CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Dooleggersbaan 2122.661 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Gemeente Someren

Colofon: Opgesteld door:

Van Santvoort Advies B.V. Berg 2- 4 5671 CC Nuenen

Plangebied:

Dooleggersbaan 21, 5712RG Someren

Kenmerk:

BCO100191

Datum:

04-04-2024

Status:

Ter vaststelling

IMRO-code:

NL.IMRO. 0847.BP02023003-VS01

2 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

1 Inhoud 1

Inleiding ............................................................................................................................... 5 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5

2

Planbeschrijving................................................................................................................. 10 2.1 2.2 2.3

3

Aanleiding en doel ................................................................................................................... 5 Ligging van het plangebied ...................................................................................................... 5 Vigerend bestemmingsplan ..................................................................................................... 7 Procedure ................................................................................................................................ 8 Leeswijzer ................................................................................................................................ 9

Bestaande situatie ................................................................................................................. 10 Beoogde situatie .................................................................................................................... 11 Landschappelijk inpassingsplan ............................................................................................. 14

Beleidskader ...................................................................................................................... 15 3.1 Rijksbeleid .............................................................................................................................. 15 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie .............................................................................................. 15 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking........................................................................... 15 3.2 Provinciaal beleid ................................................................................................................... 17 3.2.1 Omgevingsvisie De Kwaliteit van Brabant ...................................................................... 17 3.2.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant............................................................. 17 3.3 Gemeentelijk beleid ............................................................................................................... 21 3.3.1 Structuurvisie Someren 2028......................................................................................... 21 3.3.2 Beeldkwaliteitsplan – Buitengebied Someren ...............................................................

22 3.3.3 Bestemmingsplan .......................................................................................................... 24

4

Omgevingsaspecten .......................................................................................................... 25 4.1 Waterparagraaf ..................................................................................................................... 25 4.2 Bodem ................................................................................................................................... 29 4.3 Cultuurhistorie en Archeologie .............................................................................................. 30 4.3.1 Cultuurhistorie ............................................................................................................... 30 4.3.2 Archeologie .................................................................................................................... 31 4.4 Parkeren en verkeer .............................................................................................................. 32 4.4.1 Parkeren ........................................................................................................................ 32 4.4.2 Verkeer .......................................................................................................................... 33 4.5 Wet natuurbescherming ........................................................................................................

36 4.5.1 Bescherming op gebiedsniveau ..................................................................................... 36 4.5.2 Soortenbescherming...................................................................................................... 40 4.5.3 Houtopstanden .............................................................................................................. 41 4.6 De Milieuaspecten ................................................................................................................ 41 4.6.1 Bedrijven en milieuzonering .......................................................................................... 41 4.6.2 Geur ............................................................................................................................... 43 4.6.3 Geluid............................................................................................................................. 44 4.6.4 Luchtkwaliteit ................................................................................................................ 45 4.6.5 Externe veiligheid .......................................................................................................... 48 4.7 Vormvrije m.e.r-beoordeling ................................................................................................. 50

5

Juridische planopzet .......................................................................................................... 52 5.1 5.2 5.3

Planvorm................................................................................................................................ 52 Verbeelding............................................................................................................................ 52 Planregels .............................................................................................................................. 52 3

Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

6

Uitvoerbaarheid ................................................................................................................ 53 6.1 6.2

7

Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................... 53 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ........................................................................................ 53

Bijlagen .............................................................................................................................. 54

4 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt een inleiding gegeven op het plan. Eerst worden de aanleiding en het doel van het plan, de ligging van het plangebied, het vigerend planologisch regime en de procedure beschreven. Tot slot is een leeswijzer voor deze toelichting opgenomen.

1.1 Aanleiding en doel Initiatiefnemer is recent eigenaar geworden van de locatie aan de Dooleggersbaan 21 (hierna: plangebied) en wil hier een gebruiksgerichte paardenhouderij, in de vorm van een natuurinclusieve pensionstalling met de naam ‘Frye Ranch’, gaan exploiteren. Het doel van de Frye Ranch is een duurzame pensionstalling met een natuurlijke leefomgeving voor gedomesticeerde paarden te realiseren. Het agrarisch verwant bedrijf weet op een bijzondere manier landschapsontwikkeling en duurzame grondgebonden bedrijfsvoering met elkaar te combineren. De paardenhouderij is hierbij onderdeel van het primaire ecosysteem van de natuur. Dit vertaalt zich naar het beheer, verbetering van bodem en water systeem, aandacht voor dierenwelzijn, versterking van de biodiversiteit, vrijetijdsbesteding en educatie. Initiatiefnemer wil, naast een natuurlijke leefomgeving voor de dieren, inzetten op een kenniscentrum, een ontmoetings- en verblijfsplek ten midden van de natuur. Frye Ranch beredeneert allereerst naar een natuurlijke leefomgeving ten dienst van de dieren en het ecosysteem daar omheen, maar ook voor mensen heeft dit natuurlijk meerwaarde. Het gebied is dan ook deels openbaar toegankelijk voor de recreant en andere gebruikers van de omgeving de Grote Peel en de Kempen. Deze openbaarheid dient als inspiratiebron en verhoogd de beleveniswaarde van natuur.

Het initiatief van Frye Ranch is in samenwerking en samenhang met de aanwezige natuurbeheerder(s) Staatsbosbeheer (SBB) ontwikkeld. Daar waar de dieren onderdeel uitmaken van het primaire ecosysteem van de natuur, wordt een landschap gevormd met een leefomgeving voor gedomesticeerde dieren, waarin de 5 principes voor het dierenwelzijn (psyché, voeding, beweging stalling en omgeving) als vanzelf worden vertegenwoordigd. De natuur en haar primaire ecosysteem als basis voor het dierenwelzijn, vormt eveneens de basis voor het ontstaan van een bio divers en authentiek Brabants landschap. Het initiatief wordt aangemerkt als agrarisch verwant bedrijf en ontvangt een subsidie van de provincie NoordBrabant, die in het leven is geroepen ter ondersteuning en facilitering van veehouders, om de stap te maken naar natuurinclusieve grondgebonden landbouw. Initiatiefnemer kiest namelijk bewust voor een natuurinclusieve bedrijfsvoering en een productiewijze waarbij aan een rijke biodiversiteit ruimte wordt geboden. Om te zorgen dat het initiatief kan worden gerealiseerd in een extensieve vorm van landbouw en zonder druk van het grootschalig moeten opstarten om rendabel te zijn, is initiatiefnemer een samenwerking aangegaan met Staatsbosbeheer, ontvangt het project financiering van de Provincie Noord-Brabant en is financiering van het Nationaal Groenfonds verkregen.

Het initiatief ‘Frye Ranch’ is benoemd tot inspiratiebedrijf experimenten Natuurinclusieve Landbouw. Dit programma is bedoeld om de biodiversiteit te verbeteren en te werken met kringlooplandbouw om zo de natuurdoelen te behalen in de beheergebieden van Staatsbosbeheer. Het plangebied is gelegen in de Peel. Dit is een gebied dat in transitie is en waar de komende tijd veel gaat veranderen. Er loopt een gebiedsproces dat de ‘Gebiedsgerichte Groenblauwe Aanpak’ heet. Het doel van dit proces is om de doelen voor natuur- en waterbeleid te realiseren. Rond de Peel betekent dat onder meer extensivering (vernatting) van landbouwgronden. De aanpak en inrichting van het landschap op de beoogde cultuurgronden van het initiatief passen dan ook zeer goed binnen deze doelstelling. Het beoogde plan past niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Ten behoeve van de natuurinclusieve paardenhouderij en pensionstal dient het bestemmingsplan te worden aangepast. Daarnaast worden de beoogde nevenactiviteiten in het plan opgenomen.

1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied is gelegen in de provincie Noord-Brabant. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Someren, sectie G, nummers 5566 en 5567. Het plangebied is gelegen in het buitengebied, tussen de kernen Someren-Heide, Maarheeze en Nederweert. Het plangebied is landelijk gelegen, in de omgeving zijn agrarische bedrijven, agrarisch gronden, enkele burgerwoningen en natuurgronden gelegen. Navolgende afbeelding geeft de globale ligging van het plangebied weer.

5 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Afbeelding 1 – Ligging plangebied (bron: https://www.google.nl/maps)

De huidige bestemming ter plaatse van de gronden in de gemeente Someren is ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ met als functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’ en ‘Agrarisch met waarden – Natuurwaarden’ met als functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – hydrologisch waardevol’. Een deel van de gronden aan de Dooleggersbaan 21 ligt in de provincie Limburg, in de gemeente Nederweert, sectie C, nummers 4, 4995 en 5282. De aangrenzende gronden in Nederweert zijn ook in eigendom van initiatiefnemer. De gronden binnen het plangebied gemeente Nederweert zijn bestemd als ‘‘Agrarisch met waarden – Ontwikkelingszone groen’ en ‘Natuur’. De landschapsinrichting stopt dan ook niet bij de grens en is rechtstreeks toegestaan op de gronden die in de gemeente Nederweert liggen. Navolgende afbeelding geeft de provinciale grens op de locatie weer.

6 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Afbeelding 2 – Ligging plangebied aan de provinciale grens (bron: https://www.google.nl/maps)

1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend planologisch regime ter plaatse van het plangebied is vervat in de bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren – Deelgebied 1’, dat is vastgesteld op 30-11-2017. Het plangebied heeft de volgende bestemmingen en aanduidingen gekregen: ▪ Enkelbestemming: Agrarisch – Agrarisch bedrijf; ▪ Enkelbestemming: Agrarisch met waarden – Natuurwaarden; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van agrarisch – veehouderij; ▪ Functieaanduiding: specifieke vorm van waarde – hydrologisch waardevol; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – beperkingen veehouderij; ▪ Gebiedsaanduiding: overige zone – staldering. In navolgende afbeelding is een uitsnede van het gedeelte van het plangebied, gelegen in Someren, opgenomen uit de verbeelding van het vigerende bestemmingsplan.

7 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Afbeelding 3 – Uitsnede vigerend https://www.ruimtelijkeplannen.nl)

bestemmingsplan

‘Buitengebied

Someren

–

Deelgebied

1’

(bron:

Binnen de bestemming ‘Agrarisch – agrarisch bedrijf’ zijn de gronden bestemd voor de uitoefening van een agrarisch bedrijf met de bijbehorende bedrijfsbebouwing. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – veehouderij’ is een tevens veehouderij toegestaan. Het bouwvlak is gelijk aan de bestemming ‘Agrarisch – agrarisch bedrijf’ en deze functieaanduiding. Binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Natuurwaarden’ zijn de gronden bestemd voor al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden en het behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden in het algemeen en verder specifiek voor: de hydrologische waarden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – hydrologisch waardevol’. Uit de regels behorende bij de bestemmingen ‘Agrarisch met waarden – Natuurwaarden’, ‘Agrarisch met waarden – Ontwikkelingszone groen’ en ‘Natuur’ blijkt dat het gebruik voornamelijk gericht dient te zijn op behoud, herstel en ontwikkeling van droge en natte natuurgebieden, wateren met natuurwaarden, landschappelijke en cultuurhistorische waarden en de ecologische structuur. De beoogde plannen sluiten hier erg goed bij aan. Echter zijn beoogde activiteiten, een gebruiksgerichte paardenhouderij, niet rechtstreeks toegestaan binnen de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’.

Om beoogde ontwikkeling mogelijk te maken ten behoeve van de gebruiksgerichte paardenhouderij dient de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ te worden gewijzigd in ‘Bedrijf’ met een specifieke functieaanduiding. Deze bestemmingsplanwijziging vindt plaats op het noordelijke gedeelte van de gronden, die binnen de gemeente Someren zijn gelegen. Het vigerende bestemmingsplan bevat geen binnenplanse afwijkings- en/of wijzigingsbevoegdheden om het initiatief mogelijk te maken. Het college heeft in haar principebesluit d.d. 10-11-2021 aangegeven medewerking te willen verlenen middels een partiële herziening. Het bestemmingsplan moet derhalve worden herzien conform artikel 3.1 van de Wro.

1.4 Procedure Het voornemen past niet binnen de bepalingen van het bestemmingsplan. Voor het planvoornemen dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1 eerste lid van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Blijkens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpplan gedurende zes weken voor eenieder ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van zes weken kan door belanghebbenden een zienswijze worden ingediend. Gedurende de inzagetermijn liggen de verbeelding, regels en toelichting inclusief bijlagen, ter inzage.

8 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Binnen twaalf weken nadat het ontwerp ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het plan (termijn van goede orde). Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld wordt het opnieuw zes weken ter inzage gelegd. Binnen deze zes weken kunnen belanghebbenden beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het plan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het plan in werking is getreden kunnen, indien van toepassing, de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden ingediend.

1.5 Leeswijzer In deze toelichting zal nader worden ingegaan op de volgende aspecten, te weten; ▪ Planbeschrijving (hoofdstuk 2); ▪ Het beleidskader (hoofdstuk 3); ▪ De milieuaspecten (hoofdstuk 4); ▪ De juridische planopzet (hoofdstuk 5); ▪ De uitvoerbaarheid van het plan (hoofdstuk 6).

9 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

2 Planbeschrijving In dit hoofdstuk wordt een korte beschrijving gegeven van de bestaande situatie en de beoogde situatie na de voorgenomen ontwikkeling.

2.1 Bestaande situatie De omgeving van de Dooleggersbaan is een oude enclave geweest in de Peel. Toen de omgeving nog als woeste grond bekend stond was deze plaats al in cultuur genomen. Wat opvalt is dat de verkaveling niet meer is veranderd. De boerderij aan de Dooleggersbaan 21 te Someren is in 1910 gebouwd door de Familie Donkers en in eerste instantie in gebruik genomen als extensief gemengd bedrijf, welk later uitgroeide tot melkveebedrijf. Omstreeks 1965 is de boerderij verbouwd en in 1966 is bij de boerderij een schuur gebouwd. In deze periode is de boerderij stapsgewijs overgedragen van vader op zoon. In 1978 is de melkveestal gebouwd. De kalverenstal is gebouwd omstreeks 1986, om ook de huisvesting van het jongvee uit te breiden. De landbouwgrond is altijd in gebruik geweest ten gunste van de begrazing van de runderen. De boerderij verkeerd in goed onderhouden staat en is door de jaren heen aangepast aan de omstandigheden van de tijd. Het authentiek landelijke karakter van de locatie is behouden gebleven en de boerderij is omgeven door natuurgebieden, het achterland is direct aan de EHS gelegen op de grens tussen Provincie Noord-Brabant en de Provincie Limburg. De boerderij, samen met de over het bouwblok verspreide (redelijk kleine) stallen, is opgetrokken in baksteen.

De gebouwen hebben de charme van het extensief, gemengd bedrijf en bieden een zeer goed uitgangspunt voor een natuurinclusieve paardenhouderij. Tot op heden werd op de locatie een melkveehouderij geëxploiteerd. In 1999 is een melding Besluit melkrundveehouderijen milieubeheer gedaan voor het houden van 58 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, 26 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar en 25 vleesstieren en overige vleesvee van 0 tot 24 maanden. Op 23-12-2014 is een melding Activiteitenbesluit ingediend om deze veebezetting te verminderen tot het houden van 27 melk- en kalfkoeien, 14 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar en 25 vleeskalveren van 0 tot 8 maanden. De locatie aan de Dooleggersbaan 21 van initiatiefneemster heeft een totale oppervlakte van circa 62.345 m 2. Het bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 1,5 hectare. In navolgende afbeelding is een luchtfoto van het perceel te zien. Het perceel is daarop in het groen aangegeven. De gele lijn geeft de gemeente- en provinciale grens weer. Hier zijn de bestaande gebouwen genummerd: 1. Bedrijfswoning en inpandige garage, circa 448 m2, waarvan inpandige bedrijfsruimte circa 176 m2 is; 2. Melkveestal, 466 m2; 3. Vleesstieren/jongveestal, 248 m2; 4. Opslag schuur, 272 m2 . Het plangebied ligt in de gemeente Someren en heeft een oppervlakte van circa 40.000 m2. Het zuidelijk gelegen gedeelte ligt in de gemeente Nederweert.

10 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

1

1

Afbeelding 4 – Plangebied met bestaande gebouwen genummerd (bron: https://www.ruimtelijkeplannen.nl)

2.2 Beoogde situatie Bij de ontwikkeling van dit plan worden uitsluitend de gronden die tot de gemeente Someren behoren meegenomen in de planologische procedure, aangezien alle wijzigingen op deze gronden plaatsvinden. Wijzigingen op het zuidelijke deel van de gronden passen binnen de huidige bestemming van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Nederweert’. Initiatiefnemer is voornemens om op de locatie een paardenpension te realiseren die op een zo natuurlijk mogelijke manier een habitat vormt voor de aanwezige paarden. Het is een natuurinclusief initiatief waarbij op een economisch rendabele manier, met duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen in de bedrijfsvoering, wordt zorggedragen voor de ecologische functies en biodiversiteit in de totale breedte van de onderneming. Op deze manier wordt een grote biodiversiteit gecreëerd en is er een natuurlijke uitstraling. Dit komt de omgevingskwaliteit ten goede. De beoogde natuurinclusieve landbouw zorgt voor bescherming van de vastgestelde natuurgebieden. De natuurinclusieve landbouw zorgt tevens voor een biodivers en authentiek agrarisch landschap. Doordat er geen gebruik gemaakt wordt van kunstmatige bemesting van de grond vormt zich een goede bodemstructuur en een gezond bodemleven. Het erf wordt op een natuurlijke manier ingericht.

Op die manier kan de bodem het grondwaterpeil goed op niveau houden en wordt het gebied beter bestand tegen droogte. In totaal zullen 50 pensionpaarden en 25 paarden in opfok worden gehouden. Daarbij zijn ook enkele nevenactiviteiten beoogd: ▪ Kleinschalige verblijfsrecreatie met maximaal 4 bouwwerken in de vorm van kunstobjecten zonder nutsvoorzieningen waar bezoekers met hun paard kunnen verblijven en de natuur kunnen beleven. Het is dan ook de bedoeling om deze objecten in het landschap te situeren. Per object is de bezetting max. 2 personen en max. 2 paarden. ▪ Een kenniscentrum bestaande uit: ▪ een winkel met natuurvoeding en supplementen voor paarden, alsook natuurlijke mineralen voor bodemverbetering. ▪ een educatief/recreatief programma aan cursussen, workshops en lessen over paarden. Denk daarbij onder andere aan uitleg over de samenhang tussen het metabolisme van het paard en zijn/de natuur, voedingsadvies en ‘natural horsemenship’. De winkel in het kenniscentrum is bedoeld voor de pensionklanten, cursisten en de bezoekers van de 4 nachtverblijven. Verkoop aan ‘externe’ derden, die niet gelieerd zijn aan de locatie, is niet beoogd en gezien de locatie in het buitengebied niet te verwachten.

11 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

In het kenniscentrum worden naar verwachting circa 2 cursussen, workshops of lessen per maand gegeven. De workshops en lezingen zijn vooral bedoeld voor de pensionklanten en bezoekers van de nachtverblijven. Aangenomen wordt dat telkens maximaal 5 ‘externe’ cursisten zullen aansluiten. De kantine van het bedrijf zal tevens geschikt worden gemaakt om de workshops of lezingen te geven. De mogelijkheid voor bezoekers van de nachtverblijven om paarden mee te nemen, zorgt voor de aanwezigheid van 8 extra paarden. Gedurende gemiddeld 180 dagen per seizoen (per jaar). Daarnaast zijn er 2 privé-paarden op de locatie aanwezig. Hiermee zullen er in totaal maximaal 50 paarden en 25 paarden in opfok aanwezig zijn binnen het plangebied. Voor de beoogde activiteiten zal gebruik worden gemaakt van de bestaande bedrijfsgebouwen op de locatie, die daarvoor aangepast dienen te worden. In totaal wordt ca. 1.162 m2 aan bedrijfsgebouwen (exclusief bedrijfswoning) in gebruik genomen ten behoeve van het paardenpension, zie Afbeelding 5. In de bestaande bedrijfsgebouwen en het bedrijfsgedeelte bij de bedrijfswoning (A) worden gerealiseerd: ▪ Inloopstal t.b.v. pension (B) ca. 466 m2; ▪ Stalgebouw met poets- en wasplaats, zadelkamer, quarantaine stal en huisvesting vakantiepaarden (C) ca. 248 m2; ▪ Hooiopslag (D) ca. 272 m2; ▪ Het kenniscentrum komt in het achterste deel van de langgevelboerderij ca.

36 m2, dat tevens als kantine is ingericht (1) ca. 16 m2. ▪ Naast het kenniscentrum productiegebonden detailhandel (2) van ca. 48 m2. Gewenst is om ten behoeve van de paardenpension en de recreatieve verblijfsruimte de volgende bouwwerken, geen gebouwen zijnde, in totaal 1900 m2, bij te bouwen: ▪ 1 niet overdekte buitenrijbak (E) 30 x 60 meter (1800 m2); ▪ 1 overdekte longeerpiste met houten omheining van ongeveer 100 m2.; ▪ 4 nachtverblijven in de vorm van kunstobjecten à 15 m2 per stuk, in totaal 60 m2. In navolgende afbeelding is een uitsnede van de beoogde situatie van de bouwwerken in het plangebied. Bovenstaande letters en nummers vermeld bij de functies komen overeen met de letters en nummers in de afbeelding. In de witte vlakken worden in totaal 28 parkeerplaatsen gesitueerd.

Afbeelding 5 - Beoogde situatie van de bouwwerken Dooleggersbaan 21 te Someren

12 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Voor het bouwen van deze bouwwerken, geen gebouwen zijnde, wordt beoogd deze binnen het huidige bouwvlak te situeren. De buitenrijbak en de longeerpiste passen binnen het bestaande bouwvlak op de noordelijke helft van de gronden. Om de bestaande en beoogde bebouwing heen zullen zandpaden of wel tracks worden aangelegd (in combinatie met landschapselementen) als onderdeel van de leefomgeving van de pensionpaarden, met daartussen flora en faunarijke graslanden (BIJ N12.02) die gereguleerd opengesteld worden voor de dieren. De zandpaden of wel tracks vormen een essentieel onderdeel ter stimulans en ontwikkeling van variatie en biodiversiteit in het cultuurlandschap van de eco-habitat als ook ter beweging van de gehuisveste dieren. Het is dus absoluut niet de bedoeling dat op de zandpaden /tracks wordt gereden. De paden zijn op Afbeelding 6 in zandkleur weergegeven. De kunstobjecten met aangrenzende paddocks komen verspreid in het zuidelijke deel van het plangebied te liggen. Deze verblijfsruimtes zijn met een rode ster aangegeven. De omgeving wordt in zijn geheel landschappelijk ingepast met aanleg van onder andere bloemenweides, een amfibieënpoel, een heuvel, een bomensingel en kruidenrijk grasland. Navolgende afbeelding geeft de landschapsinrichting van het plangebied en de aangrenzende gronden in Limburg weer.

Afbeelding 6 - Landschapsinrichting Dooleggersbaan 21 te Someren

Voor de te realiseren overnachtingsverblijven is een voorontwerp gemaakt, zie Bijlage 1. De objecten zijn geschikt voor 2 personen, die vanuit een gelijke basis op 3 verschillende manieren zijn opgebouwd op drie verschillende locaties op Frye Ranch. De objecten hebben vooral een beeldbepalend functie voor het landgoed en zijn geen recreatiewoningen. Ze zijn ook niet als zodanig ingericht maar laten wel eenvoudige overnachtingen toe. De basisvorm is afgeleid van de klassieke huifkar waarmee de relatie met paarden direct gelegd is. De karakteristieke huifvorm die iets overhangt is aan de bovenzijde cilindrisch gesloten en aan de voor- en achterzijde afsluitbaar met tentdoek. De cilinder maakt de vorm stabiel en klimaatbestendig. Het tentdoek dat uit 2 lagen bestaat heeft ventilatieroosters en muskietengaas en is essentieel voor de huifkar-look. Twee ontwerpen zijn hoogslapers en één ontwerp staat op het maaiveld. De cabine is telkens identiek: 3 m breed, 5 m lang en in het midden 230 cm hoog. In de objecten is telkens een combinatie gemaakt van open houtconstructie en gesloten golfplaat mantel. De ruimte is aan voor- en achterkant afgesloten met zware kwaliteit tentdoek incl. ventilatie roosters en muskietengaas. Navolgende afbeelding geeft een impressie van het voorontwerp van de kunstobjecten.

13 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Afbeelding 7 - Impressie kunstobjecten

2.3 Landschappelijk inpassingsplan Om kwaliteitsverbetering te garanderen zal het initiatief zorgvuldig landschappelijk worden ingepast, zie voor de schets van het landschappelijk inpassingsplan Afbeelding 6 en Bijlage 2. In het beplantingsconcept worden diverse bestaande en nieuw aan te planten landschapselementen beschreven. Bestaande landschapselementen Langs de randen van het perceel op het erf en langs de wegen staat wel beplanting waaronder enkele monumentale eiken. Ook de hoge beplanting rondom de Kievitsbeek vormt een groene achtergrond. Vanaf de boerderij is er zicht op de lager gelegen en dicht beplante zone rondom de Kievitsbeek. Nieuwe landschapselementen Voor meer beslotenheid op het terrein zelf en vergroten van de biodiversiteit én een afwisselende beleving worden diverse singels, hagen en solitaire bomen toegevoegd. Zo ontstaat er een groen ruimtelijk casco waarbinnen in een wisselende setting weides, tracks, paddocks, poelen en kunstobjecten een plek krijgen. De oorspronkelijke kavel wordt ingedeeld in kleinere eenheden of ‘landschapskamers’ die afwisselend beweid kunnen worden. Het karakteristieke zicht vanaf de boerderij richting Kievitsbeek blijft gehandhaafd door de noord-zuid richting van de singelbeplanting. De ruimtelijke hoofdstructuur wordt gevormd door aanleg van singels die qua oriëntatie min of meer haaks op de sloot aan zuidzijde gericht zijn.

Er ontstaan een aantal ‘landschapskamers’ waar de track door heen loopt. Langs de track worden op een aantal plaatsen stukken haag toegevoegd die op termijn een natuurlijk raster vormen. Zowel de hagen als de singels worden aangeplant met soorten die gegeten kunnen worden door paarden. Deze zullen dus (zeker de eerste jaren) uitgerasterd moeten worden om goed aan te slaan en om te voorkomen dat ze volledig opgegeten worden. Voor de beplanting wordt uitgegaan van inheemse soorten die van nature in dit gebied thuis horen en ook in de omgeving veel voorkomen. Op en rondom het erf worden wel een aantal niet-inheemse soorten toegepast zoals cultuurvariëteiten van fruitbomen en notenbomen. De soortkeuze is ook afgestemd op de hoogteligging, daar het terrein richting de beek afloopt en natter wordt. Over de lengte van een singel zal er dus verloop en variatie in type beplanting zijn.

14 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

3 Beleidskader In dit hoofdstuk wordt voor zover relevant het ruimtelijke beleid voor het plangebied beschreven.

3.1 Rijksbeleid Het beleidskader op nationaal niveau is vervat in de Nationale Omgevingsvisie en de Ladder voor duurzame verstedelijking.

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) bevat de hoofdzaken van het beleid voor de fysieke leefomgeving. Het biedt perspectief om grote opgaven aan te pakken, om samen het land mooier en sterker te maken en daarbij voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is het kernbegrip: ruimtelijke kwaliteit én milieukwaliteit. Uit de Omgevingswet volgt dat al het strategische beleid uit de bestaande beleidsdocumenten1, met en zonder wettelijke grondslag, én het nieuwe strategische beleid op het beleidsterrein van de fysieke leefomgeving worden opgenomen in de NOVI. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving. Het biedt ruimte voor economische ontwikkeling, mobiliteit, reductie van stikstofemissies, wonen en herstel van biodiversiteit.

De NOVI richt zich op vier prioriteiten; ▪ Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie ▪ Duurzaam economisch groeipotentieel ▪ Sterke en gezonde steden en regio’s ▪ Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen het landelijk gebied stelt de NOVI de volgende beleidskeuzes: ▪ In het landelijk gebied verbeteren we de balans tussen het landgebruik en de omgevingswaarde van bodem, water en lucht; ▪ We beschermen en versterken de biodiversiteit, en benutten ons natuurlijk kapitaal duurzaam; ▪ We realiseren een duurzaam en vitaal landbouw- en voedselsysteem, gebaseerd op kringlopen en natuurinclusiviteit; ▪ Unieke landschappelijke kwaliteiten worden versterkt en beschermd. Nieuwe ontwikkelingen in het landelijk gebied voegen landschapskwaliteit toe. Omgevingsbeleid wordt landschap inclusief. Beoogde plannen omvatten een volledige natuurinrichting binnen het plangebied en de aangrenzende gronden in Limburg, waar ook subsidies van diverse instanties zijn verkregen. De bestaande melkveehouderij wordt beëindigd en daarvoor in de plaats komt een natuurinclusieve gebruiksgerichte paardenhouderij, zie Bijlage 3. Het cultuurlandschap wordt zodanig beheerd dat de dieren in de natuur onlosmakelijk verbonden zijn met de instandhouding van het ecosysteem. Zowel kleine als ook grote dieren/grazers maken onderdeel uit van dit ecosysteem.

De diversiteit aan dieren maken de kringloop van dit natuurlijke systeem rond en dragen bij aan de harmonieuze balans. Met deze aanpak krijgen de dieren hun functie in het landschap terug door natuurlijke bemesting van de bodem met een gezonde en natuurlijke voedingsstof. Op die manier worden de beoogde natuurdoelen behaald. Daarnaast wordt er rekening gehouden met de omgevingswaarden water en lucht. Een groen ruimtelijk casco wordt beoogd waarbinnen in een wisselende setting weides, tracks, paddocks, poelen en kunstobjecten een plek krijgen. Op deze wijze wordt de biodiversiteit versterkt en extra landschapskwaliteit in het landschap toegevoegd. Geconcludeerd kan worden dat beoogde plannen aansluiten bij beleidskeuzes van de NOVI.

3.1.2

Ladder voor duurzame verstedelijking

In het geval van stedelijke ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking conform artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De ladder heeft als doel te komen tot een zorgvuldig ruimtegebruik waarbij goede afwegingen worden gemaakt waar gebouwd mag worden. Daarnaast is de ladder erop gericht om ontwikkelingen die een ruimtelijke impact hebben zoveel mogelijk binnen het bestaande stedelijk gebied op te vangen waardoor verstening van het buitengebied wordt tegengegaan. Het is een toetsingsinstrument dat gevolgd moet worden bij ruimtelijke ontwikkelingen.

15 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

De Ladder is van toepassing op plannen die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken en bepaalt dat de toelichting op dat plan een beschrijving dient te bevatten van de behoefte aan die ontwikkeling en - indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied - een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Voordat getoetst wordt aan de ladder, moet worden vastgesteld of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling, bedoeld als in artikel 1.1.1 Bro. Onder stedelijke ontwikkeling wordt verstaan: nieuwe bebouwing die een stedelijk karakter heeft zoals woningbouw, realisatie winkelruimte, kantoorpanden, bedrijventerreinen of overige stedelijke functies. Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling is inhoudelijk open voor interpretatie en dient onder specifieke omstandigheden nader ingevuld te worden. De Raad van State heeft de norm voor een stedelijke ontwikkeling al veelvuldig ingevuld en daardoor verder begrensd. Op basis van de jurisprudentie dient voor toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking getoetst te worden aan de volgende vragen: a. Voorziet het besluit in een stedelijke ontwikkeling? b. Voorziet het besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? c. Is er sprake van een behoefte aan de voorziene ontwikkeling? d.

Is de voorziene ontwikkeling gelegen buiten bestaand stedelijk gebied? e. Is het mogelijk om de voorziene ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied te realiseren? Onder de Omgevingswet, die in werking treedt op 1 juli 2023, geldt het Besluit kwaliteit leefomgeving. Artikel 5.129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bepaalt dat de Ladder betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voldoende substantieel is. Vooralsnog mag ervan worden uitgegaan dat de rechtspraak over de ladder voor duurzame verstedelijking onder Bro ook geldt voor het komende Bkl. Als een vraag positief kan worden beantwoord dient de Ladder verder te worden doorlopen. Wanneer een vraag negatief wordt beantwoord is de Ladder niet (verder) van toepassing. a. Voorziet het besluit in een stedelijke ontwikkeling? Of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling hangt af van de aard en omvang van de ruimtelijke ontwikkeling. Beoordeeld dient te worden of een gebruiksgerichte paardenhouderij valt onder één van de genoemde ‘stedelijke ontwikkelingen’ in het Bro. Verder dient de in een bestemmingsplan voorziene ontwikkeling voldoende substantieel te zijn om als stedelijke ontwikkeling te worden aangemerkt.

Een stedelijke ontwikkeling is in het Bro gedefinieerd als ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of ander stedelijke voorzieningen’. Het plan voorziet in de omzetting van een plandeel van de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ naar bestemming “Bedrijf” ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij in de vorm van een natuurinclusieve pensionstalling met enkele nevenactiviteiten, waarbij de reeds bestaande aanduiding bouwvlak hetzelfde blijft. Een pensionstal kan worden aangewezen als accommodatie voor indoor sport en valt daarmee onder de categorie recreatie. Op basis hiervan behoort een pensionstal dus tot een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in de Bro. Geconcludeerd kan worden dat er hier sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dat betekent dat verder wordt getoetst aan de Ladder voor duurzame verstedelijking. b. Voorziet het besluit in een nieuwe stedelijke ontwikkeling? Om te bepalen of met de stedelijke ontwikkeling ook sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden beoordeeld of er een nieuw of groter beslag op de ruimte is. Of te wel, maakt het ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk dan het geldende omgevingsplan toestaat. Van belang is dus welke planologisch beslag op de ruimte het initiatief mogelijk maakt in vergelijking met het vorige plan.

Een bestemmingsplan dat ten opzichte van het voorheen geldende bestemmingsplan geen uitbreiding van de maximaal toegelaten oppervlakte van bedrijfsbebouwing mogelijk maakt, maar alleen een planologische functiewijziging, voorziet in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als bedoeld in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro, tenzij die planologische functiewijziging een zodanige aard en omvang heeft dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (ABRvS 20 april 2016; ECLI:NL:RVS:2016:1075).

16 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Beoogde plannnen voorzien en een functiewijziging van een melkrundveehouderij tot gebruiksgerichte paardenhouderij. Hiervoor wordt de enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ omgezet in de enkelbestemming ‘Bedrijf’ met functieaanduiding: specifieke vorm van bedrijf – gebruiksgerichte paardenhouderij. Daarbij blijft het bestaande bouwvlak gelijk. De buitenrijbaan en de longeercirkel worden binnen het bestaande bouwvlak toegevoegd. In het vorige bestemmingsplan was deze omvang aan bebouwing ook al toegestaan. Deze planologische functiewijziging voorziet in beginsel niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling. De vier kunstobjecten met een gezamelijke oppervlakte van maximaal 60 m2 kan niet worden gezien als een planologische functiewijziging van een zodanige aard en omvang dat desalniettemin sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Derhalve is dus geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Conclusie Op basis van het voorgaande kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in het kader van de Ladder voor duurzame verstedelijking. De Ladder hoeft niet verder te worden doorlopen.

3.2 Provinciaal beleid Het beleidskader van de provincie Noord-Brabant is vervat in de Brabantse omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov). Het plan wordt in de navolgende paragrafen aan getoetst.

3.2.1

Omgevingsvisie De Kwaliteit van Brabant

Provinciale Staten van Noord-Brabant hebben op 14 december 2018 de Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ vastgesteld. Deze omgevingsvisie bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie beschrijft daarvoor de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn over klimaatverandering, energietransitie, verstedelijking en bereikbaarheid, concurrerende duurzame economie en de basis op orde. De omgevingsvisie ziet op een strategische gebiedsopgave voor de provincie als geheel en formuleert daarbij de ambities voor de toekomst, richting 2050 en met een tussenstap in 2030. In de visie is niet vastgelegd hoe deze doelen precies bereikt gaan worden. “Met een open blik” is centraal uitgangspunt om vanuit alle partijen en disciplines de visie voor Brabant verder te gaan uitwerken. Deze verdere uitwerking van de ambities betreft de volgende opgave voor de komende bestuursperiodes en zal terecht komen in nog op te stellen programma’s. Om de ambities te realiseren en Brabant in de toekomst welvarend, verbonden en klimaatbestendig te laten zijn, worden er vier hoofdopgaven onderscheiden: ▪ Werken aan de Brabantse energietransitie; ▪ Werken aan een klimaatbestendig Brabant; ▪ Werken aan de slimme netwerkstad; ▪ Werken aan een concurrerende, duurzame economie.

De beoogde ontwikkeling is als kleinschalig aan te merken in verhouding tot de strategische gebiedsambities door de provincie Noord-Brabant. Het plan voorziet in een functiewijziging van een bestaand agrarisch perceel en neemt daarbij de ruimtelijke kwaliteit in acht. Gezien het schaalniveau raakt de ontwikkeling niet de basis- en hoofdopgaven uit de Omgevingsvisie. Daardoor past het plan in de opgenomen ambities en kaders uit de Omgevingsvisie.

3.2.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is vervat in de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Iov). De Iov is tot stand gekomen door een samenvoeging van de verschillende regelingen op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. Provinciale Staten hebben in maart 2022 de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld, die gelijktijdig met de Omgevingswet in werking zal treden. De Iov geldt totdat de Omgevingswet in werking treedt. De meest recente versie van de Iov de ‘Interim-Omgevingsverordening, actualisatie’ is op 11 maart 2022 vastgesteld en per 15 april 2022 in werking is getreden. Hierin zijn diverse maatwerkbepalingen opgenomen, die in de notitie ‘Beleidsregel Maatwerk voor omgevingskwaliteit’ verder zijn uitgewerkt.

17 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

De Interim omgevingsverordening bevat enerzijds algemene regels voor burgers en bedrijven en voor activiteiten. Daarnaast zijn instructieregels opgenomen voor bestuursorganen van de overheid, zoals gemeenten en waterschappen. Deze instructieregels dienen in acht te worden genomen bij de uitvoering van taken, zoals de vaststelling van een bestemmingsplan, en in de toekomst het omgevingsplan. De ontwikkelingsmogelijkheden en toegestane functies worden bepaald door de ligging van een locatie binnen de structuren en aanduidingen. Daarnaast bevat de verordening algemene regels voor de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit. De rechtstreeks werkende regels zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van de verordening. In hoofdstuk 3 zijn regels opgenomen waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waar het plangebied in is gelegen. In dit geval is het plangebied gelegen binnen de aanduidingen ‘Landelijk gebied’, ‘Gemengd landelijk gebied’, ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’.

Een paardenhouderij wordt in het kader van de Iov niet gecategoriseerd als veehouderij of als hokdierhouderij. Derhalve hoeft niet te worden getoetst aan de aanduidingen ‘Beperkingen veehouderij’ of ‘Stalderingsgebied’. Navolgend worden de relevante regels vanuit de verschillende aanduidingen benoemd en getoetst.

Afbeelding 8 – Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

18 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Paragraaf 3.1.2 Iov Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies In paragraaf 3.1.2 van de Interim omgevingsverordening zijn de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies vastgelegd. Deze basisprincipes bestaan uit de zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit en kwaliteitsverbetering van het landschap, wanneer het plangebied in het Landelijk gebied is gelegen. Met de zorgplicht wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor zijn regels vastgelegd ten aanzien van zorgvuldig ruimtegebruik, toepassing van de lagenbenadering en meerwaardecreatie (artikel 3.6 t/m 3.8). De voorwaarden ten aanzien van kwaliteitsverbetering van het landschap zijn vervat in artikel 3.9. Art 3.6 Iov: Zorgvuldig ruimtegebruik Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag is gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor duurzame verstedelijking).

In paragraaf 3.1.2 Ladder voor duurzame verstedelijking is gebleken dat het initiatief voorziet in een actuele behoefte die buiten stedelijk gebied gerealiseerd kan worden. Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. Voor de ontwikkeling van de gebruiksgerichte paardenhouderij wordt gebruik gemaakt van een bestaand agrarisch bouwvlak. De uitbreiding is beperkt en blijft binnen de door de provincie als maximum gehanteerde 1,5 ha. Het bouwvlak blijft gelijk in omvang. Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen het nieuwe bouwvlak. Er is met het initiatief dus sprake van zorgvuldig ruimtegebruik. Art. 3.7 Iov: Toepassing van de lagenbenadering De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: ▪ de ondergrond; ▪ de netwerklaag; ▪ de bovenste laag. Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer.

In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen. Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten wordt uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Art. 3.8 Iov: Meerwaardecreatie Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn. De bestaande melkveehouderij wordt beëindigd en hiervoor in de plaats wordt een natuurinclusieve gebruiksgerichte paardenhouderij gerealiseerd.

Het initiatief levert een ecologisch bijdrage aan het versterken en bevorderen van de biodiversiteit in de regio, de regeneratie van bodemprocessen en zorgt voor het aantrekken van pioniersvegetatie. De recreatieve paardensector kan zorgen voor landschapsverrijking en heeft ook (meer dan andere sporten) sociaal maatschappelijke impact. De samenwerking tussen mens en dier heeft in veel gevallen een sociale werking op mensen. Om de verbinding tussen het landlandschap, de natuur en deelnemers te versterken wordt een omgeving gecreëerd waarbij wordt uitgegaan van de natuur, de behoefte van gedomesticeerde dieren en omstandigheden die pioniervegetatie aantrekt. In die zin wordt gesproken van doeltypen als half-natuurlijke natuur en multifunctionele natuur met educatieve en recreatieve doeleinden. Er is sprake van holistische en integrale benadering van het landschap. De verouderde veestallen worden herbouwd tot volwaardige en duurzame paardenstallen met bijbehorende faciliteiten. Tevens wordt meerwaarde gecreëerd door een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het bouwperceel. Hier wordt in navolgende alinea verder op in gegaan.

19 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Art. 3.9 Iov: Kwaliteitsverbetering Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten aan sluiten bij de gemeentelijke beleidsnotitie ‘Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren 2020’, welke is vastgesteld op 16-01-2020. In de gemeentelijke beleidsnotitie staat omschreven hoe bij ontwikkelingen wordt omgegaan met de verbetering van ruimtelijke kwaliteit. Er worden drie verschillende categorieën van ruimtelijke ontwikkelingen onderscheiden, op basis van de impact die de ontwikkeling heeft op de omgeving. ▪ Categorie 1. Kleine ruimtelijke ontwikkelingen met een lage impact op de leefomgeving en die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereisen. Er wordt geen extra tegenprestatie gevraagd. ▪ Categorie 2. Ruimtelijke ontwikkelingen met een normale impact op de leefomgeving, waarbij de kwaliteitsverbetering van het landschap plaats moet vinden door te voorzien in een goede landschappelijke inpassing. ▪ Categorie 3.

Zwaardere ruimtelijke ontwikkelingen met een relatief grote impact op de leefomgeving, waarbij naast een basisinpassing in de vorm van landschappelijke inpassing ook een kwaliteitsverbetering van het landschap nodig is op grond van een forfaitaire berekening en kwalitatieve tegenprestatie (in euro’s uitgedrukt op basis van normbedragen) Het planvoornemen voorziet in de omschakeling van een melkveehouderij naar natuurinclusieve gebruiksgerichte paardenhouderij. Het plan is derhalve conform het beleidskader ten aanzien van kwaliteitsverbetering een ruimtelijke ontwikkeling die valt in categorie 2. In dat geval is aanleg en instandhouding van landschappelijke inpassing van toepassing. Om te zorgen voor kwaliteitsverbetering is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld, zie Bijlage 2. Het inpassingsplan is reeds toegelicht in paragraaf 2.3. De aanleg- en onderhoudsverplichting worden geborgd in de regels van het bestemmingsplan. Hiermee wordt voldaan aan de voorwaarden voor kwaliteitsverbetering van het landschap. Art. 3.60 Iov: Bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf/ agrarisch-verwant bedrijf in landelijk gebied Op grond van de definitie in de Iov van agrarisch-verwant bedrijf is een paardenhouderij en -pension ook een agrarisch-verwant bedrijf.

De beoogde ontwikkeling voorziet in de omzetting van een melkveebedrijf naar een gebruiksgerichte paardenhouderij in de vorm van een natuurinclusieve pensionstalling. Daarom wordt hierna aan artikel 3.60 getoetst. Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bevat regels voor een bestaand agrarisch-technisch hulpbedrijf of een bestaand agrarisch-verwant bedrijf die: a. de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; Met dit plan wordt de bestaande planologische gebruiksactiviteit vastgelegd. b. bepalen dat de omvang ten hoogste 1,5 hectare bedraagt; Door het koppelen van de Verbeelding en Regels is gewaarborgd dat de omvang kleiner dan 1,5 hectare is. c. een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; Er is in de beoogde situatie geen sprake van mestbewerking. d. kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; Op de locatie aan de Dooleggersbaan 21 is de bestemming ‘Agrarisch – bedrijf’ omgezet in de bestemming ‘Bedrijf’ ten behoeve van een gebruiksgerichte paardenhouderij in de vorm van een natuurinclusieve pensionstalling, waarbij het bouwvlak hetzelfde blijft. Gezien de omvang van het bouwvlak is er geen behoefte dit uit te breiden.

De activiteiten van de paardenhouderij en natuurinclusieve pensionstalling passen goed in het landelijk buitengebied, waarbij de gebiedsgerichte benadering een belangrijk doel is. Natuurinclusieve landbouw zorgt voor bescherming van de vastgestelde natuurgebieden, het zorgt tevens voor een biodivers en authentiek agrarisch landschap. Doordat er geen gebruik gemaakt wordt van kunstmatige bemesting van de grond vormt zich een goede bodemstructuur en een gezond bodemleven. Het erf wordt op een natuurlijke manier ingericht. Op die manier kan de bodem het grondwaterpeil goed op niveau houden en wordt het gebied beter bestand tegen droogte. Dit maakt

20 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

dat het beoogde plan past in de omgeving. Daarnaast is ervoor gekozen de beoogde bebouwing direct aangrenzend aan de overige bebouwing te situeren, achter de bestaande bebouwing, zodat de bebouwing vanaf de weg zoveel mogelijk aan het zicht wordt onttrokken. 2.

welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; In de beoogde situatie wordt de locatie herbestemd van een melkrundveehouderij tot gebruiksgerichte paardenhouderij met enkele nevenactiviteiten. Er wordt in de beoogde situatie gebruikgemaakt van de bestaande gebouwen. De paardenhouderij komt daardoor niet dichterbij omliggende bedrijven en gevoelige functies te liggen. De buitenrijbaan en de longeercirkel worden binnen het bestaande bouwvlak toegevoegd. Hier worden nadrukkelijk geen dieren gehouden. Op grond van de geurwetgeving en het Activiteitenbesluit mogen dierenverblijven in de toekomst nooit binnen 50 meter van bestaande geurgevoelige objecten worden opgericht. Dit was in de bestaande situatie als melkveehouderij al het geval en dit blijft zo met de ontwikkeling tot gebruiksgerichte paardenhouderij. Er zal dus te allen tijde aan die vaste afstand kunnen blijven worden voldaan. Het woon- en leefklimaat rondom de locatie zal dus niet veranderen. Voor de gebruiksgerichte paardenhouderij worden de volgende nevenactiviteiten mogelijk: ondersteunende horeca, ondersteunend kenniscentrum, productiegebonden en ondersteunende detailhandel, en verblijfsrecreatie mogelijk. Parkeergelegenheid wordt op het eigen perceel gerealiseerd.

De Dooleggersbaan kan een beperkte toename van verkeersbewegingen van licht verkeer goed opvangen. De locatie beschikt over een brede inrit met daarachter voldoende manoeuvreer– en parkeerruimte, waardoor geen sprake zal zijn van obstructie op de openbare weg en de doorstroming niet in gevaar komt. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de verkeersafwikkeling afdoende is geregeld en er geen belemmeringen zijn voor het planvoornemen. Ten behoeve van de verblijfsrecreatie worden vier kunstobjecten toegevoegd. De verblijfsruimten worden allemaal op een afstand van meer dan 50 meter van agrarische bedrijven gerealiseerd. Het initiatief heeft dus met zekerheid geen onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen tot gevolg, zie paragraaf ‘Geur’. Derhalve kan worden geconcludeerd dat het initiatief geen ernstige negatieve effecten heeft op andere aspecten. 3.

hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het Landelijk gebied. Met het initiatief wordt op een zo natuurlijk mogelijke manier een habitat gevormd voor de aanwezige paarden. Het is een natuur inclusief initiatief waarbij op een economisch rendabele manier, met duurzaam beheer van natuurlijke hulpbronnen in de bedrijfsvoering, wordt zorggedragen voor de ecologische functies en biodiversiteit in de totale breedte van de onderneming. Op deze manier wordt een grote biodiversiteit gecreëerd en is er een natuurlijke uitstraling. Dit komt de omgevingskwaliteit ten goede. Door het hergebruik van gebouwen van een oude melkveehouderij ten behoeve van de natuurinclusieve paardenhouderij zal een positieve bijdrage worden geleverd aan de omgevingskwaliteit. Er is op de locatie dus geen sprake van overtollig en leegstaand vastgoed. Bovendien is er een landschappelijk inpassingsplan opgesteld dat de omgevingskwaliteit verbeterd. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat de beoogde planologische herziening voldoet aan het provinciale beleid van Noord-Brabant.

3.3 Gemeentelijk beleid Het relevante gemeentelijke beleid van de gemeente Someren is vervat in de Structuurvisie Someren 2028, het Beeldkwaliteitsplan - Buitengebied Someren 2022 en het bestemmingsplan ‘Buitengebied Someren – Deelgebied 1’.

3.3.1

Structuurvisie Someren 2028

De gemeente Someren heeft in 2013 de Structuurvisie Someren 2028 vastgesteld. Someren kenmerkt zich als een gemeente met aantrekkelijke kernen en een afwisselend buitengebied. Het is ook een gemeente waarin veel ruimtelijke ontwikkelingen gaande zijn en zich in de (nabije) toekomst gaan voordoen. De druk op de ruimte en de wens om de bestaande ruimtelijke kwaliteiten te behouden en daar waar het kan te versterken, vraagt om een samenhangende visie op ruimtelijke ontwikkelingen. Het buitengebied vormt een belangrijke kwaliteit van de gemeente. Het plangebied bevindt zich in het Buitengebied, in het gebied ‘jonge heideontginningen’. Het plangebied is in navolgende afbeelding in het rood omlijnd.

21 Toelichting bestemmingsplan Dooleggersbaan 21 te Someren

Afbeelding 9 – Uitsnede Structuurvisie Someren 2028

Grootschalige en middelgrote omschakelingen naar industriële en niet-agrarische bedrijfsmatige activiteiten worden ongewenst bevonden in het buitengebied. De ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied is een erg bepalende. Om die kwaliteit te handhaven en versterken is een kernambitie om voorrang in dit gebied te geven aan boeren, burgers en buitenlui (recreanten). Bedrijfsmatige activiteiten die hierin niet thuishoren worden tegengegaan. De grens ligt bij niet-agrarische en niet-agrarisch verwante bedrijfsactiviteiten, die een ruimtevraag kennen van meer dan 200 m2 (bebouwd en onbebouwd). Bij functieveranderingen wordt gestuurd op ruimtelijke kwaliteit. Hoewel een gebruiksgerichte paardenhouderij in principe niet agrarisch is, heeft het wel een agrarisch karakter wat passend is in het buitengebied. De paardenhouderij zal natuur inclusief worden en middels een landschappelijk inpassingsplan wordt gezorgd voor kwaliteitsverbetering. De paardenhouderij is gericht op recreanten met affiniteit voor paarden en heeft tevens verblijfsrecreatie op de locatie. Derhalve is het initiatief passend in het buitengebied en binnen de Structuurvisie Someren 2028. 3.3.2 Beeldkwaliteitsplan – Buitengebied Someren De gemeente Someren heeft op 3 november 2022 het beeldkwaliteitsplan voor het buitengebied van Someren vastgesteld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14147991/1