CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting bestemmingsplan Heistraat 13 Someren

Gemeenteraad 16 mei 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Heistraat 13 Someren18.360 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Heistraat 13 Someren

bestemmingsplan Heistraat 13 Someren

Inhoudsopgave

Toelichting

2 ld)

3

bestemmingsplan "Heistraat 13 Someren" (vastgeste

bestemmingsplan Heistraat 13 Someren

Toelichting

bestemmingsplan "Heistraat 13 Someren" (vastgesteld) 3

Toelichting bestemmingsplan

Heistraat 13 Someren

Colofon

Gemeente:

Someren

Projectlocatie:

Heistraat 13, 5712 RV te Someren

Datum:

16-06-2023/ gewijzigd 29-09-2023/ gewijzigd 26-10-2023/ gewijzigd 24-112023 / gewijzigd 14-03-2024

Status:

Vastgesteld

IMRO-Code:

NL.IMRO.0847.BP02023008-VS01

Opgesteld door:

Van Dun Ontwerp & Planologie Raadhuisstraat 32 5126 CJ Gilze T. 013 519 94 58 Postel 8 5711 ET Someren T. 0493 745 015 E. info@ontwerp-planologie.nl I. www.ontwerp-planologie.nl

Projectnummer:

JR/18060.A004

Pagina 2 van 50

Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................... 5 1.1.

Aanleiding en doel ........................................................................................... 5

1.2.

Geldend planologisch regime ............................................................................ 5

1.3.

Procedure ....................................................................................................... 6

1.4.

Leeswijzer ....................................................................................................... 6

2. Planbeschrijving............................................................................................... 7 2.1.

Bestaande situatie............................................................................................ 7

2.2.

Beoogde situatie .............................................................................................. 7

3. Beleidskader................................................................................................... 10 3.1.

Rijksbeleid...................................................................................................... 10

3.1.1. 3.2.

Provinciaal beleid ............................................................................................ 10

3.2.1. 3.2.2. 3.3.

Ladder duurzame verstedelijking ............................................................... 10 Omgevingsvisie Noord-Brabant .................................................................. 10 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant ........................................... 11

Gemeentelijk beleid......................................................................................... 15

3.3.1. 3.3.2. 3.3.3. 3.3.4.

Structuurvisie ........................................................................................... 15 Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022 ....................................................... 15 Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2012 ................................................................. 16 Bestemmingsplan ..................................................................................... 17

4. Milieuhygiënische en planologische aspecten ................................................ 22 4.1.

Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling ...................................... 22

4.2.

Waterhuishouding ........................................................................................... 23

4.2.1. 4.2.2. 4.2.3. 4.2.4. 4.2.5. 4.3.

Natuur ........................................................................................................... 26

4.3.1. 4.3.2. 4.4.

Provincie ................................................................................................. 23 Waterschap Aa en Maas ............................................................................ 23 Gemeente ................................................................................................ 24 Bestaande waterhuishoudkundige situatie .................................................. 25 Beoogde waterhuishoudkundige situatie ..................................................... 25 Natuurnetwerk Nederland (NNN) ............................................................... 26 Wet natuurbescherming ............................................................................ 27

Cultuurhistorie, aardkunde en archeologie......................................................... 29

4.4.1. 4.4.2.

Cultuurhistorie en aardkunde..................................................................... 29 Archeologie .............................................................................................. 30

4.5.

Bodemkwaliteit ............................................................................................... 31

4.6.

Bedrijven en milieuzonering ............................................................................. 32

4.7.

Geur .............................................................................................................. 33

4.7.1. 4.7.2.

Omgekeerde werking ................................................................................ 33 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 34

Pagina 3 van 50

4.8.

Luchtkwaliteit ................................................................................................. 34

4.8.1. 4.8.2.

Niet in betekenende mate ......................................................................... 35 Woon- en leefklimaat ................................................................................ 36

4.9.

Geluid ............................................................................................................ 38

4.10.

Verkeer en parkeren .................................................................................... 38

4.11.

Externe veiligheid ........................................................................................ 39

4.11.1. 4.11.2.

Regelgeving ............................................................................................. 39 Toetsing aan beleid .................................................................................. 40

4.12.

Technische infrastructuur ............................................................................. 41

4.13.

Volksgezondheid .......................................................................................... 42

4.13.1. 4.13.2.

Onderzoek veehouderij en gezondheid omwonenden................................... 42 Handelingsperspectieven veehouderij en volksgezondheid ........................... 43

5. Juridische planbeschrijving ............................................................................ 46 5.1.

Juridische achtergrond .................................................................................... 46

5.2.

Toelichting verbeelding.................................................................................... 46

5.3.

Toelichting regels............................................................................................ 46

6. Uitvoerbaarheid ............................................................................................. 48 6.1.

Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................... 48

6.2.

Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................... 48

6.2.1. 6.2.2.

Vooroverleg en omgevingsdialoog .............................................................. 48 Zienswijzen en beroep .............................................................................. 48

7. Bijlagen .......................................................................................................... 49

Pagina 4 van 50

1. Inleiding In dit hoofdstuk komen de aanleiding en het doel, het geldend planologisch regime en de procedure aan bod. Daarnaast is in dit hoofdstuk een leeswijzer opgenomen. 1.1. Aanleiding en doel Op 8 november 2016 is er ter plaatse van de Heistraat 13 te Someren een controle geweest van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Uit het controleverslag is gebleken dat de locatie een agrarische bestemming heeft en dat daarom de huidige bedrijfswoning alleen bewoond mag worden ten behoeve van het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf. Echter is dit agrarische bedrijf sinds de koop van de locatie in 1997 feitelijk gezien niet meer aanwezig. Gezien voorgaand is er over de betreffende situatie op 15 februari 2018 een gesprek geweest met de gemeente Someren, waarbij onderzocht is wat de legalisatiemogelijkheden van de ontstane situatie zijn. De wens van de eigenaar is om op locatie te blijven wonen en tevens de mogelijkheid te behouden om wat bedrijfsmateriaal, waaronder de bedrijfswagen met autoambulance, thuis te kunnen stallen. Zo kan de eigenaar als burger op de locatie aan de Heistraat 13 blijven wonen en tevens de bestaande m² aan bijgebouwen met een totaal van 350 m² behouden voor de opslag/stalling van onder andere de bedrijfswagen met autoambulance. Los van stalling van de vrachtwagen en de autoambulance wordt er op locatie ook schade hersteld.

Hij heeft hier een kleine werkplaats om auto’s uit elkaar te halen, de schade te herstellen waarna deze weer terug gaan naar de klant of terug gaan naar de autobedrijfslocatie van de eigenaar voor de verkoop. 1.2. Geldend planologisch regime Op het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’ d.d. 05-03-2020 van de gemeente Someren vigerend voor de regels en de verbeelding. De regels van het plan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ zijn ook van toepassing op het plangebied. Op het plangebied zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen van toepassing (afbeelding 1):

Afbeelding 1: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’, plangebied rood omlijnd

De beoogde ontwikkeling is passend binnen de wijzigingsbevoegdheid artikel 4.7.3 van het vigerende bestemmingsplan. Voor de beoogde vorm van de woonbestemming zijn in het vigerende

Pagina 5 van 50

bestemmingsplan geen regels opgenomen. Er vindt daarom een herziening van het bestemmingsplan plaats. 1.3. Procedure Voor het beoogde initiatief dient een bestemmingsplan te worden vastgesteld, conform artikel 3.1van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het plan doorloopt als volgt de procedure. Allereerst wordt er een voorontwerpbestemmingsplan opgesteld waarin onderbouwd wordt dat het initiatief voldoet aan het gemeentelijk en provinciaal beleid en aan alle relevante milieu- en ruimtelijke ordeningsaspecten. In deze fase wordt overleg gevoerd met de gebruikelijke overlegpartners zoals gemeente, provincie en waterschap. Eventuele opmerkingen worden verwerkt in het ontwerpbestemmingsplan. Volgens artikel 3.8 Wro is op de voorbereiding van een bestemmingsplan afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van toepassing. Dit houdt in dat het ontwerpbestemmingsplan gedurende 6 weken voor iedereen ter inzage wordt gelegd. Tijdens deze periode van 6 weken kan eenieder zienswijzen kenbaar maken. Binnen 12 weken nadat het ontwerpbestemmingsplan ter inzage heeft gelegen, moet de gemeente beslissen over de vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij worden eventuele zienswijzen in acht genomen. Nadat het bestemmingsplan is vastgesteld, wordt deze opnieuw 6 weken ter inzage gelegd.

Binnen deze 6 weken kan eenieder die óf tijdig een zienswijze kenbaar heeft gemaakt bij het ontwerp óf belanghebbenden is, beroep indienen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als er geen beroep wordt ingesteld, dan is het bestemmingsplan daags na afloop van de beroepsperiode onherroepelijk. Zodra het bestemmingsplan in werking is getreden kunnen de benodigde omgevingsvergunningen voor het beoogde initiatief worden aangevraagd. 1.4. Leeswijzer In deze toelichting zijn in het eerste hoofdstuk een inleiding op het initiatief gegeven, waarin de aanleiding, het doel, het geldend planologische regime en de te doorlopen procedure zijn beschreven. In hoofdstuk 2 worden de bestaande en beoogde situatie omschreven. Het van toepassing zijnde nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid wordt uiteengezet in hoofdstuk 3. Hierna worden in hoofdstuk 4 de milieu-hygiënische en planologische aspecten beschreven. De juridische achtergrond van het bestemmingsplan, een toelichting op de verbeelding en een toelichting op de regels wordt gegeven in hoofdstuk 5. De financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het initiatief wordt verantwoord in hoofdstuk 6.

Pagina 6 van 50

2. Planbeschrijving In dit hoofdstuk worden de bestaande en beoogde situatie beschreven. Hierin komt naar voren welke veranderingen er plaatsvinden binnen de planlocatie. 2.1. Bestaande situatie Het plangebied is gelegen aan de Heistraat 13 te Someren in het buitengebied van de gemeente Someren. Het plangebied heeft de volgende kadastrale gegevens: Gemeente Someren, sectie T, nummers 2079, 2080 en 2082. Afbeelding 2 geeft de ligging van het plangebied in de omgeving weer. De locatie is gelegen op een afstand van circa 250 meter ten westen van de kern Someren-Eind. In de omgeving zijn voornamelijk woningen, glastuinbouw, agrarische gronden en bedrijfsbestemmingen gelegen. Zoals eerder benoemd is op het plangebied een agrarische bestemming aanwezig en mag de huidige bedrijfswoning alleen bewoond worden ten behoeve van het ter plaatse gevestigde agrarisch bedrijf. Echter is dit agrarische bedrijf sinds de koop van de locatie in 1997 feitelijk gezien niet meer aanwezig. De eigenaar stalt op het plangebied bedrijfsmateriaal, waaronder de bedrijfswagen met autoambulance. De volgende bedrijfsgebouwen en voorzieningen zijn binnen het plangebied aanwezig (afbeelding 2): ▪ Nummer 1: Bestaande bedrijfswoning Heistraat 13 ▪ Nummer 2: Loods (circa 350 m2)

1

Someren-Eind

2

Afbeelding 2: Luchtfoto bestaande situatie

2.2. Beoogde situatie De eigenaar heeft een autobedrijf in Asten. De thuislocatie is niet de primaire bedrijfslocatie, maar wordt wel gebruikt als satellietlocatie wanneer er ruimtegebrek is. Zoals eerder benoemd is de wens van de eigenaar om in de beoogde situatie op het plangebied te blijven wonen en tevens de mogelijkheid te behouden om wat bedrijfsmateriaal, waaronder de bedrijfswagen met autoambulance, thuis te kunnen stallen. Zo kan de eigenaar als burger op de locatie aan de Heistraat 13 te Someren blijven wonen en tevens de bestaande m² aan bijgebouwen met een totaal van 350 m² behouden voor de opslag/stalling van onder andere de bedrijfswagen met autoambulance. Met de autoambulance kan de eigenaar auto’s verslepen wanneer dit nodig is. Los van stalling van de bedrijfswagen en de autoambulance wordt er op locatie ook schade hersteld. De eigenaar heeft hier een kleine werkplaats om auto’s uit elkaar te halen (zie afbeelding 4), de schade te herstellen waarna deze weer terug gaan naar de klant of terug gaan naar de autobedrijfslocatie van de eigenaar voor de verkoop.

Zoals in afbeelding 4 is te zien komt er in de beoogde loods dus een kleine werkplaats voor de schade herstel van auto’s, een werkbank met de benodigde machines voor de schadeherstel, stallingsruimte voor de autoambulance en bedrijfswagen, magazijn voor de opslag van onder andere autoventieldoppen, stalling voor de eigen auto’s en privéopslag/tuinhuis. Het beoogde kleinschalige bedrijf bij de woonbestemming behoort tot milieucategorie 2 dit wordt nader onderbouwd in hoofdstuk 3 van deze toelichting.

Pagina 7 van 50

In de beoogde situatie wordt het bestaande verouderde bijgebouw van 350 m2 gesloopt en wordt er een nieuw bedrijfsgebouw van 350 m2 op 20 meter vanaf de achterzijde van de bestaande woning gerealiseerd (afbeelding 3, 4 en 5). Het beoogde bestemmingsvlak ‘Wonen’ wordt in de beoogde situatie zo gesitueerd dat de inrit en de bebouwing hierbinnen zijn gelegen. Het plangebied wordt in de beoogde situatie ook landschappelijk ingepast en is er een kwaliteitsverbetering berekening opgesteld zie afbeelding 5 en tevens de bijlage van deze toelichting. Ook wordt de inrit naar de Brimweg en de bestaande verharding welke buiten het bouwvlak is gesitueerd, gesaneerd in het kader van de landschapsinvesteringsregeling.

Afbeelding 3: Voorstel vooraanzicht beoogde loods

Afbeelding 3: Beoogde situatie

Afbeelding 4: Voorstel inrichting beoogde loods Heistraat 13 Someren

Pagina 8 van 50

De bestaande boom- en struweelvormers en knip- en scheerheggen zullen in de toekomst gehandhaafd blijven. Om de nieuwe loods groen in te passen wordt een houtsingel voorgesteld aan de rand van het perceel. Houtsingels passen in het oudere heideontginningenlandschap. Deze nieuwe groenstructuur in het landschap versterkt het eigen karakter van het gebied en verkleint de ruimtelijke schaal. Kleinschalige elementen zoals deze haag op erf- en perceelsgrenzen versterkt deze kleinschaligheid. Tevens worden een bloem- en kruidenrijke berm, beuken en fruitbomen voorgesteld. Gezien voorgaand worden landschapselementen aangeplant welke zorgen voor een versterking van het landschapsbeeld en heeft een kwaliteitsverbetering van het landschap tot gevolg. Door deze landschapsversterkende maatregelen wordt de ruimtelijke vormgeving van het nieuwe gebouw verzacht en gedeeltelijk aan het zicht onttrokken. Bovendien sluit het aan op de landschappelijke kenmerken van de omgeving en sluit het aan op het Beeldkwaliteitsplan 2022 en de Structuurvisie Someren 2028.

Afbeelding 5: Beoogde situatie Heistraat 13 Someren

Pagina 9 van 50

Beleidskader In dit hoofdstuk wordt het relevante beleid uiteengezet. Het initiatief wordt getoetst aan het provinciaal en gemeentelijk beleid. Gezien het initiatief dusdanig klein van aard is dat het geen invloed heeft op nationaal beleid, wordt dit beleidskader niet beschreven. 2.3. Rijksbeleid

2.3.1. Ladder duurzame verstedelijking

In geval van stedelijke ontwikkeling moet de Ladder voor duurzame verstedelijking worden toegepast. Deze is wettelijk vastgelegd in artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Toepassing van de ladder is verplicht voor opgaven die nieuwe stedelijke ontwikkelingen, gebaseerd op een regionale behoefte, mogelijk moeten maken. Voor woningbouw vanaf 12 woningen is sprake van een stedelijke ontwikkeling die Ladderplichtig is. Het initiatief betreft het realiseren van een woonbestemming met één bestaande woning, wat geen betrekking heeft op een stedelijke ontwikkeling die voorziet in een regionale behoefte. Toepassing van de ladder is daarom niet nodig. Verder wordt in paragraaf 3.2.3 wordt ingegaan of het plan voldoet aan een goede ruimtelijke ordening en voldoet aan een behoefte aan woningen. 2.4. Provinciaal beleid Het geldende ruimtelijke beleid van de provincie Noord-Brabant is omschreven in de Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant.

2.4.1. Omgevingsvisie Noord-Brabant

De provincie Noord-Brabant heeft de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld. De omgevingsvisie vindt zijn legitimatie in de Omgevingswet. Vanzelfsprekend staan de achterliggende doelen van de Omgevingswet dan ook centraal in de positiebepaling van de Brabantse Omgevingsvisie. Onder het motto ‘eenvoudig beter’, doelt de Omgevingswet op meer inzichtelijkheid, en een grotere voorspelbaarheid en gebruiksgemak van het Omgevingsrecht. Ook beoogt de wet meer bestuurlijke afwegingsruimte en een meer samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in beleid, besluitvorming en regelgeving. Het doel van de omgevingsvisie is om de kwaliteit van de leefomgeving voor alle Brabanders te verbeteren. In de visie is voor verschillende programma’s de ambitie geformuleerd hoe de Brabantse leefomgeving er in 2050 uit moet zien. Daarbij zijn mobiliserende tussendoelen gesteld voor 2030 om het einddoel te kunnen bereiken. De uitwerking in programma’s is een opgave die de visie volgt en die in opeenvolgende bestuursperiodes de opdracht en ruimte geeft om dat met eigen accenten in te vullen. Het belangrijkste programma dat hier een rol speelt is ‘omgevingskwaliteit’. Het Brabantse doel voor 2050 in dit programma is: ‘Brabant heeft een goede leefomgevingskwaliteit doordat wij op alle aspecten beter presteren dan wettelijk als minimumniveau is bepaald.

Brabant staat met zijn TOP-landschap van oude en nieuwe landschappen in de top 5 van Europa. De biodiversiteit binnen en buiten de natuurgebieden is op orde, de lucht- en waterkwaliteit voldoet en de bodem is vitaal.’ Het tussendoel voor 2030 in dit programma is: ‘Brabant heeft een aanvaardbare leefomgevingskwaliteit doordat wij voor alle aspecten voldoen aan de wettelijke normen. Natuurgebieden zijn ingericht, de afname van biodiversiteit is naar een positieve trend omgebogen, waardevolle cultuurhistorische landschappen zijn behouden en er is breed draagvlak voor de nieuwe energie- en klimaatadaptieve landschappen door de ontwerpende aanpak.’ Deze basisopgave is veelomvattend en gaat over milieuaspecten zoals een schone bodem, schoon water (ondergrond) en schone lucht. Maar ook om landschappelijke- en cultuurhistorische aantrekkelijkheid, een goede woon- en werkomgeving met een aantrekkelijk aanbod aan voorzieningen, stilte en een natuurrijke omgeving, waarin biodiversiteit en recreatie hand in hand gaan.

Pagina 10 van 50

Het initiatief voldoet aan het tussendoel voor 2030 omdat aan alle milieu wet- en regelgeving wordt voldaan. Door een zorgvuldige landschappelijke inpassing van het plangebied wordt ook een positieve bijdrage geleverd aan de leefomgevingskwaliteit. Hiermee wordt een eerste stap gezet richting het einddoel van 2050. Het initiatief past dus binnen de Omgevingsvisie voor Noord-Brabant.

2.4.2. Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant

De Interim omgevingsverordening (Iov) betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Iov is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de op handen zijnde Omgevingswet moet worden vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Iov is opgesteld vanuit een doelgroepenbenadering. Dit is ook het systeem dat de Omgevingswet, en de daaronder liggende wetgeving, hanteert. Dit betekent dat de regels in de Iov zijn gegroepeerd in hoofdstukken waarbij de doelgroep van de regel, de zogenaamde normadressaat, leidend is. Regels waar gemeenten bij vaststelling van een bestemmingsplan rekening mee moeten houden zijn opgenomen in hoofdstuk 3. Deze regels zijn in de vorm van instructieregels opgenomen waarbij de verschillende niveaus zijn opgedeeld in meerdere afdelingen. Voor elke ruimtelijke ontwikkeling geldt dat toepassing moet worden gegeven aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.1.2. Voor het overige dient getoetst te worden aan de regels die van toepassing zijn op het werkingsgebied waarin het plangebied ligt.

In dit geval ligt het plangebied in de werkingsgebieden ‘Gemengd landelijk gebied’, ‘Landelijk gebied’, ‘Beperkingen veehouderij’ en ‘Stalderingsgebied’, zie afbeelding 4.

Afbeelding 4: Uitsnede Iov, plangebied rood kruis

De voorwaarden behorende bij deze aanduidingen zijn opgenomen in de volgende artikelen: ▪ 3.51 afwijkende regels beperkingen veehouderij ▪ 3.52 aanvullende regels stalderen ▪ 3.68 wonen in landelijk gebied ▪ 3.73 vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied Hierna wordt achtereenvolgens aan de relevante artikelen van de Iov getoetst.

Pagina 11 van 50

Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 3.1.2) Onder een evenwichtige toedeling van functies wordt verstaan dat invulling wordt gegeven aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige, gezonde leefomgeving. Hiervoor moet rekening worden gehouden met: ▪ zorgvuldig ruimtegebruik; ▪ de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering; ▪ meerwaardecreatie. Deze aspecten zijn in de Iov nader uitgewerkt in de artikel 3.6 t/m 3.8. Daarnaast geldt voor ontwikkelingen in het landelijk gebied ook dat er sprake moet zijn van kwaliteitsverbetering (zie artikel 3.9). Deze artikelen worden hieronder nader toegelicht. Zorgvuldig ruimtegebruik (artikel. 3.6) Conform artikel 3.6 houdt zorgvuldig ruimtegebruik in dat in beginsel gebruik wordt gemaakt van een bestaand ruimtebeslag. Een bestaand ruimtebeslag ligt binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’ of een bestaand bouwperceel. Wanneer er sprake is van een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (ladder voor duurzame verstedelijking). Alle gebouwen, bijbehorende bouwwerken en ander permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel.

Het bestemmingsvlak ‘Agrarisch – bedrijf’ aan de Heistraat 13 te Someren wordt herbestemd naar ‘Wonen’ en wordt verkleind van circa 7.037 m2 naar circa 3.165 m2. De bestaande bedrijfswoning blijft behouden en de bestaande verouderde loods (350 m2) wordt gesloopt en er wordt een nieuwe loods van 350 m2 gerealiseerd binnen het beoogde bestemmingsvlak wonen. In de beoogde situatie zijn de gebouwen binnen het bouwperceel gerealiseerd en vindt er geen toename van bebouwing plaats. Er is dus derhalve sprake van een zorgvuldig ruimtegebruik. Toepassing van de lagenbenadering (artikel 3.7) De toepassing van de lagenbenadering omvat het effect van de ontwikkeling op verschillende lagen. Hierbij dient onderzocht te worden wat de effecten zijn op: ▪ de ondergrond ▪ de netwerklaag ▪ de bovenste laag Met het effect op de ondergrond worden o.a. de aspecten bodem, grondwater en archeologische waarden bedoeld. De netwerklaag omvat aspecten zoals infrastructuur, natuurnetwerk, energienetwerk, waterwegen waaronder een goede, multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer. In de beschouwing van de bovenste laag dienen aspecten zoals cultuurhistorische en landschappelijke waarden, de omvang van de functie en de bebouwing, de effecten op bestaande en toekomstige functies, de effecten op volksgezondheid, veiligheid en milieu aan bod te komen.

Hierbij dient te worden gekeken naar het verleden, heden en toekomst. De beoogde ontwikkeling mag geen negatieve effecten hebben op de waarden in de omgeving en dient ook in de toekomst geen beperkingen op te leveren voor de omgeving. De toetsing van de gevolgen van het initiatief op bovengenoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze toelichting. Meerwaardecreatie (artikel 3.8) Het aspect meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische, ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken. Het biedt de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren, waardoor er meerwaarde ontstaat. Daarnaast ontstaat een bijdrage aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

Pagina 12 van 50

In dit bestemmingsplan wordt meerwaarde gecreëerd door de herbestemming van de locatie te combineren met een goede landschappelijke inpassing. In de beoogde situatie is er ook geen agrarisch bedrijf meer mogelijk op het plangebied wat ook meerwaarde creëert voor de omgeving. Kwaliteitsverbetering (artikel 3.9) Een bestemmingsplan in landelijk gebied moet gepaard gaan met een fysieke verbetering van het landschap. Daarnaast moet worden aangetoond hoe deze fysieke verbetering financieel, juridisch en feitelijk wordt verzekerd. Een verbetering kan o.a. bestaan uit een landschappelijke inpassing, behoud of herstel van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing of terreinen, het slopen van bebouwing of aanleggen van extensieve recreatieve mogelijkheden. Deze vormen van kwaliteitsverbetering moeten worden geborgd in het bestemmingsplan. Over de exacte invulling van de kwaliteitsverbetering zijn in het regionaal ruimtelijk overleg tussen gemeenten en provincie afspraken gemaakt. Binnen de gemeente Someren is ‘Landschapsinvesteringsregeling Gemeente Someren 2018’ van toepassing. De beoogde ontwikkeling is een categorie 3 ontwikkeling. Voor dergelijke ontwikkelingen dient een berekening te worden gemaakt van de waardevermeerdering van de gronden, de gemeente Someren heeft hiervoor een spreadsheet beschikbaar gesteld.

De beoogde ontwikkeling is ingevoerd in de tabellen en als bijlage toegevoegd. Op basis van de berekening blijkt dat er sprake is van waardevermeerdering waardoor naast een goede landschappelijke inpassing van het terrein de inrit naar de Brimweg wordt gesaneerd. De aanleg en instandhouding van deze landschappelijke inpassing wordt feitelijk en juridisch verzekerd door de opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels van het bestemmingsplan. De beoogde ontwikkeling is derhalve in overeenstemming met artikel 3.9 van de Iov. Afwijkende regels beperkingen veehouderij (artikel 3.51) In artikel 3.51 zijn de afwijkende regels ten aanzien van de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ opgenomen. Deze regels beperken de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen. Met het initiatief wordt een agrarische bedrijfsbestemming herbestemd naar wonen, waardoor er geen bedrijfsmatige veehouderijactiviteiten meer plaatsvinden binnen het plangebied. Het artikel is derhalve niet van toepassing op het initiatief. Aanvullende regels stalderen (artikel 3.52) Verder bevat artikel 3.52 aanvullende regels ten aanzien van het stalderingsgebied. Deze regels hebben betrekking op een toename in de oppervlakte dierenverblijven voor hokdieren. Met het initiatief wordt de het plangebied herbestemd van agrarisch bedrijf naar wonen.

De regels met betrekking tot het stalderingsgebied zijn derhalve niet van toepassing. Wonen in Landelijk gebied (artikel 3.68)

Lid 1 Een bestemmingsplan van toepassing op Landelijk gebied bepaalt dat: a. alleen bestaande burgerwoningen en bedrijfswoningen zijn toegestaan;

Op het plangebied Heistraat 13 te Someren is een bestaande bedrijfswoning aanwezig.

b. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen, recreatiewoningen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is uitgesloten.

Niet van toepassing.

Lid 2 Een bestemmingsplan kan bij een bestaande woning de vestiging van een andere functie toelaten, als: a. dit past binnen de voorwaarden die voor die functie zijn opgenomen in deze paragraaf; Zie de toetsing aan artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied.

b. in geval nieuwe bebouwing wordt opgericht, er elders feitelijk en juridisch een gelijkwaardige oppervlakte aan gebouwen is gesloopt.

In de beoogde situatie blijft de bestaande woning behouden en wordt de verouderde loods van 350 m2 gesloopt en wordt er een nieuwe loods van 350 m2 gerealiseerd. Er is in de beoogde situatie geen toename van bebouwing enkel herbouw van een verouderde loods. Het plangebied wordt herbestemd

Pagina 13 van 50

van ‘Agrarisch – agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’ en het bestemmingsvlak wordt zo gerealiseerd dat de inrit en bebouwing hierbinnen is gelegen. Vestiging niet-agrarische functie in Landelijk gebied (3.73) Vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied (artikel 3.73) In artikel 3.73, eerste lid, van de Iov is vastgelegd dat op een bestaand bouwperceel binnen het landelijk gebied kan worden voorzien in de

a. vestiging van een niet-agrarische functie als dit past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Daarbij dienen de volgende aspecten te worden betrokken: 1. een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving;

De beoogde ontwikkeling van het landelijke gebied betreft een gemengde plattelandseconomie met in hoofdzaak een agrarische economie met daarbij passende bestemmingen. Er is naast land- en tuinbouw in een gemengde plattelandseconomie ruimte voor de ontwikkeling van nietagrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties etcetera. Dit kan door verbreding van agrarische activiteiten maar ook als zelfstandige functie, met name op vrijkomende locaties. Met de beoogde ontwikkeling worden bestaande, historisch gegroeide situaties vastgelegd in het bestemmingsplan. Wanneer deze bestaande situatie niet wordt vastgelegd kan leegstand en verloedering ontstaan van locaties in het buitengebied, waardoor het initiatief bijdraagt aan de ontwikkeling van een gemengde plattelandseconomie. 2. welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; De toetsing van de gevolgen van het initiatief op de genoemde aspecten is uitgebreid uiteengezet in hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing. 3. hoe een ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit waaronder

een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het landelijk gebied.

In de toetsing aan artikel 3.6 tot en met 3.9 van de Iov is reeds aangetoond dat de beoogde ontwikkeling bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit. In de beoogde situatie is er geen sprake van overtollig bebouwing. Ook wordt met het initiatief wordt leegstand en verloedering van het buitengebied voorkomen.

Verder moet worden aangetoond dat: b. er geen splitsing van het bouwperceel plaatsvindt;

Er is geen sprake van splitsing van het bouwperceel. Het bestaande bestemmingsvlak wordt herbestemd naar ‘Wonen’ en wordt verkleind.

c. overtollige bebouwing wordt gesloopt;

Niet van toepassing.

d. de vestiging geen betrekking heeft op een kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking.

Met de beoogde ontwikkeling wordt geen kantoor met baliefunctie, lawaaisport of mestbewerking gerealiseerd.

Conform artikel 3.73, tweede lid, dient een bestemmingsplan dat de vestiging mogelijk maakt te borgen dat de functie, ook op lagere termijn, past binnen de ontwikkelingsrichting. Er dienen daartoe regels te worden gesteld: a. over een bij de omgeving passende omvang en publieksaantrekkende werking;

Als een binnen de omgeving passende omvang geldt op grond van artikel 3.69, derde lid, sub a, voor bedrijvigheid, dat deze kleinschalig is en past binnen een gemengde omgeving waardoor het niet doelmatig is om deze te vestigen op een bedrijventerrein. De eigenaar heeft een autobedrijf in Asten. De thuislocatie is niet de primaire bedrijfslocatie, maar wordt wel gebruikt als satellietlocatie wanneer er ruimtegebrek is. Conform de wijzigingsbevoegdheid artikel 4.7.3 uit het vigerende bestemmingsplan wordt de Heistraat 13 te Someren herbestemd naar Wonen met de functieaanduiding specifieke vorm van wonen – wonenplus ten behoeve van de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2 zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In de beoogde situatie beoogt de eigenaar als burger op de locatie aan de Heistraat 13 te Someren blijven wonen en tevens de bestaande m² aan bijgebouwen met een totaal van 350 m² te behouden voor de opslag/stalling van onder andere de bedrijfswagen met autoambulance. Met de autoambulance kan de eigenaar auto’s verslepen wanneer dit nodig is. Los van stalling van de bedrijfswagen en de autoambulance wordt er op locatie ook schade hersteld. De

Pagina 14 van 50

eigenaar heeft hier een kleine werkplaats in de beoogde her te bouwen loods om auto’s uit elkaar te halen, de schade te herstellen waarna deze weer terug gaan naar de klant of terug gaan naar de autobedrijfslocatie van de eigenaar voor de verkoop. Het beoogde kleinschalige bedrijf is in de VNG-handreiking opgenomen in de categorie ‘Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven’. Conform de VNG-handreiking behoren deze bedrijven tot milieucategorie 2. Er zijn in een worst case scenario 6 verkeersbewegingen per dag op de locatie. De bedrijfswagen wordt voornamelijk gebruik voor het verslepen van auto’s. De bedrijfswagen en autoambulance worden op de locatie aan de Heistraat 13 te Someren geparkeerd. Het kleinschalige bedrijf past dus qua omvang in de omgeving, er is ook geen publiek aantrekkende werking.

b. welke specifieke gebruiksactiviteit is toegestaan;

In de voorwaarden van het bestemmingsplan wordt vastgelegd dat ter plaatse uitsluitend een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2 zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten is toegestaan met een maximale omvang van 350 m2 aan bijgebouwen.

c.

dat opslag en stalling plaatsvindt in gebouwen;

In de regels van het bestemmingsplan wordt buitenopslag als strijdig met de bestemming aangemerkt.

d. dat de ontwikkeling verplaatst naar een passende locatie als deze niet langer past binnen de maximaal toegestane omvang.

In de regels van het bestemmingsplan wordt niet voorzien in uitbreidingsmogelijkheden voor het beoogde milieucategorie 2 bedrijf waardoor het bedrijf bij uitbreiding genoodzaakt is om elders op een passende locatie te vestigen. Er kan derhalve worden geconcludeerd dat het initiatief voldoet aan de voorwaarden voor de vestiging van een niet-agrarische functie in het landelijk gebied. Conclusie In deze paragraaf is de beoogde ontwikkeling getoetst aan de regels zoals gesteld in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zoals blijkt uit deze ruimtelijke onderbouwing kan worden voldaan aan de voorwaarden die gelden voor een bestemmingsplan. 2.5. Gemeentelijk beleid Het gemeentelijk beleid is omschreven in de gemeentelijke structuurvisie en het bestemmingsplan.

2.5.1. Structuurvisie

In de raadsvergadering op 24 april 2013 van de gemeente Someren is de ‘Structuurvisie Someren 2028’ vastgesteld. Deze structuurvisie is gebaseerd op reeds bestaande beleidsdocumenten, zoals de Integrale Dorpsontwikkelingsplannen, het beleidsstuk ‘De kracht van toerisme’ en beleid met betrekking tot de bedrijventerreinen. Door deze stukken met elkaar te verbinden, kunnen ze in onderlinge samenhang uitgevoerd worden. De gemeente Someren wil in 2028 een duurzame, krachtige, zelfbewuste en zelfstandige gemeente zijn die haar landelijke positie in Brainport goed weet te benutten. De gemeente heeft aantrekkelijke kernen en ontleent haar identiteit aan het landelijke Brabantse karakter. Het kwalitatief goede bos-, natuur- en buitengebied zorgt er mede voor dat de gemeente een goed woonklimaat kent en een aantrekkelijke vestigingslocatie is voor bedrijven met een schaal die past bij de omgeving. In het buitengebied zal wonen een steeds groter ruimtebeslag innemen. De bestaande woningen in het buitengebied blijven gerespecteerd. Voor ontwikkelingen zoals in beoogde situatie zijn in de structuurvisie geen specifieke voorwaarden opgenomen. Wel dient het buitengebied ook voor bezoekers van de gemeente aantrekkelijk te blijven.

Rondom het perceel is reeds voorzien in beplanting en daarnaast gaat de beoogde ontwikkeling gepaard met een landschappelijke inpassing, waardoor het effect van het initiatief ruimtelijk zeer beperkt is. De beoogde ontwikkeling is dus passend binnen de structuurvisie van de gemeente Someren.

2.5.2. Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022

In 2022 heeft de gemeente Someren haar beeldkwaliteitsplan ‘Buitengebied gemeente Someren’ vastgesteld. Middels dit beeldkwaliteitsplan beoogd de gemeente Someren de dynamiek van haar

Pagina 15 van 50

buitengebied te verbinden met de landschappelijke kwaliteit van dit gebied. Het grondgebied van de gemeente Someren wordt middels een beeldkwaliteitsplan onderverdeeld op basis van landschapstype. Het beeldkwaliteitsplan dient vooral als een inspiratiebron voor iedereen die wat wil ontwikkelen. Het dient niet als een blauwdruk over hoe het moet maar dient als een ideeënboek over hoe het eruit zou kunnen zien. Zoals in afbeelding 5 is te zien is het plangebied gelegen binnen een Oudere Heideontginningen landschap.

Afbeelding 5: Uitsnede kaart streefbeeld Beeldkwaliteitsplan Someren 2022, plangebied blauw omcirkeld

Het plangebied is gelegen in een gebied met bijzondere ontwerprichtlijnen en oudere heideontginningen. Het plangebied is gelegen ter plaatse van oudere heideontginningen. Dit is een transitielandschap tussen de weidse grootschaligheid en de kleinschalige halfopenheid van de oudere landschappen. In dit landschap hoort een rijke groenstructuur van houtwallen, lanen en bospercelen. Het perceel is reeds gedeeltelijk omkaderd oor aanwezige bomen en struweel. De bestaande boom- en struweelvormers zullen in de toekomst gehandhaafd blijven. Om de nieuwe loods groen in te passen wordt een houtwal voorgesteld. Houtwallen passen in het oudere heideontginningen landschap. Deze nieuwe groenstructuur in het landschap verstrekt het eigen karakter van het gebied en verkleint de ruimtelijke schaal. Kleinschalige elementen zoals deze haag op erf- en perceelsgrenzen versterkt deze kleinschaligheid. Gezien voorgaand wordt een landschapselement aangeplant welke zorgt voor een versterking van het landschapsbeeld en heeft een kwaliteitsverbetering van het landschap tot gevolg. Door deze landschapsversterkende maatregel wordt de ruimtelijke vormgeving van het nieuwe gebouw verzacht en gedeeltelijk aan het zicht onttrokken. Bovendien sluit het aan op de landschappelijke kenmerken van de omgeving en sluit het aan op het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022 en de Structuurvisie Someren 2028.

2.5.3. Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2012

In de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2012 zijn de gemeentelijke kernwaarden en speerpunten van de gemeente Someren betreffende de ruimtelijke kwaliteit geïntegreerd. Vooral de kernwaarden verantwoordelijkheid, vrijheid en ook de dienstverleningsfilosofie komen terug in de nota. Met de nota wordt een grotere verantwoordelijkheid bij de inwoners van de gemeente Someren neergelegd. Zij zijn immers mede verantwoordelijk voor de wijze waarop het openbare straatbeeld wordt ingevuld. Het beleid is zo ingericht dat twee aspecten van invloed zijn op de mate van inmenging van de gemeente. Hierbij gaat het voornamelijk om wat er wordt gebouwd en de locatie waar er wordt gebouwd. De combinatie van deze factoren bepaalt uiteindelijk in hoeverre de gemeente zich mengt met het initiatief. Indien een initiatief inmenging vereist vanuit de gemeente zal een Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (ARK)

Pagina 16 van 50

en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) het initiatief beoordelen. Uit de nota komt naar voren dat ieder initiatief in principe welstandsvrij gebouwd mogen worden. Dit houd in dat in het kader van de locatie (waar wordt er gebouwd) geen vooroverleg/advisering noodzakelijk is. Uitzonderingen hierop zijn beeldbepalende panden en beeldbepalende gebieden. De beoogde ontwikkeling betreft het herbestemmen van de huidige bestemming ‘Agrarisch- Agrarisch bedrijf’ naar de bestemming ‘Wonen’ met de functieaanduiding: specifieke vorm van wonen – Wonen Plus en de verkleining van het bestemmingsvlak. Met deze bestemming is het mogelijk om een bedrijf aan huis te vestigen en tevens 350 m² aan bijgebouwen te hebben. Het bijgebouw betreft geen beeldbepalend pand. Tevens blijkt uit bijlage 1 van de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2012 dat het plangebied niet gelegen is in een beeldbepalend gebied. Aangezien het plangebied geen beeldbepalend pand betreft en niet gelegen is in een beeldbepalend gebied, is verdere toetsing aan de Nota Ruimtelijke Kwaliteit 2012 niet noodzakelijk. Advisering vanuit de ARK en/of CRK is derhalve niet van toepassing.

2.5.4. Bestemmingsplan Op het plangebied is het bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’ d.d. 05-03-2020 van de gemeente Someren vigerend voor de regels en de verbeelding. De regels van het plan ‘Parapluplan NAF-beleid Someren’ zijn ook van toepassing op het plangebied. Op het plangebied zijn de volgende bestemmingen en aanduidingen van toepassing (afbeelding 6):

Afbeelding 6: Uitsnede bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’, plangebied rood omlijnd

Zoals eerder benoemt heeft de eigenaar een autobedrijf in Asten. De thuislocatie is niet de primaire bedrijfslocatie, maar wordt wel gebruikt als satellietlocatie wanneer er ruimtegebrek is. De eigenaar beoogt als burger op de locatie aan de Heistraat 13 te Someren blijven wonen en tevens de bestaande m² aan bijgebouwen met een totaal van 350 m² behouden voor de opslag/stalling van onder andere de bedrijfswagen met autoambulance. Met de autoambulance kan de eigenaar auto’s verslepen wanneer dit nodig is. Los van stalling van de bedrijfswagen en de autoambulance wordt er op locatie ook schade hersteld. De eigenaar heeft hier een kleine werkplaats in de beoogde her te bouwen loods om auto’s uit elkaar te halen (zie afbeelding 4), de schade te herstellen waarna deze weer terug gaan naar de klant of terug gaan naar de autobedrijfslocatie van de eigenaar voor de verkoop. Zoals in afbeelding 4 is te zien komt er in de beoogde loods dus een kleine werkplaats voor de schade herstel van auto’s, een werkbank met de benodigde machines voor de schadeherstel van

Pagina 17 van 50

auto’s, stallingsruimte voor de autoambulance en bedrijfswagen, magazijn voor de opslag van onder andere autoventieldoppen, stalling voor de eigen auto’s en privéopslag/tuinhuis. Op 08-12-2021 heeft de gemeente Someren een positief principebesluit genomen op de beoogde ontwikkeling. In het bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen waarmee de voorgenomen herbestemming mogelijk wordt gemaakt (artikel 4.7.3). Aan deze wijzigingsbevoegdheid zijn onderstaande voorwaarden verbonden. Deze voorwaarden worden in deze paragraaf waar nodig nader toegelicht. Voor de beoogde vorm van de woonbestemmingsvlak zijn in het vigerende bestemmingsplan geen regels opgenomen. Er vindt daarom een herziening van het bestemmingsplan plaats.

4.7.3 Wijziging van ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen plus’ Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ te wijzigen in de bestemming ‘Wonen’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - wonen plus’ ten behoeve van de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2 zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden:

De eigenaar heeft een autobedrijf in Asten. De thuislocatie is niet de primaire bedrijfslocatie, maar wordt wel gebruikt als satellietlocatie wanneer er ruimtegebrek is. Conform de wijzigingsbevoegdheid artikel 4.7.3 uit het vigerende bestemmingsplan wordt de Heistraat 13 te Someren herbestemd naar Wonen met de functieaanduiding specifieke vorm van wonen – wonenplus ten behoeve van de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2 zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. In de beoogde situatie beoogt de eigenaar als burger op de locatie aan de Heistraat 13 te Someren blijven wonen en tevens de bestaande m² aan bijgebouwen met een totaal van 350 m² te behouden voor de opslag/stalling van onder andere de bedrijfswagen met autoambulance. Met de autoambulance kan de eigenaar auto’s verslepen wanneer dit nodig is. Los van stalling van de bedrijfswagen en de autoambulance wordt er op locatie ook schade hersteld. De eigenaar heeft hier een kleine werkplaats in de beoogde her te bouwen loods om auto’s uit elkaar te halen, de schade te herstellen waarna deze weer terug gaan naar de klant of terug gaan naar de autobedrijfslocatie van de eigenaar voor de verkoop.

Het beoogde kleinschalige bedrijf is in de VNG-handreiking opgenomen in de categorie ‘Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en servicebedrijven’. Conform de VNGhandreiking behoren deze bedrijven tot milieucategorie 2.

a. het bestemmingsvlak wordt gereduceerd tot de voormalige agrarische bedrijfswoning met bijbehorend(e) bouwwerk(en), erf, tuin en verharding tot maximaal 2.500 m². Deze krijgen de bestemming 'Wonen' met de functieaanduiding ‘specifieke functieaanduiding - wonen plus’, terwijl de rest van het voormalige bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' dezelfde bestemming krijgt als de omliggende gronden;

In de beoogde situatie wordt het plangebied herbestemd van ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ naar ‘Wonen’ met de functieaanduiding: specifieke vorm van wonen – wonen plus. Het beoogde bestemmingsvlak wonen wordt circa 3.165 m2 de rest van het voormalige bestemmingsvlak wordt herbestemd naar ‘Agrarisch’ ook wordt de functieaanduiding landschappelijke inpassing opgenomen binnen het plangebied. Er wordt niet voldaan aan het gestelde maximum van 2.500 m2 er wordt daarom een partiele herziening van het bestemmingsplan aangevraagd.

b. de bedrijfsactiviteit moet plaatsvinden binnen de maximaal toegestane oppervlakte bebouwing;

De bedrijfsactiviteit vindt in de beoogde situatie plaats in de nog te realiseren nieuwe loods 350 m2. De bestaande verouderde loods van 350 m2 wordt gesloopt. Er is dus geen toename bebouwing.

c. de maximaal toegestane oppervlakte aan te behouden bijgebouwen bedraagt 250 m², behoudens ingeval van toepassing van de sloopbonusregeling, zoals opgenomen in artikel 18.3.2. Dan mag de maximale oppervlakte bijgebouwen 350 m² bedragen;

Aan deze voorwaarde wordt voldaan. Onderstaand wordt er getoetst aan artikel 18.3.2 aangezien de m2 bijgebouwen in de beoogde situatie 350 m2 bedraagt.

d. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd tenzij de bebouwing cultuurhistorische, landschappelijke en/ of architectonische waarde bezit;

Pagina 18 van 50

Er wordt gebruikgemaakt van de landschapsinvesteringsregeling de LIR berekening is toegevoegd in de bijlage van deze toelichting.

e. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven;

De beoogde ontwikkeling leidt niet tot aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en agrarische bedrijven. Dit is nader toegelicht in hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting.

f.

parkeren, laden en lossen vindt plaats binnen het bestemmingsvlak;

Conform de CROW-toekomstbestendig parkeren dienen er voor een arbeids- en bezoekersextensief bedrijf in het buitengebied maximaal 1,3 parkeerplaatsen te zijn per 100m2 bedrijfsvloeroppervlakte. Het bedrijf beschikt over 350 m2 bedrijfsgebouwen. Dit houdt in dat er 4 parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn binnen het plangebied. Voor een woning in de categorie koop, huis, vrijstaand, dat ligt in het buitengebied in weinig stedelijk gebied, wordt een parkeerbeleid van 2,0-2,8 voorgeschreven. Binnen de beoogde woonbestemming is één woning aanwezig dus geldt er in de worstcase scenario een parkeerbeleid van 3 parkeerplaatsen. In de beoogde is er binnen het bestemmingsvlak ‘Wonen’ parkeergelegenheid voor 7 parkeerplaatsen. Binnen het beoogde bestemmingsvlak is voldoende ruimte aanwezig voor deze parkeerbehoefte. In hoofdstuk 4 van deze toelichting wordt nader ingegaan op verkeer en parkeren.

g. er wordt voorzien in voldoende parkeerplaatsen en deze worden in stand gehouden;

Zie onderbouwing onder f.

h. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding;

Reclameaanduidingen zullen beperkt blijven tot een bescheiden naamsaanduiding. Tot op heden is er geen reclameaanduiding aanwezig.

i.

buitenopslag is niet toegestaan;

j.

er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het bestemmingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is;

Opslag zal inpandig plaatsvinden.

In hoofdstuk 4 van onderhavige toelichting is beredeneerd dat er geen planologische of milieuhygiënische belemmeringen gepaard gaan met de beoogde ontwikkeling.

k. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

Onderstaand wordt getoetst aan artikel 34.2.

18.3.2 Afwijken ten behoeve van oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 18.2.3a, 18.2.3b en 18.2.3c voor het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 350 m². Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. per m² uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m² zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De landschapsindeling is gebaseerd op het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten;

In de beoogde situatie beoogd de eigenaar de bestaande bedrijfsgebouwen van circa 350 m2 te behouden. Bij het wijzigen van ‘Agrarisch’ naar ‘Wonen’, mag 250 m2 aan bijgebouw blijven staan. De overige 100 m2 die wordt gesloopt kan worden gebruikt om op te plussen. De locatie ligt in een oude heideontginning, dus 100 m2 aan sloop is 33 m2 waard. Dit betekent dat er

Pagina 19 van 50

nog maar 67 m2 hoeft worden opgeplust met de LIR. Voor ontwikkeling wordt er dus 283 m 2 ingevuld, en na ontwikkeling 350 m2. Hierdoor wordt de bebouwingswaarde lager.

b. de oppervlakte te slopen bebouwing op de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling;

De extra meters worden gerealiseerd via de landschapsinvesteringsregeling, zie de bijlage van deze toelichting. De locatie wordt landschappelijk ingepast, de inrit naar de Brimweg wordt gesaneerd en er wordt geïnvesteerd in de landschapsfonds van de gemeente Someren

c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; De ontwikkelingsmogelijkheden van de in de omgeving aanwezige bedrijvigheid wordt met de beoogde situatie niet belemmerd. De woning ter plaatse van het plangebied is al een gevoelig object, dit verandert niet.

d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast;

Er vinden in de praktijk weinig wijzigingen plaats. De bestaande bebouwing op het plangebied blijft behouden. De verouderde loods wordt enkel gesloopt en nieuw gerealiseerd met een oppervlakte van 350 m2.

e. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd;

In de beoogde situatie is er geen sprake van overtollige bebouwing. De verouderde loods van 350 m2 wordt gesloopt en een nieuwe loods van 350 m2 wordt nieuw gerealiseerd.

f.

de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

Onderstaand is getoetst aan artikel 34.2.

34.2 Waarborgen ruimtelijke kwaliteit 34.2.1 Algemeen a. Een ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het daarbij betrokken gebied en de naaste omgeving en in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor landschapsopbouw in de vorm van een landschappelijke inpassing en voor het behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; De beoogde ontwikkeling verandert niets aan de waterhuishoudkundige situatie.

2. nieuwe ontwikkelingen zijn alleen toegestaan als deze niet leiden tot een onevenredige aantasting van natuur- en landschapswaarden, cultuurhistorische en aardkundige waarden; De beoogde situatie is al gerealiseerd de loods wordt enkel een paar meter naar achter gebouwd (afbeelding 3). Hierdoor zal de beoogde situatie niet leiden tot een verslechtering van natuur- en landschapswaarden en cultuur- en aardkundige waarden. Tevens wordt het plangebied landschappelijk ingepast. In paragraaf 4.4 wordt dit nader onderbouwd.

3. de landschappelijke inpassing moet in een redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de desbetreffende ontwikkeling.

In paragraaf 4.6 van onderhavige toelichting wordt dieper ingegaan op het landschappelijk inpassingsplan. Het landschappelijk inpassingsplan is ook bijgevoegd in de bijlage van deze toelichting. Dit plan staat in redelijke verhouding tot de aard van de betreffende ontwikkeling.

b. Alle ontwikkelingen die op basis van de Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren als categorie 2 of 3 ontwikkeling zijn aan te merken, moeten vergezeld gaan van een eigen

Pagina 20 van 50

landschappelijk inpassingsplan, dat is gebaseerd op het algemene inspiratiedocument Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

Er is een landschappelijk inpassingsplan toegevoegd in de bijlage bij deze toelichting. Dit is gebaseerd op het algemene inspiratiedocument Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022.

c. In afwijking op sub b zijn ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - vestigingsgebied glastuinbouw’ geen ontwerprichtlijnen opgenomen in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011 en worden de volgende richtlijnen gehanteerd: 1. de landschappelijke inpassing dient te bestaan uit inheemse, gebiedseigen soorten met een afschermende werking die lichtvervuiling voor de omgeving en schaduwwerking voor de kassen voorkomt; en 2. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing Vlasakkers’ dient de landschappelijke inpassing ingericht te worden en in stand te worden gehouden voor zover deze aansluit op de te ontwikkelen locatie; of 3. aan de randen van het vestigingsgebied glastuinbouw, niet aangeduid met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing Vlasakkers’, dient de landschappelijke inpassing een gemiddelde breedte van 7 m¹ te hebben voor zover deze aansluit op de te ontwikkelen locatie.

Er is geen aanduiding ‘overige zone - vestigingsgebied glastuinbouw’ van toepassing op het plangebied.

34.2.2 Principe zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, als bedoeld in 34.2.1a, houdt in ieder geval in dat: a. in geval van vestiging van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is verzekerd dat eerst gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing;

In de beoogde situatie wordt er gebruik gemaakt van de bestaande bedrijfswoning. De bestaande verouderde loods van 350 m2 wordt gesloopt en wordt er een nieuwe loods van 350 m2 op 20 meter vanaf de achtergevel van de bestaande woning gerealiseerd, zie afbeelding 3.

b. uitbreiding van het toegestane ruimtebeslag slechts is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen dat toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden;

Het bestemmingsvlak wordt in de beoogde situatie verkleind. In de beoogde situatie vindt er geen toename van m2 bebouwing plaats. Er vindt dus geen uitbreiding plaats van het toegestane ruimtebeslag.

c. uitbreiding van het toegestane ruimtebeslag dient aansluitend aan de bestaande bebouwing plaats te vinden in het kader van concentratie van bebouwing en zuinig ruimtegebruik.

In de beoogde situatie is er geen toename oppervlakte bebouwing, tevens wordt het bestemmingsvlak verkleind. Er is dus sprake van een zuinig ruimtegebruik.

Bovenstaand is getoetst aan de wijzigingsbevoegdheid in artikel 4.7.3 en achtereenvolgens aan de afwijkingsbevoegdheid in artikel 18.3.2 en de voorwaarden van artikel 34.2 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Deelgebied 2’ van de gemeente Someren. Uit bovenstaande toetsing blijkt dat het beoogde initiatief voldoet aan de eisen zoals gesteld in de wijzigingsbevoegdheid en de afwijkingsbevoegdheid. Derhalve kan het initiatief op basis van het bestemmingsplan doorgang vinden.

Pagina 21 van 50

3. Milieuhygiënische en planologische aspecten Op grond van het bepaalde in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het verplicht om inzicht te bieden in de relevante milieu-hygiënische en planologische aspecten. In dit hoofdstuk worden deze aspecten beschreven. 3.1. Milieueffectrapportage en vormvrije m.e.r.-beoordeling Een milieueffectrapportage (MER), en de bijbehorende procedure (m.e.r.), is een hulpmiddel om de belangen van het milieu volwaardig te betrekken bij de besluitvorming over plannen en projecten. Het gaat hierbij enkel om plannen en projecten die kunnen leiden tot initiatieven waardoor het milieu mogelijk nadelig wordt beïnvloed. Als uitgangspunt gelden voor plannen, waaronder bestemmingsplannen, onderstaande criteria om te beoordelen of een MER noodzakelijk is: ▪ Plannen waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000 gebieden. ▪ Plannen die kaderstellend zijn voor toekomstige m.e.r.- (beoordelings)plichtige besluiten; Ten aanzien van het eerste criterium geldt dat er in deze situatie geen sprake is van een plan waarvoor een passende beoordeling nodig is in verband met een mogelijk significant negatief effect op Natura 2000-gebieden. In paragraaf 4.3.2 is een uitgebreide toelichting opgenomen voor de mogelijke effecten van het plan op de Natura 2000-gebieden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13999531/1