CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

R-1 Bijlage - Uitvoeringsagenda NOVEX Stedelijk Brabant

Gemeenteraad 12 december 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Ter informatie21.232 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Basis hiervoor zijn de ontwikkelperspectieven/ visies voor de stedelijke regio’s en de onderzoeken/ inventarisaties die provincie en gemeenten in de regionale woondeals met elkaar hebben afgesproken te gaan doen naar mogelijkheden voor binnenstedelijke transformatie en verdichting (zie ook de potentiële opname capaciteit van de grotere binnenstedelijk bouwlocaties van NOVEX Stedelijk Brabant in het kader van de schaalsprong in stedelijkheid in paragraaf 1.1.). Het plan van aanpak Beter benutten Bestaande Voorraad van de provincie kan daarbij helpen. Afspraak 4: voorzieningen groeien mee met de verstedelijking in stad en dorp. In het Ontwikkelperspectief is 1 van de 3 kernwaarden ‘de kwaliteit van leven staat voorop’. Dit betekent dat niet alleen groen meegroeit met verstedelijking maar ook de voorzieningen. Hiermee worden niet alleen winkel-, maatschappelijke- en horecavoorzieningen bedoeld. Ook culturele, recreatieve en sportvoorzieningen groeien mee met de verstedelijking. Hierbij is de fysieke en sociale bereikbaarheid een belangrijk aandachtspunt; er wordt ingezet in op het nabijheidsprincipe.

26

Uitvoeringsafspraken Dit ontwikkelprincipe krijgt Brabantbreed vorm door de volgende uitvoeringsafspraken:

Ontwikkelprincipe 3: nieuwe woningen dragen bij aan bestaande stad of dorp Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Concretiseren ontwikkelstrategieën stedelijke regio’s in verstedelijkingsrichtingen en opname capaciteit/kansen voor verdere stedelijke verdichting en transformatie, aanpak naoorlogse wijken en in relatie tot de ontwikkelprincipes en op basis van een integrale aanpak. Voor zover mogelijk worden de benodigde investeringen mobiliteitsnetwerken, groenblauwe opgaven, energietransitie en drinkwater daarbij in beeld gebracht.

Stedelijke regio’s in samenwerking met provincie en waterschappen

Start 2025/26

Opstellen adaptieve programmering woningbouw voor elke stedelijke regio met betrekking tot de grotere woningbouwlocaties voor de middellange (2030-2040) en langere termijn (2040-2050). Met behulp van deze programmering spelen de samenwerkende partijen in op de woningbouwopgaven in relatie tot energietransitie (onder andere netcongestie), de realisering van de mobiliteitsopgaven en klimaatadaptatie en het toe te voegen buiten- en binnenstedelijk groen. Een dergelijke programmering is op termijn ook nodig in relatie tot de uitvoering van wet regie op de volkshuisvesting.

Provincie in samenwerking met stedelijke regio’s, VRO, waterschappen, en netbeheerders. Hier ligt onder andere een belangrijke relatie tussen het pMIEK en het nMIEK en de investeringsplannen van de verschillende netbeheerders.

Start 2025

Provincie werkt in deze bestuursperiode met de 12 grootste gemeenten van Brabant samen aan de realisering van complexe binnenstedelijke transformatieopgaven gericht op een schaalsprong in stedelijkheid en het creëren van stedelijke mixmilieus voor wonen, werken en voorzieningen, in onder andere de spoorzones van deze steden in samenhang met mobiliteitstransitie. Goede afspraken over de realisering van de betreffende gebiedsopgaven in relatie tot de strategische woningbouwplanning van de gemeenten en de regio zijn daarbij van belang. Afhankelijk van de complexiteit van de gebiedsopgave wordt een samenwerkingsagenda opgesteld. Het schaalniveau van deze samenwerkingsagenda betreft het binnenstedelijk systeemniveau (het gebied dat direct van belang is voor/ grenst aan de binnenstedelijke gebiedsopgave).

Provincie samen met de steden: Bergen Lopende langjarige op Zoom, Breda, Eindhoven, Helmond, samenwerkingen 's-Hertogenbosch, Maashorst, Meierijstad (Veghel), Oosterhout, Oss, Roosendaal, Tilburg en Waalwijk

Inventariseren mogelijkheden voor kleinere inbreidingsplannen ten behoeve van continue bouwstroom.

Gemeenten

2025

Ontwikkelen dorpenstrategie met als doel te onderzoeken hoe de samenwerkende partijen in de dorpen op kleinere schaal aan de slag kunnen met duurzame verdichting in relatie tot het versterken van het dorpskarakter, de leefbaarheid, de voorzieningenstructuur, de bereikbaarheid en het opvangen van de veranderende bevolkingssamenstelling in de dorpen.

Gezamenlijke Toolbox Dorpenstrategie: Land van Cuijk (namens SRsH), Altena (namens SRBT) en subregio de Peel (namens MRE)

Start medio 2024 Medio 2025 toolbox/ instrumentarium gereed

De eerste stap in dit proces is het opstellen van een gezamenlijke Toolbox Dorpenstrategie. Deze toolbox moet gemeenten in het landelijk gebied van de vier stedelijke regio’s helpen met: • het krijgen van meer grip op de opgaven; • het aanreiken van oplossingsrichtingen (generiek of uniek); • het aanreiken van bestaande/bewezen/experimentele/nieuwe (generieke) instrumenten; • het gebruik van woningbouw als hefboom voor de leefbaarheid. Tijdens dit proces wordt een Brabantbreed leertraject opgezet om de resultaten van de gezamenlijke toolbox te delen.

27

Brabantbreed leertraject: Provincie in samenwerking met trekkers voor de dorpenstrategieën in de stedelijke regio’s

Najaar 2025 opstarten regiospecifieke uitwerking

Ontwikkelprincipe 3: nieuwe woningen dragen bij aan bestaande stad of dorp Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Kansen in beeld brengen voor revitaliseren naoorlogse wijken in steden en dorpen en vertalen naar een handelingsperspectief in relatie tot het toevoegen nieuwe woningen, vergroening, verduurzaming, energie, versterking voorzieningen en leefbaarheid. Provincie brengt de bevindingen van het op te stellen plan van aanpak ‘Beter benutten’ in deze processen in (gereed eind 2024)

Gemeenten, stedelijke regio’s en Provinci2

2025

Werken naar eenduidige afspraken met alle gemeenten in Brabant om te bouwen volgens “Het Nieuwe Normaal” met als doel circulair en biobased ontwikkelen en bouwen te versnellen. Door afspraken te maken, vanuit de bestaande samenwerking Brabantse Aanpak Circulair Bouwen, willen de samenwerkende partijen een level playing field en duidelijkheid voor marktpartijen met betrekking tot de ambities in Brabant creëren.

Provincie, in samenwerking met gemeente en Brabantse Aanpak Circulair Bouwen

2025-2026

28

Afbeelding 7: nieuwe woningen versterken bestaande steden en dorpen (bron: Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant 2040)

29

2.6

Energie en drinkwater als randvoorwaarde voor verstedelijking

Een goede energie- en drinkwatervoorziening is een belangrijke randvoorwaarde voor duurzame verstedelijking en heeft daarom een relatie met alle ontwikkelprincipes. De energie- en drinkwaterbehoefte zal de komende jaren flink groeien. Parallel daaraan vindt de zoektocht naar duurzame bronnen van energie en drinkwater plaats. Het is belangrijk dat de energie- en drinkwateropgave integraal onderdeel uitmaken van de verstedelijkingsopgave (met betrekking tot locatiekeuze, ruimtebeslag, opwek, besparing et cetera). Uitvoeringsstrategie De energietransitie is een complexe en kostbare opgave die haalbaar en betaalbaar is als collectieve oplossingen centraal worden gesteld en nieuwbouw wordt ingezet als onderdeel van de oplossing voor een groter gebied. Ook is het van belang om in te zetten op energiebesparing in de bestaande gebouwde omgeving. De opgave is urgent. Het elektriciteitsnetwerk in Noord-Brabant is vol. Daardoor is het voor grootverbruikers, zoals bedrijventerreinen (bijna) niet meer mogelijk om een aansluiting op het net te krijgen. De verwachting is dat dat op termijn ook gaat spelen voor woningbouwprojecten. De gezamenlijke overheden moeten in Brabant een nieuw collectief systeem bouwen om te komen tot het energiesysteem van de toekomst. Hoe meer ingezet wordt op ‘All-Electric’ hoe minder betaalbaar de collectieve oplossing en daarmee de energietransitie wordt.

Dit betekent dat de partners in Brabant de nieuwbouw willen inzetten als onderdeel van de oplossing en niet als vergroting van het probleem: slimme nieuwbouw die bijdraagt aan meer balans. We gaan stappen zetten in het systeemdenken, gebiedsgericht samenwerken, inzetten op energiehubs, modulaire warmtesystemen waar mogelijk koppelen aan andere duurzame energiebronnen zoals windturbines en bij stedelijke ontwikkeling rekening houden met de ruimtevraag voor de energietransitie (zowel boven- als ondergronds). Voor deze meer systemische aanpak hebben we in Brabant alle overheden nodig .Binnen de vier Brabantse RES-regio’s zijn en worden afspraken gemaakt en uitgevoerd met betrekking tot besparen, verduurzamen, opwek en beschikbaarheid van energie. RES-regio’s en stedelijke regio’s hebben elkaar nodig om de energietransitie mogelijk te maken in relatie tot de verstedelijkingsopgaven.

30

In Brabant wordt meer grondwater onttrokken dan aangevuld. Daarom streven de samenwerkende NOVEX-partijen naar een verlaging van de groeiende vraag naar (drink)water en willen we slimme keuzes maken met betrekking tot de vraag naar nieuwe aansluitingen voor bedrijven in Brabant. Tot 2030 zullen we daarbij gebruik blijven maken van de bestaande bronnen. Na 2030 moeten er nieuwe aanvullende drinkwaterbronnen beschikbaar zijn (uit zeewater/brak grondwater). De komende periode wordt regelgeving uitgedacht die moet helpen bij het in evenwicht brengen van vraag en aanbod van drinkwater in Brabant.

Afbeelding 8: Prognose drinkwatervraag

Agenderende afspraken Afspraak 1: Afstemmen verstedelijking en het energiesysteem Om de klimaatdoelstellingen te behalen is een overgang van fossiele naar duurzame energie nodig voor zowel opwek als gebruik. Stedelijk Brabant zal richting 2040 sterk groeien in aantallen woningen, economie, voorzieningen en mobiliteit. Deze groei brengt een grote extra energievraag met zich mee met impact op de benodigde duurzame opwek, opslag, conversie en de energie-infrastructuur. Tegelijkertijd moet de bestaande gebouwde omgeving van het aardgas af en overschakelen op warmte- en koudenetten of de warmtevoorziening elektrificeren. Duurzame energie zal deels in stedelijk gebied opgewekt worden middels zon-PV (zonnepanelen) op daken en gevels, met WKO’s (warmte-koudeopslag) in de ondergrond of op andere plaatsen in of in de nabijheid van

bestaand bebouwd gebied. Hetzelfde geldt voor de opslag, conversie en infrastructuur voor warmte en elektriciteit. Al deze ontwikkelingen hebben impact op het bestaande en toekomstige energiesysteem (het totaal van energieopwekking, opslag, conversie, infrastructuur en afname). Het energiesysteem van de toekomst zal om meer ruimte vragen om de ontwikkelingen van Stedelijk Brabant mogelijk te maken. Andersom is voor verdere verstedelijking de beschikbaarheid van energie een randvoorwaarde, waar aan de voorkant op gebiedsniveau over nagedacht moet worden. Daarom spreken partijen het volgende af: •

Provincie en stedelijke regio’s brengen samen met netbeheerders de effecten van verstedelijking op het energiesysteem en de bijbehorende extra ruimtevraag van de energieopgave die verstedelijking met zich meebrengt in kaart en stemmen dit af met de RES-regio’s. De provincie benut deze inzichten in het Provinciale Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK).

•

Per regio worden afspraken gemaakt over de samenwerking in de energieopgave zodat duidelijk wordt wie waarvoor aan de lat staat;

•

Provincie en stedelijke regio’s verkennen of de leidende principes uit het provinciale Energieperspectief en de regionale energievisies die opgesteld worden binnen de RES-regio’s vertaald kunnen worden in een (regionale) ‘energietoets/ energiekansenkaart’ (beschikbaarheid van energie en ruimtelijke inpassing) voor verstedelijking.

Afspraak 2: Versnellen energiebesparing nieuwbouw en bestaande bouw Provincie en stedelijke regio’s gaan de samenwerking opzoeken om de energiebesparing in de bestaande gebouwde omgeving te versnellen. Afspraak 3: Van BENG naar ENG Sinds 2021 geldt dat nieuwbouw volgens ‘Bijna Energie Neutrale Gebouwen’ (BENG) wetgeving ontwikkeld en gerealiseerd moet worden. Als gezamenlijke overheden streven we naar het realiseren van energiebalans op gebiedsniveau. Indien het inzetten van Energie Neutrale Gebouwen (ENG) en zelfs Energieleverende gebouwen daar een bijdrage aan kan leveren, wordt ingezet op het verhogen van het ambitieniveau van BENG naar ENG.

31

Afspraak 4: Aanpak netcongestie conform LAN Voor de aanpak netcongestie binnen Brabant wordt, samen met nationale en regionale netbeheerders en de verschillende overheidslagen, de lijnen uit het Landelijk Actieprogramma Netcongestie (LAN) gevolgd en invulling gegeven. Hiervoor is een gesprek en zijn verdere afspraken tussen netbeheerders en de verschillende overheidslagen nodig. Hierbij gaat het onder andere om bevoegd gezag bij ruimtelijke besluitvormings- en vergunningstrajecten bij energie-infraprojecten, alternatieve oplossingen die investeringen in het elektriciteitsnetwerk kunnen voorkomen of verkleinen (bijv. Energyhubs of investeren in een warmtenetwerk) en het meer inzicht bieden in verstedelijkingsrichtingen/-locaties en dichtheden zodat netbeheerders daar met de doorrekening van het elektriciteitssysteem vroegtijdig rekening mee kunnen houden. Afspraak 5: Aanpak warmtetransitie in relatie tot verstedelijking Overheden in Brabant gaan samenwerken bij het aanwenden van grootschalige collectieve duurzame warmtebronnen zoals duurzame restwarmte, geothermie, aquathermie, riothermie en zonthermie. De verstedelijkingsopgave biedt (meekoppel) kansen voor de bredere energie opgaven in een gebied. Om deze (meekoppel) kansen te benutten wordt energie betrokken bij de (grootschalige) verstedelijkingsopgaven.

Door samenwerking tussen deze beleidsvelden wordt de haalbaarheid van de opgaven voor zowel verstedelijking als energie vergroot. Uit de warmtedialogen blijkt dat in de stedelijke omgeving, waar voor een groot deel van de woningvoorraad wordt ingezet op collectieve warmteoplossingen, meerwaarde wordt gezien in een publiek warmtebedrijf op provinciaal niveau. Met name het gebruik maken van schaalvoordelen op het gebied van kennis, kunde en kapitaal worden genoemd als voordelen van een publiek warmtebedrijf op provinciaal niveau. De provincie zoekt nu vanuit de uitvoeringsagenda energie de samenwerking met EBN en Enexis Groep op en gaat hierbij samen verkennen of de oprichting van een warmtebedrijf met publiek meerderheidsbelang op provinciaal niveau ook financieel en juridisch haalbaar is. Vanuit deze samenwerking wordt de verbinding met de verstedelijkingsopgave gezocht. De nieuwe Wet collectieve warmte is hiervoor randvoorwaardelijk. De parlementaire behandeling van de Wcw is inmiddels gestart.

Afspraak 6: Afstemmen drinkwatervraag verstedelijking Verstedelijking levert een grote drinkwatervraag op. Door groei van de verstedelijking, maar ook door vervuiling en aanhoudende droogte is het steeds moeilijker om in de groeiende drinkwaterbehoefte te voorzien. Het systeem loopt tegen zijn grenzen aan. In de Droogteagenda (provincie Noord-Brabant) maken provincie, gemeenten en waterschappen afspraken over onderzoek naar alternatieve bronnen voor drinkwatervoorziening uit grondwater en over de cultuuromslag die nodig is gericht op waterbewustzijn en besparing. Partijen brengen in beeld welke (ruimtelijke) interventies er nodig zijn om meer water te besparen, duurzaam in voldoende drinkwater te kunnen voorzien en agenderen de noodzaak voor goede regelgeving hierover op de tafels met het Rijk. Denk daarbij aan (landelijke) regelgeving (bijv. bouwbesluit) over watergebruik (bijvoorbeeld niet gebruiken van drinkwater voor laagwaardige toepassingen, water zuinig bouwen et cetera.). In het voorjaar van 2023 is het onderzoek “Hemelwater en grijswatergebruik in het gebouw” opgeleverd en is er een beleidsreactie beschikbaar (Kamerbrief beleidsreactie Hemelwater en grijswatergebruik in het gebouw, mogelijke verplichting in Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)).

Het ministerie van BZK/VRO en I&W starten de komende tijd vervolgonderzoeken, met als doel de mogelijkheid tot verplichting van waterbesparing bij nieuwbouw te onderzoeken. Afhankelijk van de uitkomsten kan de mogelijkheid voor een verplichting opnieuw besproken worden. Tot die tijd kan het een vrijwillige ambitie zijn van gemeente, provincie en drinkwaterbedrijf om hemelwater en grijswater te gebruiken in het gebouw.

32

Uitvoeringsafspraken Dit ontwikkelprincipe krijgt Brabantbreed vorm door de volgende uitvoeringsafspraken:

Energie en drinkwater als randvoorwaarde voor verstedelijking Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Het ruimtelijk programmeren van de energievoorzieningen de verstedelijking door middel van gebiedsgerichte samenwerking (energieplanologie) is belangrijk. Partijen zien de noodzaak in de programmering van de verstedelijkingsopgaven de energievoorziening mee te nemen en verkennen of een Energiekaart kan helpen bij deze afstemming. Daarbij benutten zij de kennis en kunde die bij de RES-regio’s en provincie aanwezig zijn.

Provincie in samenwerking met stedelijke regio’s en in afstemming met RES-regio’s.

2025-2026

Opstellen van energiescenario's bij een aantal woningbouwprojecten als aanjager voor energietransitie in een groter gebied mede als doel om tot een oplossing te komen voor de ruimtelijke opgave van de energietransitie in dat gebied (inclusief ruimte voor opslag- en buffering).

Keuze voor een aantal van de 12 gebiedsgerichte opgaven waar provincie en gemeenten samenwerken aan stedelijke transformatiegebieden.

2024-2025

Opstellen afwegingskader nieuwe/uitbreiding aansluitingen drinkwater voor bedrijven: de leveringszekerheid voor water voor bedrijven is niet in de wet geregeld. Op dit moment moeten er afwegingen gemaakt worden in Brabant met betrekking tot de levering aan bedrijven. Het afwegingskader moet er voor zorgen dat we dit op een slimme manier gaan doen: van ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt, naar ‘wat heeft voor de ruimtelijke economische ontwikkeling en een duurzame economie van Brabant prioriteit’. De keuzes en ontwikkelrichtingen uit de ruimtelijke economische visies voor de stedelijke regio’s en Brabant zijn hiervoor belangrijke input.

Taskforce leveringscontinuïteit (provincie en Brabant Water) in samenwerking met stedelijke regio’s en waterschappen

Start in 2024, daarna continu tot in ieder geval 2030

Delen ervaring pilot Brandevoort met betrekking tot toepassing grijswaternet in nieuwbouwwijk met de stedelijke regio’s mede in relatie tot klimaatadaptief maken stedelijk gebied.

Gemeente Helmond en waterschap de Dommel, provincie

2025

Oppakken aanbevelingen en ervaringen uit onder andere pilot Brandevoort gericht op aanpassen bouwbesluit met betrekking tot grijswatersystemen ten behoeve van terugdringen drinkwatergebruik woningen (nationale opgave 30 % drinkwaterbesparing).

Gemeente Helmond en waterschap de Dommel , provincie

2025

Delen ervaringen verantwoord infiltreren in stedelijk gebied (pilot Breda) met stedelijke regio’s in Brabant.

Gemeente Breda en waterschap Brabantse Delta in samenwerking met provincie

2025

Energie

Drinkwater

33

2.7

Ontwikkelprincipe 4: mobiliteitstransitie is maatwerk voor stad en dorp

Door de groei van inwoners en arbeidsplaatsen neemt het aantal verplaatsingen toe en bij ongewijzigd beleid loopt het autosysteem vast. In combinatie met de verstedelijkingopgave zorgt dit ervoor dat de druk op de schaarse ruimte in de stedelijke regio’s toeneemt. Stedelijk Brabant zet daarom in op een mobiliteitstransitie voor personen- en goederenvervoer. We houden er daarbij rekening mee dat de mobiliteitstransitie in de meest verstedelijkte gebieden van Brabant een andere opgave is dan in de meer landelijke delen van Brabant. Verstedelijking en mobiliteit worden in samenhang met elkaar ontwikkeld; met maatwerk voor stad en dorp. Uitvoeringsstrategie Voor het slagen van de mobiliteitstransitie hebben de gezamenlijke overheden in het Ontwikkelperspectief een aantal strategische keuzes gemaakt: Het creëren een grotere nabijheid van wonen, werken en voorzieningen zodat zoveel mogelijk verplaatsingen lopend of fietsend kunnen worden afgelegd. Dit betekent dat woningen en werkgelegenheid worden toegevoegd in en rond centra, spoorzones en OVknopen van onze steden, middelgrote kernen en dorpen. Met name bij de middelgrote kernen liggen kansen voor verdichting om zo het draagvlak voor het OV te verbeteren.

Stedelijk Brabant zet in op een schaalsprong van het OV-systeem door het beter verbinden binnen en tussen de Brabantse stedelijke regio’s en omliggende stedelijke regio’s en op het verbeteren nationale en internationale bereikbaarheid. We benutten kansen voor slimme mobiliteit en zetten in op structurele gedragsverandering. Deze keuzes vertalen de samenwerkende partijen in Meerjarige Multimodale Mobiliteitspakketten (MMMP’s) voor elke stedelijke regio. De keuzes die afwegingen vragen op het niveau van heel Brabant of een hoger schaalniveau nemen we op in de Multimodale Mobiliteitsagenda (MMA) Zuid-Nederland. Het doel van de afspraken in de MMA Zuid-Nederland is om: 1.

Te komen tot een gedeeld beeld tussen het ministerie van I&W en de regio over de urgentie, aard, omvang, onderbouwing en (gefaseerde) aanpak van de samenhangende opgaven op het gebied van bereikbaarheid.

2.

Dit gedeeld beeld gaat zowel over personenvervoer als goederenvervoer.

34

3.

Op basis van dit eindbeeld moet een integrale afweging gemaakt worden op welke maatregelen op systeemniveau bijdragen aan brede welvaartsdoelen met daarin onderscheid in korte termijn, middellange termijn en lange termijn.

Agenderende afspraken Afspraak 1: MMMP’s als basis voor afspraken met provincie en Rijk over mobiliteit Voor Brabant zijn de MMMP’s per stedelijke regio de basis voor afspraken in het MMA met het Rijk. Deze MMMP’s zijn opgesteld als uitwerking van NOVEX Stedelijk Brabant en zijn bedoeld om wonen, werken en mobiliteitstransitie te kunnen faciliteren. Voor afspraken met de provincie loopt dit via het Regionaal Mobiliteitsprogramma (RMP). Voor mobiliteitsmaatregelen betekent dit dat dan we geen aparte afspraken meer maken tussen Rijk en regio of tussen gemeenten en provincie maar altijd als onderdeel van deze multimodale aanpak via de MMA en/of het RMP. Afspraak 2: Aandacht relatie tussen verstedelijking en mobiliteitsprojecten Het creëren van nabijheid en daaruit volgend het toevoegen van woningen en werkgelegenheid in en rond centra, spoorzones en OV knopen betekent dat het nog belangrijker is dat deze locaties goed bereikbaar blijven. De uitwerking hiervan loopt via de meerjarige multimodale mobiliteitspakketten (MMMP’s). In de verdere uitwerking van deze agenda en de MMMP’s is het daarom belangrijk om goed de link te leggen tussen de uitwerking van verstedelijking en uitwerking van de ambities op het gebied van mobiliteit. Hierbij is het van belang om in de verdere uitwerking ook aandacht te hebben een gebalanceerd stedelijk netwerk.

Voor een goede benutting van wegen en openbaar vervoer is het belangrijk om een tegenrichting te creëren zodat capaciteit de gehele dag goed gebruikt wordt. Dit kan door goed te kijken welk werk en welke onderwijslocaties waar komen te liggen voor deze ‘tegenreis’ en niet alles te concentreren op één locatie. Daarnaast is het ook belangrijk dat bij mogelijke toekomstige aanpassingen van projecten, bijvoorbeeld door herprioritering, gewijzigde wet- en regelgeving, voortschrijdend inzicht, innovatie en nieuwe technologie, goed de relatie wordt gelegd met de afspraken rondom verstedelijking. Dit speelt onder andere bij mobiliteitsmaatregelen. Bij dergelijke beleidswijzigingen is het belangrijk dat de (te ontwikkelen) hoogstedelijke gebieden in en om spoorzones en OV knooppunten

zwaar wegen. Bij uitbreiding van het Rijkswegennet dient dan ook rekening worden gehouden met een zo optimaal mogelijke invulling van het woon-en leefklimaat c.q. vestigingsklimaat. Ook uitstel van de aanpak van het Rijkswegennet (o.a. A2, A58 en A67) zou niet tot vertraging moeten leiden in het geschikt maken van gebieden voor woningbouw. Afspraak 3: Goederenvervoercorridors (Basisnetspoor/ Delta-Rhine-Corridor) De groeiende economie in Europa en Noord-Brabant leidt tot extra behoefte aan het transport van een breed scala aan goederen via alle modaliteiten, dit blijkt ook in de IMA2021. Daarnaast (en ook geconstateerd in het Voorontwerp Nota Ruimte) vragen de energie- en circulaire transitie naast fysieke ruimte ook om meer vervoersruimte voor de bereikbaarheid van de grote clusters voor energie en industrie en multimodale terminals. Het vervoer voor de twee bovengenoemde transities gaat via goederencorridors, voornamelijk spoor, weg, binnenvaart en buisleidingenstroken. Door de strategische ligging van Noord-Brabant tussen de Randstad, Noordzeehavens, Vlaamse Ruit, Chemelot en het Roergebied komen veel van deze stromen in NoordBrabant samen. Deze groeiende vervoersstromen brengen economische ontwikkeling en werkgelegenheid, maar ook overlast van geluid, trillingen, barrièrewerking en knelpunten (extra ruimtevraag, externe veiligheid en overwegveiligheid) met zich mee.

Om het draagvermogen van Brabant te bepalen is inzicht nodig in de aard, omvang en verwachte groei van goederenstromen en de ruimtelijk impact daarvan op verstedelijking en de goederencorridors, met in het bijzonder spoorgoederenvervoer. Rijk, provincie en gemeenten zijn hierover met elkaar in overleg via de Stuurgroep Basisnet en het Platform Spoorgoederenvervoer en Leefomgeving (Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving) en doen een gezamenlijke verkenning (provincie met VRO, EZ en I&W) naar de groei, aard en omvang van stromen en de ruimtelijke impact daarvan op verstedelijking, leefbaarheid, goederencorridors en energiehoofdstructuur. Op basis van deze verkenning bespreken Rijk en provincie welke maatregelen en keuzes noodzakelijk zijn en op welke tafels/trajecten dit nader uitgewerkt wordt. Duidelijk is dat het een integrale en voor de ontwikkeling van Stedelijk Brabant een strategische opgave betreft. Wat de Delta-Rhine-Corridor (DRC) betreft, wordt onder het motto “Niet alleen door Brabant, maar ook voor Brabant” gewerkt aan een onderzoek in samenwerking met ministerie Economische Zaken om de meerwaarde van de DRC voor modernisering 35

van de Brabantse industrie te bepalen. De belangrijkste punten van de provincie hierin zijn dat de DRC moet leiden tot minder transport van gevaarlijke stoffen (LPG, propeen, ammoniak of andere waterstofdrager) over het spoor door Brabant en dat meekoppelkansen voor de Brabantse bedrijven en initiatieven op de route belangrijk zijn om aantakking te krijgen op de nieuwe waterstof- en CO2-buisleiding.

Uitvoeringsafspraken Dit ontwikkelprincipe krijgt Brabantbreed vorm door onderstaande uitvoeringsafspraken. Ontwikkelprincipe 4: mobiliteitstransitie is maatwerk voor stad en dorp Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Meerjarige Multimodale Agenda (MMA) Zuid-Nederland. De MMA Zuid-Nederland bouwt voort op de inzichten uit onder meer de MMMP’s van Brabant. De MMA moet leiden tot een gedeeld beeld tussen Rijk en regio over de urgentie, aard, omvang, onderbouwing en (gefaseerde) aanpak van de samenhangende opgaven op het gebied van bereikbaarheid.

Provincie, I&W, stedelijke regio’s provincie Limburg en VRO Opdrachtgever: Programmaraad SmartwayZ.NL

2025-2026 Doorlopend met bespreekpunten in het jaarlijkse BO-MIRT

Opstellen regionale meerjarige multimodale mobiliteitspakketten (MMMP’s) voor de vier stedelijke regio’s van Brabant ter ondersteuning van de mobiliteitstransitie die nodig is om de groei van het aantal inwoners en arbeidsplaatsen te kunnen faciliteren. Op basis van de MMMP’s worden jaarlijks afspraken gemaakt: • Tussen Rijk-regio via de Multimodale Agenda Zuid-Nederland in BO MIRT en/of BO Leefomgeving; • Binnen de regio (provincie en gemeenten) via het Regionale Mobiliteitsprogramma (RMP) tijdens regionale ontwikkelen omgevingsdagen.

Stedelijke regio’s, regionaal samenwerkende gemeenten, provincie en I&W

1e versie gereed voor BO MIRT 2024 Doorlopend met bespreekpunten in het jaarlijkse BO-MIRT

Opzetten ontwikkelprogramma multimodaal goederenvervoer en regionale logistiek.

Provincie, gemeenten Breda, Tilburg, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch, Oss, Waalwijk, Oosterhout, Moerdijk, Roosendaal en I&W

2024-2025

Inzicht geven in totale verwachte toename van woningbouw tot 2050 binnen de relevante risicozoneringen langs het spoor.

Provincie

n.t.b.

Opstellen ontwikkelprogramma om te komen tot een integraal handelingsperspectief voor de aanpak van omgevingseffecten van spoorgoederenvervoer in relatie tot buisleidingtransport enerzijds en binnenstedelijke bouwopgave anderzijds.

Provincie, Breda, Tilburg, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch, Oss, Roosendaal en EZ, VRO, I&W

2024-2025

Quick scan uitvoeren naar de multimodale goederennetwerken over de corridors door Brabant op basis van de Integrale Mobiliteitsanalyse (IMA) en programmering werklocaties.

Provincie, Breda, Tilburg, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch, Oss, Roosendaal, Moerdijk

n.t.b.

36

Afbeelding 9: mobiliteitstransitie maatwerk voor stad en dorp (bron: Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant 2040)

37

2.8

Ontwikkelprincipe 5: kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie

De grondstoffentransitie en energieschaarste vraagt om een fundamentele herziening van onze economie: van een lineaire economie naar een circulaire economie. De opgave voor Brabant is om te komen tot passende werkmilieus zowel in kwalitatief als kwantitatief opzicht. Uitvoeringsstrategie De gezamenlijke partijen hanteren een integrale aanpak voor het vinden van ruimte voor nieuwe werklocaties; waarbij het gaat om het integraal afwegen van locaties én het kijken vanuit een ruimtelijk economische visie op Brabant, in samenhang met de toekomststrategie en vestigingsvoorwaarden van bedrijven. De intensivering, verduurzaming en herstructurering van bestaande bedrijventerreinen is een belangrijk middel om een deel van de ruimtebehoefte te accommoderen en verschillende opgaven op bestaande terreinen aan te pakken. Dit betekent meervoudig en vernieuwende manieren van ruimtegebruik op bestaande en nieuw te ontwikkelen bedrijventerreinen. Ook zetten gezamenlijke overheden in op het realiseren van andere maatschappelijke opgaven (energietransitie, mobiliteitstransitie, groenontwikkeling et cetera) met (her-) ontwikkeling van bedrijventerreinen in Brabant. Agenderende afspraken Afspraak 1: Afstemmen lopende trajecten bedrijventerreinen met integrale verstedelijkingsopgave Economie is één van de drijvende krachten achter de groei van Stedelijk Brabant en vraagt veel ruimte.

Er is ruimte nodig voor nieuwe bedrijven en groei en verplaatsing van bestaande bedrijven (ten gunste van duurzaam verstedelijken), maar ook voor verduurzaming en de overgang naar een circulaire economie. De beschikbare ruimte in Noord-Brabant is echter beperkt. Om zo goed mogelijk om te gaan met de beschikbare ruimte, in te zetten op verduurzaming en zicht te krijgen op de ruimtevraag vanuit de economie van nu en in de toekomst lopen diverse trajecten vanuit het Rijk (onder andere Ruimte voor Economie, Rijksprogramma verduurzaming bedrijventerreinen en Rijksprogramma circulaire economie) en binnen de provincies (Grote Oogst, gezamenlijke plan van aanpak XXL-logistiek, prognoses bedrijventerreinen en kantoren, regionale 38

programmeringsafspraken bedrijventerreinen). Deze lopende trajecten kunnen ondersteunend zijn aan de verdere verstedelijking in Stedelijk Brabant, mits goed afgestemd op het oppakken van de andere opgaven. Rijk, provincie en regio stemmen lopende en toekomstige trajecten op elkaar en de uitvoeringsagenda af. Afspraak 2: Afstemmen Provinciaal ruimtelijk-economisch handelingsperspectief en regionale economische visies De provincie werkt aan een ruimtelijk-economisch handelingsperspectief en rond deze eind 2024 af. Dit kunnen de stedelijke regio’s gebruiken als bouwsteen voor hun regionale ruimtelijke economische visies als input voor de programmeringsafspraken voor bedrijventerreinen. Provincie en stedelijke regio’s zorgen voor een goede verbinding en afstemming tussen het provinciale ruimtelijke-economisch handelingsperspectief en de regionale ruimtelijke economische visies.

Uitvoeringsafspraken Dit ontwikkelprincipe krijgt Brabantbreed vorm door de volgende uitvoeringsafspraken:

Ontwikkelprincipe 5: kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Het Rijk stelt een ruimtelijke economische visie op (zie hoofdlijnenakkoord) dat als input gebruikt kan worden voor de regionale economische visies en het Brabantbrede handelingsperspectief.

EZ

2025

Provincie in samenwerking met 4 Programmering en planning maken van bedrijventerreinen voor de periode 2030- 2040. Deze programmering en planning start met het bepalen van de ruimtevraag (kwalitatief en kwantitatief) door het hanteren van prognose voor stedelijke regio’s, Ontwerptafel Powerport regio Moerdijk en waterschappen de ontwikkeling van werklocaties als de beleidsneutrale ruimtevraag, en het komen tot beleidskeuzes op basis van een economische visie van de regio afgestemd met het economisch handelingsperspectief/visie op Rijks en provinciaal niveau. Er wordt ook in beeld gebracht in welke mate intensivering en herstructurering kan bijdragen aan het faciliteren van de ruimtevraag. Daarnaast wordt het ruimtelijke aanbod/de ruimtelijke mogelijkheden in beeld gebracht van afweegbare locaties vanuit ruimtelijk economisch perspectief alsmede locaties die vanuit water en bodem, energie, natuur, landschap, wonen, mobiliteit etc. (lagenbenadering) afweegbaar zijn. De meekoppelkansen voor andere opgaven worden daarbij meegenomen. De volgende stap is een integrale afweging met behulp van de ontwikkelprincipes uit de ontwikkelperspectieven.

Nadat er afspraken zijn gemaakt over de ontwikkelgebieden voor bedrijventerreinen voor de periode 2030-2040 tussen regio’s en provincie kan de stap gezet worden naar uitwerking in programmering en planning van de (her-)ontwikkeling van deze locaties.

Lopend proces, bepalen ruimtevraag en aanbod, integrale afweging 1e helft 2025 Programmering: 2e helft 2025

Provincie en gemeenten gaan in overleg over de wijze waar op zij invulling geven aan afspraken over regionale grondprijsmethodieken, regionale uitgifteregels & voorwaarden met als doel, meervoudig en meerlaags ruimtegebruik te stimuleren, een gelijk speelveld te creëren en concreet bij te dragen aan de ambities van grote transities ten aanzien van klimaat, energie, circulaire economie en mobiliteit. Daar waar het provinciaal en/of gemeentelijk instrumentarium onvoldoende effectief of niet beschikbaar is, neemt het Rijk de verantwoordelijkheid om wet- en regelgeving op rijkniveau aan te passen. Het bouwbesluit is hiervan een duidelijk voorbeeld.

Provincie, gemeenten en Rijk (BZK/VRO).

2024-2025

Hanteren van het principe van regionale meerwaarde bij gronduitgifte en planontwikkeling voor grootschalige bedrijvigheid. Initiatieven om het principe te verbreden naar Brede Welvaart worden ondersteund.

Provincie en gemeenten

2024-2025

In het kader van de gronduitgifte voor bedrijventerreinen maken partijen afspraken over het Nieuwe Normaal (circulair of modulair bouwen) en klimaatadaptatie.

Provincie en gemeenten

2024-2025

Onderzoek naar de mogelijkheden en het draagvlak voor regionale revolverende financiering van (her)ontwikkeling van bedrijventerreinen met maatschappelijke opbrengsten.

Provincie, stedelijke regio’s in het proces van de regionale afspraken en EZ

Start: kan per regio verschillen: 2024/ 2025

Onderzoek naar nieuwe inrichtingsconcepten voor (grootschalige) werklocaties in Brabant gericht op de kwalitatieve schaalsprong in stedelijkheid van bedrijventerreinen (verdichting, meervoudig ruimtegebruik en goede bereikbaarheid voor goederen en personen). Daarbij maken partijen gebruik van de Handreiking ‘Cluster van grootschalige bedrijfsvestigingen’ van Mooi Nederland.

Provincie in samenwerking met stedelijke regio’s en EZ

2025

39

Afbeelding 10: kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor circulaire economie (bron: Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant 2040)

40

3

Uitvoeringsafspraken stedelijke regio’s In dit hoofdstuk staan de belangrijkste strategische vraagstukken met betrekking tot de verstedelijkingsopgaven en de vijf integrale ontwikkelprincipes per regio, en maken de gezamenlijke overheden afspraken over de wijze waarop we die gaan oppakken.

Stedelijke Regio West-Brabant West

Afbeelding 11: Regioafbakening Stedelijke Regio West-Brabant West en alle ontwikkelprincipes (bron: Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant 2040)

42

3.1

Stedelijke Regio West-Brabant West

De verstedelijkingsopgave binnen de Stedelijke Regio West-Brabant West (SRWBW) heeft een ander karakter dan de andere regio’s binnen Noord-Brabant. De regio wil zich inzetten op kansen die ontstaan door de ligging tussen de havens van Rotterdam en Antwerpen en op de economische dragers (kloppende harten) van de regio, die met name buiten de steden liggen. Hiervoor is het nodig om human capital aan te trekken. De verstedelijking zal met name plaatsvinden binnen de twee complementaire middelgrote steden Bergen op Zoom en Roosendaal. Het zwaartepunt ligt hierbij op Roosendaal. De mate waarin de schaalsprong in Roosendaal gerealiseerd kan worden is afhankelijk van verplaatsing van het spooremplacement dat in de stad. Woningbouw in de kleinere kernen combineert de regio met de opgave om kleinere kernen vitaal te houden. Tot 2040 leidt dit tot een opgave in duurzame verstedelijking van ongeveer 15.000-20.000 nieuwe woningen en 13.500-33.000 extra arbeidsplaatsen. Om dit te kunnen faciliteren zet de regio in op het stimuleren van de transitie naar waterstof, groene elektriciteit en circulaire grondstoffen. Ook in deze regio is het randvoorwaardelijk dat de ontwikkeling van natuur en landbouw meegroeit met woningbouw en economische ontwikkeling. Waar mogelijk wordt dit gecombineerd met interventies in het kader van de stikstofaanpak en de transitie van de landbouw.

Meerjarige multimodaal mobiliteitspakket (MMMP) in relatie tot de verstedelijkingsopgave van West-Brabant West In West-Brabant West wordt via het MMMP concreet gemaakt welke mobiliteitsprojecten van groot belang zijn onder andere in relatie tot de verstedelijkingsambities en worden in dit verband hierover afspraken gemaakt. Bij het MMMP staat een betere bereikbaarheid qua personenvervoer van bestaande grote werklocaties en de nieuwe woongebieden centraal. Daarbij wil West-Brabant West meer gebruik maken van de bestaande spoorlijnen met hogere treinfrequenties en bij voorkeur een nieuw sprinterstation bij het nieuwe regionale ziekenhuis. Buiten deze spoorzones wil de regio dat ook andere werklocaties worden voorzien van hoogwaardig openbaar vervoer. Voor de kleinere kernen wordt nagedacht over maatwerkoplossingen voor personenvervoer, waaronder snelfietsroutes, buurtbussen, deelvervoer, etc. Qua goederenvervoer pleit West-Brabant West voor meer vervoer per buisleidingen en positionering van rangeerterreinen buiten de plaatsen. 43

In West-Brabant West zijn er vanwege de ligging meer kansen voor vervoer over water in combinatie met modal split oplossingen (overslagpunten tussen water, spoor- en vervoer per as).

Uitvoeringsafspraken Naast de Brabantbrede uitvoeringsafspraken zijn voor de Stedelijke Regio West-Brabant West de volgende uitvoeringsafspraken opgenomen: Stedelijke Regio West-Brabant West Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

SRWBW (waarin waterschap participeert), het vervolg op BPLG, ZLTO, landschapsorganisaties.

2025-2027

Ontwikkelprincipe 1: water en bodem als basis voor verstedelijking Opstellen van drie systeemvisies voor de verschillende landschappen in West Brabant (kleipolders, water, hogere zandgronden en overgangsgebieden). Deze visies gebruiken om in beeld te krijgen wat de implicaties zijn van toekomstig ruimtegebruik voor verstedelijking op de ontwikkeling van een duurzaam watersysteem, de klimaatdoelen, de bodemgesteldheid en de landbouw in deze regio. De bodem- en watersignaleringskaart wordt in deze systeemstudie meegenomen als bouwsteen. Ontwikkelprincipe 2: natuur en landschap groeien mee met verstedelijking Opstellen en uitvoeren van een plan voor drie landschapscorridors in afstemming met GGA en groenblauwe dooradering ter ontwikkeling van SRWBW (waarin waterschap de groene buffers en regionaal landschapspark tussen de verstedelijkte gebieden in WBW: participeert) • AFC/Moerdijk/Halderbergen/Steenbergen; • Brabantse Wal/Geopark Schelde Delta; • Woensdrecht/Roosendaal/Rucphen.

2026

Roosendaal, gemeente Bergen op Zoom, provincie, waterschap

2027

Masterplan verstedelijking spoorzones-binnenstad opstellen voor Roosendaal (schaalsprong met 3.000 tot 10.000 woningen) en Bergen op Zoom (schaalsprong met 1.000 tot 7.000 woningen) en Zevenbergen (1.000 – 2.500 woningen) en Oudenbosch (1.000 woningen) rond de stationslocaties/spoorzones/15 minutenlocaties.

SRWBW, Gemeenten Roosendaal, Bergen op Zoom, Moerdijk en Halderberge

2026

Onderzoek doen naar de mogelijkheden van voormalig ziekenhuisterreinen Bergen op Zoom en Roosendaal voor woningbouw in relatie tot groen/blauwe dooradering.

SRWBW, Gemeenten Roosendaal en Bergen op Zoom,

Opstellen plan voor versterking van de groen/blauwe dooradering van Bergen op Zoom en Roosendaal op basis van omgevingsvisie en klimaatadaptatieplannen. Ontwikkelprincipe 3: nieuwe woningen dragen bij aan bestaande stad of dorp

Ontwikkelprincipe 4: Mobiliteitstransitie is maatwerk voor stad en dorp Opstarten deelonderzoeken naar de mogelijkheden tot gedeeltelijke uitplaatsing van emplacementfuncties om invulling te geven aan de verstedelijkingsopgave in de spoorzone van Roosendaal.

SRWBW in samenwerking met I&W, ProRail, NS, BZK/VRO, provincie, Roosendaal.

2024

Onderzoek versterken modal split Haven Bergen op Zoom (beter benutten combinatie Randweg, containershavens, spoor).

SRWBW en Gemeente Bergen op Zoom

2025

Opstellen economische visie WBW in afstemming op Brabantbrede ruimtelijk-economisch handelingsperspectief en als bouwsteen voor de programmering bedrijventerreinen.

SRWBW in samenwerking met provincie

2025

Uitwerken stimuleringsprogramma plantbased grondstoffen en materialen, circulaire grondstoffen.

RWB in samenwerking met SRWBW, provincie en Rijk

2025

Ontwikkelprincipe 5: kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie

44

Stedelijke Regio West-Brabant West Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Opstellen ontwikkelstrategie werklocaties WBW 2040 op basis van economische visie WBW, onderzoek naar kwalitatieve en kwantitatieve ruimtevraag, provinciale prognose, verduurzamings- en verdichtingsopgave werklocaties en integrale ruimtelijke afweging (zie ook de afspraak over programmering en planning nieuwe grootschalige werklocaties bij ontwikkelprincipe 5).

SRWBW in samenwerking met provincie

2025

Opstellen toekomststudie Kloppende Harten (economische brandpunten van de regio) en inbrengen in economische visie WBW en inbrengen SRWBW in het MMMP voor de regio WBW, met als doel te komen tot een verbetering van de OV-bereikbaarheid van de economische brandpunten van de regio. Opstellen plan voor verduurzaming van de logistiek ter versterking van de ontwikkelstrategie werklocaties (thema’s versterking value added logistiek passen bij regionale industrie, vrachtwagen parkeren) en in afstemming met de programmeringstafel werklocaties.

45

SRWBW, provincie, logistieke sector

2025

2025

Stedelijke Regio Breda-Tilburg

Afbeelding 12: Regioafbakening Stedelijke Regio Breda-Tilburg en alle ontwikkelprincipes (bron: Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant 2040)

46

3.2

Stedelijke Regio Breda – Tilburg

Tot 2040 staat de Stedelijke Regio Breda-Tilburg (SRBT) voor een opgave van ongeveer 80.000-100.000 extra woningen en ongeveer 26.500 tot 71.000 extra arbeidsplaatsen (tot 2040). De regio wil deze woningbouwopgave inzetten om een noodzakelijke systeemsprong te maken. Het zwaartepunt van de systeemsprong en groeien naar meer stedelijkheid ligt in de oost-west band van verstedelijking, in het midden van de stedelijke regio inclusief Werkendam, Oosterhout en Waalwijk. De SRBT onderscheidt zich van andere regio’s door de geografische schakelpositie en een unieke combinatie van kennis en kunde op het gebied van toegepaste, mensgerichte digitale technologieën, met andere woorden Human Centered Innovation (HCI). De stedelijke regio is relatief uitgestrekt en de interactiemilieus van Breda en Tilburg zijn nog te weinig verbonden met de over de regio verspreide economische clusters. Er is behoefte aan versterking van zowel de fysieke infrastructuur, met name het openbaar vervoer, als een netwerk en ecosysteem van stedelijke innovatiehotspots en incubators die de innovatiekracht van economische clusters op industrieterreinen en platteland ondersteunen. De stedelijke regio zet daarom in op het intensiveren van bestaand stedelijk gebied en versterking van de multimodale connectiviteit om daarmee de stedelijke interactiemilieus impulsen te geven en de bestaande dorpen leefbaar te houden.

De systeemsprong gaat uit van een integrale aanpak en omvat tevens een sprong naar een robuust en klimaatadaptief water-, bodem-, natuur- en energiesysteem. Meerjarige multimodaal mobiliteitspakket (MMMP) in relatie tot de verstedelijkingsopgave van de Stedelijke Regio Breda-Tilburg In de SRBT wordt via het MMMP concreet gemaakt welke mobiliteitsprojecten van groot belang zijn in relatie tot de verstedelijkingsambities. Het gaat daarbij in ieder geval om de verschillende Bus Rapid Transport-routes (Breda-Gorinchem-Utrecht en Breda-WaalwijkTilburg-Den Bosch), realisatie van het (snel)fietsnetwerk en de voor verstedelijking belangrijke (auto)routes.

47

Uitvoeringsafspraken Naast de Brabantbrede uitvoeringsafspraken zijn voor de Stedelijke Regio Breda-Tilburg de volgende uitvoeringsafspraken opgenomen: Stedelijke Regio Breda – Tilburg Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Waterschap, SRBT

2025

Opstellen verkennend onderzoek aanpak stadsregionale landschapsparken, met als doel te komen tot ontwikkelvisie en business case, en verbinden met opgaven voor Bossenstrategie, aanvalsplan landschapselementen en GGA groen-blauw voor de landschapsparken. Het betreft in ieder geval de volgende landschapsparken: Rijensbroek, Oostflank, Prinsenbeek, Etten-Leur en Zevenbergen.

Rijensbroek: Tilburg, Gilze en Rijen Oostflank: Tilburg, Oisterwijk Westflank: Breda, Moerdijk, Etten-Leur

2024-2026

Ontwerpend onderzoek naar ruimtelijk perspectief Wilhelminakanaal, Amertak en Donge (WAD) vanuit integrale blik (waterveiligheid, landschap, recreatie, economie en energie).

Waterschap, Rijkswaterstaat, provincie, SRBT, Geertruidenberg, Drimmelen, Oosterhout (bedrijventerrein Weststad)

2024-2026

Opzetten van een ’regionaal aanvalsplan’ voor ontwikkelen van landschapselementen en het geven van invulling aan de bossenstrategie in de SRBT en in samenwerking met de GGA gebieden voor deze regio (Ulvenhoutse Bos, Regte Heide & Riels laag, Kampina & Oisterwijkse Vennen, de Loonse en Drunense Duinen en Kempenland-West).

SRBT

2025

Opstellen strategische woningbouwprogrammering en het maken van regionale afspraken over de samenwerking aan en programmering van grootschalige woningbouw- en herontwikkelingslocaties 2040-2050 met onderscheid naar hoogstedelijk, stedelijk, dorpen in afstemming met programmering van mobiliteitsmaatregelen, groenontwikkeling et cetera.

SRBT/pilot afwegingstafel

2024-2026

Opstellen van een onderzoeks- en ontwikkelstrategie voor een verdere schaalsprong en verdichting van (hoog)stedelijk woon-, werk- en leefmilieu in de SRBT met tenminste 10.000 - 20.000 extra woningen (binnen de eerder genoemde totaalopgave voor 80.000 - 100.000 woningen) en ruimte voor werken en voorzieningen na 2030, met bijzondere aandacht voor: • de complementariteit tussen beide centrum steden

Gemeente Tilburg en Breda, SRBT, provincie, Prorail, NS

2025-2028

Uitwerken van het economische en stedelijk profiel van Breda en Tilburg, rekening houdend met bestaand onderzoek (ETUI) en deze vertalen naar concrete regionale afspraken binnen de SRBT met als doel het versterken van economische en stedelijke profielen Breda en Tilburg (tweepoligheid).

Gemeente Breda en Tilburg, SRBT

2025

Uitvoeren ontwikkelstrategie 't Zoet Breda gericht op de ontwikkeling van 4.700 woningen en ongeveer 4000 arbeidsplaatsen en uitvoering geven aan een geactualiseerde samenwerkingsagenda tussen gemeente en provincie, gericht op opstellen SOK en uiteindelijk realisatieovereenkomst.

Gemeente Breda, provincie en waterschap

2024-2035

Ontwikkelprincipe 1: water en bodem als basis voor verstedelijking Opstellen van een regionale doorvertaling van de landelijke maatlat ‘Groene klimaatadaptieve gebouwde Omgeving', lerend vanuit ervaring in de SRBT en afspraken maken in de regio over het toepassen daarvan bij ruimtelijke planvorming. Ontwikkelprincipe 2: natuur en landschap groeien mee met verstedelijking

Ontwikkelprincipe 3: nieuwe woningen dragen bij aan bestaande stad of dorp

• • • •

de infrastructurele context, de mobiliteitstransitie en ontwikkelingen van spoor- en waterwegen de milieukundige uitdagingen van infrastructuur en bedrijvigheid het creëren van een gezonde leefomgeving inzet van kennis, instrumentarium en middelen

Eerste onderdeel van totaalverkenning in de SRBT naar orde van grootte 50.000-63.000 woningen (hoogstedelijk - stedelijk) erbij op loopen fietsafstand van de stations (incl. groei van werkgelegenheid). Dit in lijn met en onderdeel van de totaalopgave voor 80.000 - 100.000 woningen.

48

Stedelijke Regio Breda – Tilburg Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Opstellen van een ontwikkelstrategie voor het gebied rondom de Slingerweg tussen 't Zoet en de wijk Schorsmolen als onderdeel van innovatiedistrict Breda (van Haveneiland tot Slingerweg) waarbij met name ingezet wordt op innovatiecluster rondom ‘toegepaste technologie’.

Gemeente Breda

2024

Opstellen ontwikkelstrategie Kenniskwartier Tilburg (ca. 7.500 woningenen ongeveer 8.5000 arbeidsplaatsen). Provincie en gemeente verkennen de mogelijkheden voor een eventuele samenwerkingsovereenkomst.

Gemeente Tilburg, provincie

2025-2028

Opstellen van een ruimtelijke visie of Masterplan t.b.v. een meer stedelijk milieu, scherper economisch profiel en een investeringsagenda voor de kernen Waalwijk, Oosterhout, Etten-Leur en Werkendam. Opgave is een schaalsprong in relatie tot stedelijke verdichting, de ontwikkeling van (nieuwe) stedelijke interactiezones tussen centrum, economische kerngebieden en OV knooppunten, versterking van de kwaliteiten van de kern en versterken van de knooppuntfunctie in het daily urban system (economische en mobiliteitstransitie).

SRBT en gemeenten Waalwijk, Werkendam, Oosterhout, Etten-Leur, provincie, waterschap

2025-2027

Opstellen van een ruimtelijke onderzoeks- en ontwikkelstrategie voor de schaalsprong van de kernen met een NS station naar een meer stedelijk milieu door de ontwikkeling van (nieuwe) stedelijke woonwerkmilieus rond stations. Dit zijn de stations van Oisterwijk, Rijen, Etten-leur, Zevenbergen, Tilburg Reeshof en Prinsenbeek. De opgave is versterking van de kwaliteiten van de kernen en de knooppunt functie in ons Daily Urbansystem (mobiliteitstransitie).

Oisterwijk, Tilburg, Gilze en Rijen, Breda, Etten-Leur, Moerdijk, de SRBT regio, Provincie, waterschap

2026-2028

Regionale uitwerking van het instrumentarium voortkomend uit de gezamenlijke Toolbox Dorpenstrategie.

Gemeente Altena namens SRBT

2024-2025

Ontwerpstudie naar bestaande (m.n. naoorlogse) woonbuurten om inzichtelijk te maken wat het laadvermogen is binnen bestaand stedelijk Alle gemeenten uit de SRBT, de SRBT gebied om de woningbouwopgave op te vangen. Via ontwerpend onderzoek kansen in beeld brengen om met een integrale aanpak met regio renovatie, vergroening, vernieuwbouw en/of verdichting, deze buurten ook in de toekomst vitaal te houden. In Tilburg betreft het de NPLVwijk NoordWest waar een verdichtingsopgave van 7.000 woningen ligt, waarvan 5.000 in Noord (dit naast de opgave in de naoorlogse wijk Zuid met 1000 woningen en het elders benoemde Kenniskwartier met 7.500 woningen). Naast de deelnemende gemeenten aan het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid, worden ook de opgaven, kansen en mogelijk instrumentarium voor landelijke gemeenten die niet aan dit programma kunnen deelnemen meegenomen.

2025-2028

Energie en drinkwater als randvoorwaarde voor verstedelijking SRBT, RES en REKS

2025

Verkenning uitvoeren naar de koppeling van MMMP voor de inrichting van de openbare ruimte: hoe kan de inrichting van de openbare ruimte bijdragen aan de mobiliteitstransitie zowel voor personen- als goederenvervoer?

SRBT en provincie

2025

Onderzoek naar kansen voor SRBT voor (goederen)vervoer over het water (verbreding kanaal) in relatie tot verstedelijking.

SRBT (Oosterhout, Dongen, Tilburg, 2025 Waalwijk, Moerdijk en Geertruidenberg)

Inzichtelijk maken van ruimtelijke impact van energietransitie op verstedelijkingsopgave SRBT (regionale uitwerking) Ontwikkelprincipe 4: Mobiliteitstransitie is maatwerk voor stad en dorp

Ontwikkelprincipe 5: kwalitatieve werkgebieden als randvoorwaarde voor een circulaire economie

49

Stedelijke Regio Breda – Tilburg Actie/resultaat

Trekker/betrokkenen

Planning

Versterken van het Human Centered Innovation (HCI)-concept in de SRBT-regio. Prioriteiten: 1. Versterken van de innovatie backbone, de kennisas Breda-Tilburg, o.a. door de innovatiedistricten met elkaar te verbinden. 2. Verbinden van de kennisas met het bredere economische DNA van de regio in sterke innovatie ecosystemen (waaronder Leisure). 3. Inrichten van proeftuinen (interactie met burgers, consumenten, patiënten, werknemers).

Gemeente Breda en Tilburg

2024-2026

Ontwikkelstrategie werklocaties/afsprakenkader bedrijventerreinen SRBT 2040 opstellen op basis van economische visie SRBT, onderzoek naar kwalitatieve en kwantitatieve ruimtevraag, provinciale prognose, verduurzamings- en verdichtingsopgave werklocaties en integrale ruimtelijke afweging (zie ook de afspraak over programmering en planning nieuwe grootschalige werklocaties bij ontwikkelprincipe 5). De bedrijventerreinafspraken van Hart van Brabant en De Baronie vormen de basis voor deze ontwikkelstrategie.

SRBT en provincie op basis van bedrijventerreinafspraken Hart van Brabant en Baronie

2025-2026

Organiseren van kennisdeling over de revitalisering van de bedrijventerreinen. Gemeenten in SRBT hebben ieder een programma ‘revitalisering bedrijventerreinen’, waarin is aangeven op welke wijze zij hieraan invulling geven binnen hun gemeente. Gemeenten delen leereffecten vanuit hun programma, zodat andere gemeenten dit mee kunnen nemen in hun programma en werkwijze.

SRBT

2026

In de haven van Werkendam worden innovatieve en revolutionaire oplossingen voor een toekomstbestendige scheepvaart ontwikkeld en gerealiseerd. Zo zet het Maritiem cluster Werkendam in op waterstof en batterijvaren. Daarnaast wordt gewerkt aan grote maatschappelijke opgaven op het gebied van waterveiligheid. Het Maritiem cluster Werkendam is dan ook van maatschappelijk en strategisch belang. Er is sprake van extra ruimtebehoefte vanuit het maritieme cluster. Deze actie behelst onderzoek te doen naar de ruimtelijk-economische versterking van het Brabantse en Zuid-Hollands maritieme cluster, inclusief de fysieke uitbreidingsbehoefte, met speciale aandacht voor de positie van Werkendam. Dit wordt afgestemd met initiatieven in Moerdijk.

Gemeente Altena, maritieme bedrijven 2024-2025 in Werkendam, SRBT, provincie ZuidHolland en Moerdijk

Toegevoegde waarde van de bestaande logistiek in Waalwijk, Tilburg, Oosterhout en Moerdijk wordt kwalitatief versterkt door innovatie, verduurzaming en doorontwikkeling van watergebonden locaties. Doel is de toegevoegde waarde en kwaliteit ondersteunend te maken aan de kennis- en maakeconomie, inspelend op circulariteit en energietransitie. Daarbij wordt kritisch gekeken naar de ruimtevraag en is revitaliseren het uitgangspunt.

SRBT en gemeente Tilburg, Oosterhout, Brabants Ports en Waalwijk

2025-2026

Organiseren van kennisdeling over de schaalsprong van de stedelijke voorzieningen; met speciale aandacht voor het toekomstig functioneren van de binnensteden (Breda, Tilburg, Oosterhout, Werkendam, Etten-Leur en Waalwijk) en de vergroening van de binnenstad. Gemeenten delen ervaringen over proces, middelen en (planologische) instrumentarium.

SRBT, Mooi Nederland

2024-2030

50

Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch

Afbeelding 13: Regioafbakening Stedelijke Regio ‘s-Hertogenbosch en alle ontwikkelprincipes (bron: Ontwikkelperspectief NOVEX Stedelijk Brabant 2040)

51

3.3

Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch

De Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch heeft tot 2040 een opgave op duurzame verstedelijking van ongeveer 50.000-60.000 nieuwe woningen, met een ambitie om 30.000-40.000 extra arbeidsplaatsen te realiseren (waarvan 8.000 tot 16.000 op bedrijventerreinen). Daarnaast is er in de periode tot 2030 ruimte nodig voor de berging van 36 miljoen kuub water en voor 8,7 PJ aan duurzame energieopwekking. Doel is een leefbare, werkbare en klimaatrobuuste stedelijke regio door verdichting, vergroening en verduurzaming. De Stedelijke Regio ‘s-Hertogenbosch ziet verder kansen om een rol te vervullen in het opvangen van de groei in de Brainport-regio. De uitwerking hiervan wordt opgepakt in het kader van afspraak 2.2.2. Afstemmen consequenties groei Brainport, zowel in het bepalen van de omvang van de groeiambitie als het creëren van de juiste voorwaarden. Uitgangspunt is het versterken van het netwerk van aantrekkelijke steden en vitale kernen en dorpen (het polycentrisch model) in deze stedelijke regio. De principes van stedelijkheid en nabijheid zijn belangrijk voor de brede welvaart in deze regio. De stedelijke regio zet in op (hoog)stedelijkheid in woon- en werkmilieus in de spoorzones van ’s-Hertogenbosch en Oss.

In de middelgrote kernen (Vught, Veghel, Boxtel, Boxmeer, Cuijk, Uden en Waalwijk) wordt ingezet op de ontwikkeling van (nieuwe) stedelijke interactiezones tussen centrum, economische kerngebieden en HOV-knooppunten. De bestaande naoorlogse wijken bieden kansen voor vernieuwing, verduurzaming en verdichting. Met een regionale aanpak wilde regio maatwerk bieden om de leefbaarheid in de kernen en dorpen te verbeteren en transformatie van bestaande voorraad te versnellen. Bij de woningbouwopgave past een duurzaam mobiliteitssysteem dat is gebaseerd op Bus Rapid Transit (BRT), OV-knopen en hubs en een brede mobiliteitstransitie. En tevens een goed doordacht netwerk voor duurzame energie en een compleet netwerk van groene en blauwe verbindingen. Meerjarige multimodaal mobiliteitspakket (MMMP) in relatie tot de verstedelijkingsopgave van de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch Het concept multimodaal mobiliteitspakket staat ten dienste van de ambities op het gebied van verstedelijking en brede welvaart in de stedelijke regio ’s-Hertogenbosch. Goede interregionale verbindingen tussen de Stedelijke Regio ‘s-Hertogenbosch 52

en andere stedelijke regio’s (Nijmegen-Arnhem, Zuidoost-Brabant, maar ook de andere steden in de Brabantse Stedenrij en de Randstad) zijn van groot belang. Het pakket is op hoofdlijnen opgebouwd uit het versterken van het OV-netwerk, het verbeteren van de fietsbereikbaarheid en een maatwerkaanpak voor het versnellen van de mobiliteitstransitie in grote, middelgrote en kleine kernen. In relatie tot de verstedelijkingsopgave gaat het onder andere concreet om: •

het maken van een schaalsprong op het spoor (tussen Brainport, ‘s-Hertogenbosch en Utrecht en van Roosendaal naar Nijmegen) en op het gebied van BRT en HOV

•

investeringen in belangrijke knooppunten als Bosch Centraal op nationaal niveau en bijvoorbeeld Oss, Boxtel, Cuijk en mobiliteitshubs in het HOV-systeem

•

het slechten van de barrièrewerking door spoor en drukke wegen het autoluwer maken van binnensteden en centra.

Naast het faciliteren van de verstedelijkingsopgave draagt dit mobiliteitspakket ook bij aan het beperken van de mobiliteitsimpact als gevolg van het tijdelijk aanhouden van de maatregelen op de A2/A59 en de N65.

Uitvoeringsafspraken Naast de Brabantbrede uitvoeringsafspraken zijn voor de Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch de volgende uitvoeringsafspraken opgenomen: Stedelijke Regio ’s-Hertogenbosch Actie/resultaat

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14860727/1