CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Toelichting

Gemeenteraad 4 juli 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Stipdonk 46a Lierop25.114 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.4.3

Parkeren

Het uitgangspunt ten aanzien van parkeren is dat parkeren moet plaatsvinden op eigen terrein Voor het bepalen van de parkeerbehoefte bij de nieuwe ontwikkeling dient te worden uitgegaan van de parkeernormen zoals gepubliceerd door het CROW. Bij de berekening van het aantal parkeerplaatsen wordt van het type gebied ‘weinig stedelijk’, ‘buitengebied’ uitgegaan. De volgende tabel geeft een overzicht van de totale parkeerbehoefte van de totale bedrijfslocatie. Tabel 1: Overzicht functies en parkeernormen Functie (beoogd) Type gebied Parkeernorm (inclusief bezoek) Kantoor Weinig stedelijk, 2,55 per 100 m² buitengebied Bedrijf Weinig stedelijk, 1,05 per 100 m² arbeidsextensief/ buitengebied bezoekersextensief Woningen Weinig stedelijk, 2,4 per woning buitengebied Totaal

Aantal m² 305 m²

Aantal benodigde parkeerplaatsen 8

7.675 m²

81

2

5 94

Dit betekent dat in totaal 94 parkeerplaatsen aanwezig dienen te zijn op basis van de parkeernormen. Daarnaast is er voldoende erfverharding aanwezig voor het parkeren van de vrachtwagens van het bedrijf. Het hiervoor berekende aantal parkeerplaatsen is een theoretische behoefte op basis van de oppervlakte aan bedrijfsbebouwing die niet aansluit op de werkelijke situatie qua gebruik daarvan, aangezien de bedrijfsbebouwing overwegend wordt gebruikt ten behoeve van opslag van goederen en producten. Voor kantoorpersoneel en uitvoerend personeel bestaat een werkelijke parkeerbehoefte van 10 tot maximaal 20 personenauto’s (bij pieken) inclusief directie en bezoekers. Deze behoefte zal niet of niet merkbaar toenemen met de bouw van de extra vrieshal. Voor parkeren is voor, naast en achter het kantoor in ruime mate parkeerruimte aanwezig waardoor er in geen geval sprake zal zijn van een tekort. Daarnaast is er nu al ruime erfverharding aanwezig voor het manoeuvreren en parkeren van de vrachtwagens die het bedrijf bezoeken. Die wordt voor de nieuw te bouwen vrieshal met dockshelters nog vergroot conform het plan. Binnen de bedrijfsinrichting blijft in de beoogde situatie dan ook sprake van voldoende parkeergelegenheid voor zowel personenauto’s als vrachtwagens (zie volgende figuur).

25 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

Bedrijfsactiviteiten: 10 pp

Bedrijfswoning: 3 pp

Bedrijfsactiviteiten: 10 pp Kantoor: 9 pp

Parkeren vrachtwagens

Bedrijfsactiviteiten: 60 pp Bedrijfswoning: 3 pp

Figuur 14: Ligging parkeerplaatsen

26 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

5. Milieuaspecten Milieuaspecten spelen een rol in de ruimtelijke planvorming wanneer aan een gebied functies worden toegekend die een milieubelasting doen ontstaan of doen toenemen. Door middel van een goede ruimtelijke ordening kan een milieubelasting ook worden beperkt of worden voorkomen, zodat wordt bijgedragen aan de duurzame ontwikkeling van de gemeente. Milieuaspecten worden daartoe integraal en vanaf een zo vroeg mogelijk stadium in het planvormingsproces betrokken. Hierdoor wordt het milieubelang volwaardig afgewogen tegen andere belangen die evenzeer claims leggen op de beschikbare ruimte.

5.1

M.e.r.-beoordeling

Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben dient op basis van wet- en regelgeving vaak een m.e.r.-procedure doorlopen te worden. Om te beoordelen of een plan of besluit m.e.r.-(beoordelings)plichtig is, dient te worden bepaald of het project is opgenomen in de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het Besluit m.e.r. is per 1 juli 2017 gewijzigd. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst en die onder de drempelwaarden van kolom 2 vallen dient een toets te worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. De ontwikkeling ziet niet op een activiteit of geval die voorkomt in de D-lijst van het Besluit m.e.r. Een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling is dan ook niet noodzakelijk.

5.2

Bodem

In het bestemmingsplan dient rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. De reden hiervoor is dat eventueel aanwezige bodemverontreiniging van groot belang kan zijn voor de keuze van bepaalde bestemmingen en/of voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. De bodemtoets moet worden uitgevoerd bij het wijzigen of opstellen van een bestemmingsplan of bij een projectbesluit. Bodemtoets Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moet in bepaalde gevallen worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Toets plangebied Het terrein waar de nieuwe bebouwing wordt gerealiseerd betreft momenteel voornamelijk landbouwgrond Hier hebben naar verwachting in het verleden geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Daarbij betreffen de nieuwe gebouwen geen gevoelige objecten waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend (meer dan 2 uur per (werk)dag) mensen verblijven. Dit betekent dat geen bodemonderzoek hoeft te worden uitgevoerd. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. Indien noodzakelijk wordt in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning voor de nieuwe bebouwing een historisch bodemonderzoek uitgevoerd. Het aspect bodem vormt derhalve geen belemmering voor de voorgenomen activiteiten.

27 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

5.3

Water

Het plangebied is niet gelegen binnen of in de nabijheid van een waterwingebied of een beschermingszone hiervan. Tevens is het plangebied niet gelegen in een gebied dat bestemd of gereserveerd is ten behoeve van regionale waterberging. Onderhavige ontwikkeling vormt geen belemmering c.q. bedreiging voor de hydrologisch waardevolle en kwetsbare gebieden. De waterhuishoudkundige gevolgen binnen het plan worden behandeld in de waterparagraaf (hoofdstuk 6).

5.4

Geurhinder en veehouderij

De Wet geurhinder en veehouderij schept het kader voor de onderbouwing van nieuwe plannen voor het aspect geur. De Wgv heeft ook consequenties voor de ontwikkeling van nieuwe ruimtelijke projecten. Dit wordt de omgekeerde werking genoemd. Een geurnorm is bedoeld om mensen te beschermen tegen geurhinder, omgekeerd moet het bevoegd gezag dan ook niet toestaan dat nieuwe projecten gerealiseerd worden op plaatsen waar de geurhinder onaanvaardbaar hoog is of door nieuwe ontwikkelingen te hoog zal worden. De grondslag hiervan ligt in de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Bij besluitvorming omtrent een bestemmingsplan moet worden bepaald of er sprake is van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Er moet worden nagegaan of een partij onevenredig in haar belangen wordt geschaad. Voor geurhinder betekent dit dat de volgende aspecten nader onderzocht moeten worden. Een goed woonen verblijfklimaat ter plaatse van geurgevoelige objecten dient te worden gegarandeerd. Dit betekent dat de geurbelasting van omliggende veehouderijbedrijven aan bepaalde normen dient te voldoen waarmee een acceptabel woon- en leefklimaat wordt gegarandeerd. Daarnaast dient naar het belang van de veehouderijen te worden gekeken om te bepalen of de bouw van geurgevoelige objecten de ontwikkeling van deze bedrijven niet belemmeren.

Onderhavige ontwikkeling ziet niet op de realisatie van een geurgevoelig object; de nieuwe bebouwing betreft een vrieshal met laadstation. Daarbij is de meest nabij gelegen veehouderij (varkenshouderij Stipdonk 30) gelegen op een afstand van circa 350 meter. Andere geurgevoelige objecten zijn dichter bij deze en andere omliggende veehouderijbedrijven gelegen waardoor de uitbreiding van het bedrijf geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van de bedrijven. Het aspect geur geeft dan ook geen belemmering met betrekking tot de beoogde ontwikkeling.

5.5

Geluid

In het kader van het aspect geluid is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Doel van deze wet is het terugdringen van hinder als gevolg van geluid en het voorkomen van een toename van geluidhinder in de toekomst. In dit kader is onderzocht of de toekomstige ontwikkelingen geen negatieve effecten hebben op de omgeving. 5.5.1

Wegverkeerslawaai

De Wet geluidhinder (Wgh) is van toepassing op woningen, andere geluidsgevoelige gebouwen (onder meer onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en andere gezondheidszorggebouwen) en geluidsgevoelige terreinen (onder meer woonwagenstandplaatsen). Uit artikel 74 Wgh vloeit voort dat in principe alle wegen voorzien zijn van een geluidzone waarbinnen een akoestisch onderzoek dient te worden 28 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

verricht, indien sprake is van het projecteren van nieuwe geluidsgevoelige bebouwing binnen een dergelijke zone. Uitzondering hierop zijn wegen die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. Een bedrijfspand wordt niet beschouwd als een geluidgevoelige bestemming in het kader van de Wgh. Een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai is dan ook niet noodzakelijk. 5.5.2

Industrielawaai

Het bedrijf is op geruime afstand gelegen van het dichtstbijzijnde geluidgevoelige object. In paragraaf 5.5 wordt onderbouwd dat sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. Een akoestisch onderzoek industrielawaai is niet noodzakelijk.

5.6

Bedrijven en milieuzonering

Er dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende en hindergevoelige functies ter bescherming en/of vergroting van de woon- en leefkwaliteit. Indien milieubelastende functies op het plangebied mogelijk worden gemaakt, dient de invloed op de omgeving inzichtelijk te worden gemaakt. De VNG-publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ (2009) geeft per bedrijfsactiviteit richtafstanden met betrekking tot geur, fijn stof, geluid en gevaar die in de meeste gevallen kunnen worden aangehouden tussen een bedrijf en woningen om hinder en schade aan mensen in de directe omgeving van een ruimtelijke ontwikkeling binnen aanvaardbare normen te houden. Uitgangspunt hierbij is dat de richtafstand in principe geldt tussen de perceelsgrens van het bedrijf en de perceelgrens van het hindergevoelige object. Onderhavige ontwikkeling betreft een uitbreiding van bedrijfsbebouwing die binnen het bestaande bouwperceel plaatsvindt. Door de uitbreiding wijzigen de afstanden tot de omliggende hindergevoelige objecten niet. Daarnaast ziet de ontwikkeling op een netto afname van verkeersbewegingen ten behoeve van de uitbreiding ten opzichte van de huidige situatie (zie onderbouwing in paragraaf 4.4), waardoor geen toename van hinder op omliggende gevoelige objecten plaatsvindt. Het woon- en leefklimaat in de omgeving verslechtert niet.

5.7

Luchtkwaliteit

Wet luchtkwaliteit Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste bepalingen over luchtkwaliteitseisen opgenomen in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5, titel 5.2 Wm). Titel 5.2 handelt over luchtkwaliteit; daarom staat deze ook wel bekend als de ‘Wet luchtkwaliteit’. Specifieke onderdelen van de wet zijn uitgewerkt in amvb's en ministeriële regelingen. De kern van de ‘Wet luchtkwaliteit’ bestaat uit de (Europese) luchtkwaliteitseisen. Verder bevat zij basisverplichtingen op grond van de richtlijnen, namelijk: plannen, maatregelen, het beoordelen van luchtkwaliteit, verslaglegging en rapportage. De wet regelt het zogenaamde Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Daarbinnen werken het Rijk, de provincies en gemeenten samen om de Europese eisen voor luchtkwaliteit te realiseren. Niet in betekenende mate bijdragen In de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde.

29 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

Toetsing initiatief De achtergrondconcentratie fijn stof (PM10) ter plaatse van de locatie bedraagt 14,99 µg/m3 2. Daarmee wordt voldaan aan de wettelijke fijn stof norm. De ontwikkeling heeft geen significante invloed op de luchtkwaliteit doordat het aantal verkeersbewegingen van en naar de locatie als gevolg van het plan netto gezien niet toeneemt ten opzichte van de huidige situatie (zie onderbouwing in paragraaf 4.4). Het plan is te kleinschalig om in betekenende mate bij te dragen aan een verandering/verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ruimtelijke ontwikkeling.

5.8

Externe veiligheid

Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico’s moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang en -dagverblijven. Bij ruimtelijke plannen dient rekening te worden gehouden met dit aspect. Daartoe moeten de risico’s voor de bevolking, die verbonden zijn aan gevaar veroorzakende activiteiten, in beeld worden gebracht. Voor de normstelling van risicovolle bedrijven moet worden aangesloten bij het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het toetsingskader is meer gedetailleerd uitgewerkt in de Regeling externe veiligheid voor inrichtingen (Revi). De eisen ten aanzien van vervoer van gevaarlijke stoffen en de daarmee samenhangende risico’s zijn vastgelegd in het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen die risicovolle stoffen transporteren geldt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb).

Dit besluit regelt de taken en verantwoordelijkheden van de leidingexploitant en de gemeenten en geeft de eisen en veiligheidsafstanden voor buisleidingen die worden gebruikt voor het transport van gevaarlijke stoffen ten opzichte van kwetsbare objecten. De volgende figuur toont een uitsnede van de Risicokaart waarop de meest nabijgelegen risicobronnen in beeld zijn gebracht (zie volgende figuur).

2 RIVM, Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland

30 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

Leiding Gasunie

Plangebied

Figuur 15: Uitsnede Risicokaart omgeving plangebied

Op circa 230 meter oostelijk van de nieuwbouwlocatie (beoogde locatie binnen het bouwvlak voor de oprichting van de nieuwe vrieshal) is een gasleiding van Gasunie gelegen. Het invloedsgebied van de gasleiding is voor een klein gedeelte binnen de voorziene bedrijfsuitbreiding voorzien. Er worden echter geen (beperkt) kwetsbare objecten gerealiseerd door toedoen van de bedrijfsuitbreiding, waardoor geen (beperkte) verantwoording van het groepsrisico benodigd is. Advies Veiligheidsregio De veiligheidsregio heeft het initiatief beoordeeld en komt tot het volgende advies: De uitbreiding valt in bluswaterscenario 40, het zwaarste scenario, wat concreet betekent: 60 m3/uur bluswater aanwezig binnen 3 minuten na aankomst van het eerste blusvoertuig (het zogenaamde A-water) en daarbovenop nog eens 90 m3/uur extra bluswater na 15 minuten (B-water). Normaliter is het zo dat het A-water geleverd wordt door ondergrondse brandkranen en het B-water geleverd wordt door extra brandkranen, kanalen, vennen of particuliere bluswatervoorzieningen in de vorm van geboorde putten. Ter hoogte van het plangebied bevinden zich echter geen brandkranen. Wel kan gebruikt worden gemaakt van het kanaal.

Door de nabije ligging van het kanaal is het niet noodzakelijk dat de ondernemer een geboorde put met elektrische pomp hoeft te realiseren (die zorgt voor het benodigde A-water); echter een bluswatervoorziening op eigen terrein dient wel aanwezig te zijn. In de regels van het bestemmingsplan wordt dan ook een voorwaardelijke verplichting opgenomen waarin wordt bepaald dat in het kader van de omgevingsvergunning voor de bouw van de nieuwe bedrijfsbebouwing een particuliere bluswatervoorziening op eigen terrein wordt gerealiseerd (bijvoorbeeld een geboorde put zonder elektrische pomp. Voor het overige bluswater zal een beroep gedaan worden op het kanaal. Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

31 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

6. Waterparagraaf 6.1

Watertoets

Sinds 1 november 2003 is de zogenaamde watertoets verplicht. Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van het initiatief binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets de oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan kunnen worden gemaakt. Het waterkwaliteitsbeheer en het waterkwantiteitsbeheer in Someren is in handen van de gemeente Someren en het Waterschap Aa en Maas.

6.2

Waterbeleid

Met betrekking tot de waterhuishouding zijn diverse beleidsstukken relevant. Genoemd kunnen worden: Nationaal Waterplan 2016-2021, Provinciaal Milieu- en Waterplan van de provincie Noord-Brabant, Waterbeheerplan 2022-2027 Waterschap Aa en Maas, Keur Waterschap Aa en Maas, Vierde Nota Waterhuishouding, Nationaal bestuursakkoord water, Beleidsbrief regenwater en riolering. Centraal in het waterbeleid is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De waterhuishouding legt daarmee een ruimteclaim waaraan voldaan moet worden. Daarbij zijn de volgende strategieën leidend: • Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); • Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit). Waterbeheerplan 2022-2027 Waterschap Aa en Maas In het Waterbeheerplan 2022-2027 staan de doelstellingen van waterschap Aa en Maas voor de periode 2022-2027. Hierin wordt beschreven wat gedaan moet worden om die doelen te halen. Hierdoor weten de inwoners van het werkgebied en de partners wat ze van het waterschap kunnen verwachten. Met dit plan wordt ook invulling gegeven aan de verplichting vanuit de Waterwet en de Verordening Water om een waterbeheerplan op te stellen. In de nieuwe Omgevingswet staat de verplichting om een waterbeheerprogramma op te stellen. De eisen aan een dergelijk programma zijn vergelijkbaar met de huidige eisen aan een waterbeheerplan.

Het grootste verschil is dat de hoofdlijnen van het watersysteembeleid een plek krijgen in het Omgevingswet-instrument ‘omgevingsvisie’ van rijk, provincie en gemeenten. Hier wordt op ingegaan, om de maatregelen in dit waterbeheerplan in de goede context te kunnen plaatsen. De samenhang tussen de omgevingsvisies en dit plan vraagt om goede afstemming. In het waterbeheerplan is een indeling gemaakt in programma’s: • Waterveiligheid; • Klimaatbestendig en gezond watersysteem; • Schoon water; • Gezond en natuurlijk water; • Het leveren van maatschappelijke meerwaarde. Keur Brabantse waterschappen Voor waterhuishoudkundige ingrepen in het plangebied is de Keur waterschap Aa en Maas van toepassing. De Keur is een waterschapsverordening die gebods- en verbodsbepalingen bevat met betrekking tot ingrepen die consequenties hebben voor de waterhuishouding en het waterbeheer. Op grond van de keur is het onder andere verboden om handelingen te verrichten waardoor onderhoud, aanvoer, afvoer en/of berging van water kan worden belemmerd, zonder een ontheffing van het waterschap.

32 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

Beleidsregel hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater De drie Brabantse Waterschappen hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. De Keur is in 2021 geactualiseerd. Bij een toename en afkoppelen van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Het waterschap maakt grofweg onderscheid in projecten met een toename van verhard oppervlak van maximaal 500 m², toename van een verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² en projecten met een toename van het verhard oppervlak van meer dan 10.000 m². Plannen met een verhardingstoename tot 500 m² zijn onder de nieuwe keur vrijgesteld van compensatie. Voor plannen met een verhardingstoename tussen 500 m² en 10.000 m² hanteert het waterschap een algemene (reken) regel (benodigde compensatie (in m³) = Toename verhard oppervlak (m²) * Gevoeligheidsfactor * 0,06 (in m)).

6.3

Oppervlaktewater

De volgende figuur toont de ligging van leggerwatergangen in beheer bij het waterschap, in de omgeving van het plangebied. Ten westen van de locatie is een A-watergang gelegen die in beheer is bij het Waterschap Aa en Maas. Hier geldt een beschermingszone van 5 meter (zie volgende figuur).

Plangebied

A-watergang

Figuur 16: Ligging leggerwatergangen waterschap

De nieuwe bebouwing wordt buiten deze beschermingszone gesitueerd. De ontwikkeling heeft geen invloed op het beheer en instandhouding van deze watergangen.

6.4

Grondwater

Via de Kaartbank van provincie Noord-Brabant zijn gegevens opgevraagd over de grondwaterstand bij het plangebied. Uit gegevens is gebleken dat de gemiddelde hoogste waterstand zich rond de 40-80 cm onder het maaiveld bevindt en de gemiddelde laagste grondwaterstand rond de 140-200 cm onder het maaiveld (zie volgende figuren).

33 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

Plangebied

Figuur 17: GHG (bron: Kaartbank Noord-Brabant)

Plangebied

Figuur 18: GLG (bron: Kaartbank Noord-Brabant)

6.5

Omgang hemelwater

Hydrologisch neutraal bouwen Hydrologisch neutraal bouwen betekent dat het schone hemelwater afkomstig van daken en erfverharding op het perceel moet worden verwerkt door middel van infiltratie of waterberging. Gezorgd moet worden dat voldoende buffercapaciteit aanwezig is. De oorspronkelijke landelijke afvoer mag niet overschreden worden bij een bui die eens in de 10 jaar voorkomt (T=10). Toename verhard oppervlak In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de oppervlaktes verharding (dakoppervlakte en erfverharding) in beoogde situatie.

34 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

Tabel 2: Verhard oppervlak beoogde situatie Verhard oppervlak Dakoppervlak: - vrieshal in 2016 vergund en gerealiseerd - beoogde bedrijfsbebouwing Erfverharding

Oppervlakte (m²) 1.450 1.560 3.000

Totaal

6.010

Op basis van de Keur van het waterschap en het gemeentelijk beleid is een compenserende maatregel noodzakelijk. Dimensionering hemelwaterberging Voor de dimensionering van de infiltratievoorziening wordt de rekenregel uit artikel 15 van de Algemene regels van de Keur toegepast. Hierin is bepaald dat bij een toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² compenserende maatregelen getroffen moeten worden voor het afvoeren van hemelwater, in de vorm van een voorziening met een minimale compensatie, waarbij de volgende rekenregel wordt toegepast: benodigde compensatie(in m3) = toename verhard oppervlak (in m2) x gevoeligheidsfactor x 0,06 (in m) De gevoeligheidsfactor houdt de nominale waarde in die de hydrologische gevoeligheid en infiltratiepotentie van de locatie uitdrukt. De waarde 0,06 is de waterschijf van 60 mm die overeenkomt met de vastgestelde bovengrens voor de compensatiecapaciteit van 600 m3/ha. Ter plaatse van het plangebied bedraagt deze 1. Om hydrologisch neutraal te ontwikkelen bedraagt de benodigde bergingscapaciteit voor de ontwikkeling tijdens een extreme neerslagsituatie: 6.010 x 1 x 0,06 = 360,6 m³. Bij de dimensionering van de voorziening dient rekening gehouden te worden met een maximale diepgang van 40 cm gezien de GHG (gemiddelde hoogste grondwaterstand) ter plaatse.

De aan te leggen zaksloot heeft een lengte van circa 70 meter en is circa 13 meter breed en wordt ten oosten van de nieuwe erfverhard gerealiseerd. Met deze afmetingen is de infiltratievoorziening van voldoende omvang om het hemelwater te kunnen bergen. Het hemelwater wordt zowel middels buizen als oppervlakkig afgevoerd naar de zaksloot. De volgende figuur toont de ligging van de bergingsvoorziening.

Hemelwaterberging (70 m * 13 m)

Figuur 19: Ligging hemelwaterberging 35 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

In de regels van het bestemmingsplan wordt de waterbergende functie van de gronden geborgd middels een dubbelbestemming. Gebruik niet uitlogende materialen Het gebruik van niet uitlogende materialen is conform het advies van de Dubo-richtlijn (Duurzaam Bouwen). Bij de bouw zal geen gebruik worden gemaakt van onbehandelde uitlogende materialen zoals koper, zink en lood, teerhoudende dakbedekking (PAK’s). Lozen op het riool In de huidige situatie wordt het hemelwater niet op het riool afgevoerd en is het uitgesloten dat het water na realisatie van voorliggend project op het riool geloosd wordt. Conclusie Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan het beleid van Waterschap Aa en Maas en de gemeente Someren inzake de watertoets.

6.6

Omgang met huishoudelijk afvalwater

De nieuwe bebouwing wordt aangesloten op de gemeentelijke riolering, waarop het huishoudelijk afvalwater wordt geloosd.

36 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

7. Uitvoerbaarheid 7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

In het kader van de openbare voorbereidingsprocedure wordt het plan in procedure gebracht en is er voor eenieder de gelegenheid om kennis te nemen van het plan. In het kader van deze procedure bestaat de mogelijkheid om op de plannen te reageren via de gangbare bezwaar- en beroepsprocedures. 1)

Voorbereiding en vooroverleg Het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.1) geeft aan dat burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een ruimtelijk plan overleg voeren met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. De instanties die in kennis gesteld moeten worden van dit bestemmingsplan zijn geïnformeerd. De provincie Noord-Brabant en het waterschap hebben te kennen gegeven dat zij geen opmerkingen op het voorontwerp-bestemmingsplan hebben. De veiligheidsregio heeft een opmerking gemaakt over het realiseren van een bluswatervoorziening op eigen terrein. Dit is verwerkt in de regels en toelichting.

2)

Ontwerp Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 20 november 2023 voor een periode van 6 weken ter inzage gelegen, waarin eenieder in de gelegenheid is gesteld zienswijzen in te dienen. Op het plan zijn geen zienswijzen ingediend, enkel de provincie Noord-Brabant heeft een reactie gegeven op het plan. Hieronder wordt de reactie van de provincie Noord-Brabant samengevat weergegeven met daarbij in cursief hoe met de reactie van de provincie wordt omgegaan. Reactie provincie Noord-Brabant De provincie geeft aan dat met het oog op een evenwichtige toedeling van functies en het principe van zorgvuldig ruimtegebruik in overweging te bepalen in hoeverre met deze ontwikkeling de definitieve en toekomstbestendige schaal en omvang van het bedrijf is bereikt. De ontwikkeling is passend binnen het gebied en qua schaal van het bedrijf. Een deel van de uitbreiding is reeds vergund. In onderhavig plan wordt het aantal m² aan bebouwing opgenomen waarmee de mogelijkheden worden gemaximaliseerd. De provincie geeft in overweging om de niet benodigde delen van de bestemming ‘Bedrijf’, bijvoorbeeld ter hoogte van de beoogde plek voor waterberging en landschappelijke inpassing, buiten het bouwperceel te laten en op te laten gaan in de omliggende gebiedsbestemming ‘Agrarisch met waarden’. Binnen het bouwperceel wordt de waterberging en een deel van de landschappelijke inpassing gerealiseerd.

Dit wordt geborgd middels aan aanduiding. Deze voorzieningen worden binnen het bouwperceel opgenomen omdat deze onderdeel vormen van de bedrijfsbestemming. In de regels van het bestemmingsplan wordt geborgd dat binnen deze aanduidingen enkel de functies van waterberging en landschappelijke inpassing mogelijk zijn.

3) Vaststelling Het bestemmingsplan wordt na verwerking van de zienswijzen vastgesteld door de gemeenteraad van Someren en wordt vervolgens ter inzage gelegd. Tijdens deze periode kan eenieder die een zienswijze op het plan heeft ingediend beroep aantekenen. 37 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

7.2

Economische uitvoerbaarheid

Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Met de inwerkingtreding van de Wro rust op de gemeente de verplichting tot het verhalen van kosten bij grondexploitatie via een exploitatieplan, tenzij kostenverhaal anderszins is verzekerd. De toepassing voor het afdwingbare kostenverhaal richt zich op bouwplannen. De definitie van wat onder een bouwplan wordt verstaan, is opgenomen in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Uit dit artikel blijkt dat onder een bouwplan o.a. wordt verstaan de bouw van hoofdgebouwen van een oppervlak van 1.000 m² of meer. De te verhalen kosten worden limitatief opgesomd in artikelen in de kostensoorten lijst (art. 6.2.4 Bro). Voor het voorliggend bestemmingsplan maakt de gemeente alleen kosten voor het begeleiden van het bestemmingsplan. De noodzakelijke onderzoeken zijn al voor rekening van de aanvrager uitgevoerd. Met initiatiefnemer is op grond van de grondexploitatiewetgeving, als opgenomen in de Wro, een anterieure ontwikkelingsovereenkomst gesloten. In de overeenkomst zijn ontwikkelvoorwaarden (waaronder planschade) opgenomen.

38 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

8. Juridische verantwoording 8.1

Algemene opzet

Dit hoofdstuk bevat de concrete vertaling van het beleidsgedeelte (voorafgaande hoofdstukken) naar het juridisch gedeelte van het wijzigingsplan (de verbeelding en regels). Het wijzigingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • De toelichting: een planbeschrijving die een verantwoording van de gemaakte keuzes, een toelichting op de juridische opzet en een korte beschrijving van de handhavings- en uitvoeringsaspecten bevat; • De bestemmingsregels, waarin de bestemmingen en daarbinnen geldende mogelijkheden zijn uitgewerkt; • De verbeelding: heeft de rol heeft van visualisering van de bestemmingen.

8.2

Toelichting op de verbeelding

Op de verbeelding zijn de bestemmingen onderscheiden. De bestemmingen zijn afgeleid uit het gebruik (de aanwezige functies). Deze vormen het zogenaamde casco van het plan, waarvan in beginsel niet mag worden afgeweken. Op basis van het voorgaande worden in voorliggend bestemmingsplan de volgende bestemmingen en aanduidingen onderscheiden: • • • • • • • • • • • •

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden (enkelbestemming); Bedrijf (enkelbestemming); Waarde – Archeologie (dubbelbestemming); Waarde – Ecologie (dubbelbestemming); Waarde – Waterbergende functie (dubbelbestemming); Overige zone – bebouwingsconcentratie (gebiedsaanduiding); Vrijwaringszone – invliegfunnel (gebiedsaanduiding); Specifieke vorm van bedrijf – 1 (functieaanduiding); Specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing (functieaanduiding); Specifieke vorm van waarde – visueel waardevol; gesloten (functieaanduiding); Waterberging (functieaanduiding); Specifieke bouwaanduiding – 1 (bouwaanduiding).

8.3

Toelichting op de regels

De systematiek van de regels kan worden samengevat aan de hand van de hoofdstukindeling. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: • • •

Hoofdstuk 1 ‘Inleidende Regels’ gaat in op de omschrijvingen van de in de regels gehanteerde begrippen en de wijze waarop de vermelde maten worden bepaald. In hoofdstuk 2 ‘Bestemmingsregels’ worden de verschillende bestemmingen met bijbehorende gebruiksbepalingen en bouwregels beschreven. Hoofdstuk 3 ‘Algemene regels’ geeft een overzicht van de algemene bouw- en gebruiksregels, de regels met betrekking tot afwijken van het bestemmingsplan, algemene aanduidingsregels en de bepalingen ten behoeve van wijzigingen van het bestemmingsplan. Tot slot komen de procedureregels aan bod, die verwijzen naar de wetgeving die in acht moet worden genomen. 39 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

•

In hoofdstuk 4 ‘Overgangs- en slotregels’ komen de regels ten aanzien van het overgangsrecht en de slotregel aan bod.

40 Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

Bijlage 1

Situatietekening beoogde situatie

Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

onk

bestaande loods

ipd St

bedrijfswoning Stipdonk 46 tuin dierenweide

bestaande houtwal (buiten plangebied)

bestaande erfverharding

bestaand kantoor Stipdonk 46a

grens betemming ‘Bedrijf’

nieuwe beplanting (landschappelijke inpassing) bestaande beplanting

bestaande vrieshal tuin

bestaande vrieshal (2016)

nieuwe erfverharding

bedrijfswoning Stipdonk 43 tuin

bestaande beplanting nieuwe laaddocks nieuwe vrieshal

nieuwe beplanting (landschappelijke inpassing)

Situatietekening beoogde situatie Stipdonk 46a Lierop Agron Advies BV Pastoor van Schijndelstraat 33a 5469 PS Boerdonk www.agronadvies.nl

Formaat tekening A3 Schaal 1 : 1.000 d.d. 22-08-2022 versie 01

Bijlage 2

Berekening investering kwaliteitsverbetering landschap

Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

Bestemmingswinst en Landschappelijke Kwaliteitsverbetering Someren versie:

augustus 2020

ontwikkeling / bestemmingsplan: oppervlakte plangebied: Bestemmingswaarde Agrarische bestemmingen Agrarisch bedrijf Agrarisch bedrijf - per bedrijfswoning (1.000 m2) Agrarische grond - Landbouw gronden Agrarische grond - Teeltondersteunende voorzieningen Agrarische grond - Zonneweide Bedrijfsbestemmingen, niet-agrarisch Bedrijf, cat 1-2, max 800 m2 bedrijfsgebouw Bedrijf, cat 1-2, meer dan 800 m2 bedrijfsgebouw Bedrijf, cat 3 of hoger, max 1.500 m2 bedrijfsgebouw Bedrijf, cat 3 of hoger, meer dan 1.500 m2 bedrijfsgebouw Agrarisch verwant / agrarisch technisch hulpbedrijf Bedrijf - per bedrijfswoning (1.000 m2) Maatschappelijk - met bouwvlak Maatschappelijk - zonder bouwvlak Recreatie, verblijfsrecreatie, met bouwvlak Recreatie, verblijfsrecreatie, zonder bouwvlak Recreatie, dagrecreatie, met bouwvlak Recreatie, dagrecreatie, zonder bouwvlak Horeca Sport, met bouwvlak Sport, zonder bouwvlak Gemengd Windmolen(s)

Stipdonk 46a Lierop 35810 #1

#2

#2

Algemene bestemmingen Bos Landschappelijke inpassing Landschappelijke inpassing (aangeduid binnen 'Wonen') Natuur Water Groen Verkeer Wonen Wonen tot 1.000 m2 Wonen groter dan 1.000 m2 maar kleiner dan 2.500 m2 Wonen groter dan 2.500 m2 Tuin (aansluitend aan woonperceel > 2.500 m2

#2

m2

bedrag / m2 (in €)

voor ontwikkeling oppervlakte waarde

na ontwikkeling oppervlak waarde

€ € € €

20,00 75,00 8,50 12,00 maatwerk

€ € 1525 € €

12.962,50 -

€ € € €

€ € € € € € € € € € € € € € €

75,00 90,00 110,00 125,00 90,00 75,00 125,00 40,00 75,00 40,00 40,00 15,00 75,00 90,00 15,00 maatwerk maatwerk

€ € € 32285 € € 2000 € € € € € € € € € €

4.035.625,00 150.000,00 -

€ € € 31860 € € 2000 € € € € € € € € € €

3.982.500,00 150.000,00 -

€ € € € € € €

1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 1,00 12,50

€ € € € € € €

-

€ 1950 € € € € € €

1.950,00 -

€ € € €

225,00 60,00 50,00 10,00

€ € € €

-

€ € € €

Bestemmingswaarde Bestemmingswinst als gevolg van de ontwikkeling Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap

voor ontwikkeling € 20%

Check oppervlakte plangebied

voor ontwikkeling

Bebouwingswinst

bedrag / eenh. (in €)

Waardestijging als geen gebruik wordt gemaakt van de Somerense sloop-bonus regeling(en) Extra m3 inhoud (bedrijfs-)woning, groter dan 750 m3 Extra m2 bijgebouwen bij een (bedrijfs-)woning, groter dan 100 m2 Extra m2 bedrijfsgebouw bij 'Bedrijf' - milieucategorie 1-2 Extra m2 bedrijfsgebouw bij 'Bedrijf' - milieucategorie 3 of hoger Extra m2 bedrijfsgebouw bij andere bestemming dan 'Bedrijf' of 'Agrarisch bedrijf'

4.198.587,50

35810

na ontwikkeling

voor ontwikkeling m2 / m3 waarde

#2

4.134.450,00 -64.137,50 -12.827,50 voldoet

na ontwikkeling m2 / m3 waarde

250,00 150,00 150,00 200,00

€ € € €

-

€

150,00

€

-

€

voor ontwikkeling €

-

na ontwikkeling € € €

136.600,00 136.600,00 68.300,00

€ €

72.462,50 55.472,50

-

50%

Bestemmingswinst + Bebouwingswinst Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap

#1

35810

-

€ € € €

Bebouwingswaarde Bebouwingswinst als gevolg van de ontwikkeling Te leveren investering kwaliteitsverbetering van het landschap

Drempelwaarde

na ontwikkeling € € €

-

€

1.000,00

€ € € 683 €

Blijft de verplichting onder de drempelwaarde? Nee. Ga naar werkblad 'Landschappelijke Kwaliteit'

De begripsomschrijvingen en bestemmingsomschrijvingen uit het bestemmingsplan van de gemeente Someren zijn bepalend voor de indeling Aan een (agrarische) bedrijfswoning wordt 1.000 m2 van het bouwvlak toegerekend

136.600,00 -

Invulling investering kwaliteitsverbetering landschap Stipdonk 46a Lierop Investering op basis van rekensheet 'Bestemmingswinst en Landschappelijke Kwaliteitsverbetering Someren'

€

55.472,50

Invulling investering Aanleg beplanting Aanplant landschapsbomen (30 stuks) Aanplant struikvormers bosplantsoen

Eenheid stuks stuks

Aantal 30 1200

€ €

Prijs/eenheid

Onderhoud/beheer beplanting Onderhoud nieuwe bomen Onderhoud bosplantsoen Totaal (1 jaar) Totaal (3 jaar)

Eenheid stuks hectare

Aantal 30 0,195

€ €

Conform* 1 1 subtotaal

83,29 2,15

Prijs/eenheid

Totaal € € €

Conform* 1 1

15,10 1.775,02

Totaal

Bijdrage landschapsfonds Verplichte basisinspanning TOTAAL Conform* 1 = Vergoedingssystematiek Subsidieregeling Stimuleringsregeling landschap Noord-Brabant

€

2.498,70 2.580,00 5.078,70

55.472,50

€ € € €

453,00 346,13 799,13 2.397,39

€

Totaal 47.996,41

Investering (aanleg, onderhoud en bijdrage) €

55.472,50

Bijlage 3

Berekeningen Aerius stikstofdepositie

Toelichting bestemmingsplan Stipdonk 46a, Lierop

Uitgangspunten Aerius-berekening Stipdonk 46 A, Lierop d.d. 19-02-2024

Inleiding De initiatiefnemer is voornemens de bedrijfsbebouwing uit te breiden. De uitbreiding betreft de nieuwbouw van een vriescel, met laaddocks en perron aan de zuidzijde van het bedrijf Ven Poultry B.V. De uitbreiding is noodzakelijk voor groei van het bedrijf en het efficiënter inrichten van de logistieke processen; de uitbreiding is daarbij op deze locatie binnen het bouwvlak noodzakelijk voor een doelmatige en efficiënte bedrijfsvoering. In 2016 is vergunning aangevraagd en verleend voor de bouw van twee afzonderlijke vriescellen, waarvan reeds één vriescel gerealiseerd is. De tweede vriescel is kleiner vergund gezien het feit het bestemmingsplan maximaal 6.285 m² toe laat binnen het bouwvlak. Dit leek destijds voldoende, maar blijkt niet toereikend. Voor de noodzakelijke uitbreiding ten behoeve van een doelmatige efficiënte bedrijfsvoering is dan ook een afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het gewenste bouwplan past wel in het bouwvlak, maar voldoet niet aan de maximaal te bebouwen oppervlakte, goot- en nokhoogte, en afstand tot de bestemmingsgrens. Het bouwplan betreft de realisatie van laadddocks met perron tussen de bestaande vriescel als in 2016 gerealiseerd en de bouw van een nieuwe vriescel, die wat betreft vormgeving, als in breedte, lengte en hoogte zoveel als mogelijk gelijkwaardig aan de vriescel gebouwd in 2016.

De gewenste vrieshal inclusief laaddocks hebben een gezamenlijke oppervlakte van 1.560 m². De totale bebouwde oppervlakte van het bedrijf komt daarmee op ongeveer 7.980 m². Om te kunnen voorzien in de doelmatige en efficiënte bedrijfsvoering is het daarbij noodzakelijk om zowel aan de achterzijde- als aan de linkerzijde de bebouwing op de grens van het bouwvlak te realiseren. Het naastgelegen perceel met de bestemming agrarisch is ook in eigendom, op dit perceel kan voorzien worden in de kwaliteitsverbetering middels landschappelijke inpassing. Verder wordt aan de oostzijde van de nieuwe bebouwing nieuwe erfverharding gerealiseerd. Dit is ten behoeve van voldoende parkeergelegenheid voor medewerkers en bezoekers, het parkeren van de vrachtwagens die worden ingezet ten behoeve van het transport en manoeuvreerruimte voor de vrachtwagens. Daarnaast wordt de bestaande loods deels gebruikt als opslagruimte ten behoeve van het gevestigde handels- en transportbedrijf inclusief actieve opslag in het kader van de logistieke functie. Het grootste gedeelte van het gebouw wordt verhuurd aan en gebruikt door derden. Het totale bedrijfscomplex wordt door initiatiefnemer al vanaf de zestiger jaren gebruikt voor een combinatie van vleesverwerking, opslagruimte kippenbedrijf, opslagloodsen transport, logistiek, inclusief verhuur van opslagruimte aan klanten.

Verhuur van (een gedeelte van) de loods aan derden vindt reeds decennia lang plaats. Op de plattegrondtekening bij de Hinderwetvergunning voor de locatie (zie bijlage) is weergegeven dat de loods wordt gebruikt ten behoeve van opslag voor derden en kan daarmee worden beschouwd als een vergunde activiteit. In het bestemmingsplan ‘Buitengebied 1998’ is de bedrijfslocatie bestemd als ‘niet-agrarisch-verwante bedrijven/functies’. Op de gronden met deze bestemming is de uitoefening van niet-agrarisch verwante bedrijven of functies toegestaan, conform de van de regels deel uitmakende ‘staat van niet-agrarisch verwante bedrijven/functies’, waarbij per bestemmingsvlak niet meer dan één bedrijf of functionele eenheid aanwezig mag zijn.

Uitgangspunten Aerius-berekening Stipdonk 46a, Lierop Pagina 1 van 10

In de genoemde staat is opgenomen dat toegestane bedrijfscategorie op de locatie Stipdonk 46a ‘overige niet-buitengebied gebonden bedrijf’ in milieucategorie 1/2, met tevens toegestane soort bedrijf ‘transportbedrijf’. De status van het gebruik (opslag voor derden) is nooit ter discussie geweest. Het gebruik van de loods (verhuur aan derden) is een activiteit die in het voorgaande bestemmingsplan conform de regels plaatsvond, waardoor het gebruik momenteel tenminste onder het overgangsrecht valt. De volgende figuur toont de gewenste situatie.

Figuur 1: Situatieschets beoogde situatie

Stikstofdepositie Om de stikstofdepositie op omliggende Natura2000-gebieden als gevolg van de ontwikkeling in beeld te brengen is een berekening gemaakt met het programma Aerius Calculator van de stikstofdepositie als gevolg van de realisatie- en gebruiksfase.

Rekenmodel Aerius De berekening van de stikstofdepositie in de Natura-2000 gebieden is opgesteld middels het rekenmodel Aerius Calculator.

Realisatiefase Gedurende de bouwwerkzaamheden van de nieuwe bedrijfsbebouwing (realisatiefase) treden er mogelijk effecten op zoals een tijdelijke toename van concentraties aan luchtverontreinigende stoffen. Tijdelijk zal er werkverkeer rijden van en naar de locatie. Het gaat om een aantal verkeersbewegingen samen met de (vaak mobiele) bronnen die bij de bouw gebruikt worden. Deze verkeersbewegingen en de inzet van mobiele bronnen leiden mogelijk tot stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. De werkzaamheden zien op een uitbreiding van een nieuw vrieshuis met logistieke voorzieningen (perron en laaddocks) te realiseren. Verkeersgeneratie Het bouwproject genereert voor een periode van circa 6 maanden (worst case) een toename aan licht en zwaar verkeer. Tijdens de realisatiefase heeft men te maken met de volgende activiteiten waarbij sprake is van verkeer van en naar de inrichting. Uitgangspunten Aerius-berekening Stipdonk 46a, Lierop Pagina 2 van 10

Tabel 1: Voertuigbewegingen ten behoeve van bouw bedrijfsgebouw Activiteit Aantal vrachten Aanvoer zand ten behoeve van realisatie 80 vrachten totaal bedrijfsgebouw Aanvoer bouwmaterialen Afvoer afval bouw Voertuigbewegingen bestelbus 2 bestelbus per dag personeel bouwbedrijf Voertuigbewegingen met auto diverse 1 auto’s per dag

Aantal ritten per jaar 160 ritten totaal (worst case 320 ritten)

500 ritten totaal (worst case 1.000 ritten) 252 ritten totaal (worst case 504 ritten)

Mobiele bronnen Draaiuren en eigenschappen van mobiele werktuigen Op het terrein zelf worden ten behoeve van de sloop en bouw verschillende machines ingezet. De precieze cijfers hiervan zijn in deze fase onbekend. Derhalve is een schatting gemaakt van het aantal draaiuren van mobiele werktuigen. In de navolgende tabel zijn de ingevoerde eigenschappen van de mobiele werktuigen uiteengezet. Tevens is hierin aangegeven het brandstof- en Adblue verbruik per werktuig. Deze worden als volgt berekend:

Figuur 2: uitsnede handreiking Instructie gegevensinvoer voor Aerius calculator 2022 berekening brandstofverbruik

AdBlue wordt enkel gebruikt in dieselmotoren voorzien van een SCR. Het doel is om het stikstofoxide (NOx) uitstoot te verlagen. Het verwachte aantal liter gebruikte AdBlue wordt geschat. Voor Stage IV en V werktuigen is dit 6% van het dieselverbruik. De volgende tabel geeft een overzicht van de gebruikte mobiele bronnen, het vermogen, de stageklasse, het aantal draaiuren en het brandstof- en AdBlueverbruik. Bij de parameters Fv en Fe is gekozen om te rekenen met worst-case factoren. Bij de inschatting van het draaiuren per jaar is rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden. Tabel 1: Gebruik mobiele werktuigen realisatiefase beschrijving werktuig

stage klasse

draaiuren per jaar

Fv (worstcase)

Fe (worst case)

vermogen (kW)

Graafmachine/kraan ten behoeve van graafwerkzaamheden realisatie project Verreiker ten behoeve van realisatie project

IV

24

0,15

0,75

200

IV

64

0,15

0,75

Inzet overige werktuigen zoals trilplaat

IV

120

0,15

Storten beton, gebruik pompwagen

IV

24

0,15

R

Brandstofverbruik (liter/jaar)

Adblue verbruik

0,25

Brandstofverbruik (liter/uur) 45,00

1080

64.8

150

0,25

33,75

2160

129.6

0,75

75

0,25

16,88

2025

121.5

0,75

340

0,25

76,50

1836

110.16

Uitgangspunten Aerius-berekening Stipdonk 46a, Lierop Pagina 3 van 10

Hijskraan ten behoeve van realisatie woningen

Elektrisch aangedreven

Stationair draaiende motoren worden apart ingevoerd. Hiervoor geldt er een eigen formule:

In bijlage 1 van de Instructie gegevens invoer Aeriuscalculator 2022 worden de emissiefactoren voor NH3 en NOx voor stationair draaiende motoren weergegeven. De volgende tabel geeft de ammoniakemissie en de NOx-emissie voor de stationair draaiende motoren weer. De volgende tabel geeft de ammoniakemissie en de NOx-emissie voor de stationair draaiende motoren weer. Tabel 2: Emissies stationair draaiende motoren beoogde situatie Beschrijving werktuig Stage Draaiuren EFEF_stionair klasse per jaar stationair NOx NH3 (g/uur)1) (g/uur)1) Stationair draaiende IV 63 0,9024 80,6676 motor2)

EFEF_stionair stationair NOx totaal NH3 totaal (g) (g) 56,85 5.082,06

1) Gegevens 2023. 2) Gemiddeld is er dagelijks ongeveer 1 uur en 20 minuten sprake van een stationair draaiende motor. Er wordt uitgegaan van een gemiddeld vermogen van een vrachtwagen van 150 kW;

Uitgangspunten Aerius-berekening Stipdonk 46a, Lierop Pagina 4 van 10

Gebruiksfase De initiatiefnemer is voornemens de bedrijfsbebouwing uit te breiden. De uitbreiding betreft de nieuwbouw van een vriescel, met laaddocks en perron aan de zuidzijde van het bedrijf Ven Poultry B.V. De uitbreiding is noodzakelijk voor groei van het bedrijf en het efficiënter inrichten van de logistieke processen; de uitbreiding is daarbij op deze locatie binnen het bouwvlak noodzakelijk voor een doelmatige en efficiënte bedrijfsvoering. In 2016 is vergunning aangevraagd en verleend voor de bouw van twee afzonderlijke vriescellen, waarvan reeds één vriescel gerealiseerd is. De tweede vriescel is kleiner vergund gezien het feit het bestemmingsplan maximaal 6.285 m² toe laat binnen het bouwvlak. Dit leek destijds voldoende, maar blijkt niet toereikend. Voor de noodzakelijke uitbreiding ten behoeve van een doelmatige efficiënte bedrijfsvoering is dan ook een afwijking van het bestemmingsplan noodzakelijk. Het gewenste bouwplan past wel in het bouwvlak, maar voldoet niet aan de maximaal te bebouwen oppervlakte, goot- en nokhoogte, en afstand tot de bestemmingsgrens. Het bouwplan betreft de realisatie van laadddocks met perron tussen de bestaande vriescel als in 2016 gerealiseerd en de bouw van een nieuwe vriescel, die wat betreft vormgeving, als in breedte, lengte en hoogte zoveel als mogelijk gelijkwaardig aan de vriescel gebouwd in 2016.

De gewenste vrieshal inclusief laaddocks hebben een gezamenlijke oppervlakte van 1.560 m². De totale bebouwde oppervlakte van het bedrijf komt daarmee op ongeveer 7.980 m². Verder wordt aan de oostzijde van de nieuwe bebouwing nieuwe erfverharding gerealiseerd. Dit is ten behoeve van voldoende parkeergelegenheid voor medewerkers en bezoekers, het parkeren van de vrachtwagens die worden ingezet ten behoeve van het transport en manoeuvreerruimte voor de vrachtwagens. Daarnaast wordt de bestaande loods deels gebruikt als opslagruimte ten behoeve van het gevestigde handels- en transportbedrijf inclusief actieve opslag in het kader van de logistieke functie. Het grootste gedeelte van het gebouw wordt verhuurd aan en gebruikt door derden. Het totale bedrijfscomplex wordt door initiatiefnemer al vanaf de zestiger jaren gebruikt voor een combinatie van vleesverwerking, opslagruimte kippenbedrijf, opslagloodsen transport, logistiek, inclusief verhuur van opslagruimte aan klanten. Verhuur van (een gedeelte van) de loods aan derden vindt reeds decennialang plaats. De volgende figuur toont de gewenste situatie.

Figuur 3: Situatieschets beoogde situatie Uitgangspunten Aerius-berekening Stipdonk 46a, Lierop Pagina 5 van 10

De beoogde situatie kan in een verschilberekening in AERIUS-Calculator worden afgezet tegenover het geheel dat juridisch planologisch en feitelijk aanwezig is voor vaststelling van dit nieuwe bestemmingsplan (zie ABRS:NL:RVS:2018:2449 r.0. 6.1.. De planologische ruimte die in het vorige bestemmingsplan wel is vergund, maar niet is gebruikt dient te worden gezien als een nieuwe ontwikkeling. Een bouwwerk dat nog niet is opgericht, maar al wel onherroepelijk is vergund, mag als onderdeel van de referentie worden gezien (ABRVS 22 oktober 2014 nr. 201906991/1/R3 r.0. 4.6.). Dit laatste is ook in lijn met de uitgangspunten rondom de referentie bij milieueffectrapportages waarin niet de planologische situatie maar de feitelijk aanwezige situatie als uitgangspunt wordt genomen. Bij het bepalen van de nieuwe situatie dient tevens in ogenschouw te worden genomen dat de maximaal planologische mogelijkheden worden meegenomen. Hierbij dienen alle ontheffings-, wijzigings- en uitwerkingsmogelijkheden te worden beschouwd (ABRYS 7 juli 2010 nr. 200901 747/1/R3), dienen eventuele legalisaties ten opzichte van de vorige ruimtelijkeplanologische situatie te worden meegenomen als beoogde situatie ABRVS 5 januari 2011 nr. 200904136/1/R3).

Beschrijving bronnen stikstofemissie referentiesituatie In de gebruiksfase heeft men te maken met de volgende bronnen welke stikstof emitteren: • Verkeersbewegingen van en naar de projectlocatie; • Mobiele werktuigen binnen inrichting; • Verwarmen van de woningen en kantoor. Het kantoor maakt onderdeel uit van de bedrijfsvoering en staat dus ten dienste van het bedrijf Ven Poultry B.V. Verkeersbewegingen In totaal betreft het aantal dagelijkse verkeersbewegingen in de beoogde situatie 138 verkeersbewegingen: • 60 ten behoeve van het bedrijf (zwaar vrachtverkeer); • 60 ten behoeve van het kantoor (licht verkeer); • 18 ten behoeve van de 2 woningen (licht verkeer) (9 voertuigbewegingen per woning). De hierboven beschreven aantallen zien op het totale bedrijf, dus op alle activiteiten die worden uitgevoerd binnen het plangebied. Dit is dus inclusief de bedrijfsruimte die wordt verhuurd. Voor het bepalen van de verkeersgeneratie die de ontwikkeling met zich meebrengt, is uitgegaan van de praktijkcijfers van het bedrijf. Voor de kenmerken wordt uitgegaan van een vrijstaande koopwoning, voor het kantoor wordt uitgegaan van een kantoor (zonder baliefunctie) en voor de rest van het bedrijf wordt uitgegaan van een arbeidsextensief en bezoeker extensief bedrijf (loods, opslag, transportbedrijf), allen gelegen in niet stedelijk buitengebied.

Mobiele werktuigen Naast de emissies afkomstig van stationaire bronnen is er potentieel sprake van emissies van benzine, diesel en LPG aangedreven mobiele werktuigen. Hiervoor wordt conform de rapportage ‘Emissies toekomstige bedrijventerreinen’ een stikstofdepositie van 48 kg NOx/ha/jaar voor gehanteerd. Aangezien uit de invoerinstructie blijkt dat er door de nabehandeling van uitlaatgassen in moderne motoren van werktuigen naast de emissie van NOx ook sprake is van (enige) emissie van NH3, wordt aanvullend rekening gehouden met de uitstoot van 0,5 kg NH3/ha/ja. Aan de hand van de totale oppervlakte aan verharding wat door het bedrijf wordt gebruikt is de emissie bepaald. Tabel 2 geeft de totale stikstofemissie volgend uit de emissiekengetallen voor mobiele werktuigen weer:

Uitgangspunten Aerius-berekening Stipdonk 46a, Lierop Pagina 6 van 10

Tabel 3: emissieberekening mobiele werktuigen Emissiebron Oppervlakte Enissiekengetel (ha) NOX (kg/ha)

Emissieskengetal NH3 [kg/ha]

Mobiele werktuigen

0,5

0,85

48

Totale emssie NO [kg/jaar} 40,8

Totale emissie NH3 [kg/jaar] 0,43

Verwarmen woningen en kantoor De woningen en het kantoor worden verwarmd middels een cv-ketel. Er is uitgegaan van een jaarljks aargasverbruik van 2.200 m3 per woning. Daarnaast is er vanuitgegaan dat het kantoor jaarlijks ongeveer evenveel aardgas verbruikt als een woning. Tabel 4: emissieberekening stookinstallatie Emissiebron Aantal Verbruik aardgas [m³/jaar]

Calorische waarde aardgas [MJ/m³]

Emissie Nox [gram/GJ]

cv-ketel cv-ketel cv-ketel

31,65 31,65 31,65

18 18 18

Woning 1 Woning 2 Kantoor

2.200 2.200 2.200

Emissie NOx per woning per jaar 1,25 1,25 1,25

Koelen vrieshallen Er zijn drie vrieshallen aanwezig binnen de inrichting. Er is van uitgegaan dat zij worden gekoeld met elektrische motoren. Deze hoeven niet te worden meegenomen in de Aerius-berekening, omdat geen sprake is van emissie van stikstof. Beschrijving bronnen stikstofemissie beoogde situatie In de gebruiksfase heeft men te maken met de volgende bronnen welke stikstof emitteren: • Verkeersbewegingen van en naar de projectlocatie; • Mobiele werktuigen binnen inrichting; • Verwarmen van de woningen en kantoor. Het kantoor maakt onderdeel uit van de bedrijfsvoering en staat dus ten dienste van het bedrijf Ven Poultry B.V. Verkeersbewegingen In de toelichting van het bestemmingsplan is het volgende opgenomen met betrekking tot het aspect verkeer: ´De uitbreiding van het bedrijf is noodzakelijk om te kunnen voorzien in een doelmatige en efficiënte bedrijfsvoering. In de huidige situatie worden de producten eerst naar de locatie Stipdonk getransporteerd, waar deze gecontroleerd worden. De producten worden vervolgens, bij gebrek aan voldoende geschikte vriesruimte op de eigen locatie, deels getransporteerd naar vrieshuizen op verschillende locaties in de omgeving waar deze worden opgeslagen. Daarna komen deze voor exportcontrole weer terug op locatie Stipdonk 46a voordat de producten geëxporteerd mogen worden.

In de beoogde situatie wordt een nieuwe vrieshal gerealiseerd waardoor de verspreid liggende gehuurde vriesruimten niet meer noodzakelijk zijn. Dit betekent dat de verkeersbewegingen vanuit enerzijds de locatie Stipdonk 46a naar deze locaties en anderzijds vanuit de locaties weer terug naar de hoofdlocatie en vervolgens voor export niet meer plaats zullen vinden in de beoogde situatie, als alle opslag centraal op de locatie zelf plaatsvindt. De beoogde uitbreiding van het bedrijf genereert derhalve minder verkeersbewegingen; netto gezien neemt het aantal verkeersbewegingen die samenhangen met de bedrijfsvoering (van en naar de locatie en in de huidige situatie naar de gehuurde locaties en weer terug) af. De uitbreiding van het bedrijf draagt op deze wijze bij aan een doelmatige en efficiënte bedrijfsvoering.

Uitgangspunten Aerius-berekening Stipdonk 46a, Lierop Pagina 7 van 10

De weg Stipdonk wordt gelet op voorgaande in de beoogde situatie dan ook niet zwaarder belast dan in de huidige situatie. De verkeersdruk in de omgeving neemt af.’ In totaal betreft het aantal dagelijkse verkeersbewegingen in de beoogde situatie 118 verkeersbewegingen: • 40 ten behoeve van het bedrijf (zwaar vrachtverkeer); • 60 ten behoeve van het kantoor (licht verkeer); • 18 ten behoeve van de 2 woningen (licht verkeer) (9 voertuigbewegingen per woning). De hierboven beschreven aantallen zien op het totale bedrijf, dus op alle activiteiten die worden uitgevoerd binnen het plangebied. Mobiele werktuigen Naast de emissies afkomstig van stationaire bronnen is er potentieel sprake van emissies van benzine, diesel en LPG aangedreven mobiele werktuigen. Hiervoor wordt conform de rapportage ‘Emissies toekomstige bedrijventerreinen’ een stikstofdepositie van 48 kg NOx/ha/jaar voor gehanteerd. Aangezien uit de invoerinstructie blijkt dat er door de nabehandeling van uitlaatgassen in moderne motoren van werktuigen naast de emissie van NOx ook sprake is van (enige) emissie van NH3, wordt aanvullend rekening gehouden met de uitstoot van 0,5 kg NH3/ha/ja. Aan de hand van de totale oppervlakte aan verharding wat door het bedrijf wordt gebruikt is de emissie bepaald.

Tabel 2 geeft de totale stikstofemissie volgend uit de emissiekengetallen voor mobiele werktuigen weer: Tabel 5: emissieberekening mobiele werktuigen Emissiebron Oppervlakte Enissiekengetel (ha) NOX (kg/ha)

Emissieskengetal NH3 [kg/ha]

Mobiele werktuigen

0,5

1,2

48

Totale emssie NO [kg/jaar} 57,6

Totale emissie NH3 [kg/jaar] 0,6

Verwarmen woningen en kantoor De woningen en het kantoor worden verwarmd middels een cv-ketel. Er is uitgegaan van een jaarljks aargasverbruik van 2.200 m3 per woning. Daarnaast is er vanuitgegaan dat het kantoor jaarlijks ongeveer evenveel aardgas verbruikt als een woning. Tabel 6: emissieberekening stookinstallatie Emissiebron Aantal Verbruik aardgas [m³/jaar]

Calorische waarde aardgas [MJ/m³]

Emissie Nox [gram/GJ]

cv-ketel cv-ketel cv-ketel

31,65 31,65 31,65

18 18 18

Woning 1 Woning 2 Kantoor

2.200 2.200 2.200

Emissie NOx per woning per jaar 1,25 1,25 1,25

Koelen vrieshallen Er zijn drie vrieshallen aanwezig binnen de inrichting. Er is van uitgegaan dat zij worden gekoeld met elektrische motoren. Deze hoeven niet te worden meegenomen in de Aerius-berekening, omdat geen sprake is van emissie van stikstof. Berekening maximale planologische mogelijkheden bestemmingsplan Een berekening is gemaakt van de maximale mogelijkheden binnen het plangebied. Hierbij is een vergelijking gemaakt met de referentiesituatie, de feitelijke planologische situatie.

Uitgangspunten Aerius-berekening Stipdonk 46a, Lierop Pagina 8 van 10

Verkeer De uitbreiding van het bedrijf is noodzakelijk om te kunnen voorzien in een doelmatige en efficiënte bedrijfsvoering. In de huidige situatie worden de producten eerst naar de locatie Stipdonk getransporteerd, waar deze gecontroleerd worden. De producten worden vervolgens, bij gebrek aan voldoende geschikte vriesruimte op de eigen locatie, deels getransporteerd naar vrieshuizen op verschillende locaties in de omgeving waar deze worden opgeslagen. Daarna komen deze voor exportcontrole weer terug op locatie Stipdonk 46a voordat de producten geëxporteerd mogen worden. In de beoogde situatie wordt een nieuwe vrieshal gerealiseerd waardoor de verspreid liggende gehuurde vriesruimten niet meer noodzakelijk zijn. Dit betekent dat de verkeersbewegingen vanuit enerzijds de locatie Stipdonk 46a naar deze locaties en anderzijds vanuit de locaties weer terug naar de hoofdlocatie en vervolgens voor export niet meer plaats zullen vinden in de beoogde situatie, als alle opslag centraal op de locatie zelf plaatsvindt. De beoogde uitbreiding van het bedrijf genereert derhalve minder verkeersbewegingen; netto gezien neemt het aantal verkeersbewegingen die samenhangen met de bedrijfsvoering (van en naar de locatie en in de huidige situatie naar de gehuurde locaties en weer terug) af. De uitbreiding van het bedrijf draagt op deze wijze bij aan een doelmatige en efficiënte bedrijfsvoering.

In de berekening is het aantal verkeersbewegingen in de referentiesituatie gelijk gehouden aan de beoogde situatie, te weten: • 280 ten behoeve van het bedrijf (50% zwaar vrachtverkeer en 50% licht verkeer); • 24 ten behoeve van het kantoor (licht verkeer); • 18 ten behoeve van de 2 woningen (licht verkeer) (9 voertuigbewegingen per woning). Voor het bepalen van de verkeersgeneratie die de ontwikkeling met zich meebrengt, is uitgegaan van de kencijfers zoals gepubliceerd in de uitgave van CROW ‘Toekomstbestendig parkeren‘ (CROW, publicatie 318, december 2018). Voor de kenmerken wordt uitgegaan van een vrijstaande koopwoning, voor het kantoor wordt uitgegaan van een kantoor (zonder baliefunctie) en voor de rest van het bedrijf wordt uitgegaan van een arbeidsextensief en bezoeker extensief bedrijf (loods, opslag, transportbedrijf), allen gelegen in niet stedelijk buitengebied. Mobiele werktuigen Tabel 7: emissieberekening mobiele werktuigen referentie situatie Emissiebron Oppervlakte Enissiekengetel Emissieskengetal (ha) NOX (kg/ha) NH3 [kg/ha]

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14264380/1