Toelichting bestemmingsplan Eggendreef ong. Someren-Heide
Tekst van het document
27
Daarnaast is de ‘Beleidsbrief regenwater en riolering’ relevant. Hierin staat hoe het beste omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de drietrapsstrategieën. Tevens zijn de Keur en de beleidsregels Keur van Waterschap Aa en Maas van belang. Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) 2021-2025 Met de vGRP wordt beschreven hoe de gemeente Someren richting geeft aan de rioleringszorg. Voor nieuwbouw, dan wel herbouw, geldt dat het afvalwater en hemelwater gescheiden moet worden opgevangen. Daarnaast stimuleert de gemeente hydrologisch neutraal bouwen. Dit betekent dat wordt gestimuleerd om ‘schoon’ hemelwater direct in de grond te laten infiltreren. Hierbij is de drietrapsstrategie van toepassing. Daarnaast geldt: • Bij ruimtelijke ontwikkelingen met een uitbreiding van meer dan 2.000 m 2 aan verhard oppervlak, dient overleg te worden gepleegd met belanghebbende partijen via de watertoets • Bij inbreidingslocaties kleiner dan 2.000 m2 dient het regenwater eerst op eigen terrein te worden verwerkt. Uitgangspunt is dat geen hemelwater op de riolering wordt aangesloten (hydrologisch neutraal bouwen) Daarnaast is de ambitie van de gemeente om bewoners en bedrijven te stimuleren om regenwater zoveel mogelijk op het eigen perceel vast te houden.
5.2.3
Kenmerken huidige watersysteem Het plangebied heeft een totale oppervlakte van 2000 m². In de huidige situatie is geen bebouwing aanwezig en er is tevens geen verharding aanwezig. Hemelwater kan dus op de gehele locatie direct infiltreren in de grond. Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig.
5.2.4
Ontwikkeling In het kader voor een duurzame oplossing voor hemelwaterinfiltratie heeft op maandag 26 juni 2023 een overleg plaatsgevonden tussen de gemeente en initiatiefnemer van onderhavig plan. Hierin is besproken hoe de hemelwaterinfiltratie geregeld moet worden conform gemeentelijk beleid. Belangrijke uitgangspunten uit het GRP 20212025 zijn: -
Bij nieuwbouw dient ‘grondwaterneutraal’ gebouwd te worden; Tijdens een bui mag maximaal 20 cm water op straat staan; Bij een bui van 80 mm in 1 uur mag de kans op schade door wateroverlast buiten de ontwikkeling niet toe nemen; Bij ver- en nieuwbouw moet tenminste de eerste 30 mm regen (30 liter) per m² dakoppervlak van een bui binnen het perceel worden vastgehouden en lokaal verwerkt worden. Uitgangspunt is dat een buffer gerekend met een k-waarde van 1,0 m¹ per dag binnen 24 uur weer beschikbaar is en de buffer boven de GHG (gemiddeld hoogste grondwaterstand) aangelegd wordt.
Tijdens het overleg op 26 juli ’23 is besloten dat een realistische aanname van toename verharding per perceel beschouwd kan worden als het volgende: -
Totaal plangebied: (ca.) 2000m2; Totaal verharding: 1512m2
28
o o o
5 percelen tussen de 124,22m2 en 203,27m2 met gemiddeld 75% verharding; 2 percelen van 687m2 met 60% verharding; Gezamenlijke (toekomstige openbare) ruimte is 574m2 met 96% verharding.
De bergingsopgave komt daarmee op 121m3. Vermeerderd met 22m3, welke nu ook al geborgen wordt bij hevige buien op het terrein, komt de totale bergingsopgave van het plangebied als gevolg van de ontwikkeling uit op een totaal van 143m3. Daaraan wordt als volgt invulling aan gegeven: -
30mm per m2 dakoppervlak op eigen terrein (5 x 1,95m3 en 2 x 3m3) komt neer op 15,75m3; Tussen de banden (oppervlakkig) van het openbaar toegankelijk gebied kan op straat 29,9m3 geborgen worden; Met de gemeente wordt een overeenkomst gesloten waarin is opgesteld dat de resterende 97,35m3 door de gemeente in een wadi op het buiten het plangebied wordt opgevangen. De locatie van deze wadi is op perceel: SMR02-G-5593 (figuur 10)
Figuur 10: Locatie plangebied = geel. Locatie wadi = rood
Voor de te ontwikkelen bebouwing dienen voorzieningen te worden getroffen om de waterafvoer aan te sluiten op het bestaande watersysteem. Ruimtelijk gezien is dit geen belemmering voor de ontwikkeling. In het kader van de vergunningaanvraag voor het aspect ‘Bouwen’ zal dit nader worden uitgewerkt. De planontwikkeling voldoet hiermee aan de bergingseisen van de gemeente Someren.
29
5.3
Natuur
5.3.1
Gebiedsbescherming Sinds 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming het geldend wettelijk kader wanneer het gaat om natuurbescherming. Deze wet heeft drie wetten vervangen, namelijk de Natuurbeschermingswet 1998, Boswet en de Flora- en faunawet. De beleidsmatige natuurbescherming die voorheen was vastgelegd in de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) is opnieuw vastgelegd, maar heeft een andere naam gekregen namelijk Natuur Netwerk Brabant (NNB). Daarnaast is de specifieke soortenbescherming geëvalueerd en gemonitord. Op basis daarvan is de soortbescherming voor sommige soorten gewijzigd. Sommige soorten worden daardoor beter beschermd, andere soorten komen in een lager beschermingsregime of worden nieuw toegevoegd. De algemene zorgplicht blijft bestaan voor alle inheemse flora- en fauna. (Nieuwe) ontwikkelingen kunnen namelijk negatieve gevolgen hebben voor beschermde flora- en faunasoorten. Bij negatieve effecten van ontwikkelingen kan onder andere gedacht worden aan: optische verstoring door het toevoegen van bebouwing, verlies van oppervlakte, verdroging of vernatting, vermesting en verzuring, verstoring door licht, geluid, trilling en dergelijke. Bij ruimtelijke planvorming is daarom een toetsing aan de natuurwetgeving verplicht. Natura 2000 De planlocatie is niet gelegen binnen een Natura 2000-gebied. De planlocatie ligt centraal tussen drie Natura 2000 gebieden in.
Het betreft hier de volgende Natura 2000gebieden: Ten oosten van de planlocatie, Groote Peel, op een afstand van ruim 6 km. Ten zuiden van de planlocatie, Weerter- en Budelerbergen & Ringselven, op een afstand van ruim 3 km. Ten noordwesten van de planlocatie, Strabrechtse Heide & Beuven, op een afstand van ruim 5 km. Om te bepalen of de ontwikkeling inderdaad geen negatieve effecten heeft op Natura 2000-gebieden is een AERIUS-berekening uitgevoerd. De Aerius-berekening heeft betrekking op het gebruik van de woningen en de toename van het aantal verkeersbewegingen. Indien de uitkomst geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr. laat zien, is sprake van een acceptabele ontwikkeling ten aanzien van het effect op natuurgebieden. De woningen worden gasloos uitgevoerd. Conform de Handreiking woningbouw en Aerius wordt er van uitgegaan dat er het gebruik van de woning geen emissie tot gevolg heeft. Daarom heeft de Aerius-berekening enkel betrekking op de toename van het aantal verkeersbewegingen. Uit de berekening (zie tevens bijlage) blijkt dat de ontwikkeling geen depositieresultaten boven 0,00 mol/ha/jr. tot gevolg heeft. De ontwikkeling heeft dan ook geen onevenredig negatief effect op omliggende Natura 2000-gebieden. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.3.2
Soortenbescherming De Wet natuurbescherming regelt de bescherming en instandhouding van planten- en diersoorten die in het wild voorkomen. Daarnaast dienen alle in het wild levende planten en dieren in principe met rust te worden gelaten. Eventuele schade aan in het wild levende planten en dieren dient beperkt te worden middels het nemen van mitigerende 30
maatregelen. Als mitigatie niet voldoende is om schade te voorkomen is het verplicht de resterende schade te compenseren. Om te bepalen of het aspect soortenbescherming een belemmering vormt voor de ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Hieronder zijn de belangrijkste conclusies uit de quickscan benoemd. De volledige rapportage is bijgevoegd in de bijlage. Het plangebied is niet geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor vogels met jaarrond beschermde nesten. De bebouwing en beplanting in de omgeving en het plangebied zelf is geschikt voor vogels met niet-jaarrond beschermde nesten en algemene broedvogels. Vogels met niet-jaarrond beschermde nesten beschikken over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen. Om eventuele schadelijk effecten te voorkomen dient er buiten het broedseizoen te worden gewerkt dan wel extra te worden gecontroleerd op de aanwezigheid van nesten tijdens het broedseizoen. De ontwikkeling leidt niet tot een negatief effect op vleermuizen en overige habitatrichtlijnsoorten. Daarnaast zijn er geen nationaal beschermde soorten aanwezig waarvoor geen provinciale vrijstelling geldt. Gelet op het bovenstaande is geen aanvullend flora en faunaonderzoek noodzakelijk. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
5.4
Archeologie De Erfgoedwet is per 1 juli 2016 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. In dit plan dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling geen negatieve effecten heeft op de archeologische en/of cultuurhistorische waarden. In dit bestemmingsplan is een splitsing gemaakt tussen archeologie en cultuurhistorie. Archeologie is in de bodem aanwezig en is meestal niet beleefbaar, terwijl cultuurhistorie zichtbaar en beleefbaar is in de omgeving. Conform het vigerende bestemmingsplan is het plangebied niet specifiek aangemerkt als een bestemming met (mogelijk) archeologische waarden. Conform de Archeologiekaart van de gemeente Someren (figuur 11) is het plangebied gelegen in ‘Categorie 6’. Dit betreffen gebieden met een lage archeologische verwachting. Voor ontwikkelingen binnen dit gebied geldt geen onderzoeksplicht. De Archeologiekaart stelt dat er een beperkte kans bestaat op het aantreffen van archeologische resten. Het zal in deze gevallen ‘meestal gaan om toevalsvondsten’.
Doch zijn er op gebieden aangeduid met ‘Categorie 6’ geen ondergrenzen of aanlegvergunningen van toepassing, omdat de kans op het aantreffen van behoudenswaardige archeologische relicten zeer gering is. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen.
31
5.5
Figuur 11 Uitsnede archeologische beleidskaart planlocatie
Landschap en cultuurhistorie
Met de komst van de Erfgoedwet is het verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie mee te nemen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en esembles van een grotere schaal. Conform de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Noord-Brabant zijn er geen monumenten of cultuurhistorisch waardevolle elementen aanwezig binnen het plangebied. Met onderhavige ontwikkeling zijn de cultuurhistorische en landschappelijke kenmerken dan ook niet in het geding.
5.6
Verkeer en parkeren Het toevoegen of veranderen van een functie heeft in veel gevallen een effect op het aantal verkeersbewegingen. Het is daarom van belang om te kijken welke veranderingen er optreden en of dit een effect heeft op het wegverkeer en het parkeren.
5.7.1
Mobiliteit In de huidige situatie, op de exacte ontwikkellocatie van nieuwe woningen, zijn momenteel geen verkeersbewegingen. Door het toevoegen van 7 woningen zal het aantal verkeersbewegingen dus toenemen. Om te bepalen of het aantal extra verkeersbewegingen een belemmering vormt ten aanzien van het aspect mobiliteit, wordt de CROW-publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernormen’ gehanteerd. Hierbij is uitgegaan van het gebied ‘rest bebouwde kom’ met een ‘weinig stedelijk’. Woningsoort
Aantal
Aantal bewegingen per etmaal Koophuis vrijstaand 2 8,6 Koophuis tussen/hoek 5 7,8 Totaal aantal verkeersbewegingen per etmaal nieuwe situatie
Totaal
39 57 (afgerond)
32
Uit bovenstaande tabel blijkt dat het aantal verkeersbewegingen per etmaal in de nieuwe situatie toeneemt met 57 verkeersbewegingen ten opzichte van de huidige situatie. Aan de Eggendreef is het conform het bestemmingsplan ‘Herziening SomerenHeide Zuid’ mogelijk om maximaal 52 woningen toe te voegen. De Eggendreef is dan ook zodanig ingericht dat de verkeersbewegingen als gevolg van deze toekomstige woningen zonder problemen kunnen worden verwerkt. De extra verkeersbewegingen als gevolg van onderhavig planvoornemen zullen dan ook zonder problemen door de Eggendreef kunnen worden verwerkt. De huidige infrastructuur zal geen aanpassingen behoeven. Het aspect mobiliteit vormt geen belemmering.
5.7.2
Parkeren De gemeente Someren heeft op 28 juni 2018 de Nota Parkeernormen vastgesteld. In de nota is opgenomen dat de opgenomen kencijfers in de meest actuele CROW publicatie met parkeerkencijfers als parkeernormen worden gehanteerd. In dit geval wordt de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren. Van parkeerkencijfers naar parkeernomen’ gehanteerd. Daarnaast is het uitgangspunt dat parkeren dient te worden voorzien op het eigen terrein. Conform de Nota Parkeernormen wordt de planlocatie in Someren-Heide aangemerkt als ‘rest bebouwde kom’. Hiervoor gelden de parkeernormen zoals opgenomen in onderstaande tabel.
Functie Aantal/Oppervlakte Koophuis vrijstaand 2 Koophuis tussen/hoek 5 Totaal aantal benodigde parkeerplaatsen
Parkeernorm 2,3 per woning 2,0 per woning
Totaal 4,6* 10* 15 (afgerond)
* Inclusief 0,3 parkeerplaatsen per woning voor bezoekers
In totaal zijn er 15 parkeerplaatsen voor het eigen gebruik en bezoekers benodigd. Voor het eigen gebruik zijn afgerond 13 parkeerplaatsen benodigd en voor bezoekers 2 parkeerplaatsen. In dit geval worden er 3 parkeerplaatsen gerealiseerd op het eigen terrein en 10 in de nieuwe openbare ruimte (figuur 12). Hiermee wordt voldaan in het aantal benodigde parkeerplaatsen voor zowel het eigen gebruik voor de rijenwoningen is er op de rijbaan van de Eggendreef ruimte om twee auto’s te parkeren, waardoor wordt voldaan aan de parkeereis. Het parkeeraspect vormt geen belemmering voor het voornemen.
33
Figuur 12 Parkeergelegenheden
34
HOOFDSTUK 6.1
6 Uitvoerbaarheid
Inleiding In dit hoofdstuk wordt de haalbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. De ontwikkeling moet zowel in financieel als in maatschappelijk opzicht haalbaar zijn. Er wordt daarom een korte financiële toelichting gegeven.
6.2
Economische uitvoerbaarheid Bij in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen dient op grond van artikel 3.6.1 van Bro in de plantoelichting de economische uitvoerbaarheid van het plan inzichtelijk te worden gemaakt. Wanneer sprake is van een bouwplan zoals gedefinieerd in artikel 6.2.1 van Bro, dient er conform 6.12 van Wro een exploitatieplan te worden opgesteld. Conform artikel 6.2.1 a onder c van Bro kan hiervan worden afgeweken indien sprake is van verhaalbare kosten welke uitsluitend betrekking hebben op de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen. In dit geval wordt er een anterieure overeenkomst gesloten tussen de initiatiefnemer en de gemeente, waarin het kostenverhaal is opgenomen.
6.3
Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het ontwerpbestemmingsplan is ingevolge artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening gedurende zes weken ter visie gelegd, waarbij gelegenheid is geboden tot het indienen van zienswijzen.
35