CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Vaststellen Evaluatie VAB NAF beleid 2025

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen Evaluatie VAB NAF beleid 20254.388 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp:

VAB NAF beleid

Portefeuillehouder:

P.F.C.W. van der Broeck

Documentnummer:

200801457

Zaaknummer:

0847200415485

Datum:

9 december 2025

1. Samenvatting voor de burger Dit voorstel ziet toe op het VAB NAF beleid. Het beleid gaat in op de mogelijkheden voor vrijkomende agrarische bedrijfsbebouwing en niet agrarische functies in het buitengebied van de gemeente Someren. Het beleid is tot stand gekomen in samenwerking met een groot aantal belanghebbende partijen en biedt ontwikkelruimte voor de nieuwe economische dragers in het buitengebied.

2. Inleiding 2.1 Aanleiding In juni 2018 is het beleid voor “niet-agrarische functies in het buitengebied en maatregelen ter stimulering van de sloop van voormalige agrarisch bedrijfsgebouwen” vastgesteld. Dit beleidsdocument wordt kortweg “het VAB-NAF beleid” genoemd. Het doel van dit beleid was: “een aantrekkelijk, groen en landelijk buitengebied dat in combinatie met een vitale dorpskern ervoor zorgt dat aan iedere inwoner en bezoeker een prettige fysieke en sociale leefomgeving wordt geboden”. Het doel van het beleidsdocument was meer specifiek om te bepalen welke nieuwe functies worden toegestaan op VAB-locaties in het buitengebied en wat de ontwikkelmogelijkheden waren voor bestaande niet-agrarische functies zoals bedrijven.” Daarnaast voorzag het beleidsdocument in instrumenten om de sloop van oude stallen te stimuleren. Sinds de vaststelling van het beleid in 2018 zijn inmiddels ruim zeven jaar verstreken. In deze periode hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan in het buitengebied. Deze ontwikkelingen beperken zich niet tot Someren; in heel Nederland staan gemeenten voor een omvangrijke opgave in het landelijk gebied. Het aantal actieve agrarische bedrijven loopt namelijk terug.

Dit is een trend die waar te nemen is op nationaal, provinciaal en gemeentelijk niveau en wordt verder aangewakkerd door de vrijwillige stoppersregeling op nationaal niveau, de Landelijke Beëindigingsregeling Veehouderijlocaties (LBV / LBV+). Gezien het groeiende aantal voormalig agrarische bedrijfsgebouwen (VAB) in het buitengebied de afgelopen jaren en de verwachting dat dit de komende jaren zal blijven groeien door onder andere een tekort aan bedrijfsopvolging en het niet mee kunnen met de schaalvergroting is er nu urgentie om het beleid te herzien. Er zullen nieuwe economische dragers voor het buitengebied gevonden moeten worden en er zal ook ruimte moeten zijn om deze nieuwe ondernemingen een plek te laten vinden in de gemeente Someren,

deze vallen onder de noemer ‘niet-agrarische functie’ (NAF). Daarbij mogen de doelen van een prettige fysieke en sociale leefomgeving niet uit het oog verloren worden, om zowel de inwoners als de ondernemers te kunnen faciliteren. Daarom zijn we aan de slag gegaan om het huidige VAB NAF beleid te evalueren. Centrale vragen daarbij zijn in hoeverre het beleid effectief is geweest en of de destijds gewenste functies in het buitengebied nog steeds aansluiten bij de huidige maatschappelijke en ruimtelijke opgaven. Ook wordt onderzocht of er nieuwe of aanvullende functies zijn die beter passen binnen het toekomstig gebruik van het buitengebied. Dit wordt gedaan aan de hand van de instrumenten uit het nieuwe beleid.

2.2 Proces In mei 2025 is gestart met een plan van aanpak voor het evalueren van het VAB NAF beleid. Daarbij is aangegeven dit mét de input vanuit de inwoners en ondernemers te willen gaan doen. In de Raad vraagt Raad bijeenkomst van 19 juni 2025 is het plan van aanpak besproken. Ook hebben de raadsleden daar input kunnen geven op welke externe partijen/personen betrokken zouden moeten worden in de totstandkoming van het uiteindelijke beleid. In samenspraak zijn de volgende partijen uitgenodigd om mee te denken over het nieuwe beleid, in willekeurige volgorde: •

ICAS

•

Dorpsoverleg Someren-Heide

•

Dorpsraad Someren-Eind

•

Dorpsoverleg Lierop

•

Lierop Leeft

•

Parkmanagement

•

OVS

•

OVS werkgroep recreatie

•

ZLTO

•

Summers Landschap

•

IVN

•

Zummere Power

•

BIZ

Daarnaast zijn ook enkele individuele ondernemers / (voormalig) agrariërs uitgenodigd, die we in verband met privacy richtlijnen niet nader kunnen benoemen. Het participatieproces is opgedeeld in drie momenten van gesprek. Elk moment in een andere fase van het schrijven van het beleid, waarin steeds verder op detailniveau het gesprek is gevoerd. Tijdens het eerste moment, dat op 10 september 2025 is georganiseerd, is er bij de evaluatie begonnen. Wat vindt men eigenlijk van het bestaande VAB NAF beleid? Hoe heeft dit voor hen gewerkt? Welke positieve effecten worden er van gemerkt en waar lopen we tegenaan? Vervolgens is diezelfde dag nog de slag gemaakt om te spreken over de kansen en uitdagingen binnen de thema’s Wonen en Ondernemen in het buitengebied. Met de opgehaalde eerste input is op 7 oktober 2025 een tweede sessie georganiseerd, waarbij dezelfde deelnemers zijn uitgenodigd. Hier is terug geblikt op dat wat de eerste sessie is besproken en is het onderdeel evaluatie afgerond. Daarna is er dieper ingegaan op de voorgestelde nieuwe instrumenten en de werking daarvan. Ook hier is weer het goede gesprek gevoerd en is er veel input gegeven op de 2/10

voorgestelde instrumenten. Deze input is wederom verwerkt in het beleidsstuk en in week 45 op individuele basis besproken met enkele leden van de klankbordgroep. De aanpassingen zijn daar besproken en extra input op detailniveau is hier gegeven. Tijdens het derde moment, bijeenkomst van de klankbordgroep buitengebied op 19 november 2025, zijn de resultaten en daarmee het eindproduct van het VAB NAF beleid gepresenteerd. Wederom is er een goed gesprek gevoerd, waarin laatste aandachtspunten en zorgen zijn meegegeven. Dit heeft aanleiding gegeven om een laatste gesprek te organiseren in een kleiner gezelschap om de laatste details goed af te stemmen en te verduidelijken. De algemene feedback over het participatieproces is zeer positief geweest. Iedereen is te spreken over de gang van zaken, de vele momenten van gesprek en de herkenning dat er met de input ook daadwerkelijk iets gedaan wordt. “De klankbordgroep heeft weer kunnen klankborden” is wat we van meerdere personen hebben terug gekregen. Met de goede gesprekken over de inhoud zijn het telkens zeer waardevolle bijeenkomsten geweest. De verslagen van alle bijeenkomsten zijn samengevoegd als bijlage bij het vernieuwde beleidsdocument.

2.3 Programma Landelijk Gebied De input vanuit de participatiesessies is zeer divers geweest, zoals ook te lezen in de verslagen van de bijeenkomsten. Veel input hebben we kunnen verwerken in voorliggend beleidsstuk, echter heeft niet alles een plaats kunnen krijgen. De belangrijkste oproep die we meenemen uit het participatietraject, maar waar we niks mee hebben kunnen doen, is het gemis van een goede gebiedsgerichte benadering voor het hele buitengebied van Someren. Dit gaat verder dan de vraag of een ontwikkeling wel of niet wenselijk is binnen een landschapstype zoals het kampenlandschap. Het gaat dan om het totale plaatje, de ontwikkelrichting van het buitengebied. De Omgevingsvisie geeft hier onvoldoende handvaten in, daar het beleidsneutraal is vastgesteld. Er worden zodoende onvoldoende scherpe keuzes gemaakt ten aanzien van welke ontwikkeling we waar willen laten landen. De hoofdvraag hoe het buitengebied er over 20 jaar zou moeten zien, hebben we geen antwoord op. Dit ziet bijvoorbeeld ook toe op grondgebruik, daar waar nu alleen naar de individuele locatie wordt gekeken. Hoe ga je om met de hectares aan vrijkomende agrarische gronden, die met het stoppen van een agrariër ook van eigenaar en gebruik wisselen. Het beleidsdocument VAB NAF is niet de juiste plek om deze keuzes in te maken, naast dat het tijds technisch niet haalbaar zou zijn geweest.

Het is van groot belang dit signaal bij de raad kenbaar te maken, zodat hier ook bewuste keuzes in gemaakt kunnen worden in het vervolg.

2.4 Overwegingen Het is ook van belang enkele andere wezenlijke punten uit het participatietraject te benoemen en mee te geven voor de besluitvorming. Deze overwegingen zien toe op de inhoudelijke discussies die zijn gevoerd en proberen te schetsen wat de afwegingen zijn omtrent de gemaakte keuzes binnen het beleidsdocument. Het gesprek heeft zich op meerdere momenten toegespitst op de doelstelling van het beleid. Nu is opgenomen dat het beleid zich op twee doelen focust: 3/10

1. Het creëren en behouden van een aantrekkelijk buitengebied en een prettige, leefbare fysieke omgeving; 2. Het bieden van toekomstperspectief voor stoppende agrariërs; De leden van de klankbordgroep buitengebied slaan aan op deze doelstellingen en hebben de zorgen geuit of dit niet zorgt voor de mogelijkheid om onredelijk veel stenen toe te voegen in het buitengebied. Daarin zit de spanning met het toekomstperspectief voor de stoppende agrariërs, waar wel wat extra ruimte benodigd is ten opzichte van het oude beleid. Deze mogelijkheden betekenen echter niet meer stenen, omdat de basis van de ontwikkeling ook de VAB locatie blijft. Hier zal dus altijd een groter oppervlakte aan bedrijfsbebouwing/stallen verdwijnen, dan wat er voor terug in de plaats kan komen. Integraal landschapskwaliteitsfonds Het participatietraject en het doornemen van een aantal casussen hebben het college ook tot het inzicht gebracht dat een integraal kwaliteitsfonds een waardevolle toevoegingen aan de instrumentenkoffer van de gemeente kan zijn. Toen we nog met bestemmingsplannen werkten, was er veelal sprake van reguleringsplanologie. Dit uit zich in voorbeelden zoals: “een dakgoothoogte mag niet hoger zijn dan … “. Dat heeft wel eens tot situaties geleid dat een gemeente wel medewerking wilde verlenen aan een initiatief, maar dat de regels dit feitelijk onmogelijk maakten.

Deze reguleringsplanologie is daarna doorontwikkeld naar ontwikkelingsplanologie. Hier wordt veel meer uitgegaan van kijken naar wat wel kan, ondanks het bestaan van de regels. Met de introductie

van

de

Omgevingswet

is

deze

vorm

van

planologie

weer

geëvolueerd

naar

uitnodigingsplanologie. Daarbij staat het initiatief centraal en niet de regel. We zien dat als een natuurlijke en waardevolle ontwikkeling. De tijd gaat dikwijls sneller dan een overheid in een toekomstbestendig beleid kan vastleggen. In Someren proberen we dat nu door het principe van ‘voor wat, hoort wat’ toe te gaan passen. Voor een deel deden we dat al, bijvoorbeeld bij Ruimte voor Ruimte. Tot nu toe werden er alleen woningen toegevoegd in het buitengebied via de Ruimte voor Ruimte regeling van de provincie Noord-Brabant. Nu de titels op raken, heeft de provincie een beleidsregel gemaakt om woningen te kunnen toevoegen in het buitengebied, de Maatwerkregeling Omgevingskwaliteit. Met deze regeling wordt de gemeente zelf in positie gebracht om eventuele maatwerktitels te waarderen om deze waarde vervolgens te kunnen investeren in de kwaliteit van het buitengebied. Hierbij is echter de conclusie getrokken dat het huidige BIO fonds niet voldoet aan de eisen die de provincie stelt voor de afdracht van gelden conform de Maatwerkregeling Omgevingskwaliteit. Het BIO fonds stuurt voor deze afdracht onvoldoende op onder andere het tijdig uitgeven van de middelen, waar de provincie stuurt op de uitgave ter versterking van de landschappelijke kwaliteit binnen 5 jaar.

Ook is het fonds voor de gelden die voort kunnen komen uit de maatwerkregeling omgevingskwaliteit te breed opgezet, waardoor onvoldoende kan worden verzekerd dat de gelden aan een versterking van de omgevingskwaliteit ten goede komen. Dat maakt het ook een goed moment om dit fonds te herzien, zodat de middelen op de juiste plek terecht komen en aan de juiste kwaliteitsverbeteringen kunnen worden uitgegeven. Een integraal kwaliteitsfonds biedt zo’n kader. Een andere wijze om de investering in de kwaliteitsverbetering van het landschap te berekenen, is de Landschapsinvesteringsregeling (LIR). In de basis is dit een prima regeling maar het gevoel heerst dat hier op dit moment niet het maximale uit wordt gehaald. De basis landschappelijke inpassing is vaak voldoende, ook wanneer dit niet per se bijdraagt aan landschappelijke kwaliteit. Het beste voorbeeld hiervan is de 4/10

casus rondom de landschappelijke inpassing van een zendmast. De inpassing van deze ontwikkeling met wat hagen draagt niet bij aan de landschappelijke kwaliteit. De kwaliteitsverbetering lijkt onvoldoende te landen op de plekken waar het een echte bijdrage levert aan een aantrekkelijk buitengebied. Ook bij de ‘casus zendmast’ zou de compensatie van het landschappelijk kwaliteitsverlies beter tot zijn recht komen binnen een landschappelijk kwaliteitsfonds. Daarmee kunnen robuuste verbeteringen in het buitengebied worden vormgegeven. Het stuk maatwerk dat is opgenomen in het beleidsdocument maakt het ook belangrijk dat we met ‘gezond boeren verstand’ naar de wereld blijven kijken. Een compensatie voor een ontwikkeling door middel van het afstorten in een landschapskwaliteitsfonds kan meer bijdragen dan het forceren van een landschappelijke inpassing of het geforceerd opleggen van een regel. Dat in de geest van de uitnodigingsplanologie. Het ‘voor wat, hoort wat’ principe is daarbij leidend en dragend voor de integrale aanpak en uitwerking van het landschapskwaliteitsfonds. De basispijlers bestaan daar uit de gemeentelijke uitwerking van de Maatwerkregeling Omgevingskwaliteit van de provincie Noord-Brabant, de Landschapsinvesteringsregeling (LIR) en het ‘gezond boeren verstand’. Het kwaliteitsfonds kan daarmee eventueel de financiering gaan geven van het natuurbeleid.

Daarmee is wel nodig dat dit kwaliteitsfonds goed vorm krijgt en ook uitgewerkt wordt in een juridisch houdbare uitvoeringsregeling.

3. Advies De raad besluit: 1. De beleidsnota ‘VAB-NAF beleid 2025’ vast te stellen; 2. Het evaluatiedocument ‘Evaluatie Sloopbank 2025’ vast te stellen; 3. Het college de opdracht te geven een kwaliteitsfonds voor de versterking van het buitengebied op te richten en te komen tot een juridisch houdbare uitvoeringsregeling; 4. Een krediet van €80.000 voor de uitvoering van beslispunt 3 vanuit het BIO fonds te reserveren; 5. Het college de opdracht te geven de Landschapsinvesteringsregeling te evalueren en actualiseren; 6. Het college de opdracht te geven een nieuwe beleidsregel op te stellen en vast te stellen voor het toevoegen van woningen in het buitengebied; 7. De beleidsdocument ‘invoeren slooplening en sloopbanken 2016’ en alle daaruit volgende verordeningen in te trekken. 8. Over een jaar een tussenevaluatie uit te voeren.

4. Beoogd effect Dit voorstel voorziet in de opdracht van de raad om het VAB NAF beleid te evalueren. Het nieuwe VAB NAF beleid speelt in op de ontwikkelingen in het landelijk gebied van de gemeente Someren. Het biedt extra ruimte aan nieuwe economische dragers in het buitengebied, waardoor ook VAB locaties meer omschakelmogelijkheden hebben. Daarbij blijft de ruimtelijke kwaliteit het uitgangspunt en ook het doel om een prettig fysiek leef-, sociaal- en ondernemingsklimaat blijft overeind.

5. Argumenten 1.1 Het beleid blijft sturen op het creëren en behouden van een aantrekkelijk buitengebied;

5/10

In het beleidsdocument zijn twee hoofddoelen opgenomen, waar altijd aan getoetst moet worden: “het creëren en behouden van een aantrekkelijk buitengebied en een prettige, leefbare fysieke omgeving” is een van de doelen. Het beleid zoals voorligt draagt bij aan dit doel. Dit doet het in de vorm van de uitgangspunten en principes die zijn gedefinieerd. Een nieuwe functie heeft namelijk het uitgangspunt dat het altijd moet bijdragen aan de

ruimtelijke

kwaliteit

van

het

buitengebied,

conform

het

Beeldkwaliteitsplan

en

de

Landschapsinvesteringsregeling. Daarbij komt dat de omvang en schaal ook passend moeten zijn bij het landschapstype dat aanwezig is op de te ontwikkelen locatie en dat de kwaliteitsverbetering zoveel mogelijk zal moeten landen in het beekdallandschap. De instrumenten van het VAB NAF beleid 2025 zien daar ook op toe. Ze gaan uit van het principe ‘voor wat, hoort wat’. Dat betekent in de basis dat er voor elke ontwikkeling in het buitengebied, ook een slag in de kwaliteitsverbetering gevraagd wordt. Daarmee draagt elke ontwikkeling dus bij aan de ruimtelijke kwaliteit, een van de doelstelling van het VAB NAF beleid 2025. 1.2 Het beleid biedt ruimte voor nieuwe economische dragers in het buitengebied; In het beleidsdocument zijn twee hoofddoelen opgenomen, waar altijd aan getoetst moet worden: “het bieden van toekomstperspectief voor stoppende agrariërs” is een van de doelen. Het beleid zoals voorligt draagt bij aan dit doel. Dit doet het in de vorm van de uitgangspunten en principes die zijn gedefinieerd. 1.3 Het beleid heeft brede steun bij de klankbordgroep buitengebied; In de drietal momenten die we met de werkgroep hebben gehad, waar ook de klankbordgroep onderdeel van uitmaakt, zijn telkens goede gesprekken gevoerd en is veel waardevolle input opgehaald. Uiteindelijk is er ook een gedeeld product uitgekomen in de vorm van het VAB NAF beleid dat nu voor ligt.

De belangrijkste nuance die hierbij te maken is, is dat er een visie op het landelijk gebied mist. Hiermee, zo geven de klankbordgroep leden aan, kan de basis worden gelegd voor een gebiedsgerichte benadering. Daarmee kan gekeken worden naar welke ontwikkeling waar het beste kan landen en ook de bredere blik worden geworpen op de uitdagingen die de transitie van het landelijk gebied met zich mee brengt, zoals het grondgebruik. 1.4 Het beleid sluit aan bij de huidige trend van ontwikkelingsplanologie; Onder de Omgevingswet is uitnodigingsplanologie zeer van toepassing. Het gaat daarbij om het ‘uitnodigen’ van de initiatiefnemers om binnen de gestelde kaders de beoogde ontwikkelingen in te dienen. Als gemeente pak je de rol om mee te denken in de mogelijkheden. 1.5 Het beleid is afgestemd met de provincie Noord-Brabant; Het beleid is afgestemd met het ambtelijk apparaat Ruimtelijke Ontwikkeling van de provincie NoordBrabant. Het beleid zoals nu voorligt past binnen de provinciale Omgevingsverordening en de principes komen overeen met de provinciale visies. 2.1 Het beleid schept een helder beeld van het gebruik van de Sloopbank; De evaluatie van de Sloopbank maakt onderdeel uit van de breed opgezette evaluatie. Omdat het een nauwe samenhang heeft met het VAB NAF beleid, is ook de Sloopbank herzien. De conclusie dat het een 6/10

goed werkend instrument is, staaft het voornemen om ook in het nieuwe beleidsstuk de Sloopbank op te nemen als instrument. De slooplening en sloopsubsidie zijn beperkt gebruikt. Daarvan wordt geconcludeerd om beide instrumenten in te trekken. 3.1 Met een landschapskwaliteitsfonds kunnen de streefbeelden uit de natuurvisie worden gefinancierd; Binnen de kaders van het VAB NAF beleid zijn verscheidene ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk. Zoals beschreven onder het principe ‘voor wat, hoort wat’ biedt elke ruimtelijke ontwikkeling ook een kans om een kwaliteitsverbetering van het buitengebied te weeg te brengen. Deze kwaliteitsverbetering zal aan moeten sluiten op de doelen en streefbeelden uit de nog vast te stellen natuurvisie. Via het landschapskwaliteitsfonds kan de natuurvisie worden gefinancierd. 3.2 Een landschapskwaliteitsfonds draagt bij aan twee kanten bij aan het landelijk gebied; Enerzijds worden ruimtelijke ontwikkelingen van nieuwe economische dragers in het buitengebied mogelijk gemaakt, wanneer ze binnen de geldende kaders passen. Anderzijds wordt er een kwaliteitsslag gemaakt door een bijdrage aan het fonds waaruit robuuste kwaliteitsverbeteringen kunnen worden gefinancierd.

4.1 Met het extern beleggen van de opzet van dit fonds, zorgen we voor een goede juridische borging van het kwaliteitsfonds; Met de gevraagde middelen vanuit het BIO fonds kan een extern adviesbureau worden aangetrokken dat is gespecialiseerd in deze materie. Door expertise aan te trekken verzekeren we onszelf dat het kwaliteitsfonds op zich ook een robuust mechanisme gaat zijn, met een goede praktische uitwerking. Hiervoor is aan de voorkant een investering nodig om aan de achterkant het juiste product te kunnen lanceren en daar de vruchten van te plukken. Met een sterk landschapskwaliteitsfonds borgen we op de lange termijn ook een duurzame investering in het buitengebied op het gebied van groen en blauw. 5.1 Herziening van de landschapsinvesteringsregeling is nodig om het aan te laten sluiten op het VAB NAF beleid; Het VAB NAF beleid heeft de LIR opgenomen als instrument. Ook is het een voedingselement voor het landschapskwaliteitsfonds dat onder beslispunt 3 genoemd staat. Het is daarom goed om ook de LIR te evalueren en de nieuwe ontwikkelingen die het VAB NAF beleid toe staan ook hier in op te nemen. 5.2 In de Landschapsinvesteringsregeling krijgt het principe ‘voor wat, hoort wat’ concrete vorm; In de LIR worden ook concrete bedragen gekoppeld aan ontwikkelingen, waardoor er concrete compensatie vastgelegd kan worden voor ruimtelijke ontwikkelingen.

Deze compenserende maatregelen bestaan uit landschappelijke inpassing van de ontwikkeling en de compensatie in euro’s ten goede van het landschapskwaliteitsfonds. 5.3 De kaders voor de herziening van de Landschapsinvesteringsregeling zijn in het VAB NAF beleid gesteld; Tijdens het participatieproces is ook de LIR ter sprake gekomen. Hierin zijn al eerste gedachtes gedeeld over de LIR. De huls wordt in het VAB NAF opgenomen, uiteindelijk moet de evaluatie zorgen dat deze goed gevuld en juridisch geborgd wordt. 5.4 Door het college in positie te brengen, wordt het proces versneld; Omdat dit een uitwerking van het beleid is, is het ten behoeve van de praktische uitvoerbaarheid het meest handig om dit door het college te laten vaststellen. Dit komt daarbij ook de snelheid van het proces ten goede. 7/10

6.1 Op dit moment is de Ruimte voor Ruimte regeling voor het toevoegen van woningen in het buitengebied gepauzeerd; In afwachting van de herziening van het Ruimte voor Ruimte beleid van de gemeente Someren, heeft het college voorlopig de toepassing van het beleid gepauzeerd voor ieder initiatief dat niet kan voldoen aan het overleggen van een RvR titel. Om woningen wel weer toe te kunnen voegen in het buitengebied, is het van belang dat de RvR regeling van de gemeente wordt herzien. Daarmee kunnen er ook andere keuzes gemaakt worden. 6.2 De kaders voor de herziening van de Ruimte voor Ruimte regeling zijn in het VAB NAF beleid gesteld; In het participatietraject rondom het VAB NAF beleid, is ook veel informatie opgehaald rondom wonen in het buitengebied. Er is besproken of de ‘klassieke’ manier van Ruimte voor Ruimte woningen nog wel realistisch is in de huidige markt en of we niet zouden moeten kijken naar concepten die uitgaan van erfdelen. Zo kunnen meerdere woningen gerealiseerd worden binnen het bestaand ruimtebeslag van een VAB locatie. Deze kaders dienen verder uitgewerkt te worden in een beleidsregel. De compensatie van de bouwtitels zou daarbij kunnen landen in het nog op te richten landschapskwaliteitsfonds.

6.3 Door het college in positie te brengen, wordt het proces versneld; Omdat dit een uitwerking van het beleid is, is het ten behoeve van de praktische uitvoerbaarheid het meest handig om dit door het college te laten vaststellen. Dit komt daarbij ook de snelheid van het proces ten goede. 7.1Het beleidsstuk kan komen te vervallen nu het geëvalueerd is; Onderdeel van dit beleidsstuk zijn de sloopsubsidie en de slooplening. Beide instrumenten kunnen worden ingetrokken omdat de conclusie van de evaluatie is dat deze zelden tot niet gebruikt worden. het heeft daarmee geen meerwaarde om deze instrumenten te behouden.

6. Kanttekeningen 1.1 Het beleid ziet niet toe op een bredere afweging voor het landelijk gebied De instrumenten die in het VAB NAF beleid worden gegeven, zijn bedacht zonder dat er op hoger niveau is nagedacht over de locaties waar deze instrumenten toegepast zouden kunnen worden. Er is niet gewerkt aan een gebiedsvisie, iets wat wel broodnodig is om de juiste keuzes te kunnen maken voor de locaties die zich voor gaan doen de komende jaren. Daarbij wordt nu bijvoorbeeld ook geen afweging gemaakt over het grondgebruik dat we voor ons zien in de gemeente Someren, iets wat steeds meer bepalend wordt voor het landschap de komende jaren. Hiervoor is een bredere afweging in het landelijk gebied nodig, iets wat niet in het VAB NAF beleid kan landen maar zijn uitwerking moet hebben in een programma of visie voor het landelijk gebied. 1.2 Het beleid ziet niet toe op de blijvers in de agrarische sector; Het beleid is van toepassing op de VAB locaties, daarmee biedt het geen mogelijkheden voor de blijvers in de agrarische sector. Dit is ook niet iets waar de gemeente in kan voorzien maar is vooralsnog vooral een provinciale- en rijks afweging. Geen kanttekeningen voor beslispunt 2 3.1 De extra ruimte die geboden wordt, draagt niet bij aan de directe ontstening van het buitengebied; 8/10

Er wordt in het voorgestelde beleid extra ontwikkelruimte geboden voor stoppende agrariërs. Dit is een extra ten opzichte van het huidige beleid. Dat betekent ook dat er minder ontstening plaats vindt op basis van de voorgestelde beleidsregels dan op basis van het oude beleid. Hier staat echter wel een compensatie in het landschapskwaliteitsfonds tegenover. Hiermee kunnen wel de goede investeringen in het landelijk gebied gedaan worden, zoals het op een robuuste manier versterken van het beekdal. Geen kanttekeningen voor beslispunt 4 Geen kanttekeningen voor beslispunt 5 6.1 De kaders in het VAB NAF beleid zijn nog te ruim om meteen een beleidsregel van te maken; De eerste ideeën zijn opgehaald over het toevoegen van woningen in het buitengebied, maar de echte uitwerking vraagt nog om extra verdieping. Daarmee moeten we ook niet de illusie hebben dat het mandateren van het college betekent dat de beleidsregel er voor Q2 2026 is. Geen kanttekeningen voor 7

7. Financiën Voor de opzet van een landschapskwaliteitsfonds is de advisering en uitvoering van een extern bureau nodig. Dit om ook de inkomsten en de uitgaves van de gelden op een juridisch goede manier te kunnen borgen. De kosten voor het inhuren van een extern bureau op dit gebied worden geraamd op 80.000 euro. Deze gelden kunnen betaald worden uit het BIO fonds. Betaling uit deze reserve kan omdat de opzet van het landschapskwaliteitsfonds op de lange termijn bijdraagt aan de landschappelijke kwaliteit van het buitengebied van de gemeente Someren. De reserve is in de basis bedoeld om op meerdere fronten in financiële zin ondersteuning te bieden aan reconstructie ontwikkelingen. De constructie van een landschapskwaliteitsfonds sluit daar bij aan. Door het landschapskwaliteitsfonds sterk neer te zetten levert het aan de achterkant een enorme winst in het buitengebied op. Door één fonds te creëren waar de juiste groene en blauwe ontwikkelingen uit kunnen worden betaald, hebben we niet alleen duidelijkheid over de investeringen maar ook stootkracht om grotere projecten mee te kunnen financieren. Met zowel de investeringen vanuit de ruimtelijke ontwikkelingen voor nieuwe economische dragers als de gelden die kunnen worden gegenereerd bij de uitwerking van een beleidsregel voor het toevoegen van woningen in het buitengebied ontstaat deze stootkracht.

Zo kunnen we als gemeente in gaan zetten om de streefbeelden uit de natuurvisie te realiseren.

8. Communicatie Na vaststellen van de raad wordt zowel het VAB NAF beleid 2025 als de Evaluatie Sloopbank 2025 gepubliceerd op de website van de gemeente Someren.

9. Uitvoering Na het vaststellen van het beleidsdocument, zal er gestart worden met het proces rondom het opzetten van het landschapskwaliteitsfonds, de herziening van de Landschapsinvesteringsregeling en het opstellen van een beleidsregel voor het toevoegen van woningen in het buitengebied. Er zijn hiervoor nog geen concrete data/momenten vastgelegd. 9/10

Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,

De burgemeester,

J. Weekers

D. Blok

Bijlage(n)

O

Concept raadsbesluit vaststellen Evaluatie VAB NAF beleid 2025

X

VAB NAF beleidsdocument, documentnr. Djuma 200637061

X

Bijlage 1.1 Verslag participatiebijeenkomst 10 september 2025

X

Bijlage 1.2 Verslag bijeenkomst 7 oktober 2025

X

Bijlage 1.3 Klankbordgroep Buitengebied – Verslag Vragen en Opmerkingen 19 november

X

NO

2025 Bijlage 2 Evaluatie Sloopbank 2025

X

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16414242/1