Regels
Tekst van het document
bestemmingsplan
Boerenkamplaan Someren
110 Someren-Eind
RHO ADVISEURS DATUM
12-12-2024
IMRO IDN
NL.IMRO.0847.BP02023014-VS01
PROJECT
Boerenkamplaan
110 Someren-Eind
PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER
PROJECTNUMMER
(geanonimiseerd) 20211088.002
AUTEUR
STATUS
vastgesteld
EIISELAMMER 1 Adviseurs
Ala
BV
Niets wit dit drukweek mag Hoongnuaren dan He opdrachtgever voorworderttoververveelvoudigd en/of openbaar voorafgaande toestarrimmg van Rha Adviseurs BV, betiedens dij: drukwutk werwelijk gen o
voor
enig anden oel dan waarvoor tiet Ie vervaardigd:
var Aha Adviseurs
BV,
namen,
emailadtestten) en refefoonnummerts} van adviseur (5), zijnde
#
© RHO ADVISEURS BV
Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk , fotokopie , microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv , behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave Regels
Hoofdstuk 1
Inleidende regels
5
Artikel 1 Artikel 2
Begrippen Wijze van meten
5 11
Bestemmingsregels
12
Groen
12 13 18 20 22
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7
Hoofdstuk 3 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13
Hoofdstuk 4 Artikel 14 Artikel 15
3/31
Woongebied Waarde - Archeologie 4 Waarde - Archeologie 5 Waarde - Waterbergende functie Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels
24
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
30
24 25 26 27 28 29 30 31
Regels
Hoofdstuk 1 Artikel 1
Inleidende regels
Begrippen
1. 1 plan Het bestemmingsplan 'Boerenkamplaan 110 Someren-Eind' met identificatienummer NL. IMRO. 0847. BP02023014van de gemeente Someren. 1. 2 bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen. 1. 3 aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur , waarmee gronden zijn aangeduid , waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1. 4 aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1. 5 aan- of uitbouw Een aan een hoofdgebouw
gebouwde , en vanuit dat hoofdgebouw rechtstreeks toegankelijke ruimte , die in functioneel opzicht deel uitmaakt van het hoofdgebouw , maar daaraan ruimtelijk (door zijn constructie en/of afmetingen) ondergeschikt is - maximaal bestaande uit één bouwlaag al dan niet met kap - met dien verstande dat een aanbouw een zelfstandige ruimte is , toegankelijk vanuit het hoofdgebouw en een uitbouw een uitbreiding van een reeds bestaande ruimte van het hoofdgebouw is. 1. 6 aangebouwd of vrijstaand bijgebouw Een vrijstaand of aan het hoofdgebouw gebouwd gebouw , dat zowel ruimtelijk (door zijn constructie en/of afmetingen) als functioneel ondergeschikt is aan een op hetzelfde bouwperceel gelegen hoofdgebouw maar van daaruit niet rechtstreeks toegankelijk is en ten dienste staat van dat hoofdgebouw. 1. 7 aan-huis-verbonden beroepen Het uitoefenen van een beroep , het beroepsmatig verlenen van diensten op administratief , juridisch , medisch therapeutisch , kunstzinnig , ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied of het uitoefenen van publiekverzorgend ambacht in de vorm van kappers , schoonheidssalons e. d. , met dien verstande dat
,
woonfunctie hoofdfunctie blijft. 1. 8 afhankelijke woonruimte Een gebouw bij een (bedrijfs)woning dat qua ligging een ruimtelijke eenheid vormt met deze (bedrijfs)woning en waarin een gedeelte van de huishouding uit een oogpunt van mantelzorg gehuisvest is. 1. 9 archeologische waarden De aan gebieden toegekende waarden in verband met de kennis en studie van de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteiten uit het verleden.
5/31
1. 10
bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1. 11 bebouwingspercentage Het percentage van gronden , nader bepaald in de regels , dat ten hoogste mag worden bebouwd. 1. 12 begane grond De bouwlaag van een gebouw
die rechtstreeks ontsloten wordt vanaf het straatniveau danwel bovenkant van de vloer maximaal 1 m boven peil is gelegen; 1. 13
,
waarvan
de
bestaand Bij gebruik: aanwezig op het moment van de inwerkingtreding van dit plan; Bij bouwwerken: aanwezig op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan.
1. 14 bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1. 15 bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1. 16 bouwen Het plaatsen , het geheel
of gedeeltelijk oprichten , vernieuwen of veranderen
en het vergroten
van
een
bouwwerk. 1. 17 bouwgrens De grens van een bouwvlak; 1. 18
bouwlaag een doorlopend gedeelte van een gebouw , dat door op gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd , zulks met inbegrip van de begane grond , doch met uitzondering van kelders en de onder de kap aanwezige zolder. 1. 19 bouwperceel Een aaneengesloten stuk grond , waarop krachtens het plan een zelfstandige , bij elkaar behorende bebouwing is
toegelaten. 1. 20 bouwperceelsgrens De grens van een bouwperceel. 1. 21 bouwvlak Een geometrisch bepaald vlak waarmee
gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten.
6/31
1. 22
bouwwerk
Elke constructie van enige omvang van hout , steen , metaal of ander materiaal , die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden , hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1. 23 bouwwijze De wijze van bouwen van een hoofdgebouw
,
te weten vrijstaand , twee-aaneen
,
aaneengebouwd of gestapeld ,
waarbij: onder “vrijstaand” wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning niet begrensd is door scheidsmuren van andere hoofdgebouwen; onder “twee-aaneen” wordt verstaan dat het hoofdgebouw van een woning naar één zijde door een scheidsmuur van een naastgelegen hoofdgebouw is begrensd; onder “aaneengebouwd” wordt verstaan dat het hoofdgebouw deel uitmaakt van een blok van meer dan twee hoofdgebouwen , die naar twee zijden door scheidsmuren van naastgelegen hoofdgebouwen zijn begrensd , met uitzondering van de hoofdgebouwen die de aldus gevormde rij beëindigen; onder “gestapeld” wordt verstaan een gebouw , dat uit meerdere naast elkaar en/of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen (appartementen) bestaat en dat qua uiterlijke verschijningsvorm als een eenheid beschouwd kan worden; onder " patiowoning " wordt verstaan een woning met een geheel of gedeeltelijk omsloten binnenplaats of binnenhof , gevormd door de zijmuren van naburige dan wel op het eigen bouwperceel aanwezige gebouwen. 1. 24
dak Iedere bovenbeëindiging van een gebouw of overkapping; 1. 25 detailhandel Het bedrijfsmatig te koop aanbieden
waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop , het verkopen en/of leveren van goederen aan degenen die deze goederen kopen voor gebruik , verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1. 26
,
erf
Al dan niet bebouwd perceel , of een gedeelte daarvan , dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw; 1. 27 erfafscheiding Een bouwwerk dat dient ter gehele of gedeeltelijke omheining van een bouwperceel
,
bouwvlak of ander stuk
grond. 1. 28
gebouw Elk bouwwerk , dat een voor mensen toegankelijke , overdekte , geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt.
7/31
1. 29
geschakelde bebouwing Bebouwing bestaande uit een hoofdgebouw dat door een aangebouwd bijgebouw verbonden is met een hoofdgebouw op het aangrenzende perceel en waarvan het hoofdgebouw met één zijgevel in de zijdelingse perceelsgrens of in de bebouwingslijn is gebouwd. 1. 30 hoofdgebouw Een gebouw , dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken. 1. 31
huishouden Huishouden is een continuïteit in de samenstelling van de bewoners en er moet sprake zijn van onderlinge verbondenheid; 1. 32 kamerverhuur Het bedrijfsmatig (nacht)verblijf aanbieden
,
waarbij het kenmerk
is dat de kamerhuurder
ter plaatse het
hoofdverblijf heeft. 1. 33 kap Een geheel of gedeeltelijke niet horizontale dakconstructie gevormd door ten minste twee schuin hellende dakschilden met een nader in de regels bepaalde helling. De dakschilden dienen tenminste 60% van het dak te
bedekken. levensloopbestendige woning Nul-tredenwoningen waarin daarnaast voldoende ruimte is voor het gebruik van een rolstoel en/of rollator. 1. 34
1. 35 logies Het bedrijfsmatig
(nacht)verblijf hoofdverblijf elders heeft.
aanbieden , waarbij
het kenmerk
is dat
de betreffende
persoon
het
1. 36 mantelzorg Het anders dan bedrijfsmatig bieden van zorg aan een of meer leden van een huishouding , die hulpbehoevend is of zijn op het fysieke , psychische en/of sociale vlak. 1. 37 niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit Een beroeps- of bedrijfsactiviteit , waarvan de activiteiten niet specifiek publieksgericht zijn , en dat op kleine schaal in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend , waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende activiteit een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse. 1. 38 nul-treden woning Een woning die zonder trappen van buitenaf bereikbaar is en waarbij de zgn. 'primaire ruimtes' (keuken , sanitair ,
woonkamer en minimaal één slaapkamer) zich op dezelfde woonlaag bevinden.
8/31
1. 39 nutsvoorzieningen Voorzieningen ten behoeve
het openbare nut , zoals bijvoorbeeld transformatorhuisjes , gasreduceerstations , schakelhuisjes , duikers , bemalingsinstallaties , gemaalgebouwtjes , telefooncellen , voorzieningen ten behoeve van (ondergrondse) afvalinzameling en apparatuur voor telecommunicatie. van
1. 40 ondergeschikte functie Een activiteit van een zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt
toegevoegd , qua aard , omvang herkenbaar blijft.
en
verschijningsvorm
overwegend
of nagenoeg
geheel
als hoofdfunctie
1. 41 opbouw Een op een hoofdgebouw aanwezige bouwlaag. 1. 42 overkapping Een overdekt bouwwerk 1. 43 a.
b.
, geen
gebouw zijnde , zonder dan wel ten hoogste met 1 wand.
peil Voor gebouwen , waarvan de hoofdtoegang onmiddelijk aan de weg grenst: de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse + 30 cm; Overige gebouwen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afgewerkte maaiveld + 30 cm.
1. 44 prostitutie Het zich beschikbaar
stellen tot het verrichten van seksuele diensten ten behoeve
van een
ander tegen
vergoeding; 1. 45 publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis Een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit , waarvan de activiteiten in hoofdzaak publieksgericht zijn en waarvan de omvang en uitstraling zodanig is , dat de activiteit past binnen de desbetreffende woonomgeving en derhalve in een woning en/of de daarbij behorende bijgebouwen , met behoud van de woonfunctie , kan worden toegestaan. 1. 46 retentievoorziening Voorziening ten behoeve van het bergen van water; 1. 47 seksinrichting De voor het publiek toegankelijke , besloten ruimte waarin bedrijfsmatig , of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was , seksuele handelingen worden verricht , of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een seksbioscoop , seksautomatenhal , sekstheater , een parenclub , of een prostitutiebedrijf , waaronder begrepen een erotische massagesalon , al dan niet in combinatie met elkaar. 1. 48 twee-aaneen bebouwing Twee met de hoofdgebouwen aaneengebouwde woningen.
9/31
1. 49 verdiepingen De bouwlagen van een gebouw gelegen boven de begane grondlaag. 1. 50 voorgevel Een naar de openbare weg en/of fiets- en voetpad toegekeerde gevel van een hoofdgebouw; 1. 51 a.
b.
voorgevelrooilijn De grens van het bouwvlak , die gericht is naar de weg en waarop de bebouwing is georiënteerd , tot aan de perceelsgrenzen; De naar de zijdelingse perceelsgrens gericht grens van het bouwvlak , die ook naar de weg of het openbare groen is gekeerd , tot aan de achterste perceelsgrens.
vrijstaande bebouwing Bebouwing waarbij de hoofdgebouwen aan beide zijden niet zijn gebouwd in de zijdelingse perceelsgrens. 1. 52 1. 53
water en waterhuishoudkundige voorzieningen
Al het oppervlaktewater zoals sloten , greppels , (infiltratie)vijvers , kanalen , beken en andere waterlopen , ook als deze incidenteel of structureel droogvallen. Alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer , waterafvoer , waterberging , hemelwaterinfiltratie en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers , stuwen , infiltratievoorzieningen , gemalen , inlaten , etc. 1. 54
weg
Als bedoeld in artikel 1 , lid 1 , sub b van de Wegenverkeerswet inwerkingtreding van het plan;
1994 , zoals die luidde ten tijde van de
1. 55 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht Wet van 6 november 2008 (Stb. 496) , houdende regels inzake een vergunningstelsel met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) , zoals deze luidt op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van dit plan. 1. 56 Wet ruimtelijke ordening Wet van 20 oktober 2006 , (Stb. 2006 , nr. 566) , houdende nieuwe regels omtrent de ruimtelijke ordening deze luidde op het moment van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan. 1. 57
,
zoals
woning een (gedeelte van) gebouw , dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijke huishouding , niet zijnde een bijzondere woonvorm of kamerverhuur/logies voor meer dan drie personen inclusief de huishouding , dan wel vier personen wanneer er daarnaast geen huishouding in het gebouw is ondergebracht.
10/31
Artikel 2
Wijze van meten
Bij de toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten c. q. gerekend. 2. 1 afstand tot de zijdelingse perceelsgrens De kortste afstand van het verticale vlak in de zijdelingse
perceelsgrens tot enig punt van het op dat
bouwperceel voorkomende bouwwerk. 2. 2 bebouwd oppervlak van een bouwperceel De oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen. 2. 3 afstand van een gebouw tot de perceelsgrens De afstand van een gebouw tot de perceelsgrens wordt bepaald door het buitenwerks meten afstand van een gevel van het gebouw tot de perceelsgrens;
van de kortste
2. 4 diepte van aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw De diepte van een aan- of uitbouw of aangebouwd bijgebouw wordt loodrecht vanaf de gevel van het hoofdgebouw , waaraan de aan- of uitbouw wordt gebouwd , gemeten tot het uiterste punt van de achtergevel van de aanbouw;
2. 5 dakhelling Langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak;
goothoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot c. q. de druiplijn , het boeiboord of daarbij gelijk te stellen constructiedeel; 2. 6
2. 7 inhoud van een bouwwerk Tussen de onderzijde van de begane
grondvloer , de buitenzijde scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen;
van
de gevels (en/of het hart van de
bouwhoogte van een bouwwerk Vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk , geen gebouw zijnde , met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen , zoals schoorstenen , antennes , en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2. 8
2. 9 oppervlakte van een bouwwerk tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren , neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk;
11/31
Hoofdstuk 2 Artikel 3
Bestemmingsregels
Groen
3. 1 Algemene bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen;
b. c.
d. e.
f. g.
h.
gazons , bermen en beplanting; voet- en fietspaden;
speelvoorzieningen met bijbehorende verhardingen; beeldende kunstwerken; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; nutsvoorzieningen; ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen
stand houden
van
de gebiedseigen
opgenomen
in bijlage 1;
groene
- landschappelijke
inrichting conform
inpassing' , het aanleggen en in het landschappelijk inpassingsplan zoals
met daarbij behorende: i. voorzieningen van algemeen nut. 3. 2 3. 2. 1
Bouwregels Algemeen Uitsluitend zijn toegestaan bouwwerken
, geen
gebouwen zijnde , die ten dienste staan van deze bestemming.
3. 2. 2 Nutsgebouwen Voor nutsgebouwen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m; b. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 15 m. 2 3. 2. 3 Bouwwerken , geen gebouwen zijnde De bouwhoogte van overige bouwwerken , geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 4 m. 3. 3 Afwijken van de bouwregels 3. 3. 1 Omgevingsvergunning nutsgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen teneinde het oprichten van gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen toe te staan , mits wordt voldaan aan het volgende: a. de bebouwde oppervlakte mag niet meer bedragen dan 25 m. 2 b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 5 m. c. de ligging van het gebouw mag de verkeersveiligheid niet in gevaar brengen. d. de stedenbouwkundige kwaliteit van de omgeving wordt niet onevenredig aangetast.
12/31
Artikel 4
Woongebied
4. 1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Woongebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning;
b. c.
d.
aan-huis-verbonden beroepen als ondergeschikte functie bij wonen; verblijfsgebied met een functie voor verblijf , verplaatsing en gebruik ten dienste van het woongebied; bij deze bestemming behorende voorzieningen , zoals: erven , tuinen , wegen en paden , voet- en fietspaden , water , groenvoorzieningen , water en waterhuishoudkundige voorzieningen , nutsvoorzieningen , kunstobjecten , parkeervoorzieningen , speelvoorzieningen , afval(water)inzameling en ondergrondse bergzinkbassins , straatmeubilair en overige verhardingen.
4. 2 Bouwregels 4. 2. 1 Algemeen Voor het bouwen van woningen en bijbehorende aanbouwen , bijgebouwen en overkappingen , geldt dat het bebouwingspercentage van het bouwperceel/de standplaats niet meer mag bedragen dan: a. vrijstaande woningen: 1. voor een bouwperceel met een oppervlakte tot en met 500 m² 50%; 2. voor een bouwperceel met een oppervlakte groter dan 500 m² 250 m² vermeerderd met 10% van de oppervlakte van de gronden meer dan 500 m²; b. twee-aaneen gebouwde en geschakelde woningen: 60%; c. aaneengebouwde woningen: 70%; d. gestapelde woningen: 100 %; 4. 2. 2 Hoofdgebouwen a. Voor de bouwwijze van woningen geldt het volgende: 1. ter plaatse van de aanduiding 'vrijstaand' zijn uitsluitend vrijstaande woningen toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee aaneengebouwde woningen toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - geschakeld' zijn uitsluitend geschakelde woningen toegestaan; 4. ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan; 5. indien meerdere aanduidingen zijn opgenomen , zijn alle aangeduide bouwwijzen toegestaan;
b. c.
d. e.
f.
13/31
Hoofdgebouwen mogen uitsluitend worden gebouwd binnen het bouwvlak. Ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' mag het aantal woningen niet meer bedragen dan ter plaatse is aangegeven. De voorgevel van een hoofdgebouw moet worden gesitueerd in de voorgevelrooilijn , dan wel op een afstand van niet meer dan 3 m daar achter. De breedte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan 10 m , met inachtneming van het bepaald onder i , en behoudens de uitzondering als omschreven. Een vrijstaande woning mag breder worden dan 10 m , mits voor iedere meter dat de onder e geregelde maximum breedte van 10 m wordt overschreden , de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens aan
g.
h. i.
beide zijde met 05, m wordt vergroot ten opzichte van het bepaalde onder h. De goothoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’. De bouwhoogte van het hoofdgebouw mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding ‘maximale goot- en bouwhoogte (m)’. De afstand van het hoofdgebouw tot de zijdelingse perceelsgrenzen mag ter plaatse van de aanduiding: 1. ‘vrijstaand’ aan beide zijden niet minder bedragen dan 3 m; 2. ‘twee-aaneen’ en 'specifieke bouwaanduiding - geschakeld' aan één zijde niet minder bedragen dan 3 m.
4. 2. 3 Aanbouwen en bijgebouwen Binnen de bestemming ‘Woongebied’ mogen aanbouwen en bijgebouwen worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Aanbouwen en bijgebouwen mogen zowel binnen als buiten het bouwvlak worden gebouwd. b. Aanbouwen aan de achtergevel van een vrijstaande woning worden gebouwd met in achtneming
c.
d. e.
f.
14/31
van de
volgende bepalingen: 1. De aanbouwen mogen uitsluitend in één bouwlaag worden gebouwd. 2. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 3. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 55, m. 4. De afstand van een aanbouw tot de achterste perceelsgrens mag niet minder dan 5 m bedragen. Aanbouwen aan de achtergevel van een twee-aaneen gebouwde woning en een aaneengebouwde woning mogen worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. De aanbouwen mogen uitsluitend in één bouwlaag worden gebouwd. 2. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 3. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 55, m. 4. De gezamenlijke diepte van het hoofdgebouw en de aanbouw mag niet meer bedragen dan 16 m. De afstand van een aanbouw tot de achterste perceelsgrens mag niet minder dan 5 m bedragen. Bijgebouwen bij woningen mogen worden gebouwd achter de achtergevellijn en naast het hoofdgebouw op een afstand van ten minste 35, m uit de voorgevel van het hoofdgebouw met inachtneming van de volgende bepalingen: 1. Het gezamenlijk oppervlak van bijgebouwen op bouwpercelen: kleiner dan 500 m² mag niet meer bedragen dan 50 m²; van 500 m² tot en met 1. 000 m² mag niet meer bedragen dan 60 m²; groter dan 1. 000 m² mag niet meer bedragen dan 75 m²; 2. De goothoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. 3. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 55, m. 4.
Bij vrijstaande woningen mogen slechts aan één zijde naast het hoofdgebouw bijgebouwen worden gebouwd. Indien aan één zijde van het hoofdgebouw al een overkapping aanwezig is , mag uitsluitend aan deze zijde een bijgebouw naast de woning worden gerealiseerd. 5. Het bebouwingspercentage zoals bedoeld in lid 4. 2. 1 mag niet worden overschreden. In afwijking van het bepaalde onder a mogen ondergeschikte uitbouwen en luifels voor de voorgevel van het hoofdgebouw worden gebouwd , welke aan de volgende kenmerken voldoen: 1. De bouwgrens wordt met niet meer dan 1 m naar de wegzijde overschreden. 2. De breedte van een uitbouw en/of luifel mag niet meer bedragen dan 40% van de gevel waarin de
uitbouw en/of luifel wordt gebouwd , met een maximumbreedte van 25, m. 3. De bouwhoogte van een uitbouw en/of luifel mag niet meer bedragen dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw. 4. De afstand van de uitbouw en/of luifel tot de straat mag niet minder bedragen dan 2 m. 4. 2. 4 Bouwwerken , geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken , geen gebouwen zijnde , gelden de volgende bepalingen: a. De bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer bedragen dan 6 m. b. De bouwhoogte van constructies voor het leiden van bomen mag niet meer bedragen dan 5 m. c. De bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen achter de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 2 m.
d.
e.
f.
De bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag niet meer bedragen dan 1 m , met dien verstande dat de bouwhoogte van terrein- en erfafscheidingen ter plaatse van de aanduiding ‘bijgebouwen’ niet meer mag bedragen dan 2 m. De bouwhoogte van overige bouwwerken , geen gebouwen zijnde , mag niet meer bedragen dan 3 m. Overkappingen zijn niet toegestaan voor de voorgevellijn.
4. 2. 5
Overkappingen Overkappingen mogen worden gebouwd , waarbij de volgende bepalingen gelden: a. De lijn evenwijdig aan en op een afstand van 1 m achter de voorgevellijn van het hoofdgebouw mag in de richting van de weg niet worden overschreden. b. De oppervlakte mag niet meer bedragen dan 20 m². c. De bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 3 m. d. Overkappingen aan de achtergevel van het hoofdgebouw (terrasoverkapping) dienen gerealiseerd te worden binnen de toegestane bouwdiepte van het woningtype (inclusief aanbouwen) en met inachtneming van het geldende bebouwingspercentage , de minimale afstand tot de achterste perceelsgrens van 6 m en een bouwhoogte van maximaal 3 m. e. Bij vrijstaande woningen mag slechts aan één zijde , naast het hoofdgebouw , een overkapping worden gebouwd. Indien aan één zijde al een bijgebouw aanwezig is , mag uitsluitend aan deze zijde een overkapping naast de woning worden gerealiseerd. 4. 2. 6
Strijdig gebruik Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van de gronden en/of bouwwerken binnen deze bestemming ten behoeve van: a. het opslaan , storten of bergen van materialen en producten , behoudens voor zover zulks noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; b. asielzoekerscentrum , crematorium , opvang van dieren , justitiële inrichting of militaire zaken; c. het aanbrengen van verhardingen bij grondgebonden woningen voor meer dan 70% van het bouwperceel , met uitzondering van de grond onder het hoofdgebouw. 4. 3 a.
15/31
Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van de situering , de afmetingen , de vormgeving en de dakvorm van hoofdgebouwen , aanbouwen en bijgebouwen en van bouwwerken , geen
b.
gebouw zijnde , alsmede aan de situering van in- en uitritten en het parkeren op het bouwperceel. De onder a genoemde nadere eisen mogen slechts worden gesteld met inachtneming van de bouwregels: 1. indien dit noodzakelijk is ter waarborging van de ruimtelijke kwaliteit en/of het stedenbouwkundig beeld , dan wel indien dit noodzakelijk is voor een verantwoorde stedenbouwkundige en/of architectonische inpassing in de bestaande bebouwing; 2. ter voorkoming van onevenredige aantasting van de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken.
4. 4 Voorwaardelijke verplichting 4. 4. 1 Geluid Het bouwen en/of gebruiken van woningen is uitsluitend toegestaan indien: a. de gevels op basis van het akoestisch onderzoek , met kenmerk VKa. 23rh12. 23ro35. 4 , d. d. 8 mei 2024 , worden uitgevoerd als dove gevel , tenzij via aanvullend akoestisch onderzoek is aangetoond dat , al dan niet door afschermende bebouwing of geluidwerende voorzieningen , de geluidbelasting op de gevel lager of gelijk is aan:
b.
1. de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder of; 2. de voor deze gevels vastgestelde hogere waarde. in aanvulling op het bepaalde in lid a. moet de woning voorzien zijn van minimaal één geluidluwe gevel: 1. indien er sprake is van een toepassing van een dove gevel , of; 2. indien uit de vastgestelde hogere waarde blijkt dat de voorkeursgrenswaarde op één of meerdere gevels
wordt overschreden. 4. 4. 2 Landschappelijke inpassing Het gebruiken of laten gebruiken van gronden en bouwwerken met de bestemming 'Woongebied' is slechts toegestaan indien ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' de gebiedseigen groene inrichting van de gronden wordt gerealiseerd met dien verstande dat: a. het landschappelijk inpassingsplan , zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels , wordt uitgevoerd binnen een jaar na de eerste ingebruikname van de woningen; b. het landschappelijk inpassingsplan , zoals opgenomen in bijlage 1 van deze regels , duurzaam in stand wordt
gehouden. 4. 4. 3 Archeologie De gronden binnen het bestemmingsplan
overeenkomstig de daaraan toegekende bestemming worden gebruikt zodra door middel van een door het bevoegd gezag goedgekeurd archeologisch onderzoek is aangetoond dat op de betrokken gronden geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn , dan wel er niet langer archeologische begeleiding of zorg nodig is. Deze voorwaardelijke verplichting doet niet af aan de verplichtingen op grond van het bepaalde in artikel 5 en 6. mogen
pas
4. 4. 4 Water Het is in strijd met deze bestemming om de gronden en/of bouwwerken te (laten) gebruiken voor de in artikel 4. 1 bedoelde doeleinden als niet voldaan is aan de volgende verplichting: a. er is op het bouwperceel voorzien in regenwaterberging , welke regenwater vertraagd infiltreert en werkend aanwezig is;
16/31
b. c.
d.
de waterberging als bedoeld in sub a heeft een bergingsopgave van ten minste 003, m³ per vierkante meter dakoppervlak en terreinverharding; de bergingscapaciteit dient binnen 24 uur weer beschikbaar te zijn; Voor start van de bouwwerkzaamheden dient te worden aangetoond dat dat bij een bui van 80 mm in een uur de kans op schade door wateroverlast buiten het plangebied niet toeneemt.
4. 5 Specifieke gebruiksregels Binnen de bestemming ‘Woongebied’ is de uitoefening van aan-huis-verbonden beroepen toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie , waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. De activiteit mag uitsluitend plaatsvinden in het hoofdgebouw (inclusief aanbouwen) of een aangebouwd
bijgebouw. b. c.
d. e.
17/31
De omvang van de activiteit mag niet meer bedragen dan 40% van de gezamenlijke vloeroppervlakte van het begane grondoppervlak van het hoofdgebouw (exclusief aanbouwen) , tot een maximum van 60 m². Het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op de normale afwikkeling van het verkeer en mag geen onevenredige toename van de parkeerbehoeften veroorzaken. Detailhandel is niet toegestaan. De activiteit wordt uitgeoefend door een bewoner.
Artikel 5
Waarde
-
Archeologie 4
5. 1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 4’ aangewezen
gronden
zijn , behalve
voor
de andere daar voorkomende
bestemming , mede bestemd voor: a. het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 5. 2 a.
b.
c.
Bouwregels Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen , voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 250 m² en dieper dan 040, m onder het maaiveld , een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord , naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien uit het bepaalde in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord , kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen , waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring , te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
5. 3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken , geen bouwwerken zijnde , of van werkzaamheden 5. 3. 1 Werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 040 , m onder het maaiveld , zoals afgraven , diepploegen , egaliseren , frezen , scheuren van grasland , aanleg of rooien van bos , boomgaard of diepwortelende
b. c.
beplanting , aanbrengen van oppervlakteverhardingen , aanleggen van drainage , verwijderen van funderingen; het graven , dempen , dan wel verdiepen , vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen , sloten en greppels; het aanleggen van leidingen dieper dan 040, m onder het maaiveld.
5. 3. 2 Uitzonderingen Het in lid 5. 3. 1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a.
b.
18/31
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen , dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn , dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
worden
5. 3. 3 Toelaatbaarheid a. De in lid 5. 3. 1 genoemde
b.
c.
5. 4 a.
omgevingsvergunning
kan slechts worden verleend , indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Alvorens over de aanvraag wordt beslist , dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1. naar ligging wordt verschoven; 2. naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3. wordt verwijderd; 4. van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes , vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn , aan te passen;
voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden , in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen , daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd , wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
19/31
Artikel 6
Waarde
-
Archeologie 5
6. 1 Bestemmingsomschrijving De voor ‘Waarde - Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn , behalve voor de andere daar voorkomende
bestemming , mede bestemd voor: a. het behoud en de bescherming van de te verwachten archeologische waarden van de gronden. 6. 2 a.
b.
c.
Bouwregels Voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen , voor bouwwerken met een oppervlakte groter dan 2. 500 m² en dieper dan 040, m onder het maaiveld , een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord , naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld. Indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord , kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. De verplichting tot het treffen van technische maatregelen , waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden. 2. De verplichting tot het doen van opgravingen. 3. De verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring , te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld.
6. 3
Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken , geen bouwwerken zijnde , of van werkzaamheden 6. 3. 1 Werken en werkzaamheden Het is binnen deze bestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen dieper dan 040 , m onder het maaiveld , zoals afgraven , diepploegen , egaliseren , frezen , scheuren van grasland , aanleg of rooien van bos , boomgaard of diepwortelende beplanting , aanbrengen van oppervlakteverhardingen , aanleggen van drainage , verwijderen van funderingen; b. het graven , dempen , dan wel verdiepen , vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen , sloten en greppels; c. het aanleggen van leidingen dieper dan 040 , m onder het maaiveld. 6. 3. 2 Uitzonderingen Het in lid 6. 3. 1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a.
b.
20/31
het normale onderhoud en/of gebruik betreffen , dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; reeds in uitvoering zijn , dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.
worden
6. 3. 3 Toelaatbaarheid a. De in lid 6. 3. 1 genoemde
b.
c.
6. 4 a.
omgevingsvergunning
kan slechts worden verleend , indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. Alvorens over de aanvraag wordt beslist , dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. Een rapport is niet noodzakelijk indien naar het oordeel van het bevoegd gezag de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Deze informatie wordt dan als een rapport beschouwd. Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen het plan zodanig wijzigen dat een bestemmingsvlak: 1. naar ligging wordt verschoven; 2. naar omvang wordt vergroot of verkleind; 3. wordt verwijderd; 4. van bestemming wijzigt door de oppervlaktes en de dieptes , vanaf wanneer de bepalingen van toepassing zijn , aan te passen;
voor zover de geconstateerde aanwezigheid of afwezigheid van archeologische waarden , in voorkomend geval na beëindiging van opgravingen , daartoe aanleiding geeft. b. Alvorens de wijzigingen als bedoeld onder a worden uitgevoerd , wordt archeologisch advies ingewonnen bij de deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
21/31
Artikel 7
Waarde
-
Waterbergende functie
7. 1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Waarde - Waterbergende functie' aangewezen gronden zijn , behalve voor de andere daar voorkomende
bestemmingen gronden.
,
mede bestemd voor de instandhouding en bescherming van de waterbergende functie van deze
7. 2 Bouwregels Ten aanzien van het bouwen van gebouwen en bouwwerken
gebouwen zijnde geldt in aanvulling op het bepaalde onder de op de gronden voorkomende (dubbel)bestemming(en) dat op gronden ter plaatse van de dubbelbestemming 'Waarde – Waterbergende functie' het alleen is toegestaan bouwwerken te bouwen als deze bouwwerken de verwezenlijking , het behoud en het beheer van de waterbergende functie van de gronden niet minder geschikt maken. , geen
7. 3 7. 3. 1
Specifieke gebruiksregels Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de dubbelbestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor een doel of op een wijze , die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven onderliggende bestemming(en); b. het (laten) gebruiken van de gronden voor activiteiten waardoor de gronden minder geschikt worden voor danwel niet passen binnen de in deze dubbelbestemming gegeven bestemming. 7. 4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk , geen bouwwerk zijnde , of van werkzaamheden 7. 4. 1 Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en/of werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a.
b. c.
d. e.
het ophogen van de bodem; het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven en egaliseren; het aanbrengen van drainage; het graven , dempen , dan wel verdiepen , vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen , sloten en greppels; het verlagen van het waterpeil.
7. 4. 2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 7. 4. 1 is niet vereist voor werken en/of werkzaamheden die: a. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden , danwel van ondergeschikte betekenis zijn; b. reeds in uitvoering zijn , dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden
uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 7. 4. 3 Toelaatbaarheid De in artikel 7. 4. 1 genoemde
voorwaarden: 22/31
omgevingsvergunning
kan
slechts
worden
verleend
onder
de volgende
a.
b. c.
23/31
Indien er sprake is van verlies van het waterbergend vermogen , vinden er binnen het bestemmingsvlak maatregelen plaats die het verlies aan waterbergend vermogen volledig compenseren; De werken en/ of werkzaamheden mogen niet leiden tot een toename van afwatering op omliggende bestemmingsvlakken; Alvorens de omgevingsvergunning te verlenen , kan het bevoegd gezag advies inwinnen bij de waterbeheerder.
Hoofdstuk 3 Artikel 8
Algemene
regels
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven , blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
24/31
Artikel 9
Algemene bouwregels
9. 1 Afwijkingenregeling In afwijking van het bepaalde in de bouwregels van dit bestemmingsplan geldt voor bestaande gebouwen en bouwwerken , geen gebouwen zijnde , gebouwd in overeenstemming met de Woningwet of de Wet algemene
bepalingen omgevingsrecht , het volgende: a. indien de bestaande maatvoering , afstanden en/of oppervlaktes van gebouwen en bouwwerken , geen gebouwen zijnde , de voorgeschreven minima of maxima overschrijden , geldt de bestaande maatvoering , afstand of oppervlakte als maximum respectievelijk minimum; b. indien de bestaande situering van gebouwen en bouwwerken , geen gebouwen zijnde , afwijkt van de in de regels voorgeschreven situering , is ook de bestaande situering toegestaan. 9. 2 Ondergronds bouwen 9. 2. 1 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van (half)ondergrondse
bouwwerken
gelden , behoudens
in deze
regels
opgenomen
afwijkingen , de volgende regels: a. op plaatsen waar hoofd- en bijgebouwen , sleufsilo’s en mestbasins zijn of gelijktijdig worden gebouwd mag eveneens ondergronds gebouwd worden , direct aansluitend mogen in- dan wel uitritten ten behoeve van de ondergrondse bouwwerken worden gebouwd; b. de verticale diepte mag bij ondergronds bouwen niet meer bedragen dan 35, m. 9. 2. 2 Afwijken regels ondergronds bouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in lid 9. 2. 1 voor
het bouwen van ondergrondse bouwwerken op andere locaties dan onder het hoofdgebouw , bijgebouw , sleufsilo’s of mestbassins , mits hierdoor de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig worden aangepast.
25/31
Artikel 10
Algemene gebruiksregels
10. 1
Strijdig gebruik Onder gebruik in strijd met de bestemming wordt in ieder geval begrepen het gebruik van de in de bestemming aangegeven gronden en de daarop voorkomende bouwwerken c. q. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van: a. een seksinrichting; b. een publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit , behoudens: 1. indien hiervoor een omgevingsvergunning is verleend op grond van artikel 12. 2; 2. bestaande publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteiten.
10. 2 Niet-publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteit Het gebruik van een deel van de woning en/of de daarbij
behorende bijgebouwen ten behoeve van de uitoefening van een niet-publieksgerichte aan huis verbonden beroeps- of bedrijfsactiviteit is toegestaan , mits wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen , tot ten hoogste en in totaal 50 m² mag worden gebruikt voor een niet-publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteit aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het daarbij behorende bijgebouw zal uitvoeren , dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c. uitsluitend bedrijfsactiviteiten die vallen onder categorie 1 of 2 van de als bijlage opgenomen Staat van bedrijfsactiviteiten zijn toegestaan; d. er mag geen detailhandel of horeca plaatsvinden , uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de activiteit.
26/31
Artikel 11
Algemene aanduidingsregels
11. 1 Overige zone - waardevolle bomenrij 11. 1. 1 Aanduidingsomschrijving Op de gronden ter plaatse van de aanduiding 'overige zone
voorkomende bestemmingen waardevolle bomenrij.
,
mede
bestemd
voor
- waardevolle
het waarborgen
bomenrij' zijn , behalve voor de daar en beschermen van de aanwezige
11. 1. 2 Vergunningplicht Het is verboden op of in de artikel 11. 1. 1 bedoelde
gronden zonder of in afwijking van een schriftelijke (omgevings)vergunning van burgemeester en wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken , niet zijnde bouwwerken , of werkzaamheden uit te voeren: a. vellen of rooien van houtgewas; 11. 1. 3 Voorwaarden De in artikel 11. 1. 2 onder a genoemde werken en/of werkzaamheden zijn slechts toelaatbaar indien: a. zij verband houden met de doeleinden die aan de geldende bestemming zijn toegekend;
b.
er herplant van houtgewas plaatsvindt binnen de grenzen van het plangebied.
11. 1. 4 Uitzonderingen De vergunningplicht als bedoeld in artikel 11. 1. 2 is niet van toepassing op andere werken die: a. normaal onderhoud , gebruik en beheer ten dienste van de bestemming betreffen; b. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan en/ of reeds mogen
worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende (omgevings)vergunning.
27/31
Artikel 12
Algemene afwijkingsregels
12. 1 Omgevingsvergunning 10% Het bevoegd gezag kan , voorzover niet reeds op grond van een andere bepaling van dit plan een omgevingsvergunning kan worden verleend , een omgevingsvergunning verlenen van de op de verbeelding of in de regels gegeven maten , afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten , afmetingen en percentages , mits het woon- en leefmilieu van de omgeving niet onevenredig wordt aangetast; dit betekent in ieder geval dat de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig mogen worden
beperkt. 12. 2 Omgevingsvergunning publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteit aan huis Het bevoegd gezag kan door middel van het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 7. 1 sub b ten behoeve van het gebruik van ruimten binnen de woning en/ of uit- en aanbouwen en
bijgebouwen voor een publieksgerichte beroeps- of bedrijfsactiviteiten aan huis , voorzover dit gebruik ondergeschikt blijft aan de woonfunctie en mits voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: a. maximaal 30% van het vloeroppervlak van de woning met inbegrip van gerealiseerde aan- en uitbouwen en bijgebouwen , tot ten hoogste en in totaal 30 m² mag worden gebruikt voor publieksgerichte beroep- of bedrijfsactiviteiten aan huis; b. degene die de activiteiten in de woning of het bijgebouw zal uitvoeren , dient tevens de bewoner van de woning te zijn; c.
d. e.
f.
28/31
de noodzakelijke parkeervoorzieningen dienen op eigen terrein te worden gesitueerd of in de directe omgeving mits hierdoor geen overlast wordt veroorzaakt; uitsluitend is toegestaan een inrichting type a of b conform het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer; het bedrijf dient qua aard , milieubelasting en uitstraling te passen in een woonomgeving; er mag geen detailhandel , groothandel of horeca plaatsvinden , uitgezonderd een beperkte verkoop als ondergeschikte activiteit en wel in verband met de aan huis verbonden activiteit.
Artikel 13 13. 1 a.
b.
c.
d.
e.
Overige regels
Parkeergelegenheid Bij de uitoefening van de bevoegdheid voor het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen en / of afwijken dient tenminste voldaan te worden aan het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen , zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen' van de gemeente Someren , zoals vastgesteld d. d. 28 juni 2018; In het geval van functiewijziging van een gebouw en/of van gronden dient ten behoeve van het parkeren van auto's te worden voorzien in voldoende parkeergelegenheid , conform het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen , zoals opgenomen in de 'Nota Parkeernormen' van de gemeente Someren , zoals vastgesteld d. d. 28 juni 2018; Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde onder a. indien wordt voorzien in een parkeervoorziening , die gelet op de parkeerbelasting naar aard en invloed op de omgeving gelijkwaardig is als bedoeld onder a , daarbij rekening houdend met de reeds bestaande bebouwing ter plaatse; Indien het gemeentelijke beleid ten aanzien van parkeernormen als bedoeld onder a en b gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan wordt gewijzigd , wordt bij de verlening van de omgevingsvergunning rekening gehouden met die wijziging; Parkeergelegenheid die is gerealiseerd om te voorzien in voldoende parkeergelegenheid dient in stand te worden gehouden.
13. 2 Werking wettelijke regelingen De wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen
vaststelling van het plan.
29/31
,
gelden zoals deze luiden op het moment van
Hoofdstuk 4 Artikel 14 14. 1 a.
b. c.
14. 2 a.
b.
c.
d.
30/31
Overgangs- en slotregels
Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is , dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen , en afwijkt van het plan , mag , mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot , 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd , mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan; Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%; Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan , maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan , daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.
Overgangsrecht gebruik Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is , mag worden voortgezet; Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik , bedoeld in het eerste lid , te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik , tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; Indien het gebruik , bedoeld in het eerste lid , na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken , is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan , daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
Artikel 15
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Boerenkamplaan 110 Someren-Eind' van de gemeente Someren.
31/31