Regels bestemmingsplan Gezandebaan 17a
Tekst van het document
Crijns Rentmeesters BV
Koningsplein 20 5712 GJ Asten
BESTEMMINGSPLAN GEZANDEBAAN 17A SOMEREN REGELS NL.IMRO.0847.BP02023007-VS01
Crijns Rentmeesters bv Vastgesteld, april 2024
T: 0493 – 47 17 77 E: info@crijns-rentmeesters.nl I: www.crijns-rentmeesters.nl
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1
INLEIDENDE REGELS ........................................................................... 4
Artikel 1
Begrippen ................................................................................................................. 4
Artikel 2
Wijze van meten...................................................................................................... 14
HOOFDSTUK 2
BESTEMMINGSREGELS ..................................................................... 16
Artikel 3 Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden .................................................... 16 3.1 Bestemmingsomschrijving ............................................................................................ 16 3.2 Bouwregels .................................................................................................................. 16 3.3 Specifieke gebruiksregels ............................................................................................. 16 3.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ........................................................................................................... 17 3.5 Wijzigingsbevoegdheid ................................................................................................. 18 Artikel 4 Wonen ..................................................................................................................... 19 4.1 Bestemmingsomschrijving ............................................................................................ 19 4.2 Bouwregels .................................................................................................................. 19 4.3 Afwijken van de bouwregels .........................................................................................
20 4.4 Specifieke gebruiksregels ............................................................................................. 21 4.5 Afwijken van de gebruiksregels..................................................................................... 22 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ........................................................................................................... 25 Artikel 5 Waarde - Archeologie 5 .......................................................................................... 26 5.1 Bestemmingsomschrijving ............................................................................................ 26 5.2 Bouwregels .................................................................................................................. 26 5.3 Specifieke gebruiksregels ............................................................................................. 26 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ........................................................................................................... 27
HOOFDSTUK 3 Artikel 6
ALGEMENE REGELS .......................................................................... 29
Anti-dubbeltelregel ................................................................................................. 29
Artikel 7 Voorrangsregeling dubbelbestemmingen en aanduidingen ................................ 30 7.1 Voorrangsregeling dubbelbestemmingen ...................................................................... 30 7.2 Algemene bouwregels .................................................................................................. 30 7.3 Bestaande afwijkende maten en hoeveelheden ............................................................ 30 7.4 Ondergronds bouwen ................................................................................................... 30 7.5 Nadere eisen bij bouwactiviteiten .................................................................................. 31 Artikel 8 Algemene aanduidingsregels ................................................................................ 32 8.1 Functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' ................. 32 8.2 Voorwaardelijke verplichting ......................................................................................... 33
Crijns Rentmeesters bv
2
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
Artikel 9 Algemene afwijkingsregels .................................................................................... 34 9.1 Afwijken voor het houden van evenementen ................................................................. 34 9.2 Afwijken van de maatvoering met maximaal 10%.......................................................... 34 9.3 Afwijken voor het bouwen op kleinere afstand tot de bestemmingsgrens....................... 34 9.4 Afwijken voor het bouwen op kleinere afstand tot de (as van de) weg ........................... 35 Artikel 10 Algemene wijzigingsregels ................................................................................ 36 10.1 Wijziging voor het in overeenstemming brengen met de Omgevingsverordening ........... 36 Artikel 11 Overige regels..................................................................................................... 37 11.1 Hydrologisch neutraal ontwikkelen ................................................................................ 37 11.2 waarborgen ruimtelijke kwaliteit .................................................................................... 37 11.3 Waarborgen van de belangen van derden en andere aanwezige waarden .................... 38 11.4 Parkeren, laden en lossen ............................................................................................ 38
HOOFDSTUK 4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS ....................................................... 40
Artikel 12 Overgangsrecht .................................................................................................. 40 12.1 Overgangsrecht bouwwerken ....................................................................................... 40 12.2 Overgangsrecht gebruik ............................................................................................... 40 Artikel 13
Slotregel .............................................................................................................. 41
Bijlagen bij de regels Bijlage 1
Landschappelijk inpassingsplan
Bijlage 2
Sloop
Crijns Rentmeesters bv
3
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
HOOFDSTUK 1 Artikel 1
INLEIDENDE REGELS
Begrippen
1.1 plan: het bestemmingsplan 'Gezandebaan 17a Someren' van de gemeente Someren. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in NL.IMRO.0847.BP02023007-VS01 met de bijbehorende regels en bijlagen.
het
GML-bestand
1.3 verbeelding: de kaart, waarop de bestemmingen en aanduidingen van de gronden die in het plangebied zijn gelegen, zijn aangegeven en zoals opgenomen in het bestemmingsplan. 1.4 aan huis verbonden beroep: het door een van de bewoners als ondergeschikte functie uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verrichten van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, met uitzondering van detailhandel of erotische dienstverlening, dat door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een woning met de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend. 1.5 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.6 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 aardkundige waarden waarden die samenhangen met de geologische, geomorfologische en/of bodemkundige kenmerken en ontstaanswijze van een gebied, zoals bodemopbouw en -samenstelling, hoogteverschillen en de daarmee samenhangende waterhuishouding.
1.8 arbeidsmigrant: persoon die vanuit een ander land naar Nederland komt met als doel arbeid te verrichten en inkomen te verwerven en zijn hoofdverblijf elders heeft. 1.9 archeologisch deskundige een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de kwalificaties van senior-archeoloog die gesteld zijn in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).
Crijns Rentmeesters bv
4
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
1.10 archeologisch monument: terrein dat op basis van de Erfgoedwet is aangewezen als beschermd archeologisch monument. 1.11 archeologisch onderzoek: onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingvergunning ex artikel 9.6 van de Erfgoedwet (of voor de betreffende werkzaamheden een vergunning heeft van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.12 archeologische waarden: de aan een gebied toegekende waarden in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.13 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.14 bebouwingspercentage: een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat het percentage van het deel van een bestemmingsvlak aangeeft dat mag worden bebouwd. 1.15 bed and breakfast: het bij wijze van nevenfunctie verstrekken van logies en ontbijt, door het beschikbaar stellen van slaap-, ontbijt- en sanitaire ruimten, aan een steeds wisselend publiek dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse verblijft. Onder bed and breakfast worden niet verstaan overnachtingen, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid.
1.16 bedrijf (bedrijfsinrichting): elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. 1.17 bedrijfsgebouw: een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. Bedrijfswoningen met bijgebouwen worden niet als bedrijfsgebouw aangemerkt. 1.18 beeldkwaliteit: het samenstel van de beoordeling van: de plaats van de bebouwing in het verleden en nu; de maten en verhoudingen van de gebouwen in het verleden en nu; het ritme of patroon van de bebouwing langs de weg in het verleden en nu; de beplanting langs de openbare weg en op particuliere gronden; het materiaalgebruik voor de bebouwing en de straat; kenmerkende objecten zoals een molen, kerk, bos, houtwal, kunst e.d.; staat van verzorging, detaillering en onderhoud van gebouwen, weg- en bermonderhoud, verlichting e.d.; abiotische omgeving, patronen en structuren.
Crijns Rentmeesters bv
5
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
1.19 beeldkwaliteitsplan buitengebied: het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011 dat op 29 juni 2011 door de raad is vastgesteld en zoals opgenomen in Bijlage 1, of hierop volgende herzieningen. 1.20 Besluit omgevingsrecht (Bor): besluit van 25 maart 2010, houdende regels ter uitvoering van de Wabo. 1.21 bestaande bebouwing: bebouwing zoals die rechtens mag bestaan, zonder toepassing van wijzigingsbevoegdheden, daaronder ook begrepen de bebouwing waarvan vaststaat dat handhaving wegens strijd met het geldende bestemmingsplan niet meer mogelijk is. 1.22 bestaand gebruik: gebruik zoals dat rechtens mag bestaan, zonder toepassing van wijzigingsbevoegdheden, daaronder ook begrepen het gebruik waarvan vaststaat dat handhaving wegens strijd met het geldende bestemmingsplan niet meer mogelijk is. 1.23 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.24 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.25 bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wabo. 1.26 bewoning: het verblijven in of het gebruiken van een ruimte als woonruimte inclusief nachtverblijf. 1.27 bijgebouw: een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat bouwkundig of architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw.
1.28 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.29 bouwen, ondergronds: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een bouwwerk onder het ter plaatse vastgestelde peil. 1.30 bouwlaag: doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen.
Crijns Rentmeesters bv
6
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
1.31 bouwperceel: aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningsvrije bouwwerken zijn toegestaan. 1.32 (bouw)perceelgrens: de grens van een (bouw)perceel. 1.33 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
dit
1.34 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.35 cultuurhistorische waarden waarden die samenhangen met de nalatenschap van de mens, door zijn aanwezigheid en activiteiten in het verleden, en die hij heeft achtergelaten in het huidige landschap. Hierbij gaat het om archeologisch, historisch-landschappelijk, historisch-geografisch en/of historisch-bouwkundig waardevolle zaken, zoals archeologische elementen, beplanting, reliëf (bij voorbeeld bolle akkers) verkaveling, slotenpatroon en bebouwing. 1.36 dagrecreatie: het bieden van een product en/of dienst op het gebied van recreatie, educatie en/of cultuur, dat door de consument binnen één dag kan worden afgenomen en zonder dat daarmee een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat. 1.37 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen/huren voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.38 differentiatievlak: een op de plankaart als zodanig aangegeven vlak, waarbinnen van de basisbestemming afwijkende functies en/of maatvoeringen zijn toegestaan.
1.39 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.40 erfbeplanting: visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend
Crijns Rentmeesters bv
7
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of bouwperceel van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie. 1.41 erotische dienstverlening: elke vorm van erotische dienstverlening met een bedrijfsmatig karakter zoals erotische massage, escortservice, parenclub, prostitutie, seksbioscoop, seksclub, sekstheater en dergelijke. 1.42 escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend. 1.43 evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. 1.44 extensief recreatief medegebruik: het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, alsmede route-ondersteunende voorzieningen zoals picknick-, uitzicht-, rust- en informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 1.45 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.46 gebruiken: doen of laten gebruiken. 1.47 groenvoorzieningen: allerlei vormen van beplanting en groen, die niet zijn aan te merken als agrarische bodemexploitatie, maar die een functie vervullen in de aankleding van het landschap.
1.48 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw is aan te merken. 1.49 huishouden: één persoon of meerdere personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid en gericht op een duurzaam samen zijn en daarbij een economisch-consumptieve eenheid vormen. 1.50 huisvesting van arbeidsmigranten: het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een (agrarisch) bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voor zover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering.
Crijns Rentmeesters bv
8
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
1.51 hydrologisch neutraal ontwikkelen: hydrologisch neutraal bouwen maakt onderdeel uit van de keur van Waterschap Aa en Maas. Hierin staat dat de aanvrager/initiatiefnemer bij de realisatie van nieuw verhard oppervlak voldoende compenserende maatregelen dient te nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem voldoende robuust blijft. 1.52 infiltratie: het indringen van water in de bodem. 1.53 infiltratievoorziening: een open voorziening, zonder bodemverhardingen en gelegen boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand, waarmee tijdelijk opgevangen (schoon) regenwater weg kan indringen c.q. passief kan infiltreren in de bodem. 1.54 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant: de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant, vastgesteld d.d. 25 oktober 2019, of diens rechtsopvolger. 1.55 kampeermiddel: een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander (gewezen) voertuig of gedeelte daarvan, dat geen bouwwerk is waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is, een en ander voor zo ver deze onderkomens of voertuig geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
1.56 kampeerterrein: een terrein of een plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf. 1.57 kamperen: het hebben van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel. 1.58 kas of hoge tunnel: een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak of dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander licht doorlatend materiaal voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden, waaronder mede begrepen permanente tunnel- of boogkassen hoger dan 1,50 m1. 1.59 kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint, waarbij minimaal 6 kinderen worden opgevangen. 1.60 kwaliteitsverbetering: een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur,
Crijns Rentmeesters bv
9
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
landschap, cultuurhistorie of extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. 1.61 landschappelijk inpassingsplan: een visueel inrichtingsplan van een perceel voor het op verantwoorde wijze inpassen van gebouwen en andere voorzieningen bestaande uit een ontwerptekening van dat perceel met daarin opgenomen de ligging, soorten en hoeveelheden van landschappelijke elementen waarbij wordt aangesloten op het beeldkwaliteitsplan buitengebied. 1.62 landschapswaarden: het geheel van waarden in verband met bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, cultuurhistorische, archeologische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.63 landschapselement: een streekeigen natuur- of landschapsobject dat een waardevolle landschappelijke, natuurlijke of cultuurhistorische waarden heeft, zoals een houtwal of een bomenlaan. 1.64 lawaaisport: een voorziening voor sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, de motorsport en de modelvliegsport. 1.65 maaiveld: de bovenkant van het ter plaatse aanwezige terrein. 1.66 milieucategorie: milieucategorie zoals omschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering.
1.67 milieuhygiëne: het op een dusdanige wijze omgaan met de bestaande en gewenste waarden van de bodem, lucht (waaronder fijnstof), water, geur, ecologie en natuur, zodat een verslechtering van deze waarden wordt voorkomen. 1.68 minicamping: een kleinschalig kampeerterrein als nevenfunctie bij een agrarisch bedrijf, agrarisch verwant bedrijf, recreatiebedrijf of bij een burgerwoning. 1.69 natuurwaarden: de waarden die aan een gebied zijn toegekend in verband met het voorkomen van biotische en/of abiotische elementen die bijdragen aan de diversiteit en natuurlijkheid van een gebied. 1.70 nevenfunctie: ondergeschikte functie, die gezien de relationele aard en geringe omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit.
Crijns Rentmeesters bv
10
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
1.71 nutsvoorziening: voorziening ten behoeve van het openbaar nut, zoals transformatorhuisjes, gasreduceerstations, schakelhuisjes, duikers, bemalingsinstallaties, gemaalgebouwtjes, telefooncellen en apparatuur voor telecommunicatie. 1.72 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.73 ondergeschikt bouwdeel: bouwdeel van beperkte afmetingen, dat buiten de gevel of het dakvlak van een bouwwerk uitsteekt en niet gericht is op vergroting van het oppervlakte, zoals dakgoten, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren, schoorstenen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels en balkons. 1.74 ondergeschikte functie: een activiteit van een zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft. De ondergeschiktheid van de functie kenmerkt zich door een omvang van maximaal 30% van de hoofdfunctie. 1.75 onderkomen: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht voor een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken.
1.76 ondersteunende detailhandel: detailhandel die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is. Het ondersteunend karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft. 1.77 ondersteunende functie: functie die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is. Het ondersteunende karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft. 1.78 openbare weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.79 overkapping: een overdekte open ruimte, waarvan de begrenzingen worden gevormd door bestaande gebouwen of door vrijstaande ondersteuningen, en die niet wordt aangemerkt als een gebouw.
Crijns Rentmeesters bv
11
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
1.80 piekberging: een gebouwde of aangelegde voorziening voor de tijdelijke opvang/buffering van overtollig hemelwater afkomstig van bebouwing en/of verhardingen. 1.81 recreatie: activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie en het bedrijfsmatig verstrekken van dag- en/of verblijfsrecreatie. 1.82 routegebonden horeca: een kleinschalige horecavoorziening, niet zijnde een café of restaurant, waar vanuit de bestaande bebouwing dranken en etenswaren worden verstrekt aan passanten, zoals een theehuis. 1.83 ruimtelijke kwaliteit: kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. 1.84 ruimtelijke ontwikkeling: bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is. 1.85 SNF: Stichting Normering Flexwonen. 1.86 stacaravan: een wagen (niet uitklapbaar) gebouwd, ingericht en bestemd om te kamperen, welke volgens de bepalingen van de wegenverkeerswetgeving niet over de openbare weg achter een auto mag worden voortbewogen en die bedoeld is voor gebruik op een vaste standplaats.
1.87 terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van de horeca waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt. 1.88 terreinafscheiding: afscheiding, inclusief doorgangen en poorten, van een erf en/of gedeelte van een erf (terrein), onder meer bedoeld voor het binnen het terrein houden van dieren, het afscheiden van verschillende functies of het markeren van een erf. 1.89 tuin: een beplante, veelal afgesloten ruimte, grenzend aan een hoofdgebouw dat in verschillende vormen voorkomt, zoals siertuinen met gazon, moestuinen met groente- en fruitplanten, bloemenperken en hagen. Verhardingen zijn niet toegestaan. 1.90 verblijfsrecreatie: een activiteit die overwegend gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van recreatie met een overnachting ter plaatse.
Crijns Rentmeesters bv
12
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
1.91 verhard oppervlak: de oppervlakte van het geheel van bouwwerken, verhardingen en hoge of lage permanente teeltondersteunende voorzieningen op de bij één bedrijf of andere functionele eenheid behorende gronden die gelegen kunnen zijn binnen meerdere bestemmingen. 1.92 voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: gelijk is aan de in deze regels voorgeschreven afstand van gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel; gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand. 1.93 Wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.94 water: al het oppervlaktewater zoals sloten, greppels, (infiltratie)vijvers, kanalen, beken en andere waterlopen, ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. 1.95 waterhuishoudkundige voorzieningen: Voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc. 1.96 wonen: het verblijven van een huishouden in een woning.
1.97 wonen plus: het door een van de bewoners aan huis uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit met maximaal milieucategorie 2 zoals bepaald op basis van de Brochure bedrijven en milieuzonering, niet zijnde detailhandel of erotische dienstverlening, die door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een woning met de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend. Hieronder wordt ook verstaan het uitoefenen van een bedrijf waarbij de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten in hoofdzaak elders op locatie plaatsvinden terwijl aan huis de organisatorische activiteiten en activiteiten zoals opslag van materialen en stalling van voertuigen plaatsvinden. 1.98 woning/wooneenheid: één complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.99 zelfstandige bewoning: bewoning met een eigen toegang waarbij de noodzakelijke voorzieningen (keuken, douche en toilet) niet gedeeld hoeven te worden met andere bewoners.
Crijns Rentmeesters bv
13
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
Artikel 2
Wijze van meten
Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de as van de weg: tussen de as van de weg waaraan het bouwwerk is gebouwd en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.2 de afstand tot de bestemmingsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in een bestemmingsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend bouwwerk. 2.3 het bebouwingspercentage: het door bouwwerken bebouwde oppervlak, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel voor zo ver dat is gelegen binnen de bestemming of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de breedte van een bestemmingsvlak: tussen de twee zijdelingse bestemmingsvlakgrenzen, gemeten in de bestemmingsgrens op de minimum afstand die bebouwing tot de weg in acht moet nemen. 2.6 de breedte van een bouwperceel: tussen de twee zijdelingse bestemmingsvlakgrenzen, gemeten in de bestemmingsgrens of (rooi)lijn op de minimum afstand die bebouwing tot de weg in acht moet nemen. 2.7 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.
2.8 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.9 de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Kelders worden niet meegeteld bij de inhoud van een bouwwerk. 2.10 de lengte c.q. breedte van een bouwwerk: horizontaal tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren.
Crijns Rentmeesters bv
14
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
2.11 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.12 het peil: het peil wordt als volgt gemeten: voor bouwwerken en gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van de weg ter plaatse van deze toegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.
Crijns Rentmeesters bv
15
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
HOOFDSTUK 2 Artikel 3 3.1
BESTEMMINGSREGELS
Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden; b. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden in het algemeen en verder in het bijzonder: c. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - aardkundig waardevol' voor het behoud van de aanwezige aardkundige waarden; d. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van waarde - cultuurhistorisch waardevol' voor het behoud en/of herstel van aanwezige cultuurhistorische waarden; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; f. landschapselementen, groenvoorzieningen en landschappelijke inpassing; g. extensief recreatief medegebruik.
3.2
Bouwregels
3.2.1 Algemeen a. Op of in de voor 'Agrarisch met Waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde in sub a mogen er wel terreinafscheidingen worden gerealiseerd met een bouwhoogte van maximaal 1,00 m1.
3.3
Specifieke gebruiksregels
3.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het aanleggen van oppervlakteverhardingen; c. het plaatsen van zeecontainers; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; g. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; h. het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; i. het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; j. het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; k. het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of
Crijns Rentmeesters bv
16
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan.
3.4
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
3.4.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen van landschapselementen; d. het verwijderen van onverharde wegen of paden; e. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden. 3.4.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in 3.4.1 is niet vereist voor: a. werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn, danwel op het tijdstip van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een reeds eerder verleende vergunning.; c. werken en/of werkzaamheden die worden uitgevoerd voor aanleg en instandhouding van het landschappelijk inpassingsplan dat als bijlage 1 onderdeel uitmaakt van deze regels dan wel een opvolgend door het bevoegd gezag geaccordeerd landschappelijk inpassingsplan; d.
werken en/of werkzaamheden die worden uitgevoerd voor sloop van de bebouwing aangeduid in bijlage 2 van deze regels. 3.4.3 Toelaatbaarheid De in 3.4.1 onder sub a tot en met sub d genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; b. het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in de bijlage. 3.4.4 Toelaatbaarheid van verhardingen De in 3.4.1 sub e genoemde omgevingsvergunning voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, het aanleggen van en/of verharden van wegen en/of paden, kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden:
Crijns Rentmeesters bv
17
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
a. verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming en eventuele dubbelbestemmingen zijn toegekend; b. het uitvoeren ervan noch direct, noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet onevenredig worden verkleind; c. hydrologisch neutraal worden uitgevoerd op basis van het principe 'hydrologisch neutraal ontwikkelen', zoals opgenomen in 11.1; d. niet leiden tot een oneigenlijke vergroting van enig aangrenzend bouwvlak; e. niet resulteren in oppervlakteverharding(en) groter dan 200 m²; f. niet leiden tot meerdere afzonderlijk vergunde verhardingen per aaneengesloten agrarisch perceel.
3.5
Wijzigingsbevoegdheid
3.5.1 Wijziging naar ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ met aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming 'Agrarisch met Waarden Landschapswaarden' de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie - minicamping' toekennen voor het realiseren of uitbreiden van een minicamping. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten aan een bestemmingsvlak, indien er geen ruimte is binnen het bestemmingsvlak, waar een minicamping al is toegestaan dan wel in combinatie met onderhavige wijziging via een omgevingsvergunning wordt toegestaan; b. per minicamping zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan. Stacaravans en trekkershutten, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Wonen'; c. parkeer- en ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, zijn uitsluitend toegestaan binnen de aangrenzende enkelbestemming 'Wonen'; d. de afstand tot de as van de weg dient ten minste 20 m1 te zijn; e. de afstand tot woningen van derden dient ten minste 50 m1 te zijn; f. de afstand tot de bestemmingsgrens dient ten minste 5,00 m1 te zijn; g. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; h.
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit 11.1.
Crijns Rentmeesters bv
18
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
Artikel 4 4.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen conform de bepalingen in 4.4.2; c. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' is één kleinschalig bedrijf toegestaan in de milieucategorieën 1 en 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; d. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; f. landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; g. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; h. extensief recreatief medegebruik.
4.2
Bouwregels
4.2.1 Algemeen Voor het bouwen op of in de voor 'Wonen' aangewezen gronden gelden de volgende algemene bepalingen: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in 4.1 genoemde bestemming; b. per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit 11.2; d. de oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak. 4.2.2 Woningen Voor het bouwen van woningen gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de bouwaanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee aaneen gebouwde woningen toegestaan; b. een woning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m³; c. bij herbouw mag een woning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als sprake is van uitbreiding daar direct aansluitend op; d. de maximaal toegestane goothoogte is 6,00 m1; e. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1; f. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; g. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; h. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1.. 4.2.3 Bijgebouwen behorende bij de woning Voor het bouwen van (vrijstaande) bijgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per woning is maximaal 100 m2;
Crijns Rentmeesters bv
19
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
b. in afwijking van het bepaalde onder sub a is ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' een oppervlakte aan bijgebouwen van 318 m² toegestaan; c. de maximaal toegestane goothoogte is 3,00 m1; d. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,50 m1; e. bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn van de woning te worden gebouwd; f. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; g. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; h. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; i. de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 meter. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, bij woning gelden de volgende bepalingen: a. per woning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. de oppervlakte van de overkapping is maximaal 20 m²; 2. de maximaal toegestane bouwhoogte is 3,00 m1; 3. de overkapping moet op een afstand van ten minste 1,00 m1 achter de voorgevelrooilijn worden gebouwd; 4. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m1; b.
de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van terreinafscheidingen, is maximaal 2,50 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5,00 m1; c. de bouwhoogte van terreinafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1,00 m1 zijn en voor het overige maximaal 2,00 m1.
4.3
Afwijken van de bouwregels
4.3.1 Afwijken voor een grotere inhoud van de woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.2.2 sub a en/of 4.2.2 sub b voor het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane inhoud van een woning tot maximaal 900 m3. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. per m3 uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten; Type landschap
Aantal m2 te slopen bebouwing om 1,00 m3 extra bebouwing mogelijk te maken
Natuur Netwerk Brabant
1
Kampenlandschap
1 2/3
Beekdallandschap
1 2/3
Oude heideontginningen
2
Jonge heideontginningen
2 1/3
Bebouwingsconcentraties
1 2/3
Crijns Rentmeesters bv
20
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
b. de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; d. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; e. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit 11.2.
4.4
Specifieke gebruiksregels
4.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het plaatsen van zeecontainers; c. het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; d. het gebruik van gronden: 1. en/of opstallen voor doeleinden van stort of lozing; 2. voor doeleinden van buitenopslag die een zichtbaar negatieve invloed hebben op de ruimtelijke kwaliteit; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf, met dien verstande dat: 1. aan huis verbonden beroepen zijn toegestaan overeenkomstig het bepaalde in 4.4.2; 2. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van wonen - wonen plus' bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan overeenkomstig het bepaalde in 4.1; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; g. het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten; h. het gebruik van opstallen, behoudens woningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; i.
het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; j. het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; k. het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; l. tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 4.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van aan huis verbonden beroepen is slechts toegestaan als ondergeschikte functie bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend door één van de bewoners; b. de beroepsactiviteit mag in de woning en/of in een bijgebouw bij de woning worden uitgeoefend; c. de omvang van de beroepsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijgebouwen bij de woning, tot een maximum van 150 m²; d. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op een normale afwikkeling van het verkeer;
Crijns Rentmeesters bv
21
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
e. f. g. h.
het gebruik mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoefte veroorzaken; parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit 11.4; detailhandel is niet toegestaan; reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding.
4.4.3 Voorwaardelijke verplichtingen In aanvulling van het bepaalde in 4.2.3 onder b is het ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen - voorwaarde wonen plus’ alleen toegestaan de omvang aan bijgebouwen te vergroten tot een omvang van 318 m², te gebruiken en in stand te houden onder de voorwaardelijke verplichting dat: a. de landschappelijke inpassing, conform het landschappelijk inpassingsplan in bijlage 1, binnen 12 maanden na in werkingtreding van het bestemmingsplan is uitgevoerd en als dusdanig in stand wordt gehouden; b. de gebouwen zijn gesloopt die zijn aangeduid als te slopen bebouwing, in bijlage 2hetgeen betekent dat: 1. te slopen bouwwerken geheel zijn gesloopt en verwijderd, inclusief funderingen en ondergrondse bouwdelen zoals kelders; 2. (half)verhardingen en dergelijk geheel zijn verwijderd; 3. sloopafval en -puin is afgevoerd van de slooplocatie; 4. vervuilde gronden zijn verwijderd en afgevoerd conform de wettelijke voorschriften; 5. het perceel met schone grond is aangevuld en geëgaliseerd.
4.5
Afwijken van de gebruiksregels
4.5.1 Afwijken voor kinderopvang en/of dagbesteding als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.4.1 sub e voor het exploiteren van kinderopvang en dagbesteding door de bewoner(s) van de betreffende locatie als ondergeschikte nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing; b. de activiteiten leiden niet tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of -overlast; c. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit 11.2. 4.5.2 Afwijken voor verhuur van fietsen/rijtuigen als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.4.1 sub f voor het als ondergeschikte nevenfunctie verhuren van fietsen, rijtuigen en andere vervoersmiddelen ten behoeve van recreatief gebruik door de bewoner(s). Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de ondergeschikte verhuuractiviteiten; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit 11.4; d.
de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen in 11.2.
Crijns Rentmeesters bv
22
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
4.5.3 Afwijken voor een zorgfunctie als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1 sub e voor het verlenen van zorg en de huisvesting van zorgbehoevenden door de hoofdbewoner(s) van de woning als ondergeschikte nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen bestaande bebouwing; b. het is niet toegestaan om zelfstandige wooneenheden voor de huisvesting van zorgbehoevenden te realiseren; c. er mogen maximaal 15 personen worden gehuisvest; d. er wordt alleen huisvesting geboden aan personen met een zorgindicatie; e. de activiteiten leiden niet tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of -overlast; f. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en/of bedrijven; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit 11.2. 4.5.4 Afwijken voor een minicamping als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.4.1 sub f voor het toestaan van een minicamping als ondergeschikte nevenfunctie die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. er zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waaronder maximaal vijf stacaravans; b.
voor ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, is maximaal 100 m2 bebouwing toegestaan. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande (of vergunbare) bebouwing; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit 11.4; d. de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m1; e. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m1; f. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5,00 m1; g. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; h. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen in 11.2. 4.5.5 Afwijken voor een groepsaccommodatie als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.4.1 sub f voor het als ondergeschikte nevenfunctie toestaan van een groepsaccommodatie die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie in de bestaande bebouwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de capaciteit is maximaal 20 personen; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen in 11.4; c. de afstand tot de weg is ten minste 20 m1; d. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m1; e. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen in 11.2.
4.5.6 Afwijken voor bed and breakfast als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.4.1 sub f voor het als nevenfunctie exploiteren van een bed and breakfast door de bewoner(s) van
Crijns Rentmeesters bv
23
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
de betreffende locatie in de bestaande (of vergunbare) bebouwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de bed and breakfast activiteiten; c. de maximale overnachtingscapaciteit van een bed and breakfast is 10 personen; d. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen in 11.4; e. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen in 11.2. 4.5.7 Afwijken voor routegebonden horeca als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.4.1 sub f voor het als ondergeschikte nevenfunctie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie verstrekken van dranken en/of spijzen voor gebruik ter plaatse. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. de oppervlakte van het theehuis/uitspanning bedraagt maximaal 200 m2 inclusief terras; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen in 11.4; d. de afstand tot de weg is ten minste 20 m1; e.
de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m1; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen in 11.2. 4.5.8 Afwijken voor dagrecreatie als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.4.1 sub f voor het als ondergeschikte nevenfunctie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie aanbieden van dagrecreatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen in 11.4; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen in 11.2. 4.5.9 Afwijken voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 4.4.1 sub g voor de structurele of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in een woning. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het is toegestaan om een woning te gebruiken voor bewoning door maximaal 4 personen; b. parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorzieningen middels inrichtingsplan aangetoond worden waarbij per huisvestingsplaats 0,7 parkeerplaats gerealiseerd dient te worden; c. de woning voldoet aan de regels uit het bouwbesluit; d.
in een straat mogen maximaal 20% van de totaal aantal woningen gebruikt worden voor bewoning, waarbij de woningen niet direct naast elkaar, tegenover elkaar of boven elkaar gesitueerd mogen zijn, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn; e. er dient een nachtregister bijgehouden te worden;
Crijns Rentmeesters bv
24
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
f.
in afwijking op sub a is het mogelijk om tot een maximum van 20 personen bewoning te laten plaatsvinden, mits aangetoond wordt dat er voldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein en dat bewoning niet tot overlast leidt in de omgeving; g. de woning (met meer dan 4 arbeidsmigranten) voldoet aan de SNF-normering en dit dient aangetoond te worden; h. er dient in het kader van de brandveiligheid voldaan te worden aan de (aanvullende) eisen bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur conform het Bouwbesluit, zoals geldend ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning; i. vanaf 11 personen dient minimaal 250 meter aangehouden te worden ten opzichte van een andere locatie waar meer dan 10 arbeidsmigranten gehuisvest worden; j. vanaf 11 personen dient het perceel landschappelijk ingepast te worden; k. vanaf 11 personen dient het beheer in een overeenkomst vastgelegd te worden.
4.6
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden
4.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. landschappelijke inpassing te verwijderen, waarvan de aanleg en de instandhouding ervan in het kader van een eerdere vergunningverlening verplicht is gesteld. 4.6.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in 4.6.1 is niet vereist voor: a. werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 4.6.3 Toelaatbaarheid De in 4.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien de werken en/of werkzaamheden: a. geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. het landschappelijke inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 1; b. hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform 11.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit.
Crijns Rentmeesters bv
25
Bestemmingsplan ‘Gezandebaan 17a Someren’ - Regels
Artikel 5 5.1
Waarde - Archeologie 5
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. de instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige of te verwachten archeologische waarden.
5.2
Bouwregels
Op of in de als 'Waarde - Archeologie 5' aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende enkelen/of dubbelbestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en/of een diepte van meer dan 40 cm1, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van archeologische opgravingen; 3. de verplichting om de werken en/of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c.