R - 9 Bijlage Participatieplan-380-kV-Netuibreiding-Maasbracht-Eindhoven
Tekst van het document
Netuitbreiding 3e en 4e circuit Maasbracht Eindhoven 380 kV Participatieplan TenneT TSO B.V. 25 april 2025
Project Opdrachtgever
Netuitbreiding 3e en 4e circuit Maasbracht - Eindhoven 380 kV TenneT TSO B.V.
Referentie
Participatieplan Definitief 25 april 2025 141946-D.5/25-006.642
Projectcode
141946
Document Status Datum
Dit document is geautoriseerd en intern aantoonbeer vrijgegeven conform het kwaliteitsmanagementsysteem van E-MERGE. Het kwaliteitsmanagementsysteem van E-MERGE is gecertificeerd op basis van ISO 9001.
Adres
E-MERGE Leeuwenbrug 8 Postbus 233 7400 AE Deventer +31 (0)570 69 79 11 KvK 38020751
Het kwaliteitsmanagementsysteem is gecertificeerd op basis van ISO 9001.
Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming, noch mag het zonder dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Geen aansprakelijkheid wordt aanvaardt voor enigerlei schade die voortvloeit uit of verband houdt met het wijzigen van de inhoud van het door geleverde document.
INHOUDSOPGAVE
1
INLEIDING
5
1.1
Participatieplan
5
1.2
Huidige stand van zaken
5
1.3
Rolverdeling
6
1.4
Onze contactgegevens
7
1.5
Leeswijzer
7
2
TOELICHTING OP HET PROCES
8
2.1
Hoofdproces en huidige stand van zaken
8
2.2
Plan-MER en IEA
10
3
PARTICIPATIE
11
3.1
Inleiding
11
3.2
Belang van participatie
11
3.3
Hoe we het participatieproces organiseren
11
3.3.1 3.3.2 3.3.3
12 12 12
3.4
Burgers en bedrijven Bestuursorganen Maatschappelijke organisaties
Overzicht van activiteiten
13
3.4.1 3.4.2
13 14
Communicatieactiviteiten en -middelen Participatieactiviteiten en -middelen
3.5
Afstemming met projecten in de omgeving
16
4
REACTIES
17
4.1
Reageren op de concept-NRD
17
4.2
Uw reactie is van harte welkom
17
Laatste pagina
17
Bijlage(n)
Aantal pagina's
I
Participatielogboek
5
II
Afkortingen
1
III
Stakeholders in verkenningsfase
2
1 INLEIDING 1.1
Participatieplan
Dit participatieplan gaat over de nieuwe 380 kV-netuitbreiding die TenneT wil realiseren tussen Maasbracht en Eindhoven. Dit participatieplan is geschreven vanuit de ‘we-vorm’. Met ‘we’ wordt bedoeld: TenneT TSO B.V. (hierna TenneT) en het ministerie van Klimaat en Groene Groei (hierna KGG). TenneT is initiatiefnemer van dit project en KGG is als bevoegd gezag eindverantwoordelijk voor het participatieproces. In dit plan leest u hoe wij u informeren en betrekken bij dit project. Het plan laat de activiteiten en middelen zien die worden gebruikt voor de participatie en communicatie van de notitie reikwijdte en detailniveau (hierna NRD). Zoals eerder aangegeven in het Voornemen en Participatieplan (hierna V&P) maken wij voor elke projectfase een bijgewerkt participatieplan. Het participatieplan wordt tegelijkertijd met de conceptversie van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (hierna cNRD) gepubliceerd. De energietransitie zorgt voor een toename in het elektriciteitsverbruik in de regio. De (c)NRD beschrijft dat uit één van de analyses blijkt dat de 380.000 volt (hierna 380 kV) hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven vanaf 2030 een groeiend knelpunt zal vormen. Tijdens onderhoudssituaties, waarbij delen van het elektriciteitsnet tijdelijk buiten gebruik zijn, neemt de kans op overbelasting van deze verbinding sterk toe.
Vanaf 2035 groeit dit risico ook onder normale omstandigheden. Wanneer er dan onderhoud aan de hoogspanningsverbinding moet plaatsvinden, is de kans op overbelasting bijzonder groot. Er is steeds minder transportcapaciteit beschikbaar via deze verbinding om aan de stijgende vraag naar elektriciteit te voldoen. Dit knelpunt ontstaat door de combinatie van toenemende duurzame energieopwekking en de groeiende elektriciteitsvraag, zowel in de regio als in de rest van Europa. Om bestaande én toekomstige knelpunten op te lossen, is uitbreiding van de hoogspanningsinfrastructuur noodzakelijk. Daarom gaat TenneT een nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven realiseren. TenneT is zich bewust van de mogelijke impact van dit project. We proberen daarom zo transparant mogelijk te zijn bij de uitvoering van dit project. Daarom informeren we belanghebbenden zo goed mogelijk over de stappen die nodig zijn voor de ruimtelijke inpassing van de hoogspanningsverbinding.
1.2
Huidige stand van zaken
In de afgelopen periode is de cNRD opgesteld. Dit is het onderzoeksplan voor de verkenning van een tracé voor de nieuwe bovengrondse 380 kV-hoogspanningsverbinding. Bij de totstandkoming van de cNRD is rekening gehouden met reacties van belanghebbenden op het V&P en (inhoudelijke) bijdragen van TenneT. De cNRD ligt ter inzage van 16 mei 2025 tot en met 26 juni 2025. In de cNRD zijn de voorlopige onderzoeksalternatieven beschreven (zie afbeelding 1.1). Dit zijn de verschillende mogelijkheden voor de hoogspanningsverbinding die we gaan onderzoeken. Het betreffen op dit moment nog zoekrichtingen die zijn weergegeven als grove lijnen. Mogelijk kunnen alternatieven nog wijzigen of toegevoegd worden naar aanleiding van reacties op het cNRD.
5 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
In de milieueffectrapport-procedure (hierna mer-procedure) onderzoeken we deze alternatieven en beoordelen we de alternatieven op hun milieueffecten. De resultaten van de onderzoeken komen zowel in het plan-milieueffectrapport (hierna plan-MER) als in de integrale effectenanalyse (hierna IEA). Hoofdstuk 2.2. gaat dieper in op onder andere het plan-MER en IEA met een uitgebreide toelichting.
Afbeelding 1.1 De onderzoeksalternatieven voor de nieuwe 380kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven
1.3
Rolverdeling
TenneT is de beheerder van het landelijk hoogspanningsnet en is als netbeheerder de initiatiefnemer voor de netuitbreiding. Via het landelijke net transporteert TenneT de elektriciteit, afkomstig van elektriciteitsproducenten, naar de netten van de regionale netbeheerders (zoals Enexis). Zij zorgen er op hun beurt voor dat de elektriciteit bij de gebruikers terechtkomt. De minister van KGG en de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (hierna VRO) zijn samen het bevoegd gezag. Dat betekent dat zij uiteindelijk besluiten waar de hoogspanningsverbinding komt te staan. De minister van KGG is ook het coördinerend bevoegd gezag voor de uitvoeringsbesluiten van andere bevoegde gezagen zoals Rijkswaterstaat en gemeenten. In het V&P staat dit verder uitgelegd. Over de te nemen besluiten laten de ministers zich adviseren door de regionale overheden (gemeenten, provincies en waterschappen) en andere externe partijen. E-MERGE ondersteunt TenneT bij het uitvoeren van dit project. E-MERGE is een samenwerking van de ingenieurs- en adviesbureaus Antea Group, Bilfinger Tebodin en Witteveen+Bos.
6 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
1.4
Onze contactgegevens
Voor informatie over de inhoud, technische vragen en participatie tijdens het project: - TenneT - 0800 – 83 66 388 - www.tennet.eu/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven - Email: maasbrachteindhoven@tennet.eu Voor informatie over de procedure en gepubliceerde documenten: - Bureau Energieprojecten - 088 042 47 47 - www.rvo.nl/netuitbreiding-maasbracht-eindhoven - Ministerie van KGG - E-mail: bureauenergieprojecten@minezk.nl
1.5
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 beschrijven we het proces op hoofdlijnen. In hoofdstuk 3 gaan we in op de participatie in de komende fase. In hoofdstuk 4 geven we aan hoe u kunt reageren. Tot slot vindt u in bijlage 1 het participatielogboek, waarin we terugblikken op de participatieactiviteiten die we in de vorige fase hebben uitgevoerd, hoe we mensen in de omgeving hebben betrokken en wat onze bevindingen zijn. In bijlage 2 is een overzicht van alle afkortingen en betekenissen opgenomen. In bijlage 3 is een overzicht opgenomen van belanghebbende stakeholders die we in de komende fase betrekken.
7 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
2 TOELICHTING OP HET PROCES 2.1
Hoofdproces en huidige stand van zaken
Het projectbesluit is voorzien in 2030 en vormt een belangrijk moment voor het project. In het projectbesluit worden onder andere de exacte ligging van de nieuwe verbinding en de precieze locaties van de masten vastgelegd. Ook onderbouwen we waarom het project in het publieke belang is en nemen we een uitgebreide analyse op van de mogelijke milieueffecten, inclusief de maatregelen die worden genomen om negatieve effecten voor mens en natuur te beperken. In het projectbesluit staat hoe het project eruit komt te zien, welke stappen nodig zijn voor de uitvoering, en welke voorzieningen we gaan treffen om hinder voor de omgeving zoveel mogelijk te beperken. Daarnaast leggen we eventuele wijzigingen in bestaande ruimtelijke plannen vast, zodat de uitvoering van het project juridisch en planologisch mogelijk wordt gemaakt. Het projectbesluit wordt via zorgvuldige en transparante procedures opgesteld. Daarbij werken we stapsgewijs toe naar een definitief besluit. Gedurende dit traject krijgen belanghebbenden de mogelijkheid om hun mening te geven en actief bij te dragen aan de ontwikkeling van het project. Op deze manier zorgen we ervoor dat het project in nauwe samenspraak met de omgeving vorm krijgt. De verschillende stappen van het project zijn weergegeven in afbeelding 2.1.
Afbeelding 2.1 Processtappen
Okt 2024
Juni 2025
Dec 2025
Medio 2026
Eind 2027
2027
2029/2030
2030
2024 — Start project - terinzagelegging Voornemen en Participatieplan (V&P). De eerste stap in het proces waarin het projectvoornemen wordt toegelicht en het participatieplan openbaar is gemaakt. De terinzagelegging heeft plaatsgevonden van 3 oktober tot en met 14 november 2024. 2025 – 2026 — Verkenningsfase - opstellen concept-Notitie Reikwijdte en Detailniveau (cNRD) en definitieve NRD. De (c)NRD presenteert de onderzoeksopzet naar de mogelijke alternatieven voor het tracé; - opstellen van het plan-MER. In het plan-MER zijn de mogelijke alternatieven op verschillende milieuthema’s onderzocht;
8 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
-
opstellen van de IEA. De alternatieven worden beoordeeld op milieueffecten (zoals volgt uit het planMER), technische haalbaarheid en maatschappelijke impact.
2027 — Voorkeursbeslissing - de ministers van Klimaat en Groene Groei (KGG) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) nemen een voorkeursbeslissing. Hierin staat welk alternatief de voorkeur heeft. 2028 – 2029 — Planuitwerkingsfase - de gekozen oplossingsrichting wordt verder uitgewerkt naar een projectbesluit. Locaties van masten en exacte tracés worden vastgesteld, net als de benodigde maatregelen om effecten te beperken. 2030 — Projectbesluit - de minister van KGG neemt het ontwerp en later definitieve projectbesluit. Ook voor dat besluit wordt een MER opgesteld, namelijk een project-MER. In het projectbesluit staat onder andere: · de exacte ligging van de verbinding en masten; · de onderbouwing van het publiek belang; · resultaten van het milieueffectonderzoek; · en de ruimtelijke en juridische maatregelen voor realisatie. De afgelopen periode stond in het teken van het opstellen van de cNRD. In deze fase is onder andere het V&P gepubliceerd, waarop belanghebbenden konden reageren. Het V&P omschrijft het project, de projectprocedure en de manier waarop burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen worden betrokken. Daarnaast hebben er diverse informatiesessies plaatsgevonden, zoals weergegeven in tabel 2.1.
Tabel 2.1 Overzicht informatiebijeenkomsten Voornemen & Participatieplan Sessie Soort
Onderwerp
Datum
Locatie
Webinar
Toelichting op V&P
17 oktober 2024
Online
Inloopavond
Toelichting op V&P
28 oktober 2024
Meijel
Inloopavond
Toelichting op V&P
30 oktober 2024
Brachterbreek
Inloopavond
Toelichting op V&P
31 oktober 2024
Heeze
Verder zijn verschillende onderzoeken uitgevoerd en rapporten opgesteld om te komen tot een onderzoeksaanpak voor het plan-MER. Dit heeft geresulteerd in de cNRD. De cNRD vormt de eerste formele stap in de milieueffectrapportage (plan-MER) voor dit project. In de cNRD zetten we uiteen welke onderwerpen we onderzoeken en tot welk detailniveau dit gebeurt. Ook lichten we toe welke mogelijke routes (alternatieven) voor de nieuwe hoogspanningsverbinding in beeld zijn en op welke manier we de nut en noodzaak van het project onderbouwen. Als bijlage bij de cNRD is de Notitie Onderzoeksalternatieven (NOA) opgenomen. Deze notitie beschrijft de ontwikkeling van de verschillende alternatieven en de overwegingen die hebben geleid tot het opnemen van specifieke tracés in het onderzoek. Dit participatieplan richt zich op de verkenningsfase van het plan-MER. De inzichten uit deze onderzoeken, samen met de inbreng van overheden, belanghebbenden en het publiek, vormen de basis voor de ontwerpvoorkeursbeslissing die naar verwachting eind 2027 ter inzage wordt gelegd.
9 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
2.2
Plan-MER en IEA
Op basis van de definitief vastgestelde NRD stellen we een plan-milieueffectrapport (plan-MER) op. Het doel van een plan-MER is om in de voorbereiding en de uiteindelijke keuze van de voorkeursbeslissing, het milieubelang een volwaardige plaats te geven. Dit gebeurt door de milieugevolgen van het project transparant en objectief te onderzoeken en vast te leggen in het plan-MER. Daarnaast voeren we een Integrale Effectanalyse (IEA) uit. De IEA brengt de effecten van de verschillende onderzoeksalternatieven in beeld op het gebied van techniek, omgeving, milieu, kosten en toekomstvastheid. Hierin vatten we per thema de belangrijkste informatie uit de onderliggende onderzoeken en rapportages samen. De focus ligt op de zwaarwegende en onderscheidende effecten van de alternatieven. De IEA presenteert deze informatie op een overzichtelijke manier, zodat de alternatieven goed met elkaar kunnen worden vergeleken. De resultaten van het milieueffectrapport (plan-MER) en de Integrale Effectenanalyse (IEA), samen met de adviezen van lokale en regionale overheden, vormen de inhoudelijke basis voor het nemen van een voorkeursbeslissing. In deze beslissing wordt aangegeven welke oplossingsrichting — welk tracé voor de hoogspanningsverbinding — de voorkeur heeft.
Voordat deze keuze definitief wordt gemaakt, publiceren de ministers van Klimaat en Groene Groei (KGG) en Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) eerst een ontwerp-voorkeursbeslissing. Hierin wordt de voorgestelde oplossing toegelicht. De verwachting is dat deze ontwerpbeslissing eind 2027 ter inzage wordt gelegd. Iedereen — inwoners, bedrijven, organisaties en overheden — kan dan reageren door een zienswijze in te dienen. Tegelijkertijd vraagt de minister van KGG onafhankelijk advies aan de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna Commissie m.e.r.). Deze commissie is een onafhankelijke instantie die beoordeelt of de milieueffecten van het project volledig en objectief in kaart zijn gebracht. Hun advies helpt bij het verbeteren van de besluitvorming en zorgt voor transparantie en zorgvuldigheid in het proces. De ingediende zienswijzen en het advies van de Commissie m.e.r. worden zorgvuldig meegewogen bij het opstellen van de definitieve voorkeursbeslissing. Daarmee wordt een belangrijke stap gezet in de verdere ontwikkeling en voorbereiding van het project.
10 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
3 PARTICIPATIE 3.1
Inleiding
In het Voornemen en Participatieplan (hierna V&P) is uitgelegd waarom wij participatie belangrijk vinden. In dit plan lichten wij toe hoe wij in de verkenningsfase de omgeving willen laten participeren en hoe wij omgaan met de inbreng vanuit de omgeving. Verder is beschreven welke communicatiemiddelen (zoals advertenties in kranten en inloopbijeenkomsten) we gebruiken. Dit participatieplan bouwt verder op het V&P door concreet op te nemen welke communicatie- en participatiemomenten we in de komende fase organiseren (zie tabellen 2 en 3).
3.2
Belang van participatie
De 380 kV-netuitbreiding is belangrijk voor een veilige en betrouwbare elektriciteitsverbinding tussen energieverbruikers en energieproducenten. Netuitbreiding is tegelijkertijd ook ingrijpend omdat de hoogspanningsverbinding de belangen en leefomgeving van betrokkenen in het gebied raken. Het doel van de participatie is om mensen en partijen uit de omgeving in het project mee te laten denken en te praten. Hiermee wordt besluitvorming voor de netuitbreiding beter omdat de verschillende belangen zorgvuldiger kunnen worden afgewogen. Lokale organisaties en bewoners hebben gebiedskennis over de fysieke kenmerken van een gebied, maar ook over culturele, historische en sociaaleconomische aspecten. Met participatie kunnen we zorgen dat deze gebiedskennis meegenomen wordt in de plannen en besluitvorming. In deze beginfase van het project is de participatieruimte soms beperkt en richt zich hoofdzakelijk op het informeren en inzichtelijk maken van belangen.
3.3
Hoe we het participatieproces organiseren
In het V&P is een indicatief overzicht gegeven van mogelijke stakeholders. Dat overzicht is nog niet volledig. Daarnaast is de wijze van betrokkenheid van stakeholders afhankelijk van de fase in het project. Naarmate er meer duidelijkheid komt over een voorkeurstracé en de precieze locatie, komen meer lokale stakeholders in beeld. In dit project onderscheiden we de volgende type stakeholders: - burgers: inwoners van gemeenten in het zoekgebied; - bedrijven: bedrijven gevestigd in het zoekgebied of met een belangrijk aandeel in het zoekgebied; - bestuursorganen: bij het project zijn bestuursorganen betrokken op zowel landelijk niveau (bijvoorbeeld het ministerie), regionaal niveau (bijvoorbeeld provincie en waterschappen) als lokaal niveau (bijvoorbeeld gemeenten); - maatschappelijke organisaties: organisaties die een maatschappelijk belang hebben. U kunt hier denken aan natuur- en milieuorganisaties die als doel hebben de natuur en leefomgeving te beschermen. In bijlage 3 is de inventarisatie opgenomen van de te betrekken stakeholders.
11 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
De wijze en het doel van participatie verschillen per stakeholdergroep en projectfase. Hoe wij deze groepen stakeholders bij het uitvoeren van het plan-mer informeren en/of betrekken is in onderstaande paragrafen beschreven.
3.3.1
Burgers en bedrijven
De cNRD ligt in de periode 16 mei 2025 tot en met 26 juni 2025 ter inzage. Ook organiseren we wederom informatiebijeenkomsten om de cNRD toe te lichten, vragen te beantwoorden en informatie uit het gebied te verzamelen. De wijze waarop reacties ingediend kunnen worden leest u in hoofdstuk 4. Een antwoord op deze reacties en eventuele wijzigingen in de cNRD communiceren we vervolgens via een Reactienota. Deze nota wordt samen met de definitieve NRD eind 2025 gepubliceerd op de websites van Bureau Energie Projecten en TenneT. Voor de gebieden rondom de hoogspanningsstations Maasbracht en Eindhoven is in de verkenningsfase het contact met bewoners actiever dan in andere gebieden. Voor deze gebieden is immers op voorhand al bekend dat de hoogspanningsmasten hier gerealiseerd worden. Bewoners of bewonersorganisaties in deze gebieden benaderen we in deze fase actief (zie bijlage 3). Voor burgers en bedrijven in het hele gebied geldt dat informatie of vragen het beste gedeeld kunnen worden via de projectviewer. TenneT kan dan indien nodig direct contact met u opnemen of via de projectviewer uw vraag beantwoorden. Na de publicatie van de definitieve NRD werken we in de daaropvolgende fase het plan-MER uit. De bijbehorende onderzoeken en resultaten delen we met belanghebbenden, waaronder bedrijven, grondeigenaren en bewoners.
Hiermee bieden we openheid over de uitgevoerde onderzoeken en de informatie die de basis is voor de keuze voor een voorkeursalternatief. Na de vaststelling van de voorkeursbeslissing kan de communicatie en participatie met belanghebbenden gerichter plaatsvinden, aangezien dan duidelijk is welke burgers en bedrijven zich binnen het projectgebied bevinden.
3.3.2
Bestuursorganen
Voor de regionale overheden is een ambtelijk overleg ingericht. In dit overleg kunnen zij TenneT en KGG adviseren over de op te stellen formele documenten en de voorliggende keuzes. Tevens delen we in dit overleg relevante gebiedsinformatie. In het ambtelijk overleg bereiden we ook de bestuurlijke overleggen met de regionale overheden voor. Aan deze bestuurlijke overleggen nemen de bestuurders van gemeenten, provincie en waterschappen in het zoekgebied deel. Zij worden geïnformeerd en adviseren de ministers over de te nemen besluiten.
3.3.3
Maatschappelijke organisaties
De participatie met maatschappelijke organisaties richt zich op het betrekken, laten meedenken en het leveren van input op het plan-mer en de IEA. We voeren gesprekken en organiseren bijeenkomsten met deze partijen over specifieke onderwerpen, zoals natuur of landschap. We vragen hen om advies over de uit te voeren onderzoeken en de effectbeoordelingen van de alternatieven. Daarnaast kunnen zij, net als overheden, burgers en bedrijven, formeel reageren op de voorgelegde stukken. In bijlage 3 is een onderscheid gemaakt tussen organisaties die wij actief benaderen in de verkenningsfase en overige organisaties.
12 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
3.4
Overzicht van activiteiten
De communicatie- en participatieactiviteiten zijn over de tijd beschreven tot en met de publicatie van de voorkeursbeslissing. Met de participatieactiviteiten organiseren wij betrokkenheid en inspraak van belanghebbenden bij het project. De communicatieactiviteiten gaan hoofdzakelijk over het informeren over het project.
3.4.1
Communicatieactiviteiten en -middelen
In de verkenningsfase houden wij betrokkenen via verschillende communicatiemiddelen en activiteiten op de hoogte over het project. In tabel 3.1 ziet u hoe wij de communicatie voor ons zien tot en met de publicatie van de ontwerp-voorkeursbeslissing. Deze communicatiemiddelen zijn niet per se de enige manieren van communicatie. Naar behoefte kunnen we per situatie verschillende middelen inzetten.
Tabel 3.1 Overzicht communicatieactiviteiten en -middelen Communicatiemiddel
Doelgroep
Toelichting
Website TenneT Netuitbreiding Maasbracht – Eindhoven
alle geïnteresseerden
Alle projectinformatie, zoals nieuwsberichten,
Website RVO 380 kV Netuitbreiding Maasbracht - Eindhoven | RVO.nl
alle geïnteresseerden
Alle informatie over het formele besluitvormingsproces, waaronder de publicaties.
(sociale) media van de gemeente.
alle geïnteresseerden
Waar mogelijk vragen we gemeenten om hun de sociale mediakanalen in te zetten om te communiceren over terinzagelegging van gepubliceerde stukken, informatiebijeenkomsten en te reageren op gepubliceerde stukken.
Projectviewer Projectview - 380 kV Netuitbreiding Maasbracht – Eindhoven
alle geïnteresseerden
Een website die speciaal is opgezet om op een kaart met daarop het zoekgebied de onderzoeksalternatieven te bekijken. Het is mogelijk om vragen te stellen en opmerkingen achter te laten.
Nieuwsbrief aanmeldformulier nieuwsbrief netuitbreiding Maasbracht – Eindhoven
iedereen die zich heeft ingeschreven
In de nieuwsbrief delen wij informatie over de stappen richting de ontwerp-voorkeursbeslissing en andere relevante informatie over het project. Aanmelden kan via de website van TenneT.
Webinars
alle geïnteresseerden
Live-uitzendingen die via internet te volgen zijn en achteraf zijn terug te kijken. Deelnemers kunnen vragen stellen via een chatfunctie.
Informatiebijeenkomsten
alle geïnteresseerden
Betrokkenen bij het project informeren bezoekers over de concept-NRD en ontwerp-voorkeursbeslissing. Aanwezigen kunnen hier reacties of zienswijzen inbrengen maar dit kan ook achteraf gedurende de periode van ter inzage ligging.
Presentaties bij belanghebbenden partijen
gemeenteraden, regionale (bestuurlijke) overleggen en belangenorganisaties
We bieden de mogelijkheid om een presentatie te
animaties, factsheets, verhalen, veelgestelde vragen en een link naar de projectviewer.
geven over de stand van zaken in het project en de procedure. We sluiten aan bij regionale (bestuurlijke) overleggen en kunnen op verzoek langsgaan bij gemeenteraden en belangenorganisaties (bijvoorbeeld ondernemersverenigingen en dorpsraden)
13 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
Communicatiemiddel
Doelgroep
Toelichting
(Sociale) Media
alle geïnteresseerden
publicatie in de Staatscourant, huis-aan-huisbladen, online kranten. Informeren over de terinzagelegging van gepubliceerde stukken, de informatiebijeenkomsten en de mogelijkheid om te reageren op de gepubliceerde stukken.
3.4.2
Participatieactiviteiten en -middelen
In tabel 3.2 hebben wij aangegeven hoe wij de participatie voor ons zien tot en met de publicatie van de ontwerp- voorkeursbeslissing. Deze middelen zijn niet uitputtend en naar behoefte kunnen we per situatie verschillende middelen inzetten.
Tabel 3.2 Overzicht participatieactiviteiten en -middelen Participatie
Doelgroep
Toelichting
Regio-overleggen en bestuurlijke overleggen
betrokken provincies, gemeenten en waterschappen
Met ambtenaren en besturen bijpraten over conceptversies van belangrijke documenten en belangrijke stappen in de procedure.
Werksessies in het gebied
betrokken lokale en regionale overheden, regionale netbeheerders en overkoepelende belangengroepen (zie bijlage 3)
In deze werksessies bespreken we met partijen de voortgang van het project kunnen partijen inbreng leveren. De sessies hebben als doel om informatie op te halen over: -
aandachtspunten en belangen van partijen in het zoekgebied;
-
gebiedswaarden en nieuwe ontwikkelingen in het zoekgebied;
-
kansen en mogelijke problemen voor de aanleg van de hoogspannings-verbinding;
-
uitwerken van voorstellen van verschillende tracés; behoefte voor participatie in de volgende stap van het project.
Persoonlijke gesprekken en presentaties
iedereen, op verzoek
In (individuele) gesprekken kunnen we specifieke informatie delen en bespreken.
Terinzagelegging concept-NRD en dit Participatieplan
iedereen
Iedereen kan reageren op de tracéalternatieven die in de plan-mer onderzocht worden en op de manier van onderzoek (de reikwijdte en het detailniveau). Dit kondigen wij vroeg en uitgebreid op meerdere manieren aan (zie tabel 2).
Informatiebijeenkomsten
iedereen
Na publicatie van de concept-NRD en de voorkeursbeslissing organiseren we informatiebijeenkomsten. Het doel van deze bijeenkomsten is het toelichten van de voorliggende stukken en vragen beantwoorden.
Reactienota
iedereen
Van alle reacties op de concept-NRD (inclusief dit participatieplan) maken we een reactienota met antwoorden. Dat geldt ook voor zienswijzen op de voorkeursbeslissing. De reacties op het concept-NRD worden gebruikt bij het maken van de definitieve NRD en indien nodig, bij latere besluiten in dit project.
14 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
Participatielogboek Alle participatie-activiteiten in dit project verzamelen we in een logboek. Hierin leest u welke activiteiten wanneer zijn geweest, wie hierbij aanwezig waren (personen geanonimiseerd) en wat de belangrijkste onderwerpen van de activiteit waren. Het participatielogboek van de afgelopen periode kunt u vinden in bijlage 1 van dit document. Participatie en communicatiekalender De activiteiten zoals benoemd in tabel 3.1 en 3.2 zijn in tabel 3.3 over de tijd uitgezet tot en met de publicatie van de ontwerp-voorkeursbeslissing, het plan-mer en de IEA. De planning van de diverse bijeenkomsten en andere activiteiten is onder voorbehoud. Tijdens de verkenningsfase werken we toe naar een zorgvuldige besluitvorming over de netuitbreiding. We maken een onderscheiding tussen drie sporen: het formele spoor, het omgeving spoor en het inhoudelijk spoor. We volgen het formele spoor met daarin de publicatie van eerst de ontwerp-voorkeursbeslissing en daarna de definitieve voorkeursbeslissing. Via ambtelijke en bestuurlijke overleggen vragen we regionale overheden om advies. Via het inhoudelijke spoor helpen medeoverheden en relevante maatschappelijke organisaties om de effecten van de onderzoeksalternatieven steeds beter in beeld te brengen. Hierbij kijken wij ook naar (mogelijke) knelpunten en eventuele mitigerende maatregelen.
Ook informeren we tussentijds via het omgevingsspoor alle geïnteresseerden over de laatste stand van zaken en mogelijkheden om te reageren of in gesprek te gaan. Aanvullend daarop gaan wij in gesprek met partijen als daar behoefte aan is. Individuele gesprekken met ambtenaren, bestuurders, particulieren en andere belanghebbenden voeren we doorlopend en zijn daarom niet opgenomen in de tijdlijn.
Tabel 3.3 Overzicht van participatieactiviteiten tot ontwerp-voorkeursbeslissing Periode
Omgevingsspoor
Formele spoor
Inhoudelijke spoor
Q2 2025
Aankondiging en terinzagelegging cNRD, informatiesessies en webinar
Publicatie concept-NRD (30 mei)
Sessies Ruimtelijk Kwaliteitskader
Q3 2025
Informatiebijeenkomsten en webinar over de cNRD
Q4 2025
Aankondiging en publicatie definitieve NRD
Q1 2026
Nieuwsbrief, webinar en gerichte informatiesessies
Q2 2026
Nieuwsbrief en bezoeken aan belanghebbenden
Ambtelijk/bestuurlijk overleg over plan-MER en IEA
Werksessies plan-MER over effectonderzoeken
Q3 2026
Nieuwsbrief en informatiesessies op verzoek
Ambtelijk/bestuurlijk overleg over voortgang
Werksessies plan-MER over effectonderzoeken
Q4 2026
Nieuwsbrief en presentaties tussentijdse resultaten
Ambtelijk/bestuurlijk overleg en advies regionale overheden
Werksessies plan-MER over onderzoeksresultaten
Moment nog nader te bepalen
Presentaties en nieuwsbrief over ontwerpvoorkeursbeslissing
Publicatie ontwerpvoorkeursbeslissing en documenten
Moment nog nader te bepalen
Nieuwsbrief, informatiebijeenkomsten en webinar
Ambtelijk/bestuurlijk overleg over zienswijzen
15 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
Ambtelijk/bestuurlijk overleg over reacties op cNRD Werksessies plan-MER over effectonderzoeken
Vaststelling en publicatie definitieve voorkeursbeslissing
3.5
Afstemming met projecten in de omgeving
In het gebied waar de nieuwe verbinding moet komen spelen meerdere TenneT projecten. In onderstaande tabel zijn andere projecten van TenneT in de omgeving weergegeven (zie tabel 3.4).
Tabel 3.4 Samenhang met andere lopende of aankomende TenneT projecten TenneT project
Relevantie voor dit project
Vernieuwing 380 kV-hoogspanningsstation Maasbracht
Het verouderde 380/150 kV-hoogspanningsstation Maasbracht wordt vernieuwd, wat essentieel is voor de aansluiting en betrouwbaarheid van de nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding.
Beter Benutten Maasbracht-Eindhoven
De capaciteit van de bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven wordt uitgebreid tussen 2024 en 2025. Dit project is direct relevant omdat het de netwerkcapaciteit in hetzelfde tracégebied verhoogt, wat invloed heeft op de planning en uitvoering van de nieuwe verbinding.
Beter Benutten Maasbracht-Boxmeer-Dodewaard
De capaciteit van de bestaande 380 kVhoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Dodewaard wordt uitgebreid tussen (naar verwachting) 2028 en 2029. Dit project is relevant omdat het netwerkcapaciteit verhoogt en invloed heeft op de planning van de nieuwe verbinding.
Verzwaring Maasbracht-Graetheide
De bovengrondse verbinding tussen Maasbracht en Graetheide wordt verzwaard van 150 kV naar 380 kV. In de bestaande masten worden nieuwe geleiders gehangen.
Netuitbreiding Maasbracht-Graetheide
Een nieuwe bovengrondse verbinding tussen Maasbracht en Graetheide. Dit is een nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding, naast de bestaande. Deze netuitbreiding is nog in studie door TenneT.
Versterken 150 kV-hoogspanningsverbinding EindhovenMaarheeze
Een nieuwe ondergrondse 150 kV-verbinding tussen Eindhoven Oost en Maarheeze kan invloed hebben op de ruimtelijke inpassing en coördinatie van de nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding.
Station Maarheeze (Bay Replacement Program)
Het hoogspanningsstation Maarheeze wordt vernieuwd en opgewaardeerd, wat de betrouwbaarheid en capaciteit van het netwerk in de regio verbetert. Dit is van belang voor de aansluiting van de nieuwe 380 kV-hoogspanningsverbinding.
Station Eindhoven (Daalakkersweg)
Het 150/380 kV-hoogspanningsstation Eindhoven wordt vernieuwd en uitgebreid. Dit project is relevant voor de aansluiting en integratie van de nieuwe 380 kVhoogspanningsverbinding in het bestaande netwerk.
16 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
4 REACTIES 4.1
Reageren op dit participatieplan en de concept-NRD
Dit participatieplan is opgesteld om gelijktijdig met de cNRD met u te delen. Net als op de cNRD kunt u ook op dit participatieplan reageren. Dit participatieplan ligt samen met de concept-NRD ligt ter inzage van 16 mei 2025 tot en met 26 juni 2025. Iedereen die dat wil kan binnen deze termijn een reactie indienen bij Bureau Energieprojecten van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO), een uitvoeringsorganisatie van het ministerie van KGG. Bureau Energieprojecten ontvangt uw reactie bij voorkeur digitaal. Dat kan via www.rvo.nl/netuitbreidingmaasbracht-eindhoven. Ook kunnen reacties per post opgestuurd worden naar het adres: Postbus 93144, 2509 AC Den Haag Reacties kunnen ook mondeling gegeven worden tijdens de reactieperiode via Bureau Energieprojecten, op werkdagen van 09.00 uur tot 12.00 uur, telefoonnummer: 088 042 47 47.
4.2
Uw reactie is van harte welkom
Naast de activiteiten die wij vanuit het project voorstellen, spelen wij graag in op uw eventuele behoefte aan informatie en wijze van contact met u. Heeft u of uw organisatie behoefte aan bepaalde informatie, wilt u informatie, zorgen en/of opmerkingen met ons delen of met ons kennismaken? Laat het ons weten! Wij bekijken dan samen welke contactvorm het beste past. Dat kan een individueel contactmoment zijn, maar ook het geven van een presentatie of een werksessie. Het participatieplan actualiseren we in elke projectfase. Het volgende plan wordt gepubliceerd bij de vaststelling van de ontwerp-voorkeursbeslissing. Heeft u na het lezen van dit plan vragen of opmerkingen? U kunt schriftelijk of mondeling reageren op dit participatieplan. Meer informatie over hoe u kunt reageren, vindt u op de website van RVO. U kunt ook contact met ons opnemen via de gegevens die vermeld staan in paragraaf 1.4.
17 | 17
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Definitief
Bijlage(n)
I BIJLAGE: PARTICIPATIELOGBOEK Inleiding In het proces van het V&P en de totstandkoming van de cNRD heeft een participatieproces plaatsgevonden. Onderstaand is een verslag van dit proces opgenomen. Start van dit proces was de publicatie van het V&P op 2 oktober 2024 en eindigt met de publicatie van de cNRD op 30 mei 2025. In dit verslag blikken KGG en TenneT terug op de participatie en inspraak ten aanzien van het project en de afgelopen fase. Aangegeven is welke activiteiten ondernomen zijn, met wie gesproken is, welke inbreng omgeving geleverd heeft, wat met deze inbreng gedaan is en wat de belangrijkste bevindingen tot nu toe zijn. In dit verlag is ook een overzicht opgenomen van alle betrokkenen tot nu toe. Participatie tijdens de fase van de concept-NRD In de afgelopen fase hebben meerdere participatie en communicatiemomenten plaatsgevonden. Onderstaand is een overzicht weergegeven. Voornemen en participatieplan Het ‘Voornemen en participatieplan Netuitbreiding Maasbracht–Eindhoven’ heeft van vrijdag 4 oktober 2024 tot en met donderdag 14 november 2024 ter inzage gelegen. In deze periode kon u hierop reageren. In totaal zijn binnen de reactietermijn 86 reacties binnengekomen waarvan 84 uniek. De reacties zijn integraal opgenomen in een inspraakbundel.
Deze is te vinden op https://www.rvo.nl/sites/default/files/202412/Inspraakbundel-Voornemen-en-participatieplan-380kV-Netuitbreiding-Maasbracht-Eindhoven.pdf Inzet communicatiemiddelen Om het project bekend te maken hebben we op 2 oktober 2024 de kennisgeving gepubliceerd. Dit is een advertentie in de Staatscourant. Daarnaast hebben we in een groot aantal huis-aan-huisbladen een advertentie geplaatst en hebben we de publicatie via diverse onlinekanalen van betrokken overheden verspreid. In deze publicaties hebben we de reactiemogelijkheid op het V&P vermeld. Het project is ook vermeld op de website van Bureau Energieprojecten (met informatie over de procedure en besluitvorming) en de website van TenneT (met informatie over het project). In het laatste kwartaal van 2024 is deze website circa 4.000 keer bezocht. Er zijn inloopbijeenkomsten gehouden waarbij belangstellenden geïnformeerd werden over het project en het te volgen proces. Daarnaast is een onlinebijeenkomst (webinar) georganiseerd. Er zijn ook aankondigingen in de lokale huis-aan-huisbladen, de projectsites van TenneT en RVO en de Staatscourant gedaan. Tijdens deze bijeenkomsten konden belangstellenden in gesprek met deskundigen van TenneT, KGG en E-MERGE en vragen stellen. Bij de fysieke bijeenkomsten was er de mogelijkheid om ter plekke een formele reactie op in te dienen.
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Bijlage I | Definitief
De volgende bijeenkomsten zijn georganiseerd: Datum
Locatie
Aantal bezoekers
Donderdag 17 oktober 2024
Online webinar
280
Maandag 28 oktober 2024
Gemeenschapshuis d’n Binger in Meijel
68
Woensdag 30 oktober 2024
Het Baekerhoes in Brachterbeek
72
Donderdag 31 oktober
Dorpshuis ’t Perron in Heeze
51
De drie fysieke bijeenkomsten hadden dezelfde opzet. Er waren informatieboren over onder andere nut en noodzaak van de uitbreiding van het 380kV net, het zoekgebied, de procedure en gerelateerde hoogspanningsprojecten in de omgeving. Consultatiemomenten, werksessies en afstemmingsmomenten Afgelopen fase hebben meerdere bijeenkomsten met betrokken regionale overheden en organisaties plaatsgevonden. Doel van deze bijeenkomsten was om alle relevante gebiedskennis voor het project op te halen en het proces met elkaar te delen. Met regionale overheden hebben op ambtelijk niveau en bestuurlijk niveau regionale en individuele overleggen plaatsgevonden. Hierin waren de volgende overheden betrokken: Betrokken regionale overheden
Gemeenten:
Someren Nuenen Waalre Valkenswaard Deurne Asten Heeze-Leende Geldrop-Mierlo Eindhoven Helmond Cranendonck Helmond Nederweert Peel en Maas Maasgouw Leudal Weert Roermond
Provincies
Limburg Noord-Brabant
Waterschappen
Dommel Aa en Maas Limburg
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Bijlage I | Definitief
Betrokken regionale overheden
Overig
Metropoolregio Eindhoven (MRE) Omgevingsdienst Zuidoost Brabant
Met de regionale overheden hebben op ambtelijk en bestuurlijk niveau plaatsgevonden: Ambtelijke werkgroep
Onderwerp (o.a.)
14 mei 2024
Startbijeenkomst
4 juli 2024
Concept V&P
29 augustus 2024
Voorbereiden Bestuurlijk Overleg van 9 september
16 oktober 2024
Werksessies mogelijke onderzoeksalternatieven
4 december 2024
Overdracht 80% versie cNRD en NOA voor ambtelijke review
18 en 19 februari 2025
Overdracht 95% versie cNRD en NOA voor ambtelijke review
8 april 2025
Ruimtelijk Kwaliteitskader omgevingssessie
8 april 2025
Voorbereiden Bestuurlijk Overleg van 17 april PM werksessie
Bestuurlijk overleg
Onderwerp (o.a.)
9 september 2024
Voorgenomen publicatie V&P en vervolgproces
29 januari 2025
Resultaten inspraak V&P en stand van zaken cNRD en NOA
17 april 2025
Voorgenomen publicatie cNRD + NOA en vervolgproces
In onderstaand overzicht zijn de maatschappelijke organisaties weergegeven die in de afgelopen fase betrokken zijn. Betrokken maatschappelijke organisaties
Natuur
Natuurmonumenten Limburgs Landschap Staatsbosbeheer Brabants Landschap
Landbouw
ZLTO LLTB
Waterzuivering
WML Brabant Water
De volgende bijeenkomst heeft met deze maatschappelijke organisaties plaatsgevonden: Ambtelijke werkgroep
Onderwerp (o.a.)
18 december 2024
Startbijeenkomst
8 april 2025
Ruimtelijk Kwaliteitskader omgevingssessie
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Bijlage I | Definitief
Tot slot hebben ook veel individuele contactmomenten plaatsgevonden met organisaties. De belangrijkste zijn onderstaand weergegeven. Organisatie
RWE Ministerie van Defensie Rijkswaterstaat ProRail Bewonersplatform Bezorgde Burgers Brachterbreek
Opbrengst en bevindingen van de participatie bij het Voornemen en Participatieplan (V&P) Het participatieproces voor de fase cNRD is uitgevoerd zoals voorgesteld in het V&P. Tijdens dit proces hebben omgevingspartijen hun zorgen, aandachtspunten, vragen, suggesties en opmerkingen met ons gedeeld en besproken en zijn ook waardevolle adviezen ingebracht op zowel inhoudelijk als procesmatig vlak. Deze inbreng betrof onder andere de volgende onderwerpen: - zorg- en aandachtspunten, die in het onderzoek in het plan-mer een plek moeten krijgen. Dit betreft onder meer vragen over gezondheidseffecten en aantasting van woongenot; - een behoefte aan meer duidelijkheid over de te onderzoeken alternatieven en de effecten daarvan op de omgeving; - de afbakening van het in het V&P weergegeven zoekgebied. Zo zijn er vragen gesteld over de begrenzing van het zoekgebied bij Eindhoven; - er zijn voorstellen gedaan voor de ligging van onderzoeksalternatieven, waarbij met name is aangegeven met welke ruimtelijke knelpunten rekening dient te worden gehouden; - aandachtspunten bij de tracering van de nieuwe verbinding.
Dit betreft onder meer informatie over nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in het zoekgebied; - zorgen over (financiële) schade als gevolg van nieuwe verbindingen, zoals waardevermindering van woningen en verlies van landbouwareaal; - voorstellen voor andere oplossingen, zoals het (deels) ondergronds aanleggen van de nieuwe verbinding; - er zijn aandachtspunten meegegeven voor participatie in het vervolgproces van de verschillende projecten rond Brachterbeek. De opgave voor het realiseren van een tweede verbinding tussen Maasbracht en Eindhoven kent de uitdaging dat er enerzijds een grote maatschappelijke opgave is om tot de benodigde capaciteitsuitbreiding te komen, en anderzijds de behoefte om in goede samenwerking met medeoverheden tot concrete resultaten te komen in een door planning en resultaat gestuurde procedure. Omdat we aan het begin van het project staan en nog veel zaken uitgewerkt moeten worden, zijn nog niet alle belangen voldoende in beeld. Door met elkaar het gesprek te blijven voeren en aandachtspunten in dit kader gezamenlijk op te pakken, zullen we ook in de vervolgfase met onze samenwerkingspartners blijven werken aan een zorgvuldig uitvoering van het project.
Voor wat betreft de inhoudelijke evaluatie van het achterliggende participatietraject zien we het volgende: Met ongeveer 200 bezoekers van de drie informatiebijeenkomsten en 280 bezoekers van de webinar zijn we tevreden. We zijn positief over de betrokkenheid van de bezoekers en het aantal reacties op het V&P. De inbreng die we tijdens de informatiebijeenkomsten hebben ontvangen, is ook mede richtinggevend voor het participatietraject in de volgende fase. Tegelijkertijd realiseren we ons dat er altijd ruimte is voor verbetering. Een belangrijk aandachtspunt is het nog beter afstemmen van participatie op de lokale context. Een voorbeeld hiervan is Brachterbeek, waar we nog specifieker moeten inspelen op de lokale opgaven en behoeften. We nemen deze inzichten mee om ons participatieproces verder te verbeteren.
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Bijlage I | Definitief
In de werksessies met regionale overheden en de maatschappelijke organisaties hebben wij gesprekken gevoerd over de in het gebied aanwezige ruimtelijke kwaliteit en ontwikkelingen. Ook hebben we met elkaar oplossingsrichtingen voor de hoogspanningsverbindingen besproken. Dit biedt een goede basis voor dialoog. Dankzij de actieve en constructief-kritische houding van betrokkenen hebben we veel nuttige informatie over het zoekgebied opgehaald. Tot slot maken we langs deze weg gebruik van de gelegenheid om alle deelnemers aan een of meerdere participatieactiviteiten te bedanken voor hun inbreng.
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Bijlage I | Definitief
II BIJLAGE: AFKORTINGEN IEA: Integrale Effecten Analyse In de integrale effectanalyse (IEA) worden de effecten op gebied van techniek, omgeving, milieu, kosten en toekomstvastheid van de verschillende alternatieven voor de route in beeld gebracht. In de IEA vatten we per thema de belangrijkste informatie uit de onderliggende onderzoeken en rapportages samen. Het gaat hierbij om de zwaarwegende en onderscheidende effecten van de onderzoeksalternatieven. De IEA presenteert de informatie op een overzichtelijke manier, zodat de alternatieven vergeleken kunnen worden. KGG: (Ministerie of minister van) Klimaat en Groene Groei kV: kilo (duizend) volt plan-MER: milieueffectrapportage Het doel van een milieueffectrapportage is om in de voorbereiding en vaststelling van besluiten het milieubelang een volwaardige plaats te geven. Dit doen we door de milieugevolgen van een plan of project transparant en objectief te onderzoeken en in beeld te brengen. Dat leggen we vast in het milieueffectrapport (afgekort met de hoofdletters MER). plan-mer: milieueffectrapportage-procedure Het proces van het opstellen van een plan-MER. NOA: Notitie Onderzoeksalternatieven De Notitie van Onderzoeksalternatieven (NOA) is een document dat is opgesteld in het kader van milieueffectrapportages (MER) en andere plan- en projectprocedures.
Het beschrijft de verschillende alternatieven die onderzocht worden om een bepaald doel of project te bereiken, evenals de criteria die gebruikt worden om deze alternatieven te evalueren. Het doel van de NOA is om duidelijk te maken welke opties er zijn, waarom bepaalde alternatieven gekozen of afgewezen worden, en wat de verwachte effecten van deze alternatieven zijn op het milieu, de samenleving en andere relevante aspecten. Het opstellen van de NOA is een belangrijke stap in het proces van besluitvorming, omdat het helpt om transparant te maken welke alternatieven onderzocht worden en waarom bepaalde keuzes worden gemaakt. NRD: Notitie Reikwijdte en Detailniveau & cNRD: concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau De Notitie Reikwijdte en Detailniveau is de eerste stap in de mer-procedure waarin we de reikwijdte en het detailniveau van het plan-mer aangeven (de onderzoeksopgave). In de NRD leest u het ‘waarom’ (nut en noodzaak) van het voornemen, voor welke alternatieven we de milieueffecten in beeld brengen en de diepgang en methode van het onderzoek. RVO: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland V&P: Voornemen en Participatieplan VRO: (Ministerie of minister van) Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening We/wij: TenneT & het ministerie van Klimaat en Groene Groei
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Bijlage II | Definitief
III BIJLAGE: STAKEHOLDERS IN VERKENNINGSFASE Met onderstaande organisaties hebben wij in de verkenningsfase structureel overleg.
Regionale overheden Gemeenten
Someren Nuenen Waalre Valkenswaard Deurne Asten Heeze-Leende Geldrop-Mierlo Eindhoven Helmond Cranendonck Helmond Nederweert Peel en Maas Maasgouw Leudal Weert Roermond Limburg
Provincies
Noord-Brabant Waterschappen
Dommel Aa en Maas Limburg Metropoolregio Eindhoven (MRE)
Overig
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant Omgevingsdienst RUD Limburg Noord Overige organisaties Natuur
Natuurmonumenten Limburgs Landschap
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Bijlage III | Definitief
Staatsbosbeheer Brabants Landschap Landbouw
ZLTO LLTB
Waterzuivering
WML Brabant Water
Onderstaande organisaties worden in de verkenningsfase geïnformeerd zoals weergegeven in paragraaf 3.4.1 van het participatieplan. Bij specifieke vraagstukken vanuit TenneT of bij behoefte van de betreffende organisatie(s) kan aanvullend overleg georganiseerd worden. Een voorbeeld hiervan is de omgeving van de hoogspanningsstations Maasbracht en Eindhoven. Voor deze locaties is op voorhand duidelijk dat de verbinding daar gerealiseerd zal worden. In de verkenningsfase zal daarom intensief overleg plaatsvinden met lokale organisaties. Bij hoogspanningsstation Maasbracht is dat het bewonersplatform Bezorgde Burgers Brachterbeek. Onderstaande lijst is indicatief en kan gedurende de uitvoering van de planMER worden aangepast of uitgebreid. Belangenorganisaties
Brancheorganisaties Milieuorganisaties Erfgoedverenigingen Heemkundekringen Natuurorganisaties
Dorpsvertegenwoordiging
Wijkraden Dorpsraden Dorpsoverleggen
Netbeheerders en infrastructuurbedrijven
Enexis Netbeheer b.v. Gasunie ProRail
Rijksoverheid
Rijkswaterstaat Rijksdienst Cultureel Erfgoed Ministerie van Defensie
Veiligheidsregio’s
Veiligheidsregio Noord-Limburg Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost
E-MERGE | 141946-D.5/25-006.642 | Bijlage III | Definitief
E-MERGE