CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2025

Gemeenteraad 7 november 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen Programmabegroting 202520.272 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4 alinea's met “jaarstukken”: 436 450 3275 3446

De IFLO-norm relateert de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit aan de boekwaarden van de gronden die in exploitatie zijn genomen. De IFLO-norm is gebaseerd op het totaalbedrag van de volgende twee componenten:

-

10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie;

-

10% van de nog te maken kosten van de gronden in exploitatie.

Bij het toepassen van de IFLO-norm wordt per plan aangegeven wat het risico is bij de meest negatieve optie van scenario-ontwikkeling. Hierbij is als worst case scenario vijf jaar uitstel van grondverkopen gehanteerd. Voor de berekening van de noodzakelijke omvang van de reserve wordt per plan uitgegaan van het hoogste berekende geldelijke risico. De minimale omvang van de algemene reserve grondbedrijf is gelijk aan de som van de hoogste risico’s per plan. Ultimo 2025 dient de Reserve grondbedrijf

82

minimaal € 4,3 miljoen te zijn. De verwachte stand van de Reserve grondbedrijf is € 6 miljoen en voldoet daarmee aan de norm zoals deze in de grondnota is vastgesteld. Kengetal Grondexploitatie Voor de berekening wordt de boekwaarde van de bouwgronden in exploitatie gedeeld door de totale baten van de gemeente, exclusief de mutaties reserves. Als norm wordt een percentage lager dan 20 als voldoende beschouwd. Dus hoe lager de uitkomst, hoe gunstiger voor de financiële weerbaarheid. Voor 2025 is dat -1,% en daarna is sprake van een lichte daling. In 2026 -3%, 2027 -1% en 2027 -2%. Het percentage blijft voldoende. De risico's ten aanzien van de grondexploitatie zijn daarmee beperkt.

Ad 4. Structurele exploitatieruimte Het kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is. Er wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Het hierdoor ontstane saldo wordt vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Het kengetal wordt berekend met behulp van de volgende formule. Structurele exploitatieruimte / Totale baten voor bestemming

Hierbij worden de volgende normen worden gehanteerd. Voldoende

>0,6%

Matig

Tussen 0% en 0,6%

Onvoldoende

<0%

In 2025 is de structurele exploitatieruimte onvoldoende maar met -0,07% van beperkte

83

onvoldoende omvang. Vanaf 2026 wijzigt deze in een ruime onvoldoende structurele ruimte als gevolg van het begrotingstekort.

Ad 5. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft een indicatie van de onbenutte belastingcapaciteit. De OZB is voor gemeenten de belangrijkste bron van inkomsten. De onbenutte belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Op voorstel van het advies van de Commissie vernieuwing BBV (Besluit begroting en verantwoording) is ervoor gekozen om de belastingcapaciteit te relateren aan landelijk gemiddelde tarieven OZB. In de eerste plaats is voor een landelijk gemiddelde gekozen omdat over het algemeen geen maximum is gesteld aan belastingentarieven, zoals bij de OZB. Daarnaast geeft een gemiddeld tarief meer inzicht in de betekenis van de belastingcapaciteit voor de financiële positie dan wanneer het gerelateerd wordt aan het tarief om in aanmerking te komen voor de artikel 12 status. Ook is er vanuit de praktijk behoefte bij gemeenten en andere belanghebbenden om inzicht te hebben in de lokale tarieven van omliggende gemeenten. De hoogte van belastingtarieven komen dus niet in een vacuüm tot stand; er wordt daarbij rekenschap gegeven hoe de eigen lastendruk zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De mate waarbij een tegenvaller kan worden bijgestuurd, wordt ook wel de wendbaarheid van de begroting genoemd.

Wanneer een gemeente te maken heeft met een hoge schuld en de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten en de woonlasten al relatief hoog zijn, dan is er minder ruimte om te kunnen bijsturen. De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in een bepaald jaar te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het voorgaande jaar en uit te drukken in een percentage. In 2022 en 2023 komen we uit op 90% respectievelijk 87%. Dit betekent dat we onder het landelijk gemiddelde van 100% zitten. De verwachting is dat dit in 2025 ook uitkomt op 90 procent. Zoals eerder aangegeven in deze paragraaf bedraagt de onbenutte belastingruimte, gerekend met de artikel 12-norm € 1.989.700.

84

Beoordelen samenhang kengetallen Uit de beschrijving van de verschillende kengetallen blijkt dat een afzonderlijk kengetal op zich weinig zegt over de financiële positie. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie. Afhankelijk van wat er aan eigen vermogen en baten tegenover de schuld staat, zal aflossing veel of juist weinig problemen opleveren. Zo hoeft een tegenvallende ontwikkeling geen negatieve invloed te hebben in de situatie dat de vrije structurele exploitatieruimte groot is of als men over voldoende ruimte in belastingcapaciteit beschikt. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie. De gemeente Someren beschikt nog steeds over een solide reservepositie en ondervindt geen problemen om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Het structureel begrotingsevenwicht op korte termijn is voldoende, maar op langere termijn op dit moment niet. Voor wat betreft de belastingcapaciteit hebben we nog wel extra ruimte omdat we beneden het landelijk gemiddelde zitten met een percentage van 90%.

Er zijn zorgen over de ontwikkeling vanaf 2026 omdat het Rijk nog niet duidelijk heeft gemaakt wat de te verwachten Algemene uitkering voor de gemeente is. Als gevolg van hoge investeringen in onder andere onderwijshuisvesting en grond-, weg- en waterwerken neemt het balanstotaal fors toe. Deze ontwikkeling heeft impact op de schuldquote en de solvabiliteit. Deze kengetallen voldoen de komende jaren nog wel aan de normen.

85

Paragraaf: Lokale heffingen Deze paragraaf geeft een beschrijving van de lokale heffingen en belastingen, het kwijtscheldingsbeleid, een overzicht van de tarieven en opbrengsten en de hoogte van de lokale lastendruk. Tevens wordt ingegaan op de ontwikkelingen in de lokale heffingen in 2025. Onderstaand is een overzicht van de opbrengsten weergegeven. Overzicht opbrengsten

2025

Onroerendezaakbelasting

5.188

Toeristenbelasting Rioolheffing en rioolaansluitrecht

478 2.161

Hondenbelasting

115

Gemeenteleges

1.171

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten

1.870

BIZ Totaal

47 11.030

Bedragen x € 1.000

86

Onroerendezaakbelasting (OZB) Eigenaren van woningen en niet-woningen en gebruikers van niet-woningen betalen belasting op basis van de WOZ waarde van de onroerende zaak waar zij eigenaar van zijn of die zij gebruiken. Voor de belastingaanslagen in 2025 is de WOZ waarde per 1 januari 2024 bepalend. De OZB opbrengst wordt jaarlijks gecorrigeerd voor inflatie. Voor 2025 bedraagt deze indexering 3,8%. Tevens is de begrote OZB opbrengst voor 2025 verhoogd met de areaalwijzigingen, zonder indexatie. De OZB tarieven worden in de raadsvergadering van 12 december 2024 vastgesteld.

87

Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven per persoon per overnachting in verblijfsaccommodaties (campings, hotels, bed & breakfasts enzovoort). Bij de heffing geldt geen restrictie dat het om een toeristische of recreatieve overnachtingen moet gaan. De toeristenbelasting van een belastingjaar wordt opgelegd en ingevorderd in het daarop volgende jaar. We hanteren twee tarieven, een algemeen tarief en een verlaagd tarief voor overnachtingen in kampeermiddelen op (mini)campings en kampeerterreinen, op kampeerboerderijen en in groepsaccommodaties, Deze tarieven worden jaarlijks gecorrigeerd met het CBS-indexcijfer over het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven zijn vastgesteld. Voor 2025 is de indexering 3,8%. De afspraak is dat het tarief pas wordt verhoogd, wanneer de gecumuleerde verhogingen naar beneden afgerond op 5 eurocent uitkomt. Voor het belastingjaar 2025 wordt het algemeen tarief € 2,30 (was € 2,25). Het verlaagde tarief wordt 1,50 (was € 1,45). In onderstaande overzichten is aantal overnachtingen en de opbrengst per categorie weergegeven. Voor 2021 tot en met 2023 zijn dit het werkelijk aantal overnachtingen, voor 2024 en 2025 het verwachte aantal overnachtingen.

In onderstaande grafiek is de opbrengst toeristenbelasting per categorie vermeld. Voor 2021-2023 is dit het werkelijke opbrengst. Voor 2024 en 2025 de begrote opbrengst die in de begroting 2024 en begroting 2025 is opgenomen.

88

89

Rioolheffing en rioolaansluitrecht Rioolheffing Met de rioolheffing worden de kosten verhaald, die de gemeente maakt voor de uitvoering van de zorgplichten voor afvalwater en voor hemel- en grondwater. Deze heffing mag hooguit kostendekkend zijn. In december 2020 is het gemeentelijk rioleringsplan 2021-2025 vastgesteld. In overeenstemming met dit plan worden de tarieven jaarlijks geïndexeerd. De indexering voor 2025 bedraagt 5,3% volgens de GWW. De rioolheffing wordt geheven van degene die op 1 januari eigenaar is van een WOZ object. Hiervoor is een directe of indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering niet noodzakelijk. De tarieven zijn gedifferentieerd naar woning, niet-woning en een “kwart”-tarief voor objecten met een vloeroppervlak dat kleiner is dan 40 m². De tarieven zijn in de tabel hieronder opgenomen. Rioolaansluitrecht De aansluitkosten voor aansluiting op een gemengd stelsel en voor aansluiting op een gescheiden stelsel worden conform bestaand beleid verhoogd met het inflatiepercentage van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven worden vastgesteld.

90

Hondenbelasting Het doel van het hondenbeleid is vooral gericht op het verminderen van overlast. Het uitgangspunt is dat het hondenbeleid budgettair neutraal is. Dit betekent dat de hondenbelasting gelijk moet zijn aan de kosten voor maatregelen die de overlast moeten verminderen (hondentoiletten, hondenuitlaatstroken, inzet BOA en overige kosten). Voor honden die gehouden worden buiten de bebouwde kom hoeft geen hondenbelasting betaald te worden. De tarieven voor 2025 worden niet verhoogd ten opzichte van 2024. De tarieven 2025 zijn als volgt:

91

Gemeenteleges De legesopbrengsten worden onderverdeeld in drie hoofdstukken: 

Algemene dienstverlening: deze categorie omvat onder meer het verstrekken van identiteitsbewijzen en reisdocumenten, rijbewijzen, het voltrekken van huwelijken en registratie van partnerschappen;

Omgevingswet: de opbrengsten in deze categorie bestaan uit de leges voor het aanvragen van omgevingsvergunningen en wijzigingen van omgevingsplannen;

Europese dienstenrichtlijn: hierbij gaat het om vergunningen voor de horeca, het organiseren van evenementen en gebruiksvergunningen brandveiligheid.

Aan de hand van de begrote legesopbrengsten worden de legestarieven berekend en door de raad in december vastgesteld. Kostendekkendheid De leges die geheven worden voor door de gemeente geleverde producten en diensten mogen niet meer dan kostendekkend zijn. Dat wil zeggen dat de begrote opbrengsten niet hoger mogen zijn dan de begrote kosten. Per legescategorie (hoofdstuk) stellen we vast wat de verwachte kosten zijn. Aan de hand hiervan bepalen we de opbrengst en het tarief. Voor het bepalen van de kostprijs wordt gebruik gemaakt van de Activity Based Costing methode. Bij deze methode worden alle handelingen om te komen tot een prestatie onderzocht en vervolgens vermenigvuldigd met het uurtarief van de behandelend ambtenaar of team. Dit uurtarief wordt verhoogd met een opslag van 107% voor overhead*. De kostendekkendheid wordt vastgesteld per hoofdstuk.

Hoofdstuk Algemene dienstverlening Omgevingswet Europese dienstenrichtlijn

Percentage

Kosten

Opbrengst

€ 647.425

€ 539.929

83,4%

€ 1.351.792

€ 858.427

63,5%

€ 16.989

€ 8.822

51,9%

kostendekkendheid

* Definitie overheadkosten volgens de “Notitie overhead van de commissie BBV”: Overheadkosten zijn de kosten die verhaald mogen worden welke weliswaar niet rechtstreeks samenhangen met de verleende dienst, maar wel in enig verband hiermee staan.

92

93

Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten De opbrengst is bestemd voor de inzameling en verwijdering van huishoudelijke afvalstoffen en is maximaal 100% kostendekkend op begrotingsbasis. Uitgangspunt bij de berekening van de tarieven is dat de vaste kosten verwerkt zijn in het vast tarief en de variabele kosten verwerkt zijn in het variabel tarief. De afvalstoffenheffing/reinigingsrechten worden geheven door middel van een vast recht in combinatie met een bedrag per lediging van een afvalcontainer (DIFTAR). Tijdens het opstellen van de primaire begroting 2025 zijn de budgetten met betrekking tot afval onvoldoende bekend en daarom worden de tarieven van de afvalstoffenheffing 2025 pas in december vastgesteld. In onderstaande grafiek zijn hierdoor uitsluitend de variabele tarieven per lediging van 2023 opgenomen. Het vast tarief per aansluiting voor 2023 was € 10,80 per maand.

94

BIZ Met ingang van 2023 is de Bedrijven Investerings Zone (BIZ) Someren-centrum in werking getreden. De in het centrum gelegen ondernemers en eigenaren van vastgoed betalen een bijdrage die volledig wordt doorbetaald aan de BIZ-vereniging. Woonlasten regionaal en kwijtschelding Woonlasten regionaal

Woonlasten regionaal Om meer inzicht te geven in de positie van de gemeente Someren is voor de woonlasten onderstaand overzicht opgenomen op regionaal niveau. Hierbij moet worden opgemerkt dat de verschillen in lastenpotentie tussen de gemeenten in belangrijke mate worden gecompenseerd door het verdeelsysteem van het gemeentefonds. Daardoor zijn de verschillen in tarieven tussen de gemeenten in belangrijke mate het gevolg van het verschil in kwantiteit en kwaliteit van de lokale voorzieningen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de beleidsuitvoering. Hierbij is een normerende, sturende en controlerende functie voor het bestuur weggelegd. Dit laatste niet alleen om de lastendruk te beheersen maar evenzeer om na te gaan of de burger waar voor zijn geld krijgt. In onderstaande grafiek zijn de woonlasten voor meerpersoonshuishouden 2024 in de regiogemeenten weergegeven. Deze gegevens zijn overgenomen uit de "Atlas van de lokale lasten 2024" die is uitgegeven door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO). Woonlasten per gemeente

95

Kwijtschelding/minimaregeling

Op grond van de “Kwijtscheldingsregeling gemeentelijke belastingen gemeente Someren” kan kwijtschelding worden verleend voor het betalen van de afvalstoffenheffing. Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding, wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en vermogenstoets op grond van door het Rijk vastgestelde normen. Bij de berekening van de kwijtschelding worden de kosten van bestaan binnen een bepaalde bandbreedte gesteld op 90% van het inkomen van de belastingschuldige. Gemeenten mogen een ruimer kwijtscheldingsbeleid voeren door dit percentage te verhogen tot maximaal 100%. De gemeente Someren voert een ruimer kwijtscheldingsbeleid en gaat uit van 100%. De behandeling van kwijtscheldingsverzoeken wordt vanaf 2018 voor de gemeente Someren uitgevoerd door de Belastingsamenwerking Oost-Brabant. Jaarlijks wordt door ruim 100 belastingplichtigen uit de gemeente Someren kwijtschelding aangevraagd, naast de kwijtscheldingen die door BSOB automatisch worden verleend. Daarnaast kunnen bewoners een beroep doen op de minimaregeling.

96

Paragraaf: Verbonden partijen Verbonden partijen betreffen organisaties en instellingen waarin een gemeente zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake als de gemeente de middelen, die aan een partij ter beschikking zijn gesteld, niet terugkrijgt bij faillissement van die partij of indien financiële problemen bij de derde partij kunnen worden verhaald bij de gemeente. Bij een bestuurlijk belang gaat het om het hebben van zeggenschap van de gemeente in een derde partij, hetzij omdat de gemeente een zetel in het bestuur heeft, hetzij omdat ze via aandelen mee kan stemmen. Vanwege deze belangen en daarmee gepaard gaande risico’s is het gewenst dat in de begroting en jaarstukken aandacht wordt besteed aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente Someren een bestuurlijke en financiële band heeft. In deze paragraaf worden deze nader toegelicht. De verbonden partijen worden hierbij opgesplitst in: 1. gemeenschappelijke regelingen 2. stichtingen / verenigingen 3. coöperaties / vennootschappen

97

In onderstaand financieel overzicht wordt de bijdrage per verbonden partij getoond verdeeld per jaarschijf. Financieel overzicht

Jaar- Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting rekening

2024 na

2025

2026

2027

2028

2023 wijziging Gemeenschappelijke regelingen Peelgemeenten

2.350

2.608

2.861

2.861

2.861

2.861

998

1.278

1.520

1.540

1.584

1.644

1.196

1.230

1.291

1.291

1.291

1.291

509

436

429

424

424

424

1.061

1.034

1.052

1.052

1.052

1.052

Metropoolregio Eindhoven

281

289

326

326

326

326

GGD Brabant Zuidoost

826

864

950

950

950

950

ICT-NML

707

788

832

832

832

832

Blink

1.669

1.712

1.715

1.734

1.767

1.805

Totaal

9.597

10.239

10.976

11.010

11.087

11.185

122

126

126

126

126

126

7

8

8

8

8

8

129

134

134

134

134

134

Coöperatieve Bosgroep ZuidNederland U.A.

44

49

49

49

49

49

NV Bank Nederlandse Gemeenten

-39

-39

-39

-39

-39

-39

Brabant Water NV

0

0

0

0

0

0

Totaal

5

10

10

10

10

10

Senzer Veiligheidsregio Brabant - Zuidoost Belastingsamenwerking Oost Brabant Omgevingsdienst Zuidoost Brabant

Stichtingen en verenigingen Stichting Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuidoost Brabant (BIZOB) Stichting Beheer en Exploitatie Veiligheidshuis Brabant Zuidoost Totaal Vennootschappen en coöperaties

Bedragen x € 1.000

98

99

Gemeenschappelijke regelingen

Naam Vestigingsplaats

Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten Deurne

Doel en openbaar belang

Draagt zorg van de uitvoering van de Wmo (Wet maatschappelijke ondersteuning), Jeugdwet en BMS (Bijzondere bijstand, Minimaregelingen en Schulddienstverlening).

Partners

De deelnemende gemeenten zijn Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren.

Bestuurlijk belang

De gemeente Someren is met 3 leden vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en met 1 lid in de dagelijks bestuur.

Eigen vermogen

Per 31-12-2025 € 365.000.

Vreemd vermogen

Per 31-12-2025 € 20.505.000.

Financieel resultaat

Ingeschat resultaat 2025: € 0 (sluitende begroting).

Financieel belang

Gemeentelijke bijdrage 2025 € 2.860.906.

Risico's

Voor de begroting 2025 wordt aangesloten bij de risico-inventarisatie die begin 2024, ten behoeve van de jaarrekening 2023, is gemaakt. Deze is gebaseerd op de methodiek van de nota op basis van de begrotingscijfers van 2024. De inventarisatie heeft de volgende risico’s opgeleverd: - Ziekteverzuim; - Beveiliging van data / privacy; - Kwetsbaarheid organisatie; - Niet-functioneren; - Juridische risico's; - Inkoop en contractbeheer; - Uitvoering taken door andere gemeenten; - ICT-voorzieningen; - Politiek-bestuurlijke risico’s; - Landelijke ontwikkelingen; - Verlofsparen.

Per 31 december 2023 bestaat het saldo van het eigen vermogen uit de algemene reserve € 300.000 en het onverdeelde resultaat van € 717.472. In de resultaatbestemming 2023 wordt voorgesteld € 607.000, voortkomend uit middelen voor de Koers, door te schuiven naar 2024 en het resterende deel van € 110.472 toe te voegen aan de algemene reserve. Daarmee komt de actuele stand van het weerstandsvermogen op € 410.472. Dit betekent daarmee dat het weerstandsvermogen (afgerond) € 190.000 te laag is. In de nota is vastgesteld ernaar te streven de ratio weerstandsvermogen op minimaal 1 te houden. Dit betekent dat het weerstandsvermogen minimaal even hoog is als het berekende financieel risico. Voor de jaarrekening 2023 is het financieel risico opnieuw berekend met een uitkomst van € 600.000. Dit betekent een ratio van 410/600 ofwel 0,7. Het berekend risico bevestigt hiermee de noodzaak van een minimale algemene reserve van € 600.000. Het AB heeft in februari 2024 besloten het minimale tekort van € 190.000 aan te zuiveren vanuit toekomstige rekeningresultaten, zolang deze positief zijn, bij een eventueel negatief rekeningresultaat dit niet uit de reserve te dekken maar te verhalen op de deelnemende gemeenten.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14645914/1