Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028
Tekst van het document
Ontwerpbegroting 2025 en meerjarenraming 2026 - 2028 www.senzer.nl
Inhoud Voorwoord 3
3. Wat zijn de baten en lasten? 18
5. Meerjarenraming 2024-2027 36
Bijlage 1 Totale bijdragen per gemeente 46
Bijlage 6 EMU-saldo 53
1. Positionering 5
4. Paragrafen 25
6. Balans 38
Bijlage 2 Bijstelling op grond van ophoging WML 48
Bijlage 7 Specificatie incidentele baten en lasten 54
2. Programmabegroting 6
4.a Weerstandsvermogen en risicobeheersing 26
7. Verloop reserves en weerstandsvermogen 2023-2026 40
Bijlage 3 Verdeelsleutels bijdrage algemeen deel 49
Bijlage 8 Structureel saldo 56
2.1 Dienstverleningslijn Verzorgen van inkomensondersteuning 7
4.b Financiering 29
8. Investeringen 43
Bijlage 4 Saldo buig-LKS 51
Bijlage 9 Structurele onttrekkingen 56
2.2 Dienstverleningslijn Begeleiding naar zo regulier en duurzaam mogelijk werk 9
4.c Bedrijfsvoering 32
Bijlage 5 Baten en lasten per taakveld 52
Bijlage 10 Gehanteerde afkortingen 58
2.3 Dienstverleningslijn Bieden van een leerwerkinfrastructuur 12
4.d Onderhoud kapitaalgoederen 34
2.4 Dienstverleningslijn Werkgeversdienstverlening 15
4.e Verbonden partijen 35
Door op de hoofdstukken te klikken, kun je makkelijker door het document heen bladeren!
Als je op het logo klikt, kom je altijd terug op deze inhoudsopgave
2
Voorwoord Voor u ligt de ontwerpbegroting van de Gemeenschappelijke Regeling Senzer (GR). Deze begroting geeft een beeld van onze opdracht en ambities en hoe wij deze in 2025 invullen gebaseerd op de kaderbrief 2025. Uiteraard maken ook de geraamde baten en lasten er deel van uit.
De opzet en indeling van de ontwerpbegroting is gelijk aan voorgaand jaar. We gaan uit van onze opdracht (zie hoofdstuk 1 Positionering) waarmee wij via drie dienstverleningslijnen onze inwoners ondersteunen. Dit doen we door: • Het verzorgen van inkomensondersteuning; • Begeleiding naar zo regulier mogelijk en duurzaam werk; • Het bieden van een leerwerkinfrastructuur.
Verder is er bij het opstellen van de ontwerpbegroting onderscheid gemaakt tussen basisdienstverlening en aanvullende dienstverlening die een afzonderlijke en sluitende financiering kent.
Ondersteunend aan deze dienstverleningslijnen rapporteren wij vanaf 2025 separaat over: • Werkgeversdienstverlening.
We zien dat onze regio zich kenmerkt door een relatief kwetsbare en gemiddelde lagere opgeleide beroepsbevolking en een conjunctuurgevoelige economie. De verwachting is dat de werkloze beroepsbevolking na een periode van daling weer gaat stijgen. Tegelijkertijd zorgen technologische ontwikkelingen voor creatie van nieuwe banen.
Bij het opstellen van de ontwerpbegroting zijn we uitgegaan van de laatst gepubliceerde gegevens over de financieringsmiddelen vanuit het Rijk. De ontwerpbegroting kent een structureel en reëel evenwicht.
Meerjarenplan 2025-2028
De lange termijn trends en ontwikkelingen hebben we beschreven in het Meerjarenplan dienstverlening. Deze blijven relevant en actueel.
We zien ook dat de armoede en ongelijkheid de komende jaren toeneemt wat zorgt voor druk op de samenhang in de samenleving. Het leveren van maatwerk, het centraal stellen van de mens en handelen vanuit het eigen perspectief wordt nog belangrijker. Daarnaast zien we een toename van de ontgroening en vergrijzing en neemt de laaggeletterdheid toe. Dit leidt in de regio tot een grotere vraag naar voorzieningen op het gebied van onder andere wonen, inkomen, zorg en onderwijs. Maar ook op het gebied van inburgering vanwege de toenemende taakstelling voor gemeenten om statushouders te huisvesten. Nu de tijdshorizon dichterbij komt zien we een aantal zaken die van invloed zullen of kunnen zijn op onze dienstverlening in 2025. Deze zijn vastgelegd in de Kaderbrief 2025.
3
Kaderbrief 2025
De focus en ambitie voor 2025 zijn investeren op dienstverlening en integrale regionale samenwerking. Noodzakelijk focus en ambitie om onze opdracht in relatie tot de ontwikkelingen om ons heen waar te maken. Zoals besproken in onze kaderbrief 2025 is de verwachting dat door de blijvende onrust in het oosten van Europa en het Midden-Oosten de stroom van asielzoekers en migranten in 2025 hoger zal liggen dan verwacht. Daarnaast geven het UWV en het CPB aan dat de groei op de arbeidsmarkt vanaf 2025 tot stilstand komt. Er komt een grotere nadruk te liggen op het betrekken van de gemeenschap, op het inzetten van ervaringsdeskundigen. Tegelijkertijd zien we kwetsbaarheid en multiproblematiek van onze doelgroep nog verder toenemen. Zelfredzaamheid is geen vanzelfsprekendheid. Een domeinoverstijgende aanpak is nodig Dit is niet alleen in onze regio; dit speelt landelijk. Op korte termijn worden er middelen vrijgemaakt om te investeren in de sociaal ontwikkelbedrijven. Deze middelen zijn echter nog onvoldoende om de landelijke ambitie waar te kunnen maken en onvoldoende voor een toekomstbestendige leerwerkinfrastructuur. Wet- en regelgeving moet beter aansluiten op wat mensen willen én kunnen. Het versimpelen van het stelsel van inkomensondersteuning is hard nodig om
de bestaanszekerheid en de (arbeids)participatie van mensen te verbeteren. Hier wordt een eerste aanzet toe gemaakt. Het verbeteren van de levens van mensen vindt ook lokaal plaats, vanuit de gemeenschap.
verantwoordingsindicatoren voor de dienstverlening op het gebied van de leerwerkinfrastructuur en de werkgeversdienstverlening. Daarvoor zijn aanvullende indicatoren toegevoegd.
Verantwoording
We blijven werken aan een moderne, robuuste en wendbare organisatie en bouwen hierbij voort op de sterke basis die er al is. Wij leveren maatwerk. Onze leidende principes en onze kerngedragingen zijn hierbij het uitgangspunt. Onze relatie met de inwoner blijft gebaseerd op gelijkwaardigheid en vertrouwen, waarbij het stimuleren van verantwoordelijkheid en het toeleiden naar de arbeidsmarkt centraal staat.
De verantwoording vindt plaats conform de P&C cyclus via de kwartaalrapportages en de jaarstukken. De resultaten worden hierin zowel financieel als beleidsmatig weergegeven en geduid. We rapporteren via de dienstverleningslijnen. Zoals beschreven in de kaderbrief 2025 sluiten wij voor onze prestatie-indicatoren grotendeels aan bij de Divosa benchmark. Wij laten daarmee zien wat onze resultaten zijn en hoe deze zich verhouden tot vergelijkbare organisaties. Hierdoor zijn de ontwikkelingen rond bijstand en re-integratie (volumeontwikkeling, instroom, uitstroom, budgetten) in negen indicatoren inzichtelijk en vergelijkbaar met ruim 220 andere gemeenten. De indicatoren in de Divosa benchmark voorzien niet in
Tot slot
E. de Vries Voorzitter
A.E.W. van Limpt Algemeen directeur
4
1 Positionering
2 Programmabegroting
Dit is Erica Erica zat jaren in de WAO, onderging een intensief traject bij Senzer en stapte uit haar rolstoel. Ze werkt nu bij het Care on Trackteam van Vebego Cleaning Services. Ze gaat nóg eens zestien uur per week extra werken, als budgetcoach.
2.1 Dienstverleningslijn Verzorgen van inkomensondersteuning
Dit is Vera Vera had geen idee wat ze wilde worden. De Participatiecoach heeft haar op weg geholpen. Met verdiepend onderzoek, het traject ‘Van school naar werk’ en stagelopen bij Senzer, werkt ze nu in de schoonmaak. Een voltreffer.
2.1 Dienstverleningslijn Verzorgen van inkomensondersteuning Wat wil Senzer bereiken?
• Aantal uitkeringsdossiers • Ontwikkeling volume bestand • Instroom in de uitkering • Ontwikkeling volume instroom • Uitstroom uit de uitkering • Ontwikkeling volume uitstroom • Aanvragen binnen de wettelijke termijn
afgehandeld
4.165 1,4% 1.040 25,3% 982 23,9% 90%
• Bezwaren binnen de wettelijke
termijn afgehandeld • Aanvragen welke worden doorverwezen naar een voorliggende voorziening • Tevredenheid uitkeringsgerechtigden over inkomensondersteuning
90% 38% 7,5
Wat gaat Senzer daarvoor doen?
Voor mensen die dat nodig hebben en er recht op hebben, verstrekken we inkomensondersteuning. De noodzaak om een beroep te doen op deze inkomensondersteuning raakt mensen, niet alleen in de portemonnee maar ook in het gevoel. Wij hebben hierin een belangrijke taak te vervullen. In onze aanpak stellen wij de mens centraal en kijken wij naar het gehele plaatje. Bestaanszekerheid zegt namelijk niet alleen iets over de financiële status. Het werkt door op gezondheid, onderwijs, huisvesting en het gevoel van veiligheid. Door uit te gaan van vertrouwen, het perspectief en het ‘doen’vermogen van de inwoner uit onze arbeidsmarktregio, kijken wij naar de mogelijk heden en leveren we maatwerk. Hiervoor zetten wij ons vakmanschap in en bevorderen wij dit door onze professionals continu te trainen om op de hoogte te zijn van de laatste ontwikkelingen. Voor een betere bestaanszekerheid werken wij samen met onze partners in het sociaal domein op het gebied van armoedebestrijding en schuldenproblematiek.
Onze inwoners ontvangen dienstverlening op basis van actuele wet- en regelgeving en beleid. Dit vraagt van ons deze goed in de gaten te houden (bijvoorbeeld ontwikkelingen Participatiewet in Balans) en dit te vertalen naar onze dienstverlening en onze processen. Hierbij houden wij blijvend rekening met maatwerk en kijken wij naar de mens achter het dossier. Op dit moment zijn de politieke ontwikkelingen onduidelijk. Daardoor weten wij niet met welke wijzigingen wij rekening moeten houden. Dat neemt niet weg dat wij in onze dienstverlening doorgaan op de ingeslagen weg: ‘de mens centraal.’ In 2025 verwachten wij een stijging in het uitkeringsbestand. Deze verwachting is gebaseerd op de ramingen en voorspellingen van het Centraal Plan bureau (CPB) en geldt zowel landelijk als regionaal. Om de dienstverlening op peil te houden zetten we in op digitalisering en waar nodig op extra capaciteit.
8
2.2 Dienstverleningslijn Begeleiding naar zo regulier en duurzaam mogelijk werk
Dit is Jean Pierre Jean Pierre heeft eindelijk zijn plek gevonden bij Elgran Logistic Training. Bij Elgran denken ze in mogelijkheden. Ze kijken naar wat hij wel kan. En niet naar wat hij niet kan. Zo hebben ze een baan om Jean Pierre heen gebouwd.
2.2
Dienstverleningslijn Begeleiding naar zo regulier en duurzaam mogelijk werk
Wat wil Senzer bereiken?
• Ontwikkeling volume geplaatste
• Aantal personen dat vanuit de uitkering
uitstroomt naar werk • Uitstroom uit de uitkering naar werk • Aantal uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit parttime werk • Aantal uitkeringsgerechtigden met inkomsten uit parttime werk • Duurzame uitstroom uit de uitkering (> 12 maanden) • Aantal personen participatiewet in een traject naar werk • Aantal Nuggers (VSO-Pro, beschut werk en overige) in traject naar werk • Aantal nuggers die met bemiddeling van Senzer in een dienstverband zijn gestart • Aantal geplaatste medewerkers in een dienst bij regulier werkgevers met loonkostensubsdie
354 36,8% 393 8,0% 80% 2.261 235 108
359
medewerkers in een dienst bij regulier werkgevers met loonkostensubsdie 8,7% • Aantal geplaatste medewerkers in een dienstverband bij Senzer met loonkostensubsidie 526 • Ontwikkeling volume geplaatste medewerkers in een dienst bij Senzer met loonkostensubsdie 5,0% • Aantal ondernemers dat wordt ondersteund (BBZ en schuldhulpverlening) 250 • Tevredenheid deelnemers aan verdiepend onderzoek 6,9 • Tevredenheid deelnemers aan een traject naar werk 7,0
Wat gaat Senzer daarvoor doen?
Het is onze opdracht en het doel van de Participatiewet om mensen zoveel mogelijk betaald aan het werk te krijgen, ook mensen met een arbeidsbeperking. We kijken naar de mogelijkheden van mensen om deel te nemen aan de arbeidsmarkt, naar de talenten die iedereen heeft. Dit doen we niet alleen. Daarvoor werken wij samen met onze partners, zowel regionaal als lokaal. We zetten ons in voor diverse initiatieven in onze arbeidsmarktregio gericht op het bevorderen van participatie en het uitbreiden van de dienstverlening aan verschillende doelgroepen. In 2025 richten we de focus op intensieve dienstverlening voor uitkerings gerechtigden met een grote afstand tot de arbeidsmark zodat zij meer mogelijkheden krijgen om stappen te zetten op het gebied van participatie. Voor een grote groep mensen die nu in de bijstand zit, is toeleiding naar werk niet mogelijk zonder intensief en wellicht ook structureel op meerdere leefgebieden te ondersteunen. We verwachten dat daarmee het welbevinden van deze doelgroep toeneemt, wat een positief effect heeft op andere levensgebieden.
10
2.2
Dienstverleningslijn (vervolg) Begeleiding naar zo regulier en duurzaam mogelijk werk
In 2025 is er specifieke aandacht voor statushouders een groep die naar verwachting in 2025 zal toenemen. Samen met onze gemeenten wordt er een regionale verbinder ingezet om werk voor statushouders te bevorderen en de regionale samenwerking te versterken. Hierbij staan het delen van kennis en ervaringen en de regionale uitvoering van gezamenlijke initiatieven centraal. Wij zetten ons in voor de bemiddeling van nietuitkeringsgerechtigden die een beroep op ons doen bij het vinden van voor hen passend werk. Op basis van de wijzigingen die volgen uit de ‘Participatiewet in Balans, verwachten we dat de ondersteuningsvraag van deze groep in 2025 groeit en stellen, op basis van behoefte, onze ondersteuning daarom proactief beschikbaar. We streven ernaar om mensen op een effectieve en duurzame manier aan werk te helpen. Daarvoor zetten wij diverse voorzieningen in zoals loonkostensubsidie. Zijn mensen aan het werk, laten wij ze niet los. Met de inzet van loonkostensubsidie en onze gecertificeerde jobcoaches leggen wij de nadruk op langdurig succes. Wij focussen ons niet alleen op
arbeidsparticipatie maar vooral ook op het creëren van een blijvende match tussen werkzoekenden en werkgevers. Onze begeleiding en ondersteuning zijn daarbij van cruciaal belang om dit doel te bereiken. Op aangeven van de gemeenten onderzoeken we of onze basisdienstverlening kan worden uitgebreid. Waar we nu nog werken met pilots als ‘hoofdzaak werk, inclusieve technologie, van school naar werk en frisse blik op zorg’, willen wij deze na 2025 onderdeel uit laten maken van onze basisdienstverlening. Hoe en met welke impact vraagt om gedegen onderzoek, dat we in 2025 uitvoeren. De mate waarin wordt bepaald door de uitkomst van de evaluaties. De uitbreiding van de dienstverlening richt zich daarnaast ook op specifieke doelgroepen zoals jongeren, laaggeletterden, beschut werkenden en psychisch kwetsbaren. Dit vereist specialistische kennis we in 2025 interne doelgroep-coördinatoren inzetten als aanspreekpunt en kennisdragers voor deze doelgroepen.
11
2.3 Dienstverleningslijn Bieden van een leerwerkinfrastructuur
Dit is José Als er iemand helemaal ingeburgerd dan is het José wel. Via Senzer is hij aangenomen bij Gemeente Helmond, bij het Quick Service Team. Hier verwijderd hij Graffiti van de muren en houdt hij de stad schoon.
2.3
Dienstverleningslijn Bieden van een leerwerkinfrastructuur
Wat wil Senzer bereiken?
Wat gaat Senzer daarvoor doen?
• Loonwaarde plaatsingen met LKS
dienstverband regulier • Loonwaarde plaatsingen met LKS dienstverband Senzer • Voor alle medewerkers zijn de ontwikkelmogelijkheden in beeld en is er actueel persoonlijk ontwikkelplan • Aantal personen, dat deelgenomen heeft aan een werkstage • Aantal personen, instroom in dienstverband cao ADS • Aantal fte’s geplaatst binnen Eigen LWI (incl. groenprojecten) • Aantal fte’s geplaatst binnen Groepsconcepten • Aantal fte’s geplaatst middels individuele detacheringen • Aantal fte’s geplaatst middels begeleid werken • Aantal fte’s met regulier dienstverband en LKS • Aantal personen dat uitstroomt naar een regulier dienstverband vanuit een dienstverband Senzer • Werknemerstevredenheid binnen leerwerkinfrastructuur
55% 55%
85% 250 125 454
Met de leerwerkinfrastructuur bieden we ruimte aan werk(zoek)enden om te werken aan hun ontwikkeling op weg naar werk. We bieden (leer)werkplekken in een diversiteit aan werksoorten, werkomgevingen en bieden daarbij de begeleiding die de persoon in die fase daarbij nodig heeft. De kenmerken van deze werkplekken worden continu aangepast aan de behoefte van de doelgroep (klant centraal) en worden via de participatiecoaches aangeboden aan werk(zoek)enden die afhankelijk zijn van een uitkering. In toenemende mate worden de (leer)werkplekken benut door niet-uitkeringsgerechtigden op zoek naar voor hen passend werk, waaronder VSO-PRO-leerlingen en jongeren die geen startkwalificatie hebben behaald.
460 104 116 279
50 7,5
Duurzame uitstroom naar een dienstverband bij een reguliere werkgever is het uiteindelijke doel. Als en zolang het nodig is, treedt Senzer op als werkgever middels dienstverband in de cao Aan de Slag (ADS). Plaatsing in een dienstverband bij Senzer vindt plaats op basis van een indicatie beschut werk, banenafspraak, of via de praktijkroute. Voor de medewerkers die op dit moment zijn geplaatst met een indicatie sociale werkvoorziening en beschut werk is regulier werk veelal niet haalbaar. De leerwerkinfrastructuur biedt zo lang als nodig een dienstverband. Door het
aanbieden van passende werksoorten en het verdergaand aanpassen van werkplekken o.a. door het inzetten van inclusieve technologie, bereiken deze werknemers de voor hen maximaal haalbare loonwaarde. Om deze leerwerktrajecten effectief te laten verlopen in combinatie met hoge werknemerstevredenheid brengen wij in 2025 focus aan door: • Op basis van de kenmerken van werk(zoek)enden het continu aanpassen van de beschikbare werkplekken binnen de leerwerkinfrastructuur; • Het optimaliseren van de systematiek van het Individueel Ontwikkel Plan (IOP) gericht op ontwikkeling, door- en uitstroom; • Opdrachtgevers van de leerwerkinfrastructuur mee te nemen in de (consequenties van) focus op door- en uitstroom; • Onze professionals te trainen in methodisch werken, volgens de principes van het Integratief Gedrags Model (IGM) en planmatig werken; • Veranderingen te implementeren en succes te borgen en te delen volgens de principes van waarderend werken;
13
2.3
Dienstverleningslijn Bieden van een leerwerkinfrastructuur (vervolg)
• Binnen een objectieve normstelling te sturen
op ontwikkeling bij onze doelgroep (in- en doorstroomprofiel); • De leidende gedragsprincipes in onze communicatie te vertalen met en naar de medewerkers en ze daardoor te laten ervaren dat werken in belangrijke mate bijdraagt aan het prettig en zelfverzekerd in het leven staan. De medewerkers binnen de leerwerkinfrastructuur zijn geplaatst via diverse leerlijnen en werkgeversconcepten met variatie in functionele sturing van de medewerkers en wijze van verrekening van de loonvormende arbeid aan de werkgever op maat, zoals op basis van output, individuele of gemiddelde loonwaarde. In 2025 leidt dit gemiddeld tot plaatsing van 1.018 FTE. Bij de gemiddelde deeltijdfactor van 0,8 zijn in 2025 binnen de leerwerkinfrastructuur gemiddeld 1.275 personen met een dienstverband op voor hen passend werk geplaatst.
14
2.4 Dienstverleningslijn Werkgeversdienst verlening
Dit is Robin Robin werkte eerder in het groen maar was er allesbehalve gelukkig. Hovenier worden is zijn droom. Maar hij heeft zonder diploma de praktijkschool verlaten. Hij werkt nu bij Henkes Hoveniers krijgt hij alle ruimte om het vak te leren!
2.4
Dienstverleningslijn Werkgeversdienstverlening
Wat wil Senzer bereiken?
• Aantal (unieke) inclusieve werkgevers in
het netwerk van Senzer 450 • Aantal (unieke) werkgevers, waar personen door Senzer in een dienstverband nieuw zijn gestart 25 • Aantal (unieke) werkgevers dat heeft deelgenomen aan trainingen 80 • Tevredenheid werkgevers over de gevolgde training 7,5 • Aantal georganiseerde events 7 • Tevredenheid werkgevers over het event 7,5 • Aantal (unieke) werkgevers waar inclusieve onderzoeken/trajecten lopen 10 • Aantal (unieke) werkgevers die gebruik maken van het instrument jobcoaching 250 • Tevredenheid werkgevers over de ontvangen coaching 7,5 • Algemene tevredenheid werkgevers/ opdrachtgevers Senzer (jaarlijks onderzoek) 7,5
Wat gaat Senzer daarvoor doen?
Werkgevers optimaal ondersteunen bij het vinden van medewerkers en daarmee kansen creëren voor mensen die om verschillende redenen moeizaam de weg naar werk vinden. Dat is in essentie werkgeversdienstverlening. Senzer is een onlosmakelijk onderdeel van de arbeidsmarktregio. In 2025 blijven we investeren op de regio nale werkgeversdienstverlening om met gemeenten, UWV en andere partners de inwoners en werkgevers uit onze arbeidsmarktregio optimaal te ondersteunen vanuit de kracht van de samenwerking. We hebben gezamenlijk de ambitie om deze samenwerking vorm te geven in het regionaal werkcentrum. Hiermee geven we op een effectieve manier en in samenhang uitvoering aan de ambities van het regionale arbeidsmarktplan. Voor de doelgroep uit de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI) investeren we verder in het synchroniseren van de werkgeversdienstverlening binnen het Werkgeversservicepunt (WSP) Helmond - de Peel. We streven naar een arbeidsmarkt die inclusief is en maximaal ruimte biedt aan mensen met een arbeids-
beperking. We investeren in 2025 in de ontwikkeling van methodisch werken onder andere samen met TNO; deze ervaringen delen we binnen het landelijk netwerk (CoP). We geven hier uitvoering aan middels de vragenlijst inclusief ondernemen (VIO) en zetten diverse instrumenten in, zoals inclusief herontwerp, inclusieve technologie en inclusieve onderzoeken/ trajecten. Wanneer we weten op welke vlakken de werkgever inclusief kan ondernemen (geschikte processen, mogelijke taken etc.) en hoe hij tegenover inclusief ondernemen staat (kennisniveau, sociaal druk etc.) kunnen we gerichte interventies inzetten. Hierbij gaat het onder andere om trainingen zoals Mentorwijs of Omgaan met psychische kwetsbaarheid. Dit geeft werkgevers handvatten om goede begeleiding op het werk te bieden en om bezwaren weg te nemen, zodat de deur openstaat om breder naar werk te kijken. Hiermee maken we uiteindelijk plaatsingen mogelijk en gerealiseerde plaatsingen meer duurzaam. Onderdeel van een plaatsing kan een coachingstraject zijn waar de jobcoach een begeleidingsplan voor maakt. Daarin staat de doelen voor de werknemer maar maakt de jobcoach ook afspraken met de werkgever hoe deze doelen te
16
2.4
Dienstverleningslijn Werkgeversdienstverlening (vervolg)
behalen. Wij noemen dit instrument Joboaching. In 2025 organiseren wij verschillende evenementen zoals leer-en werkmarkten waar we werkgevers en werkzoekenden bij elkaar brengen of ontbijtsessies waar we informatie verstrekken over mogelijke subsidies, omscholingstrajecten etc. Door deze evenementen bereiken we meer werkgevers die wel inclusief willen werken, maar het nog (meer) moeten gaan doen. Dat kan door praktisch vacatures ingevuld krijgen of kennis van de doelgroepen en instrumenten vergroten. De focus in 2025 richt zich op het vergroten van het bereik van werkgevers waar het gaat om inclusief ondernemen. De genoemde instrumenten zijn hierbij de gereedschappen die ingezet kunnen worden om de doelen te realiseren. Dit om uiteindelijk ons netwerk aan werkgevers verder uit te breiden.
17
3 Wat zijn de baten en lasten?
Dit is Nora Door deelname aan het programma Sterk aan het Werk voor alleenstaande ouders is het leven van Nora enorm veranderd. Ze zocht werk dat past bij de zorg voor haar dochter, maar dat haarzelf ook werkgeluk brengt, zodat ze het kan blijven doen.
Begroting (bedragen x € 1000)
I/S (*)
Begroting 2025
Gewijzigde begroting 2024
Concept jaarrekening 2023
73.713 11.051 1.120 25.921 7.474 40.921 1.297 11.814 -
71.509 9.464 123 28.551 6.142 40.386 1.368 12.252 -
67.970 8.301 119 27.907 5.960 12.435 22.190 1.224 12.388 4
173.312
169.795
158.497
13.934 975 1.673 86.831 30.355 1.920 34.502 766 700 -
14.645 875 1.723 83.515 31.639 1.774 30.346 479 -
1.131 13.859 1.232 2.702 79.123 516 32.466 5.295 14.453 8.270 19 1.106 890 99
171.654
164.995
161.160
-1.657
-4.800
2.664
22 64 320 281 971 -
22 -965 194 116 1.875 320 -82 979 2.342
22 300 320 91 -150 2.060 1.340 -2.591
1.657
4.800
1.392
-
-
4.055 1
LASTEN Buig uitkeringen / BBZ 2004 uitkeringen Buig loonkostensubsidies Participatiewet begeleidings- en overige kosten Loonkosten doelgroepen Detacheringskosten doelgroepen Loonkosten begeleidingsorganisatie Detacheringskosten begeleidingsorganisatie Afschrijvingskosten Overige kosten Incidentele lasten
S S I/S S S S S S I/S I
TOTAAL LASTEN BATEN Voorziening debiteuren SoZa (onttrekking) Toegevoegde waarde Huuropbrengsten Overige opbrengsten Buig-middelen Buig uitkeringen Tozo Wsw Beschut Bijdrage algemeen deel Participatie budget (oud) Bijdrage algemene middelen gemeenten (oud) Structurele bijdrage gemeenten (oud) Vergoeding begeleidingskosten Overige subsidies Rentebaten Incidentele baten
I S S S S S S S I/S S S S S S S I
TOTAAL BATEN RESULTAAT LASTEN - BATEN ONTTREKKING/DOTATIE RESERVES Bedrijfsrestaurant Montgomeryplein Kapitaallasten programma Huisvesting korte termijn Informatievoorziening Opleiding, training, ontwikkeling Toekomstgerichte bedrijfsvoering Intertemporele middelen Beschut Werk Innovatie Participatiewet Compensatie gemeenten 2021 Algemene reserve 1) Betreft jaarcijfers voor de start van de accountantscontrole over 2023
ONTTREKKING/DOTATIE RESERVES RESULTAAT
S S I I I I I I I I I
19
3. Wat zijn de baten en lasten? (vervolg) Toelichting op de begroting
Algemeen De begroting is geactualiseerd met alle bekende ontwikkelingen tot 29 februari 2024. Buig uitkeringen / Bbz 2004 uitkeringen Het gemiddeld aantal uitkeringen zal in 2025 naar verwachting uitkomen op 4.136 dossiers. Met een geraamd gemiddeld uitkeringsbedrag van € 17.822 levert dit € 73 miljoen aan uitkeringslasten op. Het gemiddeld uitkeringsbedrag ligt daarmee lager dan het landelijk gemiddelde. Buig loonkostensubsidies In 2025 verstrekken we voor gemiddeld 678 fte aan LKS. Door extra inzet van Senzer (o.a. door jobcoaching en nazorg) komt de loonwaarde voor extern geplaatsten in 2025 uit op gemiddeld 55%. Voor de berekening van de LKS dient het wettelijk minimum loon (WML) als basis. Bij intern geplaatsten zijn deze lasten een bijdrage op de loon- en detacheringskosten doelgroepen en worden daarop in mindering gebracht.
Participatiewet begeleidingskosten Senzer levert in beginsel begeleiding van de doelgroep medewerkers in de vorm van jobcoaching. Met een beperkt aantal opdrachtgevers is evenwel afgesproken dat zij zelf de begeleiding doen en hiervoor een vergoeding krijgen. Loon- en detacheringskosten doelgroepen Gemiddeld plaatsen we in 2025 623 fte met Wsw/ WIW dienstverbanden. Samen met de 528 fte intern geplaatste LKS-ers brengt dit de totale gemiddelde productieve capaciteit op 1.151 fte. De loonkosten bestaan uit het gemiddeld aantal fte per doelgroep maal het gemiddelde normbedrag van de cao van die doelgroep. Begeleid werken en Wsw worden verantwoord onder loonkosten, Cao Aan de slag en Wiw worden verantwoord onder detacheringskosten (medewerkers zitten in respectievelijk Direct werk B.V. en Stichting Senzer). Detacheringskosten begeleidingsorganisatie De begeleidingsorganisatie bestaat in 2025 uit gemiddeld 455 fte. Deze worden begroot onder detacheringskosten begeleidings-organisatie, aangezien dit nagenoeg volledig wordt ingevuld vanuit Stichting Senzer.
Afschrijvingskosten Betreft jaarlijkse afschrijvingskosten op basis van aanwezige activa t-1. Overige kosten Overige kosten bestaan voor het grootste deel uit bedrijfsvoeringkosten. Daarnaast vallen hieronder enkele lasten die direct met uitvoering van de participatiewet te maken hebben zoals: collectief vervoer en projectmatige kosten ter ondersteuning van de uitvoering van de participatiewet. Incidentele lasten Incidentele lasten worden zoveel mogelijk begroot onder de andere lastencategorieën. Als dat niet mogelijk is worden ze geplaatst onder incidentele lasten. In bijlage 7 is een specificatie opgenomen van alle incidentele lasten en baten. Toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is bepaald op basis van recentste inzichten met betrekking tot volumes in de leerwerkinfrastructuur en bijstellingen op basis van loon- en prijsontwikkelingen.
20
3. Wat zijn de baten en lasten? (vervolg) Huuropbrengsten Onder huuropbrengsten zijn opgenomen de bedragen die volgen uit de verhuur van kantoorruimte Montgomeryplein/ Churchilllaan en productie omgevingen (doorleggen van huurlasten). Overige opbrengsten Betreft opdrachtverstrekking voor additionele dienstverlening. Buig-middelen Het nader voorlopige budget van het Rijk (oktober 2023) is opgenomen, verhoogd met de factor waarmee het macro budget van het Rijk stijgt van 2024 op 2025. Wsw Het Wsw budget is conform IU Participatie (sept 2023) overgenomen. Beschut Het Beschut budget is conform IU Participatie (sept 2023) overgenomen.
Bijdrage algemeen deel De bijdragen van de gemeenten bestaat naast het doorzetten van de middelen voor bijstand/lks, wsw en beschut werk uit een Bijdrage algemeen deel. Deze bijdrage dekt het saldo van baten en lasten en daarmee de uitvoeringslasten van Senzer die niet anderszins zijn gedekt. Voor het algemeen deel wordt alle gemeenten gevraagd eenzelfde percentage bij te dragen van de inkomsten die de gemeenten ontvangen binnen het cluster Participatie van de algemene uitkering in het gemeentefonds. Overige subsidies Betreft subsidies voor de uitvoering van diverse projecten in de keten. Incidentele baten Incidentele baten worden zoveel mogelijk begroot onder de andere batencategorieën. Als dat niet mogelijk is worden ze geplaatst onder incidentele baten. In bijlage 7 is een specificatie opgenomen van alle incidentele lasten en baten.
Dotaties aan en onttrekkingen uit de reserves Dit betreft incidentele baten en lasten met uitzondering van de onttrekkingen ter dekking van kapitaallasten. Voor een specificatie zie het overzicht Verloop reserves en weerstandsvermogen 2024-2027.
Grondslagen
De begroting is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft. Ook is rekening gehouden met de uitgangspunten die genoemd zijn in de verordening Financieel beleid, beheer en organisatie Senzer 2023 van de Gemeenschappelijke Regeling Senzer, die is vastgesteld door het algemeen bestuur. Buig uitkeringen / Bbz 2004 Dit betreft de bruto bedragen aan uitkeringen. BUIG loonkostensubsidies Op grond van de bepaalde loonwaarde ontvangen de werkgevers een loonkostensubsidie die maximaal 70% van het Wettelijk Minimum Loon (WML) bedraagt inclusief vakantietoeslag rekening houdend met de deeltijdfactor van de werknemer. Dit bedrag wordt vermeerderd met 23,5% werkgeverslasten.
21
3. Wat zijn de baten en lasten? (vervolg) Participatiewet begeleidings- en overige kosten Per gerealiseerde werkplek wordt een vergoeding voor de begeleiding verstrekt aan de werkgever of wordt jobcoaching aangeboden. Deze post betreft het totaal aan vergoedingen. Daarnaast worden hieronder de overige directe kosten van de re-integratietrajecten geboekt. Loon- en prijsontwikkelingen (LPO) Voor zover specifieke loonontwikkelingen bekend zijn op grond van cao’s, worden die toegepast. Voor het overige wordt de LPO bepaald op basis van een gewogen index uit de bijlagen bij de Miljoenennota 2024. Voor de Begroting 2024 is een index gehanteerd van 4,02% (Miljoenennota 2023). Deze is in de Miljoenennota 2024 fors naar boven bijgesteld naar 6,38%. Voor het begrotingsjaar 2024 vangt Senzer zelf de hogere indexering op vanuit haar eigen reservepositie. Voor de Begroting 2025 is deze niet doorberekend in de gemeentelijke bijdrage. Deze is als besparingsdoelstelling opgenomen aan de lastenkant van de begroting. Dat vanwege de grote druk op de gemeentefinanciën.
Indicatoren Loonvoet sector overheid Prijs materiële overheidsconsumptie (imoc) Gewogen loon- en prijsindex (LPO)
De wegingsfactor van de indices wordt bepaald door de verdeling van de totale lasten in de begroting van de gemeenschappelijke regeling over prijzen en lonen. Door de wegingsfactor te vermenigvuldigen met de index wordt een gewogen index verkregen. Voor Senzer geldt een wegingsfactor van loon 90% prijs 10%. Vanwege de fors hogere index voor 2024 (ruim 2% hoger), zou de totale indexering uitkomen op circa 7,35%. Alleen de 4,97% wordt doorberekend naar de gemeenten. De inverdienen van hogere index 2024 is taakstellend verwerkt in de lasten. Loon- en detacheringskosten doelgroepen en begeleidingsorganisatie Dit betreft de over het jaar verschuldigde lonen inclusief vakantietoeslag aan respectievelijk Wsw, LKS-banen/beschut werken, Sociaal Werk, Ambtelijke en Wiw medewerkers en de daarmee samenhangende
Wegingsfactor 90% 10%
2024
2025
6,70% 3,50%
5,30% 2,00%
6,38%
4,97%
sociale lasten en pensioenpremie, verminderd met ontvangen ziekengeld en afdracht en kortingen. Loonkosten van medewerkers vanuit de Stichting respectievelijk de Direct Werk B.V. worden verantwoord onder detacheringskosten. Hierop worden eventueel ontvangen loonkostensubsidies in mindering gebracht. Afschrijvingskosten Op 13 april 2022 is de Notitie investeren, waarderen en afschrijven Senzer 2022 door het algemeen bestuur vastgesteld, met daarin de nodige afspraken over afschrijvingen. De waardering van de activa is gebaseerd op de historische kostprijs c.q. aanschafprijs verminderd met de afschrijvingen. Afschrijving vindt plaats op basis van een vast percentage van de historische kostprijs, rekening houdend met een eventuele restwaarde bij bestelauto’s en personenauto’s.
22
3. Wat zijn de baten en lasten? (vervolg) De afschrijving vindt plaats vanaf het boekjaar na het jaar van ingebruikname van het actief. Op grond wordt niet afgeschreven. Bij de waardering van de materiële vaste activa wordt rekening gehouden met een vermindering van hun waarde indien deze naar verwachting duurzaam is. De afschrijvingstermijnen zijn gebaseerd op de verwachte economische gebruiksduur, in: • 40 jaar: nieuwbouw bedrijfsgebouwen en woonruimten • 25 jaar: renovatie en restauratie bedrijfsgebouwen en woonruimten • 15 jaar: technische installaties in gebouwen • 10 jaar: voorzieningen op terreinen, in gebouwen en inventaris • 6 jaar: bestelauto’s • 5 jaar: overige vervoers- en transport middelen, aanhang- en schaftwagens, gereedschappen • 4 jaar: personenauto’s • 3 jaar: mobiele telefonie, ICT randapparatuur, hard- en software.
Overige kosten De overige bedrijfskosten worden nominaal conform het stelsel van baten en lasten toegerekend aan de periode waarop deze betrekking hebben. Incidentele lasten Dit betreffen eenmalige kosten die niet het gevolg zijn van de normale bedrijfsvoering. Toegevoegde waarde De toegevoegde waarde is het saldo van de nettoomzet (opbrengst van aan derden geleverde goederen en diensten exclusief de over de omzet geheven belastingen en onder aftrek van kortingen), onder aftrek van direct daarmee verband houdende kosten voor uitbesteed werk, grond-/hulpstoffen. Huuropbrengsten Hieronder zijn opgenomen de huuropbrengsten van de lopende huurcontracten. De huuropbrengsten worden jaarlijks geïndexeerd. Overige opbrengsten Hieronder worden de opdrachtverstrekkingen voor additionele dienstverlening verantwoord.
Buig-middelen, Wsw, Beschut, Bijdrage algemeen deel De gemeentelijke bijdrage aan Senzer bestaat (conform Bijdrageverordening gemeenschappelijke regeling Senzer (officielebekendmakingen.nl) uit: a. het budget dat gemeenten ontvangen voor bijstand en loonkostensubsidies (Buig-middelen); b. het budget dat gemeenten ontvangen voor Wsw en beschutte arbeid in de integratie-uitkering Participatie; c. een algemeen deel. De hoogte van de Buig-middelen voor het begrotingsjaar wordt bepaald door de bedragen per gemeente voor het jaar t-1 te verhogen met groei van het macrobudget in het jaar t ten opzichte van t-1. Voor de jaren 2025 en 2026 wordt het eerder ontvangen intertemporeel voorschot hierop in mindering gebracht. De middelen voor Wsw en beschutte arbeid zijn vastgelegd in een integratie-uitkering en meerjarig bekend. Voor de dekking van de uitvoeringslasten ontvangen de gemeenten een algemene uitkering (Gemeentefonds), waarbinnen een cluster Participatie is opgenomen. De omvang daarvan wordt door Rijk bepaald en is bedoeld voor participatie-activiteiten en minimabeleid.
23
3. Wat zijn de baten en lasten? (vervolg) Overige subsidies Hieronder worden de overige subsidie-inkomsten (zoals ESF, regionale subsidies) verantwoord. Dotaties aan en onttrekkingen uit voorziening groot onderhoud gebouwen De dotaties aan deze voorziening zijn onderbouwd met het Meerjaren Onderhoudsplan (MJOP) gebouwen (termijn 10 jaar) dat jaarlijks wordt geactualiseerd en in 2023 integraal is bijgewerkt. De dotatie voedt de voorziening van waaruit de geplande grote onderhouds werken worden betaald. Doel hiervan is meer gelijkmatige kosten over de jaren heen. Rentebaten De rentestanden zorgen ervoor dat het schatkist bankieren weer rente oplevert. Op basis van de liquiditeitsbegroting en de toekomstige marktrente (stand feb 2024) zijn de rentebaten voorzichtig en structureel opgenomen in de begroting. Incidentele baten Baten die niet voortvloeien uit de normale bedrijfsvoering (o.a. incidentele lasten).
Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000)
Begroting 2025
Gewijzigde begroting 2024
Concept jaarrekening 2023
Onvoorzien
-
-
Vennootschapsbelasting
-
-
30.346
22.723
-
41
-
885
5.765
127
Algemene dekkingsmiddelen Dividend Rente Overhead
34.502 695 10.183
Dotaties aan en onttrekkingen uit reserves Voor de vorming, dotaties en onttrekkingen van reserves zijn besluiten van het algemeen bestuur vereist. Deze worden opgenomen in begroting dan wel begrotingswijzigingen. Voor de reserve toekomstgerichte bedrijfsvoering zijn aanvullende afspraken gemaakt. De programmatische inzet van deze middelen wordt voorafgegaan door business cases die aan het algemeen bestuur ter goedkeuring worden voorgelegd.
24
4 Paragrafen 4.a Weerstandsvermogen en risicobeheersing 26
4.b Financiering
4.c Bedrijfsvoering
29
32
4.d Onderhoud kapitaalgoederen 34
4.e Verbonden partijen 35
4.a
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
Wat wil Senzer bereiken?
Senzer streeft ernaar om de gestelde doelen te bereiken en daarbij de risico’s te beheersen. Restrisico’s worden zoveel mogelijk afgedekt met het aanwezige weerstands capaciteit. In de Notitie Reserves en voorzieningen zijn de streefwaarden voor de ratio weerstandsvermogen vastgelegd op 80-125%. De ratio weerstandsvermogen wordt bepaald door de aanwezige weerstandscapaciteit te delen door de benodigde weerstandscapaciteit. Deze bedraagt 77%. Daarbij is geen rekening gehouden met het rekeningresultaat 2023 en het eventueel niet (volledig) hoeven inzetten van de algemene reserve als dekking voor de loon- en prijsontwikkeling 2024 (€ 2,3 miljoen).
Wat gaat Senzer daarvoor doen?
Binnen Senzer worden de materiële juridische en financiële risico’s in beeld gebracht en structureel gemonitord. De organisatie is er op ingericht om deze te beheersen, waarbij er altijd sprake zal zijn van een zekere restrisico die wordt afgedekt met de aanwezige weerstandscapaciteit. De meeste impact op de begrotingsuitvoering zit in de aan Senzer ter beschikking gestelde rijksmiddelen. Met name de buig en LKS- bijdragen kunnen nogal fluctueren binnen het jaar en over de jaren heen. De invloed hierop is zeer beperkt.
Benodigd weerstandsvermogen
bedragen x € 1000
Nr Omschrijving risico 1 Rijksfinanciering en economische- en arbeidsmarktontwikkeling in relatie tot aantal uitkeringen en corresponderende lasten 2 Lagere toegevoegde waarde: wegvallen opdrachten en/of druk op tariefstelling 3 Loon- en prijsontwikkeling die afwijkt van gehanteerde CPB-ramingen 4 Opname van opgebouwde verlofrechten in één jaar 5 Toekomstbestendige bedrijfsvoering 6 Bedrijfscontinuïteit (fysieke en cybersecurity risico's) Totaal
Aanwezige weerstandscapaciteit
bedragen x € 1000
Begroting Gewijzigde Concept begroting jaarrekening 2025 2024 2023 6.360
6.450
6.330
1.360 990 480 p.m. 140 9.330
1.350 1.750 810 p.m. 140 10.500
1.350 310 480 p.m. 140 8.610
Begroting Gewijzigde Concept begroting jaarrekening 2025 2024 2023
Omschrijving reserve Algemene reserve Resultaat huidig jaar voor zover bekend Totaal
Resterend benodigd weerstandsvermogen
bedragen x € 1000
7.229
7.229
9.570
-
-
4.674
7.229
7.229
14.244
Begroting Gewijzigde Concept begroting jaarrekening 2025 2024 2023
Benodigd weerstandsvermogen minus aanwezige weerstandscapaciteit Totaal
2.101
3.271
-5.634
26
4.a
Weerstandsvermogen en risicobeheersing (vervolg)
Weerstandsvermogen, weerstandscapaciteit en risicoafdekking
1 Rijksfinanciering en economische- en
arbeidsmarktontwikkeling in relatie tot aantal uitkeringen en corresponderende lasten Bijstellingen in de financiering (met name de BUIG) vanuit het Rijk, die lopende het begrotingsjaar worden doorgevoerd, hebben een grote impact op de begroting van gemeenten en begroting en meerjarenraming van Senzer. Aangezien deze bijstellingen lopende het begrotingsjaar worden doorgevoerd is het niet mogelijk om hier begrotingstechnisch voldoende rekening mee te houden en wordt een neerwaartse bijstelling hier als risico opgenomen. De CPB-ramingen en realisatiecijfers van het aantal bijstandsuitkeringen zijn meest bepalend voor de omvang van de BUIG. Het aantal uitbetaalde uitkeringsdossiers in het jaar t-2 is mede bepalend voor de uiteindelijke bijdrage, hetzelfde geld voor de uitbetaalde loonkostensubsidie in het jaar t-1. Ook kan de verdeling naar de regio anders komen te liggen, door regionale ontwikkelingen. Daarnaast kan de omvang van het aantal bijstands uitkeringen en de omvang van te verstrekken loonkostensubsidies fluctueren en een positief dan wel negatief saldo tussen baten en lasten opleveren.
De realisatie van afgelopen jaren laat zien dat een afwijking in de orde van grootte van 5% heel wel mogelijk is. De kans op een negatieve bijstelling wordt -mede gezien de gunstige ontwikkeling van de bijstands volumes- ingeschat op 75%. Het risico komt bij een omvang van BUIG-LKS middelen van € 85 miljoen en het afdekken van twee begrotingsjaren uit op € 6,36 miljoen.
2 Lagere toegevoegde waarde: wegvallen
opdrachten en/of druk op tariefstelling Senzer zet maximaal in op door- en uitstroom waardoor medewerkers met een hoge toegevoegde waarde uitstromen naar reguliere werkgevers. Ook veroudert de Wsw-doelgroep waardoor de gemiddelde productiviteit van deze groep afneemt. Hierdoor loopt Senzer het risico dat de productiviteit per fte niet wordt gehaald. Daarnaast bestaat het risico dat het volume (aantal begrote fte) niet gehaald wordt door lagere instroom in de uitkering met meer complexe problematiek. Deze groep heeft een langer traject nodig voorafgaand aan werk om belemmeringen voor werk beheersbaar te maken. In de begroting is dit effect
niet/ nauwelijks verwerkt in de verwachtte toegevoegde waarde waardoor een hoger risicoprofiel bestaat. Deze werkt door in de meerjarenraming. Het risico van verdwijnen van opdrachten en detacheringen door toenemende concurrentie en/of een slechtere economische situatie (met name als gevolg van de coronacrisis) is reëel. Gevolg van het wegvallen van opdrachten en detacheringsovereenkomsten zijn lagere uitstroom en omzetverlies. Daarnaast heeft dit ook impact op de bedrijfsvoering vanwege extra effort voor het herplaatsen van de werknemers. De kans op dit risico wordt gemiddeld tot hoog ingeschat (50%). De impact wordt geschat op 10% van de begrote toegevoegde waarde van € 13,6 miljoen. Dat levert een risico op van € 1,36 miljoen. Het risico wordt afgedekt voor twee begrotingsjaren. Om de risico’s zoveel mogelijk te beperken wordt actief ingezet op duurzame relaties met bestaande werkgevers, goede kwaliteit van dienstverlening en eerlijke prijsstelling.
27
4.a
Weerstandsvermogen en risicobeheersing (vervolg)
3 Loon- en prijsontwikkeling die afwijkt van
gehanteerde CPB-ramingen Voor het berekenen van de loon- en prijsontwikkeling wordt uitgegaan van de CPB-ramingen die zijn opgenomen in de macro-economische verkenningen. Deze inschattingen worden meer dan een jaar van tevoren gemaakt. Jaarlijks zien we hier afwijkingen op. Na jaren met grote fluctuaties in de LPO lijkt er sprake van enige mate van rust en stabilisatie. Het risico profiel wordt dan ook naar beneden gebracht qua impact: van 2,5% naar 1,5%. Bij een lastenomvang (exclusief buig-LKS) van € 88 miljoen en een kans van 75% bedraagt het af te dekken risico € 0,99 miljoen.
4 Opname van de opgebouwde verlofrechten
in één jaar Alle medewerkers van Senzer tezamen hebben (eind 2023) 61.600 uren verlof openstaan die niet financieel zijn afgedekt. Het risico bestaat dat in enig jaar meer dan gemiddeld verlof wordt opgenomen of uitbetaald waardoor de lasten in dat jaar hoger zijn dan in de reguliere exploitatie gedekt. Het risico wordt voor 2025 en toekomstige jaren ingeschat op 10% met een gemiddeld tarief van € 19 en is berekend op basis van eindstanden in 2023. Dit representeert een bedrag van € 0,36 miljoen. Daarnaast hebben de Wsw-medewerkers de mogelijk-
heid verlof te sparen om dit later op te nemen voor een langere aaneengesloten periode. Ter kwantificering van het maximale verlies van toegevoegde waarde wordt gerekend met € 5,50 per uur. Ultimo 2023 is het saldo 65.900 uren, wat een bedrag vertegenwoordigt van € 0,12 miljoen. Het totale risico op balansdatum bedraagt € 0,48 miljoen. Waar mogelijk wordt additioneel opgenomen verlof opgevangen door collega’s, dan wel wordt gekeken naar het prioriteren van werkzaamheden.
5 Toekomstbestendige bedrijfsvoering
De uitvoering van de programma’s huisvesting korte termijn en digitalisering loopt in de jaren 2024-2026. Daarbij is aangegeven dat niet de volledige programma’s kunnen worden uitgevoerd vanwege het ontbreken van afdoende middelen. Zodra er zich mogelijkheden voortdoen om additionele middelen vast te leggen voor de programma’s, zal dit in besluitvorming richting bestuur worden gebracht. Daarnaast wordt nog gekeken naar de huisvesting op lange termijn, waarvoor eerst visiebepaling zal plaatsvinden samen met het bestuur. Daarmee bestaat er het risico dat de programma’s niet ten volle worden uitgevoerd en is het risico op p.m. gezet.
6 Bedrijfscontinuïteit (fysieke en cybersecurity
risico’s) Het afgelopen jaar heeft met corona en de netwerk inbraak nog een keer duidelijk gemaakt hoe afhankelijk Senzer is van de fysieke locatie en -dossiers alsook de toegang tot systemen en applicaties. Een calamiteit kan leiden tot niet verzekerde schade en ook leegloop aan uren die weer moeten worden ingehaald met overuren en/of inhuur. Aan niet verzekerde schade is een bedrag ingeschat van € 0,3 miljoen. Aan leegloopuren is het risico bepaald op vier weken, volledige sluiting tegen een gemiddeld uurtarief; circa € 2,6 miljoen. De kans wordt laag ingeschat; eens in de 20 jaar. Daarmee komt het risicobedrag op € 0,14 miljoen. Zowel op fysieke- als cybersecurity risico’s zijn de rollen en protocollen nog een keer aangescherpt. Ook wordt geïnvesteerd in maatregelen ter voorkoming of beperking van fysieke en/of digitale schade. Naast de aangescherpte aansturing gaat het dan onder andere om actievere monitoring en verantwoording van risico’s, bewustwordings-campagnes en technische en technologische aanpassingen.
28
4.b
Financiering
Financiële kengetallen
Met ingang van het jaarbericht 2015 stelt het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), dat de kaders vormt voor de begroting en de jaarverslaglegging van publiek rechtelijke organen waartoe het werkbedrijf behoort, de opname verplicht van een aantal financiële kengetallen. In de tabel hiernaast treft u deze aan met een toelichting. De netto schuldquote saldeert de schulden en de meteen opeisbare tegoeden en zet die af tegen de baten. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de posities met en zonder uitgezette leningen, omdat
een hoge schuldpositie met daar tegenover ook hoge uitzettingen vooralsnog niet problematisch hoeft te zijn. Senzer heeft geen uitgezette leningen. Het solvabiliteitsrisico is een indicatie omtrent de mate waarin het werkbedrijf aan zijn langlopende verplichtingen kan voldoen. Het is de verhouding tussen het eigen vermogen en het totale vermogen. Een percentage kleiner dan 50% duidt erop dat het vreemd vermogen groter is dan het eigen vermogen, hetgeen betekent dat Senzer in de toekomst zijn langlopende verplichtingen niet zelf kan voldoen.
Voor de begroting 2025 en meerjarenraming 2026-2028 zijn de structurele lasten en baten met elkaar in evenwicht.
Begroting 2025 -5%
Begroting 2026 -5%
Begroting 2027 -5%
Begroting 2028 -5%
Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
-5%
-5%
-5%
-5%
Solvabiliteitrisico
37%
36%
37%
37%
Grondexploitatie
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0%
0%
0%
0%
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Kengetallen BBV Netto schuldquote
Structurele Exploitatieruimte Belastingcapaciteit
De structurele exploitatieruimte geeft de ruimte aan die in de structurele exploitatiebegroting van het werkbedrijf is opgenomen. Het percentage is positief zolang de structurele baten de structurele lasten overtreffen.
29
4.b
Financiering (vervolg)
Hieronder wordt ingegaan op de treasury-activiteiten, met als exponenten kasgeldlimiet en renterisiconorm. De toelichting hierop is een uitvloeisel van het Besluit Begroting en Verantwoordingprovincie en gemeenten (BBV) uit 2004 en betreft met name voor de gemeenschappelijke regeling verplichte onderdelen. De opmerkingen in dit kader moeten dan ook enkel en alleen in het licht van de gemeenschappelijke regeling worden gezien en verwijzen verder op geen enkele wijze naar de verschillende vennootschappen. De eigen verantwoordelijkheid van decentrale overheden voor het treasurybeleid blijft voorop staan. Dit is geregeld in de wet FIDO. Daarnaast heeft het algemeen bestuur in 2022 het treasurystatuut vast gesteld, waarin de regels zijn bepaald met betrekking tot deze taken. Overigens hebben de decentrale overheden met de komst van de wet op het schatkistbankieren praktisch geen handelingsruimte meer als het gaat om beheer van de financiële posities. De wet schrijft voor dat alle overtollige middelen dagelijks afgedragen dienen te worden aan de schatkistrekening. De financiële positie wordt dan ook dagelijks beoordeeld. Daaruit vloeien acties voort om te voorkomen dat we niet kunnen voldoen aan onze dagelijkse betalingsverplichtingen. Het schatkistbankieren levert
na enkele jaren van een rentepercentage van nul, momenteel en in de voorziene toekomst weer de nodige rente op.
Kasgeldlimiet
Voor het beheersen van de renterisico’s op korte termijn dient Senzer de uitgangspunten van de kasgeldlimiet te hanteren. De kasgeldlimiet is het bedrag dat de gemeenschappelijke regeling maximaal als gemiddelde netto vlottende schuld over een periode van drie maanden mag hebben. Indien Senzer deze limiet wenst te overschrijden, moet hiervoor toestemming worden verkregen bij Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet bepaald op 8,2% van het totaalbedrag van de begroting, waarbij een minimum van € 300.000 geldt. Voor de begroting 2025 betekent dit dat, bij een begrotingstotaal van 173.312 k€ en het bij ministeriële regeling vastgestelde percentage van 8,2%, de kasgeldlimiet 14.212 k€ bedraagt. De laatste jaren heeft Senzer een positief saldo aan vlottende middelen gehad. Een overschrijding van de kasgeldlimiet is dan ook niet aan de orde.
30
4.b
Financiering (vervolg)
Renterisiconorm
Voor het beheersen van de renterisico’s op de lange termijn dient Senzer de renterisico’s in beeld te brengen voor de vaste schuld in relatie tot de rente risiconorm. Het renterisico op de vaste schuld wordt berekend door te bepalen welk deel van de portefeuille aan vaste schuld in enig jaar geherfinancierd moet worden door het aangaan van nieuwe leningen behorend tot de vaste schuld (herfinanciering), en voor welk deel van de vaste schuld de geldnemer een wijziging van de rente op basis van de leningsvoorwaarden niet kan beïnvloeden (renteherziening). De renterisiconorm kan worden berekend door een, bij ministeriële regeling, vastgesteld percentage (20% met een minimum van € 2,5 miljoen) te vermenigvuldigen met de totale lasten van de begroting. Het te lopen renterisico mag in beginsel de renterisiconorm niet overschrijden. Senzer zal in 2025 aan de renterisiconorm voldoen.
(Bedragen x € 1.000)
Renterisiconorm begrotingstotaal over de jaren 2025 tot en met 2028 Variabelen renterisico(norm)
2025
2026
2027
2028
(1)
Renteherzieningen
(2)
Aflossingen
-
-
-
-
(3) = (1+2)
Renterisico
-
-
-
-
(4)
Renterisiconorm
34.662
34.223
33.990
33.958
(5a) = (4>3)
Ruimte onder renterisiconorm
34.662
34.223
33.990
33.958
(5b) = (3>4)
Overschrijding renterisiconorm
-
-
-
-
173.312
171.116
169.948
169.790
Renterisiconorm (4a)
Begrotingstotaal
(4b)
Percentage regeling
20%
20%
20%
20%
(4) = (4a x 4b)
Renterisiconorm
34.662
34.223
33.990
33.958
Begrotingstotaal: de totale lasten op de begroting (Wet financiering decentrale overheden)
31
4.c
Bedrijfsvoering
Organisatie
Senzer voert voor de zeven deelnemende gemeenten vanaf 2016 de Participatiewet en aanverwante wet- en regelgeving uit. De daarbij geformuleerde dienstverleningslijnen worden in de uitvoering ondersteund door de bedrijfsvoerings- en concernafdelingen.
Toekomstbestendige bedrijfsvoering
Binnen Senzer, waar de mens centraal staat, is een goed HR-beleid cruciaal. Hiervoor werken wij binnen HR’25 aan zeven thema’s, waaronder duurzame inzetbaarheid, opleiden en ontwikkelen. Daarnaast is er een drietal programma’s ontwikkeld dat samen zorgt voor een optimale klant-medewerkersbeleving: Doorontwikkeling dienstverlening, Digitalisering en Huisvesting. In 2025 investeren wij in het programma doorontwikkeling dienstverlening. Hieronder vallen een aantal projecten die als doel hebben de dienstverlening aan inwoners en bedrijven te innoveren. De ambitie is om te komen tot een goede klantbeleving, waarbij zowel de inwoners als de medewerkers zo goed mogelijk in hun behoefte worden ondersteund binnen de ruimte van wet- en regelgeving.
Het programma huisvesting (korte termijn) wordt in 2025 afgerond en zorgt ervoor dat onze medewerkers een werkomgeving hebben die past bij onze opdracht en dienstverlening, onze verschillende soorten werkzaamheden, onze samenwerking onderling en met onze netwerkpartners. De fysieke werkomgeving is in 2025 zo ingericht dat wij beschikken over een toekomstbestendige en eigentijdse werkomgeving waar onze medewerkers vitaal blijven en onze klanten en partners zich thuis voelen. Voor het programma huisvesting op lange termijn zullen separatie doelen en plannen worden geformuleerd. In 2025 continueren wij het programma digitalisering door het realiseren van een gebruiksvriendelijke digitale werkomgeving met efficiënt ingerichte werkprocessen, zodat onze medewerkers zich volledig kunnen richten op hun primaire taken. Deze digitale omgeving is optimaal beveiligd en op elk moment, op elke willekeurige locatie toegankelijk via diverse
apparaten. Het ondersteunt ook de inwoners en werkgevers van onze regio in het zo goed mogelijk gebruik maken van onze dienstverlening. Medewerker tevredenheid begeleidingsorganisatie De tevredenheid van de medewerkers in de begeleidingsorganisatie wordt op basis van het werkbelevings onderzoek 2022 gewaardeerd op 7,4. Gestreefd wordt in 2025 op minimaal dezelfde score uit te komen.
Formatieontwikkeling
De gemiddelde formatie van de begeleidingsorganisatie stabiliseert in 2025 ten opzichte van de gewijzigde begroting 2024. De aanpak van doelgroepen met specifieke kenmerken: jongeren, laaggeletterden, beschut werkenden, psychisch kwetsbaren en statushouders wordt tijdelijk opgenomen in de formatie, zodat we in 2025 helder kunnen krijgen of en hoe we deze dienst verlening structureel kunnen laten indalen in de basisdienstverlening; conform Kaderbrief Senzer 2025.
Fte begeleidingsorganisatie
2024
2025
2026
2027
2028
Gemiddeld
457,60
454,61
442,43
438,92
439,01
32
4.c
Bedrijfsvoering (vervolg)
Financiële rechtmatigheid
Wet open overheid
persoonsgegevens van medewerkers en inwoners of aan bescherming van concurrentiegevoelige bedrijfsgegevens. De informatie die wij actief moeten openbaren is opgedeeld in 11 informatiecategorieën. In 2025 bereiden we de organisatie verder voor op actieve openbaarmaking van enkele categorieën. Hierbij volgen we de gefaseerde verplichtingsdata van de Rijksoverheid. Van Senzer wordt een digitale omgeving verlangd, waar documenten vindbaar en toegankelijk zijn voor inwoners, bedrijven en journalisten. In 2024 is reeds gestart met een onderzoek naar een geschikt publicatieplatform dat goed aansluit op de Woo-index. Afhankelijk van de gemaakte keuze, kunnen we in 2025 verder met het actief publiceren van enkele informatiecategorieën.
De concerncontroller stelt jaarlijks een intern controle plan op ten behoeve van de zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van de informatie verstrekking en de rechtmatigheid van de beheers handelingen en rapporteert hierover.
Actieve openbaarmaking Actieve openbaarmaking is een nieuw verplicht onderdeel in de Woo. Om duidelijkheid en trans parantie te vergroten, moeten overheden zelf meer informatie openbaren. Het motto is: Openbaar, tenzij.. Informatie die over de publieke taak gaat is dus openbaar, tenzij er een zwaarwegend belang is om hier van af te wijken. Denk bijvoorbeeld aan
Passieve openbaarmaking In 2025 begeleiden we medewerkers in het werken met de nieuwe anonimiserings-software en zal dit zorgen voor een efficiënter werkproces ten aanzien van het afhandelen van Woo-verzoeken.
Met ingang van het jaar 2023 geeft het dagelijks bestuur een verklaring af over rechtmatigheid in plaats van de accountant. Deze wijziging komt voort uit het rapport ‘Vernieuwing van de begroting en verantwoording van gemeenten’ van de commissie Depla. Het uitgangspunt van de wetgever is dat de reikwijdte van de verantwoording door het bestuur niet wijzigt ten opzichte van de situatie waarin de accountant een oordeel gaf. In de jaarstukken zal het dagelijks bestuur dit doen conform de wettelijk voorgeschreven modelverantwoording. Verantwoording over en toelichting op de financiële rechtmatigheid worden bij de jaarstukken opgenomen in de paragraaf Bedrijfsvoering.
Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Deze wet heeft de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) vervangen. De Woo regelt het recht op informatie over alles wat de overheid doet. Toegang tot publieke informatie is sinds de Woo een expliciet recht van de inwoner geworden. En dus ook een plicht voor Senzer. Al tijdens het creëren van informatie moet rekening worden gehouden met de openbaarmaking ervan. Dit vraagt om een cultuur verandering rond de omgang met informatie en om goede informatiehuishouding. In 2025 zetten we verder in op bewustwording van medewerkers als het gaat om openheid, open communicatie en zorgvuldige omgang met informatie.
33
4.d
Onderhoud kapitaalgoederen
Meerjarenonderhoudplan (MJOP)
In 2023 is het MJOP geactualiseerd. Dit vormt de basis voor het te plegen onderhoud aan onze gebouwen voor de komende 10 jaar. In de voorziening groot onderhoud worden alleen de kosten van groot onderhoud opgenomen. Onder groot onderhoud wordt verstaan alle gebouw gebonden kosten en gebouw gebonden technische installaties kosten. Dit zijn terugkerende kosten die de conditie van het pand op peil houden. Investeringen worden geactiveerd, waarbij de richtlijnen gevolgd worden die in de financiële verordening zijn bepaald. Kosten klein onderhoud worden rechtstreeks in de winst- en verliesrekening verantwoord. Het algemeen bestuur beslist op grond van de Gemeentewet en de Wet gemeenschappelijke regelingen over de lasten (dotaties) die voortvloeien uit het recente MJOP in de begroting en meerjaren raming. Het algemeen bestuur heeft eind 2023 ingestemd met de dotaties aan de voorziening groot onderhoud voor de jaren 2023 t/m 2032.
34
4.e
Verbonden partijen hebben hier hun dienstverband. Op de dienstverbanden binnen deze vennootschap is sinds 1 juli 2021 de cao Aan de Slag van toepassing. Dariuz is voortgekomen uit een samenwerking van diverse partijen, waaronder TNO. Enkele partijen hadden een diagnosetool, terwijl andere partijen een loonwaarde meetsysteem kenden. De krachten zijn gebundeld en in 2008 in een vennootschap onder
Stichting Senzer fungeert als personeelsstichting. Tevens zijn hier de dienstverbanden in het kader van de (voormalige) Wet inschakeling werkzoekenden (Wiw) ondergebracht. Senzer Direct Werk bv is ingericht voor dienstverbanden van medewerkers op weg naar werk vanuit de Participatiewet. Ook mensen met de indicatie Beschut Werk