Toelichting - Bijlage V Quickscan Flora en Fauna
Tekst van het document
QUICK SCAN FLORA EN FAUNA
Nieuwendijk 133, Someren
Datum
: 16 juni 2023
Rapportnummer
: 223-SNi133-nw-v1
Koolweg 64 5759 PZ Helenaveen Tel: 0493-539803 E-mail: mena@m-en-a.nl NL46 INGB 0007735427 KvK: 67445519
Project
: Quick scan flora en fauna in de omgeving Nieuwendijk 133 te Someren
Opdrachtgever
:
Datum rapport
: 16 juni 2023
Van toepassing zijnde certificaat Van toepassing zijnde protocollen Nummer certificaat
: NEN-EN-ISO 9001, 2015 : -: EC-KWA-00044
Projectleider Collegiale toets
: :
Voor akkoord:
Voor akkoord:
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
Inhoudsopgave Hfdst.
Titel
Blz.
1.
Inleiding
1
2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6
Inventarisatie flora en fauna Algemeen Beschrijving literatuuronderzoek Natuurnetwerk Nederland Vleermuissoorten Informatie door de KNNV Beschermde natuurgebieden
2 2 3 4 5 6 6
3.
Veldonderzoek door M&A
7
4.
Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling
9
5.
Conclusie
12
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3
: Situatietekening en luchtfoto : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving : Natuurgegevens provincie Noord-Brabant
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
1. Inleiding Op 14 april 2023 is door de heer aan M&A Omgeving BV opdracht verleend tot het uitvoeren van een quick scan flora en fauna voor een bestemmingswijziging van agrarisch naar wonen en de hiermee gepaard gaande sloop van de agrarische bijgebouwen op een perceel aan de Nieuwendijk 133 in Someren. Op de locatie worden twee woonpercelen gerealiseerd middels een ruimtelijke procedure. De uitvoering van de quick scan is een eerste stap om te vermijden dat soorten verstoord of vernietigd kunnen worden bij de uitvoering van nieuwe ontwikkelingen. Met een bureauonderzoek en veldwerkonderzoeken wordt vastgesteld of er bij de plannen sprake kan zijn op overtreding van de Wet natuurbescherming, of dat deze met eenvoudige maatregelen zijn te voorkomen. In verband met de bestemmingswijziging, sloop en nieuwbouw op de locatie dient te worden aangetoond dat er geen negatieve consequenties gelden voor de natuurwaarden in het gebied. De onderzoekslocatie is gesitueerd in het buitengebied ten zuiden van de bebouwde kom van Someren-Heide (gemeente Someren). Dit natuurwaardenonderzoek beschrijft of het voornemen van de sloop en nieuwbouw consequenties kunnen hebben voor de in het gebied aanwezige beschermde flora en fauna en met name voor jaarrond beschermde soorten. De luchtfoto en situatietekening van de locatie is weergegeven in bijlage 1.
1
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
2. Inventarisatie flora en fauna 2.1 Algemeen In dit onderzoek zijn de huidige natuurwaarden onderzocht middels actuele literatuurgegevens. Hiervoor kan op een drietal manieren informatie worden verkregen: 1. Literatuuronderzoek door gegevens op te vragen bij het Natuurhistorisch Genootschappen, de provincie, SOVON, Vlinderstichting, RAVON, FLORON, VZZ en EIS. 2. Literatuuronderzoek middels het nemen van contact met plaatselijke natuur- en milieu instanties als IVN-afdelingen, vogelwachten, kringen van het Natuurhistorisch Genootschap etc. 3. Aanvullende hierop, het uitvoeren van een veldonderzoek. In onderhavige situatie zijn in eerste instantie stappen 1 en 3 uitgevoerd. Het opnemen met plaatselijke natuurverenigingen was ons inziens in dit geval niet noodzakelijk, daar de inventarisatie voldoende duidelijke gegevens opleverde. Algemeen doel van het onderzoek is een beeld te krijgen van de aanwezige flora en fauna. Daarbij is de nadruk gelegd op beschermde, bedreigde en schaarse soorten en soorten die specifieke milieuomstandigheden indiceren.
2
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
2.2 Literatuuronderzoek Bij het literatuuronderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd; 1. Het Natuurloket (SOVON, De Vlinderstichting, RAVON, EIS Nederland, FLORON, VZZ, BLWG, NMV) 2. Ministerie EZ; Vogel- en Habitatrichtlijngebieden 3. Natuurnetwerk Nederland (natuurbeheerplan Provincie Noord-Brabant) 4. Wet natuurbescherming (van kracht per 1-1-2017) Vervolgens is gekeken naar de status van de waarnemingen binnen de Wet natuurbescherming (Wnb), Commissie van Bern en de Nederlandse Rode Lijst. Voor deze en een aantal extra soorten geldt het “Nee, tenzij” principe als deze soorten in het plangebied voorkomen en bij ingrepen die het leefgebied aantasten. Indien beschermde vogel- en/of zoogdiersoorten voorkomen, gelden binnen de Wet natuurbescherming bij de aanleg van een nieuwe functie in een gebied de voorwaarden van hoofdstuk 3. Hierin wordt voor soorten volgens de Habitatrichtlijn en Vogelrichtlijn het verbod om dieren te doden en verwonden, te verontrusten en de nesten, holen of andere voortplantings- of vaste verblijfplaatsen van deze dieren te verstoren, te beschadigen of weg te nemen. Dit betekent voor permanente nest- en/of verblijfplaatsen van beschermde soorten dat altijd een ontheffing van de Wnb aangevraagd dient te worden bij Gedeputeerde Staten. Binnen het broedseizoen wordt geen ontheffing verleend voor de verstoring hiervan.
Voor beschermde soorten die alleen in het broedseizoen op de locatie nestelen en/of verblijven, betekent dit dat geen bouw- en sloopwerkzaamheden kunnen worden uitgevoerd in deze periode. Over het algemeen betreft deze periode het voorjaar en begin van de zomer, globaal van 15 maart tot 15 juli. Indien binnen deze periode bouw- en / of sloopwerkzaamheden worden verricht, dan moet een ontheffing in het kader van de Wnb bij Gedeputeerde Staten worden aangevraagd.
3
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
2.3 Natuurnetwerk Nederland Natuurnetwerk Nederland (voorheen ecologische hoofdstructuur) is een netwerk van natuurgebieden en verbindingszones. Planten en dieren kunnen zich zo van het ene naar het andere gebied verplaatsen. Op plekken waar gaten in het netwerk zitten, legt de provincie nieuwe natuur aan. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn geen ecologische verbindingszones (EVZ) aanwezig. De dichtst bij gesitueerde EVZ is op ruim 2,4 km ten oosten van de locatie gesitueerd. De locatie is niet gesitueerd op percelen die aangewezen zijn in het Natuurnetwerk Brabant. De bestemmingswijziging, de sloop van bebouwing en de latere nieuwbouw op de locatie hebben geen effect op de natuurwaarden.
4
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
2.4 Vleermuissoorten De meest voorkomende soorten in Nederland volgens de ‘Verspreidingsatlas vleermuizen’, maar ook in het betreffende gebied, zijn de Bruine Grootoorvleermuis, de Gewone Dwergvleermuis en de Ruige Dwergvleermuis. Verder komen in de regio de Laatvlieger, Rosse Vleermuis en Baardvleermuis veelvuldig voor in de bebouwde omgeving.
Gewone Dwergvleermuis
Bruine Grootoorvleermuis
De vleermuissoorten hebben een divers leefgebied (bossen, begroeide landschappen, nabij open water etc.). Vleermuizen hebben hun habitat (winter-, kraam-, zomer- en paar-verblijfplaatsen) vaak in bebouwing, bomen of opgaande gewassen. Foerageergebieden en vlieg-/migratieroutes zijn afhankelijk van landschappelijke kenmerken zoals water, lijnvormige landschapselementen (kust, dijken, duinen, rivierdalen en waterpartijen) en kleinschalige groenelementen (parken, kleine bossen). Mogelijke verblijfplaatsen van de zoogdieren zijn gebouwen, bomen, grotten, groeves, kelders, bruggen, tunnels of andere objecten met ruimte.
5
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
2.5 Informatie door het KNNV Bij het KNNV te Zeist, Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, een vereniging voor veldbiologie, is navraag gedaan over informatie met betrekking tot natuurdata over de locatie Nieuwendijk 133 in Someren. Uit dit telefonisch contact is duidelijk geworden dat de vereniging van de omgeving geen nadere natuurinformatie heeft.
2.6 Resultaten literatuuronderzoek 2.6.1 Vogel- en Habitatrichtlijngebieden Via het ministerie van EZ zijn de Vogel- en Habitatrichtlijnkaarten beschouwd en hieruit kan worden geconcludeerd dat de locatie niet in de nabijheid van Natura 2000 gebieden is gesitueerd. Het dichtst bij gesitueerde Natura 2000 gebied is ‘Weerter- en Budelerbergen & Ringselven’ op een afstand van 2,6 km ten zuidoosten van de onderzoekslocatie. De ontwikkelingen op het perceel hebben gezien de afstand tot de gebieden geen invloed op beschermde natuurgebieden. De aanwezige natuurwaarde van het perceel en de omgeving blijven ook in de nieuwe situatie ongestoord aanwezig.
6
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
3. Veldonderzoek door M&A Op 16 mei 2023 zijn veldonderzoeken uitgevoerd op de onderzoekslocatie, door W.A. van Aerle. De heer van Aerle heeft deskundigheid op het gebied van flora en fauna en in het bijzonder in inheemse zoogdieren en broedvogels. De buitentemperatuur bedroeg op 16 mei 2023 ongeveer 15 °C (van 7.00 tot 9.00 uur), luchtvochtigheid 60% en 2/8 bewolkingsgraad.. Er was geen neerslag. Broedvogelsoorten Tijdens de veldbezoeken is gekeken naar flora en fauna. Daarbij is op de locatie van de bestemmingswijziging en de te slopen gebouwen (koeienstal, 2 stallingen, woning, garage en schuur) rastermatig het gebied verkend. De milieuhinder (geluid, geur, luchtkwaliteit, licht etc.), door de sloop van de gebouwen, zal reeds op een afstand van 100 meter minimaal zijn. Eventuele natuurwaarden op grotere afstand zullen geen enkele invloed meer ondervinden van de werkzaamheden. De koeienstal is een open stal, waar broedvogels vrij kunnen vliegen. De andere gebouwen zijn hermetisch gesloten voor fauna, vanwege de ongediertebestrijding. Tijdens het veldonderzoek in mei 2023 zijn een aantal inheemse soorten (Merel, Roodborst, Vinken, Houtduiven, Koolmezen, Spreeuwen) waargenomen. Tijdens het veldonderzoek in de dagperiode zijn geen (verlaten) verblijfplaatsen / nesten van jaarrond beschermde soorten zoals bijvoorbeeld Huismussen of Gierzwaluwen waargenomen.
Gierzwaluwen zijn op de locatie niet waarschijnlijk, omdat de mogelijke uitvlieghoogten beperkt zijn van de gebouwen. De gebouwen zijn onderzocht op eventuele nesten / verblijfplaatsen van vogels, vleermuizen en uilen. Hierbij is niets aangetroffen. Er zijn geen openingen in de wanden, waar dieren kunnen verblijven. Bij de inventarisatie is ook speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten, zoals uitwerpselen en achtergelaten nestmateriaal. In de gebouwen is met name gelet op de aanwezigheid of kenmerken van voormalige aanwezigheid van uilen, vleermuizen of broedvogels.
7
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
Vleermuizen Bij het veldbezoek is met name speciaal gelet op de aanwezigheid van verblijfplaatsen voor vleermuizen. Deze zijn echter niet aangetroffen in de te slopen gebouwen. Op de onderzoekslocatie zijn geen juiste bomen aanwezig, waar de boombewonende vleermuizen een verblijfplaats kunnen hebben. Bij de veldbezoeken op 16 mei 2023 in de avondperiode (van 19.30 uur tot ongeveer 22.00 uur) is gebruik gemaakt van een vleermuisdetector van het type Baton en een laptop met BatScan-software voor het herkennen van vleermuisspectra. Met de detector zijn ter plaatse van het onderzoeksperceel en de omgeving geen waarnemingen van vleermuissoorten gedaan. Andere hulpmiddelen, zoals een mistnetonderzoek of boomcamera zijn niet toegepast, omdat met de veldbezoeken reeds voldoende informatie is verkregen m.b.t. de aanwezigheid van vleermuizen. Overige soorten Voor de overige soorten is met name gelet op marterachtigen, zoals de steenmarter, bunzing en hermelijn. Er zijn geen sluip- of vraatsporen aangetroffen van deze soorten. De kans dat deze zullen worden aangetroffen zijn als klein te beschouwen. De bebouwing leent zich namelijk niet als verblijfplaats voor deze soorten, vanwege het feit dat deze gebouwen intensief door mensen worden gebruikt en de bebouwing hermetisch is afgesloten i.v.m. de ongediertebestrijding.
De koeienstal is open, maar ook hier zijn geen sporen van deze soorten geconstateerd. Op de akkerbouw- en weilandpercelen rondom de onderzoekslocatie is het mogelijk dat de Das deze als foeragegebied gebruikt. Er zijn op de onderzoekslocatie geen sporen van de Das of marterachtigen aangetroffen.
8
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
4. Potentiële natuursoorten en relatie met ontwikkeling De fysieke ontwikkeling ter plaatse betreft de sloop van de agrarische gebouwen (koeienstal, 2 stallingen, schuur, garage en woning) op het perceel. Het aantal verkeersontwikkelingen zal door de werkzaamheden niet toenemen. De emissie van geluid, geur of stof zal door de nieuwe ontwikkeling ruimschoots binnen de te stellen normering blijven. Per natuursoort zal worden aangegeven wat de invloed van de ontwikkeling is op de mogelijk voorkomende natuursoorten zal zijn. Flora Tijdens het veldbezoek zijn geen beschermde soorten planten aangetroffen. Er is dus geen invloed van de ontwikkeling hierop. Vogels Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied geschikt is als onderdeel van het foerageergebied. Er zijn tijdens het veldonderzoek een aantal inheemse soorten waargenomen. Er zijn in de te slopen bebouwing geen broed- / verblijfplaatsen aanwezig. De bebouwing is grotendeels hermetisch afgesloten. Alleen de koeienstal is aan een aantal zijden open. Omdat bij de inventarisatie geen beschermde soorten zijn waargenomen, is het niet waarschijnlijk dat verstoring optreedt bij de werkzaamheden. In de nieuwe situatie blijven de foerageermogelijkheden aanwezig, zodat er netto geen wijzigingen in het gebied optreden voor broedvogelsoorten.
Ook in de omgeving blijven ruimschoots voldoende mogelijkheden over, zodat de invloed op de vogels buiten het broedseizoen te verwaarlozen is.
9
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
Zoogdieren Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied mogelijk geschikt is voor grondgebonden zoogdieren. Tijdens het veldbezoek zijn echter geen sporen aangetroffen van beschermde zoogdieren. Rondom het plangebied zijn geen sporen of mogelijk verblijfplaatsen aangetroffen van vleermuizen. De te slopen bebouwing is hierop degelijk onderzocht. Het is wel mogelijk dat het gebied wordt gebruikt als foerageergebied. De werkzaamheden tijdens de sloop zullen dus geen verstoring betekenen van eventueel vleermuizen. Ook hiervoor geldt dat er voldoende mogelijkheden in de directe omgeving resteren, zodat de invloed van de ontwikkeling op genoemde soorten als klein beschouwd kan worden. Op de akkerbouw- en weilandpercelen rondom het perceel zijn geen sporen van de Das en kleine marterachtigen aangetroffen. Deze gebruiken het gebied mogelijk als foeragegebied, maar op de onderzoekslocatie zelf zijn geen sporen aangetroffen. Wei- en akkerlanden zijn voor deze dieren interessante foeragegebieden. Reptielen en amfibieën Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat de omgeving van het onderzoeksgebied niet geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel reptielen als amfibieën. De voorwaarde hiervoor is de aanwezigheid van water in de onmiddellijke nabijheid en dat is hier niet het geval.
Voor reptielen die op droge gronden habiteren is het perceel minder geschikt, vanwege de schaarste in lage begroeiing. In de omgeving zijn er ruimschoots habitats mogelijk voor deze soorten. Vlinders en libellen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksperceel zelf minder geschikt is als onderdeel van het leefgebied van zowel vlinders als libellen, vanwege het ontbreken van waadplanten op het perceel en van water in de directe nabijheid. In de omgeving van het onderzoeksgebied is wel een juiste biotoop voor vlinders en libellen aanwezig. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd.
10
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
Mieren en kevers of overige ongewervelden Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat het onderzoeksgebied niet geschikt is voor beschermde soorten kevers, omdat er geen geschikte biotopen aanwezig zijn. Voor het voorkomen van beschermde soorten mieren is de aanwezigheid van open naaldbossen een voorwaarde. Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten geconstateerd. Ook hier geldt dat de ontwikkeling op het perceel geen invloed heeft op de aanwezigheid van mieren, kevers of overige ongewervelden in het gebied. Vissen Uit de bevindingen van het veldbezoek blijkt dat in de omgeving van het onderzoeksgebied geen vissen kunnen voorkomen, omdat er geen water in de directe nabijheid aanwezig is.
11
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
5. Conclusie Door het literatuuronderzoek van de inventarisatie is aangetoond dat het mogelijk is dat in het gebied beschermde flora of fauna (voornamelijk vleermuizen, broed- en wintervogels) voor kunnen komen (zie inventarisatie Natuurloket). In de nabijheid van het perceel zijn tijdens het veldbezoek in mei 2023 echter geen waarnemingen gedaan van schaarse soorten. Ook rondom het perceel zijn bij de inventarisaties geen waarnemingen gedaan van beschermde soorten (waaronder jaarrond beschermde soorten, zoals bijvoorbeeld Huismussen, (nesten van) Gierzwaluwen, uilen en vleermuissoorten. De veldonderzoeken, uitgevoerd in de dag- en avondperioden op 16 mei 2023, zijn binnen het broedvogelseizoen uitgevoerd. Desondanks is er speciale aandacht besteed aan andere kenmerken van broedende vogelsoorten. Onder andere uitwerpselen van broedvogelsoorten, achtergebleven nestmaterialen en vraatsporen zijn kenmerken waarop speciaal is gelet. Het veldonderzoek kan daarom als vrij uitvoerig worden beschouwd. Bij de inventarisaties is ook aandacht besteed aan verblijfplaatsen van vleermuizen en nestkasten en -mogelijkheden in het gebied. Bij de inventarisatie van de vleermuizen is extra aandacht besteed aan mestsporen, keutels en vraatsporen. De te slopen bebouwing is voor het grootste gedeelte hermetisch afgesloten voor fauna vanwege de ongediertebestrijding van het varkensbedrijf.
Alleen de koeienstal is aan een aantal zijden open. Er zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor verblijfplaatsen van fauna. De afstanden tot de ecologische verbindingszones zijn voldoende groot om te kunnen stellen dat de ontwikkelingen in het plangebied een positieve invloed zullen hebben op de beschermde natuurgebieden. Door de bestemmingsplanwijziging naar ‘Wonen’, de sloop van een aantal gebouwen op de locatie en de hierop volgende (toekomstige) nieuwbouw van een nieuwe woning ten westen van de huidige woning, wordt het karakter van het gebied nauwelijks beïnvloed. Er verdwijnen echter geen verblijfs- of broedmogelijkheden, gezien de resultaten van de veldonderzoeken.
12
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
Door het wegvallen van de stikstofdepositie van de sanering van het vleesvee, wordt zelfs een positief effect op de natuur bewerkstelligd. Bij de werkzaamheden dient niettemin aandacht te worden besteed aan eventuele verstoring van natuurwaarden in het algemeen. Door extra zorg hieraan de besteden tijdens de sloop- en bouwwerkzaamheden, wordt vermeden dat de dieren hiervan teveel hinder zullen ondervinden. Op grond van deze inventarisatie gelden er geen belemmeringen voor de plannen op grond van de natuurwaarden.
13
Nieuwendijk 133, Someren
Bijlage 1 : Situatietekening en luchtfoto
M&A Omgeving BV
2 woonpercelen
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
Bijlage 2 : Foto’s onderzoekslocatie en omgeving
Nieuwendijk 133, Someren
M&A Omgeving BV
Bijlage 3 : Natuurgegevens provincie Noord-Brabant