CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

R - 4 Bijlage 2. Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025-2030 (200706972) (1.0)

Gemeenteraad 22 mei 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Ter informatie.4.543 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsprotocol Behorend bij Convenant Aanpak Drugslocaties Oost-Brabant 2025 - 2030

Inhoud 1. Inleiding .......................................................................................................................................... 2 2. Algemene uitgangspunten .............................................................................................................. 2 3. De politie ........................................................................................................................ 5 3.1 Voorbereiding ontmantelingen ..................................................................................................... 5 3.2 Uitvoering ontmanteling ............................................................................................................... 6

4. De gemeente (bestuursorganen Burgemeester en het College van B&W)……………………………………….6 5. Netbeheerder Enexis ........................................................................................................ 7 6. Drinkwaterbedrijf Brabant Water ....................................................................................... 8 7. Woningcorporatie en de gemeente als verhuurder ................................................................ 9 8. UWV ............................................................................................................................. 10 9. Openbaar Ministerie ........................................................................................................ 11 10. Veiligheidsregio’s – Brandweer........................................................................................ 11

10-02-2025

1 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

1. Inleiding Het doel van het uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 -2030 is het helder weergeven wat de rol van iedere convenantpartij is en welke stappen daarbij horen in de aanpak van drugslocaties. Het uitvoeringsprotocol (procesbeschrijving) kan op verzoek van de convenantpartijen worden herzien indien daartoe aanleiding is. Op grond van het convenant kan informatie tussen de convenantpartijen worden verstrekt. Hierbij moet altijd afgewogen worden of de informatie bijdraagt aan het doel van het convenant (het voorkomen en aanpakken van drugscriminaliteit en de daarmee samenhangende problematiek) en voldoet aan de vigerende wet- en regelgeving. Artikel 2 van dit uitvoeringsprotocol bevat algemene uitgangspunten die voor alle convenantpartijen gelden: het lokale beleidsmatige drugsoverleg, het operationeel overleg en het verzamelen en evalueren van gegevens. Artikel 3 t/m 9 van dit uitvoeringsprotocol bevatten een toelichting op de rol van iedere convenantpartij en de daarbij horende processtappen.

2. Algemene uitgangspunten 2.1.

Drugsoverleg: Het drugsoverleg is een beleidsmatig overleg tussen alle lokaal betrokken convenantpartijen en het lokale aanspreekpunt van de politie. Doel van dit overleg is om met alle betrokken partijen het volgende te bespreken: de ontwikkelingen en de trends met betrekking tot drugscriminaliteit; de voortgang van het proces; de uniformiteit t.a.v. de werkwijze; de resultaten; de ervaringen, zowel positief als negatief, van alle partijen in het proces; de monitoring van de informatie-uitwisseling en de kwaliteit van dossiers. Per basisteam wordt bepaalt welke functionaris (behorende tot een van de convenantpartijen) voorzitter is van dit overleg, bijvoorbeeld de Basisteam programmaleider ondermijning1. De voorzitter neemt het initiatief tot het plannen van het beleidsmatig overleg. De frequentie van het overleg wordt per basisteam bepaald, maar is wel tenminste één keer per jaar. De voorzitter is verantwoordelijk om te voorzien in een contactenlijst van de beleidsmedewerkers van convenantpartijen voor een effectieve samenwerking.

2.2.

Operationeel drugsoverleg: Het aanspreekpunt van het lokale basisteam van de politie en de operationele medewerkers van de convenantpartijen werken op een pragmatische wijze samen om operationele drugszaken te bespreken. Afhankelijk van de situatie kan het nodig zijn dat een operationeel overleg wordt gepland met alle operationele partijen of in kleiner verband. Doel van dit overleg is om met de betrokken partners op zaakniveau te kijken naar de feitelijke, praktische gang van zaken met betrekking tot de drugslocaties (o.a. het voorbereiden of bespreken van de plaatsgevonden acties). Per drugszaak/casus wordt een overleg gepland met de benodigde partijen.

Basisteamprogrammaleider ondermijning: opdrachtnemer van de driehoek-plus voor het aansturen van de integrale aanpak van ondermijnende criminaliteit op basisteamniveau. De basisteamprogrammaleider is in dienst van één van de gemeenten van het basisteam, en heeft een ontkleurde rol. 1

2 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

Per basisteam wordt bepaalt welke functionaris (behorende tot een van de convenantpartijen) voorzitter is van dit overleg, bijvoorbeeld de coördinator van het bestuurlijk interventieteam2. De voorzitter neemt het initiatief tot het plannen van een operationeel overleg. De frequentie van het operationeel overleg wordt per basisteam bepaald. De voorzitter is verantwoordelijk om te voorzien in een contactenlijst van operationele medewerkers van convenantpartijen voor een effectieve samenwerking. Hierbij is het van belang dat bij het uitwisselen van informatie tussen de convenantpartijen de doelbinding van het convenant geborgd blijft (het voorkomen en aanpakken van drugscriminaliteit en de daarmee samenhangende problematiek). Verstrekkingen door de politie en het OM vinden hierbij plaats conform het verstrekkingenkader gegeven in bijlage 2. 2.3.

Gegevens verzamelen en evalueren: Elke convenantpartij heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het verzamelen en bijhouden van de voor haar eigen taak noodzakelijke gegevens. Voor zover noodzakelijk voor ieders taakuitoefening worden voor zover mogelijk op basis van privacywet- en regelgeving de door ieder van de partijen verzamelde gegevens in het beleidsmatige drugsoverleg besproken. Ieder jaar wordt de samenwerking op lokaal (basisteam) niveau geëvalueerd door de convenantpartijen. Voor deze evaluatie worden de verzamelde gegevens (zie punt 2.4) zijnde geen Persoonsgegevens, inzake de drugsacties gebruikt. De voorzitter van het beleidsmatige drugsoverleg neemt het initiatief tot deze lokale evaluatie. De partijen leveren de resultaten aan bij de voorzitter. De voorzitter bundelt de resultaten en deelt dit met de convenantpartijen. Deze lokale evaluatie staat los van de twee jaarlijkse evaluatie van het Convenant ‘aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030’.

2.4.

Te verzamelen gegevens: Ten behoeve van de evaluatie en het overleg zullen de convenantpartijen in ieder geval zorgdragen voor het paraat hebben van de volgende statistische gegevens in relatie tot drugscriminaliteit:

Politie Oost-Brabant • aantal meldingen over drugslocaties; • aantal binnentredingen in drugspanden en bij drugspercelen; • aantal ruimingen van kwekerijen en aantal hennepplanten; • aantal ontmantelingen drugslabs en opslaglocaties voor drugs en chemicaliën; • aantal processen verbaal; • aantal ontnemingen; • het totaal van de berekeningen wederrechtelijk verkregen voordeel (wvv); • totaalwaarde aan beslagleggingen. De politie levert het OM jaarlijks een lijst met parketnummers aan van strafdossiers over drugslocaties die het afgelopen jaar (januari t/m december) zijn ingestuurd naar het OM. Gemeenten: • aantal waarschuwingen; • aantal sluitingen (o.g.v. art. 13b van de Opiumwet); • aantal handhavingsacties (last onder bestuursdwang en last onder dwangsom o.g.v. de Opiumwet); • aantal weigeringen of intrekkingen van vergunningen (Wet Bibob in relatie tot de Opiumwet);

Coördinator Bestuurlijk Interventieteam: Integrale coördinator van integrale handhaving op basisteamniveau. De coördinator is in dienst van één van de gemeenten van het betreffende basisteam. 2

3 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

•

overige acties en/of maatregelen.

Enexis: • aantal aangiftes diefstal stroom en vernieling elektriciteitswerk; • aantal aangiftes diefstal gas en vernieling gasnet; • aantal afsluitingen; • aantal gefactureerde naheffingen diefstal stroom; • aantal gefactureerde naheffingen diefstal gas; • overige maatregelen (bv. schadeverhaal); • netverlies. Brabant Water: • aantal aangiftes diefstal water en vernieling waterleiding; • aantal afsluitingen; • aantal gefactureerde naheffingen diefstal water; • overige maatregelen (bv. schadeverhaal). Woningcorporaties: • aantal waarschuwingen; • aantal huuropzeggingen, huurontbindingen, woningontruimingen en uithuisplaatsingen inzake aantreffen drugs in huurwoningen; • aantal opgelegde gedragsmaatregelen; • aantal huurders (tijdelijk) uitgesloten van het woonruimteverdelingssysteem; • overige maatregelen en aantallen (bv. schadeverhaal). UWV & gemeentelijke sociale dienst: • aantal casussen in onderzoek; • aantal uitkeringen gekort/beëindigd; • aantal processen-verbaal uitkeringsfraude; • aantal bestuurlijke boetes (inclusief boetebedragen); • aantal terugvorderingen (inclusief bedragen); • overige, uitgevoerde acties.

Openbaar Ministerie (OM): • instroom aantal verdachten (aantal zaak/dossier/parketnummers) per basisteam; • wijze van afdoening (dagvaarden, sepot, buitengerechtelijke afdoening); • totaal opgelegd ontnemingsbedrag per basisteam en gemeente; • overzicht eindvonnissen, opgesplitst naar: o strafoplegging (gevangenisstraf, boete, taakstraf, leerstraf, met uitsplitsing naar onvoorwaardelijk en voorwaardelijk); o vrijspraak. Veiligheidsregio’s – Brandweer De brandweer houdt geen registraties bij over de inzet bij drugsgerelateerde locaties. Indien nodig kan aanvullende informatie over de inzet bij een drugslocatie worden verstrekt. Nu volgt een toelichting op de rol van iedere convenantpartij en de daarbij horende processtappen.

4 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

3. De politie 3.1 Voorbereiding ontmantelingen Melding ontvangen en verwerken: 1. Ad-hoc melding (bv wateroverlast, geuroverlast, brand) 2. Melding geplande interventie (bv MMA melding, TCI info) 3. Vooralsnog geen melding 1. Ad hoc melding • Relevante convenantpartijen worden in kennis gesteld conform het verstrekkingenkader (bijlage 2). • Indien nodig en toegestaan volgens de politie worden convenantpartijen verzocht aan te sluiten. Mocht het gaan om een huurwoning in eigendom van een bij het convenant aangesloten verhuurder en deze wordt vooraf ingelicht, zal er ook de mogelijkheid worden geboden om aanwezig te zijn bij de betreding. • De politie gaat naar binnen en treft een locatie aan waar drugs worden geproduceerd, verwerkt, opgeslagen of verhandeld en vervolgt zo mogelijk het opsporingsonderzoek. • De politie start de ontmanteling (zie 3.2) en geeft opdracht tot ontruiming. • Binnen 48 uur na de interventie worden de convenantpartijen ter zake geïnformeerd over wat er ter plaatse is aangetroffen. De politie verstrekt binnen twee weken een rapportage aan de convenantpartijen, zodat zij hun bestuurlijke en/of civiele maatregelen kunnen toepassen. Welke maatregelen de afzonderlijke partijen kunnen (proportioneel, subsidiair) nemen wordt vanaf artikel 4 per partij besproken. 2.

Geplande interventie • De melding wordt verrijkt met de informatie die nodig is voor verdere afhandeling. • In het voortraject wordt door de politie – voor zo ver mogelijk op grond van het verstrekkingenkader - aan betrokken convenantpartijen de voor hen relevante informatie uit de melding verstrekt, teneinde hen in de gelegenheid te stellen informatie intern te raadplegen en de resultaten daaruit met de politie te delen. • Vervolgens informeert de politie de convenantpartijen over het adres en de datum van ontruiming, en deelt gegevens over de aard en omvang van de drugslocatie en de aard en mate van gevaarsetting. De melding geschiedt via de vaste aanspreekpunten of de vervangers van de betreffende partijen. • De relevante convenantpartijen worden in de gelegenheid gesteld om aan te sluiten bij de interventie. Mocht het gaan om een huurwoning in eigendom van een bij het convenant aangesloten verhuurder en deze wordt vooraf ingelicht, zal er ook de mogelijkheid worden geboden om aanwezig te zijn bij de betreding. • De politie gaat naar binnen en treft een locatie aan waar drugs worden geproduceerd, verwerkt, opgeslagen of verhandeld en vervolgt zo mogelijk het opsporingsonderzoek. • De politie start de ontmanteling (zie 3.2) en geeft opdracht tot ontruiming.

• Binnen 48 uur na de interventie worden de convenantpartijen ter zake geïnformeerd over de interventie en wat er is aangetroffen. De politie verstrekt binnen twee weken een rapportage aan de convenantpartijen, zodat zij hun bestuurlijke en/of civiele maatregelen kunnen toepassen. Welke maatregelen de afzonderlijke partijen kunnen (proportioneel, subsidiair) nemen wordt vanaf artikel 4 per partij besproken. 3. Vooralsnog geen melding In het belang van een lopend strafrechtelijk opsporingsonderzoek kan het voorkomen dat de verstrekking van informatie door de politie, zowel in situaties onder 1 als onder 2 genoemd, niet kan plaatsvinden en/of tijdelijk wordt uitgesteld. Indien deze situatie zich voordoet, besluit het OM wanneer de informatie wordt verstrekt. Het verstrekkingenkader helpt de politie bij het verstrekken van informatie aan de andere partijen.

5 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

3.2 Uitvoering ontmanteling Opsporingsonderzoek: a. Inschakeling derden: zoals het OM (toestemming ruiming door/namens Dienst Roerende Zaken), Dienst Roerende Zaken (waarschuwt ontmantelingsbedrijf), de betreffende gemeente, Enexis, Brabant Water en woningcorporatie; b. Binnentreden; c. Aanhouden verdachte(n) en in beginsel in verzekering stellen; d. Sporenonderzoek (veiligstellen van sporen); e. Inbeslagname drugs en apparatuur etc.. f. Ontnemingswetgeving toepassen, waaronder berekenen wederrechtelijk verkregen voordeel (wvv) en indien mogelijk conservatoir beslag leggen (onroerend goed, geld en luxegoederen); g. Vernietiging in opdracht van het OM; h. Opdracht voor vernietiging aan ontmantelingsbedrijf; i. Inverzekeringstelling en verhoren van aangehouden verdachte(n), alsmede het verhoor van aangevers/benadeelden/getuigen; j. Zo snel als mogelijk is, doch uiterlijk binnen twee weken, wordt een bestuurlijke rapportage door de politie gemaakt. Het OM beoordeelt de bestuurlijke rapportage conform de ‘werkwijze bestuurlijke rapportages Oost-Brabant’. Na goedkeuring van het OM verstrekt de politie de bestuurlijke rapportage aan de betreffende burgemeester. Bestuurlijke rapportages over hennepkwekerijen kunnen zonder tussenkomst van het OM door de politie aan de burgemeester worden verstrekt.

Indien het vastgoed een object is van een woningcorporatie, welke partij in het convenant is, wordt deze een rapportage verzonden conform het format (bijlage 4). k. Dossier opmaken en binnen de met de (ZSM) OvJ afgesproken inzendtermijn, inzenden OM; l. Inwinnen, verwerken, analyseren en verstrekken van informatie die mede kan dienen tot het initiëren van zo mogelijk integrale districtelijke-, eenheids- of landelijke onderzoeken naar criminele samenwerkingsverbanden (csv's) die zich bezighouden met de handel en productie van drugs. m. Bij een indicatie of signaal van uitkeringsfraude stelt de politie de hiertoe relevante Politiegegevens o.g.v. art. 20 Wpg ter beschikking aan de gemeente, zodat de toezichthouder Participatiewet een onderzoek kan starten. n. Bij een indicatie of signaal van belastingontduiking of – fraude stelt de politie, in afstemming met het Openbaar Ministerie, de hiertoe relevante Politiegegevens o.g.v. art. 15 Wpg ter beschikking aan een buitengewoon opsporingsambtenaar van de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst ter uitvoering van diens opsporingstaak. Evaluatie: De politie houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

4. De gemeenten (bestuursorganen Burgemeester en het College van B&W) 1. Informatie: De gemeente informeert de politie indien er aanwijzingen zijn dat er op een bepaalde locatie drugs worden geproduceerd, verwerkt, opgeslagen of verhandeld of voorbereiding daartoe. Dit kan telefonisch of per mail bij het aanspreekpunt van het politie basisteam. De gemeente zorgt dat intern duidelijk is waar gemeentelijke medewerkers zich kunnen melden als zij een vermoeden hebben van een drugslocatie. Idealiter verloopt dit zo veel mogelijk via de medewerkers openbare orde en veiligheid van de gemeente, naar het aanspreekpunt van het politie basisteam. 2. Op locatie: De gemeente wordt, na daartoe door de politie te zijn geïnformeerd, in staat gesteld aan te sluiten bij de interventie door de politie, om indien noodzakelijk zelf informatie te verzamelen om de bestuursrechtelijke handhaving ten uitvoer te brengen. 3. Handhaving: De bestuursrechtelijke handhaving kan bestaan uit:

6 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

• •

•

•

• •

Het toepassen van spoedeisende bestuursdwang wanneer er sprake is van onmiddellijk gevaar. Het geven van een schriftelijke waarschuwing, het opleggen van een last onder dwangsom of het opleggen van een maatregel tot sluiting van woning of lokaal en bijbehorend erf (art. 13b Opiumwet); Het opleggen van een last onder dwangsom tot het in overeenstemming brengen van de gehele elektrische installatie met het Besluit bouwwerken leefomgeving (hierna: Bbl). Deze last onder dwangsom wordt opgelegd aan de eigenaar van het pand. De eigenaar moet een keuringsrapport overleggen. Hiermee toetst de gemeente of de installatie voldoet aan het Bbl. Nadat het pand voldoet aan de eisen van het Bbl laat de gemeente dit weten aan Enexis. Enexis kan het pand weer aansluiten op het stroomnetwerk, indien aan alle voorwaarden van Enexis wordt voldaan; Het weigeren, intrekken, beëindigen, opschorten, herzien, korten en/of terugvorderen van aangevraagde of onterecht genoten uitkeringen en het opleggen van een bestuurlijke boete in dat kader; Het zo nodig met last onder dwangsom of een last onder bestuursdwang nemen van beslissingen ter handhaving van het bepaalde in bouw- en woningwetgeving; Het weigeren een aangevraagde beschikking te geven dan wel het intrekken van een gegeven beschikking (Wet Bibob).

4. Verhuurder: De gemeente kan ook optreden als verhuurder van woningen, standplaatsen, bedrijfsruimtes, gebouwen of daarbij horende opstallen. De gemeente als verhuurder hanteert hierbij de dezelfde afspraken met betrekking tot de beëindiging van de huurovereenkomst als de woningcorporaties (zie artikel 7 van het uitvoeringsprotocol). 5. Gemeentelijke regelgeving: Gemeenten kunnen relevante verordeningen en beleidsregels inzake artikel 13b van de Opiumwet vaststellen. 6. Acties: Naast de strafrechtelijke weg kan via de civielrechtelijke weg (woningcorporatie of gemeente als verhuurder) of via de bestuursrechtelijke weg (gemeente) vertrek van de bewoner/gebruiker worden afgedwongen, daarnaast kan het pand worden gesloten of kunnen er andere bestuursrechtelijke maatregelen worden getroffen. De handhavingsjuristen van de gemeente letten ook op de mogelijke multi-complexe (zorg) problematiek die kan spelen op het betreffende adres. De gemeente neemt daarin passende maatregelen. 7. Evaluatie: De gemeente houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

5. Netbeheerder Enexis 1. Vooronderzoek: Op verzoek van de politie en op eigen initiatief, uiteraard met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving, verzamelt Enexis de noodzakelijke informatie en informeert daarover de politie-eenheid Oost-Brabant. 2. Op locatie: Na toestemming van de politie en voordat tot interventie wordt overgegaan, stelt de politie de medewerker(s) van Enexis in de gelegenheid om onderzoek te doen. Met als doel het verbruik vast te stellen en eventueel de hoeveelheid gestolen elektriciteit en gas, en bovenal het creëren van een veilige werkomgeving. Enexis stelt, indien er sprake is van gevaarzetting van de aansluiting tot en met de meter altijd een rapportage op, ook indien er geen sprake is van een illegale aansluiting. In geval van fraude stelt Enexis ook een rapportage op. Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, wordt deze rapportage ook gedeeld met de woningcorporatie of gemeente als verhuurder.

7 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

3. Aangifte: In geval van diefstal van elektriciteit en/of gas doet Enexis hiervan aangifte van diefstal bij de politie. Indien er sprake is van het opzettelijk vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van enig elektriciteitswerk of gasnet welke stoornis in de gang of in de werking van zodanig werk veroorzaakt, doet Enexis aangifte van overtreding art. 161 bis Wetboek van Strafrecht. In de aangifte beschrijft Enexis onder andere: • de aangetroffen situatie (waaronder elektrische apparatuur); • aanwijzingen voor het illegale stroomgebruik en/of gasgebruik; • gegevens over de afnemer van de elektriciteit en/of gas op het betreffende perceel, indien dit ook de verdachte betreft, zoals deze in de administratie van Enexis bekend is; • en het totaalbedrag van de door Enexis geleden schade. Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, wordt de aangifte ook gedeeld met de woningcorporatie of gemeente als verhuurder. 4. Gevaarzetting: Enexis stelt een rapportage op van gevaarzetting indien sprake is van gevaarzetting volgens artikel 161 Bis. WvSr. Ook indien geen sprake is van een illegale aansluiting.

Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, wordt deze rapportage ook gedeeld met de woningcorporatie of gemeente als verhuurder. 5. Verweer: Enexis kan zich door middel van de aangifte als civiele partij voegen in de strafzaak indien deze tegen de verdachte wordt ingezet. Zij zal zo nodig verweer voeren in een eventueel door de betrokkene(n) aangespannen civiele zaak. 4. Her-aansluiten: Indien er sprake is van diefstal van stroom en/of gas sluit Enexis in beginsel de stroom- en/of gasvoorziening niet weer aan c.q. plaatst geen nieuwe (slimme) meter, totdat het verschuldigde bedrag voor gebruikte energie en/of gas is voldaan of totdat er een nieuwe huurder is. Enexis kan om een waarborgsom vragen aan de contractant. 5. Evaluatie: Enexis houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

6. Drinkwaterbedrijf Brabant Water 1. Vooronderzoek: Op verzoek van politie en op eigen initiatief, uiteraard met inachtneming van de geldende wet- en regelgeving, verzamelt Brabant Water de noodzakelijke informatie en informeert daarover de politie Oost-Brabant. 2. Op locatie: Politie neemt telefonisch contact op met Brabant Water als er een drugslocatie is aangetroffen. Telefonisch wordt beoordeeld of het nodig is dat Brabant Water ter plaatse komt. Indien Brabant Water op locatie komt, doen zij onderzoek naar de situatie. Dit ten einde de risico’s voor de volksgezondheid, schade aan of misbruik van de drinkwatervoorzienig vast te stellen en een veilige werkomgeving te creëren. 3. Aangifte: In geval van diefstal van water doet Brabant Water aangifte van diefstal bij de politie. Indien er sprake is van het opzettelijk vernielen, beschadigen of onbruikbaar maken van enig drinkwatervoorziening doet Brabant Water aangifte van overtreding art. 161 Wetboek van Strafrecht. In de aangifte beschrijft Brabant Water o.a.: • de aangetroffen aanwijzingen voor het illegale gebruik van de watervoorziening;

8 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

•

•

gegevens over de contractant van de watervoorziening op het betreffende perceel, indien deze ook de verdachte betreft, zoals deze in de administratie van Brabant Water bekend is; het totaalbedrag van de door Brabant Water geleden schade.

Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, kan de corporatie of de gemeente als verhuurder de aangifte van Brabant Water opvragen bij Brabant Water. 4. Gevaarzetting: Brabant Water stelt een rapportage op van gevaarzetting. Zo nodig ook indien geen sprake is van een illegale aansluiting. Indien het vastgoed een object is van een woningbouwcorporatie, welke partij in het convenant is, of de gemeente als verhuurder, kan de corporatie of de gemeente als verhuurder de rapportage van gevaarsetting opvragen bij Brabant Water. 5. Verweer: Brabant Water kan zich door middel van de aangifte civiele partij stellen in de strafzaak indien deze tegen de verdachte wordt ingezet. Zij zal zo nodig verweer voeren in een eventueel door de betrokkene(n) aangespannen zaak. 6. Her-aansluiten: Indien sprake is van diefstal van water onderbreekt Brabant Water de waterlevering naar de aansluiting en herstelt de waterlevering pas nadat het gefactureerde bedrag voor schade en waterdiefstal is voldaan of totdat zich een nieuwe contractant meldt. Brabant Water kan om een waarborgsom vragen aan de contractant. 7. Evaluatie: Brabant Water houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

7. Woningcorporatie en de gemeente als verhuurder 1. Informatie: Indien de woningcorporatie of de gemeente als verhuurder zelf stuit op een drugspand, drugsperceel of een vorm van drugscriminaliteit, dan wel het vermoeden bestaat dat er sprake is van een strafbare productie, verwerking, opslag van en handel in drugs, stellen zij de politie zo spoedig mogelijk hiervan in kennis en wordt, bij voorkeur en indien mogelijk geïntervenieerd. 2. Locatie: De woningcorporatie of de gemeente als verhuurder wordt, indien mogelijk, voorafgaand of tijdens de interventie op de hoogte gesteld van binnentreden, zodat zij de kans heeft ter plaatse eventuele schade te (gaan) bekijken en afspraken te maken met de huurder. 3. Einde huurovereenkomst: Indien huurder niet vrijwillig meewerkt aan de beëindiging van de huurovereenkomst, zal de verhuurder in principe ontbinding van de huurovereenkomst en/of ontruiming van het gehuurde vorderen door middel van een gerechtelijke procedure, of het opleggen van een gedragsaanwijzing indien ontbinding niet haalbaar is, zo mogelijk inclusief verhaal van schade en daarbij ook, desgewenst, (subsidiair) gebruik maken van de mogelijkheid van de buitengerechtelijke ontbinding indien sprake is van een sluiting van de woning. 4.

Woonwagen: Met betrekking tot woonwagens welke eigendom zijn van de overtreder, maar die staan op huurgrond van de woningcorporatie of gemeente, geldt dat er in sommige gevallen door de burgemeester voor een verzegeling gekozen wordt in plaats van verplaatsing van de woonwagen. 5. Aangifte: In geval van vernieling of beschadiging van enig gebouw doet in principe de woningcorporatie of gemeente als verhuurder aangifte bij de politie. In de aangifte beschrijft de woningcorporatie of gemeente als verhuurder o.a. bedrag van de door hen geleden schade aan de

9 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

woning. De verhuurder behoudt altijd het recht om zijn schade in een civiele procedure op de huurder te verhalen. 6. Verweer: De woningcorporatie, of de gemeente als verhuurder, kan zich als benadeelde partij door middel van de aangifte als civiele partij voegen in de strafzaak indien deze tegen de betrokkene wordt ingezet. 7. Informatieplicht aan huurders: De woningcorporatie of gemeente als verhuurder spannen zich in om hun huurders vooraf erop te wijzen dat het produceren, verwerken, opslaan van en handelen in drugs of grondstoffen voor de productie van drugs of het aanwezig hebben van attributen bestemd voor het inrichten van een hennepkwekerij of drugslab tot beëindiging van de huurovereenkomst zal leiden en de huurders daarnaast het risico lopen de door hen veroorzaakte schade te moeten vergoeden, dan wel boetes te moeten voldoen alsmede onder voorwaarden voor een bepaalde periode niet in aanmerking komen voor een andere sociale huurwoning. 8. Evaluatie: De woningcorporatie of gemeente als verhuurder houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

8. UWV 1. Fraude onderzoek: In geval van strafbare productie, verwerking, opslag van en handel in drugs, stelt de politie het UWV op de hoogte. De verstrekking van informatie van de politie naar het UWV gebeurt in 2 fasen: • Fase 1: de politie deelt de BSN van de verdachte, datum aantreffen van het strafbaar feit, politie-eenheid en het BVH nummer met het UWV. • Het UWV onderzoekt of de verdachte aan het strafbare feit ten tijde van de betrokkenheid bij drugscriminaliteit wellicht ten onrechte één of meer uitkeringen hebben genoten uit hoofde van de sociale verzekeringswetten. • Fase 2: indien na onderzoek door het UWV blijkt dat sprake is van een klantrelatie en samenloop met een uitkering, dan verstrekt de politie in fase 2 ook de rapportage van het strafbare feit, het proces-verbaal van de verhoor van de verdachte en de rapportage met het wederrechtelijk verkregen voordeel. Als het UWV een getuigenverklaring nodig heeft voor het eigen onderzoek, kan het daartoe een gemotiveerde aanvraag voor verstrekking bij de politie doen. De politie kan de getuigenverklaring (althans de relevante passsages daaruit), na toestemming van de officier van justitie, verstrekken aan het UWV. Identificerende gegevens van derden (zoals getuigen) worden door de politie geanonimiseerd. 2.

Handhaving: Indien sprake is van dergelijke fraude treft het UWV passende maatregelen om de fraude te beëindigen en de geleden schade te vereffenen, een en ander met inachtneming van de reeds bestaande afspraken met het OM. Het UWV kan de volgende maatregelen treffen: • Het opleggen van een bestuurlijke maatregel: waaronder beëindiging, opschorting, herzien, korten, intrekking en/of terugvordering en verhaal van ten onrechte uitbetaalde uitkeringen; • Het opleggen van een bestuurlijke boete bij misbruik en/of oneigenlijk gebruik van uitkeringen; • Het doen van aangifte van uitkeringsfraude op basis van de Aanwijzing sociale zekerheidsfraude. 3. Evaluatie: Het UWV houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

10 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

9. Openbaar Ministerie 1. Leiding: het OM heeft de leiding over het opsporingsonderzoek naar strafbare feiten gerelateerd aan drugscriminaliteit. 2. Strafvervolging: Beoordelen van het dossier en bij voldoende bewijs instellen van strafvervolging ter zake overtreding van de Opiumwet en/of mits daarvan aangifte is gedaan van diefstal van stroom en/of gas, en vernieling en/of andere geconstateerde strafbare feiten conform de eigen beleidsregels. 3. Beslag en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel: Het afwerken van het gelegde beslag en ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. 4. Voegen: Informeren van benadeelde partij(en) die daarvan aangifte heeft/hebben gedaan dat zij zich kunnen voegen als benadeelde partij in het strafproces ex artikel 51a Sv, conform de Aanwijzing Slachtofferzorg. 5. Verstrekken: Het in voorkomende gevallen verstrekken van Strafvorderlijke gegevens voor buiten de strafrechtspleging gelegen doeleinden o.g.v. art. 39f Wjsg en de Aanwijzing van het College van procureurs-generaal (2013A014). Partijen kunnen hiertoe een gemotiveerd verzoek indienen bij het Openbaar Ministerie. 6. Evaluatie: Het OM houdt zelf gegevens bij (zie artikel 2.3 en 2.4 van dit uitvoeringsprotocol) en evalueert deze met de convenantpartijen tijdens het periodiek drugsoverleg.

10. Veiligheidsregio’s – Brandweer 1. Acties: De brandweer beschikt over expertise en middelen die ingezet kunnen worden in de uitvoering van een brandweer taak bij een druggerelateerde locatie. Het betreft onder andere: - Openen (en forceren) van toegang tot panden; - Verkennen en meten; - Adviseren over onder andere brandveiligheid en de mogelijke aanwezigheid van gevaarlijke stoffen; - Verlichting en specialistisch gereedschap. 10.2. Evaluatie: De brandweer houdt geen registraties bij over de inzet bij drugsgerelateerde locaties. Indien nodig kan aanvullende informatie over de inzet bij een drugslocatie worden verstrekt.

11 Uitvoeringsprotocol aanpak drugslocaties Oost-Brabant 2025 – 2030

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15392912/1