R - 4 Bijlage 4. Beslissing art 20 Wpg aanpak drugslocaties Oost-Brabant (200706970) (1.0)
Tekst van het document
Oost-Brabant Beslissing tot structurele verstrekking van politiegegevens op grond van artikel 20 van de Wet politiegegevens in het kader van het convenant “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030”
10-02-2025
Inleiding De georganiseerde drugscriminaliteit zorgt voor veel overlast en gevaarzetting in onder andere woonwijken en bedrijventerreinen en gaat gepaard met fraude, witwassen van crimineel vermogen, illegale bewoning en energiediefstal. Private partijen als woningcorporaties en verhuurders, alsmede netbeheerders en de drinkwaterleverancier worden benadeeld en er vindt uitbuiting van kwetsbare groepen plaats. Door de toenemende invloed van deze georganiseerde criminaliteit en de daarmee gepaard gaande grote winstmarges neemt het aantal verstoringen in de maatschappij toe. De drugscriminaliteit brengt met zich mee dat de onderwereld zich verweeft met de bovenwereld met behulp van crimineel vergaard kapitaal. Tevens wordt de openbare orde en veiligheid bedreigd en de witwaspraktijken bedreigen de lokale economieën. Het exploiteren van illegale drugsactiviteiten gaat vrijwel altijd gepaard met andere strafbare feiten zoals diefstal van elektriciteit en uitkeringsfraude. De politie Oost-Brabant neemt deel aan het samenwerkingsverband “Aanpak drugslocaties OostBrabant 2025-2030” waartoe partijen op [datum] een convenant hebben afgesloten. Hierbij behoort de onderliggende artikel 20 Wet politiegegevens (Wpg) beslissing. 1.
Convenantpartijen Partijen die aan dit samenwerkingsverband deelnemen zijn: • De Politie, eenheid Oost-Brabant, hierna: de politie • De 32 gemeenten binnen de politie-eenheid Oost-Brabant, hierna: de gemeente • Het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, hierna: het UWV • Deelnemende woningcorporaties, hierna: de woningcorporatie • Netbeheerder Enexis, hierna: de netbeheerder • Brabant Water N.V., hierna: het drinkwaterbedrijf • Deelnemende Veiligheidsregio’s, hierna: de Veiligheidsregio Het Openbaar Ministerie, arrondissementsparket Oost-Brabant, hierna: het OM, is geen convenantpartij, maar ondertekent het convenant en de artikel 20 Wpg beslissing voor kennisneming en akkoord. 2. Beslissing artikel 20 Wpg Op grond van artikel 20 van de Wpg kan de politie onder bepaalde voorwaarden overgaan tot de structurele verstrekking van politiegegevens aan deelnemers van een samenwerkingsverband. Hiervoor is een afzonderlijke beslissing van de korpschef nodig en moet voldaan zijn aan de voorwaarden zoals genoemd in art. 20 van de Wpg. Behalve dat er sprake moet zijn van een zwaarwegend algemeen belang, dient het doel van de verstrekking in overeenstemming of verenigbaar te zijn met het voorkomen en opsporen van strafbare feiten, het handhaven van de openbare orde, het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven dan wel het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving.
In deze artikel 20 Wpg beslissing is verwoord, dat aan deze voorwaarden is voldaan en wordt de verstrekking van politiegegevens aan de genoemde partijen van het Convenant aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030 geregeld. De korpschef neemt de beslissing op grond van artikel 20 van de Wpg in overeenstemming met het bevoegde gezag. Onder het bevoegd gezag wordt verstaan het gezag onder wiens verantwoordelijkheid de werkzaamheden vallen ten behoeve waarvan de gegevens zijn verwerkt. • Indien de politie optreedt ter handhaving van de openbare orde en ter uitvoering van de hulpverleningstaak staat zij onder het gezag van de burgemeester (art. 11 Politiewet 2012). • Indien de politie optreedt ter strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde staat zij onder het gezag van de officier van justitie (art. 12 Politiewet 2012). 3. Doeleinden
De doeleinden in onderhavig samenwerkingsverband zijn verenigbaar met: ➢ Het voorkomen, opsporen en vervolgen van drugs gerelateerde criminaliteit, zowel criminele netwerken alsmede individuele criminelen. ➢ Het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven. ➢ Het handhaven van de openbare orde. ➢ Het uitoefenen van toezicht op het naleven van regelgeving. Daarvoor is het noodzakelijk de convenantpartijen te voorzien van de benodigde Persoonsgegevens en overige gegevens, zoals beschreven in het Vertrekkingenkader behorend bij het convenant, in het kader van de aanpak van drugscriminaliteit. Deze doelen worden als een zwaarwegend algemeen belang aangemerkt dat tot verstrekking noodzaakt. Het kunnen bereiken van die doelstellingen, en kunnen monitoren van de voortgang daarvan, vergt dat partijen bepaalde Persoonsgegevens met elkaar kunnen uitwisselen. Zonder verstrekking van politiegegevens aan partijen is het bereiken van de doelstellingen niet mogelijk. 4. Te verstrekken gegevens 4.1 Te verstrekken gegevens artikel 8 en artikel 13 Wpg Op grond van deze beslissing kunnen politiegegevens worden verstrekt die ingevolge artikel 8 (dagelijkse politiepraktijk) en 13 (ondersteuning politietaak) van de Wpg worden verwerkt en noodzakelijk zijn ten behoeve van de onder artikel 3 genoemde doeleinden.
Met in achtneming van de proportionaliteit en subsidiariteit kunnen de relevante politiegegevens worden verstrekt. 4.2 Te verstrekken gegevens artikel 9 en artikel 10 Wpg Slechts indien dit strikt noodzakelijk is voor het doel van de verstrekking kan de verantwoordelijke, in afwijking van artikel 4:5, eerste lid Bpg, beslissen tot verstrekking van politiegegevens die worden verwerkt overeenkomstig artikel 9 of artikel 10, eerste lid onder a en c Wpg (rechercheonderzoeken, TCI en TOOI-gegevens). Omdat een dergelijke verstrekking een uitzondering betreft, dient bij iedere individuele verstrekking op grond van proportionaliteit en subsidiariteit de noodzaak te worden onderbouwd. Ook dient op grond van artikel 4:5, tweede lid Bpg eerst toestemming te zijn gegeven door de betrokken bevoegd functionaris (leider van het onderzoek) en de betrokken officier van justitie met inachtneming van de bepalingen zoals vermeld in de Aanwijzing Wpg en de rol van de officier van justitie (2018A004). Weging opsporings- en vervolgingsbelangen De door het Openbaar Ministerie te verlenen instemming ziet op de vraag of een voorgenomen verstrekking al dan niet het opsporing- en vervolgingsbelang kan schaden. Instemming wordt verleend ten aanzien van verstrekkingen waarbij duidelijk is dat opsporings- en vervolgbelangen niet worden geschaad.
Op grond van deze beslissing kunnen politiegegevens worden verstrekt die ingevolge artikel 9 en 10, eerste lid onder a en c van de Wpg worden verwerkt en strikt noodzakelijk zijn ten behoeve van de onder artikel 3 genoemde doeleinden. Met in achtneming van de proportionaliteit en subsidiariteit kunnen de relevante politiegegevens worden verstrekt.
4.3 Groepen personen over wie kan worden verstrekt
Verstrekking van politiegegevens beperkt zich tot de volgende groepen personen, zoals beschreven in het Verstrekkingenkader behorende bij het convenant, voor zover dit voor de ontvangende partij noodzakelijk is om haar deel van de doelstellingen te kunnen bereiken, en de gegevens toereikend, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn. Groep Betrokkenen; verdachte: a. NAW-gegevens en geboortedatum; b. Uitsluitend bij verstrekking aan het UWV: Burgerservicenummer (BSN); c. In aanvulling daarop kunnen door de politie de volgende politiegegevens worden verstrekt: • Politiegegevens als bedoeld in artikel 8 Wpg; • Politiegegevens als bedoeld in artikel 13, lid 1 Wpg. . Groep Betrokkenen; overige betrokkene(n):
a. NAW-gegevens, geboortedatum van de aangetroffen personen voor zover deze vermoedelijk zijn betrokken bij het strafbaar feit; b. Telefoon en/of e-mailgegevens c. In aanvulling daarop kunnen door de politie de volgende politiegegevens worden verstrekt: • Politiegegevens als bedoeld in artikel 8 Wpg; • Politiegegevens als bedoeld in artikel 13, lid 1 Wpg. Groep Betrokkenen; betrokken medewerkers van de partijen: a. Naam verstrekkende of behandelende ambtenaar of medewerker; b. Functiebenaming verstrekkende ambtenaar of medewerker; c. Telefoonnummer en/of e-mailadres verstrekkende ambtenaar of medewerker. 4.4 Bijzondere categorieën van politiegegevens Bijzondere categorieën van politiegegevens (ras, etnische afkomst, politieke opvattingen, religieuze of levensbeschouwelijke overtuiging, of gegevens over gezondheid, seksuele leven en seksuele gerichtheid en andere gegevens zoals genoemd in art. 5 Wpg), die door de politie mogen worden verwerkt in aanvulling op andere politiegegevens, kunnen alleen worden verstrekt aan partijen in het samenwerkingsverband, voor zover de ontvangende partij een expliciete rechtsgrondslag heeft in de voor haar van toepassing zijnde wetgeving dan wel in art. 23 t/m 30 UAVG om de betreffende bijzondere categorie Persoonsgegevens te verwerken dan wel dat dit voor de doeleinden van het samenwerkingsverband noodzakelijk is en art.
22 tweede lid UAVG van toepassing is. 5. Voorwaarden voor verstrekken De ontvangende partij heeft geen alternatieve niet-politiebronnen voor de gevraagde gegevens. Verder mogen politiegegevens alleen worden verstrekt als vooraf voldoende duidelijk is dat door de ontvanger(s) daadwerkelijk actie wordt ondernomen op basis van de verstrekte gegevens. Politiegegevens mogen alleen worden verstrekt voor zover zij juist, actueel, volledig, ter zake dienend en niet bovenmatig zijn. 6. Wie verstrekt aan wie? Politiegegevens worden alleen verstrekt: • door politiemedewerkers die daartoe door de leiding zijn belast met de opsporing van drugscriminaliteit en als zodanig zijn aangewezen en geautoriseerd; • aan medewerkers van partijen die daartoe door hun leiding zijn aangewezen en geautoriseerd voor zover dit noodzakelijk is voor hun taak bij het behalen van de doeleinden van het convenant.
7. Hoe wordt verstrekt? Politiegegevens kunnen mondeling en schriftelijk aan partijen in het samenwerkingsverband worden verstrekt, met inachtneming van passende informatie beveiligingsmaatregelen. Gegevens die mondeling worden verstrekt maar zijn bestemd om in een bestand te worden opgenomen, vallen onder de werking van de Wpg en de AVG. Schriftelijke verstrekking vindt plaats door middel van e-mail en brieven, met in achtneming van de hieraan te stellen beveiligingseisen. 8. Bijzondere verplichtingen Politiegegevens hebben een vertrouwelijk karakter. De geheimhoudingsplicht van artikel 7 Wpg is ook op de ontvanger van toepassing en de ontvanger is gehouden maatregelen te nemen die voorkomen dat verstrekte politiegegevens ter kennis komen van onbevoegden. De ontvanger wordt hierover op de hoogte gesteld. Verdere verwerking, waaronder doorverstrekking, van politiegegevens kan uitsluitend plaatsvinden voor zover wet- en regelgeving daartoe verplichten of voor zover de taak van de ontvanger hiertoe noodzaakt. Indien ontvangers(s) daarvan afwijken, treft de politie hiertegen maatregelen, die kunnen leiden tot het opschorten en uiteindelijk opzeggen van de samenwerking. De ontvanger wordt hierover op de hoogte gesteld. De korpschef van politie is de verwerkingsverantwoordelijke voor de verstrekking van politiegegevens ingevolge de Wpg.
De politie heeft het recht om een verzoek tot inzage geheel of gedeeltelijk af te wijzen op grond van de criteria zoals genoemd in art. 27 Wpg. Dit kan tot gevolg hebben dat ook geen of beperkte informatie wordt verstrekt over de verstrekking aan het samenwerkingsverband Indien na verstrekking blijkt dat politiegegevens onjuist of onvolledig zijn, draagt de politie zorg dat ontvangende partijen op de hoogte worden gebracht van correcties en/of aanvullingen. Deze correcties worden verwerkt en geregistreerd in de daarvoor bestemde systemen. De structurele verstrekking van politiegegevens aan het samenwerkingsverband wordt periodiek geëvalueerd volgens de afspraken die door de partijen zijn neergelegd in het convenant. Evaluatie vindt plaats in ieder geval voorafgaande aan de verlenging van het convenant. De politie is gehouden politiegegevens slechts te verwerken voor zover dit behoorlijk en rechtmatig is, de gegevens rechtmatig zijn verkregen en de gegevens gelet op de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, toereikend, terzake dienend en niet bovenmatig zijn. De politie is gehouden om een inbreuk op de beveiliging van persoonsgegevens, bedoeld in art. 33a, Wpg, schriftelijk vast te leggen inclusief de feiten omtrent de inbreuk, de gevolgen ervan en de maatregelen die zijn getroffen ter correctie.
De politie staat onder toezicht van de functionaris voor gegevensbescherming zoals genoemd in art. 36 Wpg en de privacyfunctionaris zoals genoemd in art. 34 Wpg en de Autoriteit persoonsgegevens, zoals genoemd in art. 35 Wpg. Op grond van art. 33 Wpg en de Regeling periodieke audit politiegegevens, wordt de verstrekking van politiegegevens waaronder de verstrekking aan samenwerkingsverbanden op grond van art. 20 Wpg, periodiek onderworpen aan audits. 9. Documenteren (schriftelijk vastleggen verstrekking) De politiemedewerker die, mondeling of schriftelijk, politiegegevens verstrekt, is verplicht deze verstrekking schriftelijk vast te leggen, onder vermelding van: - “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030”; - de datum en reden van verstrekking; - de inhoud van de verstrekte gegevens; - de naam van de partij(-en) en de medewerker(s) van de partij(en) aan wie is verstrekt.
10. Ingangsdatum, looptijd en archivering Deze beslissing treedt in werking op de dag na ondertekening door of namens de korpschef. Deze beslissing heeft een geldigheidsduur van 5 jaar, tenzij uit de evaluatie als genoemd in artikel 17.1 en 19.3 van het convenant “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030”, is gebleken dat er een noodzaak is tot stopzetting, verandering of aanpassing. Deze beslissing zal na deze 5 jaar, gelijklopend met het convenant, worden verlengd met 5 jaar onder dezelfde voorwaarden, tenzij uit genoemde evaluatie is gebleken dat er noodzaak is tot stopzetting, verandering of aanpassing. De korpschef is bevoegd om deze beslissing op ieder moment in te trekken of te wijzigen zodra daartoe aanleiding is. Deze beslissing is verbonden met voornoemd samenwerkingsverband en het daarbij behorende convenant “Aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030” en wordt in origineel bewaard door de politie met in achtneming van de Archiefwetgeving. 11. Ondertekening Aldus besloten, overeengestemd en ondertekend te [plaats] op [dag]-[maand]-[jaar]. De korpschef, namens deze Waarnemend politiechef van de eenheid Oost-Brabant, Mevrouw H.E. Jeurissen-Meussen
……………………………………………………………………………………. d.d.:
Voor kennisneming en akkoord,
De hoofdofficier van Justitie van het arrondissementsparket Oost-Brabant Mevrouw Mr. H.G.M. Rutgers
……………………………………………………………………………………… d.d.:
De regioburgemeester van de politie-eenheid Oost-Brabant, De heer J.R.V.A. Dijsselbloem
……………………………………………………………………………………… d.d.: