R - 5 Bijlage 1. Rapportage inwonersconsultatie asielopvang - gemeente Someren
Tekst van het document
28 januari 2026
GEMEENTE SOMEREN
Onderzoek
De houding van inwoners tegenover asielopvang Onderzoeksteam Eva van Malsen Marcel Boogers De gemeente Someren geeft uitvoering aan de Spreidingswet door asielzoekers op te vangen in een tijdelijke noodopvanglocatie tot 1 februari. De gemeente betrekt inwoners graag actief bij de realisatie van mogelijke opvangplekken na februari 2026. Daarom vindt de gemeente het van groot belang om inzicht te krijgen in de meningen, zorgen en drijfveren van inwoners. In dit kader voerde onderzoeksbureau Citisens in november en december 2025 een inwonersconsultatie uit. Wat vinden inwoners van Someren belangrijk bij de toekomstige opvang van asielzoekers in de gemeente? Wat zijn wensen en zorgen? En hoe worden inwoners het liefst betrokken?
1.
Inhoudsopgave – In deze rapportage Inhoudsopgave – In deze rapportage
2
Aanleiding onderzoek
3
1.1 Asielopvang in Someren 1.2 Methodiek
3 3
2. Belangrijkste resultaten
4
2.1 Opvatting over asielopvang in Someren is licht negatief 2.2 Ervaringen met de tijdelijke noodopvanglocatie zijn wisselend 2.3 Zorgen over veiligheid en overlast en cultuurverschillen komen vaak terug 2.4 Er is ruimte om van houding te veranderen 2.5 Het liefst (een) tijdelijke locatie(s) buiten het centrum 2.6 Er is vooral behoefte aan tijdige, duidelijke en praktische communicatie 2.7 Bij de opvang van asielzoekers gaat het voor invullers om verbondenheid, mitigatie, zorgvuldigheid en gelijkheid
4 4 4 4 4 4
3. Resultaten inwonersconsultatie
6
3.1 Asielopvang in Someren 3.1.1 Houding 3.1.2 Motieven achter houding 3.2 Tijdelijke noodopvanglocatie 3.2.1 Houding 3.2.2 Contact met bewoners 3.3 Toekomstige opvanglocatie 3.3.1 Voorwaarden 3.3.2 Type opvanglocatie 3.3.3 Plek in de gemeente 3.4 Betrokkenheid 3.5 Gemeentelijke communicatie 3.5.1 Waardering 3.5.2 Wensen
6 6 7 13 13 15 17 17 20 21 22 23 23 26
4. Conclusies
29
5. Onderzoeksverantwoording
30
5.1 Bereik 5.2 Verdeling invullers 5.3 Privacy & consent
30 30 31
5
2.
Aanleiding onderzoek Hoofdstuk 1 1.1 Asielopvang in Someren Op 31 januari 2025 trad de Spreidingswet in werking. Het doel van deze wet is om ervoor te zorgen dat er voldoende opvangplekken voor asielzoekers komen en dat deze eerlijk over alle gemeenten worden verdeeld. De gemeente Someren geeft uitvoering aan de Spreidingswet. Zij doet dat door op dit moment maximaal 180 asielzoekers op te vangen tot uiterlijk 1 februari 2026 in een tijdelijke noodopvanglocatie aan De Hoof. De gemeente betrekt inwoners graag actief bij de realisatie van mogelijke opvangplekken na februari 2026. Daarom vindt de gemeente het van groot belang om inzicht te krijgen in de meningen, zorgen en drijfveren van inwoners. In dit kader voerde onderzoeksbureau Citisens in november en december 2025 een inwonersconsultatie uit. Actualiteit 23 december 2025 Tijdens de raadsvergadering van 11 december 2025 informeerde het college de gemeenteraad over een noodoproep van het COA en het voornemen om de locatie tijdelijk te verlengen. Op 23 december 2025 besloot het college definitief om de tijdelijke opvanglocatie aan De Hoof te verlengen tot uiterlijk 1 september 2026.
1.2 Methodiek Het onderzoek was in te vullen van 10 november tot en met 4 december 2025 via www.asielopvangsomeren.nl. De vragenlijst heeft onderzoeksbureau Citisens opgesteld in samenwerking met gemeente Someren. Om aandacht te vragen voor het onderzoek liepen er advertenties via de online kanalen van DPG Media (AD.nl en NU.nl), ontvingen inwoners een ansichtkaart in de brievenbus, waren er een 0800-nummer en papieren vragenlijst beschikbaar en werden de gemeentelijke sociale mediakanalen ingezet. In totaal hebben 1.316 inwoners de vragenlijst ingevuld. Hun antwoorden vormen de basis voor de resultaten die in dit rapport worden beschreven. Dubbele invullers en invullers van buiten de gemeente zijn met verschillende verificatiemethoden uit de resultaten gefilterd. De resultaten zijn gewogen op de betrokkenheidsprofielen van Citisens 1. Voor een gemeente ter grootte van gemeente Someren betekent dit dat de resultaten representatief zijn met een betrouwbaarheidsniveau van 99% en een foutmarge van 5%. De onderzoeksgegevens zijn daarmee representatief voor de houdingen en opvattingen van de inwoners van Someren. Verdere toelichting op het aantal respondenten, de representativiteit van de resultaten en de analyse leest u in de onderzoeksverantwoording.
1 Onderzoeksbureau Citisens ontwikkelde een eigen segmentatiemodel: de betrokkenheidsprofielen. Deze profielen combineren
sociaal-demografische kenmerken met data over de betrokkenheid van inwoners bij hun eigen leefomgeving, hun vertrouwen in instituties, hun politiek zelfvertrouwen, participatiegedrag en communicatievoorkeuren. Meer informatie over de betrokkenheidsprofielen vindt u in de bijlage van dit rapport en op www.citisens.nl/tools/betrokkenheidsprofielen.
3.
2. Belangrijkste resultaten Hoofdstuk 2 2.1 Opvatting over asielopvang in Someren is licht negatief Een kleine meerderheid van de invullers kijkt kritisch naar asielopvang in Someren. Ze maken zich zorgen over veiligheid en overlast, druk op de woningmarkt en cultuurverschillen als gevolg van asielopvang. Hier tegenover staat een veel kleinere groep die asielopvang ziet als een morele plicht en noodzakelijk om mensen in nood te helpen.
2.2 Ervaringen met de tijdelijke noodopvanglocatie zijn wisselend De meningen over de tijdelijke noodopvanglocatie zijn sterk verdeeld. Invullers die de locatie negatief beoordelen, doen dit onder andere omdat zij zich onveilig voelen, omdat ze opvang duur vinden, of omdat ze zich zorgen maken dat een tijdelijke opvang uiteindelijk een permanente opvang gaat worden. Invullers die positief staan tegenover de tijdelijke opvanglocatie, voelen een (morele) plicht om op te vangen en geven aan dat ze het goed vinden dat het de tijdelijke noodopvanglocatie bijdraagt aan gespreide opvang in Nederland. Een deel van hen geeft aan geen last te hebben van de opvanglocatie.
2.3 Zorgen over veiligheid en overlast en cultuurverschillen komen vaak terug In de gehele vragenlijst komen de thema’s veiligheid, overlast en cultuurverschillen veelvoudig voor. Wanneer invullers een negatieve houding hebben ten opzichte van de opvang, zijn deze thema’s vaak motieven voor die houding. Ook zijn dit voor invullers belangrijke thema’s als het gaat om toekomstige opvang. Ongeveer driekwart van de invullers vindt het belangrijk dat de gemeente aandacht besteedt aan (on)veiligheid en overlast bij toekomstige asielopvang, alsook dat asielzoekers zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur en taal.
2.4 Er is ruimte om van houding te veranderen Wanneer gemeente Someren rekening houdt met de gestelde voorwaarden van de invullers, zoals aandacht besteden aan veiligheid en overlast en goed communiceren over asielopvang, verandert het beeld van de houding tegenover asielopvang. Wanneer de gemeente rekening houdt me t de gestelde voorwaarden, daalt het aantal invullers dat (heel) negatief staat tegenover asielopvang, en stijgt het aantal invullers dat (heel) positief staat tegenover asielopvang in gemeente Someren. Een deel van de invullers blijft onverminderd negatief.
2.5 Het liefst (een) tijdelijke locatie(s) buiten het centrum Ruim de helft van de invullers heeft een voorkeur voor een tijdelijke noodopvanglocatie tot februari 2028. Daarnaast geven invullers een voorkeur aan opvang in het buitengebied of aan de randen van de dorpskern. Ook benoemen invullers vaker in open antwoorden dat zij de opvang van gezinnen verkiezen boven de opvang van alleenstaande, jonge mannen.
2.6 Er is vooral behoefte aan tijdige, duidelijke en praktische communicatie De waardering voor de gemeentelijke communicatie is verdeeld: een grote groep vindt de informatie onvoldoende of te laat. Tegelijk is er een duidelijke behoefte aan meer transparantie. Invullers willen vooral weten wie er komt, waar en hoe lang opvang plaatsvindt, hoe veiligheid geregeld is en waar zij terecht kunnen met vragen of zorgen. Zowel papieren als digitale informatiekanalen worden gewaardeerd.
4.
2.7 Bij de opvang van asielzoekers gaat het voor invullers om verbondenheid, mitigatie, zorgvuldigheid en gelijkheid In hun oordelen over de opvang van asielzoekers redeneren invullers vanuit vier kernwaarden, die betrekking hebben op verbondenheid, mitigatie, zorgvuldigheid en gelijkheid. •
Invullers redeneren allereerst vanuit een gevoel van onderlinge verbondenheid. Invullers die negatief staan tegenover asielopvang zijn bang zich niet meer thuis te voelen in de gemeente, onder andere door de cultuurverschillen met asielzoekers; terwijl invullers die positief staan tegenover asielopvang vinden dat het rechtvaardig is om mensen die dat nodig hebben een veilige plek te bieden. • Een andere groep argumenten kan worden samengevat onder de noemer mitigatie: invullers vinden het belangrijk dat negatieve effecten en risico’s worden verzacht en verminderd, vooral op het gebied van veiligheid, woningen en financiën. Invullers die negatief staan tegenover asielopvang vrezen dat dit onvoldoende gebeurt, invullers die positief staan tegenover asielopvang maken zich hier minder zorgen over. • Het volgende type argumenten richt zich op de zorgvuldigheid van de besluitvorming. Invullers die negatief staan tegenover asielopvang vrezen dat er te weinig aandacht is voor de zorgen van omwonenden, invullers die positief staan tegenover asielopvang verwachten dat die aandacht er wel is. • De laatste waarde is gelijkheid: dat de verdeling van asielzoekers eerlijk is verdeeld. Ook hier oordelen invullers die negatief en positief staan tegenover asielopvang anders over.
Deze vier kernwaarden spelen niet alleen een rol bij algemene oordelen over de opvang van asielzoekers, maar ook bij de voorwaarden waaronder invullers dat zouden kunnen accepteren.
5.
3. Resultaten inwonersconsultatie Hoofdstuk 3 Leeswijzer Dit hoofdstuk biedt inzicht in hoe de inwoners van gemeente Someren denken over asielopvang. Door de routing in de vragenlijst zijn niet alle vragen aan iedere deelnemer gesteld. Daarom vermelden we bij elke vraag hoeveel mensen deze hebben beantwoord. Als dit aantal lager is dan het totale aantal deelnemers, is aangegeven aan welke groep de vraag is gesteld. Bij vragen met minder dan 100 invullers rapporteren we hele getallen in plaats van percentages. Vanwege afronding tellen de percentages som niet precies op tot 100%. Bij meerkeuzevragen kan het totaal van de percentages juist hoger dan 100% zijn. De categorie 'Weet ik niet / geen mening' is alleen toegevoegd als dit waardevolle extra inzichten oplevert. De resultaten van de inwonersconsultatie zijn uitgesplitst naar leeftijd (15-45 jaar, 45-65 jaar en 65 jaar en ouder). Wanneer er verschillen tussen de groepen zijn, vermelden we dit bij de betreffende vraag.
3.1 Asielopvang in Someren Het eerste gedeelte van de vragenlijst ging over de houding van invullers tegenover de opvang van asielzoekers in Nederland en in gemeente Someren. Vragen die daarbij centraal stonden waren bijvoorbeeld: Hoe staat u tegenover het opvangen van asielzoekers? Waarom staat u hier negatief of positief tegenover?
3.1.1 Houding Als eerste is aan invullers gevraagd hoe zij staan tegenover het opvangen van asielzoekers, zowel in Nederland als in specifiek gemeente Someren. 53% van de invullers staat (heel) negatief tegenover het opvangen van asielzoekers in Someren, tegenover 35% die hier (heel) positief over is. De 53% (heel) negatieve invullers kunnen worden opgedeeld in 30% die heel negatief staan tegenover de opvang van asielzoekers in gemeente Someren, 13% die iets minder uitgesproken negatief zijn, en 10% die hier een beetje negatief tegenover staan. De 35% (heel) positieve invullers kunnen worden opgedeeld in 10% die heel positief staan tegenover asielopvang in gemeente Someren, 11% positief en 14% die een beetje positief er tegenover staan. 11% van de invullers staat neutraal tegenover het opvangen van asielzoekers in de gemeente Someren. De houding van invullers ten opzichte van de opvang van asielzoekers in Someren en Nederland in het geheel is vergelijkbaar: 55% staat (heel) negatief tegenover asielopvang in Nederland en 33% is (heel) positief.
6.
Hoe staat u tegenover het opvangen van asielzoekers in…? Slider zevenpuntschaal (n = 1.316) neutraal
(heel) negatief Someren
30%
Nederland
26%
13%
15%
(heel positief)
10%
11%
14%
11%
10% 1% geen mening
14%
10%
15%
10%
8% 1%
Naarmate invullers ouder zijn, staan zij positiever tegenover op de opvang van asielzoekers in Someren. 23% van de invullers tussen de 15 en 45 jaar staat een positief ten opzichte van de opvang van asielzoekers, vergeleken met 29% van de 45-65 jarige invullers en 52% van de 65 plussers.
3.1.2 Motieven achter houding Vervolgens is aan invullers gevraagd wat de redenen zijn voor hun negatieve of positieve houding. Bij invullers met een negatieve houding tegenover de opvang van asielzoekers kunnen drie verschillende soorten redenen worden onderscheiden. •
Het eerste type redenen heeft te maken met verbondenheid: zorgen over het verschil van manier in leven en taal (65%) en het zich niet meer thuis voelen in de gemeente (60%). • Het tweede type heeft betrekking op mitigatie: invullers vrezen dat er te weinig is gedaan om de risico’s en nadelige gevolgen van de opvang van asielzoekers te verminderen of verzachten. Invullers maken zich dan vooral zorgen over de veiligheid en overlast in de gemeente (86%). Hierna volgen zorgen over een woningtekort voor Nederlanders (75%), en de kosten van de opvang (62%). Minder vaak kiezen invullers met een negatieve houding tegenover asielopvang voor zorgen over of er wel voldoende medische of psychische hulp is (23%) en dat er minder banen voor inwoners zullen zijn (10%). • De derde groep argumenten tegen de opvang van asielzoekers heeft betrekking op zorgvuldigheid: invullers vrezen dat er niet genoeg rekening gehouden wordt met de mening van omwonenden (66%). Ongeveer een derde van de invullers met een negatieve houding tegenover asielopvang geeft aan negatieve ervaringen met de opvang van asielzoekers te hebben gehoord van anderen, en 28% geeft aan zelf een negatieve ervaring te hebben gehad met asielzoekers. 17% van de invullers kiest voor een andere reden. Deze ‘anders’ categorie gebruiken invullers vooral om hun zorgen (extra) te benadrukken.
Zo noemen invullers dat zij vrezen dat asielopvang ten koste kan gaan van woningen, zorg, gemeentelijke dienstverlening of aandacht voor eigen inwoners. Ook benoemen ze hun zorgen over veiligheid en gebrek aan integratie en culturele verschillen.
7.
U gaf eerder aan dat u negatief staat tegenover de opvang van asielzoekers in gemeente Someren. Waarom? Meerkeuzevraag (alleen invullers die negatief staan tegenover asielopvang in gemeente Someren, n = 688) Zorgen over veiligheid/overlast
86%
Zorgen over woningtekort
75%
Zorgen over omwonenden
66%
Zorgen over cultuurverschillen
65%
Zorgen over kosten opvang
62%
Zorgen over niet thuis voelen
60%
Negatieve ervaringen van anderen
34%
Eigen negatieve ervaringen
28%
Zorgen over medische hulp
23%
Zorgen over minder banen voor inwoners
10%
Anders
17%
Invullers tussen de 15 en 45 jaar oud, ten opzichte van oudere invullers, hebben over het algemeen relatief vaker zorgen over de volgende aspecten: • • • •
veiligheid/overlast (91%) omwonenden (73%) niet thuis voelen (67%) kosten opvang (63%)
Oudere invullers maken zich het minste zorgen over deze thema’s. Invullers tussen de 45 en 65 jaar zitten hier tussenin.2 Invullers tussen de 15 en 45 jaar hebben, vergeleken met invullers van 65 jaar en ouder, vaker negatieve ervaringen van anderen gehoord (45% van de 15-45 jarigen t.o.v. 20% van de 65-plussers). Ook heeft deze groep vaker zelf negatieve ervaringen gehad met de opvang van asielzoekers (39% van de 15-45 jarigen t.o.v. 8% van de 65-plussers). Invullers tussen de 45 en 65 jaar zitten hier wederom tussenin. Om te bekijken welke redenen vooral van invloed zijn op negatieve houdingen, hebben we een impact analyse uitgevoerd. In een impact analyse onderzoeken we welke redenen het meest gekozen worden, maar ook welke redenen tot een negatievere houding leiden. Hoe hoger een punt op de y-as, hoe vaker 2 M.u.v. zorgen over de kosten voor de gemeente, hier is de groep invullers van 15-45 jaar dat zich zorgen maakt (63%) nagenoeg
gelijk aan de groep 45-65 jarigen (64%)
8.
de reden genoemd wordt. Hoe verder een punt naar rechts staat op de x-as, hoe groter de impact is op de negatieve houding van invullers. Zo zien we dat, zoals hieronder weergegeven, vooral veiligheid vaak genoemd wordt én dat veiligheid ook tot een negatievere houding leidt. Daarnaast zien we dat zorgen over de kosten van opvang, die op plek 5 staat van meest genoemde redenen voor een negatieve houding, relatief grote impact heeft op een negatievere houding.
Frequentie genoemd
Frequentie en impact motieven negatieve houdingen. Impact analyse (x-as = impact op houding, y-as = frequentie)
Impact op houding
Aan invullers die aangeven negatieve ervaringen met de opvang van asielzoekers van andere n te hebben gehoord, vroegen we om wat voor negatieve ervaringen dit gaat. Invullers hebben vooral verhalen gehoord over onveiligheid en (seksueel) grensoverschrijdend gedrag. Zij verwijzen naar intimidatie van vrouwen en meisjes en uiten zorgen over culturele verschillen in omgangsvormen. Daarnaast benoemen deze invullers diefstal (winkels, fietsen), geweldsincidenten, vernielingen of ruzies. Specifieke casussen die zij noemen zijn bijvoorbeeld ervaringen bij het azc in Budel, Maarheeze en Cranendonck en het treinstation van Maarheeze. U gaf aan dat u negatieve ervaringen met de opvang van asielzoekers van andere mensen heeft gehoord. Om welke negatieve ervaringen gaat dit? Open vraag (alleen invullers met negatieve ervaringen van anderen, n = 186)
9.
“Familie uit Budel. Heel veel criminaliteit. Mensen voelen zich onveilig. Zeker jonge meiden durven ’s avonds niet alleen over straat.” “Het asielzoekerscentrum in Cranendonck geeft heel veel overlast, ook op station Maarheeze en bij de middenstand in Budel en omgeving.” Aan invullers die aangeven zelf eerder (een) negatieve ervaring(en) te hebben gehad met de opvang van asielzoekers, is ook gevraagd om welke negatieve ervaringen dit gaat. Invullers die zelf negatieve ervaringen hebben gehad, beschrijven ervaringen die gaan over overlast, intimidatie en gevoelens van onveiligheid. Voorbeelden zijn nageroepen worden, bedreiging, (seksueel) grensoverschrijdend gedrag, diefstal, rondhangen en gevaarlijk verkeersgedrag. U gaf aan dat u zelf eerder negatieve ervaringen met de opvang van asielzoekers heeft gehad. Om welke negatieve ervaringen gaat dit? Open vraag (alleen invullers met negatieve ervaringen, n = 142)
“Aangesproken worden door mannen, en een onveilig gevoel.” “Aanrandingen in supermarkt Maarheeze van mijn vriendin. Zelfs belaagd op treinstation Maarheeze. Kennissen waarvan de fietsen gestolen zijn. Laatst nog een stel azc’ers die hier in het donker in de buurt aan het rondneuzen waren. En ga zo maar door.” “Een deuk in mijn auto geslagen. (…) Toen ik hem daar op aanspraak, greep hij mij bij mijn keel. (…) Ik heb hier aangifte van gedaan maar daar is niet mee gebeurd. Ik zit met de schade en een brok in mijn keel.” De redenen voor een positieve houding over de opvang van asielzoekers, kunnen in dezelfde vier typen worden verdeeld als de redenen van tegenstanders. •
•
•
•
Verbondenheid: invullers met een positieve houding tegenover de opvang van asielzoekers, geven aan dat zij ook graag geholpen zouden willen worden als zij een asielzoeker zouden zijn (86%). Ook vinden zij dat asielzoekers een veilige plek verdienen (81%). Mitigatie: dat de mogelijk negatieve gevolgen van de opvang van asielzoekers worden gecompenseerd door positieve effecten, wordt minder vaak genoemd. Invullers kiezen dan voor de opties ‘ik vind dat ze kennis en werkervaring kunnen hebben die Nederlanders niet hebben’ (26%) en ‘ik vind dat het voor meer verschillende culturen in Nederland zorgt’ (20%). Zorgvuldigheid: het zorgvuldigheids-argument wordt ook genoemd als reden om positief te staan tegenover de opvang van asielzoekers. Ruim vier op de tien mensen die positief staan tegenover de opvang van asielzoekers verwacht dat de gemeente voldoende rekening met de meningen van omwonenden zal houden (45%). In tegenstelling tot invullers met een negatieve houding, noemen mensen met een positieve houding ten aanzien van de opvang van asielzoekers betrekkelijk vaak gelijkheids-argumenten. Invullers zeggen dan dat het de verantwoordelijkheid van gemeente Someren is om asielzoekers bescherming te bieden onder de Spreidingswet (80%).
Daarnaast geeft drie vierde van de invullers met een positieve houding aan dat zij het de verantwoordelijkheid van Nederland (als lid van de Europese Unie) vinden om asielzoekers bescherming te bieden. Ook noemt men vaak dat gemeente Someren voldoende mogelijkheden heeft om asielzoekers op te vangen (42%).
10.
Ongeveer een vijfde van de positieve invullers geeft aan zelf positieve ervaringen te hebben gehad met de opvang van asielzoekers, en nog eens 14% geeft aan positieve ervaringen met asielopvang te hebben gehoord van anderen. U gaf eerder aan dat u positief staat tegenover de opvang van asielzoekers in gemeente Someren. Waarom? Meerkeuzevraag (alleen invullers die positief staan tegenover asielopvang in gemeente Someren, n = 463) Ik zou ook graag geholpen worden
86%
Ze verdienen een veilige plek
81%
Voldoen aan de spreidingswet
80%
Verantwoordelijkheid van Nederland
74%
Wordt rekening gehouden met omwonenden
45%
We hebben voldoende mogelijkheden
42%
Ze hebben kennis en werkervaring
26%
Meer verschillende culturen in Nederland
20%
Eigen positieve ervaringen
18%
Positieve ervaringen van anderen
14%
Anders
6%
Relatief meer jonge invullers (tussen de 15-45 jaar) vinden (94%), ten opzichte van invullers tussen de 45-65 jaar (85%) en 65 jaar en ouder (83%), dat zij zelf ook geholpen zouden willen worden als ze een asielzoeker waren. De groep invullers van 65 jaar en ouder (55%) verwacht vergeleken met jongere invullers juist vaker dat er genoeg rekening wordt gehouden met de meningen van omwonenden (29% van de invullers tussen de 15 en 45 jaar en 41% van de invullers tussen de 45 en 65 jaar). Ook vindt de groep van 65 jaar en ouder relatief vaker (31%) dat asielzoekers kennis en werkervaring kunnen hebben die Nederlanders niet hebben. De groep 45 tot 65-jarigen gaf dit juist relatief minder vaak op als reden (18%). Om te bekijken welke redenen vooral van invloed zijn op positieve houdingen, is wederom een impact analyse uitgevoerd. In deze impact analyse onderzoeken we welke redenen het meest gekozen worden (te zien op de verticale y-as), maar ook welke redenen tot een positievere houding leiden (te zien op de horizontale x-as). Zo is hieronder te zien dat invullers relatief vaak aangeven dat ze zelf hulp zouden willen ontvangen en dat zij vinden dat asielzoekers een veilige plek verdienen. Toch heeft dit relatief weinig impact op een positieve houding ten opzichte van de opvang van asielzoekers in Someren.
Daarentegen heeft de reden dat asielzoekers een veilige plek verdienen relatief veel impact op een positieve houding. Daarnaast zien we dat ‘we hebben voldoende mogelijkheden’, en zowel eigen positieve ervaringen als positieve ervaringen van anderen leiden tot een positievere houding ten opzichte van de opvang van asielzoekers in Someren.
11.
Frequentie genoemd
Frequentie en impact motieven positieve houdingen. Impact analyse (x-as = impact op houding, y-as = frequentie)
Impact op houding
Vervolgens kregen invullers de kans om hun houding tegenover de opvang van asielzoekers verder toe te lichten in een open vraag. De antwoorden laten een duidelijke tweedeling zien. Invullers met een positieve houding tonen medeleven en steun voor opvang, en geven vooral aan de (morele) plicht te voelen om mensen in nood op te vangen. Invullers met een negatieve houding zijn sterk terughoudend of afwijzend tegenover opvang, onder andere door zorgen over onveiligheid en overlast, de woningmarkt en cultuurverschillen. Sommige invullers stellen ook voorwaarden bij de opvang van asielzoekers. Zo vragen ze om onderscheid tussen ‘echte vluchtelingen’ en ‘gelukzoekers’, snellere procedures, en betere mogelijkheden om te integreren in de samenleving. Wilt u uw houding tegenover de opvang van asielzoekers verder uitleggen? Open vraag (n = 813)
“Het is onze morele plicht om mensen in nood te helpen.” “Nederland is vol.” “De woningnood voor onze eigen kinderen.”
12.
“Alleen asielzoekers die vluchten uit hun land omdat hun leven in gevaar is moeten opgevangen worden.” “Asielzoekers moeten z.s.m. de Nederlandse taal leren en z.s.m. werk hebben om niet doelloos rond te lopen.” 3.2 Tijdelijke noodopvanglocatie Het tweede gedeelte van de vragenlijst ging over de ervaringen van invullers met de tijdelijke noodopvanglocatie aan De Hoof 24. Vragen die daarbij centraal stonden waren bijvoorbeeld: Hoe staat u tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie? En hoe ervaart u het contact met bewoners van de locatie?
3.2.1 Houding Aan invullers is de vraag gesteld hoe zij tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie staan. 22% van de invullers gaf aan heel negatief tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie te staan, terwijl de minder uitgesproken negatieve opties gekozen werden door 10% en nogmaals 11% van de invullers. 10% van de invullers staat heel positief tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie, terwijl 11% en 17% zich op de minder uitgesproken positieve opties positioneerden. 16% van de invullers staat neutraal tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie. Hoe staat u tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie? Slider zevenpuntschaal (n = 1.316)
22%
10%
11%
16%
17%
11%
heel negatief
|
|
neutraal
|
|
10%
4%
heel positief weet ik niet / geen mening
Ook de houding ten opzichte van de tijdelijke noodopvanglocatie verschilt per leeftijdsgroep. Invullers van 65 jaar en ouder staan hier relatief vaker positief (57%) tegenover, vergeleken met invullers tussen de 45 en 65 jaar (33%) en 15 tot 45-jarigen (28%). Ongeveer driekwart (74%) van de invullers die (heel) negatief tegenover de opvang van asielzoekers in Someren in het algemeen staan, heeft ook een negatieve houding over de tijdelijke noodopvanglocatie. 86% van degenen die (heel) positief staan tegenover de opvang in Someren, is ook positief over de tijdelijke noodopvanglocatie. Vervolgens kregen invullers de kans om hun houding tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie verder toe te lichten in een open vraag. De invullers die negatief staan tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie, geven aan dat zij bang zijn dat de locatie uiteindelijk niet tijdelijk zal zijn. Sommige negatieve invullers zijn ook bang dat de tijdelijkheid niet bijdraagt aan integratie. Daarnaast spelen zorgen over veiligheid, overlast en de
13.
leefbaarheid. Bijvoorbeeld door het rondhangen van (groepen) mannelijke asielzoekers. Ook geven sommige negatieve invullers aan dat ze zich zorgen maken over de kosten en belastingdruk. U geeft aan negatief te staan tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie in Someren. Waarom? Open vraag (alleen invullers die negatief staan tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie, n = 377)
"Tijdelijk wordt uiteindelijk permanent. Politiek is niet te vertrouwen." "Omdat deze faciliteiten de belasting betaler erg veel geld kost. Een asielzoeker in de noodopvang kost tot wel €184 of meer per dag. Waarbij deze personen ook nog leefgeld ontvangen." "Onze kinderen gingen vaak ‘s avonds nog lekker spelen of voetballen of nabij zijnde speeltuintjes. Nu durven ze niet meer omdat daar 20 'asielzoekers' zitten. Ze voelen zich niet veilig.” De invullers die neutraal staan tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie, geven aan dat zij begrip hebben voor de tijdelijke noodopvang. Wel dragen zij randvoorwaarden aan voor de tijdelijke noodopvanglocatie. Deze gaan over (het voorkomen van) overlast, het tijdelijke karakter van de opvang, de duur van het verblijf van asielzoekers, de samenstelling van mensen die opgevangen zullen worden en communicatie over de opvang richting inwoners. U geeft aan neutraal te staan tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie in Someren. Waarom? Open vraag (alleen invullers die neutraal staan tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie, n = 146)
"Als ik mij verplaats in de asielzoeker zou ik niet van hot naar her verplaatst willen worden door steeds in tijdelijke opvanglocaties te verblijven. Het is goed dat ze er zijn, want ze zijn voor nood.” "Wanneer de opvang uitsluitend zou bestaan uit mensen met de juiste intenties, én wanneer er voldoende deskundige begeleiding, toezicht en bescherming geboden zou worden, dan zou ik hier zeer positief tegenover staan." "Zo lang deze opvang voldoet aan opvang ben ik wel voor. Heb verder ook geen oplossing ." De invullers die positief staan tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie, geven aan dat zij het als een verantwoordelijkheid van de gemeente en samenleving zien om mensen in nood op te vangen. Het draagt volgens hen bij aan spreiding van de opvang van asielzoekers in Nederland. Andere positieve invullers geven aan dat zij de tijdelijkheid en kleinschaligheid acceptabel vinden, of dat zij geen overlast ervaren. U geeft aan positief te staan tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie in Someren. Waarom? Open vraag (alleen invullers die positief staan tegenover de tijdelijke noodopvanglocatie, n = 361)
"Het is onze sociale plicht om mensen in nood te helpen." "Tijdelijk en kleinschalige opvang is prima."
14.
"We ervaren totaal geen overlast van de plek waar ze nu vertoeven. De bewoners zijn ook blij met de locatie. Woon zelf dichtbij en ben blij dat de jeugd dagelijks kan voetballen op de locatie achter ons huis." Daarnaast is uitgevraagd op welke manier invullers hebben gemerkt dat er een tijdelijke noodopvanglocatie in de gemeente staat. Hierbij geldt dat zes op de tien invullers aangeven dat zij asielzoekers tegenkomen op straat. Bijna de helft van de invullers heeft daarnaast gelezen over of gehoord van de tijdelijke noodopvanglocatie in de media (krant, radio of tv). Een derde woont er vlakbij of komt er regelmatig langs. 15% van de invullers heeft niets gemerkt van de tijdelijke noodopvanglocatie en 6% is persoonlijk betrokken (geweest) bij de locatie. Een op de tien invullers kiest voor de optie ‘anders’. Hierin benoemen invullers bijvoorbeeld dat ze van buren gehoord hebben over asielopvang. Op welke manier heeft u iets gemerkt van de tijdelijke noodopvanglocatie voor asielzoekers? Meerkeuzevraag (n = 1.316) Kom asielzoekers tegen op straat
Erover gelezen/gehoord in de media Woon ernaast of kom er in de buurt
60% 48% 29%
Niets van gemerkt
15%
Persoonlijk bij betrokken
6%
Anders
10%
Invullers van 15-45 jaar en 45-65 jaar komen vaker asielzoekers tegen op straat (67%), vergeleken met invullers van 65 jaar en ouder (54%). Ook geven oudere invullers relatief minder vaak aan dat ze vlakbij een azc wonen of er regelmatig langskomen (23%), vergeleken met de jongere invullers (67% van de 15 tot 45-jarigen en 61% van de invullers tussen de 45 en 65 jaar oud). Tot slot blijkt dat oudere invullers vaker niets gemerkt hebben van de tijdelijke noodopvanglocatie (21% van de 65plussers ten opzichte van 1-2% van de invullers tot 65 jaar oud).
3.2.2 Contact met bewoners Zes op de tien invullers heeft nog nooit contact gehad met asielzoekers die in de tijdelijke noodopvanglocatie worden opgevangen. Vier op de tien invullers hebben wel contact gehad, vooral in de openbare ruimte, zoals op straat, in de winkel of op school (26%). 9% heeft weleens contact gehad met bewoners van de tijdelijke noodopvanglocatie via hun werk of studie. Heeft u weleens contact gehad met asielzoekers die in de tijdelijke noodopvanglocatie worden opgevangen? Meerkeuzevraag (n = 1.316)
15.
Nee
59%
In de openbare ruimte
26%
Via werk of studie
9%
Als vrijwilliger Vriend of kennis
Op een andere manier
4%
2% 8%
Waar invullers tussen de 15 en 45 jaar en 45 en 65 jaar asielzoekers vaker in contact zijn gekomen met asielzoekers via hun werk of studie (10-11%), komen invullers van 65 jaar en ouder als vrijwilliger vaker in contact met asielzoeker (9%). Aan de invullers die weleens contact hebben gehad met asielzoekers uit de tijdelijke noodopvanglocatie, is gevraagd hoe zij dit contact ervaren. 18% van deze invullers ervaart het contact als heel negatief, en nog eens 16% ervaart het als negatief tot licht negatief. 9% ervaart het contact daarentegen als heel positief, en nog eens 18% ervaart het als positief tot licht positief. 22% van de invullers die weleens contact hebben gehad met de bewoners van de tijdelijke noodopvanglocatie het contact als neutraal ervaren, en nog eens 17% kiest voor de optie ‘weet ik niet / geen mening’. Wat vindt u van uw contact met asielzoekers uit de tijdelijke noodopvanglocatie? Slider zevenpuntschaal (alleen invullers die weleens contact hebben gehad met bewoners van de tijdelijke noodopvanglocatie, n = 518)
18%
8%
8%
22%
9%
9%
heel negatief
|
|
neutraal
|
|
9%
17%
heel positief weet ik niet / geen mening
Het aandeel oudere invullers dat positief is over het contact met asielzoekers uit de tijdelijke noodopvanglocatie is een stuk groter (54%) ten opzichte van het aantal invullers met een positieve houding tegenover het contact tussen de 15 en 45 jaar (29%) of 45 en 65 jaar (29%). Vervolgens kregen invullers de kans om hun contactervaringen met asielzoekers verder toe te lichten in een open vraag. De antwoorden laten een verdeeld beeld zien van het contact met asielzoekers uit de tijdelijke noodopvanglocatie. De invullers met positief contact beschrijven een vriendelijk, respectvol en dankbaar contact. Dat beperkt zich vaak tot groeten. Sommigen doen zelf vrijwilligerswerk waarbij
16.
ze in contact komen met asielzoekers of hebben werk gerelateerd contact. De invullers met negatief contact geven daarentegen voorbeelden van overlast, intimidatie en cultuurverschillen. Kunt u hier meer over vertellen? Open vraag (n = 119)
"Communicatie is moeilijk vanwege de taal. Maar het zijn altijd aardige mensen." “Dit ligt er heel erg aan wie je tegenkomt. Is het een gezinnetje is het gewoon prima contact. Kom ik een groep jongeren tegen, dan voel ik me zelfs niet helemaal veilig. Laat staan mijn kinderen. Ik voel me dan toch behoorlijk geïntimideerd. Een groep van 20 jongeren." 3.3 Toekomstige opvanglocatie Het derde gedeelte van de vragenlijst ging over de houding, wensen en zorgen van invullers tegenover toekomstige asielopvang. Vragen die daarbij centraal stonden waren bijvoorbeeld: Wat vindt u belangrijk bij de opvang van asielzoekers en de keuze voor een nieuw pand of locatie? Wat voor locatie heeft uw voorkeur?
3.3.1 Voorwaarden Aan invullers werd in de vragenlijst uitgelegd dat gemeenten de wettelijke verplichting hebben om asielzoekers op te vangen volgens de Spreidingswet, zo ook de gemeente Someren. 3 Vervolgens werd aan alle invullers gevraagd wat zij belangrijk vinden bij de opvang van asielzoekers. Deze voorwaarden zijn terug te voeren op de eerdergenoemde kernwaarden van invullers. •
•
•
•
Verbondenheid: deze groep voorwaarden gaat over de sociale aspecten. Invullers stellen dan als voorwaarde dat asielzoekers zich aanpassen aan de Nederlandse cultuur en taal (72%) en dat zij gaan werken (52%). Ook wordt het belangrijk gevonden dat asielzoekers contact hebben met Nederlanders (37%) en dat zij zich welkom voelen (37%). Ook stellen invullers hier als voorwaarde dat asielzoekers activiteiten of vrijwilligerswerk kunnen doen (49%). Mitigatie: invullers willen vooral dat negatieve gevolgen worden verlicht en risico’s worden verminderd. Zij willen dan dat er aandacht is voor veiligheid en overlast (75%) en dat de opvang geen (extra) geld kost van de gemeente (39%). Ook vragen invullers aandacht voor de gevolgen voor verkeersveiligheid (26%). Zorgvuldigheid: zorgvuldige besluitvorming is voor invullers een belangrijke voorwaarde bij de opvang van asielzoekers. Men verlangt dat de gemeente goed communiceert over de opvang (66%) en dat omwonenden actief betrokken worden bij het maken van plannen (52%) . Gelijkheid: tot slot wordt verwezen de eerlijke verdeling van opvangplaatsen over het land. De helft van de invullers vindt het belangrijk dat de opvang eerlijk verdeeld wordt over gemeenten.(50%).
Een op de tien invullers kiest voor de optie ‘anders’. Deze categorie gebruiken invullers om hun gekozen antwoorden toe te lichten. Zo benoemen invullers dat ze het belangrijk vinden dat asielzoekers integreren, werken of vrijwilligerswerk doen. Ook benoemen ze dat er streng toezicht moet zijn op 3 De tekst was als volgt: “Gemeenten hebben een wettelijke verplichting om asielzoekers op te vangen volgens de Spreidingswet.
Ook de gemeente Someren. Dit kan in een tijdelijke noodopvanglocatie die aansluit bij de termijnen van de Spreidingswet (maximaal 2 jaren) of in een asielzoekerscentrum (azc) waar mensen langer kunnen blijven en het COA kan investeren in goede voorzieningen en kwaliteit. Een opvanglocatie kan in het centrum liggen, aan de rand van een dorpskern of in het buitengebied. In de volgende vragen zijn we benieuwd wat u belangrijk vindt bij de opvang van asielzoekers.”
17.
onveiligheid en overlast. Opvallend is dat een deel van de invullers hier benoemt dat opvang tijdelijk moet zijn en dat afgewezen asielzoekers snel moeten terugkeren naar het land van herkomst. Wat vindt u belangrijk bij de opvang van asielzoekers? Meerkeuzevraag (n = 1.316) Aandacht voor veiligheid en overlast
75%
Asielzoekers moeten zich aanpassen
72%
Goede communicatie van gemeente
66%
Actief betrekken van omwonenden
52%
Asielzoekers moeten werken
52%
Eerlijke verdeling van opvang
50%
Activiteiten of vrijwilligerswerk voor asielzoekers
49%
Genoeg medische en psychologische hulp
39%
Geen extra kosten voor gemeente
39%
Contact met Nederlanders
37%
Asielzoekers moeten zich welkom voelen
37%
Voldoende aandacht voor verkeersveiligheid
26%
Anders
11%
Invullers verschillen per leeftijd wat zij belangrijk vinden bij de opvang van asielzoekers. Significante verschillen tussen leeftijdsgroepen staan weergeven in onderstaande tabel. Een ‘+’ weergeeft dat, vergeleken met de andere leeftijden, relatief veel invullers binnen die leeftijdsgroep het aspect belangrijk vinden. Een ‘|’ weergeeft een vergelijkbaar percentage met het totaal percentage, en ‘–‘ een relatief kleiner aantal. 15-45 jaar Aandacht voor veiligheid en overlast + Goede communicatie van gemeente – Asielzoekers moeten werken | Eerlijke verdeling van opvang – Activiteiten of vrijwilligerswerk voor asielzoekers – Genoeg medische en psychologische hulp – Geen extra kosten voor gemeente + Contact met Nederlanders – Asielzoekers moeten zich welkom voelen –
45-65 jaar | + – | | – | | |
65+ ers – + + + + + – + +
Nadat invullers hun voorwaarden voor toekomstige opvang opgaven, werd hen opnieuw gevraagd wat hun houding is tegenover asielopvang in gemeente Someren, als de gemeente ervoor zorgt dat er aan
18.
hun voorwaarden wordt voldaan. Hier zien we dat de groep negatieve invullers verkleint. In totaal stond eerst 53% (heel) negatief tegenover de opvang van asielzoekers in Someren, 11% was neutraal en 35% (heel) positief. Wanneer de gemeente rekening zou houden met hun voorwaarden, daalt het aantal invullers dat (heel) negatief is naar 36%, 18% wordt neutraal, en het aantal invullers dat dan een (heel) positieve houding heeft, stijgt naar 45%. Als de gemeente hiervoor zorgt, hoe staat u er dan tegenover de opvang van asielzoekers in Someren? Slider zevenpuntschaal, vergeleken met eerdere houding vraag (alleen invullers die voorwaarden hebben gekozen, n = 1.285)
18%
9%
9%
18%
19%
13%
heel negatief
|
|
neutraal
|
|
13%
2%
heel positief weet ik niet / geen mening
Het aandeel oudere invullers dat een positieve houding heeft wanneer de gemeente hiervoor zorgt is groter (60%) vergeleken met invullers tussen de 15 en 45 jaar (48%) en 45 en 65 jaar (40%) De volgende vragen gingen over de locatie of het pand van de toekomstige opvanglocatie. Bij de keuze voor een nieuw pand of nieuwe locatie vinden invullers het belangrijk dat omwonenden goed geïnformeerd worden door de gemeente (72%). Ook vinden ze een goede controle van de opvanglocatie belangrijk (55%) en dat de opvanglocatie niet zorgt voor vertraging van woningbouw (53%). Genoeg voorzieningen (bijvoorbeeld speeltoestellen voor kinderen) in de opvang en het gebruik van leegstaande gebouwen wordt door ruim vier op de tien invullers belangrijk gevonden. 31% van de invullers geeft aan dat ze willen dat het niet te druk wordt bij voorzieningen, zoals zorgcentra of winkels. De kosten van de opvanglocatie blijken van minder belang te zijn (18%). 35% van de invullers geeft aan dat zij willen dat de opvanglocatie niet te dicht bij bestaande woningen is, en 7% wil juist dat de opvanglocatie dichtbij bestaande woningen is. 13% van de invullers kiezen de categorie ‘anders’. Binnen deze categorie komt een aantal invullers terug op het thema onveiligheid en overlast.
Ook geeft een aantal invullers aan dat zij vinden dat de opvang kleinschalig moet zijn, en dat het aantal bewoners moet passen bij de grootte van de gemeente of wijk. Een aantal invullers geven aan dat zij een voorkeur hebben voor gezinnen tegenover mannelijke asielzoekers.
19.
Wat vindt u belangrijk bij de keuze voor een nieuw pand of locatie? Meerkeuzevraag (n = 1.316) Goede informatie door gemeente
72%
Goede controle van de locatie
55%
Geen vertraging woningbouw
53%
Genoeg voorzieningen in de opvang
46%
Gebruik leegstaande gebouwen
43%
Niet te dichtbij bestaande woningen
35%
Niet te druk bij voorzieningen
31%
Goedkope opvanglocatie
18%
Dichtbij bestaande woningen
7%
Anders
13%
Er zijn een aantal verschillen tussen leeftijd te zien voor wat invullers belangrijk vinden bij de keuze voor een nieuw pand of nieuwe locatie. Verschillen tussen leeftijdsgroepen staan weergeven in onderstaande tabel. Een ‘+’ weergeeft dat, vergeleken met de andere leeftijden, relatief veel invullers binnen die leeftijdsgroep het aspect belangrijk vinden. Een ‘|’ weergeeft een vergelijkbaar percentage met het totaal percentage, en ‘–‘ een relatief kleiner aantal.
Goede informatie door gemeente Geen vertraging woningbouw Genoeg voorzieningen in de opvang Gebruik leegstaande panden Niet te dichtbij bestaande woningen Niet te druk bij voorzieningen Goedkope opvanglocaties Dichtbij bestaande woningen
15-45 jaar – + – – | – + +
45-65 jaar | + – – | – | |
65+ ers + – + + + + – –
3.3.2 Type opvanglocatie Aan invullers is gevraagd welk type opvanglocatie hun voorkeur heeft. De meerderheid van de invullers (53%) heeft een voorkeur voor een tijdelijke noodopvanglocatie tot uiterlijk 1 februari 2028. Een vijfde (20%) van de invullers heeft (ook) een voorkeur voor een tijdelijke noodopvanglocatie die voor 5 jaar bestaat vanaf het moment van opvangen. 11% van de invullers heeft een voorkeur voor langdurige opvang van 5 jaar of langer, in de vorm van een asielzoekerscentrum (azc).
20.
Wanneer er in Someren een opvanglocatie voor asielzoekers komt, waar gaat dan uw voorkeur naar uit? Meerkeuzevraag (n = 1.316)
Tijdelijke noodopvang tot uiterlijk 1-2-2028
53%
Een tijdelijke noodopvang van 5 jaar
20%
Langdurige opvang van > 5 jaar in een AZC
11%
Weet ik niet / geen mening
24%
15 tot 45-jarigen (57%) en 45 tot 65-jarigen (60%) kiezen vaker voor een tijdelijke noodopvanglocatie tot uiterlijk 1 februari 2028 vergeleken met invullers van 65 jaar en ouder (42%). Die laatste leeftijdsgroep kiest relatief vaker voor een tijdelijke noodopvang van 5 jaar (30%) vergeleken met invullers 15-45 jaar (13%) en 45-65 jaar (16%).
3.3.3 Plek in de gemeente Aan invullers is gevraagd of zij een voorkeur hebben voor een specifieke plek waar asielzoekers opgevangen zullen worden binnen de gemeente. De grootste groep wil graag dat de opvanglocatie in het buitengebied komt (43%), en 40% heeft een voorkeur voor aan de rand van een dorpskern. Slechts 12% geeft een voorkeur voor in een dorpskern. Ongeveer een op de vijf invullers (21%)kiest voor de optie ‘weet ik niet / geen mening’. Wanneer er in Someren een opvanglocatie voor asielzoekers komt, waar gaat dan uw voorkeur naar uit? Meerkeuzevraag (n = 1.316) Buitengebied
43%
Rand van een dorpskern
40%
In een dorpskern
12%
Weet ik niet / geen mening
21%
Waar jongere invullers vaker de voorkeur geven aan een opvanglocatie in het buitengebied (56% van de 15-45 jarigen ten opzichte van 45% [45-65 jaar] en 30% [65 jaar en ouder]), geven invullers van 65 jaar en ouder juist vaker de voorkeur aan een opvanglocatie aan de rand van een van de dorpskernen (54% van de 65+-ers ten opzichte van 38% [45-65 jaar] en 26% [15-45 jaar]). Aan invullers is gevraagd of er ook nog andere zaken zijn die zij belangrijk vinden bij de keuze voor een opvanglocatie. Veel invullers gebruiken deze open vraag om hun eerder gekozen antwoorden (nog eens) te benadrukken. Echter geeft een deel van de invullers hier ook aan dat ze een voorkeur hebben voor gezinnen tegenover alleenstaande, jonge mannen. Verder geven invullers aan dat ze een voorkeur hebben voor kleinschaligheid en tijdelijkheid. Een deel van de invullers maakt gebruik van deze open vraag om aan te geven dat zij überhaupt geen asielopvang willen.
21.
Zijn er nog andere zaken die u belangrijk vindt bij de keuze voor een opvanglocatie voor asielzoekers? Open vraag (n =540)
“Een verdeling van mannen vrouwen en kinderen. Niet uitsluitend mannen .” “Opvang maximaal 200 personen, waaronder bij voorkeur gezinnen.” “Probeer het een korte tijd je kan altijd verlengen.” “Ik wil helemaal GEEN asielzoekers in Someren.” 3.4 Betrokkenheid Het vierde gedeelte van de vragenlijst ging over de betrokkenheid van invullers bij (de opvang van) asielzoekers. Vragen die daarbij centraal stonden waren bijvoorbeeld: Heeft u weleens meegeholpen bij een initiatief? En zou u betrokken willen zijn in de toekomst? De overgrote meerderheid van de invullers (82%) is het afgelopen jaar niet betrokken geweest bij een initiatief om asielzoekers te ondersteunen. 16% van de invullers was dit wel, voornamelijk door spullen te schenken, zoals kleding of houdbaar voedsel (10%). Heeft u in het afgelopen jaar meegeholpen bij een initiatief om asielzoekers te ondersteunen? Meerkeuzevraag (n = 1.316) Nee
82%
Spullen schenken
10%
Anders
4%
Als vrijwilliger
3%
Meedenken of -praten over opvang
3%
Meedoen aan activiteiten
2%
Als ondernemer bijdragen
1%
Weet ik niet / geen mening
2%
Invullers van 65 jaar en ouder hebben het afgelopen jaar vaker spullen geschonken (14%) en vrijwilligerswerk gedaan (7%), vergeleken met jongere invullers. Het percentage invullers tussen de 15 en 65 jaar dat vrijwilligerswerk deed om asielzoekers te ondersteunen was nihil (1-2%). 7-9% van hen schonk het afgelopen jaar spullen. Vervolgens is ook aan alle invullers gevraag of ze (wel) de wens hebben om in de toekomst betrokken te zijn bij (de opvang van) asielzoekers in gemeente Someren. Hierbij geldt dat 58% van de invullers hier geen behoefte aan heeft. Hier zien we dus een kloof van 24% tussen het aantal dat niet betrokken is en het aantal dat ook niet betrokken wil zijn. Invullers die betrokken willen zijn, willen dit voornamelijk
22.
door spullen te schenken (19%), mee te doen aan activiteiten met asielzoekers (zoals koken of samen sporten, 10%) of door als vrijwilliger aan de slag te gaan (10%). 9% van de invullers zou mee willen denken of -praten over asielopvang. 11% van de invullers weet niet of zij betrokken willen zijn. Zou u in de toekomst betrokken willen worden bij (de opvang van) asielzoekers in gemeente Someren? Meerkeuzevraag (n = 1.316) Nee
58%
Spullen schenken
19%
Meedoen aan activiteiten
10%
Als vrijwilliger
10%
Meedenken of -praten over opvang
9%
Anders
3%
Als ondernemer bijdragen
1%
Weet ik niet / geen mening
11%
Net zoals dat oudere invullers in het afgelopen jaar vaker via vrijwilligerswerk of door spullen te denken in contact is gekomen, zou deze groep in de toekomst ook relatief vaker betrokken willen worden bij asielzoekers door spullen te schenken (24%) of als vrijwilliger (14%).
3.5 Gemeentelijke communicatie Het vijfde en laatste gedeelte van de vragenlijst ging over het contact vanuit de gemeente over de opvang van asielzoekers. Vragen die daarbij centraal stonden waren bijvoorbeeld: Wat vindt u van de gemeentelijke communicatie? Waarom bent u negatief of positief? En hoe zou u geïnformeerd willen worden?
3.5.1 Waardering De waardering van de gemeentelijke communicatie over asielopvang is verdeeld. 16% van de invullers vindt de manier waarop de gemeente hen informeert over de opvang van asielzoekers heel slecht, en 20% vindt de gemeentelijke communicatie slecht tot licht slecht. 3% van de invullers vindt de gemeentelijke communicatie over asielopvang heel goed en 20% waardeert de gemeentelijke communicatie als goed tot licht goed. Ongeveer een vierde van de invullers staat neutraal tegenover de communicatie, en nog eens 16% gaf hierop het antwoord ‘weet ik niet / geen mening’.
23.
Wat vindt u van de manier waarop de gemeente u informeert over de opvang van asielzoekers? Slider zevenpuntschaal (n = 1.316)
16%
8%
12%
26%
13%
7%
heel slecht
|
|
neutraal
|
|
3%
16%
heel goed weet ik niet / geen mening
Invullers tussen de 15 en 45 jaar (53%) en 45-65 jaar (47%) zijn vaker negatief over de manier waarop de gemeente communiceert over de opvang in de gemeente, vergeleken met invullers van 65 jaar en ouder (29%). De invullers die negatief staan tegenover de gemeentelijke communicatie over asielopvang, vinden dat er te weinig informatie wordt gegeven (59%), dat te laat gecommuniceerd wordt (50%) of dat de communicatie niet duidelijk en transparant is (59%). Een op de vijf negatieve invullers vindt het onduidelijk hoe inwoners contact op kunnen nemen met de gemeente over de opvang van asielzoekers, en 15% vindt dat de gemeente de verkeerde communicatiemiddelen (zoals de website, brieven of sociale media) gebruikt. U gaf eerder aan dat u vindt dat de gemeente u niet goed informeert over de opvang van asielzoekers. Waarom niet? Meerkeuzevraag (alleen invullers die de gemeentelijke communicatie slecht vinden, n = 455) Te weinig informatie
59%
Te late informatie
59%
Onduidelijke en niet transparante informatie
55%
Contactopties met gemeente onduidelijk
21%
Verkeerde communicatiemiddelen
15%
Te moeilijke taal
3%
Te veel informatie
1%
Anders
17%
De invullers die positief staan tegenover de gemeentelijke communicatie over asielopvang, geven vooral aan dat zij vinden dat de gemeente genoeg informatie geeft (58%), dat de communicatie op tijd is (47%) en dat er in begrijpelijke taal wordt gecommuniceerd (46%). Vier van de tien positieve invullers zijn te spreken over de duidelijke en transparante informatie en het gebruik van de juiste
24.
communicatiemiddelen. Voor 28% van de positieve invullers zijn de manieren om contact op te nemen met de gemeente over asielopvang duidelijk. 13% geeft aan dat de gemeente vaak informeert over de opvang van asielzoekers. U gaf eerder aan dat u vindt dat de gemeente u goed informeert over de opvang van asielzoekers. Waarom? Meerkeuzevraag (alleen invullers die de gemeentelijke communicatie goed vinden, n = 300) Genoeg informatie
58%
Tijdige informatie
47%
Begrijpelijke taal
46%
Duidelijke en transparante informatie
42%
Juiste communicatiemiddelen
38%
Contactopties met gemeente duidelijk
28%
Veel informatie
13%
Invullers tussen de 15 en 45 jaar vinden vaker dat de gemeente de juiste communicatiemiddelen gebruikt (50%), vergeleken met invullers tussen de 45 en 65 jaar (29%) en 65 jaar en ouder (39%). Ook vinden zij vaker dat duidelijk is hoe inwoners contact kunnen opnemen met de gemeente (40% ten opzichte van 23% [45-65 jaar] en 26% [65 jaar en ouder]). Aan alle invullers is gevraagd of ze hun houding tegenover de communicatie vanuit de gemeente willen toelichten. Negatieve invullers ervaren dat de gemeente pas communiceert als beslissingen al genomen zijn, waardoor inspraak nauwelijks mogelijk is. Ze zijn bang dat echte inspraak niet mogelijk is. Ook spreken invullers hier al hun wensen uit voor betere, transparante en tijdige communicatie. Positieve invullers geven onder andere aan dat ze het invullen van een vragenlijst een goede eerste stap vinden in de communicatie. Kunt u hier meer over vertellen? Open vraag (n = 257)
"Toen er werd geïnformeerd dat er asielzoekers kwamen was dit al beslist. Het is gewoon doorgedrukt zonder te communiceren." "Mag wel meer zijn en uitgebreider. Wie komt er? Wanneer? Hoe word er voor de veiligheid gezorgd? Zowel voor de asielzoekers als omwonenden." "Wek vertrouwen, communiceer tijdig, laat het niet voelen alsof het wordt opgelegd, probeer het onderwerp zo neutraal/apolitiek mogelijk te benaderen en luister naar de inwoners." "Deze enquête vind ik goed! Tot nu toe was communicatie minder."
25.
3.5.2 Wensen Naast de waardering van de gemeentelijke communicatie, zijn er ook een aantal vragen gesteld over de wensen voor communicatie. Zo is er uitgevraagd: ‘Welke informatie ontvangt u graag van de gemeente wanneer er asielzoekers opgevangen worden?’. Het gaat invullers in de eerste plaats om feitelijke en praktische informatie. Zo ontvangen ze graag informatie over het aantal nieuwkomers en voor hoe lang ze opgevangen worden (68%), over de opvanglocatie(s) (67%) en over welke groep asielzoekers het betreft (57%). Daarnaast hebben ze behoefte aan informatie over hoe de veiligheid geregeld is (56%) en informatie over waar inwoners terecht kunnen voor vragen of klachten (50%). Al met al is de behoefte voor informatie hoog: slechts 6% zegt geen behoefte te hebben aan informatie. Welke informatie ontvangt u graag van de gemeente wanneer er asielzoekers opgevangen worden? Meerkeuzevraag (n = 1.316) Aantal asielzoekers en hoe lang
68%
Locatie
67%
Samenstelling van de groep
57%
Veiligheid
56%
Contact bij vragen/klachten
50%
Waarom opvang nodig is
29%
Dagbesteding van asielzoekers
26%
Lokale activiteiten met asielzoekers
22%
Wat ik kan doen om te helpen
21%
Geen behoefte aan informatie
6%
De informatiebehoefte verschilt per leeftijdscategorie. Over het algemeen hebben oudere invullers minder behoefte aan informatie dan jongere invullers. Verschillen tussen leeftijdsgroepen staan weergeven in onderstaande tabel. Een ‘+’ weergeeft dat, vergeleken met de andere leeftijden, relatief veel invullers binnen die leeftijdsgroep het aspect belangrijk vinden. Een ‘|’ weergeeft een vergelijkbaar percentage met het totaal percentage, en ‘–‘ een relatief kleiner aantal.
Aantal asielzoekers en hoe lang Locatie Samenstelling van de groep Veiligheid Contact bij vragen of klachten Waarom opvang nodig is
15-45 jaar – – | + + +
45-65 jaar + + + + + +
65+ ers | | | – – –
Invullers hebben vooral behoefte aan informatie aan de voorkant van een nieuwe asielopvang: 78% geeft aan informatie te willen ontvangen zodra er plannen zijn voor opvang, en 65% wil informatie
26.
ontvangen bij de keuze van een locatie. Ruim de helft ontvangt ook graag informatie als er iets verandert aan of in de opvanglocatie(s). Een derde van de invullers wil (ook) op de hoogte gehouden worden als een locatie gaat verdwijnen of tijdens het opvangen van asielzoekers. Op welk moment ontvangt u graag informatie over de opvang van asielzoekers? Meerkeuzevraag (n = 1.316) Zodra er plannen zijn voor opvang
78%
Bij de keuze van een locatie
65%
Als er iets verandert
58%
Als een locatie gaat verdwijnen
35%
Tijdens de opvang
32%
Invullers tussen de 15 en 45 jaar (63%) en 45 tot 65 jaar (61%) willen vaker op de hoogte gehouden worden wanneer iets verandert aan de opvangsituatie, vergeleken met invullers van 65 jaar en ouder (51%). Ook blijft de jongere groep liever op de hoogte gesteld wanneer een opvanglocatie (mogelijk) gaat verdwijnen (43%), vergeleken met invullers tussen de 45 en 65 jaar (36%) en 65 jaar en ouder (28%). Ook de voorkeursmanier om op de hoogte gehouden te worden is uitgevraagd. Hierbij geven invullers aan dat ze een iets grotere voorkeur hebben om informatie over asielzoekers te ontvangen op papier (69%), vergeleken met online (60%). Op de derde plek komt het een informatieavond op locatie (25%). Op welke manier wilt u graag op de hoogte gehouden worden over de opvang van asielzoekers? Meerkeuzevraag (n = 1.316) Op papier
69%
Online
60%
Informatieavond op locatie
25%
Gesprek met iemand van de gemeente
7%
Invullers de 45 en 65 jaar geven relatief vaker de voorkeur aan een informatieavond op locatie (28%), vergeleken met invullers van 65 jaar en ouder (23%) of 15 tot 45 jaar oud (21%). Er zijn geen verschillen tussen leeftijdsgroepen gevonden in de voorkeur voor online of papier. Informatie op papier wordt het liefst ontvangen via het huis-aan-huis blad of de lokale krant (68%), gevolgd door een folder in de brievenbus (49%) of een brief per post (47%).
27.
Hoe wordt u graag op papier op de hoogte gehouden over de opvang van asielzoekers? Meerkeuzevraag (alleen invullers die graag op papier op de hoogte worden gehouden, n = 852) Huis-aan-huisblad of lokale krant
68%
Folder in de brievenbus
49%
Brief per post
47%
Oudere invullers geven vaker de voorkeur om op de hoogte te worden gehouden via het huis-aanhuisblad of de lokale krant (80%) vergeleken met invullers van 45 tot 65 jaar (71%). Invullers tussen de 15 en 45 jaar geven daar relatief de minste voorkeur aan (50%). De jongere groep geeft juist meer voorkeur aan een folder in de brievenbus (60%) of een brief per post (69%). Online informatie over nieuwkomers ontvangen invullers het liefst via een digitale nieuwsbrief ( 64%), via de website van de gemeente (60%) of via lokale online nieuwsmedia (57%). Een derde geeft de voorkeur aan sociale media. Hoe wordt u graag online op de hoogte gehouden over de opvang van asielzoekers? Meerkeuzevraag (alleen invullers die graag online op de hoogte worden gehouden, n = 763) Digitale nieuwsbrief
64%
Website van de gemeente
60%
Lokale online nieuwsmedia
57%
Sociale media
32%
Jongere invullers tussen de 15 en 45 jaar verkiezen vaker sociale media als medium om op te hoogte gehouden te worden over de opvang van asielzoekers (47%), ten opzichte van invullers tussen de 45 en 65 jaar oud (31%) of 65 jaar en ouder (20%). Naarmate invullers ouder worden, geven zij juist vaker de voorkeur aan informatie via de website van de gemeente (67% van de 65-plussers, 56% van de 45 tot 65 jarigen en 57% van de invullers tussen de 15 en 45 jaar).
28.
4. Conclusies Om verschillende redenen is er in Nederlandse gemeenten sprake van een negatiever sentiment rondom de opvang van asielzoekers. Dat geldt in enige mate ook voor Someren: ook hier is een deel van de invullers terughoudend als het gaat om de opvang van asielzoekers. Het aantal invullers dat hier negatief tegenover staat is hier groter dan de groep invullers die hier positief tegenover staat. Een groep invullers is standvastig in hun houding: zij zijn en blijven – onafhankelijk van aan welke voorwaarden de gemeente zou voldoen – negatief over de opvang van asielzoekers in Someren. De onderzoeksgegevens laten ook zien dat de steun voor asielopvang bij een groter deel van de invullers toeneemt als zij het gevoel hebben dat rekening is gehouden met de voorwaarden die zij hieraan stellen. In het contact tussen gemeente en inwoners is het, op basis van dit onderzoek, van belang om te weten dat invullers vier verschillende kernwaarden centraal stellen in hun oordeel over de opvang van asielzoekers. •
•
•
•
Invullers redeneren allereerst vanuit een gevoel van verbondenheid. Het gaat hier dan om de sociale gevolgen van asielopvang of over de sociale redenen om asielzoekers te willen opvangen. Een tweede kernwaarde is mitigatie: negatieve effecten en risico’s van asielopvang moeten worden verzacht en verminderd, vooral op het gebied van veiligheid, woningen en financiën. Invullers die negatief staan tegenover asielopvang vrezen dat dit onvoldoende gebeurt, invullers die positief staan tegenover asielopvang maken zich hier minder zorgen over. De derde kernwaarde is de zorgvuldigheid van de besluitvorming. Oordelen over asielopvang hebben voor veel invullers ook te maken met de mate waarin er aandacht is voor de zorgen van omwonenden en andere belanghebbenden. Tot slot is gelijkheid van belang: invullers willen dat de opvang van asielzoekers eerlijk wordt verdeeld tussen gemeenten.