenteraden een zienswijze kunnen geven. Ook wanneer géén gebruik wordt gemaakt van zienswijzen ten aanzien van andere besluiten van het bestuur moet dit in de GR opgenomen worden. We missen een dergelijke bepaling en afweging in de concept GR. Gemeente Someren 1. Zienswijze paragraaf 7 Financiën De regeling voldoet niet aan de eigen opgestelde beleidskaders ‘actualisatie beleidsnotitie kader P&C van de 4-GR’en

2.

3.

Zienswijze paragraaf 8 Archief De voorgestelde archiefbepalingen zijn niet in overeenstemming van de modelbepalingen in de Handreiking Inrichting informatie- en archiefbeheer. Voorgesteld wordt om de archiefbepalingen in overeenstemming te brengen met de archiefbepalingen uit deze Handreiking. Het volgen van deze Handreiking is ook de uitdrukkelijke wens van de provinciale toezichthouder met het oog op uniformiteit en de juiste inhoud (kwaliteit) van de archiefbepalingen.

Zienswijze paragraaf 9 Uittreding De uittreedregeling is ongewenst op deze wijze. De leden 9.2.2 en 9.2.3 kunnen voor onduidelijkheid zorgen op de wijze zoals ze nu

Uw constatering omtrent het ontbreken van een bepaling over de zienswijze klopt. Deze lacune is hersteld. De nieuwe regeling biedt de raden en Staten de mogelijkheid een procedure te starten om het dagelijks bestuur te verzoeken om een zienswijze procedure te starten. Ten minste een vijfde van de raden en Provinciale Staten dient hierom te verzoeken.

Ja

De procedure voor de begroting en de jaarrekening van de omgevingsdienst is reeds dwingend geregeld in artikel 58, 58a, 58b en 59 van de Wgr. De bepalingen van de beleidsnotitie zijn daarom niet opgenomen in de regeling zoals is toegelicht bij artikel 7.1. De bepalingen zijn in overeenstemming met de Wgr verder uitgewerkt in de beleidsnotitie kader P&C van de 4 GR’en. In artikel 7.1 is gebruik gemaakt van de bevoegdheid van artikel 59, zesde lid, van de Wgr: het algemeen bestuur kan een begrotingswijziging die niet tot een verhoging of tot een vrijwillige verhoging van de bijdrage van de deelnemers leidt, direct vaststellen. Artikel 8.1 en 8.4 zullen worden gewijzigd zodat de taken van de archivaris scherper worden neergezet.

Nee

De tekst van de regeling is tot stand gekomen na uitvoerig overleg met de provinciearchivaris en met inachtneming van de Handreiking inrichting informatie- en archiefbeheer bij samenwerkingsverbanden van november 2021. De bepalingen uit de regeling zijn een vertaling van de modelparagraaf, de verplichtingen van de Archiefwet, de input van de provinciearchivaris met inachtneming van de Aanwijzingen van de Regelgeving. Daarom nemen wij de suggestie dat de Handreiking dient te worden gevolgd niet over. Het artikel zal worden voorzien van een nadere toelichting om meer handvatten te geven. De tekst van de regeling is in onze

14

Gedeeltelijk

Nee

zijn geformuleerd. Daarnaast roept lid 9.2.5 vragen op, aangezien het ontbreekt aan een toelichting. Gemeente Valkenswaard Tijdens de raadsvergadering van 9 november hebben wij kennis genomen van de ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost Brabant. Middels dit schrijven informeren wij u over onze positieve zienswijze op de door u voorgestelde ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Daarbij geven wij u nog enkele aandachtspunten mee.

optiek correct en behoeft geen aanpassing. De zienswijze leidt niet tot een aanpassing. Wij onderschrijven uw algemene overwegingen.

n.v.t.

Met de wijzigingen in de gemeenschappelijke regelingen, op basis van de Wgr, wordt de kaderstellende en controlerende rol van de raad versterkt. Wij vragen dan ook blijvende aandacht voor de informatievoorziening van uit de gemeenschappelijke regelingen. Kwalitatieve en effectieve informatievoorziening is een randvoorwaarde voor sturing en controle op een gemeenschappelijke regeling door de raden. Hiernaast is in het in dit licht relevant om te benoemen dat er naar onze mening onvoldoende invulling wordt gegeven aan de verplicht op te nemen evaluatiebepaling. Het houden van een evaluatie is bij uitstek een middel om de grip van gemeenteraden op gemeenschappelijke regelingen te verhogen en hiermee de democratische legitimatie van deze regelingen te versterken. Door het primaat voor het houden van een evaluatie bij het AB te beleggen of in zijn geheel niet toe te passen wordt er suboptimaal gebruik gemaakt van de instrumenten die de Wet gemeenschappelijke regelingen ons biedt. Wij hadden graag gezien dat er een periodieke evaluatie voorgesteld zou worden zodat betrokken gemeenteraden een helder, accuraat en actueel beeld hebben van hetgeen zich afspeelt binnen de regeling.

We begrijpen de behoefte van een periodieke evaluatie. De evaluatiebepaling is daarom aangepast met een periodieke cyclus waarbinnen de evaluatie dient plaats te vinden. Het dagelijks bestuur zendt in 2028 en vervolgens telkens na vier jaar een verslag aan het algemeen bestuur. De vorm en inhoud van een evaluatieverslag zijn vrij.

ja

In de Tweede Kamer is het amendement Bromet aangenomen over participatie waarmee artikel 1 onderdeel c is aangepast door een zevende en achtste lid toe te voegen. Wij zien de doorvertaling van dit amendement niet terug in de voorliggende regeling. Daarmee

Participatie is in de regeling opgenomen op een wijze die recht doet aan het amendement Bromet: 1. Ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden of

De grip op regionale samenwerking staat vaak ter discussie in de gemeenteraad. Gemeenteraadsleden geven aan dat het lastig is om te sturen en controleren op gemeenschappelijke regelingen.

1.

2.

Het sluit aan bij de periodieke cyclus voor het uitvoeren van een visitatie bij de omgevingsdiensten met als doel het stimuleren tot continu leren en verbeteren van de VTH-processen en het monitoren van verbeteringen. De visitatie voor de ODZOB vindt in 2024 plaats. De visitatie is een project binnen het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH en zal worden voortgezet in een reguliere visitatiecyclus onder beheer van ODNL (Omgevingsdienst NL).

15

ja

voldoet de regeling niet aan de door de wet gestelde voorwaarden en verzoeken wij u dit aan te passen.

3.

Middels deze zienswijze willen wij als raad benadrukken dat het belangrijk is de aanpassingen niet alleen vast te leggen in de nieuwe gemeenschappelijke regeling, maar deze ook zo uit te voeren. Zo kan recht gedaan worden aan de zorgen die raadsleden hebben en wordt de democratische legitimiteit van het regionale samenwerkingsverband versterkt. Gemeente Waalre Voorgenomen besluit wij stemmen in met de ontwerp gewijzigde Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024 met inbegrip van de opmerkingen die in de zienswijze zijn opgenomen. Zienswijze gemeenteraad en college van Waalre De wijzigingen van de ontwerp Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant vormen voor de raad géén aanleiding tot het maken van opmerkingen. Vanuit het college van Waalre achten ook wij het naar aanleiding van uw brief van 9 november jl. noodzakelijk dat in de definitieve ontwerpregeling van de GR ODZOB een aangepaste bepaling over participatie wordt opgenomen. Als gemeente hechten wij eraan in gesprek te zijn met onze inwoners. Het is logisch om een mogelijkheid te hebben in gesprek te gaan met de inwoners en maatschappelijke partners in de voorbereiding van beleid voor en van de regio. Dat kan leiden tot meer draagvlak en betrokkenheid bij de regio vanuit gemeenten en inwoners.

Provinciale Staten van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden of Provinciale Staten het dagelijks bestuur hierom verzoeken. 4. Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. Wij onderschrijven uw overwegingen.

n.v.t.

Wij onderschrijven uw algemene overwegingen.

N.v.t.

Participatie is in de regeling opgenomen op een wijze die recht doet aan het amendement Bromet: 1. Ingezetenen van de deelnemers en belanghebbenden kunnen via de reguliere procedures bij de colleges en de raden of Provinciale Staten van de deelnemers betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. 2. In afwijking van het eerste lid kan het dagelijks bestuur besluiten dat bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid met ingrijpende gevolgen een apart participatietraject wordt doorlopen. 3. Het tweede lid vindt ook toepassing wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden of Provinciale Staten het dagelijks bestuur hierom verzoeken.

Ja

16

4.

Wat ons betreft is verder de formulering van artikel 11.1 Evaluatie te vrijblijvend. In de toelichting staat dat periodieke evaluatie wenselijk is. Een concretisering van wanneer deze evaluatie plaatsvindt is wenselijk.

Het dagelijks bestuur informeert de deelnemers zo spoedig mogelijk omtrent zijn voornemen tot het mogelijk maken van inspraak als bedoeld in het tweede of het derde lid en de wijze waarop deze inspraak voor ingezetenen van de gemeenten en belanghebbenden zal worden vormgegeven. We begrijpen de behoefte van een periodieke evaluatie. De evaluatiebepaling is daarom aangepast met een periodieke cyclus waarbinnen de evaluatie dient plaats te vinden. Het dagelijks bestuur zendt in 2028 en vervolgens telkens na vier jaar een verslag aan het algemeen bestuur. De vorm en inhoud van een evaluatieverslag zijn vrij.

Ja

Het sluit aan bij de periodieke cyclus voor het uitvoeren van een visitatie bij de omgevingsdiensten met als doel het stimuleren tot continu leren en verbeteren van de VTH-processen en het monitoren van verbeteringen. De visitatie voor de ODZOB vindt in 2024 plaats. De visitatie is een project binnen het Interbestuurlijk Programma Versterking VTH en zal worden voortgezet in een reguliere visitatiecyclus onder beheer van ODNL (Omgevingsdienst NL). Ambtshalve wijzigingen In de aanhef van de regeling is het woord “omgevingsdienst” weggevallen. Redactionele aanpassing bij artikel 5.3, vijfde lid: “bedoeld” in plaats van “bedoelt”. Redactionele aanpassing bij artikel 6.4, tweede lid: “terinzagelegging” in plaats van “ter inzage legging”. In artikel 7.5 zijn de onderdelen c en e identiek. Artikel 9.1, eerste lid is niet volledig, een gemeente kan niet deelnemen aan een gemeenschappelijke regeling. Het is het bestuursorgaan dat aan de gemeenschappelijke regeling deelneemt. In artikel 10.2 van de GR wordt verwezen naar artikel 9.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit moet artikel 9:2 van de Algemene wet bestuursrecht zijn (: i.p.v. .) Bij artikel 11.3 (omhangbepaling) ontbreken de DVO Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2019-2022 en het Addendum bij dienstverleningsovereenkomst Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2019-2022.

De tekst is op dit punt aangepast.

Ja

De tekst is op dit punt aangepast.

Ja

De tekst is op dit punt aangepast.

Ja.

De tekst is op dit punt aangepast De tekst is op dit punt aangepast

Ja Ja

De tekst is op dit punt aangepast.

Ja

De tekst is op dit punt aangepast.

Ja

17

In de toelichting op het artikel van de evaluatie wordt gesproken over ‘reglement’ waar regeling (gemeenschappelijke regeling) wordt bedoeld.

De tekst is op dit punt aangepast.

18

Ja

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14148132/1