CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen Kaders Regionaal bedrijventerrein Brainport Oost

Gemeenteraad 11 september 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen Kaders Regionaal bedrijventerrein Brainport Oost.4.764 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp:

Kaders Regionaal bedrijventerrein Brainport Oost

Portefeuillehouder:

P.F.C.W. van der Broeck

Documentnummer:

200747241

Zaaknummer:

0847200747171

Datum: 05-08-2925

1. Samenvatting voor de burger Om te komen tot de realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost zijn de Peelgemeenten vanaf 2019 een gezamenlijk traject ingegaan. Het college besloot op 25 februari 2025, samen met de colleges van de Peelgemeenten, om de intentie tot deelname aan de op te richten Gemeenschappelijke Regeling RBT Brainport-Oost te bevestigen. Het is de bedoeling dat deze Gemeenschappelijke Regeling begin 2026 wordt opgericht. De raad wordt nu gevraagd om kaders vast te stellen voor de realisatie van het regionale bedrijventerrein. Deze kaders zijn leidend voor de Gemeenschappelijke Regeling en vormen de uitgangspunten bij de realisatie van het bedrijventerrein voor onder andere het ruimtelijk programma van eisen, het stedenbouwkundig ontwerp, het uitgifteproces en de geactualiseerde grondexploitatieberekening.

2. Inleiding Sinds 2019 loopt er een onderzoek door de Peelgemeenten naar een locatie voor een regionaal bedrijventerrein in Brainport-Oost. Na een eerste ruimtelijke verkenning van potentiële locaties heeft er een verdiepend haalbaarheidsonderzoek plaatsgevonden. Op basis van dit onderzoek hebben de gemeenteraden van Someren en Helmond in december 2023 het voorkeursrecht gevestigd op Lungendonk-Varenschut. In juli 2024 stelde de gemeenteraad het Convenant Bedrijventerrein BrainportOost vast waarmee de deelnemende gemeenten afspraken het bedrijventerrein te ontwikkelen. Het uitgangspunt in het convenant is dat er een aparte entiteit met rechtspersoonlijkheid als samenwerkingsvehikel wordt opgericht. In februari 2025 heeft het college op basis van een onafhankelijk advies besloten de intentie tot deelname aan de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost te bevestigen. In de raadsvergadering van 3 april 2025 zijn door de fracties van de Gemeenschapslijst en LSH diverse vragen gesteld. Vanuit het college is toen de toezegging gedaan om met een integrale nota te komen waarin deze vragen beantwoord zullen worden. Met het aanbieden van het voorstel voor de kaders van het RBT Brainport-Oost worden deze vragen beantwoord. Vanuit deze kaders volgt onder andere een goede organisatie en een uitvloeisel daarvan is de gemeenschappelijke regeling.

In de raadsvergadering van 11 september 2025 zijn vier samenhangende college- en raadsvoorstellen geagendeerd. 1.

De verlenging van de werkingsduur van het convenant. Het convenant kent een werkingsduur tot de oprichting van de entiteit of uiterlijk 1 juli 2025. Omdat het oprichten van de Gemeenschappelijke Regeling meer tijd heeft gevergd moet de werkingsduur van het convenant verlengd worden.

2.

Kaders Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost. Met de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling gaan de bevoegdheden van de colleges over naar de gemeenschappelijke regeling. De raadsbevoegdheden gaan niet over. Om de kaderstellende bevoegdheden van de gemeenteraad te versterken zijn kaders geformuleerd voor de Gemeenschappelijk Regeling in oprichting voor de verdere ontwikkeling van het regionale bedrijventerrein.

3.

Ontwerp gemeenschappelijk Regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost. Met dit voorstel wordt de ontwerp regeling aan de gemeenteraad aangeboden met het advies om geen zienswijze in te dienen.

4.

Intrekken geheimhouding van vergaderingen. In het proces om te komen tot een voorkeurslocatie zijn diverse vergaderingen voorzien van geheimhouding. Tot op heden is deze geheimhouding er nog niet afgehaald. De geheimhouding is er destijds opgelegd onder meer om grondspeculatie binnen de gemeente Someren, maar ook andere deelnemende gemeenten te voorkomen. Met het opleggen van het voorkeursrecht op Lungendonk-Varenschut is dit risico opgeheven en kan nu zoveel mogelijk transparantie worden geboden in het proces.

Het voorliggende voorstel en de hierna volgende tekst is regionaal opgesteld waarbij de afspraak is dat alle deelnemende gemeenten dezelfde teksten aan het college en de gemeenteraad voorleggen. Nu het proces is gestart om de gemeenschappelijke regeling op te richten bevinden we ons op het punt dat de realisatie van het bedrijventerrein echt gaat starten. Het college van Someren heeft er voor gekozen om, terugkijkend, een set van alle relevante documenten toe te voegen inclusief de daarbij horende tijdlijn (zie Bijlage 2). De gemeenten binnen de regio’s De Peel en het Stedelijk gebied Eindhoven (SGE) hebben al jaren geleden geconstateerd dat er behoefte is aan een uitbreidingslocatie voor economische groei binnen de Brainportregio. Deze ambitie komt voort uit de noodzaak om ruimte te bieden voor innovatieve bedrijven en hoogwaardige werkgelegenheid in de regio. De uitbreidingslocatie moet vestigingsruimte geven aan Brainport gerelateerde bedrijven en bedrijven die passen bij de economische structuur van De Peel. Begin 2025 is de Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven door de raden vastgesteld (bijlage 1). Hierin is nadrukkelijk aangegeven dat de MRE een krachtige regio is die nationaal én internationaal bekendstaat om haar voorlopers rol op het gebied van technologische innovaties.

Duidelijk is dat er te weinig ruimte is om alle bedrijvigheid die zich in de regio wil vestigen een plek te bieden en tegelijkertijd bestaande bedrijvigheid te laten groeien. De regio zet dan ook in op selectieve groei. Door een economisch profiel te kiezen worden bestaande, succesvolle ecosystemen benut en wordt synergie tussen bedrijven in de regio bevorderd. Het proces om te komen tot een locatie voor het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost (RBT Brainport-Oost) is een dynamisch proces geweest. Door de inzet van het college van Someren zijn er kaders geformuleerd voor de realisatie van het bedrijventerrein. Hierdoor wordt de gemeenteraad in positie gebracht om haar kaderstellende en controlerende taak goed te kunnen vervullen.

3. Advies 1.

De kaders ten behoeve van de realisatie van het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost vast te stellen; 2/12

2.

Het college van B&W de opdracht geven om aan deze kaders in regionaal verband invulling te geven en de gemeenteraad periodiek te informeren en daartoe de benodigde raadsinformatiebrieven en eventuele raadsbesluiten aan te dragen.

4. Beoogd effect Met de vaststelling van de kaders zetten de raden van de beoogde deelnemers aan de GR een gezamenlijke koers en opdracht uit waaraan de projectorganisatie uitwerking zal geven in de te produceren documenten: •

Het ruimtelijk programma van eisen;

•

Het stedenbouwkundig ontwerp;

•

Het uitgifteproces;

•

De geactualiseerde grondexploitatieberekening.

Ambitie Op basis van de prognoses betreffende de vraag naar bedrijventerreinen en de onderscheiden werkmilieus zijn de hoofdlijnen van het profiel voor het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost bepaald. Het RBT Brainport-Oost wordt een Toekomstbestendig Bedrijventerrein. Dit houdt onder andere in dat het terrein een bijdrage moet leveren aan de economische ontwikkeling en de werkgelegenheid van de regio. Tevens moet het terrein een bijdrage leveren aan de energietransitie en zoveel mogelijk klimaat adaptief zijn. Het moet een gezonde en groene werkomgeving bieden en inzetten op duurzame mobiliteit. Een hoge organisatiegraad (collectiviteit) is belangrijk. Op basis van de Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven is duidelijk dat het regionale bedrijventerrein zich primair moet gaan richten op het huisvesten van bedrijven vallend binnen het werkmilieu grootschalige productie (groter dan 1 hectare en milieucategorie 2 t/m 4) met aanvullend ruimte voor het werkmilieu grootschalige logistiek (groter dan 3 hectare). Hierover is de raad geïnformeerd met de Raadsinformatiebrief van 25 februari 2025. De basis van het profiel bestaat uit de reeds aanwezige bedrijven in de directe omgeving in ZuidoostBrabant die willen uitbreiden en verplaatsen.

Dit sluit aan op het ‘makersdistrict’ van Zuidoost-Brabant wat de Peel is: een gebied met een omvangrijk en gevarieerd cluster aan praktisch ingestelde maakbedrijven, met bijzondere accenten op foodtech en automotive. Het gros van deze bedrijven is direct of indirect verbonden aan het hightech ecosysteem van de Brainport en daarmee ook essentieel voor haar economisch succes. De vraag komt van reeds in de regio gevestigde bedrijven (o.a. automotive, agro- en food sector), maar nadrukkelijk ook van bedrijven van buiten de regio die van meerwaarde zijn voor het Brainport ecosysteem, zoals beschreven in de door de raden vastgestelde Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven. Voor alle duidelijkheid: er moet sprake zijn van Brainport gerelateerde bedrijven. Regionaal vindt een onderzoek plaats naar de locatie(s) voor de vestiging van de grootschalige logistiek. In het kader van de Uitvoeringsagenda Regionaal Programma Werklocaties Zuidoost Brabant is de afspraak gemaakt om een analyse voor geheel Zuidoost Brabant uit te voeren met als doel om voor logistiek geschikte locaties te benoemen. De locatie van het RBT Brainport-Oost wordt in dit onderzoek meegenomen waarbij is afgesproken dat deze locatie niet de volledige regionale behoefte gaat accommoderen. 3/12

Wat is er al gedaan Nu we ons op het punt bevinden dat de realisatie van het bedrijventerrein concreet handen en voeten gaat krijgen hebben we, terugkijkend, een set van alle relevante documenten toegevoegd inclusief de daarbij horende tijdlijn. Hiervoor verwijzen we naar bijlage 2, Tijdlijn Regionaal Bedrijventerrein BrainportOost. Tevens hebben we kort de kansen die het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost biedt in bijlage 3 weergegeven. Kaders Uw college vraagt de raad om kaders vast te stellen voor deze regionale ontwikkeling. Met deze kaders geven de raden richting aan de verdere ontwikkeling van het RBT Brainport-Oost. Deze kaders vormen het uitgangspunt voor de volgende documenten: 

Het ruimtelijk programma van eisen;

Het stedenbouwkundig ontwerp;

Het uitgifteproces;

De geactualiseerde grondexploitatieberekening.

De meeste van deze documenten worden nu opgesteld. Bij het vaststellen van het definitieve GR-besluit (begin 2026) zullen deze documenten of de concepten ervan gedeeld worden. Onderstaande kaders zijn op initiatief van Someren tot stand gekomen. De volgende kaders worden voorgesteld. 1. Financieel – een neutrale of positieve grondexploitatie Het doel en daarmee ook het kader is dat de grondexploitatie van het bedrijventerrein op eindwaarde een neutraal of positief resultaat heeft. Meerdere aspecten die nog uitwerking vragen zijn van invloed op het uiteindelijke eindresultaat. Er wordt nadrukkelijk steun gezocht bij overige overheden, zoals het rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Eindhoven. Zo is de inzet van de provincie om mee te doen aan het verkleinen van de financiële risico’s en de mogelijke onrendabele top van het RBT Brainport-Oost. Hiervoor wordt mogelijk de immunisatieportefeuille aangewend. 2. Ruimtelijk programma a.

Type bedrijvigheid passend bij zowel De Peel als bij de SGE

Het RBT Brainport-Oost is primair gericht op het huisvesten van grootschalige productiebedrijven (> 1 ha en milieucategorie 2 t/m 4) die Brainport gerelateerd zijn en die aansluiten bij de economische structuur en dynamiek van de regio’s SGE en De Peel. Daarnaast wordt, op basis van de door de raad vastgestelde regionale Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven (dd 27 februari 2025), gekeken of op het RBT Brainport-Oost ook ruimte geboden kan worden aan grootschalige logistieke bedrijven (> 3 ha) die nadrukkelijk Brainport gerelateerd moeten zijn. Het gaat om het bieden van ruimte om aan de vraag te voldoen. Deze vraag komt van reeds in de regio gevestigde bedrijven (o.a. automotive, agro- en food sector), maar ook van bedrijven van buiten de regio die van meerwaarde zijn voor het Brainport ecosysteem, zoals beschreven in de door uw raad vastgestelde Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven. Voor alle duidelijkheid: er moet sprake zijn van Brainport gerelateerde bedrijven. Met de komst van de Omgevingswet komen de tot nu toe gehanteerde milieu categorieën te vervallen. De in de nieuwe Handreiking Activiteiten en Milieuzonering 2024 van de VNG beschreven nieuwe 4/12

systematiek voor milieuzonering werkt niet meer met zones gekoppeld aan milieucategorieën en een Lijst van activiteiten met afstanden per activiteit. In plaats daarvan wordt gewerkt met zones met milieuwaarden die de gebruiksruimte per activiteit begrenzen, zónder een Lijst van activiteiten. Uitgangspunt blijft functiescheiding waar dat nodig is en het toepassen van inwaartse zonering binnen bedrijventerreinen en andere werkterreinen. Bij inwaartse zonering worden afstanden bepaald vanaf woningen naar bedrijven. Het vertrekpunt van de afstandsbepaling zijn de woningen, en niet het bedrijventerrein zelf. Hoe hoger de milieucategorie van een bedrijf, hoe groter de afstand tot woningen moet zijn. Dit zorgt ervoor dat de meest milieubelastende bedrijven verder van woningen gevestigd zijn, en zo de leefkwaliteit van de omgeving behouden wordt. b.

Streven naar een Toekomstbestendig bedrijventerrein

Het RBT Brainport-Oost wordt een Toekomstbestendig Bedrijventerrein. Bij de concretisering hiervan sluiten we aan bij de Brainport Principes zoals beschreven in de Uitvoeringsagenda, zijnde een uitwerking van de reeds genoemde Visie Werklocaties: •

Passende beeldkwaliteit – we stellen eisen aan de kwaliteit van de op te richten bedrijfsgebouwen en omliggende ruimtes.

•

Duurzame werklocaties – werklocaties in de MRE lopen voorop op de thema’s duurzaam, gezond, bereikbaar en klimaat adaptief. Concreet betekent dit dat nieuwe terreinen zoveel mogelijk energieneutraal of energiepositief moeten zijn, dat ze indien mogelijk bijdragen aan de circulaire economie, voldoende groen en water herbergen, en op alle terreinen maatregelen zijn toegepast die de biodiversiteit bevorderen. Daarnaast dient de ov-potentie maximaal te worden benut op nieuwe locaties.

•

Georganiseerde werklocaties – bij nieuw te ontwikkelen locaties stellen we voorwaarden aan collectiviteit bijvoorbeeld in de vorm van verplicht parkmanagement.

c.

Robuuste landschap ecologische en cultuurhistorische inpassing

Een samenhangende structuur die landschappelijk en stedelijk gebied landschappelijk en cultuurhistorisch verbindt is een belangrijk uitgangspunt. Bij het uiteindelijke ontwerp van het bedrijventerrein wordt nadrukkelijk rekening gehouden met de waterbergingseisen, de huidige landschappelijke en ecologische kwaliteiten en een robuuste inpassing in de omgeving. Het groen en natuur wordt dan ook geschikt gemaakt voor extensief recreatief medegebruik, bijvoorbeeld voor het pauze-ommetje. d.

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (acceptabel woon- en leefklimaat) rondom om het plangebied

We streven naar een goed woon- en werkklimaat. Dit vraagt om een goede landschappelijke inpassing van het terrein, van een goede verkeersafwikkeling die vooral sluipverkeer tegen gaat, maar ook dat we met de invulling van het terrein rekening houden met het voorkomen van hinder en overlast voor de omgeving. Dit laatste aspect heeft een directe relatie met het type bedrijven dat we wel en niet toestaan op het bedrijventerrein. Onder andere via zogenoemde inwaartse milieuzonering wordt daarnaast voorkomen dat omliggende woonwijken overlast gaan ondervinden van het bedrijventerrein c.q. van individuele bedrijven. e.

Ruimte voor huisvesting van arbeidsmigranten

Recentelijk bent u middels een RIB (tweede kwartaal 2025) op de hoogte gesteld van het Regionale Afsprakenkader Arbeidsmigratie Helmond – De Peel dat door de colleges is vastgesteld. Hierin wordt duidelijk aangegeven dat er een directe relatie bestaat tussen de groei van bedrijvigheid in de regio en de 5/12

aanwezigheid van arbeidsmigranten. Het is van belang om deze relatie mee te nemen in de ontwikkeling van het bedrijventerrein, om zo te waarborgen dat er voldoende huisvesting aanwezig is voor arbeidsmigranten. Op deze wijze zorgen we ervoor dat deze groep op een goede en kwalitatieve manier gehuisvest wordt, die ook passend is bij de vraag van deze doelgroep. Het faciliteren van huisvesting voor arbeidsmigranten, zowel binnen als buiten het plangebied, is daarmee een belangrijk onderdeel van de ontwikkeling van het regionale bedrijventerrein. f.

Goede verkeersafwikkeling

Het beoogde bedrijventerrein is gelegen op korte afstand van de A67 en de kern Lierop. Bij de ontwikkeling van dit bedrijventerrein wordt aangesloten op het hoofdwegennet. De afwikkeling van verkeers- en vervoersstromen van en naar het RBT Brainport-Oost mag geen negatieve effecten hebben op de omliggende weginfrastructuur. Belangrijk is dan ook dat aangesloten wordt op de lopende studie Zuidelijke ontsluiting Helmond (Oostelijke Randweg), dat rekening wordt gehouden met de ontwikkeling van het bedrijventerrein Varenschut-Noord in Helmond, dat ingrepen gepleegd worden om sluipverkeer, in en rond Lierop, te voorkomen en dat ingezet wordt op het stimuleren van andere vormen van vervoer zoals het OV en fietsverbindingen. 3. Samenhangende structuur met Varenschut-Noord Ook dit te realiseren bedrijventerrein richt zich op het werkmilieu Grootschalige productie. Belangrijk is dat rekening gehouden wordt met stedenbouwkundige- en landschappelijke structuren, verkeers- en vervoerseffecten, milieueffecten en milieuzonering van dit nieuwe bedrijventerrein, dat aansluit op het gedeelte Varenschut behorend tot het RBT Brainport-Oost. 4. Een slanke, efficiënte en slagvaardige governance Het voorstel is om met een Gemeenschappelijke Regeling (GR) te gaan werken. Daarover ontvangt u gelijktijdig een separaat raadsvoorstel.

Voor de GR wordt een efficiënte en slagvaardige governance ingericht met een Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en projectorganisatie. De gemeenteraden worden in positie gehouden door halfjaarlijkse rapportages en via de reguliere planning en control cyclus (begroting, jaarrekening en grondexploitatie). De projectorganisatie werkt voor alle GR-deelnemers en kan met medewerkers worden ingericht die voor de deelnemende gemeenten werken of extern worden ingehuurd. Daarmee wordt het een hybride projectorganisatie. Daarnaast is er onderscheid tussen de reguliere organisatie, de ambtelijke begeleiding en specifieke thema’s. De uitvoeringskosten worden gefinancierd door de GR. Op dit moment bestaan de volgende ideeën bij de projectorganisatie: •

Een directeur;

•

Een ambtelijk secretaris;

•

Een omgevingsmanager;

•

Ambtelijke ondersteuning (o.a. secretariaat, administratie);

•

Ambtelijke begeleidingsgroep, ingevuld met economie en of financiële medewerkers van de deelnemende gemeenten;

•

Een (ambtelijke) schil met RO-juristen, communicatie, omgevingsjuristen, planeconomie;

•

Projectschil uitvoering: civiel techniek, groen, water, directievoerder, toezichthouder;

•

Specifieke thema’s: Energie, Omgevingsrecht/milieu (stikstof, type bedrijvigheid, brandveiligheid), Beeldkwaliteit, Parkmanagement, Arbeidsmigranten.

6/12

Het is uiteindelijk aan het Dagelijks Bestuur van de gemeenschappelijke regeling om hier invulling aan te geven. 5. Betrekken van gemeenteraden. Met deze kaders geven de colleges en raden richting aan de verdere ontwikkeling van het RBT BrainportOost en wordt de kaderstellende taak van de gemeenteraad versterkt. 

Kaderstellende taak. Met de kaders in de voorliggende nota geeft de gemeenteraad richting aan de verdere ontwikkeling van het RBT Brainport-Oost.

Controlerende taak. Halfjaarlijks worden voor alle gemeenteraden samen (digitale) bijeenkomsten georganiseerd waarbij geïnformeerd/ gerapporteerd wordt over de voortgang, in het bijzonder over de hierboven geschetste kaders. Dat biedt de gemeenteraad de mogelijkheid om zich goed te informeren en om hierna in de eigen gemeenteraad haar controlerende taak uit te voeren.

Besluitvormende taak. Het zijn de gemeenteraden van Helmond en Someren die de omgevingsplannen vaststellen. Hiermee is het beleid van de gemeente Someren en Helmond leidend. De overige deelnemende gemeenten worden in de gelegenheid gesteld eventuele zienswijzen kenbaar te maken.

6. Een transparante communicatie naar de omgeving toe. Voor de communicatie met stakeholders en omgeving (waaronder kern Lierop) wordt een communicatie-/ participatiestrategie opgesteld en uitgevoerd. Het beleid van de gemeente Someren en Helmond is in deze leidend. Om deze communicatie goed vorm te geven is een omgevingsmanager voorzien in de projectorganisatie die alle stakeholders betrekt.

5. Argumenten 1.1 Door de inzet van het college van Someren liggen er kaders Het proces om te komen tot een locatie voor het Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost is een dynamisch proces geweest. Door de recente inzet van het college van Someren zijn er kaders geformuleerd voor de realisatie van het bedrijventerrein. Hierdoor is de gemeenteraad in positie gebracht om haar kaderstellende en controlerende taak kracht bij te zetten. 1.2 Met het vaststellen van de kaders laat de raad actief hun invloed op de koers/hoofdlijn voor het RBT Brainport-Oost gelden De gestelde kaders worden door colleges en projectorganisatie opgevat als opdracht en randvoorwaarden waarbinnen het RBT Brainport-Oost moet worden uitgewerkt en uitgevoerd. De kaders bakenen het speelveld af en stelt de raad in staat om de vinger aan de pols te houden over het tempo en de wijze waarop het beoogde RBT Brainport-Oost wordt gerealiseerd. Goede kaders maken het voor de raad ook mogelijk politieke verantwoording af te leggen aan de samenleving over belangrijke politieke keuzes en prioriteiten.

7/12

6. Kanttekeningen 1.1 Breed draagvlak gevraagd voor regionale ontwikkeling De kaders worden vastgesteld in de raden van de beoogde deelnemers en vormen daarmee een breed gezamenlijk draagvlak voor de verdere ontwikkeling van het RBT Brainport-Oost. Dit voorstel om de kaders voor het RBT Brainport-Oost vast te laten stellen door de raad geschiedt tegelijk met een samenhangend voorstel om de ontwerp Gemeenschappelijke Regeling RBT Brainport-Oost aan te bieden aan de raad. Het is van belang dat alle zes beoogde deelnemers aan de GR positief besluiten op beide voorstellen. Is dit niet het geval, dan treedt er vertraging op in de oprichting van de GR. 1.2 Netcongestie vormt een uitdaging Bij de realisatie van het RBT Brainport-Oost zijn we ons bewust van netcongestie en transportschaarste en dat uitbreiding van het energienetwerk nog jaren zal duren. Bij het ontwerp van het RBT Brainport-Oost houden we rekening met de uitgangspunten voor netbewust bouwen die de netbeheerders hebben opgesteld. Een slimme energievoorziening (lokale opwek, opslag en energiemanagement), slimme (dynamische) contracten met de netbeheerder en nieuwe samenwerkingsvormen (vermogen delen tussen bedrijven/ optimalisatie van verbruik over het terrein) zijn noodzakelijk. Met de te vestigen bedrijven wordt gekeken naar samenwerkingskansen (Energy Hub) en de kansen van gezamenlijke oplossingen en clustering.

Tevens zal er proactief gefaciliteerd worden ten aanzien van individuele bedrijven, die op basis van bovenstaande tot vestiging willen overgaan. 1.3 Een neutrale of positieve grondexploitatie is mogelijk niet realiseerbaar In eerdere communicatie naar colleges en raden van de convenantgemeenten is aangegeven dat de grondexploitatie vooralsnog een negatief resultaat laat zien van circa € 16 miljoen. Het uitgangspunt van de grondexploitatie is en blijft om richting een neutraal of positief eindresultaat te komen. Voor meer informatie zie de paragraaf Financiën.

7. Financiën Voorlopige grondexploitatie Door het stellen van genoemde kaders ondervindt het project financiële gevolgen. Deze gevolgen zijn nu nog niet te kwantificeren en zullen in een volgende versie van de grondexploitatie herkenbaar duidelijk worden, rekening houdende met het kader van een neutraal of positief resultaat op eindwaarde. In eerdere communicatie naar colleges en raden van de convenantgemeenten is aangegeven dat de grondexploitatie vooralsnog een negatief resultaat laat zien van circa € 16 miljoen. Het uitgangspunt van de grondexploitatie is en blijft om richting een neutraal of positief eindresultaat te komen. De inzet van de provincie is om mee te doen aan het verkleinen van de financiële risico’s en de mogelijke onrendabele top van RBT Brainport-Oost. Hiervoor wordt mogelijk de immunisatieportefeuille aangewend, waarover op een later moment besluitvorming in GS en PS plaatsvindt. Hierover heeft de portefeuillehouder reeds gesprekken gevoerd met de gedeputeerde wat in een brief bevestigd gaat worden. Over een eventuele bijdrage van de gemeente Eindhoven vinden gesprekken plaats tussen de portefeuillehouder en zijn college uit Eindhoven. Bij concretere uitwerking naar een voorlopig ontwerp in 2025 onderzoeken we ook mogelijke voordelen in de aanscherping van de grondexploitatieberekening.

8/12

Een hogere grondprijs voor logistieke kavels zal meegenomen worden bij de herziening van de grondexploitatie. Op basis van bovenstaande, en de mogelijke hulp vanuit de provincie Noord-Brabant, Eindhoven en eventuele andere SGE-gemeenten is een budgettaire neutrale exploitatie haalbaar. Met de huidige stand van zaken en bovenstaande informatie wordt thans ingeschat dat het exploitatieresultaat tussen € 0 en € – 5 miljoen euro zal liggen. Het uitgangspunt van het totale project is een goede balans tussen het kwalitatieve resultaat en het bedrag onder aan de streep bij de grondexploitatie. Dit moet met elkaar in balans zijn en zo wordt er ook gezocht naar een zoveel als mogelijke budgettair neutrale exploitatie. Indien er een negatieve grondexploitatie resteert, wordt het tekort door de deelnemende gemeenten gedeeld op de door de BBV voorgeschreven wijze (winsten / verliezen nemen conform voortgang grondexploitatie). In de gemeenschappelijke regeling is voorzien in de volgende verdeling van de financiële risico’s (en eventuele te realiseren winsten): a.

12% deel gemeente Asten

b.

12% gemeente Deurne

c.

12% deel gemeente Gemert-Bakel

d.

40% deel gemeente Helmond

e.

12% deel gemeente Laarbeek en

f.

12% deel gemeente Someren.

Uitvoeringskosten De gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren hebben afgesproken gedurende 2023, 2024 en 2025 jaarlijks € 100.000 bij te dragen. Van deze in totaal € 1,8 miljoen zijn onder andere bekostigd de projectorganisatie, de locatiestudie, de principeschetsen en onderbouwing, de grondexploitatieberekening, de milieuscan en ook de (externe) advieskosten om te komen tot de oprichting van de beoogde samenwerking. De uitvoeringskosten tot eind juni 2025 bedragen € 1,2 miljoen. Er rest dan nog een bedrag van ruim € 600.000. Het resterende budget lijkt toereikend om in de tweede helft van 2025 en in de eerste helft van 2026, naast de oprichting van de samenwerking, ook nog stappen te zetten in het ruimtelijk proces zoals het uitvoeren van onderzoeken, het opstellen van een programma van eisen, het maken van een voorlopig ontwerp en het actualiseren van de grondexploitatieberekening. Definitieve grondexploitatie De exploitatie zal pas opgestart worden na oprichting van de samenwerking, waarbij de € 1,8 miljoen ingebracht door de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren worden opgenomen in de grondexploitatie.

Wanneer na oprichting van de GR RBT Brainport-Oost de eerste begroting van de GR (inclusief GREX, uitvoeringskosten etc) is vastgesteld door het algemeen bestuur, wordt deze voor wensen en bedenkingen aangeboden aan de deelnemers van de GR. Zij kunnen de financiële gevolgen van deze begroting dan verwerken in de eigen reguliere P&C-documenten (kadernota, begroting, jaarrekening). Dit betreft zowel de verwerking van het resultaat op eindwaarde als een voorziening voor de mogelijke garantstelling op de financiering.

9/12

Het Algemeen bestuur van de GR kan voorstellen doen tot wijziging van de regeling met (latere) toetreding van een nieuwe deelnemer. Het Algemeen Bestuur regelt de gevolgen van de toetreding en kan aan de toetreding voorwaarden verbinden. Toetreding kan plaatsvinden bij daartoe strekkende gelijkluidende besluiten van de colleges van de deelnemers, met inbegrip van het college van de toetredende gemeente, na verkregen toestemming van de raden conform artikel 1 Wgr. Uitgangspunt is dat de GR haar eigen exploitatie volledig gaat financieren, er zal dus geen sprake zijn van een jaarlijkse bijdrage of eenmalige inlegwaarde (los van de reeds ingelegde € 300.000). Daarmee is er geen direct effect op onze eigen exploitatiebegroting. De impact zit vooral in het risico van de huidige grondexploitatieberekening. Daarbij zijn nog diverse scenario’s denkbaar die kunnen leiden tot een lager maar ook tot een hoger tekort. Op dit moment is het verwachte risico lastig te kwantificeren. Er zijn nog onzekerheden in de grondexploitatie maar ook in de financieringsmogelijkheden binnen de GR. Aanvullende bijdragen of garantstellingen van de deelnemende gemeenten aan de GR zijn niet uit te sluiten. Risicobeheersing Het uitgangspunt van de grondexploitatie is een neutraal of positief eindresultaat. Dit kan echter op dit moment nog niet worden gegarandeerd.

Daarom wordt in de begroting 2026 in de risicoparagraaf een bedrag opgenomen van € 1.440.000, gebaseerd op het voorlopige negatieve resultaat van € 16 miljoen, de voorgestelde verdeelsleutel en een kwalificatie hoog risico (75%). Dit heeft effect op het weerstandvermogen van de gemeente Someren. Op basis van de jaarrekening 2024 wijzigt het weerstandvermogen van 5,2 naar 4,3, waarmee er nog steeds sprake is van een uitstekend weerstandvermogen. Nadat de grondexploitatie geopend is binnen de GR, kan op basis van een actuele berekening, een verliesvoorziening worden gevormd, als er op dat moment nog sprake is van een verlieslatend beeld. De verliesvoorziening kan naar verwachting (ervan uitgaande dat het voorlopige resultaat niet verslechtert) worden gedekt uit de Reserve Grondbedrijf. Het bovengenoemde effect op het weerstandvermogen blijft, de beschikbare weerstandcapaciteit wordt immers lager door inzet van de Reserve Grondbedrijf.

8. Communicatie Via halfjaarlijkse updates, zoals raadsinformatiebrieven en bijeenkomsten worden colleges en raden van de beoogde deelnemers aan de GR op de hoogte gehouden van de voortgang en de inhoud. Een volgende raadsbijeenkomst wordt nog ingepland, om de raad nader te informeren. Naast dit regionale communicatie traject gaat we als Someren de komende periode actief communiceren met onder andere omwonenden, de Ondernemersvereniging en het Dorpsoverleg Lierop.

9. Uitvoering Ruimtelijk proces Het ruimtelijk proces, waarin de vast te stellen ‘kaders’ uitwerking krijgen, is opgestart. We gebruiken de periode tot de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost (gepland voor het eerste kwartaal 2026) om een goed ruimtelijk programma van eisen, 10/12

stedenbouwkundig ontwerp, uitgifteproces en een geactualiseerde grondexploitatieberekening te maken. Hiervoor zijn al stappen gezet, zoals een QuickScan milieuaspecten, lopende milieuonderzoeken en inbreng vanuit beleids- en vakdisciplines. Voorts loopt in samenwerking met vakspecialisten een ontwerpend onderzoek naar een goede landschappelijke inpassing en goede verkeersafwikkeling. Besluitvorming Gemeenschappelijke Regeling De op te stellen concept producten (o.a. ruimtelijk programma van eisen, stedenbouwkundig ontwerp, geactualiseerde grondexploitatieberekening, uitgifteproces) worden gebundeld aangeboden aan de raden bij definitieve besluitvorming over de Gemeenschappelijke Regeling. Hiermee krijgen colleges en raden een zo goed mogelijke voorstelling van de ontwikkeling van het RBT Brainport-Oost. Denk hierbij aan milieu- en omgevingsaspecten, financiële consequenties en grondverwerving- en ontwikkelstrategie. Omgevingsplannen De concept producten bieden tevens een basis voor het wijzigen van de omgevingsplannen en het doorlopen van een eventuele MER-procedure door de grondgebiedgemeenten Someren en Helmond. Hierbij is het beleid van de gemeenten Someren en Helmond leidend.

De raden van de grondgebied gemeenten Someren en Helmond stellen uiteindelijk de wijziging van het Omgevingsplan vast en bewaken de ruimtelijke kwaliteiten en kaders mede op basis van de principes van een goede ruimtelijke ordening, gemeentelijk beleid met betrekking tot water, inrichting boven- en ondergrondse infrastructuur en groen. Hierin is ook een rol weggelegd voor het Dagelijks Bestuur en het Algemeen Bestuur van de nog op te richten Gemeenschappelijke Regeling. In deze besturen zijn alle deelnemende gemeenten betrokken.

Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,

wnd. burgemeester,

J. Weekers

P.J.M.G. Blanksma

Bijlage(n)

O

Raadsbesluit Kaders Regionaal bedrijventerrein Brainport Oost

X

Bijlage 1. Visie Werklocaties Metropoolregio Eindhoven, documentnr.

X

NO

200757640 Bijlage 2. Tijdlijn Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost, documentnr.

X

200757739 Bijlage 3. Kansen voor Someren, documentnr. 200763364

X

11/12

12/12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15856513/2