CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels

Gemeenteraad 13 juni 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Dooleggersbaan 2111.660 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

Gemeente Someren

Colofon: Opgesteld door:

Van Santvoort Advies B.V. Berg 2-4 5671 CC Nuenen

Plangebied:

Dooleggersbaan 21, 5712RG Someren

Kenmerk:

BCO100191

Datum:

04-04-2024

Status:

Ter vaststelling

IMRO-code:

NL.IMRO.0847.BP02023003-VS01

2 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels ................................................................................................... 4 Artikel 1 Artikel 2

Begrippen......................................................................................................................... 4 Wijze van meten ............................................................................................................ 15

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels .............................................................................................. 16 Artikel 3

Agrarisch met waarden - Natuurwaarden ..................................................................... 16

3.1 Bestemmingsomschrijving .....................................................................................................................16 3.2 Bouwregels..............................................................................................................................................16 3.3 Specifieke gebruiksregels .......................................................................................................................16 3.4 Afwijken van de gebruiksregels .............................................................................................................17 3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ...................................................................................................................................................17

Artikel 4

Bedrijf ............................................................................................................................ 18

4.1 Bestemmingsomschrijving .....................................................................................................................18 4.2 Bouwregels..............................................................................................................................................18 4.3 Afwijken van de bouwregels ..................................................................................................................20 4.4 Specifieke gebruiksregels .......................................................................................................................20 4.5 Afwijken van de gebruiksregels .............................................................................................................21 4.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden ...................................................................................................................................................22

Hoofdstuk 3 Algemene regels ................................................................................................... 23 Artikel 5 Artikel 6

Anti-dubbeltelbepaling .................................................................................................. 23 Algemene bouwregels ................................................................................................... 23

6.1 6.2 6.3

Uitsluiting aanvullende werking Bouwverordening ..............................................................................23 Bestaande maten en hoeveelheden ......................................................................................................23 Ondergronds bouwen ............................................................................................................................23

Artikel 7

Algemene aanduidingsregels ......................................................................................... 24

7.1 7.2 7.3 7.4

Overige zone – Beperkingen veehouderij .............................................................................................24 Overige zone – voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing ...........................................24 Overige zone – stalderingsgebied ..........................................................................................................25 Overige zone – verblijfsrecreatie ..................................................... Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd.

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels............................................................................................. 25

8.1 8.2 8.3 8.4

Afwijken voor het houden van evenementen .......................................................................................25 Afwijken van de maatvoering met maximaal 10 % ...............................................................................25 Afwijken voor het bouwen op kleinere afstand tot de bestemmingsgrens ........................................26 Afwijken voor het bouwen op kleinere afstand tot de as van de weg ................................................26

Artikel 9

Overige regels ................................................................................................................ 26

9.1 9.2 9.3 9.4

Hydrologisch neutraal ontwikkelen .......................................................................................................26 Waarborgen ruimtelijke kwaliteit ..........................................................................................................27 Waarborgen belangen van derden en andere waarden ......................................................................27 Parkeren, laden en lossen ......................................................................................................................27

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels ...................................................................................... 29 Artikel 10

Overgangsrecht.............................................................................................................. 29

10.1 10.2

Overgangsrecht bouwwerken ................................................................................................................29 Overgangsrecht gebruik .........................................................................................................................29

Artikel 11

Slotregel ......................................................................................................................... 30

Bijlagen ..................................................................................................................................... 31

3 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1

Begrippen

1.1 plan: het bestemmingsplan ‘Dooleggersbaan 21 te Someren’ van de gemeente Someren. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0847.BP02023003-VS01 met bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 verbeelding: de kaart, waarop de bestemmingen en aanduidingen van de gronden die in het plangebied zijn gelegen, zijn aangegeven. 1.4 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.5 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.6 aardkundige waarden: waarden die samenhangen met de geologische, geomorfologische en/of bodemkundige kenmerken en ontstaanswijze van een gebied, zoals bodemopbouw en –samenstelling, hoogteverschillen en de daarmee samenhangende waterhuishouding. 1.7 abiotische waarden: geheel van waarden in verband van het abiotische milieu (niet levende natuur) in de vorm van specifieke aardkundige en/of hydrologische kenmerken en eventueel op basis daarvan aanwezige mogelijkheden voor ontwikkeling van specifieke natuurwaarden.

1.8 adviescommissie Agrarische Bouwaanvragen (AAB): commissie van deskundigen die gemeenten adviseert over aanvragen in de agrarische sector in het algemeen met name wat betreft aspecten als continuïteit, noodzaak en volwaardigheid. 1.9 agrarisch bedrijf: inrichting die tot een, krachtens artikel 1.1, derde lid, Wet milieubeheer, aangewezen categorie behoort en die gericht is op het voortbrengen van producten door het telen van gewassen of het houden van dieren, zijnde: een (vollegronds)teeltbedrijf, een veehouderij, een glastuinbouwbedrijf of een overig agrarisch bedrijf. 1.10 agrarisch gebruik/doeleinden: het al dan niet bedrijfsmatig gebruik van gronden of gebouwen voor het telen van gewassen of het houden van dieren. 1.11 agrarisch-technisch hulpbedrijf: bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het leveren van goederen en diensten aan agrarische bedrijven of dat agrarische producten bewerkt, vervoert of verhandelt, zoals loonwerkbedrijven, bedrijven voor mestopslag en –handel, veetransport en veehandel, met uitzondering van mestbewerking.

1.12 agrarisch verwant bedrijf: bedrijf dat geheel of in overwegende mate gericht is op het verlenen van diensten aan particulieren of nietagrarische bedrijven waarbij gebruik wordt gemaakt van het telen van gewassen, het houden van dieren of het toepassen van andere land-, bos- of natuurbouwkundige methoden, met uitzondering van mestbewerking. 1.13 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde.

4 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

1.14 bebouwingspercentage: een in de regels of op de verbeelding aangegeven percentage, dat het percentage van het deel van een bestemmingsvlak aangeeft dat mag worden bebouwd. 1.15 bed and breakfast: het bij wijze van nevenfunctie verstrekken van logies en ontbijt, door het beschikbaar stellen van slaap-, ontbijten sanitaire ruimten, aan een steeds wisselend publiek dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse verblijft. Onder bed and breakfast worden niet verstaan overnachtingen, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.16 bedrijf(bedrijfsinrichting): elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht. 1.17 bedrijfsgebouw: een gebouw of een gedeelte van een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. Bedrijfswoningen met bijgebouwen worden niet als bedrijfsgebouw aangemerkt.

1.18 bedrijfsmatige exploitatie: complex van economische activiteiten gericht op winst door de uitoefening van een bedrijf, waarbij de omvang van het bedrijf en de onderlinge samenhang tussen bedrijfsactiviteiten, de vraag of er voor toekomstige winstkansen noodzakelijke investeringen plaatsvinden, het redelijkerwijs te verwachten ondernemingsrendement en de vraag of de exploitant een hoofdfunctie elders heeft, factoren zijn die meegewogen kunnen worden. 1.19 bedrijfswoning: een woning in of bij een gebouw of op een bestemmingsvlak, die uitsluitend is bedoeld voor de huisvesting van het huishouden van een persoon wiens huisvesting daar, gelet op de bestemming van de grond ter plaatse van het gebouw of het bestemmingsvlak, noodzakelijk is. 1.20 beeldkwaliteit: het samenstel van de beoordeling van: a. b. c. d. e. f. g. h.

de plaats van de bebouwing in het verleden en nu; de maten en verhoudingen van de gebouwen in het verleden en nu; het ritme of patroon van de bebouwing langs de weg in het verleden en nu; de beplanting langs de openbare weg en op particuliere gronden; het materiaalgebruik voor de bebouwing en de straat; kenmerkende objecten zoals een molen, kerk, bos, houtwal, kunst e.d.; staat van verzorging, detaillering en onderhoud van gebouwen, weg- en bermonderhoud, verlichting e.d.; abiotische omgeving, patronen en structuren.

1.21 beeldkwaliteitsplan Buitengebied: het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022 dat op 3 november 2022 door de raad is vastgesteld en zoals opgenomen in Bijlage 1, of hierop volgende herzieningen. 1.22 beperkingen veehouderij: gebied waar de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen zijn beperkt. 1.23 besluit omgevingsrecht (Bor): besluit van 25 maart 2010, houdende regels ter uitvoering van de Wabo. 1.24 bestaande bebouwing: bebouwing zoals die rechtens mag bestaan, zonder toepassing van wijzigingsbevoegdheden, daaronder ook begrepen de bebouwing waarvan vaststaat dat handhaving wegens strijd met het geldende bestemmingsplan niet meer mogelijk is.

5 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

1.25 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.26 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.27 bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wabo. 1.28 bewoning: het verblijven in of gebruiken van een ruimte als woonruimte inclusief nachtverblijf. 1.29 bijgebouw: een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat bouwkundig of architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.30 boerderij/boerderijgebouw: een gebouw, dat bestaat uit één ongelede (hoofd)bouwmassa, waarbinnen zich de (voormalige) agrarische bedrijfswoning en de (voormalige) agrarische bedrijfsruimten bevinden, zoals een langgevelboerderij. 1.31 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.32 bouwen, ondergronds: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een bouwwerk onder het ter plaatse vastgestelde peil. 1.33 bouwlaag: doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen.

1.34 bouwperceel: een aangesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningsvrije bouwwerken zijn toegestaan. 1.35 (bouw)perceelgrens: de grens van een (bouw)perceel. 1.36 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge dit bestemmingsplan bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.37 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.38 buitenrijbaan: niet-overdekte piste, doorgaans voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem waar naast training en africhting van het paard eveneens toetsing van prestaties van de combinatie paard en ruiter in diverse disciplines kan plaatsvinden. 1.39 cultuurhistorische waarden: waarden die samenhangen met de nalatenschap van de mens, door zijn aanwezigheid en activiteiten in het verleden, en die hij heeft achtergelaten in het huidige landschap.

Hierbij gaat het om archeologisch, historischlandschappelijk, historisch-geografisch en/of historisch-bouwkundig waardevolle zaken, zoals archeologische elementen, beplanting, reliëf (bij voorbeeld bolle akkers) verkaveling, slotenpatroon en bebouwing. 6 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

1.40 dagrecreatie: het bieden van een product en/of dienst op het gebied van recreatie, educatie en/of cultuur, dat door de consument binnen één dag kan worden afgenomen en zonder dat daarmee een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat. 1.41 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/ verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen/huren voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.42 dierenverblijf: gebouw voor het houden van landbouwhuisdieren, inclusief de daartoe behorende voorzieningen. 1.43 differentiatievlak: een op de plankaart als zodanig aangegeven vlak, waarbinnen van de basisbestemming afwijkende functies en/ of maatvoeringen zijn toegestaan. 1.44 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.45 erfbeplanting: visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of bouwperceel van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie.

1.46 erotische dienstverlening: elke vorm van erotische dienstverlening met een bedrijfsmatig karakter zoals erotische massage, escortservice, parenclub, prostitutie, seksbioscoop, seksclub, sekstheater en dergelijke. 1.47 evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak. 1.48 extensief recreatief medegebruik: het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, alsmede route-ondersteunende voorzieningen zoals picknick-, uitzicht-, rust- en informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 1.49 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.50 gebruiken: doen of laten gebruiken. 1.51 gebruiksgerichte paardenhouderij: een paardenhouderij waar het accent ligt op het bedrijfsmatig houden en stallen van paarden en pony’s met als ondergeschikte nevenfunctie het fokken en africhten ervan. Voorbeelden zijn: stalhouderijen en paardenpensions. 1.52 groenvoorzieningen: allerlei vormen van beplanting en groen, die niet zijn aan te merken als agrarische bodemexploitatie, maar die een functie vervullen in de aankleding van het landschap. 1.53 grondgebonden veehouderij: veehouderij die voldoet aan één van de volgende criteria:

7 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

1.

2.

3.

4.

de veebezetting bedraagt niet meer dan 2.75 GVE/ha, berekend over de grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is, voor zover gelegen binnen 15 km1 van de bedrijfslocatie en/of; tenminste 75% van de op het bedrijf geproduceerde mest, uitgedrukt in fosfaat, wordt aangewend op grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is voor gewassen die overwegend voor de eigen bedrijfsvoering worden geteeld, voor zover gelegen binnen 15 km1 van de bedrijfslocatie. Een veehouder toont via de jaarlijkse gecombineerde opgave aan dat de veehouderij aan dit criterium voldoet; en/of tenminste 95% van het ruwvoer (gras en mais), uitgedrukt in fosfaat, wordt gewonnen op grond die blijkens de gecombineerde opgave bij het bedrijf in gebruik is voor gewassen die overwegend voor de eigen bedrijfsvoering worden geteeld, voor zover gelegen binnen 15 km1 van de bedrijfslocatie. Daarbij is tenminste 50% van het fosfaat in het rantsoen afkomstig uit ruwvoer (gras en mais). Een veehouder toont via een jaarlijkse rapportage uit BEX aan dat de veehouderij aan dit criterium voldoet; en/of indien in de veehouderij dieren worden gehouden uitsluitend of in hoofdzaak ten behoeve van natuurbeheer.

1.54 hokdierhouderij: veehouderij met uitzondering van melkrundveehouderij, schapenhouderij en nertsenhouderij. 1.55 hoofdgebouw: een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw is aan te merken. 1.56 horeca(bedrijf): het bedrijfsmatig verstrekken van dranken en etenswaren voor gebruik ter plaatse met uitzondering van discotheken. 1.57 huishouden: één persoon of meerdere personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid en gericht op een duurzaam samen zijn en daarbij een economisch-consumptieve eenheid vormen. 1.58 hydrologisch neutraal ontwikkelen: hydrologisch neutraal bouwen maakt onderdeel uit van de keur van Waterschap de Dommel. Hierin staat dat de aanvrager/initiatiefnemer bij de realisatie van nieuw verhard oppervlak voldoende compenserende maatregelen dient te nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem voldoende robuust blijft. 1.59 hydrologische waarden: waarden in verband met een specifieke waterhuishoudkundige situatie in relatie tot een of meer van de volgende omstandigheden: a. b. c.

eveneens aanwezige aardkundige waarden; eveneens aanwezige waterafhankelijke natuurwaarden; eveneens aanwezige mogelijkheden voor ontwikkeling van waterafhankelijke natuurwaarden;

daarbij behoren tevens kwantitatieve aspecten (zoals hoge waterstand, stabiel waterpeil, kwelsituatie) en/of kwalitatieve aspecten (voedselarm, onvervuild). 1.60 infiltratie: het indringen van water in de bodem. 1.61 infiltratievoorziening: een open voorziening, zonder bodemverhardingen en gelegen boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand, waarmee tijdelijk opgevangen (schoon) regenwater weg kan indringen c.q. passief kan infiltreren in de bodem. 1.62 inrichtingsplan: een inrichtingstekening waarbij de inrichting van een erg wordt weergegeven en waarbij wordt aangesloten op het beeldkwaliteitsplan buitengebied.

8 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

1.63 interim omgevingsverordening: de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant, vastgesteld d.d. 25 oktober 2019, of diens rechtsopvolger. 1.64 kampeermiddel: een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander (gewezen) voertuig of gedeelte daarvan, dat geen bouwwerk is waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is, een en ander voor zo ver deze onderkomens of voertuig geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.65 kampeerterrein: een terrein of een plaats, geheel of gedeeltelijk ingericht en blijkens die inrichting bestemd om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen voor recreatief nachtverblijf. 1.66 kamperen: Het hebben van recreatief nachtverblijf in een kampeermiddel. 1.67 kas of hoge tunnel: een agrarisch bedrijfsgebouw waarvan de wanden en het dak of dek voornamelijk bestaan uit glas of een ander lichtdoorlatend materiaal voor de productie van gewassen onder geconditioneerde klimaatomstandigheden, waaronder mede begrepen permanente tunnel- of boogkassen hoger dan 1,5 m1. 1.68 kenniscentrum: een fysieke of virtuele plaats waar kennis op een bepaald terrein samenkomt en wordt gedeeld.

1.69 kwaliteitsverbetering: een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. 1.70 landschappelijk inpassingsplan: een visueel inrichtingsplan van een perceel voor het op verantwoorde wijze inpassen van gebouwen en andere voorzieningen bestaande uit een ontwerptekening van dat perceel met daarin opgenomen de ligging, soorten en hoeveelheden van landschappelijke elementen waarbij wordt aangesloten op het beeldkwaliteitsplan buitengebied. 1.71 landschapswaarden: het geheel van waarden in verband met bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, cultuurhistorische, archeologische en visueel-ruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.72 landschapselement: een streekeigen natuur- of landschapsobject dat een waardevolle landschappelijke, natuurwetenschappelijke of cultuurhistorische waarde heeft, zoals een houtwal of een bomenlaan. 1.73 lawaaisport: Een voorziening voor sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, de motorsport en de modelvliegsport.

1.74 maaiveld: de bovenkant van het ter plaatse aanwezige terrein. 1.75 manege een bedrijf waarvan de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak bestaan uit het op eigen terrein binnen of buiten een gebouw gelegenheid geven tot het beoefenen van de paardensport, het geven van instructie in diverse disciplines aan derden met gebruik van paarden in eigendom van het bedrijf of aan derden met eigen paarden en het al dan niet bieden van huisvesting en verzorging van paarden, met de daarbij behorende ondergeschikte en ondersteunende functies, voorzieningen en activiteiten.

9 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

1.76 mestbewerking: de toepassing van basistechnieken of combinaties daarvan met als doel de aard, samenstelling of hoedanigheid van dierlijke mest te wijzigen, zoals droging, bezinking, (co)vergisting, scheiding, hygiënisatie of indamping van mest. 1.77 milieucategorie: milieucategorie zoals omschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. 1.78 milieuhygiëne: het op een dusdanige wijze omgaan met de bestaande en gewenste waarden van de bodem, lucht (waaronder fijnstof), water, geur, ecologie en natuur, zodat een verslechtering van deze waarden wordt voorkomen. 1.79 minicamping: een kleinschalig kampeerterrein als nevenfunctie bij een agrarisch bedrijf, agrarisch verwant bedrijf, recreatiebedrijf of bij een burgerwoning. 1.80 Natuur Netwerk Brabant: een samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met de daarbij behorende soorten, bestaande uit de meest waardevolle natuuren bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden. 1.81 natuurwaarden: de waarden die aan een gebied zijn toegekend in verband met het voorkomen van biotische en/ of abiotische elementen die bijdragen aan de diversiteit en natuurlijkheid van een gebied.

1.82 nevenfunctie: ondergeschikte activiteit, die gezien de relationele aard en geringe omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. 1.83 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo. 1.84 omschakeling: geheel of gedeeltelijk overstappen van de ene agrarische bedrijfsvorm naar de andere agrarische bedrijfsvorm dan wel het overstappen van een niet-agrarisch gebruik naar een agrarische bedrijfsvorm of vice versa. 1.85 ondergeschikte functie: een activiteit van een zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft. De ondergeschiktheid van de functie kenmerkt zich door een omvang van maximaal 30% van de hoofdfunctie. 1.86 onderkomen: voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht ten behoeve van een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.87 ondersteunende detailhandel: detailhandel die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is.

Het ondersteunend karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft. 1.88 ondersteunende functie: functie die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is. Het ondersteunende karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft.

10 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

1.89 ondersteunende (dag) horeca: a. ondersteundende horeca: horeca die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is. Het ondersteunend karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft. Daar waar ondersteunende horeca is toegestaan, zijn feesten, partijen en vergaderingen niet toegestaan. b. ondersteunende daghoreca: in aanvulling op het hetgeen gesteld wordt onder sub a, geldt voor daghoreca het volgende: horeca die gericht is op het verstrekken van eenvoudige maaltijden en dranken gedurende de dagperiode van 09:00 uur tot uiterlijk 17:00 uur en daarmee een bijdrage levert aan de exploitatie van de voorziening waarvan zij onderdeel uitmaakt. 1.90 openbare weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen. 1.91 overkapping: een overdekte open ruimte, waarvan de begrenzingen worden gevormd door bestaande gebouwen of door vrijstaande ondersteuningen, en die niet wordt aangemerkt als een gebouw. 1.92 paardenhouderij: a.

gebruiksgerichte paardenhouderij: een paardenhouderij waar het accent ligt op het bedrijfsmatig houden en stallen van paarden en pony’s met als nevenfunctie eventueel het fokken en africhten ervan. Voorbeelden zijn: stalhouderijen en paardenpensions. b. productiegerichte paardenhouderij: een vorm van een agrarisch bedrijf waar uitsluitend of in hoofdzaak handelingen aan of met paarden worden verricht die primair gericht zijn op het voortbrengen, africhten, trainen en verhandelen van paarden. Voorbeelden zijn fokkerijen, stoeterijen en paardenmelkerijen.

1.93 peil: voor bouwwerken en gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van deze toegang; in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.94 perceel: zie bouwperceel. 1.95 piekberging: een gebouwde of aangelegde voorziening voor de tijdelijke opvang/buffering van overtollig hemelwater afkomstig van bebouwing en/of verhardingen. 1.96 productiegebonden detailhandel detailhandel van goederen vanuit het bedrijf dat die goederen vervaardigt, bewerkt en/of toepast in het productieproces, waarbij de detailhandel een nevenfunctie is van dat bedrijf. 1.97 recreatie: activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie en het bedrijfsmatig verstrekken van dag- en/of verblijfsrecreatie. 1.98 recreatieappartement: een gebouw, dat bestemd is voor recreatief woonverblijf, niet zijnde permanente bewoning en dat gedurende het hele jaar wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden door wisselende personen, omvattende maximaal één slaapkamer.

1.99 recreatiebedrijf: een bedrijf dat overwegend gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van verblijfsrecreatie in de vorm van een kamphuis of groepsaccommodatie, vakantiehuisjes, een kampeerterrein en/of kleinschalig kamperen, daaronder begrepen ondersteunende horeca en ondersteunende detailhandel. 11 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

1.100 recreatiewoning: een gebouw, dat bestemd is voor recreatief woonverblijf, niet zijnde permanente bewoning en dat gedurende het hele jaar wordt gebruikt voor recreatieve doeleinden door wisselende personen. 1.101 referentiesituatie: de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. 1.102 ruimtelijke kwaliteit: kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde. 1.103 ruimtelijke ontwikkeling: bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is. 1.104 stacaravan: een wagen (niet uitklapbaar) gebouwd, ingericht en bestemd om te kamperen, welke volgens de bepalingen van de wegenverkeerswetgeving niet over de openbare weg achter een auto mag worden voortbewogen en die bedoeld is voor gebruik op een vaste standplaats. 1.105 stalderingsgebied: gebied waarbinnen het oprichten van een dierenverblijf voor een hokdierhouderij is gekoppeld aan de sanering van een bestaand dierenverblijf van een hokdierhouderij met als doel de regionale concentratie van vee te reguleren en verdere leegstand te voorkomen.

1.106 teeltondersteunende voorzieningen: ondersteunende voorzieningen, die onderdeel zijn van de totale agrarische bedrijfsvoering van een (grondgebonden) open- of vollegronds tuinbouwbedrijf of -bedrijfstak, boom- of vaste plantenteeltbedrijf of – bedrijfstak en die gebruikt worden om de teeltomstandigheden c.q. bedrijfsvoering te optimaliseren. Hierbij kunnen de volgende vormen/typen worden onderscheiden: a. (teelt)ondersteunende kas: een (teelt)ondersteunende voorziening in de vorm van een (permanente) kas. b. hoge permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen, anders dan teeltondersteunende kassen, die in de regel hoger dan 1,5 m en vrij makkelijk verwijderbaar zijn, maar waarbij dat niet na elk teeltseizoen plaatsvindt. Hieronder worden in ieder geval verstaan: teeltbakken in stellingen of teelttafels, eventueel met regenkappen; plastic-/foliekassen, -tunnels en – regenkappen. c. hoge tijdelijke (teelt)ondersteunende voorzieningen: teeltondersteunende voorzieningen, anders dan teeltondersteunende kassen, in de regel hoger dan 1,5 m, die aanwezig zijn gedurende de periode dat de teelt dat vereist, en die na (een deel van) het teeltseizoen, en uiterlijk binnen 6 maanden, weer worden verwijderd. Hieronder worden in ieder geval verstaan: menstoegankelijke wandelkappen; schaduwhallen; hagelnetten. d.

lage permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen of containervelden: permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen voor plantaardige teelten, in de regel lager dan 1,5 m1, die op of nabij de grond worden aangebracht, voor zogenaamde containerteelt. Hierbij kan het volgende onderscheid worden gemaakt: 1. containervelden als onomkeerbare voorziening, waarbij gebruik gemaakt wordt van een geheel verharde ondergrond veelal van niet-opneembare/gesloten verhardingen, zoals beton; 2. containervelden als omkeerbare voorzieningen, waarbij gebruik gemaakt wordt van antiworteldoek met daartussen opneembare of open verhardingen, zoals betonplaten, tegel- of klinkerbestratingen. e.

lage tijdelijke (teelt)ondersteunende voorzieningen:

12 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

teeltondersteunende voorzieningen, met een bouwhoogte van maximaal 1,5 m1, aanwezig gedurende de periode dat de teelt dat vereist, en die na (een deel van) het teeltseizoen, en uiterlijk binnen 6 maanden na plaatsing, weer worden verwijderd. Hieronder worden in ieder geval verstaan: lage tunnels, van halfronde bogen waarover plastic of gaasdoek wordt gespannen; insectengaas; afdekfolies; acryldoek; vlakveldfolies; vraatnetten. f. overige (teelt)ondersteunende voorzieningen of boomteelthekken: een permanente (teelt)ondersteunende voorziening c.q. een bouwwerk in de vorm van een hek met afrastering, met een bouwhoogte van niet meer dan 1,5 m, op boomteeltpercelen waarmee dieren van die percelen geweerd kunnen worden. 1.107 terreinafscheiding: Afscheiding, inclusief doorgangen en poorten, van een erf en/of gedeelte van een erf (terrein), onder meer bedoeld voor het binnen het terrein houden van dieren, het afscheiden van verschillende functies of het markeren van een erf. 1.108 trekkershut: een klein gebouw zonder eigen sanitaire voorzieningen bestemd voor verblijfsrecreatie. 1.109 tuin: een beplante, veelal afgesloten ruimte, grenzend aan een hoofdgebouw dat in verschillende vormen voorkomt, zoals siertuinen met gazon, moestuinen met groente- en fruitplanten, bloemenperken en hagen.

1.110 vakantiehuisje: een gebouw bestemd voor verblijfsrecreatie ten dienste van een huishouden dat zijn hoofdverblijf elders heeft. 1.111 veehouderij: agrarisch bedrijf gericht op het fokken, mesten en houden van runderen, varkens, schapen, geiten, pluimvee, tamme konijnen en pelsdieren. 1.112 verblijfsrecreatie: een activiteit die overwegend gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van recreatie met een overnachting ter plaatse. 1.113 verhard oppervlak: de oppervlakte van het geheel van bouwwerken, verhardingen en hoge of lage permanente teeltondersteunende voorzieningen op de bij één bedrijf of andere functionele eenheid behorende gronden die gelegen kunnen zijn binnen meerdere bestemmingen. 1.114 voorgevelrooilijn: de denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: a. gelijk is aan de in deze regels voorgeschreven afstand van gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel; b. gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand. 1.115 Wabo: de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.116 water: voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging, hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit.

Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, infiltratievoorzieningen, gemalen, inlaten, etc. 1.117 wonen: het verblijven van een huishouden in een (bedrijfs- of plattelands-) woning. 1.118 woning/wooneenheid: één complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.

13 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

1.119 woonboerderij: Een gebouw dat bestaat uit een (voormalige) agrarische bedrijfswoning met de in hetzelfde gebouw opgenomen (voormalige) agrarische bedrijfsruimten van bijzondere cultuurhistorische kwaliteit en zoals aangeduid in de als bijlage 2 opgenomen lijst bij de ‘Nota Ruimtelijke Kwaliteit’, vastgesteld door de gemeenteraad op 2 november 2011.

14 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de as van de weg: tussen de as van de weg waaraan het bouwwerk is gebouwd en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.2 de afstand tot de bestemmingsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in een bestemmingsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend bouwwerk. 2.3 het bebouwingspercentage: het door bouwwerken bebouwde oppervlak, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel voor zo ver dat is gelegen binnen de bestemming of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de breedte van een bestemmingsvlak: tussen de twee zijdelingse grenzen van het bestemmingsvlak, gemeten in de bestemmingsgrens op de minimum afstand die bebouwing tot de weg in acht moet nemen. 2.6 de breedte van een bouwperceel: tussen de twee zijdelingse perceelsgrenzen, gemeten in de bebouwingsgrens of (rooi)lijn op de minimum afstand die bebouwing tot de weg in acht moet nemen. 2.7 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.8 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.9 de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Kelders worden niet meegeteld bij de inhoud van een bouwwerk. 2.10 de lengte c.q. breedte van een bouwwerk: horizontaal tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.11 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.12 het peil: Het peil wordt als volgt gemeten: a. Voor bouwwerken en gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van de weg ter plaatse van deze toegang; b. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.

15 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3

Agrarisch met waarden – Natuurwaarden

3.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch met waarden – Natuurwaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden; b. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarden – kleinschalige verblijfsrecreatie’ voor verblijfsrecreatie als ondergeschikte functie bij de aangrenzende bestemming ‘Bedrijf’; c. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige natuurwaarden in het algemeen en verder specifiek voor de hydrologische waarden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van waarde – hydrologisch waardevol’ voor het behoud en/of herstel van de hydrologische waarden van het gebied; d. groenvoorzieningen, landschapselementen en landschappelijke inpassing; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; f. extensief recreatief medegebruik.

3.2 Bouwregels 3.2.1 Algemeen a. Op of in de voor ‘Agrarisch met waarden – Natuurwaarden’ aangewezen gronden mag niet worden gebouwd, met uitzondering van: 1. terreinafscheidingen met een bouwhoogte van maximaal 1,00 m1; 2. een bouwwerk geschikt voor menselijk nachtverblijf ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch met waarde – kleinschalige verblijfsrecreatie’ onder de volgende voorwaarden: i. in totaal zijn er binnen de bestemming ‘Bedrijf’ en de aanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch met waarde – kleinschalige verblijfsrecreatie’ maximaal 4 recreatieve verblijfseenheden toegestaan; ii. het betreft uitsluitend bouwwerken in de vorm van een kunstobject zonder nutsvoorzieningen; iii. het menselijk nachtverblijf is gericht op natuur- en landschapsbeleving; iv. de capaciteit per verblijfsruimte is maximaal 2 personen; v. de binnenruimte heeft een vloeroppervlak van maximaal 15 m 2 en een hoogte van maximaal 2,5 m1; vi. de maximale bouwhoogte is 6 m1.

3.3 Specifieke gebruiksregels 3.3.1 Algemeen Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het aanleggen van oppervlakteverhardingen; c. het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van opslag, stort of lozing; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie, tenzij expliciet toegestaan in de planregels; g. het gebruik van opstallen voor bewoning; h. het gebruik van gronden voor kuilvoeropslag en/of (sleuf)silo’s en/of mestopslagsilo’s; i. het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; j. het gebruik van gronden voor lawaaisporten; k. het plaatsen van zeecontainers. Tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 16 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

3.4 Afwijken van de gebruiksregels 3.4.1 Afwijken ten behoeve van het aanleggen van verharding Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder artikel 3.3.1 onder b met betrekking tot het aanbrengen van oppervlakteverhardingen. Het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, danwel het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen kan worden toegestaan indien: a. dit ten dienste staat van de doeleinden die zijn genoemd in artikel 3.1; b. er sprake is van hydrologisch neutraal ontwikkelen; c. er geen oneigenlijke vergroting van het bestemmingsvlak ‘Bedrijf’ plaatsvindt.

3.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen van landschapselementen; d. het verwijderen van onverharde wegen of paden. 3.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als hiervoor aangegeven is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning.

3.5.3 Toelaatbaarheid Deze werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien zij verband houden met de doeleinden, die aan de bestemming zijn toegekend en door het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en voor zover de mogelijkheden voor herstel niet (onevenredig) worden verkleind zoals omschreven in de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding en het beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

17 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

Artikel 4

Bedrijf

4.1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.

een gebruiksgerichte paardenhouderij ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – gebruiksgerichte paardenhouderij’; b. per bestemmingsvlak is één bedrijf toegestaan; c. één bedrijfswoning; d. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; e. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; f. landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; g. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; h. nutsvoorzieningen; i. extensief recreatief medegebruik; j. als ondergeschikte functie, met een gezamenlijk maximum bruto vloeroppervlakte van 150 m 2, zijn toegestaan: 1. ondersteunende horeca; 2. ondersteunend kenniscentrum; 3. productiegebonden en ondersteunende detailhandel; k. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – kleinschalige verblijfsrecreatie’ is verblijfsrecreatie als ondergeschikte functie toegestaan, met dien verstande dat er in totaal binnen de bestemming ‘Bedrijf’ en de aanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch met waarde – kleinschalige verblijfsrecreatie’ maximaal 4 recreatieve verblijfseenheden zijn toegestaan.

4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op of in de voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 4.1 genoemde bestemming; b. de oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak. c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9.2. 4.2.2 Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsgebouwen mag niet meer zijn dan 1.400 m2; b. de maximaal toegestane goothoogte is 4,5 m¹; c. de maximaal toegestane bouwhoogte is 8 m¹; d. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1; e. de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m1; f. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn. 4.2.3 Kleinschalige verblijfsrecreatie Voor het bouwen van bouwwerken geschikt voor menselijk nachtverblijf gelden de volgende regels: a. het bouwwerk mag uitsluitend ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – kleinschalige verblijfsrecreatie’ worden gerealiseerd; b. het betreft uitsluitend bouwwerken in de vorm van een kunstobject zonder nutsvoorzieningen; c. het menselijk nachtverblijf is gericht op natuur- en landschapsbeleving; d. de capaciteit per verblijfsruimte is maximaal 2 personen; e.

de binnenruimte heeft een vloeroppervlak van maximaal 15 m2 en een hoogte van maximaal 2,5 m1; f. de maximale bouwhoogte is 6 m1. 4.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bedrijfsdoeleinden Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - gebruiksgerichte paardenhouderij’ is een buitenrijbaan voor paarden toegestaan. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: 1. de afstand van de buitenrijbak tot enige (bedrijfs-)woning van derden bedraagt minimaal 50 m1; 18 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

2. de bouwhoogte van de afscheiding van de rijbak bedraagt maximaal 1,50 m1; 3. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9.2; b. per buitenrijbaan zijn maximaal 4 lichtmasten toegestaan onder de volgende voorwaarden: 1. De bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6,00 m1; 2. binnen een afstand van 100 m1 van gronden met de bestemming 'Natuur', 'Bos' en/of de gebiedsaanduiding 'overige zone - ecologische verbindingszone' zijn geen lichtmasten toegestaan; c. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - gebruiksgerichte paardenhouderij’ is een stapmolen toegestaan, waarbij de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9.2; d. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; e. de bouwhoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, is maximaal 2,5 m1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m1; f. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m 1 zijn en voor het overige maximaal 2 m1. 4.2.5 Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. per bestemmingsvlak is maximaal één bedrijfswoning toegestaan; b.

bij herbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; c. bij herbouw dient te worden aangetoond dat de bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt; d. herbouw van een bedrijfswoning is alleen mogelijk indien dit is gericht op behoud en/of herstel van de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing; e. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m³, de inhoud van kelders wordt niet meegeteld; f. indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen, dan geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; g. voor cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het pand als de maximaal toegestane inhoud; h. de maximaal toegestane goothoogte is 6 m¹; i. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m¹; j. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1; k. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; l. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn.

4.2.6 Bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. per bedrijfswoning is een bijgebouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100 m²; b. de maximaal toegestane goothoogte is 3 m1; c. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m1; d. bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; e. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m1; f. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; g. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; h. de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20m. 4.2.7 Bouwwerken geen gebouwen zijnde behorende bij bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bepalingen: a. per bedrijfswoning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: b. oppervlakte niet meer dan 20 m²; c. bouwhoogte niet meer dan 3 m1; d. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1 m 1 achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; e. afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; f. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m1; 19 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

g. h.

de bouwhoogte van overige bouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, is maximaal 2,5 m 1 met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m1; de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m 1 zijn en voor het overige maximaal 2 m1.

4.3 Afwijken van de bouwregels 4.3.1 Afwijkende goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.2 onder b en c , ten behoeve van een afwijkende goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat de goothoogte ten hoogste 6 m¹ mag bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 10 m¹ mag bedragen. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de noodzaak vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; b. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9.2; 4.3.2 Herbouw bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.2.5 onder b, ten behoeve van de herbouw van een bedrijfswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m¹ van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m¹ uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; b. de bedrijfswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning; c. aangetoond dient te worden dat de bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt; d.

de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f. met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; g. de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning is duurzaam verzekerd en dit is ook geborgd; h. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9.2.

4.4 Specifieke gebruiksregels 4.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het aanleggen van oppervlakteverhardingen; c. het plaatsen van zeecontainers; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van stort of lozing; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van statische opslag; g. het gebruik van gronden voor doeleinden van buitenopslag; h. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; i. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; j. het gebruik van gronden en/of opstallen voor mestopslagsilo’s; k. het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; l. het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; m. het gebruik van opstallen, behoudens bedrijfswoningen en plattelandswoningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; n.

het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten; o. het gebruik van gronden en/of opstallen voor een manege; p. het gebruik van gronden en/of opstallen waarbij er een toename plaatsvindt van de stikstofdepositie vanuit het desbetreffende agrarisch bedrijf of de betreffende gronden, ten opzichte van de referentiesituatie op het (de) maatgevende gevoelige Natura 2000-gebied(en), tenzij voor de benodigde 20 Regels Dooleggersbaan 21 te Someren

q.

r.

ontwikkeling ten tijde van de referentiesituatie reeds een onherroepelijke vergunning op grond van de Wet natuurbescherming of de Natuurbeschermingswet 1998 is verleend; het gebruik van gronden en/of opstallen voor de vestiging van, uitbreiding van en/of omschakeling naar een veehouderij, niet zijnde een grondgebonden veehouderij, binnen de gebiedsaanduiding 'overige zone - beperkingen veehouderij', waarbij sprake is van toename van de bestaande oppervlakte dierenverblijven. Hierbij wordt onder 'de bestaande oppervlakte' verstaan: 1. op 21 september 2013 legaal aanwezig of in uitvoering was; en/of 2. mag worden gebouwd krachtens een vóór 21 september 2013 verleende vergunning; het gebruik van bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, behorende bij de bedrijfswoning of plattelandswoning voor het houden van dieren;

tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan.

4.5 Afwijken van de gebruiksregels 4.5.1 Afwijken voor statische opslag als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.4.1 sub f en artikel 4.4.1 sub h voor statische opslag als nevenfunctie bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van statische opslag; b. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt voor de statische opslag is 1.000 m 2; c. er dient gebruik gemaakt te worden van bestaande bebouwing; d. buitenopslag is uitgesloten; e. opslag in kassen is uitgesloten; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9.2. 4.5.2 Afwijken voor kleinschalige nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1 sub h voor kleinschalige nevenfuncties bij een bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van een kleinschalige nevenfunctie; b.

de activiteiten worden uitgevoerd door de bewoners van de betreffende locatie; c. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt voor de kleinschalige nevenfunctie is 350 m 2; d. er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bebouwing; e. detailhandel is uitgesloten; buitenopslag is uitgesloten; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9.2. 4.5.3 Afwijken voor buitenopslag Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.4.1 sub g voor buitenopslag bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. de buitenopslag plaatsvindt binnen het bestemmingsvlak van het betreffende bedrijf; b. de opslag is noodzakelijk voor het ter plaatse aanwezige bedrijf; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 9.2. 4.5.4 Afwijken voor een minicamping als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 4.4.1 sub i voor het toestaan van een minicamping als nevenfunctie bij een agrarisch verwant bedrijf, geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. er zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waaronder maximaal vijf stacaravans; b. voor ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, is maximaal 100 m 2 bebouwing toegestaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14147984/1