CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen wijziging omgevingsplan buitengebied Someren deelgebied 5

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen wijziging Omgevingsplan Buitengebied Someren - deelgebied 5.5.231 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp:

Vaststellen wijziging Omgevingsplan gemeente Someren "Buitengebied Someren - Deelgebied 5"

Portefeuillehouder:

P.F.C.W. van der Broeck

Documentnummer:

200724927

Zaaknummer: Datum:

0847200699174 20 mei 2025

1. Samenvatting voor de burger De wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Someren ‘Buitengebied Someren - Deelgebied 5’ maakt onderdeel uit van het integrale herzieningsproces in deelgebieden dat loopt voor het gehele buitengebied. Daarnaast is dit de eerste inhoudelijke wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Someren. Deelgebied 5 is het gebied gelegen tussen de A67 en de Provincialeweg. Het omgevingsplan voor het vijfde deelgebied heeft zes weken als ontwerp ter inzage gelegen en er zijn in totaal 35 zienswijzen ingediend gedurende deze periode. De zienswijzen zijn voorzien van een beantwoording en het plan is klaar voor vaststelling.

2. Inleiding Een aantal jaren geleden is begonnen met een ambitieus traject: het gebiedsgericht herzien van het bestemmingsplan voor het Somerense buitengebied. Om de grip op het buitengebied (terug) te krijgen, heeft uw raad besloten om een nulmeting te doen: alle locaties in het buitengebied worden geïnventariseerd en er wordt exact in beeld gebracht wat bijvoorbeeld het gebruik is, welke bebouwing is opgericht en waar de bebouwing staat. De inventarisatierapporten gelden als basis voor het op te stellen omgevingsplan. Waar daartoe aanleiding bestaat of gaandeweg ontstaat, wordt onderzocht of het beleid aangepast moet worden. Deelgebied 5 is het gedeelte van het buitengebied dat aan weerszijden (oost en west) wordt begrensd door de gemeentegrenzen, aan de noordzijde door de A67 en aan de zuidzijde door de Provincialeweg (zie afbeelding hieronder). Het Omgevingsplan gemeente Someren "Buitengebied Someren - Deelgebied 5" is een plan dat na intensief overleg met de bewoners en eigenaren in het gebied, de provincie en de waterschappen is opgesteld.

Afbeelding 1: plangebied deelgebied 5 Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Hierdoor stellen we geen bestemmingsplannen meer op, maar één omgevingsplan voor de gehele gemeente. De voorliggende wijziging van het omgevingsplan is de eerste inhoudelijke wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Someren. Dit project wordt dan ook benaderd als een pilot waarbij we de nodige ervaring en lessen willen opdoen. Er zijn geen beleidswijzigingen doorgevoerd in deze eerste wijziging van het Omgevingsplan. De regels sluiten dus zoveel mogelijk aan bij de meest recente bestaande regels uit het buitengebied. Deze wijziging van het omgevingsplan is daarmee tegelijkertijd een opzet voor de basisregeling die uitgerold kan worden over het verdere buitengebied. Deze inhoudelijke wijziging van het Omgevingsplan voor het vijfde deelgebied wordt door middel van dit voorstel aan uw raad voorgelegd ter vaststelling.

3. Advies De raad besluit: 1.

Kennis te nemen van het feit dat er 35 ontvankelijke zienswijzen zijn ingediend en in te stemmen met de beantwoording van deze zienswijzen, zoals verwoord in de ‘Nota van zienswijzen Omgevingsplan gemeente Someren "Buitengebied Someren - Deelgebied 5";

2.

Kennis te nemen van een aantal onderwerpen en aandachtspunten met betrekking tot de nieuwe systematiek omtrent het omgevingsplan, veranderingen na het ontwerp en bijbehorende risico’s;

3.

Kennis te nemen van het resultaat naar aanleiding van het proces omtrent deelgebied 5 en de daaruit volgende wijzigingen; 2/12

4.

Kennis te nemen van het milieueffectrapport (MER) welke onderdeel uitmaakt van het Omgevingsplan;

5.

De wijziging van het omgevingsplan gemeente Someren “Buitengebied Someren – Deelgebied 5” gewijzigd vast te stellen.

4. Beoogd effect Uw raad heeft besloten om alle locaties in het buitengebied te controleren en op basis daarvan het omgevingsplan in deelgebieden vast te stellen. Het beoogd effect van dit voorstel is een vastgestelde wijziging van het omgevingsplan voor het vijfde deelgebied.

5. Argumenten 1.1 Er is uitgebreid aandacht besteed aan het participatieproces Belangrijk onderdeel van de Omgevingswet en zeker ook in het kader van het deelgebiedenproces is er veel aandacht besteed aan het participatieproces voor alle belanghebbende van het deelgebied. Zo zijn er meerdere bijeenkomsten georganiseerd om de bewoners en ondernemers te informeren en mee te nemen in het omvangrijke proces. Daarnaast heeft eenieder de mogelijkheid gehad om aan de hand van keukentafelgesprekken de situatie op het perceel of toekomstplannen te bespreken. Bij deze gesprekken is altijd de inzet geweest om te onderzoeken en te bespreken of er legalisatiemogelijkheden waren voor de geconstateerde strijdigheden. In het licht van de nieuwe omgevingswet en de daarmee samenhangende nieuwe systematiek, is er ook gekozen om extra informatiemomenten te organiseren om de belanghebbenden hierin mee te nemen. Middels een informatieavond is iedereen in de gelegenheid gesteld om extra toelichting op het eerste omgevingsplan van de gemeente Someren te krijgen. Gekoppeld aan deze informatieavond kon eenieder zich ook inschrijven voor een inloopmoment, waarbij men onder begeleiding kon bekijken hoe de locatie in het omgevingsplan wordt opgenomen en hoe men het omgevingsplan kon raadplegen. Zowel de informatieavond als de inloopmomenten waren drukbezocht.

Naar aanleiding van de inhoud van meerdere zienswijzen, waar ingegaan werd op de leesbaarheid en de structuur van het omgevingsplan, zijn ook meerdere bijeenkomsten georganiseerd en overleggen gevoerd met adviseurs van belanghebbenden en de ketenpartners. Dit alles om hen mee te nemen in hoe de gemeente Someren het omgevingsplan heeft opgesteld en met elkaar te bespreken hoe het plan verbeterd kan worden. 1.2 Het ontwerp-omgevingsplan heeft gedurende zes weken ter inzage gelegen De ontwerpwijziging van het omgevingsplan voor deelgebied 5 heeft voor zes weken ter inzage gelegen van 28 augustus 2024 tot 8 oktober 2024 volgens de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure. Eigenaren krijgen immers de kans om aan te geven wat zij vinden van het ontwerp-omgevingsplan dat door het college ter inzage is gelegd. In de Omgevingswet (Ow) en Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat een omgevingsplan wordt voorbereid volgens de Uniforme Openbare Voorbereidingsprocedure (UOV). Hier is een wettelijke periode van terinzagelegging voor de duur van zes weken aan gekoppeld. Eenieder wordt in de gelegenheid gesteld om, na bekendmaking van het ontwerpplan op de voorgeschreven manier, zienswijzen kenbaar te maken. Ook de wettelijke partners zoals provincie, waterschap, Gasunie en Rijkswaterstaat worden in de 3/12

gelegenheid gesteld om zienswijzen kenbaar te maken ten aanzien van het ontwerpplan. Deze wijziging van het omgevingsplan is daarmee tegelijkertijd een opzet voor de basisregeling die uitgerold kan worden over het verdere buitengebied. Er zijn schriftelijke zienswijzen ingediend ten aanzien van de volgende adressen: 1.

De Wertstraat 8

17.

Otterdijk 3, Otterdijk 7 en Kromvenweg 18

2.

Slievenstraat 36

18.

Moorsel 3

3.

Houtbroekstraat 8

19.

Eindje 6

4.

Heiveldsestraat 14

20.

Moorsel 3, 5, 7

5.

Laan ten Boomen 49

21.

Otterdijk 1

6.

Ekelhofweg 6

22.

Moorsel 5

7.

Berkeindje 5

23.

Laan ten Boomen 29

8.

Heieind 3

24.

Slievenstraat 65

9.

Perceel M864

25.

Lieropsedijk 70

10.

Heesterdijk 11 en 13

26.

Houtbroekstraat 9

11.

Varendonkweg 20

27.

Somerenseweg 44

12.

Varendonkweg 24

28.

Vaarsehoef 6

13.

Lieropsedijk 68

29.

Kromvenweg 20

14.

Perceel N34 en Berkeindje 11

30.

Meervensedijk 7

15.

Heiveldsestraat 27

31.

Laan ten Boomen 40-42

16.

Moorsel 7

32.

Kouterstraat 20 en ong.

Van de wettelijke overlegpartners zijn zienswijzen ontvangen van: 33.

Provincie Noord-Brabant

34.

Waterschap Aa en Maas

35.

Waterschap de Dommel

1.3 De zienswijzen zijn uitgebreid afgewogen en beantwoord aan de hand van het beleid In de nota van zienswijzen zijn de ingediende stukken punt voor punt uiteengezet. Alle punten zijn voorzien van een beantwoording. Bij de beantwoording is rekening gehouden met het beleid en de gebruikelijke werkwijzen. Er zijn twee mogelijkheden: (1) de zienswijze wordt overgenomen en het plan wordt aangepast óf (2) de zienswijze wordt niet overgenomen en het plan wordt niet aangepast. Omdat een aantal ingediende zienswijzen aanleiding gaf voor het aanpassen van het plan, bevat het plan een aantal wijzigingen ten opzichte van het ontwerp. De wijzigingen zijn opgenomen in de nota van zienswijzen. 1.4 Na het ontwerp is er ambtshalve nog een verbeterslag gemaakt Er zijn gaandeweg tussen het ontwerp en de vaststelling nog op een aantal punten verbeteringen aangebracht. De belangrijkste van deze wijzigingen volgen uit het feit dat in het ontwerp-omgevingsplan bleek dat een aantal zaken nog niet goed geregeld waren. Daarnaast zaten er in het ontwerpomgevingsplan een aantal omissies als gevolg van technische problemen in de nieuwe systematiek, deze zijn nu hersteld. Ook zijn er nog andere ondergeschikte ambtshalve aanpassingen. Het overzicht van welke wijzigingen het betreft, is opgenomen in het zesde hoofdstuk van de nota van zienswijzen.

4/12

2.1 Dit is een eerste stap naar het nieuwe omgevingsplan Met deze eerste inhoudelijke wijziging zetten wij een eerste stap naar het nieuwe omgevingsplan voor de gemeente. Het doel is om uiteindelijk een allesomvattend omgevingsplan voor het gehele grondgebied van de gemeente te hebben. We hebben daarvoor tot 2032. We zullen dit nieuwe omgevingsplan stapje voor stapje moeten gaan vullen (hierover volgt op termijn meer in de voortgang voorlopig plan van aanpak transitieplan). Door deze wijziging vast te stellen hebben we een basisregeling voor het buitengebied die verder uitgerold kan gaan worden. Dit is voor alle betrokkenen de eerste keer dat gewerkt wordt aan het opstellen van het omgevingsplan. Daarom is dit traject ook aangegaan als pilot. Hierdoor leren alle betrokken partijen van dit traject. Waarbij zo zowel de ambtelijke organisatie als betrokken partijen, zoals burgers en adviseurs, wordt meegenomen in deze nieuweplanopzet. Dit hebben we ook gemerkt in het proces rondom de zienswijzen, waarbij nuttig commentaar op het plan is gekomen en waar in overleg met de verschillende belanghebbenden gewerkt is aan een verbeterde uitwerking van het omgevingsplan. Denk hierbij bijvoorbeeld aan betere regelingen rondom de functies voor het agrarische bedrijven en veehouderijen.

Ook regelingen omtrent het in gebruik nemen van dierenverblijven en regels omtrent stikstofdepositie zijn hierdoor onder de aandacht gekomen. Daarnaast hebben de zienswijzen ook extra inzicht gegeven in waar de technische problemen tot fouten leidde in het plan. Al met al behoort de gemeente Someren met de vaststelling van dit plan tot een van de eerste gemeenten met een eerste inhoudelijke aanzet voor het omgevingsplan. 3.1 Het resultaat is een actueel omgevingsplan voor deelgebied 5 Voor het opstellen van deze wijziging van het omgevingsplan heeft een bezoek plaatsgevonden aan vrijwel elke locatie in het deelgebied. Voor alle locaties is geïnventariseerd welke bouwwerken aanwezig zijn en hoe de gronden en gebouwen worden gebruikt. Met inwoners en gebruikers van het gebied is gesproken over hoe zij hun locatie in de toekomst willen gebruiken en hoe dit op de juist manier geregeld kan worden in het omgevingsplan. Op basis van deze gesprekken zijn wijzigingen doorgevoerd die ervoor zorgen dat het vast te stellen omgevingsplan aansluit bij de feitelijke en actuele situatie. Voor een groot aantal locaties zijn wijzigingen in het omgevingsplan doorgevoerd ten opzichte van het huidige bestemmingsplan. Hierbij is, in samenwerking met de eigenaren, gewerkt aan het legaliseren van de geconstateerde strijdigheden.

Daarnaast zijn er voor locaties wijzigingen meegenomen die aansluiten bij de toekomstwensen van de eigenaren, uiteraard passend binnen het beleid en de regelgeving. Onvermijdelijk zijn er ook locaties waarbij strijdige situaties blijven voortbestaan. Dit kan omdat men niet mee heeft willen werken aan het legalisatieproces, er geen legalisatiemogelijkheden beschikbaar zijn binnen het huidige beleid of omdat men überhaupt niet heeft gereageerd op de geconstateerde strijdigheden. Tegen de strijdigheden die voort blijven duren zal handhavend worden opgetreden. Uiteraard is er de mogelijkheid dat eigenaren in beroep gaan tegen het besluit tot het vaststellen van het plan en daarmee de conclusie dat de strijdige situatie niet wordt opgelost. 3.2 We hebben de ambitie om grotere ontwikkelingen en beleidsthema’s te betrekken in het plan Naast alle wijzigingen die toezien op het legaliseren van geconstateerde strijdigheden zijn er ook afwegingen gemaakt over het opnemen van grotere ontwikkelingen en een aantal beleidsthema’s. De ambitie is hierbij om zoveel mogelijk onderdelen te betrekken in het plan. Daarmee geven we initiatiefnemers de kans om hun toekomstplannen te bewerkstelligen en maken we goede afwegingen over de relevante beleidsthema’s.

5/12

Zo zijn er een aantal ‘grotere’ ontwikkelingen opgenomen in het plan, waarbij een functiewijziging plaatsvindt. Het betreft de volgende ontwikkelingen: -

De bedrijfsfunctie op Heesvenstraat 21-21a doet geen recht aan de feitelijke situatie op de locatie. Op de locatie is recreatief bedrijf aanwezig zijnde een indoor curlinghal. Daarnaast is de bedrijfswoning aangemerkt als cultuurhistorisch waardevol. Voor de locatie is een motivering ingediend die toeziet op een functiewijziging naar ‘Recreatie’ en een splitsing van de woning. Hierdoor wordt een deel van de woning herbestemd naar een regulier woonfunctie. Door de splitsing van de woning wordt er een bijdrage geleverd aan het behoud en herstel van de cultuurhistorisch waardevolle langgevelboerderij.

-

Voor de Houtbroekstraat 9 is er een motivering ingediend die toeziet op het herbestemmen de intensieve veehouderij, bestaande uit een vleeskuikenhouderij, naar een opfokbedrijf voor paarden. Om een en ander te kunnen ontwikkelen vindt een vormverandering van het functievlak plaats en worden er regelingen opgenomen voor het slopen van oude stallen en het saneren van verhardingen. Daarnaast wordt beoogd dat de veehouderij-activiteiten op termijn gestaakt worden.

-

Voor de Lieropsedijk 66 is er een motivering ingediend om de tweede bedrijfswoning bij het agrarische bedrijf aan te merken als woning met ‘voormalige functionele binding’. Dit is onder de Omgevingswet de opvolger van de plattelandswoning. Hiermee wordt hetzelfde beoogd. Met de ontwikkeling wordt de planologische situatie in lijn gebracht met de feitelijke situatie, waarin de woning wordt bewoond door mensen die geen binding hebben met de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse.

Voor een aantal locaties geldt dat deze ondanks planvorming niet zijn meegenomen in het voorliggende omgevingsplan. Om verschillende redenen is het niet haalbaar gebleken deze ontwikkelingen mee te nemen. Het is de ambitie om deze plannen zodra ze gereed zijn, in procedure te brengen. Op dat moment zal alsnog beoordeeld moeten worden in welk traject (bijv. een aanstaande wijziging van het omgevingsplan) deze worden meegenomen. Het gaat om de volgende locaties: -

Voor de Elenburgweg 5-7 is vanuit de gemeente de optie geboden om tussen het ontwerpplan en de vaststelling de ontwikkeling nog mee te nemen. Het saneren van een agrarische bedrijfslocatie naar twee woonfuncties wordt dan ook als wenselijk beschouwd. Echter zijn er duidelijke deadlines gesteld voor het indienen van de stukken. Het is initiatiefnemer niet gelukt om de stukken op tijd definitief aan te leveren.

-

De ontwikkeling voor het wijzigen van de horecafunctie naar een woonfunctie op Kanaaldijk-Noord 1 en 3 was opgenomen in het ontwerp-omgevingsplan. Bij het ontwerp was de kanttekening reeds meegegeven dat het onderdeel geluid nog verder uitgezocht moest worden. Uiteindelijk is gebleken dat de geluidsbelasting op de beoogde woning te hoog was en dat hiervoor extra meetregelen opgenomen moeten worden. Gezien de planning van het omgevingsplan en de doorlooptijd voor het opnemen van de extra maatregelen is ervoor gekozen de ontwikkeling niet meer mee te nemen in het voorliggende plan.

-

In de zienswijze van de eigenaren van Otterdijk 7 is verzocht tot een nadere termijn voor het indienen van stukken voor het ontwikkelen van de locatie tot paardenhouderij. Met deze nadere termijn is niet ingestemd. Vervolgens zijn er alsnog nadere stukken ingediend en geeft adviseur aan dat de gemeente genoodzaakt is om de plannen op te nemen in voorliggend plan. Hierin

6/12

wordt niet meegegaan aangezien er dan geen sprake is van een zorgvuldige voorbereiding van het plan. -

Tot slot is de legalisatie van een overschot aan bijgebouwen op Slievenstraat 59 teruggetrokken ten opzichte van het ontwerp-omgevingsplan. De eigenaar had een beplantingsplan ingediend als tegenprestatie, maar de ingetekende beplantingen waren beoogd op gronden van de gemeente. Dit hebben we geconstateerd en teruggelegd bij de eigenaar. Deze was het niet eens met deze constateringen en de grondprijzen voor een eventuele overname van de gronden. Hierdoor kwam er ook geen medewerking voor het aanpassen van het beplantingsplan, waardoor we genoodzaakt zijn de gehele ontwikkeling terug te draaien.

Het plan is opgesteld met de ambitie om alle relevante beleidsthema’s hierin op te nemen. Ook van de andere overheden, zoals de provincie en de waterschappen. Hierbij worden instructieregels gevolgd en zijn worden er geen beperkende regelingen opgenomen in dit omgevingsplan. Voor twee relevante beleidsthema’s is de afweging gemaakt om deze nog niet te betrekken in het plan. Het gaat hierbij om: -

In het horecabeleid staat beschreven dat het advies, aangaande de vereenvoudiging van de horeca-indeling, van de Toeristische beleidsbeleidsnota Someren 2030 wordt overgenomen. Deze categorisering is bekrachtigd in de gemeenteraad van 22 december 2021. Bij de evaluatie van dit beleid is gebleken dat dit beleid niet uitvoerbaar is. Uit de oplegnotitie en de memo blijkt dat het uitwerken van het beleid in het omgevingsplan tot juridische risico’s leidt. Het onderscheiden van niet-verblijfsgerelateerde horeca in reguliere horeca en ondergeschikte horeca doet geen recht aan de verscheidenheid in horeca. In de collegevergadering van 2 april 2024 is besloten om de aanbevelingen uit de notitie en memo verder uit te werken. Op dit moment is de verdere uitwerking van de categorisering met bijbehorende definities nog niet gereed. Daarom zijn in het omgevingsplan nog de oude horeca definities en regels opgenomen. Het is de ambitie om het horecabeleid aan te passen en vast te laten stellen. Hier wordt momenteel aan gewerkt en zal op een later moment worden voorgelegd aan de raad.

-

Eerder is door de raad besloten om de vergunningvrije bouwmogelijkheden voor bijgebouwen bij monumentale en cultuurhistorische panden gelijk te trekken met de mogelijkheden voor reguliere woningen, mits kan worden voldaan aan de voorwaarden uit het omgevingsplan. Dit besluit blijkt voor nu onuitvoerbaar. Omdat de voorwaarde moet blijven gelden voor toetsing van de monumentale waarden, kan dit niet vergunningvrij worden gemaakt. Het is de ambitie om te zoeken naar een oplossing via een zogenaamde “kleine BOPA”-lijst, waarbij het raadsbesluit als beleidskader kan dienen. Een voorstel aan de raad hierover volgt nog.

4.1 Er is een plan-mer procedure doorlopen De Omgevingswet bepaalt dat een omgevingsplan plan-mer(beoordelings-)plichtig kan zijn (§ 16.4.1 Ow). Er is echter niet altijd sprake van een ‘plicht’. Dat is alleen het geval als het plan het kader vormt voor mer-plichtige projecten en een passende beoordeling noodzakelijk is op grond van de habitatrichtlijn. In andere gevallen kan sprake zijn van een beoordelingsplicht; het college kan dan beoordelen of er een plan-MER nodig is (Artikel 16.36 Ow). Voor de eerdere deelgebieden 1 tot en met 4 is steeds een plan-MER opgesteld. Voor deelgebied 5 is reeds eerder opdracht uitgezet om een plan-MER op te stellen. Ondanks dat het de vraag is of een planMER voor elk deelgebied nog verplicht is onder de Omgevingswet, is het onderzoek wel uitgevoerd en zijn de resultaten ook betrokken bij het maken van de eerste wijziging van het omgevingsplan. 7/12

5.1 De vaststelling van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de raad De vaststelling van het omgevingsplan is een bevoegdheid van de gemeenteraad. Omdat er wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van het ontwerp-omgevingsplan zal het omgevingsplan gewijzigd vastgesteld moeten worden. Na vaststelling worden de ketenpartners en indieners van zienswijzen geïnformeerd over het besluit.

6. Kanttekeningen 1.1 Veel zienswijzen gaan in op de onleesbaarheid van het plan Meerdere zienwijzen gaan in op de slechte leesbaarheid van het omgevingsplan in het DSO en de vele onduidelijkheden die dit met zich meebrengt voor de inwoners en gebruikers van het gebied. Wij moeten constateren dat de nieuwe wetgeving, systematiek en online omgeving momenteel lastig te navigeren zijn. Het is daarom complex om alle regels goed te doorgronden voor burgers, adviseurs en ketenpartners. Voor een groot deel ligt dit buiten onze invloedsfeer. Wij zijn daarin afhankelijk van het Rijk en het DSO. Om wel enigszins in te spelen op deze zienswijzen hebben wij nog extra tijd genomen om in gesprek te gaan met de indieners van de zienswijzen. Voor de adviseurs en advocaten die een zienswijze hebben ingediend, hebben wij een bijeenkomst georganiseerd om onze regeling verder uit te leggen en vragen te beantwoorden. Met de provincie Noord-Brabant, waterschap Aa en Maas en waterschap De Dommel hebben wij meerdere aanvullende overleggen gehad om de zienswijzen te bespreken. Vervolgens hebben wij een tussenversie in de oefenomgeving (pre-omgeving) van het DSO gepubliceerd, zodat onze ketenpartners nogmaals hebben kunnen kijken of wij hun zienswijzen op een juiste manier hebben verwerkt.

Naar aanleiding van deze versie van het omgevingsplan hebben wij nog een aantal aanvullende opmerkingen gekregen die we gedeeltelijk hebben verwerkt. 1.2 Risico’s zienswijze provincie Wij hebben niet de volledige zienswijze van de provincie overgenomen. De belangrijkste punten hierbij zijn de regels voor buitenopslag bij niet-agrarische bedrijven en de term gebouwerf. De provincie sluit opslag en stalling van voorwerpen of materialen bij niet-agrarische bedrijven uit, tenzij de activiteit betrekking heeft op opslag van zand, grond en grind. Ons gemeentelijk beleid stelt dat buitenopslag in principe niet is toegestaan. Een vergunning hiervoor kan echter verleend worden indien de opslag noodzakelijk is voor het (agrarisch) bedrijf en deze landschappelijke ingepast wordt. De provincie gaat in de verordening uit van de term bouwperceel: aaneengesloten virtueel of aangeduid vlak, waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, en dat bestaat uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningvrije bouwwerken zijn toegestaan.

Wij sluiten in het omgevingsplan aan bij de landelijk gebruikte term uit het Besluit bouwwerken leefomgeving: Bebouwd of onbebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, waarbij het omgevingsplan die inrichting niet verbiedt.

8/12

Omdat wij niet de volledige zienswijze van de provincie hebben overgenomen en er wijzigingen zijn doorgevoerd ten opzichte van het ontwerp, kan Gedeputeerde Staten een reactief interventiebesluit nemen. Dit kan ervoor zorgen dat een onderdeel van het besluit tot vaststelling van het omgevingsplan geen deel blijft uitmaken van dit besluit en daarmee komt te vervallen. Mocht het hiertoe komen, dan zal de provincie eerst in overleg moeten treden met de gemeente. 1.3 Er zijn nog veel wijzigingen doorgevoerd tussen ontwerp en vaststelling Aan de hand van de ingediende zienswijzen en de ambtelijke controle van het ontwerp-omgevingsplan, hebben we geconstateerd dat het plan op meerdere onderdelen verbeterd kon worden. Dat was ook een logisch gevolg van het gegeven dat het plan als pilot is aangevlogen. Door de zienswijzen zijn we er achter gekomen dat het omzetten van de regels naar de omgevingsplansystematiek nog wat extra zorgvuldigheid nodig had. Enkele regels zouden leiden tot rechtsonzekerheid of waren simpelweg niet goed opgenomen waardoor ze niet klopte ten opzichte van de vigerende rechten. Dit is in het nu voorliggende plan hersteld. Daarnaast zaten er ook nog een aantal fouten in het plan als gevolg van technische problemen in het nieuwe systeem.

Het betrof hier bijvoorbeeld de omgevingsnormen die aangeven hoeveel vierkante meters aan bijgebouwen er op een locatie zijn toegestaan. Door het plan te kunnen testen op de pre-omgeving zijn fouten als gevolg van deze technische problemen er uit gefilterd. Tot slot is ook ambtelijk geconcludeerd dat een aantal regelingen en de manier hoe deze in het plan waren opgenomen verbeterd konden worden. Al met al betekent dit dus dat er veel verschil is tussen het ontwerp-omgevingsplan en het plan wat nu voorligt ter vaststelling. Alle wijzigingen zijn bijgehouden en samengevat in de Nota van zienswijzen. De vele wijzigingen leiden tot een risico dat er voor nu nog onbekende nieuwe bezwaren op het plan en specifieke regelingen kunnen komen. Echter zijn alle verbeteringen in het plan noodzakelijk geweest en deze zullen ook bijdragen aan een beter leesbaar plan met daarin regelingen die recht doen aan de bestaande rechten en beleidsuitgangspunten. 2.1 Het is een eerste omgevingsplan voor alle betrokkenen Zoals gezegd is er de afgelopen periode hard gewerkt om een eerste ontwerp omgevingsplan op te stellen. Omdat er nauwelijks voorbeelden, precedenten en jurisprudentie bestaat hebben we dus figuurlijk ‘het wiel uit moeten vinden’. We hebben gaandeweg al veel verbeteringen aangebracht en fouten hersteld.

Ook naar aanleiding van de zienswijzen hebben we nog een aantal regels, werkingsgebieden en annotaties kunnen herstellen. Het is echter onoverkomelijk dat er nog andere zaken aan het licht gaan komen na vaststelling, zij het door fouten die gemaakt zijn of door jurisprudentie. Bij de volgende wijzigingen van het omgevingsplan kunnen we deze onderdelen uiteraard herstellen en verbeteren. Daarnaast zijn er nog vele wijzigingen nodig om tot een volledig omgevingsplan te gaan komen. Daar hebben we tot 2032 voor, maar dat betekent ook dat in dit omgevingsplan nog veel aspecten ontbreken en er nog heel veel zal wijzigen voordat we kunnen spreken van een volledig omgevingsplan voor de gehele gemeente. Het is echter wel noodzakelijk dat er voortgang blijft zitten in het proces rondom de wijziging van het omgevingsplan. Op het moment kan er maar één wijziging van het omgevingsplan tegelijk worden voorbereid. Dit geldt zowel voor de besluitvorming als voor het gebruik van de software. Een vertraging van voorliggend omgevingsplan betekent daarmee automatisch ook een vertraging voor alle opvolgende plannen.

9/12

2.2 Voorbehoud Omgevingswet/techniek Bij vaststelling zijn wij afhankelijk van de beschikbare techniek. Het kan daarom zo zijn dat bepaalde onderdelen van het plan anders uitpakken dan we willen. We kunnen het plan controleren via de oefenomgeving, maar het kan nog altijd zo zijn dat wij daarmee niet alles kunnen ondervangen. Zo zijn bij het ontwerp bijvoorbeeld de bijlagen bij de regeling op de website van de gemeente geplaatst, omdat het niet lukte om deze op het DSO zichtbaar te krijgen. Inmiddels zou dit wel moeten werken en lijkt dit ook te gaan werken in de oefenomgeving. We weten echter pas zeker dat het werkt als we het plan ook daadwerkelijk kunnen publiceren. Dat is dus pas na vaststelling. Mocht blijken dat de bijlagen niet goed zichtbaar worden in het DSO dan zullen we dit achteraf moeten herstellen. We hebben getracht de regels zoals opgenomen in de voorgaande bestemmingsplannen voor de deelgebieden zo neutraal mogelijk te verwerken in het omgevingsplan. Hiermee bedoelen we dat de regels dezelfde rechten en plichten moeten borgen. Gebleken is dat dit niet mogelijk is zonder enkele wijzigingen. De belangrijkste verandering is dat de wijzigingsbevoegdheden, zoals opgenomen in het bestemmingsplannen, zijn komen te vervallen. De systematiek van het omgevingsplan maakt het niet mogelijk om nog te werken met wijzigingsbevoegdheden.

Aangezien de wijzigingsbevoegdheden voortvloeien uit het gemeentelijke beleid zullen initiatieven nog altijd aan deze voorwaarden getoetst kunnen worden. Het verschil is echter dat dit te allen tijde buiten het omgevingsplan om geregeld moet worden, via een vergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit dan wel via een wijziging van het omgevingsplan. 4.1 Advisering rondom PlanMER leidt tot onzekerheid en een aanpassing in de regels Het plan-MER is ter advisering voorgelegd aan de commissie m.e.r. Hierop is advies gegeven door de commissie. De commissie m.e.r. heeft geconcludeerd dat belangrijke informatie in het plan-MER ontbreekt en geadviseerd om: -

Het voornemen beter te beschrijven;

-

Een beter beeld te schetsen van de referentiesituatie;

-

Het overzicht van beleid en regelgeving te actualiseren;

-

De effectbeoordeling verder te specificeren en meer detail aan te brengen;

-

De samenvatting aan te passen en beter leesbaar te maken

Op grond van dit advies is er door de gemeente een aanvulling op het plan-MER opgesteld. Deze moet samen met het advies van de commissie m.e.r. en het plan-MER als één geheel worden gelezen. In de aanvulling op het plan-MER is ingegaan op alle adviesonderdelen. Hierbij is nadrukkelijk ook ingegaan op de verschillen tussen een omgevingsplan en een bestemmingsplan, de werking van het nieuwe instrumentarium buiten het omgevingsplan en de veel beperktere effecten van een omgevingsplan in het algemeen, met name door het vervallen van alle wijzigingsbevoegdheden uit de voormalige bestemmingsplannen. Dergelijke wijzigingen kunnen niet meer worden betrokken bij de plan-MER beoordeling van een omgevingsplan. De conclusie die uit het plan-MER volgt is dat het wijzigingsbesluit geen onaanvaardbare nadelige gevolgen voor het milieu tot gevolg heeft en op onderdelen zelfs een positief effect voor de leefomgeving heeft. Het wijzigingsbesluit leidt tot een – over de volle breedte van milieuaspecten – positief effect op de leefomgeving.

10/12

In voorgaande deelgebieden was in het bestemmingsplan een regeling opgenomen die moest voorkomen dat ontwikkelingen zouden leiden tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. Dit is op advies uit eerdere planmer-procedures. In de ontwerpwijziging van het omgevingsplan was een vergelijkbare regeling opgenomen. Echter hebben wij geconcludeerd dat het niet de bevoegdheid van de gemeente is om een dergelijke regeling op te nemen en hieraan te toetsen. Deze bevoegdheid ligt bij de provincie. Omdat dit elders al in regelgeving is opgenomen is het zelfs niet toegestaan om dit ook nogmaals in het omgevingsplan te regelen. Een dergelijke regeling zal naar alle waarschijnlijkheid dus ook juridisch niet houdbaar blijken. De regeling is daarom geschrapt uit de regelset.

7. Financiën Voor het opstellen van het voorliggende omgevingsplan deelgebied 5 zijn de door uw raad vastgestelde budgetten voor ‘Aanpak buitengebied’ en ‘Invoeren omgevingswet’ ingezet. In de raadsnotitie van 3 april 2025 bent u geïnformeerd over de voortgang en de benutting van het budget voor het aanpak buitengebied. Om het project de komende jaren voort te zetten is nog aanvullend budget nodig. In de raadnotitie is vermeld dat dit gaat om een bedrag van € 600.000. Deze mutatie wordt verwerkt in de Kadernota 2026. In de raadsvergadering van 11 september 2025 wordt u geïnformeerd door middel van een Raadsinformatiebrief over de voortgang en de benutting van het budget voor het invoeren van de omgevingswet.

8. Communicatie Tegelijkertijd met het aanbieden van dit raadsvoorstel zal een brief worden verstuurd aan de indieners van een zienswijze waarin ze worden geïnformeerd over de conceptbeantwoording op hun zienswijze en de mogelijkheid tot inspreken tijdens de commissievergadering op 27 augustus 2025. Indien de raad instemt met voorliggend voorstel zullen alle indieners van zienswijzen per brief worden voorzien van een definitieve beantwoording van hun zienswijze. In die brief worden zij tevens gewezen op de mogelijkheid om beroep in te stellen tegen het besluit. Daarnaast zullen we na vaststelling van het plan de nieuwsbrief versturen naar een ieder die zich hiervoor heeft aangemeld. Twee weken na vaststelling van het omgevingsplan zal de bekendmaking volgen. De wijziging van het omgevingsplan zal bekend worden gemaakt in het gemeenteblad op officiëlebekendmakingen.nl, in ’t Contact en op de website van de gemeente Someren. Het omgevingsplan wordt beschikbaar gesteld via Regels op de kaart. Tegelijk met de bekendmaking wordt kennisgegeven van de terinzagelegging van de stukken voor beroep. Ook zal er een nieuwsbrief (Nieuwsbrief Buitengebied in beweging) worden rondgestuurd met daarin de stand van zaken voor deelgebied 5 en andere deelgebieden. De wijziging van het omgevingsplan treedt in werking vier weken na bekendmaking van het besluit tot vaststelling.

9. Uitvoering Na het vaststellen van het plan zal een kennisgeving van dit besluit worden gepubliceerd via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB). Twee weken na het besluit zal deze worden gepubliceerd, eveneens via de LVBB. Vervolgens gaat de beroepstermijn in voor zes weken waarbij men in de gelegenheid wordt gesteld om eventueel in beroep te gaan tegen het besluit. Vier weken na de bekendmaking van het besluit zal het omgevingsplan inwerkingtreden. 11/12

Burgemeester en wethouders van Someren, secretaris,

wnd. burgemeester,

J. Weekers

P.J.M.G. Blanksma

Bijlagen

O

Raadsbesluit (documentnummer 200724934)

X

Algemene motivering (documentnummer 200725224)

X

Nota van zienswijzen (documentnummer 200706141)

X

PlanMER (documentnummer 200638196)

X

Aanvullende notitie PlanMER (documentnummer 200709439)

X

Toetsingsadvies commissie MER (documentnummer 200725248)

X

Motivering Heesvenstraat 21-21a (documentnummer 200743402)

X

Motivering Houtbroekstraat 9 (documentnummer 200743478)

X

Motivering Lieropsedijk 66 (documentnummer 200743418)

X

NO

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15608597/5