CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting - bijlage 3 archeologisch onderzoek

Gemeenteraad 16 mei 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Hollestraat ong. naast 33 Someren11.486 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

haarnaald-speld-pen-sieraad Haardkuil Hak halffabrikaat Halffabrikaat spits hals halssieraad hamer hanger Hazendonk heft/handvat helm Hengsel Huisgreppel Hoogglans/sikkelglans Hoefindrukken Houtskool Hoogkarspel Hutteleem hoefijzer hond Hout Humus Hutkom verbrande leem huttenleem

afkorting HVAT HVS id IJZ IJZER IJZL IJZM IJZV IKAW IN IN INDET INDET INDUSTR ing inkerf INKTPOT ist IVO IVO-B IVO-P j JADE JASPIS jd K k K. EIND KACHEL KAL KALENDER KALK KAM KAMSTRK KAN KANDELR KANDELR KAP KAPFIB KAT KAW KB HB KBBEKER KBW KEIL KEILM KEL KELK KER KER KERFSNED KERN KERN KERNPRE KERNVER KETEL KETTING KEULS KGO KGP KGR KGV KIE KL KL KLAP KLEDING KLEURLS KLING KLINGKERN KLOMP KLOP km KNA KNIEFIB KNIKKER KNIKPOT KNOOP KNOP KNOPPEN KOKER KOM KPY KRAAL KRAM kras KROM KRUIK KRUIKAMF KS Ks1 Ks2 Ks3 Ks4 KSC KUB KURKURN KWA KWAG KWARTS Kz1 Kz2 Kz3 L l L. EIND LAARS LANGERW LANSPUNT LAPPENS LAT LAT LATENE LBK LEE LEEM LEI LEPEL LG LIN LME LMEA LMEB LO LOK LOKOX LOKRED LOOD LOPER LR LS Lz1 Lz2 m m² MA MAA

betekenis Handvat, dikke steel Hilversum identiek aan IJzertijd ijzerkiezel Late-IJzertijd Midden-IJzertijd Vroege-IJzertijd Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden Inhumatie Inhumatiegraf Ondetermineerbaar Artefactcategorie niet te bepalen industrieel wit ingenieur Inkerving/versiering inktpot interstadiaal Inventariserend Veldonderzoek Inventariserend Veldonderzoek Boren Inventariserend Veldonderzoek Proefsleuven ja Jadeiet Jaspis jonger dan klei kolom Korte eindschrabber kacheltegel Kalk kalenderbergversiering Kalksteen kam kam(streek)versiering kan kandelaar kandelaar Kap/tablet slagvlak kapfibula kat Aardewerk vaatwerk Kb/vroege bronstijd-hamerbijl Klokbeker Bouwaardewerk Keil Keilmesser Kelder kelk Aardewerk keramiek kerfsnee Kern Kernsteker Kernpreparatiestuk Kernvernieuwings-/kerncorrectiestuk ketel ketting Keuls Ovale kringgreppel kogelpot Ronde kringgreppel Vierkante kringgreppel Kiezel Kleibrokken Kuil Klappersteen kleding kleurloos Kling Klingkern klomp Klopsteen (klopsporen en slijpvlakken) kilometer Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie kniefibula knikker knikwandpot knoop Knop knoppenfibula koker kom, schaal Pijpen kraal kram Krassen Krombeksteker kruik kruikamfoor Karrespoor zwak siltige klei matig siltige klei sterk siltige klei uiterst siltige klei Sculpturen Kubussteen kurkurn Kwarts (ongebroken) Kwart (gebroken) Kwartsiet zwak zandige klei matig

zandige klei sterk zandige klei leem licht Lange eindschrabber laars Langerwehe lans-/speerpunt lappenschaal Latrine Lateraal (zijkant) Latene Lineaire bandkeramiek Leer Leem Leisteen lepel Laag Lineair Late-Middeleeuwen Late-Middeleeuwen A Late-Middeleeuwen B Ophogingslaag lokaal lokaal oxiderend lokaal reducerend loodglazuur Loper Leer Stortlaag zwak zandige leem sterk zandige leem meter vierkante meter Master of Arts Machinale aanleg

Blad: 1/2

Bijlage Verklarende Woordenlijst Allerød tijd antropogeen ARCHIS-melding artefact bioturbatie Bølling tijd

castellum castra conservering

Korte, relatief warme periode uit het Laat-Glaciaal (Weichselien), ca. 11.800-11.000 jaar geleden. Ten gevolge van menselijk handelen (door mensen veroorzaakt/gemaakt). Elke melding bij het centraal informatiesysteem (ARCHIS). Alle door de mens vervaardigde of gebruikte voorwerpen. Verstoring van de oorspronkelijke bodemstructuur en/of transport van materiaal door plantengroei en dierenactiviteiten. Korte, relatief warme periode uit het Laat-Glaciaal (Weichselien), ca. 13.500-12.000 jaar geleden. Tijdvak, onderafdeling van het Holoceen, gekarakteriseerd door een gematigd en continentaal klimaat en een bebost landschap gedomineerd door loofbomen (datering ca. 6800-5500 voor Chr.). Gronden die aan de rivierzijde van een dijk liggen. In het buitendijkse gebied liggen de uiterwaarden. (ook wel C14- of C14-datering) Bepaling van gehalte aan radio-actieve koolstof 14C van organisch materiaal (hout, houtskool, veen, schelpen e.d.) waaruit de 14C-ouderdom kan worden afgeleid. Deze ouderdom wordt opgegeven in jaren vóór4 1950 na Chr. (jaren BP) met daaraan toegevoegd de aan de meting verbonden mogelijke afwijking (standaarddeviatie). Romeins legerkamp. Romeins legerkamp voor legioenen Mate waarin grondsporen, anorganische en organische archeologische resten bewaard zijn.

couperen

Het maken van één of meer verticale doorsneden door een spoor of laag om de aard, diepte, vullingen, vorm en relaties met andere fenomenen vast te stellen.

crematie crevasse cultuurdek dagzomen debiet

Edelmanboor eolisch ex situ esdek fibula fluviatiel fluvioglaciaal fluvioperiglaciaal gaafheid genese

Begraving met gecremeerd menselijk bot. Doorbraakgeul door een oeverwal. 30 tot 50 cm dikke cultuurlaag, soms opgebracht (vergelijkbaar met een es, maar minder dik), soms ontstaan door diepploegen. Aan de oppervlakte komen, zichtbaar worden van gesteenten (met inbegrip van zand, klei, etc.). Het aantal m3 water dat op een bepaald punt in een rivier per seconde passeert. Fijnzandige afzettingen die onder periglaciale omstandigheden voornamelijk door windwerking ontstaan zijn; de dekzanden van het Weichselien vormen in grote delen van Nederland een 'dek' (Saalien: Formatie van Eindhoven; Weichselien: Formatie van Twente). Laatste gedeelte van het Laat-Weichselien, ca. 20.000-10.000 jaar geleden. Interglaciaal tussen Saalien en Weichselien (resp. voorlaatste en laatste glaciaal), ca. 130.000-120.000 jaar geleden. Dikke eerdgrond (=laag met donkere, min of meer rulle grond, met organische en anorganische bestanddelen) ontwikkeld op zandgrond onder invloed van de mens; worden ook wel essen genoemd. Een handboor voor bodemonderzoek. Door de wind gevormd, afgezet. Achtergebleven op andere plaats dan waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren. Dikke humeuze laag ontstaan door eeuwenlange bemesting; beschermt de oorspronkelijke bodem tegen ploegen en andere verstoringen mantelspeld Door rivieren gevormd, afgezet.

Door smeltwater (afkomstig van gletsjers) afgezet. Door stromend water onder periglaciale omstandigheden afgezet. Mate van (fysieke) verstoring van de bodem, zowel in verticale zin (diepte) als in horizontale zin (omvang). Wording, ontstaan.

grondmorene

Het door het landijs aangevoerde en na afsmelten achtergebleven mengsel van leem, zand en stenen. De afzetting wordt vaak aangeduid als keileem.

havezate Holoceen horizont humeus ijzeroer inhumatie in situ interstadiaal kom kronkelwaard kwel laag leem limes lithologie löss lutum meander meanderen

oeverafzetting

Ridderlijk goed of kasteel in de oostelijke provincies. Jongste geologisch tijdvak (vanaf de laatste IJstijd: ca. 8800 jaar voor Chr. tot heden). Kenmerkende laag binnen de bodemvorming. Organische stoffen bevattend; bestaande uit resten van planten en dieren in de bodem. IJzeroxidehydraat, een ijzererts dat vooral in vlakke landstreken, in dalen en moerassige gebieden op geringe diepte voorkomt. Begraving met niet gecremeerd menselijk bot Achtergebleven op exact de plaats waar de laatste gebruiker het heeft gedeponeerd, weggegooid of verloren. Een warmere periode tijdens een glaciaal. Laag gebied waar na overstroming van een rivier vaak water blijft staan en klei kan bezinken. Deel van een stroomgebied omgeven - en grotendeels opgebouwd - door een meander. Door hydrostatische druk aan het oppervlakte treden van grondwater Een vervolgbare grondeenheid die op archeologische of geologische gronden als eenheid wordt onderscheiden. Samenstelling van meer dan 50% silt, minder dan 50% zand en minder dan 25% klei Grens (meer in het bijzonder de noordgrens van het Romeinse rijk). Wetenschap die zich bezighoudt met de beschrijving en het ontstaan van de sedimentaire gesteenten. Eolisch (=wind-)a afzetting van zeer fijnkorrelig materiaal waarvan het overgrote deel van de korrels (60-85%) kleiner is dan 63 Fm.

Kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm Min of meer regelmatige lusvormige rivierbocht (genoemd naar de Meander in Klein Azië, thans Menderes). (van rivieren of beken) Zich bochtig door het landschap slingeren. Type laat-middeleeuws kasteel (vaak een ronde burcht met toren) waarvoor het kenmerkend is dat het is geplaatst op een meestal kleine, kunstmatige verhoging. Rug langs een rivier, bestaande uit overwegend kleiafzettingen.

oeverwal

Langgerekte rug langs een rivier of kreek, ontstaan doordat bij het buiten de oevers treden van de stroom het grovere materiaal het eerst bezinkt.

oxidatie palynologie

Reactie met zuurstof (roesten/corrosie bij metalen; 'verbranding' bij veen). Zie pollenanalyse. Oud verhoogd bouwland, ontstaan door ophoging ten gevolge van bemesting. Voor de bemesting werden plaggen of met zand vermengde potstalmest opgebracht. Gebied waarbinnen de realisering van de planvorming het bodemarchief kan bedreigen Geologisch tijdperk dat ca. 2,3 miljoen jaar geleden begon. Gedurende deze periode waren er sterke klimaatswisselingen van gematigd warm tot zeer koud (de vier bekende IJstijden). Na de laatste IJstijd begint het Holoceen (ca. 8800 voor Chr.). Koudste periode van de laatste IJstijd, het Weichselien, ca. 20.000-13.000 jaar geleden. Bodem met een uitspoelingslaag (E-horizont) en een inspoelingslaag (B-horizont). Het proces van het uitlogen van de E-horizont en de vorming van een Bhorizont door inspoeling van amorfe humus en ijzer wordt podzolering genoemd. De bestudering van fossiele stuifmeelkorrels en sporen waardoor een beeld van de vegetatiegeschiedenis gevormd kan worden. Uit de vegetatiegeschiedenis kan het klimaat worden gereconstrueerd. Uitgediepte veestal. Dat deel van de geschiedenis waarvan geen geschreven bronnen bewaard zijn gebleven. Kleine veldschans (die alleen uitspringende en geen inspringende hoeken heeft). Door uitstuiving uit een riviervlakte hierlangs ontstaan duin (in Nederland meestal Weichselien of Vroeg Holoceen van ouderdom).

Voorlaatste glaciaal, waarin het landijs tot in Nederland doordrong (vorming stuwwallen), ca. 200.00-130.000 jaar geleden. Zeer fijn sediment met grootte 0,002-0,063 mm Plaats waar in het verleden menselijke activiteit heeft plaatsgevonden. Steenachtig afval van metaal- of glasproductie Het hellingafwaarts bewegen van met water verzadigd verweringsmateriaal, o.a. bij permafrost (een permanent bevroren ondergrond). Op palen geplaatst opslaghuisje voor granen. Met water gevulde, van de hoofdstroom afgesneden-'dode'- meander. Opeenvolging van lagen in de bodem. De ligging der lagen betreffend. Het geheel van rivieroeverwal-, rivierbedding- en kronkelwaard-afzettingen, al dan niet met restgeul(en). Oude riviergeul die zodanig is opgehoogd met zandige afzettingen dat de rivier een nieuwe loop heeft gekregen; blijven door inklinking van de komgebieden als een rij in het landschap liggen. Door de druk van het landijs in het Saalien opgedrukte rug van scheefgestelde preglaciale sedimenten. Door een rivier verlaten en daarna versneden dalbodem. Meerdere met elkaar in ruimte, tijd en functioneel opzicht samenhangende sporen. Minerale gronden zonder duidelijke podzol-B-horizont, zonder briklaag en zonder minerale eerdlaag. Proces van bodemvorming waarbij de bodem egaal (roest)bruin van kleur wordt.

Een burgelijke nederzetting uit de Romeinse tijd met een stedelijk karakter maar zonder stadsrechten. Ruimtelijk begrensd gebied waarbinnen zich archeologische informatie bevindt. Geologische periode (laatste ijstijd, waarin het landijs Nederland niet bereikte), ca. 120.000-10.000 jaar geleden. Grondsoort die tussen 8 en 25% lutum (kleideeltjes kleiner dan 0,002 mm) bevat. Mate waarin een bepaald type monument schaars is (of is geworden) voor een periode of in een gebied.

Boreaal Buitendijks 14C-datering

dekzand Dryas Eemien enkeerdgronden

motte

plaggendek plangebied Pleistoceen Pleniglaciaal podzol pollenanalyse potstal Prehistorie redoute rivierduin Saalien silt site slak solifluctie spieker strang stratigrafie stratigrafisch stroomgordel stroomrug stuwwal terras (rivier-) structuur vaaggronden verbruining vicus vindplaats Weichselien zavel zeldzaamheid

Blad: 1/ 1

IVO-P/DAO aan de Hollestraat te Someren, evaluatierapport

Archeodienst BV

Bijlage 8: Periodentabel

39

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13999552/1