Regels bestemmingsplan Smulderslaan 30-40
Tekst van het document
er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de ondergeschikte verhuuractiviteiten; c. de oppervlakte van het theehuis/uitspanning bedraagt maximaal 200 m², inclusief terras; d. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; e. de afstand tot de weg is ten minste 20 m; f. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
27
3.5.11 Afwijken voor verhuur van fietsen/rijtuigen als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub g voor het als ondergeschikte nevenfunctie verhuren van fietsen, rijtuigen en andere vervoersmiddelen ten behoeve van recreatief gebruik door de bewoner(s) van de betreffende agrarische locatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de ondergeschikte verhuuractiviteiten; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 3.5.12 Afwijken voor dagrecreatie als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub g voor het aanbieden van ondergeschikte dagrecreatieve nevenfuncties door de bewoner(s) van de betreffende agrarische locatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de ondergeschikte dagrecreatieve nevenfuncties; c.
parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 3.5.13 Afwijken voor gebruiksgerichte paardenhouderij als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub n voor de vestiging van een gebruiksgerichte paardenhouderij als ondergeschikte nevenfunctie bij een bestaand agrarisch bedrijf. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de afwijking is alleen toegestaan als sprake is van een bestaand agrarisch bedrijf met: 1. productiegerichte paardenhouderij(tak); en/of 2. de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - veehouderij'. b. de ontwikkeling draagt bij aan de beoogde ontwikkeling van het gemengd landelijk gebied; c. er is duurzaam verzekerd dat overtollige bebouwing wordt gesloopt; d. er is aangetoond dat de vestiging van de gebruiksgerichte paardenhouderij ook op langere termijn past binnen de toegestane omvang; e. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; f. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2.
3.5.14 Afwijken voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een plattelandswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub l voor de structurele of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in een plattelandswoning. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het is toegestaan om een plattelandswoning te gebruiken voor bewoning door maximaal 4 personen; b. parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorzieningen middels inrichtingsplan aangetoond worden waarbij per huisvestingsplaats 0,7 parkeerplaats gerealiseerd dient te worden; c. de woning voldoet aan de regels uit het bouwbesluit; d. in een straat mogen maximaal 20% van de totaal aantal woningen gebruikt worden voor bewoning, waarbij de woningen niet direct naast elkaar, tegenover elkaar of boven elkaar gesitueerd mogen zijn, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn;
28
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
e. er dient een nachtregister bijgehouden te worden; f. in afwijking op sub a is het mogelijk om tot een maximum van 20 personen bewoning te laten plaatsvinden, mits aangetoond wordt dat er voldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein en dat bewoning niet tot overlast leidt in de omgeving; g. de woning (met meer dan 4 arbeidsmigranten) voldoet aan de SNF-normering en dit dient aangetoond te worden; h. er dient in het kader van de brandveiligheid voldaan te worden aan de (aanvullende) eisen bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur conform het Bouwbesluit, zoals geldend ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning; i. vanaf 11 personen dient minimaal 250 meter aangehouden te worden ten opzichte van een andere locatie waar meer dan 10 arbeidsmigranten gehuisvest worden; j. vanaf 11 personen dient het perceel landschappelijk ingepast te worden; k. vanaf 11 personen dient het beheer in een overeenkomst vastgelegd te worden.
3.5.15 Afwijken voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een bedrijfswoning of bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub l voor de structurele of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in een bedrijfswoning, in bestaande of direct vergunbare bedrijfsgebouwen of ten behoeve van alleen tijdelijke huisvesting in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. deze huisvesting dient noodzakelijk te zijn uit een oogpunt van een doelmatige agrarische bedrijfsvoering vanuit het oogpunt van de structurele of tijdelijke grote arbeidsbehoefte in het betreffende agrarisch bedrijf, waarover advies gevraagd kan worden aan de AAB; b. de huisvesting mag uitsluitend werknemers betreffen, die alleen binnen het bedrijf waar ze gehuisvest zijn, werkzaamheden verrichten; c. de huisvestingslocatie voldoet aan de regels uit het bouwbesluit; d. de huisvesting (met meer dan 4 arbeidsmigranten) voldoet aan de SNF-normering en dit dient aangetoond te worden; e. per locatie mogen er in totaal maximaal 40 personen gehuisvest worden; f. bij huisvesting in een bedrijfswoning mogen maximaal 20 personen per locatie worden gehuisvest; g. bij huisvesting in een bedrijfsgebouw mogen maximaal 40 personen per locatie worden gehuisvest; h.
huisvesting in woonunits, (sta-)caravans of vergelijkbare onderkomens is alleen toegestaan als het gaat om een aantoonbaar tijdelijke oplossing gedurende maximaal 6 maanden per kalenderjaar, waarbij de gemeente goedkeuring dient te geven over de kwaliteit en uiterlijk van de woonunit; i. bij tijdelijke huisvesting in woonunits, (sta-) caravans of vergelijkbare onderkomens dienen deze na afloop van de termijn (zoals bepaald onder sub h) te worden verwijderd; j. per woonunit mogen maximaal vier personen worden gehuisvest; k. de bouwhoogte van een woonunit mag niet meer bedragen dan 3,5 m; l. de genoemde verblijven moeten worden geplaatst binnen het agrarische bestemmingsvlak; m. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform het beeldkwaliteitsplan buitengebied; n. het perceel dient bij structurele huisvesting landschappelijk ingepast te worden conform de uitgangspunten van het beeldkwaliteitsplan buitengebied; o. parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorzieningen middels inrichtingsplan aangetoond worden en per huisvestingsplaats moet minimaal 0,7 parkeerplaats gerealiseerd te worden; p.
in afwijking op sub e, sub f, sub g en sub j kan ten behoeve van piekmomenten in de vollegrondstuinbouw en glastuinbouw voor een periode van maximaal 6 maanden gemotiveerd worden afgeweken van maximaal aantal te huisvesten personen in woonunits of bestaande bebouwing. De noodzaak dient jaarlijks aangetoond te worden en daarnaast zal voor wat betreft de huisvesting in woonunits voldaan moeten worden aan het bepaalde onder sub h; q. zelfstandige bewoning van bedrijfsgebouwen en andere niet voor bewoning bestemde gebouwen is niet toegestaan; r. er dient een nachtregister bijgehouden te worden; s. de beheerafspraken dienen vastgelegd te worden;
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
29
t.
er dient in het kader van de brandveiligheid voldaan te worden aan de (aanvullende) eisen bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur conform het Bouwbesluit, zoals geldend ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning.
30
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
Artikel 4 4.1
Agrarisch met waarden - Landschapswaarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch uitgesloten - intensieve veehouderij' geen intensieve veehouderij is toegestaan; b. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; d. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm agrarisch - zonneweide' tevens een zonneweide; e. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' zijn de gronden bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verhardingen, een en ander conform de landschappelijke inpassing in Bijlage 1; f. landschapselementen en groenvoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik. 4.2
Bouwregels
a. Op of in de voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde in sub a mogen er wel terreinafscheidingen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 1 m. c. In afwijking van het bepaalde in sub a mogen ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - zonneweide' bouwwerken, geen gebouwen zijnde, alsmede nutsvoorzieningen, ten dienste van een zonneweide worden gebouwd onder de volgende voorwaarden: 1. de bouwhoogte van constructies voor het plaatsen van zonnepanelen bedraagt maximaal 2 m; 2. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde en van nutsvoorzieningen ten dienste van een zonneweide bedraagt maximaal 3 m; 3. de oppervlakte van nutsvoorzieningen bedraagt maximaal 15 m². 4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1
Afwijken voor tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2 sub a voor het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; b. deze voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan voor een volwaardig agrarisch bedrijf; c. de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen te worden opgericht aansluitend aan de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' ten behoeve waarvan de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden opgericht; d. de maximale hoogte van de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bedraagt 3 m, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5 m mag bedragen; e. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; f. tijdelijke voorzieningen zijn gedurende maximaal 6 maanden per kalenderjaar ter plaatse toegestaan.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
31
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1
Strijdig gebruik
Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het aanleggen van oppervlakteverhardingen; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten.
4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen van landschapselementen; d. het verwijderen van onverharde wegen of paden; e. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden. 4.5.2
Uitzonderingen
Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 4.5.1 is niet vereist voor: a. werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning. 4.5.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 4.5.1 onder sub a tot en met sub d genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; b. het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind, zoals omschreven in:
32
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
c. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); d. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; e. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen. 4.5.4
Toelaatbaarheid van verhardingen
De in artikel 4.5.1 sub e genoemde omgevingsvergunning voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden, kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; b. het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind; c. hydrologisch neutraal worden uitgevoerd op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in artikel 10.1; d. niet leiden tot een oneigenlijke vergroting van enig aangrenzend bouwvlak; e. niet resulteren in oppervlakteverharding(en): 1. voor veepaden groter dan 400 m², welke uitsluitend zijn toegestaan op agrarische huiskavels; 2. voor overige verhardingen groter dan 200 m²; f. niet leiden tot meerdere afzonderlijk vergunde verhardingen per aaneengesloten agrarisch perceel.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
33
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen conform de bepalingen in artikel 5.4.2; c. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' tevens voor één kleinschalig bedrijf in de milieucategorieën 1 en 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; d. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; f. landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; g. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; h. extensief recreatief medegebruik. 5.2
Bouwregels
5.2.1
Algemeen
Voor het bouwen op of in de voor 'Wonen' aangewezen gronden gelden de volgende algemene bepalingen: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 5.1 genoemde bestemming; b. maximaal het op de verbeelding ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal woningen per bestemmingsvlak is toegestaan; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2; d. de oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak. 5.2.2
Woningen
Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a. een woning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m³; b. indien de inhoud van een bestaande woning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of meer mag bedragen, geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; c. bij herbouw mag een woning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als sprake is van uitbreiding daar direct aansluitend op; d. de maximaal toegestane goothoogte is 6 m; e. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m; f. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; g. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m; h. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m; i. indien op het perceel een bouwvlak aanwezig is, dient het hoofdgebouw binnen het bouwvlak gebouwd te worden. Tevens dient de voorgevel van de woning gesitueerd te worden in de voorgevelrooilijn.
34
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
5.2.3
Bijgebouwen behorende bij de woning
Voor het bouwen van (vrijstaande) bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per woning is maximaal de in de verbeelding opgenomen maximale oppervlakte toegestaan; b. de maximaal toegestane goothoogte is 3 m; c. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,50 m; d. de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m; e. bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd; f. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m; g. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m; h. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn. 5.2.4
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij de woning gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.
per woning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: de oppervlakte van de overkapping is maximaal 20 m²; de maximaal toegestane bouwhoogte is 3 m; de overkapping moet op een afstand van ten minste 1 m achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; e. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m; f. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m; g. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m; h. de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m; i. de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m zijn en voor het overige maximaal 2 m. 5.3
Afwijken van de bouwregels
5.3.1
Afwijken voor een grotere inhoud van de woning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 sub a voor het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane inhoud van een woning tot maximaal 900 m³. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. per m³ uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m³ zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten;
b. de oppervlakte te slopen bebouwing op de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd;
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
35
d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; e. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 5.3.2
Afwijken van de bouwlocatie voor herbouw van een woning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2 sub c voor de herbouw van een woning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; b. de woning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande woning; c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en zijn directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; e. met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; f. de sloop van de oorspronkelijke woning is duurzaam verzekerd; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 5.3.3
Afwijken voor een grotere oppervlakte bijgebouwen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.3 sub a voor het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 350 m². Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. per m2 uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten;
b. de oppervlakte te slopen bebouwing op de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; e. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2.
36
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Strijdig gebruik
Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. b. c. d. e.
het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; het plaatsen van zeecontainers; het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van stort of lozing; het gebruik van gronden voor doeleinden van buitenopslag die een zichtbaar negatieve invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf, met dien verstande dat: 1. aan huis verbonden beroepen zijn toegestaan overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.4.2; 2. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.1 onder c; g. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; h. het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten; i. het gebruik van opstallen, behoudens woningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; j. het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; k. het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; l.
het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifieke gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 5.4.2
Aan huis verbonden beroep
De uitoefening van aan huis verbonden beroepen is slechts toegestaan als ondergeschikte functie bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend door één van de bewoners; b. de beroepsactiviteit mag in de woning en/of in een bijgebouw bij de woning worden uitgeoefend; c. de omvang van de beroepsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijgebouwen bij de woning, tot een maximum van 150 m²; d. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op een normale afwikkeling van het verkeer; e. het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; f. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; g. detailhandel is niet toegestaan; h. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding. 5.4.3
Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing
Het is in strijd met deze bestemming om de gronden en/of bouwwerken te (laten) gebruiken voor de in artikel 5.1 onder c. bedoelde doeleinden als niet voldaan is aan de volgende verplichting: a. de landschappelijke inpassing, zoals beschreven in Bijlage 1, ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' binnen het betreffende bestemmingsvlak dient uiterlijk binnen één jaar na inwerkingtreding van het plan te zijn gerealiseerd; b. de onder a. bedoelde landschappelijke inpassing dient na realisatie duurzaam in stand te worden gehouden.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
37
5.4.4
Voorwaardelijke verplichting sloop gebouwen en/of sanering overige voorzieningen
Het is in strijd met deze bestemming om de gronden en/of bouwwerken te (laten) gebruiken voor de in artikel 5.1 onder c. bedoelde doeleinden als niet voldaan is aan de volgende verplichting: a. de sloop, verwijdering en/of sanering van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, en andere voorzieningen als bedoeld in Bijlage 2 binnen het betreffende bestemmingsvlak moet binnen twee jaar na inwerkingtreding van dit bestemmingsplan zijn uitgevoerd, hetgeen betekent dat: 1. te slopen bouwwerken geheel zijn gesloopt en verwijderd, inclusief funderingen; 2. (half)verhardingen en dergelijke geheel zijn verwijderd; 3. sloopafval en -puin is afgevoerd van de slooplocatie; 4. vervuilde gronden zijn verwijderd en afgevoerd overeenkomstig de wettelijke voorschriften; 5. het perceel met schone grond is aangevuld en geëgaliseerd. 5.5
Afwijken van de gebruiksregels
5.5.1
Afwijken voor kinderopvang en/of dagbesteding als nevenfunctie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1 sub f voor het exploiteren van kinderopvang en dagbesteding door de bewoner(s) van de betreffende locatie als ondergeschikte nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing; b. de activiteiten leiden niet tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of -overlast; c. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 5.5.2
Afwijken voor verhuur van fietsen/rijtuigen als nevenfunctie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1 sub g voor het als ondergeschikte nevenfunctie verhuren van fietsen, rijtuigen en andere vervoersmiddelen ten behoeve van recreatief gebruik door de bewoner(s). Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de ondergeschikte verhuuractiviteiten; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 5.5.3
Afwijken voor een zorgfunctie als nevenfunctie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1 sub f voor het verlenen van zorg en de huisvesting van zorgbehoevenden door de hoofdbewoner(s) van de woning als ondergeschikte nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen bestaande bebouwing; b. het is niet toegestaan om zelfstandige wooneenheden voor de huisvesting van zorgbehoevenden te realiseren; c. er mogen maximaal 15 personen worden gehuisvest; d. er wordt alleen huisvesting geboden aan personen met een zorgindicatie; e. de activiteiten leiden niet tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of -overlast; f. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en/of bedrijven; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2.
38
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
5.5.4
Afwijken voor een minicamping als nevenfunctie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1 sub g voor het toestaan van een minicamping als ondergeschikte nevenfunctie die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. er zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waaronder maximaal vijf stacaravans; b. voor ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, is maximaal 100 m² bebouwing toegestaan. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande (of vergunbare) bebouwing; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; d. de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m; e. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m; f. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m; g. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; h. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 5.5.5
Afwijken voor een groepsaccommodatie als nevenfunctie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1 sub g voor het als ondergeschikte nevenfunctie toestaan van een groepsaccommodatie die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie in de bestaande bebouwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de capaciteit is maximaal 20 personen; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; c. de afstand tot de weg is ten minste 20 m; d. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m; e. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 5.5.6 Afwijken voor bed and breakfast als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1 sub g voor het als nevenfunctie exploiteren van een bed and breakfast door de bewoner(s) van de betreffende locatie in de bestaande (of vergunbare) bebouwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de bed and breakfast activiteiten; c. de maximale overnachtingscapaciteit van een bed and breakfast is 10 personen; d. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; e.
er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 5.5.7
Afwijken voor routegebonden horeca als nevenfunctie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1 sub g voor het als ondergeschikte nevenfunctie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie verstrekken van dranken en/of spijzen voor gebruik ter plaatse. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. b. c. d. e. f.
de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; de oppervlakte van het theehuis/uitspanning bedraagt maximaal 200 m² inclusief terras; parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; de afstand tot de weg is ten minste 20 m; de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
39
5.5.8
Afwijken voor dagrecreatie als nevenfunctie
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1 sub g voor het als ondergeschikte nevenfunctie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie aanbieden van dagrecreatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 10.4; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 5.5.9
Afwijken voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een woning
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.4.1 sub h voor de structurele of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in een woning. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het is toegestaan om een woning te gebruiken voor bewoning door maximaal 4 personen; b. parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorzieningen middels inrichtingsplan aangetoond worden waarbij per huisvestingsplaats 0,7 parkeerplaats gerealiseerd dient te worden; c. de woning voldoet aan de regels uit het bouwbesluit; d. in een straat mogen maximaal 20% van de totaal aantal woningen gebruikt worden voor bewoning, waarbij de woningen niet direct naast elkaar, tegenover elkaar of boven elkaar gesitueerd mogen zijn, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn; e. er dient een nachtregister bijgehouden te worden; f. in afwijking op sub a is het mogelijk om tot een maximum van 20 personen bewoning te laten plaatsvinden, mits aangetoond wordt dat er voldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein en dat bewoning niet tot overlast leidt in de omgeving; g. de woning (met meer dan 4 arbeidsmigranten) voldoet aan de SNF-normering en dit dient aangetoond te worden; h.
er dient in het kader van de brandveiligheid voldaan te worden aan de (aanvullende) eisen bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur conform het Bouwbesluit, zoals geldend ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning; i. vanaf 11 personen dient minimaal 250 meter aangehouden te worden ten opzichte van een andere locatie waar meer dan 10 arbeidsmigranten gehuisvest worden; j. vanaf 11 personen dient het perceel landschappelijk ingepast te worden; k. vanaf 11 personen dient het beheer in een overeenkomst vastgelegd te worden. 5.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.6.1
Vergunningplicht
Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. landschappelijke inpassing te verwijderen, waarvan de aanleg en de instandhouding ervan in het kader van een eerdere vergunningverlening verplicht is gesteld. 5.6.2
Uitzonderingen
Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 5.6.1 is niet vereist voor: a. werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding
40
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 5.6.3
Toelaatbaarheid
De in artikel 5.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. b. c. d. e.
geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); het beeldkwaliteitsplan buitengebied; de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 10.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
41
Hoofdstuk 3 Artikel 6
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
42
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
Artikel 7 7.1
Algemene bouwregels
Bestaande afwijkende maten en hoeveelheden
a. Indien afstandsmaten tot de bestemmingsgrens en/of de (as van de) openbare weg tot bestaande bouwwerken en/of de bouw- en/of goothoogten van bestaande bouwwerken, die gebouwd zijn met inachtneming van het bepaalde bij of krachtens de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht niet voldoen en op het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan meer respectievelijk minder bedragen dan in gevolge het in regels hoofdstuk 2 en/of regels hoofdstuk 3 bepaald is, dan mogen deze maten en hoeveelheden als maximaal danwel minimaal toelaatbaar worden aangehouden. b. In het geval van volledige sloop en (her-)bouw van bouwwerken, zowel gebouwen als bouwwerken, geen gebouwen zijnde, is het bepaalde onder sub a alleen van toepassing indien de (her-)bouw geschiedt op exact dezelfde plaats en met inachtneming van geldende bouw- en goothoogten, danwel een minder afwijkende bouw- en goothoogte. 7.2
Ondergronds bouwen
7.2.1
Algemeen
Ondergronds bouwen in de vorm van maximaal één bouwlaag (tot maximaal 3,50 m onder peil) is toegestaan binnen de gevelgrenzen van de bedrijfs- of plattelandswoning en de verder binnen bestemmingsvlakken toegestane bebouwing, met uitzondering van dierenverblijven en andere gebouwen die zijn bedoeld voor het huisvesten van de veestapel. De inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw. 7.2.2
Afwijken voor het ondergronds bouwen buiten de gevelgrenzen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1 voor het toestaan van ondergrondse bebouwing buiten de gevelgrenzen van de bovengrondse bebouwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. er is sprake van maximaal één ondergrondse bouwlaag, tot maximaal 3,50 m onder peil; b. het ondergronds gebouwde wordt niet gebruikt voor de huisvesting van de veestapel; c. de totale oppervlakte van ondergrondse bebouwing binnen een bestemmingsvlak mag maximaal 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak bedragen met een absoluut maximum van 150 m². Deze maximale maat geldt niet voor mestputten en mestkelders binnen de bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'; d. de afstand tot de as van de weg dient minimaal 15 m te bedragen behalve als de bestaande bebouwing dichter op de as van de weg staat, dan is deze afstand bepalend; e. het bouwwerk dient geheel onder het maaiveld te worden gebouwd; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2; g. de inhoud van wat ondergronds wordt gebouwd telt niet mee bij het bepalen van de maximale toegestane inhoud van een gebouw. 7.3
Het bouwen van bouwwerken voor geleiding van bomen
Voor het bouwen van constructies voor het (ge)leiden van (lei)bomen gelden de volgende bepalingen: a. de constructies mogen uitsluitend binnen een bouwperceel worden gebouwd; b. de bouwhoogte van de constructie mag niet meer bedragen dan 5,00 m; c. de constructie voor het (ge)leiden van bomen mag op niet minder dan 0,50 m uit de bouwperceelgrens worden gebouwd; d. de bomen moeten ten allen tijde vanaf het eigen bouwperceel gesnoeid kunnen worden; e. er mag geen sprake zijn van overhangende takken over de bouwperceelgrens.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
43
7.4
Figuur 'relatie' tussen bestemmingsvlakken
Wanneer tussen twee of meer bestemmingsvlakken de figuur 'relatie' is opgenomen op de verbeelding, worden deze bestemmingsvlakken voor wat betreft de bouwregels aangemerkt als één bestemmingsvlak. 7.5
Nadere eisen bij bouwactiviteiten
a. Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering, de afmetingen en de vormgeving van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouw zijnde, alsmede aan de situering van in- en uitritten en het parkeren op een bouwperceel. b. De onder sub a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. indien dit noodzakelijk is voor de bescherming en waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en/of het stedenbouwkundig danwel landschappelijke beeld, dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing van de bebouwing in de omgeving; 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden, gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
44
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijken voor het houden van evenementen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in deze regels voor het houden van een (al dan niet meerdaags) evenement in het buitengebied met dien verstande dat: a. het evenement maximaal één keer per jaar wordt georganiseerd; b. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van in het geding zijnde belangen waaronder die van omliggende (agrarische) bedrijven en woningen en rekening wordt gehouden met aanwezige milieuhygiënische aspecten, waaronder begrepen ten minste de aspecten geur, geluid en veiligheid; c. er geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; d. onder andere zijn toegestaan tenten, paviljoens en kramen. 8.2
Afwijken van de maatvoering met maximaal 10%
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in deze regels voor een andere maatvoering dan de in deze regels voorgeschreven minimale en/of maximale bouwmaten (hoogte, oppervlakte, inhoud etc.) en/of bebouwingspercentages tot maximaal 10% van die maten en/of percentages, met dien verstande dat: a. deze regeling niet geldt voor veehouderijen; b. de afwijking vanuit een goede of doelmatige functionele, stedenbouwkundige, bouwkundige of architectonische inpassing noodzakelijk is; c. de afwijking alleen mag worden toegepast indien elders in deze regels geen andere regels voor afwijking van deze maten zijn opgenomen; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 8.3
Afwijken voor het bouwen op kleinere afstand tot de bestemmingsgrens
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de minimaal vereiste afstand tot de bestemmingsgrens, zoals elders opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan, voor de bouw van bedrijfsgebouwen, een bedrijfswoning, bijgebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de ontwikkelingsmogelijkheden van omliggende (niet-)agrarische bedrijven mogen niet worden belemmerd; b. er moet worden aangetoond dat de afwijking voldoet aan de eisen die gelden in het kader van het woon- en leefklimaat; c. er moet worden aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch, landschappelijk of stedenbouwkundig belang op basis van de onderliggende bestemming, danwel een algemeen maatschappelijk belang; d. de landschappelijke, stedenbouwkundige en/of cultuurhistorische kenmerken van (bouwwerken in) de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast door toepassing van de afwijkingsbevoegdheid; e. er is sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 8.4
Afwijken voor het bouwen op kleinere afstand tot de (as van de) weg
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in deze regels voor het bouwen op een kleinere afstand tot de (as van de) weg dan is voorgeschreven met dien verstande dat:
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
45
a. de noodzaak vanuit een doelmatige bedrijfsvoering en/of perceelsinrichting is aangetoond; b. er geen onevenredige verkeerskundige belemmeringen plaatsvinden; c. de overschrijding niet mag leiden tot een vermindering van de gebruiksmogelijkheden van de gronden voor piekberging en infiltratie; d. de wegbeheerder en het waterschap worden gehoord; e. de afstand tot de as van de weg waaraan wordt gebouwd, niet minder is dan minimaal de afstand van bestaande reeds dichter bij de weg gelegen bebouwing in hetzelfde bouw- of bestemmingsvlak. Als het bouwperceel aan twee of meer zijden direct grenst aan een weg is het mogelijk om slechts tot één weg die bestaande, kleinere afstand aan te houden. Tot de andere weg dient een afstand van niet minder dan 10 m te worden aangehouden. 8.5 Afwijken voor het bouwen op grotere afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de maximale afstand van 20 m tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning, zoals elders opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan, voor de bouw van bijgebouwen. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen; b.
er moet worden aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is vanuit landschappelijk of stedenbouwkundig belang op basis van de onderliggende bestemming, danwel een algemeen maatschappelijk belang; c. de landschappelijke, stedenbouwkundige en/of cultuurhistorische kenmerken van (bouwwerken in) de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast door toepassing van de afwijkingsbevoegdheid; d. er is sprake van een ruimtelijke kwaliteitsverbetering; e. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 8.6
Afwijken voor een grotere bouwhoogte van terreinafscheidingen
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2 voor het bouwen van terreinafscheidingen met een grotere bouwhoogte. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. de maximaal toegestane bouwhoogte bedraagt 2,50 m; b. de terreinafscheiding is noodzakelijk ten dienste van de in artikel 4 genoemde bestemming; c. aangetoond is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de omliggende functies en de binnen de bestemming aanwezige gebiedswaarden en -kwaliteiten; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2. 8.7
Afwijken voor het oprichten van buitenrijbanen voor paarden
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2 sub a voor het oprichten van een buitenrijbaan voor paarden binnen de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. b. c. d. e. f. g. h.
46
er is maximaal één buitenrijbaan toegestaan, direct aansluitend aan een bestemmingsvlak 'Wonen'; de buitenrijbaan is uitsluitend voor hobbymatig gebruik toegestaan; de afstand van de buitenrijbak tot enige (bedrijfs-)woning van derden bedraagt minimaal 50 m; de oppervlakte van de buitenrijbaan bedraagt maximaal 1.200 m²; de bouwhoogte van de afscheiding van de rijbak bedraagt maximaal 1,50 m; per buitenrijbak zijn maximaal 4 lichtmasten toegestaan onder de volgende voorwaarden: de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6,00 m; de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 10.2.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
Artikel 9 9.1
Algemene wijzigingsregels
Wijziging voor het in overeenstemming brengen met de Omgevingsverordening
Burgemeester en wethouders kunnen de regels en de verbeelding van het plan wijzigen om deze in overeenstemming te brengen met de rechtstreeks werkende regels en/of de instructieregels voor de gemeenten van de (interim) Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de wijziging kan uitsluitend worden toegepast op grond van: 1. wijziging van de regels en/of verbeelding uit de (interim) Omgevingsverordening voor zover dit een aanpassing van reeds bestaande aanduidingen en/of regels uit de (interim) Omgevingsverordening betreft; en/of 2. toevoeging van nieuwe rechtstreeks werkende regels en/of aanduidingen in de (interim) Omgevingsverordening; b. de wijziging van de regels en/of verbeelding van het plan kan pas worden vastgesteld door het bevoegd gezag, nadat de aanpassing(en) van de (interim) Omgevingsverordening in werking zijn getreden; c. de wijziging van de regels en/of verbeelding van het plan kan worden gecombineerd met andere wijzigingsbevoegdheden, zoals opgenomen in het plan.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
47
Artikel 10 10.1
Overige regels
Hydrologisch neutraal ontwikkelen
a. Alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor het behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden. b. Regenwater dient op eigen terrein te worden opgevangen en verwerkt. c. Uitgangspunt voor 'omgaan met afstromend hemelwater' is de voorkeursvolgorde: hergebruik – vasthouden – bergen – afvoeren. d. Indien het toepassen van de in dit bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden resulteren in een toename aan verhard oppervlak, vindt in alle gevallen een toets plaats aan de eis dat er sprake moet zijn van hydrologisch neutraal ontwikkelen conform de Keur, beleidsregels en algemene regels van het betreffende waterschap. Het bevoegd gezag wint in die gevallen advies in van het betrokken waterschap. 10.2
Waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit
10.2.1 Algemeen a. Een ruimtelijke ontwikkeling draagt bij aan de zorg voor het behoud en de bevordering van de ruimtelijke kwaliteit van het bij de ontwikkeling betrokken gebied en de naaste omgeving en in het bijzonder aan het principe van zorgvuldig ruimtegebruik. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: 1. alle gronden binnen het plangebied zijn mede bestemd voor landschapsopbouw in de vorm van een landschappelijke inpassing en voor het behoud, herstel en/of versterking van de waterhuishoudkundige waarden; 2. nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zijn alleen toegestaan als deze niet leiden tot een onevenredige aantasting van natuur- en landschapswaarden, cultuurhistorische en aardkundige waarden; 3. de landschappelijke inpassing moet in een redelijke verhouding staan tot de aard en omvang van de desbetreffende ruimtelijke ontwikkeling. b. Alle ruimtelijke ontwikkelingen die op basis van de Landschapsinvesteringsregeling gemeente Someren als categorie 2 of 3 ontwikkeling worden aangemerkt, moeten vergezeld gaan van een landschappelijk inpassingsplan, dat voldoet aan het beeldkwaliteitsplan buitengebied. 10.2.2 Principe van zorgvuldig ruimtegebruik Het principe van zorgvuldig ruimtegebruik, als bedoeld in artikel 10.2.1 sub a, houdt in ieder geval in dat: a.
in geval van vestiging van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling is verzekerd dat eerst gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing; b. uitbreiding van het toegestane ruimtebeslag slechts is toegestaan mits de financiële, juridische of feitelijke mogelijkheden ontbreken om de beoogde ruimtelijke ontwikkeling binnen dat toegestane ruimtebeslag te doen plaatsvinden; c. uitbreiding van het toegestane ruimtebeslag dient aansluitend aan de bestaande bebouwing plaats te vinden in het kader van concentratie van bebouwing en zuinig ruimtegebruik. 10.3
Waarborgen van de belangen van derden en andere aanwezige waarden
Het toepassen van de in dit bestemmingsplan opgenomen afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden is slechts toegestaan, indien is aangetoond dat er geen sprake is van een onevenredige aantasting van andere aanwezige waarden en belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven.
48
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
10.4
Parkeren, laden en lossen
10.4.1 Algemeen Ten behoeve van het gebruik in relatie tot de omvang van het gebruik, moet een ontwikkeling voorzien in voldoende parkeergelegenheid, als ook (verkeers)ruimte voor het laden en lossen van goederen, met dien verstande dat: a. dit alleen van toepassing is wanneer sprake is van nieuwbouw, herbouw, uitbreiding, binnenplanse afwijking en/of een (functie)wijziging; b. de noodzakelijke parkeervoorzieningen en verkeersruimte(n) als dusdanig en feitelijk voor onbepaalde tijd in stand moeten worden gehouden; c. voor het bepalen van het benodigde aantal parkeerplaatsen en verkeersruimte(n) worden de parkeerkencijfers en parkeernormen van het CROW gebruikt; d. de te realiseren voorzieningen mogen zich in, op of onder een gebouw, dan wel op of onder het daarbij behorende bouwperceel bevinden, doch uitsluitend binnen het geldende bestemmingsvlak of, in het geval van een agrarisch bedrijf, binnen het bouwvlak. 10.4.2 Afwijken van de parkeernorm in verband met bijzondere omstandigheden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 10.4.1 voor wat betreft de te hanteren parkeernorm(en) indien het voldoen aan de parkeernormen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit, dan wel naar het oordeel van het bevoegd gezag op andere wijze in de benodigde parkeergelegenheid wordt voorzien.
10.4.3 Afwijken van de parkeernorm en/of ruimte voor laden en lossen in verband met een andere wijze van oplossen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 10.4.1 voor wat betreft het realiseren van voldoende parkeergelegenheid en ruimte voor het laden en lossen van goederen op eigen terrein indien op een andere wijze in de nodige parkeer- of stallingsruimte, dan wel laad- of losruimte wordt voorzien. 10.4.4 Minimale afmeting van parkeerplaatsen Een ruimte voor het parkeren van voertuigen moet tenminste de afmetingen hebben die zijn afgestemd op gangbare personenauto’s c.q. bedrijfswagens. Hierbij gelden de volgende minimale afmetingen: a. voor een voor gehandicapten gereserveerde parkeerruimte voor personenauto’s: 1. bij haaksparkeren: ten minste 3,50 m bij 5,00 m; 2. bij langsparkeren: niet mogelijk en toepasbaar; b. voor een reguliere parkeerruimte voor personenauto’s: 1. bij haaksparkeren: ten minste 2,50 m bij 5,00 m; 2. bij langsparkeren: ten minste 1,80 m bij 5,50 m; c. voor parkeren ten behoeve van bedrijfswagens moet de benodigde parkeerbehoefte en –ruimte op basis van de bedrijfsvoering en/of een melding Activiteitenbesluit dan wel Omgevingsvergunning milieu concreet in beeld worden gebracht.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
49
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder sub a voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld onder sub a met maximaal 10%. c. Sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2
Overgangsrecht gebruik
a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld onder sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, zoals bedoeld onder sub a, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
50
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Smulderslaan 30 en 40, Someren'.
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
51
Smulderslaan 30 en 40, Someren
Inhoudsopgave
Bijlagen bij regels Bijlage 1
Landschappelijke inpassing Smulderslaan 30 en 40
4
Bijlage 2
Voorwaardelijke verplichting sloop
15
2
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
Bijlagen bij regels
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
3
Bijlage 1 Landschappelijke inpassing Smulderslaan 30 en 40
4
Bestemmingsplan "Smulderslaan 30 en 40, Someren" (ontwerp)
Paul Schrama Tuinontwerp Tuinen en Speeltoestellen Projekt
Landschappelijke inpassing
Onderdeel
Assortimentslijst Behorende bij erfbeplanting
Opdrachtgever
Mts. F.G.C.M. en P.W.J.A. Verhees Smulderslaan 30+40 5712 PN Someren-Heide Contactpersoon Dhr. P. Verhees tel 06 - 108 05 016
Locatie
Smulderslaan 30 5712 PN Someren-Heide
Uitvoering
Paul Schrama Tuinontwerp Stoeiing 3a 6029 PC Sterksel tel. 040-2265361 / 06-22815768
Datum
Sterksel November 2021
Inhoud
1 Uitgangspunten 2 Vakindeling erfbeplanting 3 Vakomschrijving 4 Overzicht assortiment
site www.paulschramatuinontwerp.nl email info@paulschramatuinontwerp.nl
Paul Schrama Tuinontwerp Tuinen en Speeltoestellen 4 Overzicht assortiment te beplanten