Overzicht ingekomen stukken voor kennisgeving aannemen deel 1
Tekst van het document
Ingekomen stukken Onderwerp
Brief van GR Peelgemeenten m.b.t. verwerken zienswijzen in begroting 2025 en begrotingswijziging 2024
Nummer
C-2
Datum
03-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Hoofddocument
C-2 Brief d.d. 3 september 2024, van GR Peelgemeenten m.b.t. verwerken zienswijzen in begroting 2025 en begrotingswijziging 2024
Afzender
GR Peelgemeenten
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Onderwerp
Brief van Stichting KOG over manifest voor een duurzame jeugdzorg
Nummer
C-1
Datum
02-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Hoofddocument
C-1 Brief d.d. 2 september 2024, van Stichting KOG over manifest voor een duurzame jeugdzorg
Afzender
Stichting KOG
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Onderwerp
Brief van VNG over overhedenoverleg en start publiekscampagne
Nummer
C-3
Datum
03-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Afzender
VNG
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Bijlagen: vng.nl/brieven/overhedenoverleg-enstart-publiekscampagne (https://vng.nl/ brieven/overhedenoverleg-en-startpubliekscampagne)
Onderwerp
Uitnodigingsbrief van MRE voor Werkbezoek Automotive Campus Helmond 5 oktober
Nummer
C-4
Datum
04-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Hoofddocument
C-4 Uitnodigingsbrief d.d. 4 september, van MRE voor Werkbezoek Automotive Campus Helmond 5 oktober
Afzender
MRE
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Onderwerp
Raadsinformatiebrief 1: Subsidieregeling NT2
Nummer
R-1
Datum
09-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Hoofddocument
R-1 Raadsinformatiebrief 1 Subsidieregeling NT2
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Bijlagen: R-1 Bijlage Subsidieregeling NT2 onderwijs gemeente Someren 2024
Onderwerp
Brief van Raad van State over sluiting onderzoek beroep Buitengebied Someren - Deelgebied 3
Nummer
C-5
Datum
04-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Hoofddocument
C-5 Brief d.d. 4 september 2024, van Raad van State over sluiting onderzoek beroep Buitgenbied Someren - Deelgebied 3
Afzender
Raad van State
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Onderwerp
Brief van Raad van State verlengen termijn herstelbesluit Buitengebied Someren - Deelgebied 2
Nummer
C-6
Datum
09-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Afzender
Raad van State
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Onderwerp
Brief van GR Peelgemeenten met vastgestelde begroting 2025 en 1e begrotingswijziging 2024
Nummer
C-7
Datum
09-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Hoofddocument
C-7 Brief d.d. 9 september 2024, van GR Peelgemeenten met vastgestelde begroting 2025 en 1e begrotingswijziging 2024
Afzender
GR Peelgemeenten
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Onderwerp
Brief van VNG: Ledenraadpleging inzet Cao Gemeenten 2025-2026
Nummer
C-8
Datum
10-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Afzender
VNG
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Bijlagen: vng.nl/brieven/ledenraadpleging-inzetcao-gemeenten-2025-2026 (https://vng .nl/brieven/ledenraadpleging-inzet-caogemeenten-2025-2026)
Onderwerp
Brief van VNG over openstelling nagekomen vacature VNG-commissie
Nummer
C-10
Datum
10-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Afzender
VNG
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Bijlagen: vng.nl/sites/default/files/2024-09/lbr_2 4_035_openstelling_nagekomen_vaca ture_vng_commissie.pdf (https://vng.nl/ sites/default/files/2024-09/lbr_24_035_ openstelling_nagekomen_vacature_vn g_commissie.pdf)
Onderwerp
Brief van VNG over openstelling vacatures bestuur en commissies
Nummer
C-9
Datum
10-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Hoofddocument
C-9 Brief d.d. 10 september 2024, van VNG over openstelling vacatures bestuur en commissies
Afzender
VNG
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Bijlagen: C-9 Bijlage, profielschetsen
Onderwerp
Uitnodigingsbrief Sociaal Café thema Laaggeletterdheid 15 oktober 2024
Nummer
C-11
Datum
11-09-2024
Raadsvergadering
10-10-2024
Hoofddocument
C-11 Uitnodigingsbrief d.d. 11 september 2024, Sociaal Café thema Laaggeletterdheid 15 oktober 2024
Afzender
Onis Welzijn
Advies
Voor kennisgeving aannemen
Van: Verzonden: Aan:
Onderwerp: Brief voor gemeenteraden m.b.t. verwerken zienswijzen
Van:
Peelgemeenten <Secretariaat@peelgemeenten.nl>
Secretariaat
Verzonden: maandag 2 september 2024 14:41 Aan: Griffie Someren <Griffie@Someren.nl>; Griffie Someren <Griffie@Someren.nl> Onderwerp: Brief voor gemeenteraden m.b.t. verwerken zienswijzen
Urgentie: Hoog Beste
griffiers,
Hierbij ontvangen jullie namens het Dagelijks Bestuur de brief aan gemeenteraden, waarin wordt toegelicht hoe de zienswijzen zijn verwerkt in de begroting 2025 en begrotingswijziging 2024 die ter vaststelling voor ligt aan het Algemeen Bestuur, dat hierover vergadert op 5 september. Hopelijk heb ik jullie hiermee voldoende ge nformeerd. Met
vriendelijke groet,
(geanonimiseerd) Concern
Controller
Liever bellen? 0614760412
Werkdagen: maandag
tot en met
gemeenten Postbus
3, 5750
AA
Deurne
donderdag
gemeenten Postbus 3 5750 AA Deurne
T 088 501 33 00
E info @peelgemeenten.nl
Gemeenteraden van Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren
IBAN: NL31 BNGH0285 1708 72
Zaaknummer: 84082 Uw kenmerk: Uw brief d. d. :
Deurne, augustus 2024 Onderwerp: Reactie op zienswijzen Begroting2025 en begrotingswijziging2024
Geachte leden van de gemeenteraden Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en someren,
In maart hebben wij u de eerste wijziging op de begroting 2024 en de
ontwerpbegroting 2025 ter zienswijze aangeboden. Naar aanleiding daarvan heeft u een zienswijze ingediend. Op 22 augustus heeft het DB ingestemd met de, naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen, gewijzigde begroting(swijziging) 2024 en 2025. Vervolgens wordt de eerste wijziging op de begroting 2024 en de ontwerpbegroting 2025 ter vaststelling aangeboden aan het Algemeen Bestuur (5 september 2O24). Middels deze brief ontvangt u de reactie van het Dagelijks Bestuur op de door i ngezonden zienswijzen. Uit de ontvangen zienswijzen blijkt dat de gemeenten het belang van nauwe samenwerking waarderen en dat zij daarvan de toegevoegde waarde erkennen.
u
Ravijnjaar 2026 In aankomende jaren wordt het belang van regionale samenwerking steeds groter, niet in de minste plaats vanwege het ravijnjaar2O26 wat in sommige gemeenten tot herverdeling van middelen zou kunnen leiden. Alle gemeenten geven aan zich zorgen te maken over de financiële situatie van de lokale gemeenten vanaf ravijnjaar 2026. De gemeenten geven aan dat als de voorspelde bezuinigingen door het Rijk in het gemeentefonds gaan plaats vinden, alle verbonden partijen moeten meedelen in de bezuinigingen van het Rijk. Wij zetten daarom samen met de gemeenten in op verdere bestendiging van onze duurzame en efficiënte samenwerking en denken proactief mee om mogelijke schaarste op te vangen, ook binnen de GR Peelgemeenten,
Peelgemeenten is een samenwerking van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren
Versteviging gebiedsteams
plan van aanpak Het rijk zet in op een ontwikkeling naar versteviging van de lokale gebiedsteams. De doelstellingen van Hervormginsagenda Jeugd , IZA en GALA zijn hier o. a. leidend in. voor het einde van het jaar leveren wij een plan van aanpak op ten aanzien van de versteviging van de gebiedsteams in onze regio. Hiertoe is een projectleider aangesteld (de gebiedsmanager van de gemeente Deurne) om te komen tot een gezamenlijk en gedragen integraal plan. Op basis van dit plan zullen de lokale gemeenten, in samenwerking met GR Peelgemeenten, de lokale gebiedsteams verder verstevigen. Dit om de komende jaren de veranderende en zwaardere hulpvragen die lokaal gesteld zullen worden aan te kunnen.
Inburgering De colleges van de vijf peelgemeenten zijn inmiddels akkoord met het onderbrengen van de taak inburgering bij GR Peelgemeenten, waardoor een positieve zienswijze is afgegeven. op basis van de ervaring van de afgelopen jaren is een reële analyse en raming gemaakt van de benodigde uren om deze
taak naar behoren uit te kunnen
voeren.
Formatie uitbreiding 1 fte flexpool jeugd 2fJ25 Op basis van de ontvangen zienswijzen is de formatie uitbreiding van 1 fte flexpool jeugd in de begroting 2025 aangepast van structureel naar incidenteel. Deze flexpool is ten behoeve van de drie gemeenten die de plustaak jeugd
afnemen. Wat opvalt is dat er veel gebruik gemaakt wordt van de flexpool, waardoor wij in staat zijn om adequaat en zonder extra inhuurkosten te reageren op ziekte, zwangerschapsvervanging en tijdelijke drukte binnen gebiedsteams, Het beschikken over deze flexpool heeft hiermee zijn vruchten afgeworpen.
Indexering meerjarenraming In de ontwerpbegroting 2025, meerjarenraming 2026-2028 zijn de kosten in beeld gebracht op basis van systematiek van reële prijzen. Dit houdt in dat de meerjarenraming is geTndexeerd op basis van de prijsontwikkeling zoals opgenomen in de kadernota 2025. Naar aanleiding van de ontvangen zienswijzen, hebben we in de begroting 2025 de meerjarenraming in beeld gebracht op basis van de systematiek constante prijzen.
Overige thema's van zienswijzen In bijlage 1 lichten we per thema toe wat de boodschap is van de zienswijze, welke gemeente de zienswijze heeft ingebracht, en wordt een reactie gegeven de zienswijzen.
op
2
Tot
slot
GR
Peelgemeenten de
voor
zeer
opgebouwd. van
en
onze
Beste
moment
ambtenaren
en
die
samenwerking
krachten te bundelen voor
niets
en
de
de 5 lokale gemeenten
van
wij de afgelopen jaren hebben
regio
in de
waarbij wij in staat zijn
voor
wat
betreft
grote opgaven
daarmee
is iedere
onze
samen
Daarover
onze
samenwerking
te
individuele
informeren
2024.
vormen
aan
Peelgemeenten genomineerd
is GR
Overheidsorganisatie
we
u
de
voor
op een
later
uitgebreider.
Wij kijken uit Met
besturen
Wij zijn toonaangevend
organisatie sterk. Niet Award
de
constructieve
samenwerken
pakken
dankt
naar
het
vervolg
van
en
de koers vanaf 2025!
vriendelijke groet,
Namens
het
Dagelijks
bestuur
van
de
Gemeenschappelijke
regeling
Peelgemeenten, De
voorzitter,
ecretari
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Mevrouw
W.C.P.
Steeghs
Mevrouw C. Verberne
MBA
Bijlage l Toelichting reactie
op
de ontvangen zienswijzen
Ravijnjaar 2026 Alle gemeenten geven aan zich zorgen te maken over de financiële situatie van de lokale gemeenten vanaf ravijnjaar 2026. Met uitzondering van Deurne geven de gemeenten aan dat als de voorspelde bezuinigingen door het Rijk in het gemeentefonds gaan plaats vinden, alle verbonden partijen moeten meedelen in de bezuinigingen van het Rijk. Deurne vraagt kritisch te kijken naar en om scherpe keuzes te maken in de uitvoeringskosten. Asten en Laarbeek vragen GR Peelgemeenten om in de begroting 2026 rekening te houden om geen stijgende kosten door te berekenen. Someren vraagt om in de conceptbegroting 2026 te komen met concrete voorstellen voor het ombuigen van kosten. In aankomende jaren wordt het belang van regionale samenwerking sfeeds groter, niet in de minste plaats vanwege het ravijnjaar 2026 wat in sommige gemeenten tot herverdeling van middelen zou kunnen leiden. Wij zetten daarom samen met de gemeenten in op verdere bestendiging van onze duurzame en efficiënte samenwerking en denken proactief mee om mogelijke schaarste op te vangen, ook binnen de GR Peelgemeenten.
Kwaliteitsimpuls Versterking lokale gebiedsteams Someren vraagt in de zienswijze om het plan van aanpak inzake de kwaliteitsimpuls lokale gebiedsteams te laten vaststellen door het Algemeen bestu
u r.
Het rijk zet in op een ontwikkeling naar versteviging van de lokale gebiedsteams. De doelstellingen van Hervormginsagenda Jeugd, IZA en GALA zijn hier o. a. leidend in. Voor het einde van het jaar leveren wij een plan van aanpak op ten aanzien van de versteviging van de gebiedsteams in onze regio. Hiertoe is een projectleider aangesteld (de gebiedsmanager van de gemeente Deurne) om te komen tot een gezamenlijk en gedragen integraal plan. Op basis van dit plan zullen de lokale gemeenten, in samenwerkíng met GR Peelgemeenten, de lokale gebiedsteams verder verstevigen. Dit om de komende jaren de veranderende en zwaardere hulpvragen die lokaal gesteld zullen worden aan te kunnen.
Inburgering Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren geven aan dat het verwerken van de formatie uitbreiding inburgering alleen akkoord is, als de college instemt met het beleggen van deze taak bij GR Peelgemeenten. Inmiddels hebben alle colleges hier een positief besluit over gegeven, waardoor dit geen aanleiding is om de zienswijze aan te passen. Gemert-Bakel geeft in de zienswijze aan dat ze niet akkoord zijn met de kwantitatieve en kwalitatieve formatie uitbreiding. In de memo inburgering wordt
4
uitgelegd hoe deze uitbreidíng samenhangt met het ambitiedocument inburgering dat in gezamentijk in de regio is afgestemd en uitgewerkt. Hierbij is een analyse gemaakt op basis van ervaringen uit de periode dat deze taak voor de regio bij de gemeente Laarbeek was belegd. Flexpool jeugd In de ontwerp-begroting 2025 is gevraagd om structurele uitbreiding van 1 fte flexpool jeugd. De kosten hiervan waren doorbelast aan de drie gemeenten die de plustaak jeugd afnemen, nl. Asten, Laarbeek en Someren. Deze drie gemeenten geven in hun zienswijze aan dat ze behoudend zijn in het aangaan van nieuwe structurele verplichtingen. De zienswijze is verwerkt in de definitieve begroting door de kosten als incidenteel op te nemen in de meerjarenraming.
Indexering Gemert-Bakel vraagt om in de meerjarenraming de methodiek van constante prijzen te hanteren. Daarnaast geeft Gemert-Bakel aan dat het niet vanzelfsprekend is dat de opslag voor innovatie en ontwikkeling wordt doorberekend bij een wijziging van de begroting. We hebben uw zienswiizen verwerkt door de meerjarenraming aan te passen op basis van de systematiek van constante prijzen. GR Peetgemeenten houdt daarbij vast aan de steeds gehanteerde systematiek van indexeren. Deze systematiek houdt in dat we voor de príisindex uitgaan van een gewogen gemiddetde van de stijging van de loonkosten en de prijsstijgingen. Voor de loonkosten houden we zoveel mogeliik de reële kostenstijging aan conform afgesproken in de CAO. Voor de prijsstijging hanteren we de MEV in september voorafgaand aan de kadernota. Vanwege het uitgangspunt dat we zo realistisch mogelijk willen indexeren is het terecht dat bii een meevaltende CAO de begroting óók gewijzigd wordt, danwel het voordeel bij de jaarrekening wordt teruggestort naar de gemeenten (zoals dat in het verleden ook is verwerkt). Deze systematiek zulpn we dan ook zuiver gaan toepassen. Laarbeek geeft aan dat de cao ontwikkeling 2024 moet worden opgevangen binnen de beschikbare middelen en om met voorstellen hierover te komen. 960/o vafi de begroting betreft een loongevoelige kosten. we kunnen deze
aantoonbare kostenstiiging niet opvangen binnen onze bestaande begroting en hebben daarnaast onvoldoende reserves (immers het weerstandsvermogen is veel lager dan de drempel).
5
In de zienswijze van Asten en Someren wordt een voorbehoud gedaan dat de indexering niet hoger is dan de prijsindexering die de gemeente gaat ontvangen vanuit het rijk. 960/o van de begroting betreft een loongevoelige kosten. In de begroting 2025 zijn de loonkosten 2024 geindexeerd conform de uitgangspunten zoals van de caoopgenomen in de kadernota 2025. Voorgesteld wordt om de effecten ontwikkeling en de ontwikkeling van sociale lasten 2025 af te wachten en evt. positieve effecten te verwerken in de eersfe begrotingswiiziging 2025' De gerealiseerde salariskosten 2025 worden als basis gebruikt voor de begroting 2026.
Formatie uitbreiding data analist
De gemeenten Gemert-Bakel en Someren geven aan dat formatie uitbreiding in
het kader van informatie gedreven werken noodzakelijk is, maar wensen een toezegging dat deze gekoppeld worden aan een plan van aanpak met concrete doelen. Asten wil in de kadernota 2025 van Asten een integrale afweging maken ten aanzien van de structurele uitbreiding van de data analist en ged ra gswetenscha
PPer.
Er komt een plan van aanpak waarin de concrete doelen worden opgenomen hoe dit voor de toekomst noodzakeliik is.
en
Informatie Asten vraagt in de zienswijze dat zij actief op de hoogte gehouden wensen te worden over verdere ontwikkelingen en vraagt oog te blijven houden voor de noodzaak om op de kosten te blijven letten vanwege de nog onzekere financiële tijd waarvoor de gemeente Asten staat. Dit vanwege de onduidelijkheid rondom de overheidsfinanciën van 2026' someren vraagt in de zienswijze om geÏnformeerd te worden over de voortgang van alle werkzaamheden én om tijdig geÏnformeerd te worden over ontwikkelingen die effecten hebben op de begroting. GR peelgemeenten zullen de gemeenten actief op de hoogte te houden van verdere ontwikketingen. Verder btijft GR oog houden voor de noodzaak om op de kosten te btijven letten in het kader van de onzekere financiële situatie van gemeenten.
Kadernota - financiële vertaling van ontwikkelingen Laarbeek spreekt in de zienswijze het belang uit om in de kadernota een financiële vertaling te maken van de ontwikkelingen die spelen, zodat deze vertaald kunnen worden in de begroting' We begrijpen de behoefte van gemeenten om financiële ontwikkelingen tiidig te de Iaten landen in de lokale begroting en tijdig keuzes te kunnen maken' In
6
kadernota worden de algemene financiële en beleidsmatige kaders opgenomen (zonder zienswijze traject), die financieel vertaald worden in de begroting (met zienswijze traject). Daar waar het mogelijk is om beleidsmatige ontwikkelíngen financieel te duiden in de kadernota, zullen we dit uiteraard zo oppakken. koersagenda evaluatie en vooruitbl¡k In de zienswijze van Gemert-Bakel wordt aangegeven dat in de begroting helder is aangegeven welke keuzes gemaakt worden en hoe deze in de begroting zijn verwerkt. Gemert-Bakel kijkt daarbij uit naar de evaluatie van de koersagenda en naar de nieuwe koersagenda 2025-2O30. Fijn dat jultie de transparantie van de gemaakte keuzes kunnen waarderen en dat jullie het belang van nauwe samenwerking in en aan de koersagenda waarderen en de toegevoegde waarde van de koersagenda erkennen. In het najaar wordt een heisessie met het bestuur en het MT belegd waarin het thema koersagenda wordt besproken. Verder is in de zienswijze van Gemert-Bakel een opmerking gemaakt over de bevoegdheid om werkbudget voor de koers in de begroting op te nemen. Het besluit om een werkbudget voor de Koers in de begroting op te nemen is uiteindelijk de bevoegdheid en het budgetrecht van het Algemeen Bestuur, op voordragen van het Dagetijks Bestuur.
De GR Peelgemeenten vindt het belangriik om, voordat hierover een bestuurlijk besluit wordt genomen, te onderzoeken of hiervoor ambtelijke draagkracht is bij het Platform managers Sociaal Domein.
Samenwerken
in de regio
-
Laarbeek geeft in de zienswijze aan dat het thema " benadering van de inwoners van het brede perspectief van het sociaal domein " en de samenwerking hierin met Senzer een belangrijk thema is dat moet worden opgenomen in zowel
begroting als de koers. Wij zijn het eens dat dít een belangriik speerpunt is, dat opgenomen moet worden in de koersagenda. Dit zal worden meegenomen tijdens de heidag met het bestuur die in het najaar zal plaatsvinden. Someren gaat ervan uit dat het toekomstbestendig programmabureau opgevangen kan worden binnen de begroting. In het najaar wordt een heisessie met het bestuur en het MT belegd waarin het thema koersagenda wordt besproken. Hierbii zullen bovengenoemde aandachtpunten meegenomen worden. De uitkomsten hiervan zullen landen in de kadernota 2026.
7
Centrummiddelen beschermd
wonen
Someren maakt in de zienswijze de kanttekening dat het onzeker is hoe de inkomsten vanuit centrummiddelen beschermd wonen zich na de decentralisatie gaan ontwikkelen. GR Peelgemeenten voert een aantal taken uit in het kader van beschermd wonen. Voor deze inzet ontvangen we middelen van centrumgemeente Helmond. In de begroting 2025 is dit budgetneutraal verwerkt. Het is nog onduidetijk hoe de centrummiddelen zich na de decentralisatie gaan ontwikkelen.
B
Van:
(geanonimiseerd)
Verzonden:
31-08-2024 13:25
info@roerdalen.nl, gemeente@rozendaal.nl, gemeente@rucphen.nl, secretarlaat@scherpenzeel.nl, postbus20@schiermonnikoog.nl, gemeente@schouwen-duiveland.nl, info@simpelveld.nl, gemeente@sint-michelsgestel.nl, gemeente@sliedrecht.nl, info@gemeentesluis.nl, Gemeente Someren <Gemeente@someren.nl>, gemeente@sonenbreugel.nl, gemeente@stadskanaal.nl, gemeente@staphorst.nl, gemeente@stedebroec.nl, info@gemeente-steenbergen.nl, info@steenwijkerland.nl, info@gemeentestein.nl, gemeente@terschelling.nl, gemeente@texel.nl, gemeent@teylingen.nl, gemeente@tholen.nl, gemeente@tiel.nl, gemeente@tubbergen.nl, info@twenterand.nl, info@tynaarlo.nl, gemeente@t-diel.nl, info@uitgeest.nl, gemeente@uithoorn.nl, gemeente@urk.nl, gemeente@vaals.nl, info@valkenburg.nl, gemeente@valkenswaard.nl, gemeente@veendam.nl, gemeente@veere.nl, gemeente@veldhoven.nl, gemeente@venray.nl, info@vlieland.nl, gemeente@vlissingen.nl Onderwerp: Fwd: JEUGDZORG Aan:
Datum:
31-08-2024
Onderwerp: JEUGDZORG Aan de wethouder Jeugdzorg
en alle gemeenteraadsleden. Geachte heer/mevrouw, Zoals ook uit de dissertatie van Sharon Stellaard blijkt, lukt het maar niet om de problemen in de jeugdzorg structureel op te lossen. In het bijgaande manifest leest u wat daarvan de reden is en wat volgens ons de basis voor een duurzame oplossingsrichting is: een wetenschappelijk verantwoord dossieronderzoek door een professioneel en onafhankelijk instituut. Dat lijkt voor de hand liggend maar is nog nooit eerder gedaan. Bijgaand ontvangt u ons manifest waarin wij u vragen zich in te willen zetten om de Tweede Kamerleden te bewegen om aan onze oproep zie pagina 23 gehoor te geven. dat na van ons als de en u manifest, net ernst Wij hopen lezing wij, urgentie van de oproep wilt inzien. Bij voorbaat zeer bedankt voor uw medewerking, -
mede
namens
(geanonimiseerd) Stichting KOG
SODJ
-
MANIFEST VOOR
EEN
DUURZAME
JEUGDZORG Duurzame oplossingen in de jeugdzorg beginnen met het
eerlijke verhaal over de echte oorzaken van de problemen
Stichting KOG Stichting Onafhankelijk Dossieronderzoek Jeugdzorgketen
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG
INHOUD 1.
2. 3. 4. 4. 1 4. 2 4. 3 4. 4 4. 5 4. 6 4. 7 4. 8 4. 9 4. 10 4. 11 5. 6.
Samenvatting
3
DE PROBLEEMANALYSE Aanleiding OTS en OTS/UHP problemen Aangetroffen oorzaken Veilig Thuis Jeugdbeschermingstafel Raad voor de Kinderbescherming Keurmerkinstituut De gecertificeerde instelling De kinderrechter Overige bevindingen uit de dossiers Vertrouwenspersoon Klacht- en tuchtrechtprocedures De gemeente De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd Conclusie Oproep
5 8 9 9 10 10 10 11 14 16 17 18 18 19 21 23
2
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG
SAMENVATTING Analyse en beoordeling van 150 jeugdzorgdossiers of onderdelen daarvan zoals rapporten van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming, de gecertificeerde instellingen, verlengingsverzoeken en beschikkingen inzake adviezen en beslissingen over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing en het observeren tijdens vele gesprekken tussen cliënten en medewerkers van genoemde instanties, leiden in de kern tot de volgende bevindingen. De rapporten van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en van de gecertificeerde instellingen bieden geen valide en betrouwbare beslisinformatie aan de kinderrechters. Het gevolg daarvan is subjectieve besluitvorming en besluitvorming die op onvolledige informatie is gebaseerd. •
De rapporten vertonen methodologisch ernstige tekortkomingen wetenschappelijk en pedagogisch ondeugdelijk. •
en
zijn
De op de onbetrouwbare en invalide informatie gebaseerde, doorgaans onjuiste beslissingen van kinderrechters zijn traumatiserend voor kinderen, ouders, grootouders en overige familieleden, leiden doorgaans niet tot bescherming van jeugdigen en vormen een onnodige en disproportionele maatschappelijke kostenpost. •
Onafhankelijk en professioneel onderzoek problemen ontbreekt. •
naar
de oorzaken van voorgaande
Onze oorzakenanalyse levert het beeld op dat de belangrijkste in stand houdende oorzaken zijn dat, de rapporteurs van Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming niet zijn opgeleid en getraind tot onderzoeker en dat gezinsvoogdijwerkers niet zijn getraind in analytisch rapporteren en het uitvoeren van evaluatieonderzoek. •
de rapporten van genoemde instellingen structureel een op geobjectiveerde feiten gemaakte probleemanalyse, empirisch vastgestelde pedagogische normen, onderzoek van het kind door een gekwalificeerde professional, interactie- en hechtingsonderzoek, ontbreken. • aan
de formats van raadsrapporten, de rapporten van Veilig Thuis, het plan van aanpak en de verlengingsverzoeken van de gecertificeerde instellingen, wetenschappelijk rapporteren belemmeren, een mer à boire aan irrelevante informatie bevatten en geen mogelijkheid tot gezinsspecifiek rapporteren bieden. •
gerichte beroepsopleiding bestaat voor de medewerkers van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en voor gezinsvoogdijwerkers.
• er geen van
3
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG de uitvoerende medewerkers van deze instanties, evenals kinderrechters, niet zijn getraind in het professioneel en geprotocolleerd voeren van kindgesprekken. •
•
de Jeugdbeschermingstafel geen enkele toegevoegde waarde levert in de keten.
het Keurmerkinstituut geen bewijs kan leveren instellingen geleverde kwaliteit. •
van
door de gecertificeerde
kinderrechters de wet en de richtlijnen van Jeugdzorg Nederland structureel schenden en met open ogen toestaan dat de Raad voor de Kinderbescherming gecertificeerde instellingen dat ook doen. •
en
niemand weet, dus ook de kinderrechters zelf niet, wat de kwaliteit van de besluiten van kinderrechters is. •
•
gemeenten onvoldoende c. q. geen zicht hebben op de doelmatigheid,
doeltreffendheid en rechtmatigheid van hun financiële bestedingen aan gecertificeerde instellingen, Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming.
4
de
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG
DE PROBLEEMANALYSE AANLEIDING Dit manifest kent in twee opzichten een beperking. 1. Het betreft uitsluitend de jeugdzorgdomeinen ondertoezichtstelling (OTS) en uithuisplaatsing (OTS/UHP); 2. Het is gebaseerd op de bevindingen uit 150 dossiers of delen daarvan en op de observatie tijdens vele gesprekken tussen cliënten en medewerkers van Veilig Thuis, gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming. In hoeverre de bevindingen inzake de oorzaken gegeneraliseerd kunnen worden vraagt nader en breder diepgaand onderzoek waarvoor wij dan ook pleiten. Dit manifest komt voort uit het axioma dat zonder gemeenschappelijk gedeeld besef van de problemen en van de in stand houdende oorzaken, problemen niet duurzaam zijn op te lossen. Het eerlijke verhaal begint met het durven herkennen en erkennen van de problemen en de daaraan ten grondslag liggende oorzaken. Dit manifest wil een voorbeeld zijn voor het eerlijke verhaal dat het gehele jeugdzorgveld zou moeten bestrijken. Tot in de kern samengevat is de huidige situatie in jeugdzorgland de volgende: 1. zonder probleembesef is er geen motivatie tot verandering; 2. zonder gemeenschappelijk gedeeld probleembesef is er geen draagvlak voor verandering; 3. zonder de in stand houdende oorzaken te benoemen en te erkennen ontstaat geen zicht op duurzame oplossingen.
er
Het manifest is bedoeld voor alle actoren in de jeugdzorg: medewerkers van gecertificeerde instellingen, van de Raad voor de Kinderbescherming en van Veilig Thuis, het management, bestuur en raden van toezicht van de genoemde instellingen, kinderrechters en politieke beleidsmakers, bestuurders, Kamerleden en beslissers bij de gemeenten en het Rijk. Met name voor besturen, Raden van Toezicht, beleidsmakers, kinderrechters en politiek geeft het een kijk in de voor hen bestaande black box inzake de dagelijkse uitvoeringspraktijk en is het voor hen een confrontatie met het eerlijke verhaal. Het proefschrift van mevrouw Sharon Stellaard over “de aanhoudende tragiek” van het Boemerangbeleid en passend jeugdzorgbeleid spreekt boekdelen. Waarom mislukken vrijwel alle pogingen tot verbetering in het jeugdzorgveld? Dat komt omdat alle betrokken actoren bij de jeugdzorg wegkijken van een cruciaal methodisch principe van probleemoplossing, t. w. een professionele probleemanalyse. Het is niet alleen wegkijken, maar ook wegredeneren, goedpraten, uitwissen en normaal maken wat niet normaal is.
5
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG Ook de Algemene Rekenkamer geeft indringende signalen af. In haar rapport “Georganiseerde onmacht”, vastgesteld op 5 april 2023, zijn in de samenvatting op pagina 4 t/m 12 o. a. de volgende stellingen opgenomen: Nederland heeft zich verbonden aan de afspraken uit het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het kind. Dat betekent dat kinderen moeten worden beschermd tegen mishandeling en verwaarlozing en dat er, als dat nodig is, opvang en behandeling beschikbaar is. Deze verantwoordelijkheid telt extra zwaar voor kinderen waarvoor de kinderrechter een jeugdbeschermingsmaatregel heeft opgelegd. Ouders en kinderen mogen verwachten dat de overheid die taak goed en zorgvuldig uitvoert. “Het is schrijnend dat juist deze groep kinderen die aan de verantwoordelijkheid van de overheid zijn toevertrouwd in veel gevallen niet de hulp krijgen die zij nodig hebben. ” •
In de praktijk lukt het gemeenten, jeugdbeschermers en andere zorgverleners niet om de hen toebedachte verantwoordelijkheid in de uitvoering van de jeugdbescherming goed uit te voeren. •
Het is nog steeds niet vanzelfsprekend dat kinderen tijdig een vaste jeugdbeschermer hebben en tijdig passende hulp ontvangen. •
De bewindspersonen vertrouwen erop dat het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming en de Hervormingsagenda Jeugd de problemen zullen oplossen. “Wij delen dat vertrouwen vooralsnog niet. ” •
De gemeenteraad dient corrigerend op te treden als de gemeente niet voldoet aan haar jeugdhulpplicht. “Maar onderzoek toont keer op keer aan dat gemeenteraden vaak niet beschikken over de informatie, deskundigheid of tijd om aan deze verwachting te kunnen voldoen. ” •
snel tot een beter functionerend stelsel te komen gaan van een gedegen probleem analyse. ” •
“De
wens om
mag
niet ten koste
Deze laatste stelling is precies waarover dit manifest gaat: het ontbreken van een gedegen probleemanalyse als het gaat om de problemen die zich bij een OTS en/of OTS/UHP voordoen. Een probleemanalyse bevat de drieslag: • definiëren van het probleem. (eenduidig, specifiek en meetbaar); • de negatieve effecten van het probleem; • de oorzaken die het probleem in stand houden. AXIOMA: problemen oplossen is oorzaken
wegnemen
Pogingen om problemen op te lossen zonder een professionele en onafhankelijke vaststelling en analyse van de oorzaken leidt tot schijnoplossingen,
6
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG symptoombestrijding of oplossingen die op zichzelf weer nieuwe problemen scheppen. Dat is wat wordt aangetroffen in onze 150 dossiers OTS en OTS/UHP. De benadering van problemen bij OTS- en OTS/UHP trajecten door de actoren in het jeugdzorgveld wordt gekenmerkt door het structureel negeren van genoemd axioma. De rapportages van Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instellingen en de beschikkingen/vonnissen van de kinderrechters bij rechtbanken en gerechtshoven spreken in dezen voor zich: professionele probleemanalyses ontbreken structureel en daarmee ook verklaringen voor de benoemde problemen. Daarmee is vrijwel elke beslissing van de kinderrechters gebaseerd op drijfzand en gebeurt er dikwijls wat juist niet moet gebeuren: kinderbescherming verwordt tot kinderbeschadiging. Hoe komt het dat die stap van de oorzakenanalyse inzake de problemen in de jeugdzorg wordt genegeerd? Dat komt door het mechanisme om aan het veld zelf te vragen de verbeteringen te bedenken. Denk hierbij aan de welbekende “vijfhoek”: Rijk, gemeente, cliëntenorganisaties, jeugdhulpaanbieders en professionals. Deze vijf hebben ook de Hervormingsagenda ontwikkeld. M. a. w. de vraag om na te denken over verbeteringen wordt gesteld aan organisaties, uitgezonderd de cliëntenorganisaties, die zelf mede veroorzaker zijn van de problemen.
Al jarenlang lopen de betrokken actoren ervan weg om hun verbeter- of hervormingsplannen te baseren op een onafhankelijke en professionele analyse en vaststelling van de oorzaken. Het “de hand in eigen boezem steken” ofwel deze vorm van zelfreflectie is de actoren nog niet gegeven. Een treffende stelling van Einstein in dezen is: “We cannot solve the problems by using the same kind of thinking we used when we created them. ” Echte verbetering of hervorming van de Jeugdzorg wordt daarom pas mogelijk als de probleemanalyse en de geobjectiveerde oorzaken van de problemen door onafhankelijke onderzoeksprofessionals in kaart worden gebracht.
7
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG
OTS
en
OTS/UHP
PROBLEMEN
Op basis van de aanwezige dossierkennis, kunnen de volgende problemen vastgesteld worden. 1. Beslissingen inzake ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing zijn gebaseerd op invalide en onbetrouwbare informatie en schieten methodologisch tekort. 2. De rapportages van Veilig Thuis, de gecertificeerde instellingen en de Raad voor de Kinderbescherming zijn wetenschappelijk en pedagogisch ondeugdelijk. 3. De onjuiste beslissingen van kinderrechters inzake OTS en UHP zijn merendeels traumatiserend en beschadigend voor kinderen, ouders, grootouders en overige familieleden en vormen een onnodige en disproportionele maatschappelijke kostenpost. 4. Er is sprake van overheidshandelen dat uitgaat van wantrouwen in cliënten.
8
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG
WELKE INSTANDHOUDENDE OORZAKEN BLIJKEN UIT ONZE DOSSIERS? Veilig Thuis Veilig Thuis is niet in staat om valse en echte meldingen te onderscheiden. Niet van particuliere burgers, maar ook niet van professionals. Het komt met regelmaat voor dat professionals een melding doen zonder de stap 3 van de verplichte Landelijke Meldcode uit te voeren. Deze stap houdt in dat er alvorens een melding uitgaat allereerst een diepgaand gesprek met de ouders en, indien mogelijk, met de betrokken minderjarigen, wordt gevoerd. Dat gesprek is mede bedoeld om een eventuele melding te voorkomen en bevat voorts het principe van wederhoor. Ook als Veilig Thuis op de hoogte is van deze verwijtbare handelwijze van de professional, kijkt Veilig Thuis ervan weg en accepteert klakkeloos deze niet legitieme handelwijze en beschouwt de melding als waar. •
Ouders die met hun kind bij de artsenpost of spoedeisende hulp komen worden verplicht gescreend op kindermishandeling. Arts- onderzoeker Maartje Schouten schrijft in haar proefschrift – maart 2017 – dat dit heeft geleid tot een hausse aan valse verdenkingen van kindermishandeling. Uit haar onderzoek blijkt dat van elke 100 verdenkingen er 92 onterecht waren. Het gebruik van vragenlijsten op de spoedeisende hulp die niet wetenschappelijk op betrouwbaarheid en validiteit zijn onderzocht leidt tot een overmaat van onterechte verdenkingen: 97 van de 100!! De uitvoerende medewerkers van Veilig Thuis zijn niet opgeleid tot onderzoeker. De functiebenaming “Veilig Thuis onderzoeker” biedt derhalve geen enkele waarborg voor verantwoord professioneel onderzoek. Wetenschappelijke onderzoeksinstrumenten worden niet gebruikt. Er wordt uitsluitend gebruik gemaakt van het interviewen van ouders, kinderen en informanten. Er vindt geen hechtings- of interactieonderzoek plaats. De Veilig Thuis medewerker weet dan alleen wat er door de geïnterviewden is gezegd. Niet of het feitelijk waar of volledig is. •
Aan de rapportages van Veilig Thuis ontbreekt daarom structureel gedegen feitenonderzoek, een professionele probleemanalyse, onderzoek van mogelijke schade bij de jeugdige en de gehanteerde pedagogische normen. Er is geen sprake van verantwoorde diagnostiek. De rapportages blinken uit door speculaties, aannames en gissingen. De uitvoerende medewerkers van Veilig Thuis zijn niet bekwaam in het voeren geprotocolleerde kindgesprekken. •
•
Er bestaat geen erkende beroepsopleiding voor Veilig Thuis onderzoeker.
9
van
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG
De Jeugdbeschermingstafel De Jeugdbeschermingstafel dient ervoor te zijn een beslissing te nemen over een verzoek tot onderzoek aan de Raad voor de Kinderbescherming, verder te noemen ‘de Raad’. De aanwezige medewerker van de Raad is medebeslisser over de vraag of de Raad onderzoek moet doen. De onzuiverheid van het beslisproces is dat het leidt tot een vorm van sluipende acquisitie door de Raad. •
heeft de Jeugdbeschermingstafel geen enkele toegevoegde waarde in het van het doen van een verzoek tot onderzoek aan de Raad.
• Voorts proces
De Raad
voor
de Kinderbescherming
De uitvoerende medewerkers van de Raad zijn niet opgeleid tot onderzoeker. De functiebenaming raadsonderzoeker is misleidend. Het zijn geen professionals in de wetenschappelijke zin van het woord. Zij verzamelen subjectieve percepties van ouders, kinderen en informanten. Zij maken geen gebruik van valide en betrouwbare onderzoeksinstrumenten of -methoden. •
Aan de rapportages ontbreekt structureel feitenonderzoek, een professionele probleemanalyse, onderzoek van mogelijke schade aan de ontwikkelingsdomeinen van de jeugdige, hechtings- en interactieonderzoek en de gehanteerde pedagogische normen. Dit laatste biedt de rapporteurs alle ruimte om sluipenderwijze hun subjectieve normen, voortkomend uit religieuze, ideologische voorkeuren en (onverwerkte) opvoedingservaringen uit eigen jeugd, in het oordeel en advies te verwerken. Verantwoorde diagnostiek ontbreekt. De rapportages worden grotendeels gekenmerkt door speculatieve beweringen, slagen om de arm, aannames, interpretaties en gissingen. Het ontbreekt de raadsrapportages aan het wettelijk vereiste om de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. De uitvoerende raadsmedewerkers zijn niet bekwaam in het voeren geprotocolleerde kindgesprekken. •
•
Er bestaat
geen
van
erkende beroepsopleiding voor raadsonderzoeker.
Het Keurmerk Instituut De minister voor Rechtsbescherming ging ervan uit, dat naast inspectietoezicht en sturing door gemeenten, de certificering een garantie zou zijn voor de kwaliteit van de jeugdbescherming. Dat is niet het geval. Een certificaat is geen bewijs van geleverde kwaliteit. Het bewijst alleen dat een gecertificeerde instelling voldoet aan procesnormen en organisatorische waarborgen. Certificaten bieden geen garantie dat de GI’s daadwerkelijk aan de wettelijke •
10
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG kwaliteitseisen of aan de de wettelijke termijnen die voor de jeugdbescherming gelden voldoen. Het komt toenemend voor dat de GI niet levert tijdens een OTS of OTS/UHP traject. Daarmee handelt de GI in strijd met de Jeugdwet artikel 3. 4. lid 4. Ook als het Keurmerkinstituut ervan op de hoogte is gesteld dat de GI daaraan structureel niet meer voldoet en het Besluit Jeugdwet artikel 3. 2. 2 lid 3 en lid 4 aan de orde is, kijkt het Keurmerk instituut weg en staat willens en wetens wetsovertreding door de GI toe. Voorts wordt door het Keurmerkinstituut de hand gelicht met het Besluit Jeugdwet artikel 3. 2. 3 lid 1: voor de jaarlijkse toets of de GI nog wel voldoet aan het normenkader van de Jeugdwet artikel 3. 4 lid 4, is minimaal, op basis van een aselecte steekproef, een gedragswetenschappelijke en juridische beoordeling van dossiers nodig. Dit gebeurt niet. •
De kwaliteit kan alleen daadwerkelijk worden achterhaald door dossieronderzoek en door participerende observatie van het handelen van de uitvoerende medewerkers in de praktijk. En dat gebeurt niet. •
De Gecertificeerde Instelling (GI) •Uit het gestelde onder “Het Keurmerk Instituut” volgt de vaststelling dat er onvoldoende zicht is op de kwaliteit van de GI’s. In het licht van integrale hulpverlening aan gezinnen wordt het principe één gezin, één plan, één regisseur voorgestaan. Dat betekent dat een OTS- of OTS/UHP traject moet worden gezien als een project. De gezinsvoogdijwerker heeft dan de rol van projectleider, die de verschillende bij het gezin betrokken disciplines coördineert en •
stuurt.
Deze medewerkers zijn niet getraind in de rol van projectmanager en regisseren niet. Bovendien wordt die rol door artsen, psychiaters en andere professionele hulpverleners ook niet geaccepteerd. Het gevolg is dat deze trajecten niet doeltreffend, niet doelmatig en dikwijls ook niet rechtmatig verlopen. De GI gezinsvoogdijwerker is gehouden om, als ouders afzien van het zelf opstellen van een Plan van Aanpak – het zogenoemde Familiegroepsplan – binnen zes weken nadat de ouders dat kenbaar hebben gemaakt, in goed overleg met ouders, en als het kan de minderjarige(n), een Plan van Aanpak vast te stellen. De start van dat proces begint met het bekend maken door de kinderrechter van de concrete bedreigingen van de ontwikkeling van de minderjarige. Dat kan al ter zitting, of later in de beschikking. •
Het komt zelden voor dat de gezinsvoogdijwerker zich aan deze wettelijke termijn houdt. Daarmee is dus sprake van het overtreden van de Jeugdwet. (artikelen 4. 1. 2 en 4. 1. 3 tweede en vijfde lid) Voorts slaagt deze er zelden in om in het Plan van Aanpak de resultaten, bedoeld om de bedreigingen uit de wereld te helpen, op eenduidige, specifieke en meetbare
11
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG wijze te formuleren. Dat maakt een doeltreffende en doelmatige sturing op een OTS of OTS/UHP traject niet mogelijk. Ook een betrouwbare evaluatie daarvan behoort dan niet tot de mogelijkheden. De gezinsvoogdijwerker wordt geacht om zelf het OTS of OTS/UHP traject te evalueren. Daarmee is de systeemfout ingebouwd dat de “slager zijn eigen vlees keurt. ” Voorts is deze medewerker er niet in getraind om bij evaluaties valide en betrouwbare onderzoeksinstrumenten te gebruiken. •
Als de resultaten niet of ten dele zijn behaald wordt systematisch vermeden om de oorzaken daarvan te onderzoeken en te expliciteren. In de enkele gevallen waarin dat wel gebeurt komt nooit aan de orde welk aandeel de gezinsvoogdijwerker zelf heeft gehad bij het niet bereiken van de resultaten. Het vlees van de slager is dus altijd perfect. Het bovenstaande heeft als consequentie dat verlengingsverzoeken voor een OTS of machtiging UHP niet voldoen aan het wettelijk vereiste dat de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid worden aangevoerd. Gezinsvoogdijwerkers zijn niet getraind in het voeren kindgesprekken. •
van
geprotocolleerde
Beslissingen inzake omgangsuitbreiding of -beperking worden niet genomen op basis van een professionele analyse. Hechtings- en interactieonderzoek ontbreekt systematisch. Onderbuikgevoelens, aannames, de gunfactor aan één van de ouders (partijdigheid) en gissingen spelen de hoofdrol. •
Er bestaat geen erkende beroepsopleiding voor gezinsvoogdijwerker. Ook bestaat onderzoek waaruit blijkt dat een gezinsvoogdijwerker een betere opvoeder is dan een ouder. •
er geen
Gezinsvoogdijwerkers worden dagelijks geconfronteerd met complexe gezinssituaties. Om daarmee effectief te kunnen omgaan wordt een scala aan vaardigheden vereist. Het gaat dan minimaal om vaardigheden als, – projecten managen; – SMART projectplannen (= Plan van Aanpak) opstellen; – methodische probleemoplossing; – onderhandelen; – conflicthantering; – effectieve gespreksvoering; – effectief communiceren; – het voeren van geprotocolleerde kindgesprekken; – het herkennen van verschillende gedragsstijlen en deze kunnen overbruggen; – analytisch en effectief rapporteren; – effectief omgaan met weerstanden; – pedagogisch onderzoek; – het kunnen selecteren van de juiste hulpverleningsinstantie. •
12
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG Uit de geraadpleegde dossiers en de vele observaties van de handelwijze van gezinsvoogdijwerkers in de praktijk blijkt dat deze vaardigheden nauwelijks tot niet aanwezig zijn. Dat vormt een belangrijke oorzaak voor onnodige, schadelijke en kostbare verlengingen van OTS en OTS/UHP trajecten. Het komt met regelmaat voor dat tijdens uithuisplaatsingen ouders worden gestraft met een beperking van de omgang met hun kind(eren) als zij met de gezinsvoogdijwerker van mening verschillen. De ouder krijgt dan het stempel “gaat de strijd aan. ” Daarmee is sprake van een ernstige vorm van machtsmisbruik en overtreding van de Beroepscode BPSW. •
Het komt veelvuldig voor dat de GI i. c. de gezinsvoogdijwerker één of meer hulpverleningsinstanties inschakelt zonder professionele diagnostiek. Dat leidt dan dikwijls tot de verkeerde therapie, onnodige belasting van minderjarigen en onnodige kosten in de jeugdzorg. •
Met regelmaat komt voor dat de gezinsvoogdijwerker zich afhankelijk en partijdig positioneert. Met name in gevallen van echtscheiding of relatiebeëindiging wordt dan één ouder als de “beste ouder” behandeld en is de andere ouder de “boosdoener”. Bij uithuisplaatsingen laten zij zich dan in het ‘kamp’ van de pleegouders zuigen. In plaats van te engageren en enthousiasmeren zijn deze medewerkers aan het escaleren en ouders tegen elkaar en ouders en pleegouders tegen elkaar aan het uitspelen. Een rolkeuze voor splijtzwam in plaats van verbinder. •
Gezinsvoogdijwerkers maken manipulatief gebruik van de juridische naïviteit van schoolpersoneel, artsen, specialisten en andere professionele hulpverleners. Zij doen het dan voorkomen alsof zij, in het kader van een OTS of OTS/UHP een informatieen beslispositie hebben die hen rechtens niet toekomt. Het leidt dikwijls tot situaties waarin een school slechts één ouder informeert (echtscheidingen) of artsen en hulpverleners (medische) handelingen uitvoeren zonder toestemming van de ouders met gezag. •
Rapporten van gekwalificeerde experts die de GI, i. c. de gezinsvoogdijwerker niet zo goed uitkomen, worden angstvallig buiten de deur gehouden. Ook buiten de deur van de kinderrechter. De facto wordt door die handelwijze de kinderrechter onvolledig geïnformeerd. •
De GI’s lappen de Richtlijn “Feiten volledig en naar waarheid aanvoeren” van Jeugdzorg Nederland structureel aan hun laars. •
Gezinsvoogdijwerkers worden geacht problemen in gezinnen op te lossen. Gezien het voorgaande blijkt die verwachting een illusie. •
Inzake verlengingsverzoeken draagt de GI een dubbele pet. Een verlenging van OTS of OTS/UHP brengt ook geld in het laatje. Een verlengingsverzoek kan daarmee sluipenderwijze een vorm van acquisitie krijgen. •
een
13
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG
De kinderrechter De ambtseed/-gelofte bevat belangrijke passages over hoe de rechter zich dient te positioneren. Twee citaten zijn, “Ik zweer/beloof dat ik trouw zal zijn aan de Koning, en dat ik de Grondwet en alle overige wetten zal onderhouden en nakomen. ” •
“Ik zweer/beloof dat ik mijn ambt met eerlijkheid, nauwgezetheid en onzijdig, zonder aanzien van personen zal uitoefenen en mij in deze uitoefening zal gedragen zoals een goed rechterlijk ambtenaar betaamt. ” De handelwijze van de kinderrechter is hiermee veelvuldig ernstig in strijd. Kinderrechters positioneren zich als verlengstuk van de Raad voor de Kinderbescherming en de GI. Met deze, professioneel en juridisch, niet integere keuze degraderen zij zichzelf tot schakel in de jeugdzorgketen met eigen amateuristisch-pedagogische meningen en een voortdurende partijdigheid richting genoemde instanties, ten koste van ouders en kinderen. •
De ambtseed gebiedt hen ouders en instanties te behandelen als gelijkwaardige partijen en te toetsen of deze instanties niet onnodig inbreuk maken op de privacy en het familieleven van burgers. Dat laat de kinderrechter verwijtbaar na. Ten onrechte en zonder rationele grondslag beschouwt de kinderrechter de Raad en de GI als zijn/haar professionele adviseur. Daarom volgt hij/zij niet zijn/haar toetsende verantwoordelijkheid. Door deze incorrecte en niet legitieme positionering is de rechtsbescherming van ouders en kinderen ernstig in het geding. Uit het voorgaande is gebleken dat de Raad en de GI niet in staat zijn de van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Kinderrechters gedragen zich alsof dat wel zo is en honoreren zo op grote schaal de wetsovertredingen van de Raad en de GI. Het feit dat ten tijde van de zitting elke vorm van gedragswetenschappelijke expertise op het gebied van opvoeding ontbreekt en kinderrechters ouders niet toestaan zich door dergelijke experts te laten bijstaan, doet ernstig afbreuk aan verantwoorde besluitvorming inzake OTS en OTS/UHP en aan de rechtsbescherming van ouders. •
De effectiviteit van de besluitvorming inzake OTS en OTS/UHP is zeer twijfelachtig en eerder beschadigend dan beschermend blijkt uit de geraadpleegde dossiers. •
Er heeft nog nooit onafhankelijk en professioneel dossieronderzoek plaatsgevonden naar de kwaliteit van de besluiten van kinderrechters inzake OTS en OTS/UHP. •
•
Kinderrechters vermijden structureel de vertegenwoordigers van de Raad en de GI te spreken op verwijtbare nalatigheden zoals het niet (tijdig) opstellen van een
aan
14
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG Plan van Aanpak en het niet opvolgen van eerdere opdrachten van de kinderrechter. Wetsovertredingen in dezen worden oogluikend toegestaan. Het komt met regelmaat voor dat kinderrechters het beperken of uitbreiden van de omgang tussen ouder en kind(eren) volledig overlaten aan de GI. Dat is in strijd met de wet. Uitbreiding van het contact met de ene ouder leidt per definitie tot contactbeperking van de andere ouder. Inzake contactbeperking is de wetgever klip en klaar: BW1: 265g schrijft voor dat een contactbeperking te allen tijde aan de kinderrechter dient te worden voorgelegd, behoudens in geval van UHP: ECLI:NL:HR:2018:2321 punt 4. 1. 3 De kinderrechter is dus niet bevoegd tot het volledig mandateren van de GI inzake de omgang. Wel kan de kinderrechter de GI enige ruimte bieden door een bandbreedte aan te geven: ECLI:NL:HR:2014:748, NJ 2014/237. •
Mede als gevolg van de gebrekkige door de Raad en de GI aangeleverde beslisinformatie blijken kinderrechters niet in staat om opvolging te geven aan BW1:255 vierde lid. Dat artikel schrijft voor dat dat de kinderrechter de concrete bedreigingen van de ontwikkeling van de minderjarige in de beschikking dient vast te leggen. Concreet betekent dit een formulering die eenduidig, specifiek en meetbaar is. In vrijwel alle beschikkingen blijkt de kinderrechter daarin niet te slagen. Bovendien wordt nogal eens de juridisch en pedagogisch niet legitieme stelling gehanteerd als zou “geen zicht op de opvoedvaardigheden van ouders of op de opvoedsituatie” een grond zijn voor een OTS of OTS/UHP. •
Daarmee wordt het voor de GI onmogelijk een deugdelijk Plan van Aanpak op te stellen en te evalueren en is wetsovertreding de basis voor een besluit OTS of OTS/ UHP. Inzake verzoeken ‘vervallen verklaren’ van een schriftelijke aanwijzing en bekrachtigingsverzoeken geven kinderrechters structureel blijk van onvoldoende bestuursrechtelijk besef. Het gevolg daarvan is regelmatige wetsovertreding van de Algemene wet bestuursrecht en het Burgerlijk wetboek. •
Kinderrechters geven doorgaans een machtiging spoed uithuisplaatsing af op basis van naïef geloof in de professionaliteit en integriteit van de verzoeker in plaats van op feiten. •
Blijkens de door ons onderzochte beschikkingen overtreden kinderrechters structureel Nederlandse wetgeving, Internationale wetgeving en verdragen en de richtlijnen van Jeugdzorg Nederland. •
Met instemming van de kinderrechter wordt structureel de hand gelicht met artikel 290 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (Rv): het verplichte proces-verbaal wordt niet of te laat opgesteld; wordt alleen op verzoek toegestuurd in het kader van een hoger beroep; wijkt inhoudelijk aanzienlijk af van wat feitelijk •
15
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG ter zitting aan de orde is geweest waarmee sprake is van het valselijk opmaken van een authentieke akte. (Rv artikel 156 lid 2)
Kinderrechters zijn niet getraind in het professioneel en geprotocolleerd voeren van kindgesprekken. •
Overige bevindingen uit de dossiers en dossierstukken De formulering “ernstige bedreiging van de ontwikkeling van de minderjarige” blijkt in pedagogisch, juridisch en methodologisch opzicht een lege huls. Dat geldt tevens voor de aanduiding “zorgen”. •
De jeugdzorgwerkers van de GI’s, de Raad voor de Kinderbescherming en Veilig Thuis, het management van deze instanties en kinderrechters handelen structureel in strijd met wet- en regelgeving en de richtlijnen van Jeugdzorg Nederland. Zo wordt bij uithuisplaatsingen de richtlijn “Uithuisplaatsing en Terugplaatsing” systematisch genegeerd. Van terugplaatsing is merendeels geen sprake en trajecten uithuisplaatsing verworden in de praktijk tot sluipende adoptieprocessen. •
Het komt met regelmaat voor dat uithuisplaatsingen worden gebruikt als dwangmiddel of strafmaatregel voor ouders en/of minderjarigen die er een eigen mening op na houden en zich niet als vanzelfsprekend wensen te voegen naar het, dikwijls onprofessionele en subjectieve, regime van de gezinsvoogdijwerker. Met name bij spoed uithuisplaatsingen kunnen de Raad en de GI de kinderrechter van alles op de mouw spelden. Er is geen enkele controle op en ouders en minderjarigen hebben geen enkele rechtsbescherming omdat wederhoor aan ouders en jeugdigen wordt onthouden. Voorts vindt schending van het beginsel dat een uithuisplaatsing, als uiterste redmiddel, uitsluitend dient plaats te vinden als er geen andere oplossingen hebben gewerkt of zullen werken, bij voortduring plaats. In raadsrapporten en verzoeken van de GI om een machtiging uithuisplaatsing, wordt zelden aangetoond of gemotiveerd welke oplossingen niet hebben gewerkt en welke overige oplossingen ook niet zullen werken. De kinderrechter kijkt dan de andere kant op. Management en bestuur van genoemde instellingen schieten ernstig tekort in het toezien op en monitoren van naleving van de Jeugdwet artikelen 3. 3 en 4. 1. 1 lid 1, 2 en 3. Verantwoorde verantwoordelijkheidstoedeling en naar waarheid en volledig aanvoeren van de van belang zijnde feiten zijn met die uitblijvende handelwijze, ernstig in het geding. •
•
Geen enkel dossier blijkt compleet.
16
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG De medewerkers van Veilig Thuis en de Raad worden aan universiteiten niet als onderzoeker toegelaten hetgeen indicatief is voor hun gebrek aan onderzoekskwaliteiten. •
Noch de politiek, noch de andere actoren in het jeugdzorgveld, noch de kinderrechters zelf zijn in staat de kwaliteit van de beslissingen van kinderrechters vast te stellen. Onderzoek daarnaar vindt niet plaats, terwijl de directe kosten van OTS en UHP in 2022 € 553. 900. 000,-, dus meer dan een half miljard euro bedroegen. Bovendien valt op dat bij de inkopers en opdrachtgevers geen besef is van de doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van de bestedingen door Veilig Thuis, de Raad en de GI’s. •
De uitvoerende medewerkers van de Raad en Veilig Thuis maken geen gebruik van objectiverende onderzoeksmethoden. Procedures die kunnen aantonen dat oordelen en adviezen mogelijk onjuist zijn (falsificatie) worden welbewust ontweken. •
In de rapportages van genoemde instellingen ontbreekt structureel vanuit welke pedagogisch, empirisch vastgestelde normen, conclusies en adviezen tot stand komen. Dat biedt de rapporteurs alle mogelijke ruimte om hun subjectieve normen, voortkomend uit religieuze, ideologische, politieke voorkeuren en (onverwerkte) opvoedingservaringen uit eigen jeugd, impliciet in hun conclusies, oordelen en adviezen te verwerken. Kinderrechters toetsen, ook op dit element, niet. •
De formats van Veilig Thuis, de Raad en de GI’s hebben geen enkele wetenschappelijke betekenis. Zij bevatten doorgaans een mer à boire aan onnodige onleesbare en onwetenschappelijke informatie. Het waarborgen en aanbieden van valide en betrouwbare beslisinformatie aan de kinderrechter wordt daarmee ernstig geweld aangedaan. Bijvoorbeeld het onderzoeksformat van de Raad bevat drie standaard onderzoeksvragen. Onderdeel van de eerste onderzoeksvraag is welke zorgen er zijn. Het is aan de Raad te onderzoeken OF er zorgen zijn. Maar de vraag in het format maakt duidelijk dat de Raad vooringenomen begint: zonder enig onderzoek zijn er kennelijk al zorgen. •
Vertrouwenspersoon Iedereen heeft recht op een vertrouwenspersoon en iedereen mag als vertrouwenspersoon ouders en kinderen bijstaan. Met name bij als moeilijk ervaren gesprekken of bij interviews door de Raad en Veilig Thuis, is dikwijls behoefte aan •
een
vertrouwenspersoon.
Erkende vertrouwenspersonen, die vanwege de erkenning een formele positie hebben, worden geleverd door het huidige JEUGDSTEM-vertrouwenspersonen akj. Ondersteuning van kinderen heeft bij deze instantie de hoogste prioriteit. •
17
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG In de regio’s waar JEUGDSTEM niet is vertegenwoordigd neemt Zorgbelang, als onderaannemer van JEUGDSTEM, het vertrouwenswerk over. ondersteuning van ouders bestaan wachtlijsten. Daarom doen ouders dikwijls een beroep op niet erkende vertrouwenspersonen zoals een familielid, buren, kennissen e. d. Uit onze dossiers blijkt dat vertrouwenspersonen die goed op de hoogte zijn van de rechten van ouders in een aantal gevallen zonder grondige of zwaarwichtige redenen geweigerd worden. Soms komt voor dat jeugdzorgwerkers of hun manager op basis van leugens, een vertrouwenspersoon buiten de deur houden. • Voor
De conclusie is dat de huidige vormgeving van het instituut vertrouwenspersoon vooralsnog te veel ruimte biedt voor willekeur en onvoldoende rechtsbescherming voor ouders oplevert. Mogelijk biedt de nieuwe richtlijn van Jeugdzorg Nederland (maart 2024) enige waarborgen. •
Indien er sprake is van willekeur en vertrouwenspersonen ten onrechte buiten de deur worden gehouden, kan de gemeente op basis van artikel 2. 5. lid 1 t/m 3 van de Jeugdwet ingrijpen. In de meeste gevallen geeft de gemeente niet thuis. Uit onze dossiers blijkt dat in één geval sprake is geweest van effectief ingrijpen door de gemeente (wethouder).
Klacht-
en
tuchtrechtprocedures
Uit onze dossiers blijkt dat er in strikte zin geen sprake is van onafhankelijke klachtencommissies en de tuchtrechtcolleges van de Stichting Kwaliteitsregister Jeugd. (SKJ) De leden worden benoemd door de organisaties (besturen/directeuren) zelf. De wijze van selecteren van die leden is een black box. In de door ons ondersteunde en bijgewoonde zittingen blijkt dikwijls een impliciete neiging van de commissie- en collegeleden om de beklaagde beroepsbeoefenaar in bescherming te nemen. •
Een, enigszins doorzichtige, methode die daarvoor wordt ingezet is de klager scherp te ondervragen op bewijzen of helemaal geen vragen aan de klager te stellen. Aan de beklaagde worden dan geen kritische en vooral klacht irrelevante vragen gesteld. Daarmee wordt sluipenderwijze ingezet op een beoogde uitkomst die de rechtsbescherming van cliënten ondergraaft en de beklaagde uit de wind houdt. •
De gemeente Het college van B&W is er verantwoordelijk voor dat er een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod is om de in de Jeugdwet vastgelegde taken ten uitvoer te brengen. De gemeenten maken deze verantwoordelijkheid niet waar worden daarop ook niet aangesproken. •
18
en
MANIFEST VOOR EEN DUURZAME JEUGDZORG De gemeenteraad heeft een belangrijk instrument om financieel te sturen. In de Jeugdwet is opgenomen dat de gemeenteraad periodiek een plan opstelt dat een aantal vereiste thema’s uitwerkt. Artikel, 2. 2 lid 2c uit de Jeugdwet luidt: “welke resultaten de gemeente in de door het plan bestreken periode wenst te behalen, hoe gemeten zal worden of deze resultaten zijn behaald en welke outcome criteria gehanteerd worden ten aanzien van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen. ” De concrete uitwerking van dit thema ontbreekt bij gemeenten of deze laten het over aan de jeugdzorgaanbieders zelf. •
Inzicht in de uitgaven aan jeugdhulp die kinderen met een beschermingsmaatregel krijgen ontbreekt. •
Het ontbreekt de colleges en de gemeenteraad aan een Bestuurders Informatie Systeem (BIS) waardoor sturing op de kwaliteit en kwantiteit van de vereiste hulp en de financiële consequenties daarvan ontbreekt. •
Gemeenteraden en de gemeentelijke rekenkamers hebben geen zicht op de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van de aan jeugdzorg uitgegeven gelden. De kosten van een OTS bedragen voor 2024 € 13. 525,- per kind per jaar. Of de GI’s zich aan de daarvoor vereiste prestaties houden is onbekend. Dat kan uitsluitend blijken uit een analyse van de wettelijk vereiste op te stellen Plannen van Aanpak en de evaluaties daarvan. Deze analyses vinden niet plaats. Overigens heeft de wetgever niet duidelijk gemaakt welke prestaties van jeugdbeschermers minimaal worden verwacht, noch aan welke minimale kwaliteitseisen de jeugdbescherming moet voldoen. •