Overzicht wijzigingen was-wordt eerste wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning Someren 2020
Tekst van het document
Overzicht wijzigingen
Was Artikel 1.1, aanhef en onder e
Wordt Artikel 1.1, aanhef en onder e
e. Begeleiding plus: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een cliënt afgestemd geheel van diensten en activiteiten in het kader van intensieve ambulante individuele (woon-) begeleiding. Bedoeld voor personen met langdurige psychiatrische, psychische of psychosociale problemen, of een combinatie daarvan met een verstandelijke beperking of gedragsstoornissen, die niet volledig in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving c.q. niet geheel zelfstandig kunnen wonen. De maatwerkvoorziening wordt ingezet ter voorkoming dan wel afschaling van beschermd wonen; Deze intensieve ambulante individuele begeleiding is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. De individuele begeleiding kan, indien nodig, aangevuld worden met een vorm van dagbesteding (begeleiding groep). Begeleiding Plus kan in die zin zowel begeleiding groep als begeleiding individueel omvatten waarbij begeleiding groep altijd aanvullend is op begeleiding individueel en niet los van begeleiding individueel kan worden ingezet.
De maatwerkvoorziening Begeleiding-Plus wordt ingezet bij de afschaling van beschermd wonen naar zelfstandig (begeleid) wonen of ter voorkoming van opname in een beschermdwonenvoorziening (opschaling). Daartoe behoort eveneens, in geval van individuele begeleiding, het bieden van 24-uurs bereikbaarheid van de begeleiding en deels planbare en deels onplanbare begeleiding; Begeleiding plus vervangen door beschermd thuis
e. Beschermd thuis: op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een inwoner afgestemd geheel van diensten en activiteiten in het kader van intensieve ambulante individuele (woon-) begeleiding. Bedoeld voor personen met langdurige psychiatrische, psychische of psychosociale problemen, of een combinatie daarvan met een verstandelijke beperking of gedragsstoornissen, die niet volledig in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven in de samenleving c.q. niet geheel zelfstandig kunnen wonen. Deze intensieve ambulante individuele begeleiding is gericht op het bevorderen van zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en psychosociaal functioneren, stabilisatie van een psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen. De individuele begeleiding kan, indien nodig, aangevuld worden met een vorm van dagbesteding (begeleiding groep). Beschermd thuis kan in die zin zowel begeleiding groep als begeleiding individueel omvatten waarbij begeleiding groep altijd aanvullend is op begeleiding individueel en niet los van begeleiding individueel kan worden ingezet. De maatwerkvoorziening Beschermd thuis wordt ingezet bij de afschaling van beschermd wonen naar zelfstandig (begeleid) wonen of ter voorkoming van opname in een beschermd wonen voorziening (opschaling).
Daartoe behoort eveneens, in geval van individuele begeleiding, het bieden van 24-uurs bereikbaarheid van de begeleiding en deels planbare en deels onplanbare begeleiding; In de volgende artikelen wordt ‘begeleiding plus’ vervangen door ‘beschermd thuis’: Artikel 1.1 onder e Artikel 4.2 lid 5 Artikel 5.8 Toelichting artikel 4.2 Toelichting artikel 5.8
Na artikel 4.2 wordt een nieuw artikel 4.2a in gevoegd: Artikel 4.2a Het college verstrekt de voorzieningen opvang en beschermd wonen en beschermd thuis volgens het daartoe vastgesteld beleid van gemeente Helmond, de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde nadere regels en/of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze gemeente. Artikel 4.3, lid 1, onderdeel d voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de persoon met beperkingen of problemen voorafgaand aan het moment van beschikken op de aanvraag heeft gemaakt, tenzij het college vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven, of het college de noodzaak, adequaatheid en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen en als goedkoopst adequaat aangemerkt kan merken; -
Artikel 4.3 lid 1, onderdeel d Voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de persoon met beperkingen of problemen voorafgaand aan het moment van beschikken op de aanvraag heeft gemaakt, tenzij het college vooraf uitdrukkelijk schriftelijk toestemming heeft gegeven, of als er sprake was van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen.
-
Na artikel 4.3 wordt een nieuw artikel ingevoegd:
Aan artikel 4.3 lid 1 worden de volgende onderdelen toegevoegd: j. als voor de problematiek die aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling bestaat; h. als deze niet hoofzakelijk op het individu is gericht.
Artikel 4.4 Weigeringsgronden woonvoorziening 1. Geen woonvoorziening wordt verstrekt: a. als de beperkingen voortkomen uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen; b. ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning. Er kan dan wel een voorziening voor verhuizing en inrichting worden verstrekt; c. in gemeenschappelijke ruimten, met uitzondering van automatische deuropeners,
Artikel 5.4 1. (…) 2. (…) 3. De factor zoals benoemd in lid 1 is gebaseerd op 125% van de Wet minimumloon voor 23 jaar en ouder inclusief vakantiegeld/-uren op basis van een 36-urige werkweek. De geldende factor is neergelegd in de Nadere regels. Eenmaal per jaar, per 1 januari, vindt aanpassing (indexatie) plaats van het gehanteerde minimumloon. De aanpassing per 1 januari is gelijk aan 125% van het wettelijk minimumloon zoals dat gold per 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar. Aanpassing van het gehanteerde minimumloon leidt tot aanpassing van de factor genoemd in lid 1 tenzij de ophoging van het minimumloon dusdanig beperkt is dat het de factor niet beïnvloedt. Artikel 5.6 1. (…) 2. (…) 3. De hoogte van het pgb voor begeleiding individueel en begeleiding groep in geval van particuliere inzet bedraagt per uur: 125% van de Wet minimumloon voor 23 jaar en ouder inclusief vakantiegeld/-uren op basis van een 36-urige werkweek, waarbij voor begeleiding groep heeft te gelden dat een dagdeel geldt als een uur. 4. Eenmaal per jaar, per 1 januari, vindt aanpassing (indexatie) plaats van het in lid 3
hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte; d. als de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding was op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor de verhuizing is; e. als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn beperkingen meest geschikte beschikbare woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is gegeven door het college; f. als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden; Artikel 5.4 1. (…) 2. (…) 3. De factor zoals genoemd in lid 1 is gebaseerd op het uurloon van de hoogste periodiek behorend bij de loonschaal van de functie hulp bij het huishouden in de CAO VVT, zoals deze voor de betreffende periode geldt, vermeerderd met de vakantiebijslag en tegenwaarde van de verlofuren. 4. Minimaal eenmaal per jaar, per 1 januari, vindt aanpassing (indexatie) plaats van de factor zoals genoemd in de leden 1 en 3, uitgaande van de CAO VVT zoals die dan geldt.
Artikel 5.6 1. (…) 2. (…) 3. De hoogte van het pgb-tarief voor begeleiding is gebaseerd op het uurloon van de hoogste periodiek behorende bij FWG 30 van de voor de betreffende periode geldende CAO VVT, plus vakantietoeslag en de tegenwaarde van de verlofuren. 4. Minimaal eenmaal per jaar, per 1 januari, vindt aanpassing (indexatie) plaats van het
genoemde bedrag. De aanpassing per 1 januari is gelijk aan 125% van het wettelijk minimumloon zoals dat gold per 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar. Artikel 5.7 1. Voor pgb gelden twee tarieven: - een tarief voor de professionele dienstverlener; en - een tarief voor particuliere inzet. 2. De hoogte van het pgb-tarief in geval van begeleiding door een professionele dienstverlener is gelijk aan het tarief zorg in natura dat zou hebben te gelden tussen de gemeente en een gecontracteerde aanbieder in geval van verstrekking in de vorm van zorg in natura. 3. De hoogte van het pgb voor kortdurend verblijf bij particuliere inzet bedraagt € 30,52. Artikel 5.8 Hoogte pgb voor beschermd wonen en begeleiding plus Voor pgb gelden twee tarieven: - een tarief voor de professionele dienstverlener; en - een tarief voor particuliere inzet. 2. De hoogte van het pgb-tarief in geval van beschermd wonen door een professionele dienstverlener is gelijk aan het pgb-zzp GGZ-c tarief 2014 zoals dat voor cliënt gold dan wel zou hebben gegolden. Het pgb-tarief wordt niet verhoogd met de AWBZ-toeslag huishoudelijke hulp en de toeslag Verhoging ZZP. Deze toeslagen c.q. bedragen die daarmee corresponderen, worden niet aanvullend op het pgb-tarief verstrekt. 3.De hoogte van het pgb voor beschermd wonen bij particuliere inzet bedraagt 80% van het tarief zoals genoemd in het tweede lid.
4.De hoogte van het pgb-tarief in geval van begeleiding plus individueel door een professionele dienstverlener is 90% van het tarief zorg in natura dat zou hebben te gelden tussen de gemeente en een gecontracteerde aanbieder in geval van verstrekking in de vorm van zorg in natura. 5.De hoogte van het pgb-tarief in geval van begeleiding plus groep door een professionele
pgb-tarief, uitgaande van de alsdan vigerende CAO VVT. Artikel 5.7 Het pgb voor kortdurend verblijf, is bij professionele dienstverlening en particuliere inzet gelijk aan de stuksprijs per etmaal waarvoor het product wordt ingekocht bij gecontracteerde aanbieders.
Artikel 5.8 Hoogte pgb voor beschermd wonen en beschermd thuis Het pgb voor beschermd wonen en/of beschermd thuis wordt vastgesteld volgens het daartoe vastgesteld beleid van gemeente Helmond, de geldende verordening maatschappelijke ondersteuning en de daarop gebaseerde nadere regels en/of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze gemeente.
dienstverlener is gelijk aan het pgb-tarief voor begeleiding groep zoals gesteld in artikel 5.6 lid 2. 6.De hoogte van het pgb voor begeleiding plus in geval van particuliere inzet bedraagt per uur: 125% van de Wet minimumloon voor 23 jaar en ouder inclusief vakantiegeld/-uren op basis van een 36-urige werkweek, waarbij voor begeleiding groep heeft te gelden dat een dagdeel geldt als een uur. 7.Eenmaal per jaar, per 1 januari, vindt aanpassing (indexatie) plaats van het in lid 5 genoemde bedrag. De aanpassing per 1 januari is gelijk aan 125% van het wettelijk minimumloon zoals dat gold per 1 juli van het voorafgaande kalenderjaar. Artikel 5.10 Weigeringsgronden persoonsgebonden budget
Artikel 5.10 onderdeel d komt te vervallen.
Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid, van de wet alsook hetgeen in algemene zin over de weigering van een maatwerkvoorzieningen bepaald in artikel 4.3 van deze verordening, verstrekt het college geen pgb indien: a. (…); b. (…) c. (…); de cliënt het beheren van het persoonsgeboden budget overlaat aan een bewindvoerder of een persoon die werkzaam is bij of voor deze bewindvoerder. Artikel 5.14 Tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten 1. Indien het college heeft beoordeeld dat cliënt geen recht heeft op een maatwerkvoorziening voor woningaanpassing vanwege toepassing van het primaat verhuizing, kan het college een tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten verstrekken ter hoogte van de werkelijke kosten tot maximaal € 3.500,00. 2. (…) 3. (…) 4. De beoordeling of cliënt kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker
Artikel 5.14 Tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten 1. Indien het college heeft beoordeeld dat cliënt geen recht heeft op een maatwerkvoorziening voor woningaanpassing vanwege toepassing van het primaat verhuizing, kan het college een tegemoetkoming voor verhuis- en inrichtingskosten verstrekken ter hoogte van de werkelijke kosten tot maximaal een door het college vast te stellen bedrag. Het college kan toestaan dat de tegemoetkoming door de cliënt wordt benut voor een woningaanpassing, als het
geschikt te maken woning vindt in ieder woonprobleem hiermee duurzaam wordt geval plaats indien: verholpen. a. (…); 2. (…) b. (…); 3. (…) c. de kosten van een door het college 4. De beoordeling of cliënt kan verhuizen naar te verstrekken bouwkundige of een geschikte woning of een gemakkelijker woontechnische woonvoorziening geschikt te maken woning vindt in ieder van de door de cliënt bewoonde geval plaats indien: a. (…); woning meer bedragen dan € 9.000, b. (…); --, en d. (…). c. de kosten van een door het college te verstrekken bouwkundige of woontechnische woonvoorziening van de door de cliënt bewoonde woning meer bedragen dan een door het college te bepalen bedrag-, en d. (…). Artikel 5.14 lid 5 Wmo-verordening Asten Indien het verhuisprimaat wordt toegepast en de cliënt niet wenst te verhuizen, wordt de cliënt de mogelijkheid geboden worden van een tegemoetkoming tot maximaal € 5.000,- onder de voorwaarde dat de bouwkundige of woontechnische woonvoorziening wordt uitgevoerd conform de aanwijzingen van het college. Artikel 5.14 lid 5 Wmo-verordening Deurne Indien het verhuisprimaat wordt toegepast en de cliënt niet wenst te verhuizen, wordt de cliënt de mogelijkheid geboden worden van een tegemoetkoming tot maximaal 3.500,00 onder de voorwaarde dat de bouwkundige of woontechnische woonvoorziening wordt uitgevoerd conform de aanwijzingen van het college.
Artikel 5.14 lid 5 Wmo-verordening GemertBakel In het geval het vermoeden bestaat dat een noodzakelijke woningaanpassing meer dan € 9.000,00 zal bedragen en mogelijk het verhuisprimaat dient te worden toegepast en de cliënt niet wenst te verhuizen, wordt de cliënt de mogelijkheid geboden worden van een financiële tegemoetkoming ter hoogte van € 10.000,00. Onder de voorwaarde dat de bouwkundige of woontechnische woonvoorziening in eigen beheer wordt uitgevoerd.
Artikel 5.14 lid 5 komt te vervallen.
Artikel 5.14 lid 5 Wmo-verordening Laarbeek Indien het verhuisprimaat wordt toegepast en de cliënt niet wenst te verhuizen, wordt de cliënt de mogelijkheid geboden worden van een tegemoetkoming tot maximaal € 10.000,00 onder de voorwaarde dat de bouwkundige of woontechnische woonvoorziening wordt uitgevoerd conform de aanwijzingen van het college. Artikel 5.15 Tegemoetkoming voor bezoekbaar maken van een woning 1. (….) 2. Het college verstrekt de goedkoopst adequate voorziening tot een maximum van € 5.000,00.
Artikel 5.15 Tegemoetkoming voor bezoekbaar maken van een woning 1. (….) 2. Het college verstrekt de goedkoopst adequate voorziening waarmee één verblijfsruimte en het toilet kan worden gebruikt. Het college kan voor de voorziening een maximum bedrag vaststellen. Artikel 5.16 Tegemoetkoming voor Artikel 5.16 Tegemoetkoming voor vervoerskosten vervoerskosten 1. (….). 1. (….). 2. De hoogte van een door het college te 2. De hoogte van de tegemoetkoming als verlenen tegemoetkoming zoals genoemd bedoeld in lid 1 wordt nader vastgesteld in lid 1 bedraagt maximaal € 600,00 per door het college. jaar. 3. Indien de cliënt aangewezen is op vervoer uitsluitend per rolstoeltaxi, wordt, indien 3. Indien de cliënt aangewezen is op vervoer sprake is van een contra-indicatie voor uitsluitend per rolstoeltaxi, wordt, indien gebruik van het collectief vraagafhankelijk sprake is van een contra-indicatie voor gebruik van het collectief vraagafhankelijk vervoer, een tegemoetkoming verstrekt van tot een door het college te bepalen vervoer, een tegemoetkoming verstrekt van maximaal € 2.000, - per jaar. maximum bedrag per jaar. 4. Indien de cliënt voor de korte en 4.
Indien de cliënt voor de korte en middellange afstanden gebruik kan maken middellange afstanden gebruik kan maken van een scootmobiel of daar waar het van een scootmobiel of daar waar het echtelieden betreft die beiden een echtelieden betreft die beiden een tegemoetkoming ontvangen, wordt de tegemoetkoming ontvangen, wordt de tegemoetkoming vastgesteld op 50% van de tegemoetkoming vastgesteld op 50% van de in dit artikel genoemde bedragen. bedragen die krachtens de leden 2 en 3 zijn vastgesteld door het college. 5. De client woonachtig in een Wlz-instelling of in een woonvorm daarmee vergelijkbaar, 5. De client woonachtig in een Wlz-instelling kan aanspraak maken op een of in een woonvorm daarmee vergelijkbaar, tegemoetkoming welke 50% bedraagt van kan aanspraak maken op een de in dit artikel genoemde bedragen. tegemoetkoming welke 50% bedraagt van de bedragen die krachtens de leden 2 en 3 van dit artikel zijn vastgesteld door het college. Artikel 5.17 Tegemoetkoming voor Artikel 5.17 Tegemoetkoming voor sportvoorziening sportvoorziening
1. (…). 2. Het college verstrekt de goedkoopst adequate voorziening tot een maximum van € 3.000,00. 3. (…).
Artikel 6.2 lid 2 De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb’s, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid geen bijdrage is verschuldigd. Artikel 6.2 lid 3 In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen:
1. (…). 2. Het college verstrekt de goedkoopst adequate voorziening tot een door het college vast te stellen maximum bedrag. 3. (…). Artikel 5.17a Tegemoetkoming medisch afval 1. Het college kent een tegemoetkoming in de meerkosten toe aan inwoners die aantoonbaar bovengemiddeld veel afval hebben als gevolg van een chronische aandoening. 2. De tegemoetkoming kan worden aangevraagd door indiening van een voor de aanvraag bestemd formulier. 3. Om te controleren of een inwoner voldoet aan de voorwaarden voor verstrekking of voortzetting van de tegemoetkoming, kan het college bewijsstukken opvragen. 4. Het college kan aanvullende criteria vaststellen in verband met de beoordeling van aanvragen voor de tegemoetkoming. Artikel 6.2 lid 2 Voor maatwerkvoorzieningen en pgb’s bedraagt de hoogte van de bijdrage voor een of meerdere voorzieningen samen het bedrag genoemd in artikel 2.1.4a lid 4 Wmo 2015, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 of het volgende lid van dit artikel geen bijdrage is verschuldigd. Artikel 6.2 lid 3 3. In afwijking van het eerste lid is geen abonnementstarief verschuldigd voor de voorziening collectief vraagafhankelijk vervoer.
a. een vergoeding enkel voor instandhoudingskosten, zoals onderhoud, keuring en reparatie; of b. de voorziening collectief vraagafhankelijk vervoer; of c. de voorziening kortdurend verblijf; of d. een financiële tegemoetkoming. Artikel 6.2 lid 6 In de gevallen bedoeld in artikel 2.1.4b, tweede lid, van de wet, worden bijdragen voor een maatwerkvoorziening of pgb door de instantie(s) die de opvang realiseert/realiseren, vastgesteld en geïnd.
Artikel 6.2 lid 6 De bijdrage voor de maatwerkvoorziening opvang, dan wel het pgb voor deze voorziening, wordt vastgesteld en geïnd volgens het daartoe vastgesteld beleid van gemeente Helmond, de geldende verordening maatschappelijke
ondersteuning en de daarop gebaseerde nadere regels en/of beleidsregels maatschappelijke ondersteuning van deze gemeente. Hoofdstuk 6: bijdragen en tarieven CVV Artikel 6.2 lid 5 (G-B en Laarbeek) Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van de maatwerkvoorziening collectief vervoer, dat bestaat uit een opstaptarief van € 0,60 en een tarief van € 0,60 per zone voor de eerste vijf zones. Dit zonetarief kan worden aangepast indien gewijzigde omstandigheden daartoe noodzaken, maar niet meer bedragen dan de openbaar vervoertarieven. Het college kan nadere regels stellen m.b.t. wijze van vaststelling van dit tarief. Reist een cliënt meer dan vijf zones dan is cliënt het commerciële tarief verschuldigd dat door de vervoerder wordt vastgesteld. Artikel 6.2 lid 5 (Deurne, Asten, Someren) Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van de maatwerkvoorziening collectief vervoer, dat bestaat uit een opstaptarief van € 0,75 en een tarief van € 0,75 per zone. Het zonetarief kan ieder opvolgend kalenderjaar worden gewijzigd aan de hand van prijsindex voor het reguliere openbaar vervoer. Reist een cliënt meer dan vijf zones dan is cliënt het commerciële tarief verschuldigd dat door de vervoerder wordt vastgesteld.
Na invoering van een kilometertarief betaalt cliënt een opstaptarief van € 0,96 per rit en een kilometertarief van € 0,167 per kilometer (prijspeil 2019). Het kilometertarief kan ieder opvolgend kalenderjaar worden gewijzigd aan de hand van prijsindex voor het reguliere openbaar vervoer. Reist een cliënt meer dan 25 km dan is cliënt het commerciële tarief verschuldigd. Het college kan nadere regels stellen m.b.t. de vaststelling en hoogte van het tarief.
Artikel 6.2 lid 5 Een cliënt is een bijdrage verschuldigd in de kosten voor het gebruik van de maatwerkvoorziening collectief vervoer. Die bijdrage bestaat uit een opstaptarief per rit en een kilometertarief, afgeleid van het tarief voor regulier openbaar vervoer. Het opstaptarief en het kilometertarief kunnen ieder opvolgend kalenderjaar worden gewijzigd aan de hand van prijsindex voor het reguliere openbaar vervoer. Reist een cliënt meer dan 25 kilometer dan is cliënt vanaf 25 kilometer het commerciële kilometertarief verschuldigd. Het college kan nadere regels stellen m.b.t. de hoogte van de bijdrage.