Vaststellen Water en Rioleringsplan 2026-2030 v2
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp:
Vaststellen Water en Rioleringsplan 2026-2030
Portefeuillehouder:
W.M. van Doorn
Documentnummer:
200767549
Zaaknummer:
200767527
Datum:
2 september 2025
1. Samenvatting voor de burger Met bijgevoegd Water en Rioleringsplan (WRP) geeft de gemeente aan hoe op de korte en lange termijn invulling wordt gegeven aan de zorgplichten voor afval-, grond-, hemel- en oppervlaktewater. De komende periode ligt de nadruk, naast het in stand houden van het bestaande beheerareaal op het uitvoeren van maatregelen die nodig zijn om de wateroverlast en de gevolgen van droogte te verminderen. De huidige omvang van de rioolheffing is niet toereikend om deze investeringen te kunnen dragen. Hiervoor is een stijging van de rioolheffing noodzakelijk.
2. Inleiding Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2024 vervalt de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). Gemeenten blijven echter verantwoordelijk voor de uitvoering van de drie wettelijke watertaken: inzameling en transport van stedelijk afvalwater, verwerking van afvloeiend hemelwater en het voorkomen van structurele grondwaterproblemen. Het Water en Rioleringsplan (WRP) vervangt het GRP en sluit aan bij de Omgevingsvisie. Het huidige GRP 2021-2025 (vastgesteld in 2020) heeft een looptijd tot en met 2025 en is hiermee nog niet verlopen. In deze periode zijn veel projecten opgestart, waarvan sommige reeds geheel zijn uitgevoerd. Het grootste deel zal in het begin van de komende planperiode worden uitgevoerd. Het WRP is een beleidsplan en kostendekkingsplan zoals altijd is geweest bij een GRP. In dit WRP zit geen uitvoeringsplan. Dit zal in Q3 gezamenlijk worden opgesteld met de afdeling openbare ruimte in de vorm van de Integraal Beheersplan Openbare Ruimte (IBOR). Hierbij zullen de verschillende vakdisciplines kijken welke projecten een gezamenlijke opgave hebben en deze gezamenlijk oppakken.
3. Advies 1.
Vaststellen Water en Rioleringsplan 2026-2030.
4. Beoogd effect Het WRP beoogd een duurzame invulling van de rioleringszorg inclusief de financiële consequenties hiervan voor het in stand houden van het rioolstelsel op de korte en langere termijn. Het efficiënt, doelmatig en duurzaam in stand houden van de riolering heeft als doel:
1. Zorgen voor inzameling van het binnen gemeentelijk gebied geproduceerd stedelijk afvalwater 2. Zorgen voor het transport van het ingezamelde stedelijk afvalwater naar een geschikt lozingspunt 3. Zorgen voor doelmatige inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater (voor zover niet verzorgd door particulieren) 4. Beperken van structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming in het openbaar gemeentelijk gebied 5. Doelmatig beheer en een goed gebruik van de riolering 6. Zorgen voor het klimaatadaptief maken van de riolering en de openbare ruimte 7. Het verbeteren van het oppervlaktewater met betrekking tot waterkwaliteit Bij de uitvoering van het WRP wordt nadrukkelijk gezocht naar het realiseren van maatschappelijke meerwaarde door het benutten van meekoppelkansen die zich voordoen bij het integraal uitvoeren van werkzaamheden die voortvloeien uit de verschillende beheerplannen.
5. Argumenten 1.1
Met dit WRP zorgen we voor de juridische basis voor rioolheffing.
De rioolheffing is geregeld in artikel 228a van de Gemeentewet. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is het GRP niet langer verplicht. Desondanks blijft een inhoudelijke en financiële onderbouwing van de rioolheffing noodzakelijk. De opbrengsten mogen uitsluitend worden aangewend door de uitvoering van gemeentelijke watertaken. Om de rechtmatigheid en doelmatigheid van de heffing te waarborgen, is het van belang dat de gemeenteraad inzicht krijgt in de aard, omvang en kosten van deze taken. Dit gebeurt voortaan via het WRP. Het biedt een integrale en flexibele beleidsmatige onderbouwing en sluit aan bij de bredere doelstelling van de Omgevingswet, zoals klimaatadaptatie en een gezonde leefomgeving. 1.2
Met dit WRP voorzien we termijn een kostendekkende rioolheffing.
Door
uitgesteld
onderhoud
aan
het
rioolstelsel
en
het
toenemende
investeringsvolume
voor
klimaatadaptatie zal de rioolheffing in 2026 niet langer kostendekkend zijn. De benodigde stijging is noodzakelijk om alle investeringen in het kader van klimaatadaptatie uit te kunnen voeren, inclusief de hiervoor benodigde personele capaciteit (flexibele schil). Wanneer geen stijging van de rioolheffing wordt doorgevoerd ontstaat in 2030 een negatief saldo van de voorziening, wat niet is toegestaan. 1.4
Met dit WRP vergroten we onze flexibiliteit door er geen uitvoeringsplan aan te koppelen.
Het huidige uitvoeringsplan van het GRP bestaat uit een gedetailleerde opsomming van genummerde en begrote projecten. Hoewel dit aanvankelijk overzicht en structuur bood, heeft deze aanpak in de praktijk geleid tot meerdere knelpunten gedurende de planperiode. Ten eerste zorgt dit voor beperkte flexibiliteit bij samenwerking met andere clusters. Doordat het uitvoeringsplan vooraf vastligt, is het lastig om projecten van andere clusters binnen de openbare ruimte aan te haken wanneer deze pas later bekend worden. Voor rioleringsprojecten is samenwerking met andere disciplines essentieel om kosten te beperken. Als er geen gezamenlijke noodzaak is, moet riolering de volledige kosten dragen van werkzaamheden zoals afgraven en herinrichting, naast de eigen rioleringswerkzaamheden. Om deze reden is besloten om binnen het WRP geen afzonderlijk uitvoeringsplan op te stellen, maar aan te sluiten bij het integrale beheerplan openbare ruimte (IBOR).
2/7
Ten tweede zorgt dit onnauwkeurige begrotingen en extra administratieve lasten. In de praktijk blijken de begrote budgetten zelden volledig accuraat, zowel wat betreft subsidies als projectkosten. Dit leidt tot frequente aanpassingen door de afdeling Financiën, wat extra werk met zich meebrengt en de efficiënte belemmert. Ten derde zorgt dit voor beperkte budgetflexibiliteit bij projectvertragingen. Wanneer een project wordt vertraagd en doorschuift naar een volgende planperiode, blijft het bijbehorende budget gereserveerd. Hierdoor kan het tijdelijk niet worden ingezet voor andere urgente projecten, wat de slagkracht vermindert. In het WRP is een vereenvoudiging gekomen van het aantal investeringsregels. Om bovenstaande knelpunten te ondervangen, worden de investeringsregels binnen het WRP teruggebracht tot een kern set van categorieën: reeds geplande rioolvervanging, vervanging/relining vrijverval, klimaat, drukgemalen, hoofdgemalen (mechanisch). Deze vereenvoudiging biedt meer flexibiliteit, bevordert de samenwerking en maakt het financiële beheer overzichtelijker en efficiënter. 1.5
Met dit WRP worden reeds geplande rioolvervangingen meegenomen vanuit het GRP.
In het WRP is 7,3 miljoen euro aan investeringsbudgetten verwerkt dat betrekking heeft op de lopende / in voorbereiding zijnde projecten die ook onderdeel waren van het GRP (in betreffende planperiode of in de periode daarna). Het betreft de projecten die op bladzijde 30 van het WRP zijn benoemd. Eén van de projecten is het Centrumplan Someren. Dit project was niet expliciet zo genoemd in het GRP, maar op basis van de kengetallen voor vervangingen riolen, viel een groot deel van dit project wel onder de toekomstige budgetten van vervangingen vrijverval. In het nieuwe WRP is ervoor gekozen om de begrote projectbudgetten van deze lopende / in voorbereiding zijnde projecten, mee te nemen en de nieuwe projecten worden gefinancierd vanuit algemenere budgetten (zie argument 1.4). 1.6
Met dit WRP anticiperen we proactief op klimaatverandering en de veranderingen in het beleid van
het waterschap. In het WRP is geanticipeerd op de volgende vier zaken: 1.
Voor het eerst zal het waterschap vanaf 2026 actief controleren op bodemdiepte van Bwatergangen. Dit aspect is tot nu toe niet meegenomen in het beheer. Herprofilering van Bwatergangen wordt als kostenpost opgenomen in het nieuwe bestek. Indien dit als meerwerk wordt uitgevoerd, brengt het hogere kosten met zich mee dan wanneer het vooraf wordt begroot.
2.
Het waterschap heeft een inventarisatie uitgevoerd van de debieten van alle watergangen om te toetsen of de huidige indeling A-, B- en C-watergangen nog actueel is. De A-watergangen zijn in eigendom van het waterschap en de overige watergangen onder gemeentelijk beheer. Tevens is beoordeeld of alle schouwsloten nog als zodanig gekwalificeerd moeten blijven.
3.
Waar voorheen veel C-watergangen om het jaar werden gemaaid om economische redenen, is nu besloten dat elke watergang in het gebied minimaal één keer per jaar wordt gemaaid. Deze keuze is mede gebaseerd op signalen van bewoners en op de toenemende impact van klimaatverandering, zoals hevige stortbuien en langere droge periodes.
4.
Het onderhoud van gemeentelijke en particuliere duikers is tot nu toe onvoldoende geborgd, wat de doorstromingscapaciteit van watergangen beperkt. Dit kan leiden tot grondwateroverlast in de 3/7
winter en tot wateroverlast grondwateroverlast in de winter en tot wateroverlast bij hevig neerslag. Momenteel voert de gemeente ad hoc beheer uit bij duikers waar overlast wordt geconstateerd. Daarnaast heeft een particulier op dit moment zelf de verplichting om zijn duikers te onderhouden, maar dit gebeurt in de praktijk niet altijd en de verplichting is vaak onbekend. Vanaf 2026 neemt de gemeente het schoonmaken en doorspuiten van duikers volledig op zich. Het structurele onderhoud en de vervanging van duikers blijven echter de verantwoordelijkheid van de aanvrager.
1.7
Met dit WRP versterken we onze uitvoeringskracht door 1 extra fte flexibele schil (met een budget
van €90.000) toe te voegen. De huidige formatie is 5,0 fte (3,0 fte binnendienst en 2,0 fte UDAS). Deze biedt onvoldoende ruimte om proactief in te spelen op de groeiende complexiteit en urgentie van opgaven in de openbare ruimte, zoals klimaatadaptatie, participatie en integrale gebiedsontwikkeling. Zonder extra capaciteit komt de uitvoering van het WRP in het gedrang, wat leidt tot vertragingen en suboptimale resultaten. Een flexibele schil van 1 fte stelt ons in staat om snel en gericht expertise in te zetten waar nodig en om de werkdruk binnen het team beheersbaar te houden. Hiervoor is een budget van €90.000 gereserveerd.
6. Kanttekeningen 1.1
Met dit WRP gaat de rioolheffing met 7,2% omhoog.
De uitvoering van het WRP brengt aanzienlijke investeringen met zich mee in de riolering. Een belangrijk aspect hierbij is het feit dat riolering een gemiddelde levensduur heeft van circa 70 jaar. Delen van het rioolstelsel naderen deze grens. Waardoor in de komende jaren grootschalig onderhoud en vervanging noodzakelijk zijn. Daarnaast zijn er investeringen noodzakelijk om te voldoen aan de ambities op het gebied van klimaatadaptatie, waterbeheer en toekomstig bestendige inrichting van de openbare ruimte. Een deel van deze investeringen is het gevolg van uitgesteld onderhoud aan bestaande voorzieningen. Door dit onderhoud nu aan te pakken, wordt verdere verslechtering en hogere kosten op termijn voorkomen. Tegelijkertijd leidt dit tot een stijging van de rioolheffing, aangezien deze kosten worden doorberekend in de tarieven, zoals weergegeven in onderstaande tabel. Jaar
2025
Stijging heffing
2026
2027
2028
2029
2030
7,2 %
7,2 %
7,2 %
7,2 %
7,2 %
Heffing woning
€ 209
€ 224
€ 240
€ 257
€ 276
€ 296
Heffing niet-woningen
€ 314
€ 337
€ 361
€ 387
€ 415
€ 445
Het belang om deze financiële consequenties tijdig en helder te communiceren richting inwoners en stakeholders. Dit draagt bij aan begrip voor de noodzakelijke maatregelen en het maatschappelijk belang van een goede functionerende waterhuishouding. 1.2
Met dit WRP wordt een deel van de stijging van de kosten opgevangen met de voorziening WRP.
De stand van de voorziening WRP bedraagt per ultimo 2024 € 1.647.627. In tegenstelling tot het vorige GRP 2021-2025 wordt in het WRP gekozen om (deels) gebruik te maken van deze voorziening om de stijging van de rioolheffing te beperken. Hiermee wordt ingespeeld op de verwachte toerekening van rente aan taakvelden, waaronder riolering, wat op termijn een verhogend effect heeft op de heffing. De 4/7
voorziening WRP wordt echter niet volledig ingezet; er blijft een buffer van minimaal € 500.000 beschikbaar voor
egalisatie
van
toekomstige
tarieven
en/of
onvoorziene
investeringen.
Investeringen
in
klimaatadaptatie en energietransitie, waarvoor eerder ruimte werd gehouden binnen de voorziening, zijn inmiddels grotendeels opgenomen in het WRP. 1.4
Met dit WRP is er budget gereserveerd voor het behalen van de KRW-doelstelling.
De Kaderrichtlijn Water (KRW) verplicht ook gemeente om uiterlijk 2027 te voldoen aan de ecologische en chemische normen voor waterlichamen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de afvoer van afvalwater en regenwater via de riolering. Hierdoor kunnen er maatregelen wordt getroffen voor het beheer en onderhoud van het rioolstelsel, het voorkomen van overstorten van vuil water in oppervlaktewater en het scheiden van regenwater en afvalwater waar mogelijk etc. Om gemeente hierbij te ondersteunen, zijn er KRW-ambassadeurs aangesteld vanuit de KRW-impuls Brabant (een samenwerking tussen de provincie en de waterschappen). Deze ambassadeurs helpen de gemeenten bij het in kaart brengen van de resterende KRW-opgave en adviseren over hoe zij kunnen bijdragen aan de verbeteren van de waterkwaliteit. Voor de uitvoering van de benodigde maatregelen is een eerste inschatting gemaakt van het benodigde budget. Door de onzekerheden hieromtrent het moeilijk in te schatten is of het budget toereikend zal zijn. Dit budget is ondergebracht binnen de investeringsregel klimaat. Hierdoor is het mogelijk om, afhankelijk van het politieke klimaat en nieuwe inzichten, binnen dit klimaatbudget te schuiven en prioriteiten bij te stellen. 1.5
Extra kosten zijn in de toekomst niet uit te sluiten want een bepaald project zit niet in het WRP.
Het project de Speelheuvelstraat, Speelheuvelplein en Vaarselstraat is in de huidige planperiode nog niet tot uitvoering gekomen. De belangrijkste reden hiervoor is dat het project sterk verweven is met andere ruimtelijke en beleidsmatige ontwikkelingen, waardoor het niet losstaand kan worden opgepakt. Deze afhankelijkheden maken het noodzakelijk om het project integraal te benaderen en goed af te stemmen met andere beleidsvelden, interne afdelingen en externe stakeholders. De inhoudelijke en ruimtelijke samenhang is op dit moment belangrijker dan het exact afbakenen van de projectscope. Pas wanneer duidelijk is hoe het project zich verhoudt tot de bredere gebiedsontwikkelingen en welke randvoorwaarden hieruit voortvloeien, kan een realistische kostenraming worden opgesteld. Een deel van de water en rioolwerkzaamheden kan mogelijk worden gefinancierd vanuit de kostenpost voor vrijvervalriolering. Daarnaast wordt verkend of er subsidiemogelijkheden zijn, al is hier op dit moment nog geen zekerheid over. In de volgende planperiode zal dit nader moeten worden onderzocht. Het is daarnaast mogelijk dat voor (een deel van) het project aanvullende financiering nodig is buiten het Water- en Rioleringsprogramma (WRP). In dat geval zal opnieuw een voorstel aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd om budget beschikbaar te stellen.
Dit onderstreept het belang van een zorgvuldige voorbereiding en afstemming in de komende planperiode.
7. Financiën De rioolheffing laat een hogere stijging zien dan afgelopen periode 5/7
In de komende vijf jaar stijgt de rioolheffing met 7,2% per jaar, exclusief inflatie. Deze toename is het gevolg van de beschreven noodzakelijke verbeterslag in beheer en onderhoud. In de periode daarna wordt een stijging van 3% voorzien. Om de stijging beperkt te houden wordt de komende jaren de voorziening voor riolering afgebouwd. De voorziening WRP wordt ingezet om de stijging te beperken De stand van de voorziening bedraagt per ultimo 2024 € 1.647.627. In tegenstelling tot het vorige GRP 2021-2025 wordt er nu voor gekozen om de voorziening in te zetten om de stijging van de rioolheffing te beperken. Bij de vaststelling van het GRP 2021-2025 werd de voorziening bewust niet ingezet om in de toekomst ruimte te houden voor (aanvullende) investeringen in klimaatadaptatie en energietransitie. Deze investeringen zijn nu grotendeels opgenomen in het WRP. De voorziening WRP wordt niet geheel ingezet om de heffing te beperken. Er blijft sprake van een buffer (van minimaal € 500.000) om in te zetten voor egalisatie toekomstige tarieven en/of onvoorziene investeringen. De komende vier jaar is er geen sprake van 100% kostendekkendheid Door de inzet van de voorziening in de komende vier jaar is er geen sprake van 100% kostendekking. Op lange termijn wordt wel 100% kostendekking voorzien in het WRP.
De voorziening WRP kan worden ingezet om grote tariefschommelingen op te vangen en dat is wat we nu doen. Door middelen van de voorziening in te zetten hoeft het tarief in 2026 niet met 16% te stijgen, maar kan het geleidelijk. Bij de berekening van de rioolheffing is uitgegaan van maximale doorberekening van de BTW, dit aspect is niet gewijzigd ten opzichte van het vorige GRP. In het WRP 2026-2030 is geen rentecomponent opgenomen Omdat binnen onze gemeente de rentebaten in 2025/2026 hoger zijn dan de rentelasten, is er sprake van een positieve rentefunctie en worden rentelasten niet toegerekend. Er is dus ook geen omslagrente bepaald. Het WRP is daarom zonder rentecomponent opgesteld. Als gevolg van met name investeringen in activa en verstrekken van leningen, staat de liquiditeitspositie van de gemeente onder druk en worden leningen aangetrokken om de liquiditeit aan te vullen. In de komende jaren wordt een omslagpunt verwacht van een positieve naar een negatieve rentefunctie. Het toerekenen van rente aan taakvelden wordt dus op termijn voorzien, daarmee ook het toerekenen van rente aan riolering. Dit heeft een verhogend effect op de rioolheffing.
8. Communicatie Waterschap Aa en Maas en Waterschap De Dommel zijn belanghebbend voor respectievelijk de inhoudelijke en financiële toetsing van het rioolbeleid. Zij zijn bij het tot stand komen van dit WRP betrokken. De vaststelling wordt bekend gemaakt in ’t Contact, die in de gemeente verspreid wordt. Daarbij wordt aangegeven op welke wijze kennis kan worden gekregen van de inhoud van het plan.
9. Uitvoering Na de vaststelling zal het Water en Rioleringsplan 2026-2030 (WRP) het huidige Gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 (GRP) vervangen. Eerst zal het nieuwe Water en Rioleringsplan 2026-2030 (WRP) op de website worden gezet, zodat geïnteresseerden zo snel mogelijk kunnen voorsorteren op het nieuwe beleid. Het Gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 (GRP) wordt ingetrokken per januari 2026 en van de website verwijderd. 6/7
Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,
wnd. burgemeester,
J. Weekers
P.J.M.G. Blanksma
Bijlage
O
WRP Someren 2026-2030, documentnr. Djuma 200767548
X
Besluit gemeenteraad – WRP, documentnr. Djuma 200768093
X
NO
7/7