CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

toelichting Bijlage 6 Rapportage BO IVO Someren, Boerenkamplaan archeologisch

Commissie Ruimte 5 april 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Boerenkamplaan 65, 65a en 65b7.553 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transect-rapport 3079 Someren, Boerenkamplaan (ong.) Gemeente Someren (NB) Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase

Overijsselhaven 127 3433PH Nieuwegein

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Colofon Titel

Rapportnummer

Someren, Boerenkamplaan (ong.). Gemeente Someren (NB). Een Archeologisch Bureauonderzoek (BO) en Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Transect-rapport 3079

Auteur

A. Pels-Ouweneel / A. van Bussel

Versie

Versie 1.1

Datum

24-11-2020

Projectnummer

20090049

Onderzoeksmelding Opdrachtgever

4922373100 Van Doormaal Advies Meiraap 2B 5087 CS Diessen

Uitvoerder

Transect b.v. Overijsselhaven 127 3433 PH Nieuwegein

Bevoegde overheid

Gemeente Someren

Adviseur bevoegde overheid

Archaeo

Status rapportage

Nog niet goedgekeurd

Beheer en plaats documentatie

Transect b.v., Nieuwegein Foto van het plangebied tijdens het veldonderzoek op 20 november 2020. Opnamerichting: oosten.

Omslagafbeelding

Autorisatie Naam Drs. T. Nales Senior KNA Prospector

Datum 27-11-2020

Paraaf

ISSN: 2211-7067 © Transect b.v., Nieuwegein Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Transect aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Overijsselhaven 127 3433PH Nieuwegein

T: 030-7620705 E: informatie@transect.nl

Samenvatting In opdracht van Van Doormaal Advies heeft Transect b.v. in november 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Boerenkamplaan in Someren (gemeente Someren). De aanleiding van het onderzoek is de nieuwbouw van een ruimte-voor-ruimte woning in het plangebied, dat circa 1785 m² beslaat. Hiervoor is een bestemmingsplanwijziging nodig. Nadere bouwplannen zijn in dit stadium nog niet bekend. Het onderzoek is uitgevoerd in de vorm van een bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O), verkennende fase, om antwoord te kunnen geven op de volgende vragen: • • • •

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog?

In het bureauonderzoek is vastgesteld dat sprake is van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum B - Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op een dekzandwelving, waarop een oud-bouwlanddek aanwezig is. Gezien de ouderdom van het dekzand bestaan er bewoningsmogelijkheden vanaf het Laat-Paleolithicum. Het oud-bouwlanddek is vermoedelijk ontstaan vanaf de 11e eeuw. Deze kan eronder gelegen afzettingen, en de daarin eventueel aanwezige archeologische resten, hebben behoed van recentere verstoringen. Op historische kaarten is in het plangebied geen bebouwing weergegeven. Op grond hiervan bestond een lage verwachting op bebouwingsresten uit de LateMiddeleeuwen/Nieuwe tijd. Er werd wel rekening gehouden met resten van landgebruik of eventuele erf gerelateerde resten. Tijdens het booronderzoek is geconstateerd dat de bodemopbouw in het gehele plangebied tot in de C-horizont is verstoord. De verstoringen reiken tot een diepte van 65 - 115 cm -Mv (25,76 - 25,20 m +NAP). In de verstoringslagen is zowel plastic als recent, machinaal vervaardigd baksteenpuin aangetroffen. In het dekzand is geen sprake (meer) van podzolgronden of van gley-verschijnselen. Op basis hiervan is een aanzienlijk deel van het dekzand afgetopt.

Dit blijkt ook uit onderzoeken in de omgeving, waarbij de top van het dekzand aangetroffen is vanaf een diepte van 40-60 cm -Mv. Aan de hand hiervan is in het plangebied zo’n 20 à 50 cm van het oorspronkelijke dekzand verdwenen. Op grond hiervan en op grond van de scherpe grens tussen het antropogene verstoringspakket en het dekzand, worden zowel geen vondstlagen als grondsporen meer verwacht. De archeologische verwachting uit het bureauonderzoek kan hiermee in het gehele plangebied naar laag worden bijgesteld. Advies In het plangebied bestaat het voornemen om een ruimte-voor-ruimte woning te realiseren met een oppervlakte van ongeveer 1785 m2. De diepte van de bouwwerkzaamheden is nog niet bekend. Voor de nieuwbouwplannen vindt een bestemmingsplanwijziging plaats. Omdat middels het archeologisch vooronderzoek is vastgesteld dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft, adviseert Transect b.v. geen dubbelbestemming archeologie op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. Dit betekent dat ook wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de toekomstige bouwwerkzaamheden.

Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Someren) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

Inhoud 1.

Aanleiding.............................................................................................................................. 7

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek ............................................................. 8

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied ................................................................... 9

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik ........................................................... 12

5.

Beleidskader ........................................................................................................................ 13

6.

Landschap, geomorfologie en bodem ................................................................................. 14

7.

Archeologische verwachtingen en bekende waarden ........................................................ 16

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen ............................................... 18

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting ..................................................................... 22

10.

Resultaten veldonderzoek ................................................................................................... 24

11.

Beantwoording onderzoeksvragen ..................................................................................... 26

12.

Conclusie en advies ............................................................................................................. 27

13.

Geraadpleegde bronnen ..................................................................................................... 28

Archeologische periode-indeling voor Nederland .............................................................. 30 Beleidskaart Archeologie ..................................................................................................... 31 Geomorfologie .................................................................................................................... 32 Maaiveldhoogte .................................................................................................................. 33 Bodem ................................................................................................................................. 34 Archeologische waarden en onderzoeken .......................................................................... 35 Boorpuntenkaart ................................................................................................................. 36 Foto’s van boringen ............................................................................................................. 37 Bijlage 9.

Boorbeschrijvingen.............................................................................................................. 38

1.

Aanleiding

In opdracht van Van Doormaal Advies heeft Transect b.v. 1 in november 2020 een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in een plangebied aan de Boerenkamplaan in Someren (gemeente Someren). De aanleiding van het onderzoek is de nieuwbouw van een ruimte-voor-ruimte woning in het plangebied, dat circa 1785 m² beslaat. Nadere bouwplannen zijn in dit stadium nog niet bekend. Volgens het vigerende bestemmingsplan geldt voor het plangebied Categorie 3 - gebieden van hoge archeologische waarde (Nota Archeologiebeleid gemeente Someren; Kortlang, 2011). Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen die groter zijn dan 250 m2 en die dieper reiken dan 40 cm -Mv een archeologische onderzoeksplicht geldt. Tevens dient onderzoek plaats te vinden alvorens grondwerkzaamheden plaatsvinden. Aangezien de voorgenomen ingrepen in het plangebied de vrijstellingsgrenzen zullen overschrijden, is sprake van een archeologische onderzoeksplicht. Het onderzoek is uitgevoerd in overeenstemming met de eisen van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 en het Plan van Aanpak (Rap 2020).

1

Transect b.v. voldoet aan de eisen zoals gesteld in de kwaliteitsnorm ‘BRL SIKB 4000’, versie 4.1, en is gecertificeerd door middel van een procescertificaat. Transect b.v. is certificaathouder van de volgende protocollen: ‘KNA Protocol 4001 Programma van Eisen’, ‘KNA Protocol 4002 Bureauonderzoek’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Overig’, ‘Protocol 4003 Inventariserend Veldonderzoek, variant Proefsleuven’ en ‘Protocol 4004 Opgraven’, en staat geregistreerd bij het RCE en de SIKB.

7

2.

Aard en doel van het archeologisch vooronderzoek

Het archeologisch vooronderzoek bestaat uit een gecombineerd onderzoek, te weten een archeologisch Bureauonderzoek (BO) en een Inventariserend Veldonderzoek (IVO), verkennende fase. Het inventariserend veldonderzoek is uitgevoerd in de vorm van een booronderzoek (IVO-O). Het doel van het archeologisch bureauonderzoek is het specificeren van de archeologische verwachting. Dit wil zeggen dat de kans bepaald wordt dat binnen het plangebied sprake is van behoudenswaardige archeologische resten. Het onderzoek wordt uitgevoerd aan de hand van beschikbare informatie over de archeologie, cultuurhistorie, geomorfologie, bodemkunde en het grondgebruik binnen en rondom het plangebied. Hiervoor is onder andere het centraal Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geraadpleegd, waarin de Archeologische MonumentenKaart (AMK) en archeologische onderzoeken zijn opgenomen. (Cultuur)historische informatie is verkregen uit beschikbare literatuur en historische kaarten. Om inzicht te krijgen in de opbouw en ontwikkeling van het landschap zijn bovendien onder andere de bodemkaart en de geologische en geomorfologische kaarten geraadpleegd. Op 19-11-2020 is per email contact opgenomen met heemkundekring ‘De Vonder’ Asten-Someren. Er is geen informatie ontvangen. Een overzicht van de geraadpleegde bronnen is opgenomen in hoofdstuk 13.

Het doel van het inventariserend veldonderzoek is het toetsen en waar mogelijk aanvullen van de gespecificeerde archeologische verwachting uit het bureauonderzoek. Bij dit onderzoek wordt informatie verzameld over de feitelijke bodemopbouw, het bodemreliëf en de bodemintactheid in het plangebied. Hiermee ontstaat inzicht in de landschapsvormende processen en landschappelijke eenheden uit het verleden. Op basis hiervan kan een oordeel worden gegeven over waar, wanneer en in hoeverre het gebied in het verleden door de mens is gebruikt. De werkwijze van het veldonderzoek is opgenomen in hoofdstuk 10. Het onderzoek probeert hiermee antwoord te geven op de volgende vragen: 1. Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? 2. Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante bodemniveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? 3. In hoeverre zijn de archeologisch relevante bodemniveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? 4. Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Het resultaat van het archeologisch vooronderzoek is dit rapport met een conclusie omtrent het risico dat eventueel aanwezige archeologische waarden in het plangebied worden verstoord als gevolg van de voorgenomen plannen.

Op basis van dit rapport neemt het bevoegd gezag een beslissing in het kader van de vergunningverlening of planprocedure. Het rapport bevat waar mogelijk gegevens over de – verwachte – aan- of afwezigheid, aard, omvang, ouderdom, gaafheid, conservering en (relatieve) kwaliteit van archeologische waarden. Het archeologisch onderzoek is uitgevoerd conform protocollen 4002 (bureauonderzoek) en 4003 (inventariserend veldonderzoek) van de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1 (KNA 4.1).

8

3.

Afbakening van het plan- en onderzoeksgebied

Plaats

Someren

Toponiem

Boerenkamplaan (ong.)

Gemeente

Someren

Provincie

Noord-Brabant

Kaartblad

51H

Perceelnummer

SMR02 H-4478

Centrumcoördinaat

178.618 / 37.581

Oppervlakte plangebied

Circa 1.785 m²

Binnen het archeologisch onderzoek is onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waarbinnen de bodemingrepen worden uitgevoerd. Het onderzoeksgebied omvat het plangebied en een deel van het direct omringende gebied, in een straal van circa 500 m, dat bij het onderzoek wordt betrokken om tot een beter inzicht te komen in de landschappelijke, archeologische en (cultuur)historische situatie in het plangebied. Het plangebied bevindt zich aan de Boerenkamplaan (ong., ten zuiden van nummer 65a), gemeente Someren. De ligging ervan is weergegeven in figuur 1. Kadastraal gezien maakt het plangebied deel uit van het kadastrale perceel SMR02 H-4478. De oppervlakte van dit perceel is 12.231 m², terwijl het plangebied circa 1785 m² is (figuur 2). De zuidgrens van het plangebied wordt gevormd door de Heezenbergweg, de westgrens door de Boerenkamplaan. De noordgrens- en oostgrenzen van het plangebied worden gevormd door de kavelgrenzen met de aanliggende percelen. Ten tijde van het veldonderzoek was het plangebied grotendeels onbebouwd met uitzondering van de zuidelijke helft van een gebouw met overige gebruiksfunctie van in totaal 129 m² uit 1982 (bagviewer.kadaster.nl; zie figuur 2), gelegen in de noordoostelijke hoek van het plangebied.

De rest van het plangebied was voor een deel voorzien van klinkerverharding, maar grotendeels in gebruik als grasland.

9

Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 2018. Bron: www.pdok.nl.

10

Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd) maakt deel uit van een groter perceel (lichtgroen omlijnd). Bron: pdok.nl.

11

4.

Planvorming en consequenties toekomstig gebruik

Planvorming

Bestemmingsplanwijziging

Aard bodemverstoringen

Nieuwbouw ruimte-voor-ruimte woning

Verstoringsoppervlakte

Nog niet bekend

Verstoringsdiepte

Nog niet bekend

Binnen het plangebied bestaat het voornemen om in de toekomst een nieuwe ruimte-voor-ruimte woning te realiseren. De oppervlakte van de nieuwe woning zal ongeveer 1785 m2 bedragen. De diepte en wijze van funderen is in dit stadium nog niet bekend. De nieuwe funderingen zullen worden aangebracht op de vaste grondslag (bron: Van Doormaal Advies). In dit kader is een bestemmingsplanwijziging nodig.

12

5.

Beleidskader

Onderzoekskader

Bestemmingsplanwijziging

Beleidskader

Nota Archeologiebeleid gemeente Someren 2011

Onderzoeksgrenzen

>100 m2 en dieper dan 40 cm -Mv

In 1992 heeft Nederland het Europees Verdrag inzake de bescherming van het archeologisch erfgoed ondertekend; ook wel het Verdrag van Malta of Valletta genoemd, naar het eiland en de plaats waar het is ondertekend. Het Verdrag is in 1998 geratificeerd en op 1 september 2007 via de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (Wamz) geïmplementeerd. De Wamz is een wijzigingswet en omvat een wijziging van de Monumentenwet 1988, de Wet Milieubeheer, de Ontgrondingenwet en de Woningwet, op grond waarvan overheden onder andere bij bodemingrepen verplicht rekening moeten houden met het behoud van archeologische waarden. Met ingang van juli 2016 is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die in 2022 in werking zal treden. Volgens het vigerende bestemmingsplan geldt voor het plangebied Categorie 3 - gebieden van hoge archeologische waarde (Nota Archeologiebeleid gemeente Someren; Kortlang 2011). Hiervoor geldt dat bij bodemingrepen die groter zijn dan 100 m2 en die dieper reiken dan 40 cm -Mv een archeologische onderzoeksplicht geldt. Aangezien de voorgenomen ingrepen deze vrijstellingsgrenzen zullen overschrijden, is sprake van een archeologische onderzoeksplicht.

Uit onderhavig vooronderzoek kan blijken of deze waarde al dan niet kan worden gehandhaafd.

13

6.

Landschap, geomorfologie en bodem

Geologie

Zuid-Nederlands zandgebied

Geomorfologie

Dekzandrug, al dan niet met oud bouwlanddek

Maaiveldhoogte

Circa 26,5 m +NAP

Bodem

Hoge zwarte enkeerdgronden in lemig fijn zand

Grondwatertrap

Onbekend

Landschap Het plangebied bevindt zich in Someren, dat landschappelijk gezien ligt in het Zuid-Nederlandse dekzandlandschap in de Roerdalslenk, ook wel de Centrale Slenk genoemd. De Roerdalslenk is een laaggelegen zone die tijdens het Mioceen (circa 23,0 tot 5,3 miljoen jaar geleden) is ontstaan door tektonische activiteit (Berendsen 2008). Tot aan het Midden-Pleistoceen (circa 850.000 jaar geleden) stroomden voorlopers van de Rijn, Maas en lokale beken door de Slenk. Rivierafzettingen zijn tijdens de laatste ijstijd (het Weichselien, circa 120.000 tot 10.000 jaar geleden), onder een zeer koud klimaat, afgedekt met zand. Deze afzettingen kunnen grotendeels onderverdeeld worden in Brabants leem, fluvioperiglaciale afzettingen (smeltwaterafzettingen) en eolische afzettingen (dekzand). In het zuiden van Someren is met name het dekzand (Laagpakket van Wierden) aanwezig, dat is verstoven vanuit drooggevallen rivierbeddingen. Vanwege het koude (en droge) klimaat was te weinig vegetatie aanwezig om deze verstuivingen te voorkomen. Het gevolg was het ontstaan van een reliëfrijk dekzandlandschap met welvingen en dekzandruggen. Gedurende het Holoceen (vanaf circa 10.000 jaar geleden - heden) verbeterde het klimaat, waarmee de vegetatie kon groeien. Het dekzand raakte definitief begroeid, waarmee het reliëf van het pleistocene landschap als het ware werd vastgelegd.

Op de hogere delen van het dekzandlandschap heeft een podzolbodem kunnen ontwikkelen. In de lagere nattere zones ontwikkelde vaak veen (beekdalafzettingen) en werd klei afgezet nabij kleine beeklopen die het toenmalige landschap reeds doorsneden. Geomorfologie Op de geomorfologische kaart is het plangebied gekarteerd in een zone met dekzandwelvingen (kaartcode 3L51yc). In de omgeving van het plangebied zijn tevens de kaarteenheden 3K14 en 4K14 gekarteerd, die worden omschreven als dekzandrug, al dan niet met oud-bouwlanddek (Alterra 2017). Direct ten westen van het plangebied is bebouwing aanwezig (zie de geomorfologische kaart in bijlage 3). Actueel Hoogtebestand Nederland Op basis van het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) ligt het maaiveld in het plangebied op circa 26,5 m +NAP (bijlage 4; AHN3, bron: www.ahn.nl). Rondom het plangebied stijgt het maaiveld richting het zuidoosten naar ongeveer 28,7 m +NAP, terwijl het richting het noordoosten daalt naar circa 24 m +NAP. Bodem Volgens de bodemkaart ligt het plangebied op hoge zwarte enkeerdgronden in lemig fijn zand (kaartcode zEZ23, bijlage 5; Alterra 2017). Het opgebrachte bouwlanddek diende om te vruchtbaarheid en de waterhuishouding van het gebied te verbeteren (Stouthamer 2015).

Door het bemesten van de bouwlanden met potstalmest, vermengd met (heide)plaggen of plaggen uit de beekdalen, konden enkeerdgronden ontstaan, gronden die zich kenmerken door een donkere 14

humeuze bovenlaag (Doesburg et al. 2007). Het bouwlanddek kan gezorgd hebben voor de bescherming van het onderliggende dekzand, terwijl de aanleg ervan tevens kan hebben gezorgd voor de aantasting van het onderliggende dekzand en de hierin aanwezig bodem. Grondwatertrap De grondwatertrap is een maat voor de vochttoestand in de bodem. Informatie hieromtrent is vanuit archeologische optiek met name relevant met betrekking tot het bepalen van een verwachte mate van conservering van eventuele archeologische resten in het plangebied. Bij de hoge zwarte enkeerdgronden komt grondwatertrap VI voor. Dit duidt over het algemeen op relatief droge gronden waarbij de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) tussen 40 en 80 cm -Mv wordt aangetroffen en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) op een diepte van meer dan 120 cm -Mv. Met dergelijke lage grondwaterstanden en droge omstandigheden zullen in het plangebied alleen anorganische archeologische resten te verwachten zijn. Onverbrande organische resten zullen als gevolg van oxidatie en zure omstandigheden in de bodem binnen 120 cm -Mv grotendeels zijn verdwenen.

15

7.

Archeologische verwachtingen en bekende waarden

Wettelijk beschermde monumenten

Nee

AMK-terreinen

Nee

Archeologische vondstmeldingen

Nee

Archeologische verwachtingen Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Someren (bijlage 2) valt het plangebied binnen een gebied dat is aangeduid als categorie 2. Dit komt overeen met een hoge archeologische verwachting (Kortlang, 2011). Deze verwachting hangt samen met de ligging van het plangebied aan het historische bebouwingslint langs de Boerenkamplaan. Bekende waarden Het plangebied heeft volgens het centraal archeologisch informatiesysteem (Archis3) van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) geen archeologisch wettelijk beschermde status en is ook niet opgenomen op de Archeologische MonumentenKaart (AMK; bijlage 7). Ook zijn geen vondsten binnen het plangebied bekend en heeft binnen het plangebied nog niet eerder archeologisch onderzoek plaatsgevonden. In de omgeving van het plangebied zijn wel diverse terreinen van archeologische waarde en vondsten bekend. Degene die vanwege hun nabijheid en landschappelijke ligging relevant zijn voor het onderhavige plangebied, worden hieronder besproken. Onderzoeken en vondstmeldingen • Op circa 50 m afstand is een booronderzoek uitgevoerd aan de Boerenkamplaan tussen huisnummer 44 en 46. Hierbij is geconstateerd dat een natuurlijke veldpodzol door ontginning is verdwenen en opgenomen in het esdek. Vervolgonderzoek werd niet geadviseerd (onderzoeksmeldings-nummer 4027922100, Koeman / Schorn 2017).

• Op ongeveer 550 m afstand heeft een bureau- en booronderzoek plaatsgevonden, tussen huisnummer 22 en 24 aan de Boerenkamplaan. De bodemopbouw bleek verstoord tot in het dekzand, waarmee geadviseerd is het plangebied vrij te geven voor verdere ontwikkeling. Vanuit het bureauonderzoek werd een eerdgrond op een dekzandrug verwacht (onderzoeksmeldings-nummer 2201590100 / 2309386100, Krol et. al 2010). • Op circa 400 m afstand heeft een bureau- en booronderzoek plaatsgevonden aan de Hoeksestraat in Someren. Vanaf het maaiveld is de bodem tot een diepte van 60 cm -Mv vergraven. Daaronder ligt direct het dekzand. Resten van een plaggenbodem k of podzolvorming zijn niet aangetroffen. Vervolgonderzoek is niet geadviseerd (onderzoeksmeldingsnummer 4028157100, Exaltus / Orbons 2017). • Aan de Hoeksestraat heeft een bureau- en booronderzoek plaatsgevonden op circa 450 m afstand van het plangebied. Een lage verwachting geldt voor de periode Laat-Paleolithicum Vroege-Middeleeuwen, terwijl een hoge verwachting geldt voor de Late-Middeleeuwen Nieuwe tijd. De bodem bestond uit een Aap-horizont met daaronder een verstoorde bodemlaag. Op een diepte tussen 40 en 60 cm -Mv werd het dekzand aangetroffen. Van een intact bodemprofiel is geen sprake.

Geadviseerd werd een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een archeologische begeleiding, die (nog) niet heeft plaatsgevonden (onderzoeksmelding 2187651100, Deville / Rondags 2008). • Aan de Vlasakkers, perceel 4 te Someren, heeft een bureau- en booronderzoek plaatsgevonden op ongeveer 500 m afstand. Dit plangebied ligt op de overgang van een dekzandrug naar een relatief natte dekzandvlakte. Resten van bodemvorming werden 16

•

aangetroffen. Archeologische indicatoren werden niet aangetroffen in de boringen. Het advies luidde om het plangebied vrij te geven (onderzoeksmeldingsnummer 2153793100, Lascaris 2007). Aan de Zandstraat 44 te Someren op een afstand van circa 412 m van het plangebied is een bureauonderzoek met controleboringen uitgevoerd. Een plaggendek op een onverstoorde bodem werden verwacht, maar uit de boringen bleek dat sprake was van een C-horizont (dekzand), waarboven met een scherpe overgang een verstoord pakket aanwezig is. Geadviseerd is om het plangebied vrij te geven (onderzoeksmelding 2377037100, Dinter / Brijker 2013).

Concluderend bleek uit de booronderzoeken in de omgeving van het plangebied keer op keer dat de bodemopbouw niet intact is. Archeologische waarden zijn niet aangetroffen binnen een straal van circa 500 m van het plangebied.

17

8.

Historische situatie, huidig gebruik en bodemverstoringen

Historisch gebruik

Huis met erf, tuin, weiland

Huidig gebruik

Bebouwd, tuin

Bekende verstoringen

Onbekend

Historische achtergronden Aan de hand van de talloze onderzoeken die in Someren zijn uitgevoerd, is het duidelijk dat vanaf ongeveer de 8e eeuw het aantal boevenerven toeneemt (Kortlang / Ginkel 2016). Vanaf ongeveer de 14e eeuw worden de ‘woeste gronden’ ontgonnen en ontstaat Someren. Uit deze periode stamt de oude Lambertuskerk, met mogelijk een oorsprong in de 11e eeuw. Someren is ontstaan in het lager gelegen beekdal als lintbebouwing langs de huidige Floreffestraat en de Speelheuvelstraat. Op de hogere delen van het landschap werden akkers aangelegd, in oost-west georiënteerde percelen. Deze akkers zijn goed te herkennen op het kadastrale Minuutplan uit 1811 1832, circa 350 m ten oosten van het plangebied. Op deze kaart is het plangebied niet bebouwd. Het plangebied bevindt zich ter hoogte van perceel nummer 653, die volgens de Oorspronkelijk Aanwijzende Tafels in gebruik was als weiland (beeldbank.cultureelerfgoed.nl; figuur 3). Het plangebied is tot op heden onbebouwd gebleven (figuren 4 t/m 7). Het is achtereenvolgens in gebruik geweest als weiland, boomgaard en bouwland. Ten tijde van onderhavig onderzoek is het plangebied in het noordoosten bebouwd met een schuur. Het overig deel van het plangebied is onbebouwd en in gebruik als grasland.

Militair Erfgoed Volgens de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed, het Brabants Historisch Informatie Centrum en Traces of War kunnen binnen het plangebied resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren, zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen uit de Tweede Wereldoorlog (bron: www.ikme.nl). Volgens www.tracesofwar.com zijn er echter geen resten te verwachten uit de Tweede Wereldoorlog. De VEO Bommenkaart geeft geen indicatie dat vooronderzoek / opsporing van explosieven heeft plaatsgevonden in het plangebied (bron: www.explosievenopsporing.nl). Op basis van de Kaart van Verdedigingswerken in Nederland bestaan er geen aanwijzingen voor resten van strijd of verdedigingswerken uit overige periodes (bron: www.landschapinnederland.nl /militairelandschapskaart). Huidig gebruik en bodemverstoringen • Het plangebied was ten tijde van het onderzoek in gebruik als grasland en deels voorzien van klinkerverharding. De realisatie van de bebouwing uit de 19e eeuw in het plangebied kan hebben gezorgd voor een verstoring van de ondergrond. Van deze bebouwing zijn echter geen bouwtekeningen beschikbaar, waardoor de exacte diepte onbekend is.

• Er zijn geen gegevens bekend waaruit valt af te leiden of, en in hoeverre, de bodem in het plangebied door vroegere werkzaamheden in het terrein is verstoord (in omgevingsrapportage van Noord-Brabant, www.noord-brabant.omgevingsrapportage.nl). Voor zover bekend uit de kaart met uitgegeven ontgrondingsvergunning van Noord-Brabant, hebben geen ontgrondingen plaatsgevonden (Provincie Noord-Brabant, 2005, kaartbeeld niet opgenomen).

18

Figuur 3. Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Bron: RCE, www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl.

Figuur 4. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1900. Bron: www.topotijdreis.nl.

19

Figuur 5. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1929. Bron: www.topotijdreis.nl.

Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1963. Binnen het plangebied is een sloot/erfafscheiding aanwezig. Bron: www.topotijdreis.nl.

20

Figuur 7. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1982 met de huidige bebouwing. Bron: www.topotijdreis.nl.

21

9.

Gespecificeerde archeologische verwachting

Kans op archeologische waarden

Hoog

Periode

Laat-Paleolithicum B - Nieuwe tijd

Complextypen

Nederzettingsterreinen, vondstconcentraties, sporen van landgebruik en terreininrichting, grafvelden

Stratigrafische positie

Top van het dekzand In een mogelijk bouwlanddek

Diepteligging

Circa 35 - 50 cm -Mv

Archeologische verwachting en periode Op grond van de ouderdom van de verwachte afzettingen in het plangebied kunnen theoretisch gezien vindplaatsen uit de periode van het Laat-Paleolithicum B tot en met de Nieuwe tijd aanwezig zijn. Het plangebied ligt op een dekzandwelving. Dergelijke landschappelijke situaties zijn vanaf het LaatPaleolithicum B geschikt voor bewoning. In de omgeving van het plangebied zijn echter geen archeologische waarden aangetroffen bij gebrek aan een intacte bodemopbouw. Stratigrafische positie Archeologische resten uit de periode Laat-Paleolithicum B tot en met de Nieuwe tijd worden verwacht in de top van het dekzand, dat waarschijnlijk aan te treffen is onder een bouwlanddek of humeuze ophooglaag van 35 - 50 cm dikte. Vanaf de onderzijde van de bouwvoor en in een bouwlanddek kunnen reeds archeologische resten uit de Late-Middeleeuwen en de Nieuwe tijd worden aangetroffen. In de top van het dekzand kunnen, afhankelijk van de diepteligging en vochthuishouding, sporen van bodemvorming aanwezig zijn (waarschijnlijk B-horizonten). Deze sporen van bodemvorming zijn indicatief voor de mate van intactheid van het archeologisch niveau en de mogelijkheid op het aantreffen van archeologische vindplaatsen met vondststrooiingen, van met name bewerkt vuursteen en/of stenen artefacten, uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum in het plangebied.

Complextypen en omvang In het plangebied worden nederzettingsterreinen verwacht, maar ook sporen van landgebruik of grafvelden kunnen aanwezig zijn. •

•

Archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum en Mesolithicum worden verwacht in de vorm van kampementen, die zich kenmerken door een strooiing van vuursteen en houtskool en, eventueel, door grondsporen in de vorm van haardkuilen. Deze resten worden verwacht in de top van het dekzand, wanneer nog intact aanwezig. Dergelijke vindplaatsen beslaan over het algemeen een oppervlakte van enkele tientallen vierkante meters. Uit de Bronstijd tot en met de Nieuwe tijd bestaat de kans op het voorkomen van erven en nederzettingsterreinen, bestaande uit onder andere boerderijen, bijgebouwen en waterputten. Dergelijke nederzettingsterreinen, maar ook sporen van landgebruik en grafvelden, kunnen zich kenmerken door grondsporen en verkleuringen in de bodem en in mindere mate door de aanwezigheid van vondstmateriaal. Voor wat betreft de Nieuwe tijd is sprake van een verwachting op sporen van landgebruik.

Aanwezigheid en intactheid Bovenstaande archeologische verwachting is mede afhankelijk van de bodemopbouw en mate van intactheid van het bodemprofiel. Op historische kaarten is te zien dat in het plangebied in de 19e en 22

20e eeuw geen bebouwing aanwezig was. Het plangebied is in gebruik geweest als weiland, boomgaard en bouwland. Mogelijkerwijs hebben het aanplanten van bomen en ploegwerkzaamheden geleid tot bodemverstoringen. Om de intactheid van de bodem en de landschappelijke ligging van het plangebied vast te kunnen stellen en daarmee bovenstaande verwachting te kunnen toetsen is een booronderzoek uitgevoerd, dat is uitgewerkt in hoofdstuk 10.

23

10.

Resultaten veldonderzoek

Onderzoekstrategie

Verkennend booronderzoek

Aantal boringen

5

Type boor

Edelmanboor

Boordiameter

7 cm diameter

Maximale boordiepte

130 cm -Mv

Onderzoeksmethodiek Het doel van het booronderzoek is het toetsen van de gespecificeerde archeologische verwachting in het plangebied, zoals deze is opgesteld in Hoofdstuk 9. Hiertoe is in het plangebied een verkennend booronderzoek uitgevoerd (conform het Plan van Aanpak; Rap, 2020). De boringen zijn daarbij gebruikt om zowel de mate van intactheid van de bodem te bepalen als om de bodemopbouw vast te stellen. In totaal zijn in het plangebied vijf boringen gezet (boringen 1-5). Deze boringen zijn zo gelijkmatig mogelijk verdeeld over het plangebied. De boringen hebben een diepte tot maximaal 130 cm -Mv en zijn handmatig gezet met behulp van een Edelmanboor met een diameter van 7 cm. De boringen zijn gefotografeerd en beschreven volgens de NEN5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB; SIKB 2008). Alle grondmonsters zijn na beschrijving handmatig onderzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren (zoals bot, aardewerk, baksteen, bewerkt vuursteen en houtskool). De foto’s en beschrijvingen van de boringen zijn terug te vinden in bijlage 8 en 9. De locatie van de boringen is bepaald met behulp van een meetlint aan de hand van de bestaande topografie, de hoogteligging ten opzichte van NAP van de boorpunten is afgeleid van het AHN. De locaties van de boringen zijn weergegeven op kaart in bijlage 7.

Veldwaarnemingen Het gebied rondom de bestaande bebouwing was ten tijde van het veldonderzoek grotendeels begroeid met gras, alleen aan de noordoostzijde was sprake van wat bestrating en een deel van den schuur. Er waren bij het veldbezoek geen opmerkelijke maaiveldhoogteverschillen waar te nemen. Foto’s van het plangebied zijn weergegeven in figuur 8.

Figuur 8. Twee foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek op 20 november 2020. Links: foto genomen vanaf boring 4 richting boring 5 (opnamerichting: oosten). Rechts: foto vanaf boring 2 richting stal (opnamerichting: oosten).

24

Lithologie en bodemopbouw Aan de hand van de boringen is een vrij uniforme bodemopbouw geconstateerd. •

Vanaf maaiveld is sprake van een antropogeen verstoringspakket. Binnen alle boringen, behalve boring 1, is hierbinnen een onderscheid gemaakt tussen de bouwvoor en een eronder een verstoringslaag. De verstoringen reiken tot een diepte tussen 65 en 115 cm -Mv (26,11-25,35 m +NAP). Ze reiken het diepst rond de aanwezige klinkerverharding en stal (boringen 2-3 en 5). Daar hebben de verstoringen een diepst tussen 70 en 115 cm -Mv (26,11-25,35 m +NAP). In de andere twee boringen zijn de verstoringen minder diep: tot 65-70 cm -Mv (25,83 m +NAP). In de bouwvoor en de verstoringslagen zijn in alle boringen bouwpuin en plastic waargenomen, die duiden op een recente oorsprong.

•

Het dekzand bevond zich direct onder de verstoringslaag, dus op een diepte vanaf 65-115 cm -Mv (26,11-25,35 m +NAP). Het dekzand lag onder de grondwaterspiegel en is hierdoor gereduceerd (grijs gekleurd). In de top van het dekzand zijn geen sporen van bodemvorming of gleyverschijnselen waargenomen. Tevens was sprake van een scherpe overgang van het verstoringspakket naar het dekzand. Aan de hand hiervan is vastgesteld dat het dekzand is afgetopt.

Archeologische indicatoren De opgeboorde grondmonsters zijn verbrokkeld en doorzocht op de aanwezigheid van archeologische indicatoren. Het doorzoeken van de grondmonsters heeft geen bijzonderheden opgeleverd. In de bouwvoor en verstoringslaag was sprake van recent, rood bouwpuin en plastic. Archeologische interpretatie Aan de hand van de boringen is vastgesteld dat de oorspronkelijke bodemopbouw in het hele plangebied is verstoord. Een verstoringslaag ligt scherp begrensd op de top van het dekzand. In het dekzand is verder geen sprake meer van een podzolbodem of gley-verschijnselen. Aan de hand hiervan is het dekzand afgetopt. Doordat in geen enkele boring meer sprake was van een podzolbodem of gley-verschijnselen, is het moeilijk om vast te stellen hoeveel er van de oorspronkelijke ondergrond verdwenen is. Afgaande op onderzoeken in de omgeving, waarbij het dekzand voorkwam vanaf 40 à 60 cm -Mv, moet er van het dekzand echter tussen minimaal 20 en 50 cm zijn verdwenen (Deville / Rondags 2008). Er worden zodoende geen vondststrooiingen en zowel diepe als ondiepe grondsporen meer verwacht. De verstoringen zijn, op grond van historische kaarten, vermoedelijk veroorzaakt door ploegwerkzaamheden in het verleden. De hoge archeologische verwachting uit het bureauonderzoek moet dus naar laag worden bijgesteld.

25

11.

Beantwoording onderzoeksvragen

•

Hoe heeft het plangebied oorspronkelijk in het natuurlijk landschap gelegen? Op grond van het bureauonderzoek bevindt het plangebied zich in een gebied met dekzandwelvingen.

•

Zijn er binnen de bodemopbouw archeologisch relevante niveaus te onderscheiden en hoe diep liggen deze? Bij het booronderzoek zijn geen archeologisch relevante niveaus aangetroffen. De bodemopbouw was volledig verstoord.

•

In hoeverre zijn de archeologisch relevante niveaus nog intact (verstoring, erosie, afdekkend substraat)? De bodemopbouw in het plangebied is volledig verstoord. Dit blijkt uit de scherpe begrenzing waarmee een (sub)recent verstoringspakket met daarin plastic en puin bovenop de natuurlijke C-horizont ligt. Er is geen podzolgrond aangetroffen en in het dekzand is geen sprake van gleyverschijnselen. De verstoringen zijn vermoedelijk veroorzaakt door ploegwerkzaamheden in het verleden.

•

Wat is de archeologische verwachting van het plangebied en in hoeverre is deze te differentiëren in laag, middelhoog en hoog? Bij het bureauonderzoek is een hoge archeologische verwachting vastgesteld voor alle perioden. Op basis van het booronderzoek kan de verwachting in het geheel naar laag worden bijgesteld.

26

12.

Conclusie en advies

Conclusie In het bureauonderzoek is vastgesteld dat sprake is van een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit het Laat-Paleolithicum B - Nieuwe tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de veronderstelde ligging van het plangebied op een dekzandwelving, waarop een oud-bouwlanddek aanwezig is. Gezien de ouderdom van het dekzand bestaan er bewoningsmogelijkheden vanaf het Laat-Paleolithicum. Het oud-bouwlanddek is vermoedelijk ontstaan vanaf de 11e eeuw. Deze kan eronder gelegen afzettingen, en de daarin eventueel aanwezige archeologische resten, hebben behoed van recentere verstoringen. Op historische kaarten is in het plangebied geen bebouwing weergegeven. Op grond hiervan bestond een lage verwachting op bebouwingsresten uit de LateMiddeleeuwen/Nieuwe tijd. Er werd wel rekening gehouden met resten van landgebruik of eventuele erf gerelateerde resten. Tijdens het booronderzoek is geconstateerd dat de bodemopbouw in het gehele plangebied tot in de C-horizont is verstoord. De verstoringen reiken tot een diepte van 65 - 115 cm -Mv (25,76 - 25,20 m +NAP). In de verstoringslagen is zowel plastic als recent, machinaal vervaardigd baksteenpuin aangetroffen. In het dekzand is geen sprake (meer) van podzolgronden of van gley-verschijnselen. Op basis hiervan is een aanzienlijk deel van het dekzand afgetopt.

Dit blijkt ook uit onderzoeken in de omgeving, waarbij de top van het dekzand aangetroffen is vanaf een diepte van 40-60 cm -Mv. Aan de hand hiervan is in het plangebied zo’n 20 à 50 cm van het oorspronkelijke dekzand verdwenen. Op grond hiervan en op grond van de scherpe grens tussen het antropogene verstoringspakket en het dekzand, worden zowel geen vondstlagen als grondsporen meer verwacht. De archeologische verwachting uit het bureauonderzoek kan hiermee in het gehele plangebied naar laag worden bijgesteld. Advies In het plangebied bestaat het voornemen om een ruimte-voor-ruimte woning te realiseren met een oppervlakte van ongeveer 1785 m2. De diepte van de bouwwerkzaamheden is nog niet bekend. Voor de nieuwbouwplannen vindt een bestemmingsplanwijziging plaats. Omdat middels het archeologisch vooronderzoek is vastgesteld dat het plangebied een lage archeologische verwachting heeft, adviseert Transect b.v. geen dubbelbestemming archeologie op te nemen in het nieuwe bestemmingsplan. Dit betekent dat ook wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven voor de toekomstige bouwwerkzaamheden. Bovenstaande vormt een advies. Op grond van de resultaten van het rapport en het advies zal het bevoegd gezag (de gemeente Someren) een selectiebesluit nemen over de daadwerkelijke omgang met eventueel aanwezige archeologische waarden binnen het plangebied.

27

13.

Geraadpleegde bronnen

Archeologische kaarten en databestanden • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •

Archeologische Monumenten Kaart (AMK), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2007. Archeologisch Informatie Systeem (Archis3), Rijksdienst voor Cultureel erfgoed (RCE), Amersfoort, 2015. Geologische Overzichtskaart van Nederland (2010), TNO. Geomorfologische kaart van Nederland (2017), Alterra. Bodemkaart van Nederland (2015), Alterra. Ontgrondingenkaart van de Provincie Noord-Brabant (2005). www.ahn.nl www.ruimtelijkeplannen.nl www.planviewer.nl www.dans.easy.knaw.nl www.pdok.nl www.topotijdreis.nl www.bodemloket.nl www.dinoloket.nl www.edugis.nl www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl www.ikme.nl www.landschapinnederland.nl /militaire-landschapskaart www.noord-brabant.omgevingsrapportage.nl Heemkundevereniging De Hooge Dorpen, www.heemkundevereniging.nl www.bhic.nl

Literatuur • • • • •

• •

•

•

Alterra, 2017. De geomorfologische kaart van Nederland, Wageningen. Berendsen, H.J.A., 2008. Landschap in delen, Van Gorcum, Assen. Deville, T., E. Rondags, 2008. Inventariserend veldonderzoek, deel karterend. Hoeksestraat te Someren, Synthegra b.v., (Synthegra Archeologie Rapport P0502836). Dinter, M., J.M. Brijker, 2013. Zandstraat 44, Someren. Een bureauonderzoek met controleboringen, ADC-Archeoprojecten, Amersfoort. Doesburg, J. van, M. de Boer, J. Deeben, B.J. Groenwoudt & T. de Groot (red.), 2007. Essen in zicht. Essen en plaggendekken in Nederland: onderzoek en beleid. NAR 34, Rijksdienst voor Archeologie, Cultuurlandschap en Monumenten, Amersfoort. Exaltus, R., J. Orbons, 2017. Hoeksestraat, Someren. Gemeente Someren. Inventariserend Veldonderzoek (IVO-O); Bureauonderzoek en verkennend booronderzoek, ArcheoPro, Eijsden. Koeman, S.M., E.A. Schorn, 2017. Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek, verkennende fase. Boerenkamplaan ong. (tussen huisnr. 44 en 46) te Someren. Gemeente Someren, KSP Archeologie, Duiven. Kortlang, F., 2011. Nota Archeologiebeleid gemeente Someren. Naar een implementatie van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg in het gemeentelijke beleid, ArchAeO Archeologische Advisering en Ondersteuning, Eindhoven (ArchAeO-Rapport 0912). Kortlang, F. en E. van Ginkel, 2016. Voordat Someren Someren werd.

Archeologie van een dekzandeiland, Utrecht (Uitgeverij Matrijs). 28

• • •

Krol, T.N, M. Rem, A. Stoker, 2010. Archeologisch bureau- en booronderzoek Boerenkamplaan, tussen huisnummer 22 en 24 te Someren (NB), MUG Ingenieursbureau b.v., Leek. Lascaris, M.A. 2007. Verslag van het archeologisch bureau- en booronderzoek Someren Vlasakkers, perceel 4 (Kanters), ACVU-HBS, Amsterdam. Stouthamer, E., K.M. Cohen, en W.Z. Hoek. De vorming van het Land, Utrecht: Perspectief Uitgevers, 2015.

Figuren • •

• • • • • •

Figuur 1. Ligging van het plangebied op een topografische kaart uit 2018. Bron: www.pdok.nl. Figuur 2. Het plangebied (rood omlijnd) maakt deel uit van een groter perceel (lichtgroen omlijnd). Bron: pdok.nl. Figuur 3. Het plangebied (rood omlijnd) op het Kadastrale Minuutplan uit 1811-1832. Bron: RCE, www.beeldbank.cultureelerfgoed.nl. Figuur 4. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1900. Bron: www.topotijdreis.nl. Figuur 5. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1929. Bron: www.topotijdreis.nl. Figuur 6. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1963. Binnen het plangebied is een sloot/erfafscheiding aanwezig. Bron: www.topotijdreis.nl. Figuur 7. Het plangebied (rood omlijnd) op een topografische kaart uit 1982 met de huidige bebouwing. Bron: www.topotijdreis.nl. Figuur 8. Twee foto's van het plangebied ten tijde van het veldonderzoek op 20 november 2020. Links: foto genomen vanaf boring 4 richting boring 5 (opnamerichting: oosten). Rechts: foto vanaf boring 2 richting stal (opnamerichting: oosten).

29

Archeologische periode-indeling voor Nederland Periode

Deel-/subperiode

Recent

Van

Tot

1945 na Chr.

2050 na Chr.

Nieuwe Tijd

Late-Nieuwe tijd Midden-Nieuwe tijd Vroege-Nieuwe tijd

1850 na Chr. 1650 na Chr. 1500 na Chr.

1945 na Chr. 1850 na Chr. 1650 na Chr.

Middeleeuwen

Late-Middeleeuwen B Late-Middeleeuwen A Vroege-Middeleeuwen D Vroege-Middeleeuwen C Vroege-Middeleeuwen B Vroege-Middeleeuwen A

1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr. 450 na Chr.

1500 na Chr. 1250 na Chr. 1050 na Chr. 900 na Chr. 725 na Chr. 525 na Chr.

Romeinse Tijd

Laat-Romeinse tijd B Laat-Romeinse tijd A Midden-Romeinse tijd B Midden-Romeinse tijd A Vroeg-Romeinse tijd B Vroeg-Romeinse tijd A

350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr. 12 voor Chr.

450 na Chr. 350 na Chr. 270 na Chr. 150 na Chr. 70 na Chr. 25 na Chr.

IJzertijd

Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd

250 voor Chr. 500 voor Chr. 800 voor Chr.

12 voor Chr. 250 voor Chr. 500 voor Chr.

Bronstijd

Late-Bronstijd Midden-Bronstijd B Midden-Bronstijd A Vroege-Bronstijd

1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr. 2000 voor Chr.

800 voor Chr. 1100 voor Chr. 1500 voor Chr. 1800 voor Chr.

Neolithicum

Laat-Neolithicum B Laat-Neolithicum A Midden-Neolithicum B Midden-Neolithicum A Vroeg-Neolithicum B Vroeg-Neolithicum A

2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr. 5300 voor Chr.

2000 voor Chr. 2450 voor Chr. 2850 voor Chr. 3400 voor Chr. 4200 voor Chr. 4900 voor Chr.

Mesolithicum

Laat-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Vroeg-Mesolithicum

6450 voor Chr. 7100 voor Chr. 8800 voor Chr.

4900 voor Chr. 6450 voor Chr. 7100 voor Chr.

Paleolithicum

Jong-Paleolithicum B Jong-Paleolithicum A Midden-Paleolithicum Vroeg-Paleolithicum

18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP -

8.800 voor Chr. 18.000 BP 35.000 BP 300.000 BP

30

Beleidskaart Archeologie

31

Geomorfologie

32

Maaiveldhoogte

33

Bodem

34

Archeologische waarden en onderzoeken

35

Boorpuntenkaart

36

Foto’s van boringen Foto van representatieve boringen uit het plangebied. De boorkernen zijn uitgelegd per 50 cm -Mv, waarbij het maaiveld links begint. Bij de boorkernen van de Edelmanboor wijst de onderzijde (het diepste punt) naar boven.

Boring 1.

Boring 4.

Boring 5.

37

Bijlage 9.

Boorbeschrijvingen

38

boring: 20949-1 beschrijver: JR, datum: 20-11-2020, X: 178.586, Y: 375.815, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51H, hoogte: 26,48, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: goed, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Someren, plaatsnaam: Someren, opdrachtgever: Van Doormaal Advies, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 26,48 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd, interpretatie: bouwvoor Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald) Opmerking: fijn puin

65 cm -Mv / 25,83 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, zeer fijn, interpretatie: dekzand Litho-stratigrafie: Formatie van Boxtel Bodemkundig: C-horizont, volledig gereduceerd, interpretatie: verstoord

Einde boring op 80 cm -Mv / 25,68 m +NAP

boring: 20949-2 beschrijver: JR, datum: 20-11-2020, X: 178.612, Y: 375.818, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51H, hoogte: 26,50, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: goed, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Someren, plaatsnaam: Someren, opdrachtgever: Van Doormaal Advies, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 26,50 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd, interpretatie: bouwvoor Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)

45 cm -Mv / 26,05 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd, interpretatie: verstoord Opmerking: puin/plastic, zeer brokkig

115 cm -Mv / 25,35 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, zeer fijn, interpretatie: dekzand Litho-stratigrafie: Formatie van Boxtel Bodemkundig: C-horizont, volledig gereduceerd, interpretatie: verstoord

Einde boring op 130 cm -Mv / 25,20 m +NAP

1

boring: 20949-3 beschrijver: JR, datum: 20-11-2020, X: 178.648, Y: 375.821, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51H, hoogte: 26,40, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: goed, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Someren, plaatsnaam: Someren, opdrachtgever: Van Doormaal Advies, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 26,40 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd, interpretatie: bouwvoor Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)

35 cm -Mv / 26,05 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd, interpretatie: verstoord Opmerking: puin/plastic, zeer brokkig

45 cm -Mv / 25,95 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd, interpretatie: verstoord Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)

70 cm -Mv / 25,70 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, zeer fijn Bodemkundig: volledig gereduceerd, interpretatie: verstoord Opmerking: dekzand, top verstoord

Einde boring op 100 cm -Mv / 25,40 m +NAP

boring: 20949-4 beschrijver: JR, datum: 20-11-2020, X: 178.603, Y: 375.800, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51H, hoogte: 26,56, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: goed, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Someren, plaatsnaam: Someren, opdrachtgever: Van Doormaal Advies, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 26,56 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd, interpretatie: bouwvoor Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)

20 cm -Mv / 26,36 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd, interpretatie: verstoord Opmerking: puin/plastic, zeer brokkig

45 cm -Mv / 26,11 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, zeer fijn, interpretatie: dekzand Litho-stratigrafie: Formatie van Boxtel Bodemkundig: C-horizont, volledig gereduceerd, interpretatie: verstoord

Einde boring op 80 cm -Mv / 25,76 m +NAP

2

boring: 20949-5 beschrijver: JR, datum: 20-11-2020, X: 178.631, Y: 375.806, precisie locatie: 1 m, coördinaatsysteem: Rijksdriehoeksmeting, kaartblad: 51H, hoogte: 26,53, precisie hoogte: 1 dm, referentievlak: Normaal Amsterdams Peil, methode hoogtebepaling: AHN bestand, boortype: Edelman-7 cm, doel boring: archeologie - verkenning, landgebruik: grasland, vondstzichtbaarheid: goed, provincie: Noord-Brabant, gemeente: Someren, plaatsnaam: Someren, opdrachtgever: Van Doormaal Advies, uitvoerder: Transect b.v.

0 cm -Mv / 26,53 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: diffuus (3-10 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd, interpretatie: bouwvoor Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)

15 cm -Mv / 26,38 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, lichtbruingrijs, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd Opmerking: plastic/puin, zeer brokkig

35 cm -Mv / 26,18 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm), aard ondergrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, zwak humeus, grijsbruin, zeer fijn, spoor wortelresten Bodemkundig: volledig geoxideerd, interpretatie: verstoord Archeologie: fragmenten bouwpuin (onbepaald)

70 cm -Mv / 25,83 m +NAP Algemeen: aard bovengrens: abrupt (<0,3 cm) Lithologie: zand, matig siltig, grijs, zeer fijn, interpretatie: dekzand Litho-stratigrafie: Formatie van Boxtel Bodemkundig: C-horizont, volledig gereduceerd, interpretatie: verstoord

Einde boring op 100 cm -Mv / 25,53 m +NAP

3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12544179/1