CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

R - 15 Bijlage Statenmededeling Bijstelling aanpak ammoniakemissie-eisen veehouderijen

Gemeenteraad 11 december 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Ter informatie2.782 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Statenmededeling

Onderwerp

Bijstelling aanpak ammoniakemissie-eisen veehouderijen

Datum

28 oktober 2025 Documentnummer

GS : 6206164

Aan Provinciale Staten van Noord-Brabant,

PS: 6211148 Programma

Kennisnemen van ons voornemen tot bijstelling van de aanpak voor stikstofreductie door het stellen van ammoniakemissie-eisen aan veehouderijen in de omgevingsverordening. Wij bieden hierbij de hoofdlijnen aan die de komende weken nader worden uitgewerkt met input van maatschappelijke partners en uw Staten. Aanleiding Wij willen Brabant Openhouden voor wonen, werken en wegen. Daar horen een sterke en veerkrachtige natuur bij en een klimaatbestendig en robuust water- en bodemsysteem. Omdat stikstof in veel gevallen hierbij een knelpunt is, neemt de provincie Noord-Brabant samen met partners en ondernemers verschillende maatregelen om de stikstofuitstoot- en neerslag te verminderen. De Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof (BOS) 2.0 bevat een pakket aan maatregelen om de stikstofuitstoot- en neerslag te verminderen. Eén van de belangrijkste maatregelen is het stellen van ammoniakemissie-eisen voor veehouderijen in de omgevingsverordening. De huidige aanpak zorgt nu echter niet voor de gewenste stikstofreductie door stagnatie in vergunningverlening, en heeft als gevolgen het vastlopen van toezicht en handhaving en verzoeken tot intrekking van vergunningen in de sector. Het voldoen aan de instandhoudingsdoelen Natura 2000 komen daarmee niet dichterbij en daarmee ons doel om Brabant Open te houden ook niet.

Om uit deze impasse te komen, bereiden wij een aanpassing voor van onze aanpak inzake ammoniakemissie-eisen veehouderijen. Het verlenen van vergunningen is daarbij geen doel op zichzelf, het gaat om het feitelijk bereiken van stikstofreductie. Brabant moet openblijven voor economische en maatschappelijke ontwikkelingen, waarbij ruimte is voor alle sectoren en bedrijven die ondernemen binnen de regels en meedoen in de voortuitgang en verduurzaming. We hebben daarbij veel erkenning voor ondernemers die investeren in stikstofreductie.

Aanpak Stikstof

Sinds 2017 hebben diverse veehouders voldaan aan onze ammoniakemissieeisen, daar hebben we veel waardering voor. Veel ondernemers willen aan de ammoniakemissie-eisen voldoen, maar door de onzekerheid over de werking van stalsystemen en gestagneerde vergunningverlening is dat nu lastig. Hierdoor zijn er veel verouderde stallen die nu niet verduurzaamd worden en er daarmee essentieel minder stikstofreductie plaatsvindt. Wij willen met deze aanpak het reductiepad op gang houden en daarmee intrekkingsverzoeken voorkomen. We vragen daarbij vanuit de solidariteitsgedachte aan alle veehouderijen om een bijdrage te leveren door verouderde huisvestingssystemen aan te passen en/of reducerende maatregelen te treffen. Vooral voor de melkveehouderij zal dit een grote omschakeling en investering vragen. Met de bijstelling realiseren we stikstofreductie vanuit de gehele veehouderijsector waardoor uiteindelijk weer economische ontwikkelingen in Brabant kunnen plaatsvinden, ook in de landbouwsector, en daarnaast minder veehouders aangeschreven worden. Via andere BOS 2.0 maatregelen werken we eveneens hard aan stikstofreductie in andere sectoren. Bevoegdheid Het vaststellen van een wijziging van de omgevingsverordening is de bevoegdheid van Provinciale Staten.

De bevoegdheid om Bijlage VI Technische eisen huisvestingssysteem te wijzigen, is gedelegeerd aan Gedeputeerde Staten (Delegatiebesluit Omgevingsverordening Noord-Brabant, artikel 1, onder l). Rollen en belangen Vanuit artikel 2.18, eerste lid, onder g, van de Omgevingswet is het provinciebestuur verplicht maatregelen te treffen, zodat de instandhoudingsdoelstellingen voor de Natura 2000-gebieden worden gehaald. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor de vergunningverlening en toezicht en handhaving. Kernboodschap

1. Wij stellen onze aanpak met ammoniakemissie-eisen van veehouderijen bij, rekening houdend met de wens en inbreng vanuit de sector via de bouwsteen Landbouw. Hierdoor wordt het mogelijk om stikstofreductie vanuit veehouderijen te realiseren. Dit biedt perspectief voor natuur en veehouders. Op dit moment verkeren we in een impasse; ontwikkelingen liggen stil en er vindt feitelijk geen reductie plaats van ammoniak uit veehouderijen. De natuur verslechtert en hierdoor zijn belangrijke economische ontwikkelingen ten behoeve van wonen, wegen en werken (ook in de sector) niet mogelijk. Er bestaat juridische onzekerheid over de werking van stalsystemen en door de slechte staat van de Natura 2000-gebieden is het aantonen van additionaliteit niet tot nauwelijks mogelijk. Wij hebben als doel Brabant open te houden. Daarom willen wij de aanpak voor de ammoniakemissie-eisen

2/8

Datum

28 oktober 2025 Documentnummer

GS : 6206164 PS: 6211148

voor veehouderijen bijstellen en deze zo inrichten dat die daadwerkelijke verbeteringen voor de natuur met zich meebrengt en ruimte biedt voor ondernemerschap.

Datum

28 oktober 2025 Documentnummer

GS : 6206164

2. Wij schakelen over op een aanpak met stikstofreductie als passende maatregel.

PS: 6211148

Vanaf 2009 is de noodzaak onderkend om ammoniakemissie van veehouderijen te beperken vanwege de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Waarbij duidelijk is dat er in Brabant meer nodig is dan in andere delen van Nederland, gezien de problematiek die in Brabant groter is. De in het Convenant ‘Stikstof en Natura 2000’ opgenomen afspraken zijn ‘omgezet’ in provinciale ammoniakemissie-eisen die in de omgevingsverordening (OV) zijn opgenomen. Hierbij moeten nieuwe stallen en verouderde huisvestingssystemen voldoen aan in de verordening vastgelegde eisen. De ammoniakemissie-eisen voor veehouderijen zorgen voor een substantiële reductie van stikstofemissie en –depositie op Natura 2000-gebieden en zijn gericht op het tegengaan van verslechtering en halen van de natuurdoelen. Ze zijn daarmee een instandhoudings- of passende maatregel (artikel 3.59 Besluit kwaliteit leefomgeving), gericht op het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000 1 (hierna passende maatregel). Als een maatregel is gericht op het realiseren van de instandhoudings-doelstellingen van Natura 2000 is er geen natuurvergunningplicht omdat dergelijke maatregelen zijn gericht op het verbeteren van de staat van instandhouding. Ze vallen daarmee niet onder een Natura 2000-activiteit; dat zijn activiteiten die mogelijk een negatief effect kunnen hebben.

Dit betekent dat veehouders maatregelen kunnen nemen om stikstofreductie te bewerkstelligen zonder dat hiervoor een vergunning nodig is.

3. Binnen de bijgestelde aanpak is het niet mogelijk om de ontstane emissiereductie op bedrijfsniveau op te vullen met meer dierplaatsen. Hier is een vergunning voor nodig. Om als passende maatregel aangemerkt te worden, is het nodig dat de aanpak met ammoniakemissie-eisen leidt tot een substantiële reductie van ammoniakemissie uit veehouderijen en vermindering van ammoniakdepositie op Natura 2000-gebied. Bij een passende maatregel moet daarom in voldoende mate vaststaan dat die op locatieniveau altijd leidt tot substantiële ammoniakreductie. Dit betekent dat er binnen de bijgestelde aanpak geen ruimte bestaat voor uitbreiding van productiecapaciteit (opvulling). Hier blijft een vergunning voor nodig.

4. Wij werken vanuit de huidige aanpak van emissie-sturing op dierplaatsniveau in stappen toe naar een bedrijfslocatie-emissieplafond in 1

Zie onder andere ECLI:NL:RVS:2025:2198

3/8

2035. Hiermee sluiten we aan op signalen vanuit de sector en de denklijn in de Bouwsteen Landbouw van IPO, LTO, VGN, UvW en NAJK. De huidige emissie van een bedrijf neemt in de loopt der tijd af op basis van de aanwezige stallen, de leeftijd van die stallen (15/20 jaar of ouder) en de normen in bijlage VI per veehouderijtak. De emissie van een bedrijf neemt in de loop van de tijd af als meer stallen op de locatie de leeftijd van 15 respectievelijk 20 jaar bereiken en nog niet aan de geldende eisen voldoen. De aanpak blijft erop gebaseerd dat het voldoen aan de normen voor de desbetreffende diercategorie is gekoppeld aan de investeringsmomenten voor de ondernemer en blijft de tussentijdse vrijwaring van gerenoveerde huisvestingssystemen bestaan. Met deze aanpak werken we er naar toe dat in 2035 de emissie uit veehouderijlocaties in Brabant substantieel is verminderd. Inzet is om in 2035 te komen tot een sectorgemiddeld 46% lagere emissie op locatieniveau dan in 2019. We sluiten hiermee aan op de gedachtelijn in de bouwstenen IPO-LTO cs. De reductiemogelijkheden zijn per veehouderijtak verschillend. Dit heeft tot gevolg dat de normen per veehouderijtak variëren om gemiddeld tot 46% sectorreductie te komen. Binnen dezelfde veehouderijtak zijn geen verschillen in normen tussen hieronder vallende bedrijven.

We blijven ons richten op doelsturing op locatieniveau en geven ondernemers duidelijkheid over het emissiereductiepad voor nu en de toekomst. De ondernemer kiest op welke wijze hij voldoet aan het emissiereductiepad. Hierbij heeft de ondernemer de keuze uit een menukaart van systemen en maatregelen, waarvan op basis van wetenschappelijke inzichten aannemelijk is dat met de toepassing daarvan aan de normen kan worden voldaan. Daarnaast behoren een natuurinclusieve bedrijfsvoering en het houden van minder dieren tot de mogelijkheden. Hiermee geven we vertrouwen aan de veehouderijsector en de ondernemers in het behalen van het emissie-reductiepad en acteren we op signalen vanuit de sector die vragen om duidelijke doelen en het bieden van keuzevrijheid. Als een veehouder de emissie terugbrengt tot onder de in bijlage VI genoemde norm en dit wil opvullen of de reductie wil realiseren door over te schakelen op een andere diercategorie, blijft een vergunning nodig.

5. Wij richten ons in de bijgestelde aanpak op normen per veehouderijtak waarbij we technisch en economisch haalbare best beschikbare technieken onderzoeken en geven ondernemers keuzevrijheid in de toe te passen technieken en/of te nemen maatregelen. Uit jurisprudentie2 blijkt dat bij het treffen van passende maatregelen geen 100% zekerheid hoeft te zijn over het effect van de maatregelen, zoals dat wel het geval is in het spoor van vergunningverlening. Het effect van een (innovatieve) techniek hoeft in zo’n geval dus niet met 100% zekerheid te worden aangetoond. Om het systeem uitvoerbaar te maken, stellen we de 2

ECLI:NL:RVS:2025:2969, ECLI:NL:RBOBR:2025:2324

4/8

Datum

28 oktober 2025 Documentnummer

GS : 6206164 PS: 6211148

aanpak op enkele punten bij. Als eerste door de eisen in bijlage VI van de omgevingsverordening te wijzigen in normen. De normering gaat zo veel mogelijk uit van technische- en economische haalbaarheid, ofwel van best beschikbare technieken, maar dat is niet randvoorwaardelijk. De normen worden bepaald met hulp van beoordeling van deskundigen en worden periodiek geactualiseerd op basis van innovatie. Daarnaast wordt in bijlage VI een menukaart opgenomen van systemen en maatregelen waarvan aannemelijk is dat daarmee aan de gestelde norm voldaan kan worden. Zoals wij hierboven al hebben aangegeven, kiest de ondernemer op welke wijze hij wil voldoen aan de normen. Mogelijkheden zijn: - huisvestingssystemen, opgenomen in bijlage VI; - voer-/managementmaatregelen, opgenomen in bijlage VI; - een natuurinclusieve bedrijfsvoering; - het houden van minder dieren.

6. Met de bijstelling van de aanpak moeten alle veehouders op 1 juli 2026 voldoen. Veehouders met huisvestingssystemen die 15/20 jaar of ouder zijn, moeten een melding indienen waarin zij aangegeven op welke wijze zij aan de normen gaan voldoen op 1 juli 2026. Voor ondernemers die conform de regeling in de omgevingsverordening een aanvraag voor 1 oktober 2023 hebben ingediend, wordt voorzien in overgangsrecht zodat voor die situaties de normen in bijlage VI van voor 1 juli 2024 blijven gelden. Wij gaan de ondernemers die een natuurvergunningaanvraag hebben ingediend, schriftelijk verzoeken om die aanvraag om te zetten naar een melding of deze in te trekken. Hiervoor worden geen leges geheven.

7. Ondernemers bieden wij juridische zekerheid middels een maatwerkvoorschrift dan wel een gewijzigd vergunningvoorschrift. Met de bijstellingsaanpak wordt de natuurvergunningplicht vervangen door een meldplicht. Ondernemers melden welke maatregelen zij willen treffen om aan de norm in bijlage VI te voldoen. Hiervoor worden in bijlage VI maatregelen en systemen benoemd waarover op wetenschappelijke basis consensus bestaat dat het aannemelijk is dat daarmee aan de norm voldaan kan worden. Met een maatwerkvoorschrift wordt de maatregel juridisch verankerd. In gevallen waarin de veehouderij beschikt over een natuurvergunning wordt dit vastgelegd in een gewijzigd vergunningvoorschrift. Door met een maatwerkvoorschrift te werken worden de te treffen maatregelen (en de uitvoering daarvan) juridisch vastgelegd. Dit biedt enerzijds juridische zekerheid aan de veehouder en maakt anderzijds het uitoefenen van toezicht en handhaving mogelijk. Tegen het vaststellen van een maatwerkvoorschrift staat bezwaar en beroep open. In het geval een veehouder een gewijzigde invulling wil geven aan de verduurzamingsmaatregelen, moet hij daarvoor een nieuwe melding

5/8

Datum

28 oktober 2025 Documentnummer

GS : 6206164 PS: 6211148

indienen zodat dit verwerkt kan worden in een (gewijzigd) maatwerkvoorschrift.

Datum

28 oktober 2025 Documentnummer

8. We werken met deze aanpak toe naar natuurherstel en ontwikkelingsmogelijkheden voor initiatieven in het kader van Brabant Openhouden en met een adaptieve aanpak maken we de maatregel in 2030, na evaluatie, meer gebiedsgericht.

GS : 6206164 PS: 6211148

Onze inzet is om in 2035 te komen tot een sectorgemiddeld 46% lagere emissie op veehouderijlocaties dan in 2019 met een generieke aanpak voor alle veehouderijen. De reductiemogelijkheden zijn per veehouderijtak verschillend. Dit heeft tot gevolg dat de normen per veehouderijtak variëren om gemiddeld tot 46% sectorreductie te komen. Binnen dezelfde veehouderijtak zijn geen verschillen in normen tussen hieronder vallende bedrijven. In 2030 evalueren we of het te verwachten is (op basis van leeftijd stallen en de normen) dat we met deze aanpak ons doel van een sectorgemiddelde reductie van 46 % van veehouderijlocaties halen. We stellen de aanpak indien nodig bij om dat doel te bereiken. In 2030 differentiëren we de generieke aanpak naar specifieke waarden vanuit doelbereik voor de afzonderlijke Natura 2000-gebieden. Dit is congruent met het overgangsgebiedenbeleid. Hierdoor werken we ook maximaal aan natuurherstel en geven we ontwikkelmogelijkheden aan initiatieven waar mogelijk. Afhankelijk van de situatie van een Natura-2000-gebied in 2030 kan het noodzakelijk zijn om aanvullend specifieke (gebiedsgerichte) maatregelen te treffen. Naast deze maatregel vermindert de emissie uit de veehouderij door bijvoorbeeld beëindigingsregelingen en door minder emissies uit mestaanwending.

Voor de borging van bovenstaande aanpak onderzoeken wij of het vaststellen van een (zelfbindende) omgevingswaarde, waarin we ons doel voor 2035 juridisch vastleggen, meerwaarde heeft. Hiervoor vragen wij ook advies aan een onafhankelijk deskundige. Het via de omgevingswaarde vastgestelde doel, is dan de bijdrage die de provincie vraagt aan de veehouderijsector voor wat betreft de emissies van veehouderijlocaties. Consequenties De hoofdlijnen van de bijstellening van de aanpak bieden wij nu aan in deze statenmededeling. Deze hoofdlijnen willen wij met inbreng vanuit uw Staten en partners uitwerken en aan u voorleggen. De gevolgen van het voorstel voor de uitvoering, personele inzet en financiële aspecten, worden nader in beeld gebracht in het aanvullende statenvoorstel tot wijziging van de omgevingsverordening. Europese en internationale zaken De ammoniakemissie-eisen zijn ingesteld om te voldoen aan de wettelijke verplichting voor het realiseren van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden.

6/8

Datum

Communicatie Over deze bijgestelde aanpak ammoniakemissie-eisen veehouderijen wordt actief gecommuniceerd middels een persbericht en via andere gebruikelijke communicatiekanalen (website, informatiebijeenkomsten, nieuwsbrieven, whatsapp service, etc). Vanwege de voorgestelde bijstelling wordt ook de Routekaart veehouderijen op korte termijn aangepast.

28 oktober 2025 Documentnummer

GS : 6206164 PS: 6211148

Vervolg Met de bijstelling van deze aanpak nemen wij onze verantwoordelijkheid als provincie om stikstofreductie te realiseren. We doen dit binnen de samenhang van het totale pakket van maatregelen Brabant Openhouden zoals aangegeven in de Statenmededeling Brabant openhouden en herijking Brabantse Ontwikkelaanpak Stikstof BOS en het bijbehorende stappenplan. In de BOS 2.0 zijn stikstofreducerende maatregelen opgenomen. Daarnaast worden daar, zoals in de Bos 2.0 aangegeven, aanvullende maatregelen in de komende periode aan toegevoegd. Aanpak Landelijk Gebied zijn de natuurherstelmaatregelen samengebracht zoals die worden genomen (zie statenmededeling). De hoofdlijnen van de bijstelling van de aanpak ammoniakemissie-eisen veehouderijen worden in de komende weken verder doorontwikkeld en uitgewerkt met inbreng van partners en uw Staten. De input vanuit uw Staten halen wij op tijdens de oordeelsvormende bespreking op 31 oktober 2025. De input vanuit partners halen wij in de komende weken op via de bestaande overlegstructuur stikstof. Wij zoeken hierbij ook de verbinding met België en andere provincies, zoals Gelderland, Zuid-Holland en Limburg, die recent ook eigen beleid en maatregelen hebben vastgesteld.

Op dit moment is een aanpassing van de omgevingsverordening in procedure waarmee voor melkvee, vrouwelijk jongvee en vleeskalveren de deadline voor stalaanpassingen opschuift van 1 januari 2026 naar 1 juli 2026. De voornoemde bijstelling van de aanpak wordt medio november met een aanvullend Statenvoorstel en een aanvullende Nota van inspraak en wijzigingen aan dat dossier toegevoegd, zodat uw Staten die kunnen betrekken bij de oordeelsvormende bespreking op 28 november 2025 en besluitvorming in uw Staten op 12 december 2025. De bijstelling van de aanpak richt zich op veehouders die hun bedrijf willen voortzetten. Voor veehouders die (tussentijds) willen stoppen en die zich nog niet hebben aangemeld voor een regeling, komen er nieuwe regelingen zoals de Gebiedsgerichte beëindiging veehouderijlocaties (GBV) en de Vrijwillige beëindigingsregeling veehouderijlocaties (VBR) vanuit het Rijk. Ook kunnen zij gebruik maken van de regeling Maatwerk omgevingskwaliteit (opvolger van Ruimte voor Ruimte). De huidige mogelijkheid voor stoppende bedrijven om de emissiereductie via minder dieren te realiseren blijft bestaan. Daarnaast werkt het

7/8

Rijk aan de Subsidieregeling extensivering melkveehouderij (SEM) en wordt vanuit de provincie onderzocht of en hoe wij verplaatsing van bedrijven, die te dicht bij een N2000-gebied gelegen zijn, mogelijk kunnen maken. De maatregel voor stikstofreductie in de veehouderij maakt dus onderdeel uit van een breder pakket van maatregelen. Bijlagen - Concept van voorgestelde wijzigingsregeling Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant, de voorzitter,

de secretaris,

mr. I.R. Adema

drs. G.H.E. Derks MPA

8/8

Datum

28 oktober 2025 Documentnummer

GS : 6206164 PS: 6211148

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16364403/1