Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen Veegplan XIII
Tekst van het document
Postbus 290 5710 AG Someren Telefoon (0493) - 494888 fax (0493) – 494850
Nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen ontwerpbestemmingsplan Veegplan XIII NL.IMRO.0847.BP02021011-OW01
Inhoud 1.
Inleiding ...........................................................................................................................................................................................3
2.
Gemeentelijke beantwoording ..........................................................................................................................................................4
2.1
Provincie Noord-Brabant ...................................................................................................................................................................4
3.
Conclusie ..........................................................................................................................................................................................7
4.
Overzicht van aanpassingen .............................................................................................................................................................8
4.1 Aanpassingen naar aanleiding van de zienswijze ........................................................................................................................................8 4.2 Ambtshalve aanpassingen.......................................................................................................................................................................8 Bijlage 1: publicatie................................................................................................................................................................................10 Bijlage 2: Ingekomen zienswijze ............................................................................................................................................................12 Bijlage 3: Mailverkeer provincie .............................................................................................................................................................15
2
1.
Inleiding Bijlage 1 geeft de publicatie weer. In bijlage 2 is de ingekomen
Het college van burgemeester en wethouders heeft ingestemd met het
zienswijze weergegeven. In bijlage 3 is eerdere correspondentie met de
ontwerpbestemmingplan ‘Veegplan XIII, gemeente Someren 2021 en
provincie Noord-Brabant opgenomen.
besloten dit plan vrij te geven voor zienswijzen. Op donderdag 26 mei 2022 heeft het college door publicaties in het Contact en het gemeenteblad (via www.officielebekendmakingen.nl) de terinzagelegging voor 6 weken, vanaf 27 mei 2022, aangekondigd. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 27 mei 2022 tot en met 7 juli 2022 ter inzage gelegen. Een ieder kon mondeling of schriftelijk zienswijzen naar voren brengen. Er is een schriftelijke zienswijze ontvangen van: •
Provincie Noord Brabant, postbus 90151, 5200 MC ‘sHertogenbosch, d.d. 7 juli 2022, ontvangen 7 juli 2022
Er zijn binnen de gestelde termijn geen mondelinge zienswijzen naar voren gebracht. In deze nota van zienswijzen en ambtshalve aanpassingen wordt in hoofdstuk 2 de ingekomen zienswijze van een gemeentelijke beantwoording voorzien. Wij vatten daarbij de zienswijze samen en voorzien deze als zodanig van commentaar. De zienswijze wordt in zijn geheel beoordeeld. Hoofdstuk 3 geeft de conclusie die voortkomt uit de beantwoording van de zienswijze. Hoofdstuk 4 geeft een opsomming van de wijzigingen als gevolg van de zienswijze en ambtshalve aanpassingen.
3
2.
Gemeentelijke beantwoording
De ingediende zienswijze wordt hierna samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet worden genoemd, niet bij de beoordeling worden betrokken. De zienswijze is in zijn geheel beoordeeld.
2.1
Provincie Noord-Brabant
Provincie Noord-Brabant, gedateerd en ingekomen op 7 juli 2022 2.1.1
Zandstraat 42/42a en Ruiter 27b
Naar aanleiding van zienswijze van de provincie is overleg geweest op
Artikel 3.69 van de IOV bepaalt dus dat het gebruik van een
14 september 2022.
voormalige bedrijfswoning als burgerwoning onder voorwaarden mogelijk is. Een van de voorwaarden is dat ‘overtollige bebouwing’
Er is over dit dossier eerdere afstemming geweest met de provincie
dient te worden gesloopt en aan deze voorwaarden wordt met het dit
(zie ook bijlage 3 van dit verslag). Die eerdere afstemming heeft ertoe
plan niet voldaan. Daarnaast blijft de niet-agrarische functie
geleidt dat we deze weg zijn ingeslagen, met deze oplossing. Tijdens
gehandhaafd. Het voorliggende plan gaat hieraan voorbij en gaat uit
het gesprek in september 2022 is afgesproken dat er een historische
van het opsplitsen van het huidige bestemmingsvlak in enerzijds een
context aan de onderbouwing wordt toegevoegd, waaruit blijkt hoe
woonbestemming en anderzijds het handhaven van de niet-
deze situatie is ontstaan.
agrarische bestemming waarbij bebouwing binnen de niet-agrarische bedrijfsbestemming afzonderlijk wordt aangeduid. In de plantoelichting wordt aangegeven dat de betreffende woning feitelijk in gebruik is als burgerwoning en dat de woning een andere eigenaar kent dan het bedrijf waardoor geen binding bestaat tussen de woning en het bedrijf. De plantoelichting maakt hiermee echter niet duidelijk dat sprake is van een situatie die een zelfstandige woonbestemming rechtvaardigt, bijvoorbeeld vanuit een bijzondere historisch gegroeide situatie.
Het bovenstaande maakt duidelijk dat wij dus niet in kunnen 2.1.2
stemmen met deze afsplitsing van de bedrijfswoning. Functie-aanduiding “specifieke vorm van agrarischschuilgelegenheid 1 en 2” Wij constateren dat binnen de gebiedsbestemmingen Agrarisch en Agrarisch met waarden afzonderlijke functie-aanduidingen “specifieke vorm van agrarisch-schuilgelegenheid 1 en 2 ” worden toegekend ten behoeve van ‘een schuilgelegenheid’. De betreffende bebouwing maakt in de vigerende situatie reeds onderdeel uit van de bestaande bouwpercelen behorende bij de geldende bedrijfsbestemming en agrarische bedrijfsbestemming. Door deze nu afzonderlijk te bestemmen met een functieaanduiding merken wij dit aan als nieuwvestiging en dus strijdig met artikel 3.6 van de IOV.
We gaan deze situatie anders bestemmen. Schuilgelegenheid 1 komt binnen de al aanwezige bedrijfsbestemming te liggen waardoor er geen nieuwvestiging ontstaat. Voor schuilgelegenheid 2 is deze mogelijkheid er echter niet, de woonbestemming zou dan te groot worden. Deze schuilgelegenheid past echter beter binnen onze beleidsmatige mogelijkheden voor een dergelijk bouwwerk in een agrarische gebiedsbestemming (in tegenstelling tot schuilgelegenheid 1). Schuilgelegenheid 2 is namelijk 19 m2 met een goot- en bouwhoogte van 3 m1 en 5,5 m1.
Hieruit volgt dat wij niet in kunnen stemmen met de planregels 3.1.b en 3.2.1.c. 2.1.3
Splitsing cultuurhistorisch waardevolle bebouwing Met dit plan wordt de splitsing planologische juridisch mogelijk
Omdat er voor een advies van de monumentencommissie een nader
gemaakt en dat betekent dat in deze procedure ook vastgesteld
onderzoek aangeleverd moet worden, kan dit advies niet tijdig worden
moet worden dat deze splitsing in overeenstemming is met
verkregen. Daarom is besloten deze locatie uit Veegplan XIII te halen.
bepalingen uit de IOV. Een cultuurhistorisch rapport of advies van de
Mogelijk wordt deze na een (positief) advies van de commissie
monumentencommissie zal dus alsnog aan het plan moeten worden
toegevoegd aan een volgend veegplan.
toegevoegd zodat wij in staat zijn om te beoordelen of deze splitsing al dan niet strijdig is met artikel 3.69 van de IOV. 2.1.4
Hollandseweg 15
Dit klopt, het was echter de bedoeling om een vormverandering toe te
Wij constateren dat hier niet slechts sprake is van een
passen en niet een vergroting. Dit wordt hersteld.
vormverandering maar ook van een vergroting van het agrarisch bouwperceel van ongeveer 500 m2. Daarom is in het kader van “Buitengebed Deelgebied 2” dan ook door ons college een zienswijze verzonden met kenmerk C2249554/4571742. De opmerking in deze zienswijze kunnen hier dan ook worden herhaald.
5/17
2.1.5
Planregels
Alle opgenomen afwijkingsregels zijn niet alleen een uitwerking van
Onder de planregels voor de bestemming Wonen - Buitengebied zijn
eerder opgesteld beleid, maar ook al toegepast in bijvoorbeeld de
zeer ruime mogelijkheden opgenomen om middels een
(vigerende) parapluplannen arbeidsmigranten en NAF-beleid. Wij
omgevingsvergunning af te wijken van de gebruiksregels. Artikel
hebben dus geen nieuwe mogelijkheden toegevoegd, die andere
7.5.5. maakt een groepsaccommodatie mogelijk voor 20 personen,
woonbestemmingen niet hebben. Uiteraard dient ‘wonen’ de
artikel 7.5.6. een B & B voor 10 personen, artikel 7.5.3. huisvesting
hoofdfunctie te blijven en worden geen vergunningen verleend aan
voor 15 personen met een zorgbehoefte en dan maakt artikel 7.5.9.
locaties waarbij dat niet zo is.
tevens huisvesting van 20 arbeidsmigranten mogelijk binnen de bestaande woning. Zeker het huisvesten van 20 arbeidsmigranten
Voor wat betreft de 20 arbeidsmigranten: het aantal in de
verhoudt zich niet tot de doeleinden van een woonbestemming. Een
afwijkingsbevoegdheid is 4, met de mogelijkheid daarvan af te wijken
woonbestemming is namelijk bedoeld voor de huisvesting van een
tot 20 personen wanneer er onder andere voldoende parkeerplek is.
gezinshuishouding. De huisvesting van arbeidsmigranten in de
Ook zijn er regels voor het aantal woningen voor arbeidsmigranten per
omvang zoals het plan mogelijk maakt, wordt in onze ogen niet als
straat en dergelijke.
gezinshuishouding aangemerkt. Bovendien beoordelen wij deze activiteit niet als ondergeschikt gebruik in het kader van een
Zoals hierboven aangegeven zit deze mogelijkheid al in ons
reguliere woonbestemming. Op grond van evenwichtige toedeling
vastgestelde een onherroepelijke parapluplan voor
van functies dringen wij erop aan om de afwijkingsbevoegdheid ten
woonbestemmingen in het buitengebied. Daarom hebben wij deze
behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten uit de planregels
regeling ook overgenomen in het Veegplan.
te verwijderen. Ten aanzien van de andere afwijkingsmogelijkheden verzoeken wij u te bezien of deze als ondergeschikte activiteit bij de woonbestemming kunnen worden aangemerkt.
6/17
3.
Conclusie
De naar voren gebrachte zienswijzen leiden niet tot een heroverweging van de medewerking aan het bestemmingsplan Veegplan XIII Someren. Gelet op de beantwoording in hoofdstuk 2 concluderen wij dat de zienswijze van Provincie Noord-Brabant, postbus 90151 MC ‘s-Hertogenbosch, gedateerd en ontvangen op 14 juli 2020, ontvankelijk en deels gegrond is.
7/17
4.
Overzicht van aanpassingen
De ingekomen reactie vormt een reden om het bestemmingsplan op verschillende onderdelen aan te passen.
4.1 Aanpassingen naar aanleiding van de zienswijze Naar aanleiding van reactie:
Worden het bestemmingsplan als volgt aangepast:
2.1.1.
In de onderbouwing van Zandstraat 42/42a wordt een historische context toegevoegd.
2.1.2
De verbeelding wordt dusdanig aangepast dat schuilgelegenheid 1 aan Zandstraat 42 binnen de bedrijfsbestemming komt te liggen. In de regels veranderd dat dan ook. Als gevolg hiervan wordt de LIR berekening in de onderbouwing ook aangepast.
2.1.3
Locatie Zandstraat 44 wordt uit dit veegplan gehaald.
2.1.4
De verbeelding van Hollandseweg 15 wordt dusdanig aangepast zodat de agrarische bebouwing wel binnen het bestemmingsvlak ligt, maar er geen sprake is van een vergroting maar van een vormverandering.
4.2 Ambtshalve aanpassingen
Om gehoor te geven aan de opmerkingen van de provincie n.a.v. de eerdere afstemming (zie bijlage 3) worden de volgende aanpassingen gedaan: -
Op de woning Zandstraat 42 komt de aanduiding ‘afgesplitste bedrijfswoning’. In de regels wordt opgenomen dat er geen vervolgfuncties/ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn op deze woonbestemming. Met uitzondering van een aan huis verbonden beroep zoals mogelijk is binnen alle reguliere woonbestemmingen.
-
De bedrijfsactiviteiten aan Zandstraat 42a moeten gelieerd zijn aan de activiteiten van het bedrijf op adres Postel 22 Someren. Dit wordt toegevoegd aan de regels.
-
De inpassingsplannen voor Zandstraat 42/42a en Ruiter 27b zijn aangepast. Deze nieuwe inpassingsplannen moeten nog apart worden toegevoegd in de ruimtelijke onderbouwing, ter vervanging van de oude inpassingsplannen. De oude tekeningen staan op pagina 38 en 39 van de ruimtelijke onderbouwing. Daarnaast moet dit nieuwe inpassingsplan als bijlage worden toegevoegd in de ruimtelijke onderbouwing van Zandstraat 42, 42a en Ruiter 27b. Ook wordt dit plan in de bijlage van de regels vervangen.
8/17
-
Bij de ruimtelijke onderbouwing van Zandstraat 42, 42a en Ruiter 27b stonden in het ontwerp de bijlagen niet onder de ruimtelijke onderbouwing. Naast het akoestisch onderzoek en het erfbeplantingsplan hoort daar ook het bodemonderzoek bij.
-
Het akoestisch onderzoek voor Zandstraat 44 is geactualiseerd.
-
De aanduiding ‘minicamping’ op adres Houtbroekdijk 32 wordt iets vergroot ten aanzien van het ontwerp. Dit omdat de aanduiding nu om een geplande loods heen ligt, terwijl het juist de bedoeling was dat de faciliteiten voor de minicamping in die loods kwamen. De verbeelding wordt als volgt aangepast:
-
In verband met een nieuw vastgesteld beeldkwaliteitsplan zijn de onderbouwing op dit punt geactualiseerd.
-
Voor plan Houtbroekdijk 32 is een nieuwe Aerius berekening uitgevoerd.
9/17
Bijlage 1: publicatie
10/17
11/17
Bijlage 2: Ingekomen zienswijze Geachte raad, Het ontwerp-bestemmingsplan ‘Veegplan XIII, gemeente Someren 2021‘ ligt tot en met 7 juli 2022 ter inzage. Op grond van artikel 3.8, van de Wet ruimtelijke ordening, dienen wij hierbij zienswijzen in tegen dit bestemmingsplan. Planbeschrijving Het ontwerp Veegplan XIII, gemeente Someren 2021 voorziet in zes ontwikkelingen en enkele ambtshalve aanpassingen. In het voorontwerp waren nog vijf ontwikkelingen opgenomen. Bij dit ontwerp is de locatie Hollandseweg 15 toegevoegd. Vooroverleg Bij brief van 2 februari 2022, kenmerk C2288550/5018955, heeft onze Eenheid Ruimtelijke Ontwikkeling gereageerd op het voorontwerp. Deze brief en uw reactie hierop liggen mede aan onze zienswijze ten grondslag. Provinciaal beleidskader Het provinciaal ruimtelijk beleid is vastgelegd in de Brabantse Omgevingsvisie en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). Op 11 maart 2022 hebben Provinciale Staten de Omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld die gelijktijdig met de Omgevingswet inwerking zal treden. Daarnaast is op 15 april 2022 de wijziging Interim omgevingsverordening – actualisatie april 2022 in werking getreden. Hierin zijn een aantal thema’s opgenomen en wijzigingen aangebracht ten opzichte van de geldende Interim omgevingsverordening.
De omgevingsvisie en omgevingsverordening zijn te raadplegen via www.brabant.nl/interimomgevingsverordening. Inhoudelijk standpunt De ontwikkelingen op de locatie Zandstraat 42/42a en Ruiter 27b en op de locatie Hollandseweg 15 zijn niet in overeenstemming met bepalingen uit de IOV en dit wordt onderstaand uiteengezet. Zandstraat 42/42a en Ruiter 27b Voor deze locatie heeft geen inhoudelijke ambtelijke beoordeling plaatsgevonden in het kader van het voorontwerp omdat daarvoor onvoldoende informatie was aangeleverd. Dit ontwerp voorziet voor deze locatie in de omzetting van de bestemmingen Agrarisch met waarden, Agrarisch bedrijf en Bedrijf naar de bestemmingen Agrarisch met waarden, Agrarisch, Wonen en Bedrijf waarbij o.a. een bedrijfswoning van een niet-agrarische functie wordt afgesplitst naar een woning en schuilgelegenheden mogelijk wordt gemaakt binnen agrarische bestemmingen. Daarnaast wordt een monumentale agrarische bedrijfswoning gesplitst en omgezet naar twee woningen. Afsplitsen bedrijfswoning Op grond van het geldend bestemmingsplan vigeert binnen het plangebied o.a. een niet-agrarische bedrijfsbestemming. Het plan voorziet in de splitsing van deze niet-agrarische bedrijfsbestemming in een woonbestemming en een niet-agrarische bedrijfsbestemming.
Bebouwing gelegen binnen deze nietagrarische bedrijfsbestemming wordt met dit plan als zodanig afzonderlijk aangeduid, zie de tabel bij planregel 6.2.1. In de toelichting bij het bestemmingsplan is opgenomen dat de bedrijfswoning feitelijk door derden wordt bewoond en er geen binding is met het bedrijf. Wij merken het volgende op.
12/17
Het afsplitsen van de voormalige bedrijfswoning achten wij in bepaalde situaties aanvaardbaar. Kortheidshalve verwijzen wij naar hetgeen hierover in de toelichting op artikel 3.69 is opgenomen: “In het algemeen is er geen sprake van een voormalige bedrijfswoning indien op het perceel nog een agrarische of niet- agrarische functie wordt uitgeoefend. In zo'n geval is publiekrechtelijke afsplitsing van de bedrijfswoning in beginsel ook niet wenselijk. Als de bedrijfswoning feitelijk door derden wordt bewoond, biedt de Wet Plattelandswoning de mogelijkheid om burgerbewoning van de bedrijfswoning toe te staan. De bestemming blijft dan bedrijfswoning. Soms is verdergaand maatwerk gewenst, bijvoorbeeld in geval van een tweede bedrijfswoning die niet langer nodig is. Ook kan het vanwege een historisch gegroeide situatie wenselijk zijn om een eerste bedrijfswoning om te zetten naar burgerwoning.” Bovenstaande alinea is al eerder onder de aandacht gebracht, zie o.a. de zienswijze van Gedeputeerde Staten met kernmerk C2294962/5061934. Artikel 3.69 van de IOV bepaalt dus dat het gebruik van een voormalige bedrijfswoning als burgerwoning onder voorwaarden mogelijk is. Een van de voorwaarden is dat ‘overtollige bebouwing’ dient te worden gesloopt en aan deze voorwaarden wordt met het dit plan niet voldaan. Daarnaast blijft de niet-agrarische functie gehandhaafd.
Het voorliggende plan gaat hieraan voorbij en gaat uit van het opsplitsen van het huidige bestemmingsvlak in enerzijds een woonbestemming en anderzijds het handhaven van de niet-agrarische bestemming waarbij bebouwing binnen de niet-agrarische bedrijfsbestemming afzonderlijk wordt aangeduid. In de plantoelichting wordt aangegeven dat de betreffende woning feitelijk in gebruik is als burgerwoning en dat de woning een andere eigenaar kent dan het bedrijf waardoor geen binding bestaat tussen de woning en het bedrijf. De plantoelichting maakt hiermee echter niet duidelijk dat sprake is van een situatie die een zelfstandige woonbestemming rechtvaardigt, bijvoorbeeld vanuit een bijzondere historisch gegroeide situatie. De woning en het naastgelegen bedrijf vormen naar onze inzichten wel degelijk een ensemble, een ruimtelijke eenheid. Eigendomssituaties zijn hierbij niet doorslaggevend. Het bovenstaande maakt duidelijk dat wij dus niet in kunnen stemmen met deze afsplitsing van de bedrijfswoning. In het verlengde hiervan merken wij (waarschijnlijk ten overvloede) op dat er dus sprake is planologisch-juridische nieuwvestiging waarvoor geen bepalingen in de IOV zijn opgenomen die dit rechtvaardigen. Dit planonderdeel is dus strijdig met artikel 3.69 van de IOV en daarmee ook strijdig met artikel 3.6 van de IOV.
Functie-aanduiding “specifieke vorm van agrarisch-schuilgelegenheid 1 en 2” Wij constateren dat binnen de gebiedsbestemmingen Agrarisch en Agrarisch met waarden afzonderlijke functie-aanduidingen “specifieke vorm van agrarisch-schuilgelegenheid 1 en 2 ” worden toegekend ten behoeve van ‘een schuilgelegenheid’. De betreffende bebouwing maakt in de vigerende situatie reeds onderdeel uit van de bestaande bouwpercelen behorende bij de geldende bedrijfsbestemming en agrarische bedrijfsbestemming. Door deze nu afzonderlijk te bestemmen met een functieaanduiding merken wij dit aan als nieuwvestiging en dus strijdig met artikel 3.6 van de IOV. Hieruit volgt dat wij niet in kunnen stemmen met de planregels 3.1.b en 3.2.1.c. Splitsing cultuurhistorisch waardevolle bebouwing Artikel 3.69 lid b. van de IOV bepaalt dat vestiging van of splitsing in meerdere woonfuncties is toegestaan binnen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing als dit bijdraagt aan het behoud of herstel van deze cultuurhistorische waarden. Deze ontwikkeling is dus onder genoemde voorwaarden voorstelbaar. In onze vooroverlegreactie is aangegeven dat er geen cultuurhistorisch rapport of advies van de monumentencommissie was opgenomen bij het plan en dat deze documenten aan het ontwerp dienden te worden toegevoegd.
In een reactie is aangegeven dat een nadere toetsing zal plaatsvinden in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning. Omgevingsvergunningen die betrekking hebben op bouwactiviteiten worden niet ter beoordeling bij ons aangeboden. Met dit plan wordt deze splitsing planologische juridisch mogelijk gemaakt en dat betekent dat in deze procedure ook vastgesteld moet worden dat deze splitsing in overeenstemming is
13/17
met bepalingen uit de IOV. Een cultuurhistorisch rapport of advies van de monumentencommissie zal dus alsnog aan het plan moeten worden toegevoegd zodat wij in staat zijn om te beoordelen of deze splitsing al dan niet strijdig is met artikel 3.69 van de IOV. Hollandseweg 15 Voor deze locatie wordt volgens de stukken bij dit ontwerp voorzien in een vormverandering van een agrarisch bouwperceel welke abusievelijk niet goed zou zijn overgenomen uit het bestemmingsplan “Buitengebied Deelgebied 2”. Wij constateren dat hier niet slechts sprake is van een vormverandering maar ook van een vergroting van het agrarisch bouwperceel van ongeveer 500 m2. Daarom is in het kader van “Buitengebed Deelgebied 2” dan ook door ons college een zienswijze verzonden met kenmerk C2249554/4571742. De opmerking in deze zienswijze kunnen hier dan ook worden herhaald. Voor deze ontwikkeling concluderen wij dat strijdigheid bestaat met artikel 3.49 van de IOV. Volledigheidshalve verwijzen wij tevens naar het door ons ingesteld beroep met betrekking tot het bestemmingsplan “Buitengebied Deelgebied 2” waarover nog een uitspraak volgt (zaaknummer RvSt 202003326/1/R2 en ons casenummer C2264063/4703160). Planregels Onder de planregels voor de bestemming Wonen - Buitengebied zijn zeer ruime mogelijkheden opgenomen om middels een omgevingsvergunning af te wijken van de gebruiksregels. Artikel 7.5.5.
maakt een groepsaccomodatie mogelijk voor 20 personen, artikel 7.5.6. een B & B voor 10 personen, artikel 7.5.3. huisvesting voor 15 personen met een zorgbehoefte en dan maakt artikel 7.5.9. tevens huisvesting van 20 arbeidsmigranten mogelijk binnen de bestaande woning. Zeker het huisvesten van 20 arbeidsmigranten verhoudt zich niet tot de doeleinden van een woonbestemming. Een woonbestemming is namelijk bedoeld voor de huisvesting van een gezinshuishouding. De huisvesting van arbeidsmigranten in de omvang zoals het plan mogelijk maakt, wordt in onze ogen niet als gezinshuishouding aangemerkt. Bovendien beoordelen wij deze activiteit niet als ondergeschikt gebruik in het kader van een reguliere woonbestemming. Op grond van evenwichtige toedeling van functies dringen wij erop aan om de afwijkingsbevoegdheid ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten uit de planregels te verwijderen. Ten aanzien van de andere afwijkingsmogelijkheden verzoeken wij u te bezien of deze als ondergeschikte activiteit bij de woonbestemming kunnen worden aangemerkt. Conclusie Wij verzoeken u om de onderdelen van het plan die nog niet in overeenstemming zijn met de Interim-Omgevingsverordening aan te passen. Mocht onze reactie aanleiding geven tot vragen of opmerkingen dan zijn wij graag bereid tot nader overleg
14/17
Bijlage 3: Mailverkeer provincie Van: (…..)@brabant.nl Verzonden: donderdag 9 augustus 2018 10:09 Aan: (…..)@someren.nl CC: (…..) Onderwerp: RE: Casus Zandstraat-Ruiter te Someren (Bestemmingsplan Buitengebied, deelgebied 2) Goedemorgen (…..), op de eerste plaats dank dat wij in zo’n vroeg stadium zijn betrokken bij deze kwestie. De door jou helder beschreven casus heb ik intern besproken. In beginsel volgen wij de door jou ingestoken oplossingsrichting. Daarbij overwegen wij dat er in het algemeen geen sprake is van een voormalige bedrijfswoning indien op het (bouw)perceel nog een agrarische of niet-agrarische functie wordt uitgeoefend (zoals hier aan de orde). In zo’n situatie is publiekrechtelijke afsplitsing van de bedrijfswoning in beginsel niet wenselijk en zou een ‘plattelandswoning’ voor de hand liggen. Soms is echter verdergaand maatwerk gewenst, b.v. in geval van een 2e bedrijfswoning (zoals plan Kerkendijk 72-76) of dat van uit een historisch gegroeide situatie het wenselijk is om een 1e bedrijfswoning om te zetten naar een burgerwoning (zie ook toelichting op de Verordening, punt 4.28.4 op blz. 124). In dit specifieke geval met zijn buitengewone omstandigheden, zien wij ‘de historisch gegroeide situatie’ als basis voor de oplossingsrichting.
Wel zijn er daarbij enkele aandachtspunten van belang waarvan sommige al door jou zijn aangestipt: adres Zandstraat 42 (woning) Op verbeelding aanduiden ‘afgesplitste bedrijfswoning’ en via planregels geen vervolgfuncties/nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk maken. Slechts een aan huis gebonden beroep of bedrijf, passend binnen de woonbestemming, is mogelijk. adres Zandstraat 42a (bedrijf) Uitsluiten van een bedrijfswoning (planregels/verbeelding) en bedrijfsactiviteiten relateren aan activiteiten van zijn bedrijf op adres Postel te Someren. -
adres Ruiter 27b (veldschuur)
15/17
Goede oplossing om ter plaatse van de veldschuur een specifieke aanduiding op te nemen met regeling van bestaande bebouwing en het huidige gebruik. Hierdoor wordt voorkomen dat er een ‘bestaand bouwperceel’ in de zin van de Vr zal ontstaan. Wat het (hobbymatig) houden van rundvee betreft (uitbreiden naar 20 stuks) wil ik je aanraden om na te gaan hoe dit zich verhoudt met de provinciale veehouderijregels. Denk je tot slot aan het verantwoorden van ‘Kwaliteitsverbetering van het landschap” (artikel 3.2 Verordening). Veel succes gewenst met de verdere inventarisatie/uitwerking van Deelgebied 2! Met vriendelijke groeten, (…..)| Eenheid Ruimte | Planbegeleiding Ruimtelijke Ontwikkeling Van: (…..)@someren.nl Verzonden: maandag 30 juli 2018 14:47 Aan: (…..)@brabant.nl CC: (…..) Onderwerp: Casus Zandstraat-Ruiter te Someren (Bestemmingsplan Buitengebied, deelgebied 2) Provincie Noord-Brabant t.a.v. de heer (…) Beste (…..), Zoals bekend is de gemeente bezig met de herziening van het bestemmingsplan Buitengebied. We zijn nu volop aan de gang in het zogenaamde Deelgebied 2. Ook dit gebied kent weer een scala en diversiteit aan dossiers (300 bestemmingsvlakken) . Binnen de kaders van wet- en regelgeving zoeken we in overleg met de betrokkenen naar mogelijkheden om in het verleden ontstane (strijdige) bestemmingsplansituaties in het nieuwe bestemmingsplan goed te regelen.
In veel gevallen lukt dat ook en laten we de gekozen oplossing(-en) aan jullie zien in het kader van het wettelijke vooroverleg over het betreffende deelgebied.
16/17
We hebben nu een casus waarvan we het wenselijk vinden die in een vroegtijdiger stadium ambtelijk aan jullie voor te leggen. Het gaat hier om een herbestemming van de locaties Zandstraat 42, 42a en Ruiter 27b. Drie adressen van drie verschillende eigenaren met elkaar verbonden in één bestemming. Gebruik van de verschillende percelen geschiedt niet conform de daarvoor geldende bestemming en een gebruik conform die bestemming ligt ook niet in de lijn der verwachting. Om die reden zijn we in overleg met de drie betrokken eigenaren een ‘zoektocht’ gestart om , naast de kadastrale splitsing zoals die een aantal jaren terug is ontstaan en waardoor het bestemmingsvlak over drie eigenaren is verdeeld, nu ook te komen tot een planologische ontvlechting en wel zodanig dat elk van de eigenaren een op zijn perceel toegesneden bestemming verkrijgt. In bijgevoegde memo zijn we nader op deze casus ingegaan waarbij ook de ontstaansgeschiedenis is geschetst. We zouden het op prijs stellen als je/jullie van deze casus kennis willen nemen en een indicatie kunnen geven of, en zo ja onder welke voorwaarden, de beoogde oplossingsrichting door jullie kan worden onderschreven. Mochten er nog vragen zijn of anderszins dan horen we dat uiteraard graag. En anders op voorhand dank voor de te ondernemen moeite.
Met vriendelijke groet,
(…..) Juridisch medewerker en planoloog Afdeling Beleid
17/17