Toelichting - Bijlage 10
Tekst van het document
Postbus 290 5710 AG Someren Telefoon (0493) - 494888 fax (0493) – 494850
Nota van zienswijzen bestemmingsplan Hoeksestraat ong. Someren NL.IMRO.0847.BP02022029-OW01
Inhoud 1.
Inleiding ............................................................................................................................................................................................ 3
2.
Gemeentelijke beantwoording ........................................................................................................................................................... 4
2.1
Omwonende ..................................................................................................................................................................................... 4
3.
Conclusie ........................................................................................................................................................................................... 9
Bijlage 1: publicatie ................................................................................................................................................................................ 10 Bijlage 2: Ingekomen zienswijze............................................................................................................................................................. 11
2
1.
Inleiding
Het college van burgemeester en wethouders heeft ingestemd met het
Bijlage 1 geeft de publicatie weer. In bijlage 2 en 3 zijn de ingekomen
ontwerpbestemmingplan Hoeksestraat ongenummerd en besloten dit
zienswijzen weergegeven.
plan vrij te geven voor zienswijzen. Op donderdag 2 februari 2023 heeft het college door publicaties in het Contact en het gemeenteblad (via www.officielebekendmakingen.nl) de terinzagelegging voor 6 weken, vanaf 3 februari 2023, aangekondigd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 3 februari 2023 tot en met 17 maart 2023 ter inzage gelegen. Een ieder kon mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren brengen. Er is een schriftelijke zienswijze ontvangen van: •
Provincie Noord-Brabant, gedateerd op 27 februari 2023, ontvangen op 27 februari 2023;
•
Omwonende, gedateerd op 13 maart 2023, ontvangen op 14 maart 2023.
Er zijn binnen de gestelde termijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht. In deze nota van zienswijzen wordt in hoofdstuk 2 de ingekomen zienswijze van een gemeentelijke beantwoording voorzien. Wij vatten daarbij de zienswijze samen en voorzien deze als zodanig van commentaar. De zienswijze wordt in zijn geheel beoordeeld. Hoofdstuk 3 geeft de conclusie die voortkomt uit de beantwoording van de zienswijze.
3
2.
Gemeentelijke beantwoording
De ingediende zienswijze wordt hierna samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd, niet bij de beoordeling worden betrokken. De zienswijze is in zijn geheel beoordeeld.
2.1
Provincie Noord-Brabant Provincie Noord-Brabant, gedateerd en ingekomen op 27 februari 2023
2.1.1
Zienswijze
Gemeentelijke reactie
Bij brief van 7 december 2016, kenmerk C2198067/4120886, heeft
Dit betreft een ontwikkeling aan de Hoeksestaat die destijds niet in die
ons Team uitvoering Wro gereageerd op het voorontwerp. Deze brief
vorm is doorgegaan. Onderhavige ontwikkeling is besproken tijdens
en uw reactie hierop liggen mede aan onze zienswijze ten grondslag.
het afstemmingsoverleg tussen gemeente en provincie op 6 oktober 2022. Afgesproken is toen dat dit plan door kon naar de ontwerpfase.
2.1.2
Wij hebben beoordeeld dat de beoogde locatie voor de realisatie van de ruimte-voor-ruimte woning een aanvaardbare locatie is en deze ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van dit gebied. Hiermee wordt voldaan aan enkele belangrijke voorwaarden voor de ontwikkeling van een ruimte-voor-ruimte woning. Echter hebben wij geconstateerd dat aan één belangrijke voorwaarde nog niet wordt voldaan. Ingevolge artikel 3.79 lid 1 onder a van de (gewijzigde) IOV dient sprake te zijn van een aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit en dit betekent dat voor het oprichten van een ruimte-voor-ruimte woning een bouwtitel moet worden aangekocht. Op dit moment is er echter nog geen ruimte-voor-ruimte titel aangekocht. Wij merken op dat dergelijke titel moet zijn verkregen voordat het plan wordt vastgesteld.
Voor vaststelling wordt de titel aangekocht en bij de stukken gevoegd.
2.1.3
In het kader van de kwaliteitsverbetering willen wij u er wel op
Er wordt in de regels naar het verkeerde artikel verwezen. Dit moet
wijzen dat artikel 3.9 lid 2 a. van de IOV bepaalt dat deze
artikel 10.4.1 onder b zijn. Daarin wordt ook naar bijlage 1 verwezen.
kwaliteitsverbetering financieel, juridisch en feitelijk moet zijn
Deze verwijzing wordt gecorrigeerd.
geborgd in het plan. Voor de realisatie en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing is een voorwaardelijke
In artikel 10.5.2 wordt een verwijzing naar bijlage 1 toegevoegd.
gebruiksbepaling opgenomen in de artikelen 10.5.1 en 10.5.2. Hier wordt echter ook verwezen naar artikel 10.2.1. lid b. en dit artikel ontbreekt in de planregels. Daarnaast wordt in het kader van deze borging niet expliciet verwezen naar bijlage 1 van de planregels waarin de landschappelijke inpassing is uitgewerkt. De planregels moeten dus nog worden aangepast om het plan volledig in overeenstemming te brengen met artikel 3.9 van de IOV.
2.2
Omwonende
Omwonende, gedateerd op 13 maart 2023, ontvangen op 14 maart 2023 2.2.1
Zienswijze
Gemeentelijke reactie
Uit de Structuurvisie blijkt dat de aangeduide zone
Het plangebied ligt in het zoekgebied ruimte voor ruimte. Dat
Kwaliteitsverbetering bebouwingslinten of bebouwingsclusters buiten
zoekgebied is in december 2021 vastgesteld door de gemeenteraad.
bebouwde kom het primaire zoekgebied vormt voor ruimte-voor-
Hiermee heeft een afweging plaats gevonden. Daarnaast zijn er al
ruimte woningen. In de toelichting wordt echter ten onrechte gesteld
diverse ruimte voor ruimte woningen binnen dit deel van het
dat het plangebied is gelegen binnen de hiervoor genoemde zone.
zoekgebied ontwikkeld. Er is sprake van een bestaand bebouwingslint
Uit de onderstaande afbeelding blijkt dat het plangebied niet binnen
waar deze woning ingepast wordt.
deze zone is gelegen. Om die reden had — zoals de structuurvisie voorschrijft — de specifieke locatie afgewogen moeten worden, waarbij een zwaarwegend belang wordt gehecht aan de inpassing in de landschapsstructuur ter plaatse met als doel verrommeling te
5/20
voorkomen. In het ontwerpbestemmingsplan is een dergelijke afweging niet opgenomen. 2.2.2
Uit punt 6 (van het ruimte voor ruimte beleid) blijkt dat de
De indiener van de zienswijze meet het huidige kadastrale kavel. De
frontbreedte van een ruimte voor ruimte kavel minimaal 30 meter
nieuwe woonbestemming komt echter ook binnen het kavel aan de
breed dient te zijn. Daarvan is in het onderhavige geval geen sprake.
rechterkant te liggen. De woonbestemming is 30 meter breed. De
Uit de onderstaande afbeelding blijkt dat het perceel slechts 27 meter
verbeelding is niet de huidige kadastrale verkaveling maar de nieuwe
breed is. Het perceel is derhalve niet geschikt om een ruimte-voor-
kadastrale verkaveling.
ruimte woning te realiseren. Er word 5 meter tot het linker bijgebouw in acht genomen, en 5 meter tot de bestaande zijgevel van de bestaande burgerwoning rechts. daartussen is ruimte voor een kavel van ruim 30 meter. 2.2.3
Daarnaast volgt uit punt 8 (van het ruimte voor ruimte beleid) dat
De gemeente heeft een anterieure overeenkomst gesloten met de
een planschaderisicoanalyse opgesteld dient te worden en dat de
initiatiefnemer. Hier in is opgenomen dat:
aanvrager afspraken maakt over de planschaderisico’s met de gemeente. Hiervan is ons echter niet gebleken.
De initiatiefnemer verbindt zich om aan de gemeente het totale bedrag te compenseren van de planschade als bedoeld in artikel 6.1, eerste lid, Wet ruimtelijke ordening, die onherroepelijk voor tegemoetkoming door gemeente in aanmerking komt en voortvloeit uit het planologisch besluit dat naar aanleiding van de door initiatiefnemer gewenste ruimtelijke ontwikkeling wordt vastgesteld en in werking treedt.
2.2.4
Uit punt 10 blijkt dat minimaal drie parkeerplaatsen (exclusief
Er is geen sprake van langsparkeren in dit bestemmingsplan. Er
garage) op eigen terrein aanwezig moeten zijn op basis van de
worden drie parkeerplaatsen gerealiseerd met de afmeting voor haaks
CROW normering. In het plan zijn om die reden drie parkeerplaatsen
parkeren die opgenomen is in het bestemmingsplan: 2,5 x 5 meter.
opgenomen. Het bestemmingsplan heeft regels gesteld over de minimale afmetingen van deze parkeerplaatsen. In het onderhavige
De realisatie van de parkeerplaatsen komt niet onderdruk te staan
geval is geen rekening gehouden met de afmetingen zoals deze
door de landschappelijke inpassing zoals opgenomen in bijlage 1 van
volgen uit artikel 12.4.4 van het bestemmingsplan. In het plan
het bestemmingsplan. Tussen de woning en de grens van het
gelden namelijk voor twee parkeerplaatsen de afmetingen van haaks
bestemmingsvlak zit minimaal 8 meter. De haag is 2 meter breed, dan
parkeren en voor één parkeerplaats de afmetingen van langs
blijft er 6 meter over voor de parkeerplaatsen.
6/20
parkeren. Dit betekent dat aan de oostelijke zijde van de woning een ruimte van minimaai 10 meter gereserveerd dient te worden voor parkeerplaatsen. Gelet op bijlage 1 van de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan is hier geen rekening mee gehouden en zou dit gelet op de maatvoeringen praktisch niet haalbaar zijn. 2.2.5
Aansluitend op het voorgaande wordt opgemerkt dat de
Zie onze reactie op punt 2.2.2.
maatvoeringen uit de bovenstaande tekening in zijn geheel afwijken van de werkelijkheid. Zoals reeds aangegeven is de daadwerkelijke breedte van het perceel 27 meter, en niet — zoals blijkt uit de toelichting — 30,2 meter. Ook de overige genoemde maatvoeringen zijn onjuist. Hierdoor kan niet worden voldaan aan de bouwvoorschriften die zijn voorgeschreven in punt 30, onder a en b, van de beleidsnotitie. 2.2.6
In paragraaf 3.3.3 van de toelichting op het
Zie onze reactie op punt 2.2.2
ontwerpbestemmingsplan wordt ingegaan op de beleidsnotitie Toepassingsregels Ruimte voor Ruimte woningen. Aan het slot van de paragraaf wordt opgemerkt dat bij de indeling van het perceel rekening is gehouden met de regels zoals opgenomen in de beleidsnotitie en dat overige voorwaarden zijn onderbouwd en getoetst. Ook hiervan is ons niet gebleken. 2.2.7
De tekeníng zoals in het landschappelijk inpassingsplan opgenomen
In de toelichting zit de goede versie. In bijlage 6 van de toelichting is
verhoudt zich niet tot bijlage 1 van de toelichting op het
per abuis nog een ouder versie van het inpassingsplan opgenomen.
ontwerpbestemmingsplan. De tekeningen zijn immers totaal
Dit wordt aangepast.
verschillend. In het landschappelijk inpassingsplan is bijvoorbeeld geen rekening gehouden met de parkeerplaatsen en is het bijgebouw
De haag aan de rechterzijde van het perceel wordt 2 meter breed.
op een andere plek gesitueerd. Bovendien zijn de maatvoeringen
Daarmee blijft er voldoende ruimte over voor de parkeerplaatsen. Een
zoals genoemd in de legenda van de tekening onvolledig. Om die
bijgebouw moet per definitie minimaal 5 meter uit de
reden kan niet worden beoordeeld in hoeverre het landschappelijk
bestemmingsgrens worden opgericht.
inpassingsplan een realistisch beeld schetst. Cliënt betwist dan ook dat het landschappelijk inpassingsplan praktisch uitvoerbaar is, met
7/20
inachtneming van de maatvoeringen die volgen uit bijlage 1 van de toelichting op het ontwerpbestemmingsplan. 2.2.8
Het ontwerpbestemmingsplan is gelegen tegenover het perceel en de
Het is niet duidelijk op welke privaatrechtelijke belemmeringen
woning van cliënt. De privacy van cliënt is door de komst van een
indiener van de zienswijze doelt, er wordt geen inbreuk gemaakt op
woning aanzienlijk in het geding. De woning is immers op korte
het burenrecht uit het Burgerlijk Wetboek.
afstand gelegen van het perceel van cliënt en geeft zicht op het perceel van cliënt. Naar mening van cliënt levert dit een evident
Het perceel ligt nu 20 cm lager dan het wegpeil. Dit wordt opgehoogd
privaatrechtelijke belemmering en een inbreuk op de woonomgeving
tot 20 cm boven wegpeil. Er is dus geen sprake van een verhoging
op. Te meer nu uit het ontwerpbestemmingsplan blijkt dat het
van 50 cm boven wegpeil. Overigens wordt de maximale hoogte van
perceel bijna een halve meter wordt opgehoogd. Dit brengt met zich
de woning gemeten aan de hand van het wegpeil, dus de maximale
mee dat vanuit de nieuw te bouwen woning voortdurend zicht
hoogte wijzigt hierdoor niet.
bestaat op de tuin van cliënt. Er is volgens ons geen sprake van een evident privaatrechtelijke belemmering en/of een inbreuk op de woonomgeving. 2.2.9
Met het thans ter inzage liggende ontwerpbestemmingsplan wordt
Zie onze reactie onder 2.2.8. Daarnaast is er volgens vaste
van cliënt verwacht dat hij zijn vrije uitzicht, privacy en woongenot
jurisprudentie geen recht op vrij uitzicht.
inlevert ten behoeve van het bouwen van een woning. 2.2.10
Het ontwerpbestemmingsplan is gelegen in een landelijk, agrarisch
Een deel van de Hoeksestraat, aan de kant van de even huisnummers,
gebied dat zich kenmerkt door een open landschap, rust en ruimte,
is zoekgebied ruimte voor ruimte, conform het beleid uit december
wat hoort bij de omgeving. Dat maakt dit gebied ook aantrekkelijk
2021. Er is sprake van een bestaand bebouwingslint, waar verdichting
om in te wonen en in te leven. In de optiek van cliënt past het
mogelijk is binnen de kaders (30 meter perceelsbreedte, etcetera).
huidige ontwerpbestemmingsplan daar niet in. Doordat in de
Ook conform het eerdere ruimte voor ruimte beleid was deze locatie
omgeving steeds meer woningen worden gebouwd, zorgt het
zoekgebied. Provincie Noord-Brabant geeft aan in haar reactie op deze
ontwerpbestemmingsplan voor aantastingen van het kleinschalige en
locatie: Wij hebben beoordeeld dat de beoogde locatie voor de
open karakter van het gebied.
realisatie van de ruimte-voor-ruimte woning een aanvaardbare locatie is en deze ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van dit gebied.
2.2.11
Cliënt zal in ieder geval een claim indien bij de gemeente vanwege
Planschade is een separaat traject en kan geclaimd worden als dit
planschade ingeval het ontwerpbestemmingsplan wordt vastgesteld,
bestemmingsplan in werking is getreden. Een eventuele
maar spreekt hierbij de hoop uit dat dit niet nodig zal zijn.
planschadeclaim wordt doorgelegd vanuit de gemeente naar de
8/20
initiatiefnemer van het plan. Dit is vastgelegd in een anterieure overeenkomst.
3.
Conclusie
Zienswijze De naar voren gebrachte zienswijzen leiden niet tot een heroverweging van de medewerking aan het bestemmingsplan Hoeksestraat ongenummerd Someren. Aanpassingen De naar voren gebrachte zienswijzen leiden wel tot de volgende aanpassingen: Zienswijze provincie -
In artikel 10.5.1 en 10.5.2 is de verwijzing naar artikel 10.2.1. lid b aangepast naar artikel 10.4.1 onder b;
-
In artikel 10.5.2 is een verwijzing naar bijlage 1 toegevoegd;
-
Het bewijsstuk van de aankoop van een Ruimte voor Ruimte titel is toegevoegd aan de stukken.
Zienswijze omwonende -
Bijlage 6 van de toelichting wordt aangepast naar de correctie versie van het inpassings/inrichtingsplan.
9/20
Bijlage 1: publicatie
10/20
Bijlage 2: Ingekomen zienswijze provincie Onderwerp Zienswijze ontwerp-bestemmingsplan ‘Hoeksestraat ong. Someren’ Geachte raad, Het ontwerp-bestemmingsplan ‘Hoeksestraat ong. Someren‘ ligt tot en met 16 maart 2023 ter inzage. Op grond van artikel 3.8, van de Wet ruimtelijke ordening, dienen wij hierbij zienswijzen in tegen dit bestemmingsplan. Planbeschrijving Het ontwerp Hoeksestraat ong. Someren voorziet in de realisatie van één ruimte-voor-ruimte woning binnen de structuur gemengd landelijk gebied. Vooroverleg Bij brief van 7 december 2016, kenmerk C2198067/4120886, heeft ons Team uitvoering Wro gereageerd op het voorontwerp. Deze brief en uw reactie hierop liggen mede aan onze zienswijze ten grondslag. Provinciaal beleidskader Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Op 11maart 2022 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld die gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking zal treden. Daarnaast is op 15 april 2022 de wijziging Interim omgevingsverordening – actualisatie april 2022 in werking getreden. Hierin zijn een aantal thema’s opgenomen en wijzigingen aangebracht ten opzichte van de geldende Interim omgevingsverordening. De omgevingsvisie en omgevingsverordening zijn te raadplegen via www.brabant.nl/interimomgevingsverordening.
Ruimte-voor-ruimte kavel Ingevolge artikel 3.79 van de IOV kan een bestemmingsplan van toepassing op Stedelijk of Landelijk gebied voorzien in een of meerdere ruimte-voorruimtekavels, mits is voldaan aan de daarvoor gestelde voorwaarden. Wij hebben beoordeeld dat de beoogde locatie voor de realisatie van de ruimte-voor-ruimte woning een aanvaardbare locatie is en deze ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van dit gebied. Hiermee wordt voldaan aan enkele belangrijke voorwaarden voor de ontwikkeling van een ruimtevoor-ruimte woning.
11/20
Echter hebben wij geconstateerd dat aan één belangrijke voorwaarde nog niet wordt voldaan. Ingevolge artikel 3.79 lid 1 onder a van de (gewijzigde) IOV dient sprake te zijn van een aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit en dit betekent dat voor het oprichten van een ruimte-voor-ruimte woning een bouwtitel moet worden aangekocht. Op dit moment is er echter nog geen ruimte-voor-ruimte titel aangekocht. Wij merken op dat dergelijke titel moet zijn verkregen voordat het plan wordt vastgesteld. Door het ontbreken van deze titel wordt vooralsnog niet voldaan aan de voorwaarden zoals opgenomen in artikel 3.79 van de IOV. Kwaliteitsverbetering van het landschap Het uitgangspunt van kwaliteitsverbetering van het landschap betekent onder meer dat een ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Dit principe is opgenomen in artikel 3.9 van de IOV. Wij kunnen instemmen met de landschappelijke inpassing zoals deze is opgenomen in het plan. In het kader van de kwaliteitsverbetering willen wij u er wel op wijzen dat artikel 3.9 lid 2 a. van de IOV bepaalt dat deze kwaliteitsverbetering financieel, juridisch en feitelijk moet zijn geborgd in het plan.
Voor de realisatie en duurzame instandhouding van de landschappelijke inpassing is een voorwaardelijke gebruiksbepaling opgenomen in de artikelen 10.5.1 en 10.5.2. Hier wordt echter ook verwezen naar artikel 10.2.1. lid b. en dit artikel ontbreekt in de planregels. Daarnaast wordt in het kader van deze borging niet expliciet verwezen naar bijlage 1 van de planregels waarin de landschappelijke inpassing is uitgewerkt. De planregels moeten dus nog worden aangepast om het plan volledig in overeenstemming te brengen met artikel 3.9 van de IOV. Conclusie Wij verzoeken u om de onderdelen van het plan die nog niet in overeenstemming zijn met de Interim-Omgevingsverordening aan te passen. Mocht onze reactie aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan zijn wij graag bereid tot nader overleg. Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, Namens deze,
12/20
Bijlage 3: Ingekomen zienswijze omwonende
13/20
14/20
15/20
16/20
17/20
18/20
19/20
20/20