CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels

Gemeenteraad 12 september 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen herstelbesluit bestemmingsplan Buitengebied Someren - Deelgebied 242.340 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

62

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

e. het totale oppervlak van de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ na realisatie bedraagt niet meer dan 2,0 hectare; f. de voorzieningen mogen alleen gebruikt worden voor de opslag van ruwvoer; g. de hoogte van de bouwwerken geen gebouwen zijnde is maximaal 2 m¹; h. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; i. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; j. 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer’ wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 34.2. 6.7.2 Wijziging van ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ naar ‘Agrarisch met waarden Abiotische waarden’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming ‘Agrarisch met waarden Abiotische waarden’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ toekennen voor het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen anders dan kassen. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a.

het differentiatievlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ sluit direct aan op een bestemmingsvlak ‘Agrarisch Agrarisch bedrijf’ of ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ ten behoeve waarvan de teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd; b. de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen’ is maximaal 4 hectare; c. in afwijking van het bepaalde in sub b is in de groenblauwe mantel de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ maximaal 3 hectare; d. de teeltondersteunende voorzieningen zijn ook op langere termijn noodzakelijk uit een oogpunt van de agrarische bedrijfsvoering. Ter zake wordt het advies van de AAB ingewonnen; e. wanneer permanente voorzieningen resulteren in een aaneengesloten afwaterend oppervlak, dienen deze te worden voorzien van een bergings- c.q. infiltratievoorziening, zoals opgenomen in de waterparagraaf; f. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; g. permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het Natuur Netwerk Brabant; h.

de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 6.7.3 Wijziging van ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ naar ‘Agrarisch met waarden Abiotische waarden’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming ‘Agrarisch met waarden Abiotische waarden’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ toevoegen ten behoeve van de realisatie of uitbreiding van een minicamping. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten aan een bestemmingsvlak, indien er geen ruimte is binnen het bestemmingsvlak, waar een minicamping al is toegestaan dan wel in combinatie met onderhavige wijziging via een omgevingsvergunning wordt toegestaan; b. per minicamping zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan. Stacaravans en trekkershutten, zijn niet toegestaan en slechts toelaatbaar binnen de aangrenzende bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf' of 'Wonen'; c. parkeer- en ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, zijn niet toegestaan en slechts toelaatbaar binnen de aangrenzende bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf' of 'Wonen'; d.

de afstand tot de as van de weg dient ten minste 20 m¹ te zijn;

63

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

e. de afstand tot woningen van derden dient ten minste 50 m¹ te zijn; f. de afstand tot de bestemmingsgrens dient ten minste 5 m¹ te zijn; g. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; h. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 6.7.4 Wijziging van ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ naar ‘Natuur’ en/of ‘Water’ (ontwikkeling van landschapselementen, natuur en/of wateren) Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ wijzigen in de bestemming ‘Natuur’ of ‘Water’ ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe natuur- en/of landschapselementen. Hierbij geldt de randvoorwaarde dat er geen afbreuk wordt gedaan aan andere belangen in de omgeving, zoals agrarische belangen. 6.7.5 Wijziging van ‘Agrarisch met waarden - Abiotische waarden’ naar ‘Agrarisch met waarden Abiotische waarden’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming ‘Agrarisch met waarden Abiotische waarden’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ toevoegen ten behoeve van de realisatie van landschappelijke inpassing.

Hierbij geldt de voorwaarde dat de inpassing direct aansluit bij het bestemmingsvlak waar een ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

64

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

Artikel 7 7.1

gemeente Someren

Agrarisch met waarden - Landschapswaarden Bestemmingsomschrijving De voor ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. al dan niet bedrijfsmatige agrarische doeleinden; b. behoud, herstel en/of ontwikkeling van de aanwezige landschapswaarden in het algemeen en verder specifiek voor: 1. het behoud en/of herstel van aanwezige aardkundige waarden ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde - aardkundig waardevol’; 2. het behoud van het open karakter ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde - visueel waardevol; openheid’; 3. het behoud en/of herstel van aanwezige cultuurhistorische waarden ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde - cultuurhistorisch waardevol’; c. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 229’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 245’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 249’ zijn de gronden bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verhardingen; d.

ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 205’, ‘specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 206’ en ‘specifieke vorm van agrarisch veldschuur 207’ is de opslag van agrarische grondstoffen, producten en/of werktuigen ten behoeve van het gebruik, beheer en onderhoud van de direct aangrenzende agrarische gronden toegestaan; e. ter plaatse van de functieaanduiding specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 205’, ‘specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 206’ en ‘specifieke vorm van agrarisch veldschuur 207’ is tevens het hobbymatig houden van dieren toegestaan; f. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ zijn permanente teeltondersteunende voorzieningen toegestaan ten behoeve van het aangrenzende agrarische bedrijf; g. ter plaatse van de gebiedsaanduiding ‘overige zone - ecologische verbindingszone’ de instandhouding en ontwikkeling van een ecologische verbindingszone; h. groenvoorzieningen; i. landschapselementen; j. infiltratie; k. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; l. extensief recreatief medegebruik; m. erfbeplanting.

7.2

Bouwregels

7.2.1

Algemeen a. Op of in de voor 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' aangewezen gronden mag niet worden gebouwd. b. In afwijking van het bepaalde in sub a, mogen er wel terreinafscheidingen worden gerealiseerd op de voor ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ aangewezen gronden. c. De bouwhoogte van terreinafscheidingen mag maximaal 1 m¹ bedragen. d. In afwijking op het bepaalde in sub c mag ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 229’ de bouwhoogte van terreinafscheidingen maximaal 2 m¹ bedragen.

65

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

e. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid voor dieren 202’ mag de oppervlakte maximaal 19 m², de bouwhoogte maximaal 2,6 m¹ en de goothoogte maximaal 2,2 m¹ bedragen. f. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 205’ mag de maximale oppervlakte 120 m², de bouwhoogte mag maximaal 5,6 m¹ en de goothoogte mag maximaal 3 m¹ bedragen. g. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 206’ mag de maximale oppervlakte 40 m², de bouwhoogte mag maximaal 3,0 m¹ en de goothoogte mag maximaal 2,2 m¹ bedragen. h. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - veldschuur 207’ mag de maximale oppervlakte 17 m², de bouwhoogte mag maximaal 2,6 m¹ en de goothoogte mag maximaal 1,8 m¹ bedragen. i. Ter plaatse van de veldschuren genoemd onder sub f tot en met sub h, is het bouwen, herbouwen, verbouwen, nieuwbouwen, vervangen en/of uitbreiden van bouwwerken niet toegestaan.

7.3

Afwijken van de bouwregels

7.3.1

Afwijken ten behoeve van schuilgelegenheid voor dieren Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1a voor het realiseren van een schuilgelegenheid voor dieren die hobbymatig worden gehouden. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de schuilgelegenheid wordt niet opgericht ten behoeve van een agrarisch bedrijf; b. een schuilgelegenheid is slechts toegestaan binnen de gebiedsaanduiding ‘overige zone bebouwingsconcentratie’; c. een schuilgelegenheid is niet toegestaan binnen de dubbelbestemming 'Waarde Ecologie'; d. aangetoond is dat het redelijkerwijs niet mogelijk is om een soortgelijke voorziening ter plaatse van de bestemming 'Wonen' of andere gelijk te stellen bestemming op te richten of bestaande bebouwing als schuilgelegenheid te gebruiken; e. per agrarisch perceel mag maximaal één schuilgelegenheid worden opgericht, met dien verstande dat het perceel een minimale oppervlakte heeft van 2.500 m²; f. de schuilgelegenheid wordt opgericht op een afstand van ten minste 2 m¹ en ten hoogste 10 m¹ van de bestemmingsgrens; g. de schuilhut moet minimaal aan één zijde open zijn; h. de maximaal toegestane goothoogte is maximaal 2,5 m¹; i. de maximaal toegestane bouwhoogte is maximaal 3 m¹; j. de dakhelling is minimaal 20 graden en maximaal 45 graden; k. de oppervlakte is maximaal 25 m²; l.

binnen- en buitenopslag van goederen en aanverwante zaken is niet toegestaan; m. aangetoond is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de omliggende functies, hetgeen onder andere betekent dat de schuilgelegenheid passend is in het landschap. Om te bepalen of de schuilgelegenheid passend is in het landschap, wordt getoetst aan het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011; n. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

7.3.2

Afwijken ten behoeve van buitenrijbaan voor paarden Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1a voor het oprichten van een buitenrijbaan voor paarden. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. er is maximaal één buitenrijbaan toegestaan, behorende bij de direct aansluitende bestemming 'Wonen' of daarmee gelijk te stellen bestemming; b. per aangrenzend bestemmingsvlak is maximaal één buitenrijbaan toegestaan; c. de afstand tot een (bedrijfs-)woning van een derde bedraagt minimaal 50 m¹; d. de buitenrijbaan is uitsluitend voor hobbymatig gebruik toegestaan; e. de oppervlakte bedraagt maximaal 1.200 m²;

66

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

f. de bouwhoogte van de terreinafscheiding bedraagt maximaal 1,5 m¹; g. de bouwhoogte van lichtmasten bedraagt maximaal 6 m¹; h. maximaal 4 lichtmasten zijn toegestaan; i. binnen een afstand van 100 m¹ van gronden met de bestemming 'Natuur' zijn geen lichtmasten toegestaan; j. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 7.3.3

Afwijken ten behoeve van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1a voor het toestaan van tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. deze voorzieningen zijn noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering; b. deze voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan ten behoeve van een volwaardig agrarisch bedrijf; c. de maximale hoogte van de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen bedraagt 3 m¹, met uitzondering van hagelnetten waarvan de hoogte niet meer dan 5 m¹ mag bedragen; d. de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen dienen te worden opgericht aansluitend aan de aangrenzende bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ ten behoeve waarvan de tijdelijke teeltondersteunende voorzieningen worden opgericht; e. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; f. teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het Natuur Netwerk Brabant; g. tijdelijke voorzieningen zijn niet langer dan 6 maanden ter plaatse toegestaan.

7.3.4

Afwijken ten behoeve van terreinafscheidingen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.2.1c voor een grotere bouwhoogte van terreinafscheidingen tot maximaal 2,5 m¹. Hierbij gelden tenminste de volgende randvoorwaarden: a. de terreinafscheiding is noodzakelijk ten dienste van de in artikel 7.1 genoemde bestemming; b. aangetoond is dat er geen sprake is van onevenredige aantasting van de omliggende waarden en functies, hetgeen onder andere betekent dat de terreinafscheiding passend is in het landschap; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

7.4

Specifieke gebruiksregels

7.4.1

Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen en/of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het aanleggen van oppervlakteverhardingen; c. het plaatsen van zeecontainers; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor erotische dienstverlening; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van opslag, stort of lozing; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel, detailhandel of bedrijf; g. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; h. het gebruik van gronden en/of opstallen voor bewoning; i. het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s;

67

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

j. het gebruik van gronden voor permanente teeltondersteunende voorzieningen; k. het gebruik van gronden en/of opstallen voor lawaaisporten; tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande.

7.5

Afwijken van de gebruiksregels

7.5.1

Afwijken ten behoeve van het aanleggen van verharding Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 7.4.1b voor het aanbrengen van oppervlakteverhardingen. Het aanleggen en/of verharden van wegen of paden, danwel het aanbrengen van overige oppervlakteverhardingen kan worden toegestaan indien: a. dit ten dienste staat van de doeleinden die zijn genoemd in artikel 7.1; b. de ontwikkeling voorziet in een hydrologische afweging op basis van het principe ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’, zoals opgenomen in artikel 34.1; c. er geen oneigenlijke vergroting van het bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ plaatsvindt; d. de maximaal toelaatbare oppervlakteverharding voor veepaden op agrarische huiskavels bedraagt 400 m²; e. de maximaal toelaatbare oppervlakteverharding voor overige verhardingen bedraagt 200 m²; f. per aaneengesloten agrarisch perceel kan slechts eenmalig een vergunning worden verleend voor het aanleggen van een oppervlakteverharding; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

7.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.6.1

Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verwijderen van landschapselementen; d. het verwijderen van erfbeplanting ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 229’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 245’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 249’ waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening of bestemmingsplanherziening verplicht is gesteld; e. het verwijderen van onverharde wegen of paden.

7.6.2

Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning.

7.6.3

Toelaatbaarheid De in artikel 7.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien:

68

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

a. De werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

7.7

Wijzigingsbevoegdheid

7.7.1 Wijziging van ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ naar ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ ten behoeve van voorzieningen voor de opslag van ruwvoer voor een veehouderij Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ wijzigen in de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer’ voor het oprichten van voerplaten, sleufsilo’s of andere voorzieningen voor de opslag van ruwvoer tot een oppervlakte van ten hoogste 0,5 hectare - niet zijnde gebouwen - voor een veehouderij. Deze bevoegdheid geldt slechts wanneer er sprake is van een grondgebonden veehouderij. Hierbij gelden daarnaast de volgende voorwaarden: a. de bedoelde voorziening moet direct aansluiten aan een bestemmingsvlak dat een veehouderij mogelijk maakt; b. het bedrijf is vanwege de bedrijfsvoering in overwegende mate aangewezen op de opslag van ruwvoer; c. de bedoelde voorziening is noodzakelijk voor de agrarische bedrijfsvoering; d. de ruimte is binnen het bestemmingsvlak ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ aantoonbaar niet aanwezig; e. het totale oppervlak van de bestemming ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf’ na realisatie bedraagt niet meer dan 2,0 hectare; f. de voorzieningen mogen alleen gebruikt worden voor de opslag van ruwvoer; g. de hoogte van de bouwwerken geen gebouwen zijnde is maximaal 2 m¹; h.

de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; i. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; j. 10% van de oppervlakte van het bestemmingsvlak 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - opslag ruwvoer’ wordt aangewend voor een goede landschappelijke inpassing conform de bepalingen uit artikel 34.2. 7.7.2 Wijziging van ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ naar ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ toekennen voor het realiseren van permanente teeltondersteunende voorzieningen anders dan kassen. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. het differentiatievlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ sluit direct aan op een bestemmingsvlak ‘Agrarisch Agrarisch bedrijf’ of ‘Agrarisch - Glastuinbouw’ ten behoeve waarvoor de teeltondersteunende voorzieningen worden gerealiseerd; b. de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - teeltondersteunende voorzieningen’ is maximaal 4 hectare; c.

in afwijking van het bepaalde in sub b, is in de groenblauwe mantel de oppervlakte van het differentiatievlak met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch teeltondersteunende voorzieningen’ maximaal 3 hectare;

69

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

d. de teeltondersteunende voorzieningen zijn ook op langere termijn noodzakelijk uit een oogpunt van de agrarische bedrijfsvoering. Ter zake wordt het advies van de AAB ingewonnen; e. wanneer permanente voorzieningen resulteren in een aaneengesloten afwaterend oppervlak, dienen deze te worden voorzien van een bergings- c.q. infiltratievoorziening, zoals opgenomen in de waterparagraaf; f. de bestaande natuurlijke, landschappelijke, hydrologische, cultuurhistorische en/of abiotische waarden worden niet onevenredig aangetast; g. permanente teeltondersteunende voorzieningen zijn niet toegestaan ter plaatse van het Natuur Netwerk Brabant; h. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 7.7.3 Wijziging van ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ naar ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping’ toevoegen ten behoeve van de realisatie of uitbreiding van een minicamping. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a.

het betreft uitsluitend recreatief medegebruik voor kleinschalig kamperen op gronden die direct aansluiten aan een bestemmingsvlak, indien er geen ruimte is binnen het bestemmingsvlak, waar een minicamping al is toegestaan dan wel in combinatie met onderhavige wijziging via een omgevingsvergunning wordt toegestaan; b. per minicamping zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan. Stacaravans en trekkershutten, zijn niet toegestaan en slechts toelaatbaar binnen de aangrenzende bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf' of 'Wonen'; c. parkeer- en ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, zijn niet toegestaan en slechts toelaatbaar binnen de aangrenzende bestemming 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf', 'Bedrijf' of 'Wonen'; d. de afstand tot de as van de weg dient ten minste 20 m¹ te zijn; e. de afstand tot woningen van derden dient ten minste 50 m¹ te zijn; f. de afstand tot de bestemmingsgrens dient ten minste 5 m¹ te zijn; g. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; h. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

7.7.4 Wijziging van ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ naar ‘Natuur’ en/of ‘Water’ (ontwikkeling van landschapselementen, natuur en/of wateren) Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ wijzigen in de bestemming ‘Natuur’ of ‘Water’ ten behoeve van de ontwikkeling van nieuwe natuur- en/of landschapselementen. Hierbij geldt de randvoorwaarde dat er geen afbreuk wordt gedaan aan andere belangen in de omgeving, zoals agrarische belangen. 7.7.5 Wijziging van ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden’ naar ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ met functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ Burgemeester en wethouders kunnen aan de bestemming ‘Agrarisch met waarden Landschapswaarden’ de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing’ toevoegen ten behoeve van de realisatie van landschappelijke inpassing. Hierbij geldt de voorwaarde dat de inpassing direct aansluit bij het bestemmingsvlak waar een ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt.

70

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

Artikel 8 8.1

gemeente Someren

Bedrijf Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven in milieucategorie 1 en 2, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten; b. in afwijking van sub a is ter plaatse van een locatie waar een agrarisch verwant bedrijf of agrarisch-technisch hulpbedrijf is gevestigd en als dusdanig opgenomen in de tabel in artikel 8.2.1g, slechts een agrarisch verwant bedrijf of agrarisch-technisch hulpbedrijf toegestaan; c. in afwijking van sub a en sub b is ter plaatse van een locatie die is opgenomen in de tabel in artikel 8.2.1g, ook de in die tabel opgenomen specifieke activiteit en bijbehorende hogere milieucategorie toegestaan; d. per bestemmingsvlak is één bedrijf toegestaan; e. bedrijfswoning(en), tenzij anders toegestaan conform de tabel in artikel 8.2.1g; f. waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; g. verhardingen, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; h. groenvoorzieningen; i. tuinen en erven; j. productiegebonden detailhandel (verkoop eigen producten) is als ondergeschikte functie toegestaan met dien verstande dat de bruto vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m²; k. extensief recreatief medegebruik; l.

ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 223’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 225’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 230’, ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 231’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 239’ zijn de gronden tevens bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verhardingen; m. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 230’ zijn tevens afschermende voorzieningen toegestaan in verband met de bedrijfsvoering van het toegestane bedrijf; n. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - stalling auto’s 200’ is het stallen van auto’s toegestaan; o. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - statische opslag 200’ is statische opslag toegestaan, met een maximale oppervlakte van 260 m²; p. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf - buitenopslag 200’ is buitenopslag toegestaan in de vorm van het plaatsen en gebruiken van containers ten behoeve van het ter plaatse gevestigde bedrijf; q. ter plaatse van de functieaanduiding ‘tuin’ is uitsluitend een tuin toegestaan; r.

ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - dierenweide 201’ is uitsluitend een dierenweide toegestaan.

8.2

Bouwregels

8.2.1

Algemeen a. Op of in de voor ‘Bedrijf’ aangewezen gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 8.1 genoemde bestemming. b. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘tuin’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 223’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 225’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 230’, ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 231’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing

71

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

239’ is het oprichten van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde en het aanleggen van verhardingen niet toegestaan. Perceelsgedeelten met deze functieaanduidingen worden niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht. c. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 230’ is het aanleggen van afschermende voorzieningen toegestaan. d. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - dierenweide 201’ is het oprichten van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde en het aanleggen van verhardingen niet toegestaan. e. De ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. f. De oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen mag maximaal 90% van het bestemmingsvlak bedragen zodat er 10% overblijft voor de groene erfinrichting/landschappelijke inpassing. g. Er mag worden gebouwd overeenkomstig de volgende tabel en de navolgende bouwregels: code

adres

bedrijfswoning

specifieke activiteit en milieucategorie

sb-200 sb-201 sb-202 sb-203 sb-204 sb-205 sb-206 sb-207 sb-208 sb-209 sb-210 sb-211 sb-212 sb-213 sb-214 sb-215 sb-216

Brimweg 4 G. Verbernedijk 54 Hollandseweg 21/21a Kerkendijk 25 Kerkendijk 61 Laarstraat 5 Laarstraat 11 Nieuwendijk 70a/70b Nieuwendijk 84/84a Nieuwendijk 90/92 Nieuwendijk 126/126a Nieuwendijk 132 Ploegstraat 56/58 Ploegstraat 59/59a Ruiter 23/25 Ruiter 28 Zandstraat 42/42a

1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 1 0 1

Verhuur opslagunits (cat. 2) Autoherstelinrichting (cat. 2) Aannemersbedrijf (cat. 2) Vloerenbedrijf (cat. 3.1) Grond- en sloopwerken (cat. 3.1) Agrarisch verwant bedrijf (cat. 3.1) Agrarisch verwant bedrijf (cat. 3.1) Stalling en onderhoud kermisattracties (cat. 3.1) Aannemersbedrijf/houthandel (cat. 3) Bouwbedrijf (cat. 2) Houtzagerij / houtverzelbewerking (cat. 3.2) Agrarisch verwant bedrijf (cat. 2) Agrarisch verwant bedrijf (cat. 2) Machinebouw en constructuewerk (cat. 3.1) Gemechaniseerd grondverzetbedrijf (cat 2.) Ambachtelijk bedrijf (cat. 2) Agrarisch verwant bedrijf (cat. 3)

maximale opp. bedrijfsbebouwing (exclusief woningen en bijgebouwen) 1.331 m2 488 m2 2.000 m2 400 m2 1.625 m2 628 m2 480 m2 1.530 m2 2.650 m2 3.000 m2 3.500 m2 730 m2 1.200 m2 1.466 m2 620 m2 402 m2 1.650 m2

8.2.2

Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. de gezamenlijke oppervlakte van de bedrijfsbebouwing mag niet meer zijn dan in de tabel is aangegeven; b. de maximaal toegestane goothoogte is 4,5 m¹; c. de maximaal toegestane bouwhoogte is 8 m¹; d. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; e. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; f. de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m¹.

8.2.3

Schuilgelegenheid voor dieren Voor het bouwen van schuilgelegenheden voor dieren, ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – 210’, gelden de volgende regels: a. In afwijking van het bepaalde in 8.2.1d mogen ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - dierenweide 201’ schuilgelegenheden voor dieren worden gebouwd met de volgende maatvoering:

72

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

1. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch schuilgelegenheid voor dieren 203’ mag de maximale oppervlakte 20 m² bedragen, de bouwhoogte mag maximaal 2 m¹ bedragen en de goothoogte mag maximaal 1,5 m¹ bedragen; 2. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch schuilgelegenheid voor dieren 204’ mag de maximale oppervlakte 9 m² bedragen, de bouwhoogte mag maximaal 3 m¹ bedragen en de goothoogte mag maximaal 1,8 m¹ bedragen; b. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - schuilgelegenheid voor dieren 205’ mag de maximale oppervlakte 20 m² bedragen, de bouwhoogte mag maximaal 2,9 m¹ bedragen en de goothoogte mag maximaal 2 m¹ bedragen. 8.2.4

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten behoeve van de bedrijfsdoeleinden Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding, waarbij de positionering, maatvoering, verschijningsvorm, materiaal, kleur en detaillering past bij de uitvoering van de activiteit en de omgeving; b. de bouwhoogte van andere bouwwerken, met uitzondering van erfafscheidingen, is maximaal 2,5 m¹ met een afstand tot de bestemmingsgrens van ten minste 5 m¹; c. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m¹ zijn en voor het overige maximaal 2 m¹; d. de (bouw)hoogte van afschermende voorzieningen ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 230’ als bedoeld in artikel 8.1m mag maximaal 4,5 m¹ zijn; e. de bouwhoogte van constructies voor het leiden van bomen mag niet meer bedragen dan 5 m¹, met dien verstande dat constructies voor het leiden van bomen op niet minder dan 0,5 m¹ uit de perceelsgrens mogen worden gebouwd, waarbij de bomen vanaf het eigen perceel gesnoeid moeten kunnen worden en er geen sprake mag zijn van overhangende takken over de perceelsgrens.

8.2.5

Bedrijfswoningen Voor het bouwen van bedrijfswoningen gelden de volgende bepalingen: a. per bestemmingsvlak is het aantal bedrijfswoningen toegestaan zoals opgenomen in de tabel in artikel 8.2.1g; b. bij herbouw mag de bedrijfswoning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als er sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; c. bij bouw en herbouw dient te worden aangetoond dat de bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, waarbij de noodzaak van (her)bouw niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten bedrijfswoning; d. herbouw van een cultuurhistorisch waardevolle woning is alleen mogelijk indien dit is gericht op behoud en/of herstel van de cultuurhistorische waarden; e. de inhoud van een bedrijfswoning mag niet meer bedragen dan 750 m³, de inhoud van kelders wordt niet meegeteld; f. indien de inhoud van de bestaande bedrijfswoning op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan op basis van een eerder verleende vergunning al meer bedraagt of mag bedragen, dan geldt de bestaande inhoud als maximaal toegestaan. Bij herbouw geldt dat de woning tot maximaal de vergunde inhoud mag worden teruggebouwd; g.

voor een cultuurhistorisch waardevolle woning geldt de totale inhoud van het oorspronkelijk opgerichte pand waaraan cultuurhistorische en/of monumentale waarden aan toegekend zijn op grond van een deskundigenrapport als de maximaal toegestane inhoud; h. de maximaal toegestane goothoogte is 6 m¹; i. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m¹; j. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; k. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; l. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹.

73

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

8.2.6

Bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning Voor het bouwen van bijgebouwen ten behoeve van de bedrijfswoning gelden de volgende bepalingen: a. per bedrijfswoning is een bijgebouw toegestaan met een oppervlakte van maximaal 100 m²; b. in afwijking op het bepaalde in sub a is ter plaatse van de maatvoering ‘maximaal oppervlakte bijgebouw’ die specifieke oppervlakte toegestaan; c. de maximaal toegestane goothoogte is 3 m¹; d. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m¹; e. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; f. bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m¹ achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; g. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; h. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; i. de maximale afstand tussen een vrijstaand bijgebouw en de woning bedraagt 20 m¹; j. het bepaalde in sub i geldt niet indien de bestaande afstand van een vergund of krachtens overgangsrecht toegelaten bijgebouw tot de woning al meer bedraagt. In dat geval geldt deze afstand voor dit gebouw als maximaal toegestaan; k. bij volledige sloop en herbouw van een bijgebouw geldt 20 m¹ als maximale afstand tussen het bijgebouw en de woning, ongeacht de (afwijkende) situering van de te slopen bebouwing als bedoeld in sub j.

8.2.7

Bouwwerken geen gebouwen zijnde behorende bij bedrijfswoning Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. per bedrijfswoning mag één overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m²; 2. bouwhoogte niet meer dan 3 m¹; 3. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1 m¹ achter de voorgevelrooilijn van de bedrijfswoning te worden gebouwd; 4. afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m¹; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m¹; 6. de maximale afstand tussen de overkapping en de woning bedraagt 20 m¹; b. de bouwhoogte van erfafscheidingen vóór de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m¹ zijn en voor het overige maximaal 2 m¹; c. in afwijking van sub b mag de bouwhoogte van erfafscheidingen ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - dierenweide 201’ ook voor de voorgevelrooilijn maximaal 2 m¹ zijn; d. de bouwhoogte van constructies voor het leiden van bomen mag niet meer bedragen dan 5 m¹, met dien verstande dat constructies voor het leiden van bomen op niet minder dan 0,5 m¹ uit de perceelsgrens mogen worden gebouwd, waarbij de bomen vanaf het eigen perceel gesnoeid moeten kunnen worden en er geen sprake mag zijn van overhangende takken over de perceelsgrens; e.

in afwijking van het bepaalde onder sub a tot en met sub d mag de bouwhoogte van overige bouwwerken maximaal 2,5 m¹ bedragen en moet de afstand tot de bestemmingsgrens van deze bouwwerken ten minste 5 m¹ bedragen.

8.3

Afwijken van de bouwregels

8.3.1

Afwijkende goot- en bouwhoogte van bedrijfsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.2.2b en/of 8.2.2c voor een afwijkende goot- en/of bouwhoogte van bedrijfsgebouwen, met dien verstande dat de goothoogte ten hoogste 6 m¹ mag bedragen en de bouwhoogte ten hoogste 10 m¹ mag bedragen. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden:

74

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

a. de noodzaak vanuit de bedrijfsvoering is aangetoond; b. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bedrijfsgebouwen in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 8.3.2

Herbouw bedrijfswoning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.2.5b voor de herbouw van een bedrijfswoning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de nieuwe locatie ligt niet minder dan 5 m¹ van de bestemmingsgrens en niet minder dan 15 m¹ uit de as van de weg waaraan wordt gebouwd; b. de bedrijfswoning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande bedrijfswoning; c. aangetoond dient te worden dat de bedrijfswoning noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt, waarbij de noodzaak van (her)bouw niet het gevolg mag zijn van een eerder aanwezige maar inmiddels afgestoten bedrijfswoning; d. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f. met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; g. de sloop van de oorspronkelijke bedrijfswoning is duurzaam verzekerd en dit is ook geborgd; h. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

8.3.3

Afstand tot bestemmingsgrens Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 8.2.2e, 8.2.4b, 8.2.5k, 8.2.6g, 8.2.7a.4) en/of 8.2.7e voor de bouw van bouwwerken op een kortere afstand dan 5 m¹ tot de bestemmingsgrens. Hierbij gelden de volgende specifieke randvoorwaarden: a. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid mogen niet worden belemmerd; b. er dient te worden aangetoond dat de afwijking voldoet aan de eisen die gelden in het kader van het woon- en leefklimaat; c. er dient te worden aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is; d. indien sprake is van afwijking van het bepaalde in artikel 8.2.2e en/of 8.2.4b dient te worden aangetoond dat de afwijking noodzakelijk is vanuit bedrijfseconomisch oogpunt; e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de bouwwerken in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f. de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

8.4

Specifieke gebruiksregels

8.4.1

Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor erotische dienstverlening; b. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; c. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel of detailhandel; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; e. het gebruik van opstallen voor bewoning, behoudens het wonen in bedrijfswoningen;

75

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

f. het gebruik van gronden en bouwwerken voor andere bedrijfsdoeleinden dan volgens de bestemmingsomschrijving zijn toegestaan; g. het plaatsen van zeecontainers; tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande. 8.4.2

Landschappelijke inpassing a. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 225’ dient een landschappelijke inpassing te worden gerealiseerd welke kwalitatief gelijk te stellen is met het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 25 bij het onderhavige bestemmingsplan, welke rekening houdt met de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone - watergang’ en door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd. De landschappelijke inpassing dient binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan te zijn uitgevoerd en vervolgens in stand te worden gehouden. b. Ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 231’ dient de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 31 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan te zijn uitgevoerd en vervolgens in stand te worden gehouden.

8.4.3

Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing a. Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel Laarstraat 5 conform de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 223’ de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 23 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden. b. Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel Nieuwendijk 126-126a conform de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 230’ de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 30 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden. c.

Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel Ploegstraat 59-59a conform de in artikel 8.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 239’ de landschappelijke inpassing, overeenkomstig het landschappelijk inpassingsplan zoals opgenomen in bijlage 38 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 12 maanden na de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden.

8.5

Afwijken van de gebruiksregels

8.5.1

Statische opslag als nevenactiviteit Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1b voor statische opslag als nevenactiviteit bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden:

76

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

a. het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van statische opslag; b. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de statische opslag is 1.000 m²; c. er dient gebruik gemaakt te worden van bestaande bebouwing; d. buitenopslag is uitgesloten; e. opslag in kassen is uitgesloten; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2. 8.5.2

Kleinschalige nevenfuncties Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1c, 8.4.1d en/of 8.4.1f voor kleinschalige nevenfuncties bij een bedrijf in de milieucategorieën 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het bedrijf functioneert als zodanig en blijft dit ook in voldoende mate doen wanneer ter plaatse sprake is van een kleinschalige nevenfunctie; b. de activiteiten worden uitgevoerd door de bewoners van de betreffende locatie; c. de maximale oppervlakte die wordt gebruikt ten behoeve van de kleinschalige nevenfunctie is 350 m²; d. er dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande bebouwing; e. detailhandel is uitgesloten; f. buitenopslag is uitgesloten g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

8.5.3

Buitenopslag Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 8.4.1b voor buitenopslag bij een bedrijf. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. de buitenopslag plaatsvindt binnen het bestemmingsvlak van het betreffende bedrijf; b. de opslag is noodzakelijk voor het ter plaatse aanwezige bedrijf; c. de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

8.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.6.1

Vergunningplicht Het is verboden op of in de gronden met de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 223’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 225’, ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 230’, ‘specifieke vorm van groen landschappelijke inpassing 231’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 239’ zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden landschappelijke inpassing te verwijderen, waarvan de aanleg in het kader van een vergunningverlening of bestemmingsplanherziening verplicht is gesteld.

8.6.2

Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.6.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning.

77

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

8.6.3

Toelaatbaarheid De in artikel 8.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. De werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

8.7

Wijzigingsbevoegdheden

8.7.1

Wijziging van ‘Bedrijf’ naar ‘Wonen’ Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming ‘Bedrijf’ met de daarbij behorende en rechtsreeks verbonden gebruiks- en bouwaanduidingen wijzigen in de bestemming ‘Wonen’, voor zover het gaat om de bedrijfswoning met de bijbehorende grond. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het bedrijf is beëindigd en hervatting van de bedrijfsactiviteiten is niet toegestaan; b. bewoning van bedrijfsgebouwen is niet toegestaan; c. het bestemmingsvlak wordt gereduceerd tot de voormalige bedrijfswoning met bijgebouwen, erf, tuin en verharding en heeft een omvang van maximaal 2.500 m²; d. de overige gronden van het voormalige bestemmingsvlak 'Bedrijf’ krijgen dezelfde bestemming als de omliggende gronden; e. er vindt geen splitsing in meerdere woonfuncties plaats, behalve indien er sprake is van gelijktijdige toepassing van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 18.7.2; f. voor het overige wordt ook voldaan aan de bepalingen van Artikel 18 (Wonen); g. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd tenzij de bebouwing cultuurhistorische, architectonische en/of landschappelijke waarden bezit; h. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygiënische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; i.

de ruimtelijke kwaliteit en de landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 34.2.

78

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

Artikel 9 9.1

gemeente Someren

Bedrijf - Nutsvoorziening Bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - Nutsvoorziening' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. nutsvoorzieningen; b. paden en parkeervoorzieningen; c. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; d. groenvoorzieningen.

9.2

Bouwregels

9.2.1

Algemeen Op of in de voor ‘Bedrijf - Nutsvoorziening’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 9.1 genoemde bestemming; b. bebouwing dient te worden opgericht binnen het bestemmingsvlak.

9.2.2

Bedrijfsgebouwen Voor het bouwen van bedrijfsgebouwen gelden de volgende regels: a. het gezamenlijke oppervlak van bedrijfsgebouwen mag niet meer bedragen dan 30 m²; b. In afwijking van het bepaalde in sub a is het aanwezige oppervlak aan bedrijfsgebouwen toegestaan indien ter plaatse reeds meer bedrijfsgebouwen aanwezig zijn en deze rechtmatig tot stand zijn gekomen. Het aanwezige oppervlak geldt dan als maximaal toelaatbaar oppervlak; c. de maximaal toegestane goothoogte van gebouwen is 3 m¹; d. de maximaal toegestane bouwhoogte van gebouwen is 5,5 m¹; e. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn.

9.3

Specifieke gebruiksregels

9.3.1

Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor erotische dienstverlening; b. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; c. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel of detailhandel of bedrijf; d. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; e. het gebruik van opstallen voor bewoning; tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande.

79

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

Artikel 10 10.1

gemeente Someren

Bos Bestemmingsomschrijving De voor ‘Bos’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bosbouwkundige doeleinden ten behoeve van het behoud van duurzaam bos ter plaatse en behoud van de groeiplaats; b. extensief recreatief medegebruik; c. bestaande wegen en paden ten behoeve van extensief recreatief medegebruik en/of onderhoud; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van bos - multifunctioneel bos’ geldt daarnaast dat de gronden bestemd zijn voor: 1. het behoud, herstel en/of ontwikkeling van natuurwaarden in het algemeen en van de op de verbeelding aangeduide natuurwaarden in het bijzonder; 2. het behoud, herstel en/of ontwikkeling van abiotische en landschapswaarden; 3. waterhuishoudkundige doeleinden ten behoeve van de hiervoor genoemde doeleinden in het algemeen en in het bijzonder ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van waarde - hydrologisch waardevol’; 4. waterwinning ter plaatse van de functieaanduiding ‘waterwinning’.

10.2

Bouwregels Op of in de voor ‘Bos’ aangewezen gronden mag niet worden gebouwd.

10.3

Afwijken van bouwregels

10.3.1 Afwijken van bouwregels ten behoeve van kleine bouwwerken Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 10.2 voor het toestaan van wildrasters, terreinafscheidingen en andere daarmee vergelijkbare kleine bouwwerken geen gebouwen zijnde. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. gebouwen zijn niet toegelaten; b. de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde is 3 m¹.

10.4

Specifieke gebruiksregels

10.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: 1. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; 2. het gebruik van gronden voor agrarische doeleinden; 3. het gebruik van gronden voor lawaaisporten; 4. het plaatsen van zeecontainers; tenzij de regels van dit bestemmingsplan expliciet bepalen dat bovenstaande gebruik wel is toegestaan of een vergunning is verleend in afwijking op bovenstaande.

80

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

gemeente Someren

10.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 10.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het verlagen, vergraven, ophogen of egaliseren van de bodem; b. het diepploegen, diepwoelen of het uitvoeren van andere ingrepen in de bodem, allen dieper dan 0,5 m¹, waaronder ook begrepen de aanleg van leidingen; c. het graven, dempen dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; d. het verwijderen van landschapselementen; e. het verwijderen van onverharde wegen of paden; f. het verwijderen van gewassen en beplanting, anders dan landschapselementen, voor zover deze deel uitmaken van het Natuur Netwerk Brabant; g. het aanleggen van verharde of onverharde wegen of paden dan wel het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen. 10.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10.5.1 is niet vereist voor: a. werken of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b.

werken of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 10.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 10.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien:: a. De werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken of werkzaamheden noch direct noch indirect onevenredige afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. in het Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2011.

81

Herstelbesluit Buitengebied Deelgebied 2

Artikel 11 11.1

gemeente Someren

Maatschappelijk Bestemmingsomschrijving De voor ‘Maatschappelijk’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. de specifieke activiteiten zoals opgenomen in de tabel in artikel 11.2.1; b. bedrijfswoning(en), tenzij anders toegestaan conform de tabel in artikel 11.2.1; c. waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; d. verhardingen; e. groenvoorzieningen; f. tuinen en erven; g. (onverharde) paden en wegen; h. detailhandel, bestaande uit ter plaatse vervaardigde eigen producten, is als ondergeschikte functie vanuit bestaande bebouwing toegestaan met dien verstande dat de bruto vloeroppervlakte niet meer mag bedragen dan 50 m²; i. extensief recreatief medegebruik; j. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 229’ en ‘specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing 245’ zijn de gronden tevens bestemd voor het aanbrengen en instandhouden van gebiedseigen (erf)beplanting ter landschappelijke inpassing van gebouwen en verhardingen; k. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van groen - dierenweide 200’ is, in afwijking van de begripsbepaling uit artikel 1.69, een openbaar toegankelijke dierenweide toegestaan; l. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer - parkeren’ is een parkeerterrein toegestaan; m.

ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie groepsaccommodatie 200’ zijn uitsluitend verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een groepsaccommodatie met maximaal 20 slaapplaatsen toegestaan; n. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - minicamping 201’ zijn uitsluitend verblijfsrecreatieve voorzieningen in de vorm van een minicamping met maximaal 25 plaatsen toegestaan; o. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van recreatie - gemeenschappelijke voorzieningen 200’ zijn uitsluitend bijbehorende gemeenschappelijke voorzieningen ten behoeve van verblijfs- en dagrecreatie toegestaan, zoals een receptie en sanitairgebouwen; p. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - 200’ zijn ondersteunende horeca en/of ondersteunende detailhandel toegestaan overeenkomstig hetgeen opgenomen in de tabel onder 11.2.1f, met dien verstande dat ondersteunende horeca uitsluitend is toegestaan op de begane grond; q. ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - 201’ zijn ondersteunende horeca en/of ondersteunende detailhandel, alsmede een paardenpension toegestaan overeenkomstig hetgeen opgenomen in de tabel onder 11.2.1f; r.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14461505/2