CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

NL.IMRO.0847.BP020220041-OW01 Bijlagen bij toelichting Bijlage 5 Watertoets

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Uitbreiding Lage Akkerweg6.963 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapportage watertoets Lage Akkerweg 2a Someren

Rapportage watertoets Lage Akkerweg 2a, Someren Opdrachtgever

Denkkamer architectuur & onderzoek Kerkstraat 2a 5421 KX Gemert

Rapportnummer

19885.002

Versienummer

D3

Status

Eindrapportage

Datum

12 april 2023

Opsteller

De heer Msc. R.R.J. Jacobs

Paraaf

Kwaliteitscontrole Paraaf

De heer ing. R. van den Berg

Daarom Econsultancy CERTIFICERING Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhand-boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NENEN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de rechthebbende.

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING .................................................................................................................................................. 1

2

LOCATIEGEGEVENS .................................................................................................................................... 3

3

WATERBELEID ............................................................................................................................................ 4 3.1 3.2 3.3

4

OMGEVINGSASPECTEN ............................................................................................................................. 8 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7

5

Planvoornemen ............................................................................................................................ 15 Verhard oppervlak ....................................................................................................................... 16 Waterbergingsopgave .................................................................................................................. 16

WATERHUISHOUDING ............................................................................................................................. 17 7.1 7.2

7.3 7.4 8

Lokale bodemopbouw.................................................................................................................. 13 Grondwaterniveau ....................................................................................................................... 13 Resultaten .................................................................................................................................... 13 Beoordeling .................................................................................................................................. 14

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING............................................................................................................... 15 6.1 6.2 6.3

7

Hoogteligging ................................................................................................................................. 8 Bodemopbouw ............................................................................................................................... 9 Hydrogeologie ................................................................................................................................ 9 Grondwater .................................................................................................................................... 9 Oppervlaktewater ........................................................................................................................ 11 Ontwatering ................................................................................................................................. 11 Riolering ....................................................................................................................................... 12

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK .................................................................................................. 13 5.1 5.2 5.3 5.4

6

Rijksoverheid .................................................................................................................................. 4 Waterschap Aa en Maas ................................................................................................................ 5 Gemeente Someren ....................................................................................................................... 6

Randvoorwaarden en uitgangspunten ......................................................................................... 17 Hemelwater.................................................................................................................................. 17 Algemeen ..................................................................................................................................... 17 Hemelwatervoorziening ............................................................................................................... 17 Calamiteit ..................................................................................................................................... 18 Kwaliteit ....................................................................................................................................... 18 Keur .............................................................................................................................................. 18 Riolering ....................................................................................................................................... 19

SAMENVATTING ...................................................................................................................................... 20

19885.002

BIJLAGEN: 1. 2. 3. 4. 5.

- Topografische ligging - Grondwaterpeilputten - Gegevens geohydrologisch veldonderzoek - Situatietekening - Berekening waterbergingsopgave

19885.002

1

INLEIDING

Econsultancy heeft van Denkkamer architectuur & onderzoek opdracht gekregen voor het opstellen van een watertoets voor een ontwikkeling aan de Lage Akkerweg 2a te Someren. De initiatiefnemer is voornemens nieuwbouw op de projectlocatie te realiseren. Voor de gronden vigeren de het bestemmingsplannen ‘Glastuinbouwgebied Kievitsakkers 2015’ (d.d. 01-28-2016), ‘Bedrijventerrein Someren’ (d.d. 01-24-2019) en ‘Lage Akkerweg’ (d.d. 30-10-2014). De gronden zijn bestemd als ‘Agrarisch’, ‘Bedrijf’ en ‘Groen‘. De ontwikkeling van de nieuwbouw is niet mogelijk binnen de bestaande bestemmingsstructuur. Om het plan te realiseren is een bestemmingsplanwijziging nodig. Het plan omhelsd de uitbreiding van diverse bedrijven op de westelijke deellocatie. In figuur 1.1 is het planvoornemen weergegeven, waarbij gebouw A reeds aanwezig is. Gebouwen B, C en D/E zijn ten behoeve van de uitbreiding van Nuva Keukens. Daarnaast is gebouw X ten behoeve van de uitbreiding van Van Dongen Engineering bv, gebouw Y ten behoeve van Ferro Fast Bevestigingstechniek en gebouw Z ten behoeve van Berkvens autobanden. Voor de oostelijk deellocatie is men voornemens om de klimaatbuffer Kanaaldijk (F) te realiseren.

Figuur 1.1 Planvoornemen (bron: Denkkamer Architectuur & Onderzoek)

Bij nieuwe ontwikkelingen dient onderzocht te worden hoe in het toekomstige plan op een duurzame wijze kan worden omgegaan met hemelwater. Hierbij speelt vasthouden, bergen en afvoeren van water in eigen gebied

19885.002 versie D3

1 / 20

een belangrijke rol. Wanneer voor bouwplannen een bestemmingsplanwijziging nodig is, zal als een verplicht onderdeel van een ruimtelijk plan of besluit, een waterparagraaf opgenomen moeten worden. De waterparagraaf beschrijft de invloed van het plan op het watersysteem en geeft aan welke eisen het watersysteem aan het besluit of plan oplegt. Daarnaast worden de waterhuishoudkundige consequenties van het plan of besluit hierin meegenomen en omvat het op basis van de gemaakte afwegingen een wateradvies. Om invulling te kunnen geven aan de waterparagraaf en de waterbelangen te waarborgen dient in deze situatie de watertoets-procedure te worden doorlopen. De watertoets bevat een onderbouwing voor de waterparagraaf die een onderdeel vormt van de ruimtelijke onderbouwing. De watertoets is géén aparte procedure, maar is een traject dat geïntegreerd is in de procedure van het ruimtelijk plan of besluit. Uitgangspunt hierbij is dat een ruimtelijk besluit of plan geen slechtere waterhuishoudkundige situatie oplevert dan in het bestaande beleid is vastgelegd. In deze rapportage is beschreven op welke wijze rekening is gehouden met de waterhuishoudkundige aspecten en het beleid van de waterbeheerders (waterschap Aa en Maas en de gemeente Someren).

De informatie over de planlocatie is onder andere gebaseerd op informatie uit het door Econsultancy uitgevoerde doorlatendheidsonderzoek1, en informatie verkregen van de opdrachtgever.

1

Doorlatendheidsonderzoek Lage Akkerweg 2a te Someren d.d. 13 oktober 2022, rapportnummer 19885.001

19885.002 versie D3

2 / 20

2

LOCATIEGEGEVENS

De planlocatie (ca. 77.500 m2) is gelegen tussen de Broekstraat en de N266, circa 1,5 kilometer ten oosten van de kern van Someren en is kadastraal bekend gemeente Someren, sectie H, nummers 116, 584, 1938, 1969, 2203, 3424 (ged.), 3425, 3631 (ged.),4122 (ged.), 4222, 4223, 4980 (ged.) en 4944 (ged.). De coördinaten van een centraal punt op de planlocatie zijn X = 179.260, Y = 377.640. De oostelijke deellocatie (ca. 38.700 m2) is in gebruik als weiland/braakliggend en is voor zover bekend altijd onbebouwd geweest. De westelijke deellocatie (ca. 38.800 m2 ) is bebouwd met een woonhuis (Broekstraat 12). Tevens bevindt zich op het westelijk deel van de planlocatie een wadi (ca. 1.000 m2). Het overige terreindeel is onverhard en onbebouwd. In figuur 2.1 is de begrenzing van de planlocatie weergegeven. De topografische ligging is opgenomen in bijlage 1.

Figuur 2.1 Ligging en begrenzing planlocatie

19885.002 versie D3

3 / 20

3

WATERBELEID

3.1 Rijksoverheid Nationaal Water Programma 2022 - 2027 De minister van Infrastructuur en Milieu en de staatssecretaris van Economische Zaken hebben in 2022 het Nationaal Water programma (NWP) 2022 – 2027 vastgesteld. Het Nationaal Waterprogramma 2022-2027 is de opvolger van het Nationaal Waterplan 2016-2021 en vervangt dit plan én de partiële herzieningen hiervan. Het NWP beschrijft de hoofdlijnen en ambities van het nationale waterbeleid en het beheer van de Rijkswateren en Rijksvaarwegen. Voor het waterbeleid is het NWP een uitwerking van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Klimaatverandering, milieuverontreiniging en ruimtedruk vormen de komende jaren grote uitdagingen. Ook moet infrastructuur zoals bruggen en sluizen in stand worden gehouden en waar nodig vervangen of gerenoveerd. De wateropgaven staan niet op zichzelf; een integrale aanpak met andere opgaven in de fysieke leefomgeving zoals de energietransitie, woningbouw en de landbouw is noodzakelijk. Het NWP beschrijft hoe we hiermee omgaan en hoe we zorgen dat water een leidend principe is in de ruimtelijke inrichting van Nederland. Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptie De relevante beleidsontwikkelingen op het gebied van water worden bij het Rijk opgenomen in het Deltaprogramma. Hierin is voor verschillende thema’s beschreven wat het beleid is en hoe het Rijk dat in overleg met overige partners wil gaan bereiken.

Het Deltaprogramma bestaat uit verschillende onderwerpen op het gebied van water. Voor ruimtelijke ontwikkelingen is het Deltaprogramma Ruimtelijke adaptie het meest relevant, omdat hierin de consequenties van de klimaatontwikkelingen voor Nederland zijn opgenomen, evenals de maatregelen die we moeten nemen om ‘klimaat adaptief’ te worden. Een deel van deze maatregelen zal ruimtelijke impact hebben. Met klimaat adaptief wordt bedoeld: het klimaat veerkrachtig en robuust inrichten van Nederland, gegeven de klimaatontwikkelingen die op ons afkomen. Op basis van de internationale en nationale klimaatmodellen is de verwachting dat het weer in Nederland extremer gaat worden. Dat betekent: meer hevige regenbuien (veel neerslag in korte tijd) en langere periodes met droogte en hitte. Dit heeft consequenties voor de leefbaarheid in steden en dorpen en voor bijna alle (economische) sectoren in Nederland. Met het nemen van klimaat robuuste maatregelen wordt ingespeeld op deze veranderingen waarmee we steden en dorpen leefbaar houden en (economische) schade door wateroverlast, droogte en hitte beperken.

19885.002 versie D3

4 / 20

3.2 Waterschap Aa en Maas Waterschap Aa en Maas is verantwoordelijk voor het waterbeheer in de gemeente op basis van de volgende wettelijke kerntaken: het zuiveringsbeheer, watersysteembeheer, beheer van dijken en beheer van vaarwegen. Het watersysteembeheer -waaronder grondwater- heeft daarbij twee doelen: zowel de zorg voor gezond water als de zorg voor voldoende water van voldoende kwaliteit. Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) Het beleid en de daarmee samenhangende doelen van het waterschap zijn opgenomen in het waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP5) ‘Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving’. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die periode uitvoert. Het waterschap bepaalt hiermee de koers voor de komende zes jaar. Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap Aa en Maas met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk dient in 2050 de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig te zijn. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen.

Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert daarbij drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • • •

Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt; Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan; Wat schoon is moet schoon blijven.

Hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO) Bouw of uitbreiding van woningen, bedrijven of wegen veroorzaken vaak een groei in het verharden van dak en erf. Regenwater dat op stenen of wegen valt, stroomt meestal snel via een riool of een sloot weg. Hoe meer (tuinen van) steen, hoe meer regenwater weg stroomt. Bij hevige buien kan hierdoor wateroverlast ontstaan. Bijvoorbeeld water vanuit het riool op straat, omdat deze het regenwater niet aan kan. Of overstroming van een sloot of beek. Dat geeft dan weer risico’s voor de gezondheid en kan zorgen voor bijvoorbeeld schade in- en rondom huizen. Maar ook in droge perioden zorgt al dat afvoeren voor problemen. Het regenwater krijgt niet meer de tijd om weg te zakken in de bodem en het grondwater aan te vullen. In droge zomers hebben landbouw en natuur dan water te weinig. Het waterschap hanteert bij nieuwe ontwikkelingen het principe van hydrologisch neutraal ontwikkelen (HNO), waarbij gestreefd wordt naar het behoud of herstel van de ‘natuurlijke’ waterhuishoudkundige situatie. Voorkomen moet worden dat regenwater snel verdwijnt in het riool of in de sloot. Het waterschap gebruikt daarvoor de voorkeursvolgorde voor (schoon) regenwater: 1. 2. 3. 4. 5.

Opnieuw gebruiken; Vasthouden / in laten trekken in de grond; Water bergen; Afvoeren naar sloten of rivieren; Afvoeren naar een riool.

19885.002 versie D3

5 / 20

Keur De keur is een verzameling regels die het waterschap gebruikt om dammen, dijken, sloten, beken, rivieren, gemalen en stuwen te beschermen. Bij werkzaamheden in, met of rondom het water is wet- en regelgeving uit de keur van toepassing. In de keur van het waterschap is opgenomen dat het is in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van het verhard oppervlak of door afkoppelen van de bestaande oppervlakte, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen (Artikel 3.6 ‘Verbod afvoer door verhard oppervlak’). De technische eisen en uitgangspunten voor het ontwerp van watersystemen zijn opgenomen in de beleidsregel ‘Afvoer hemelwater door toename en afkoppelen van verhard oppervlak, en de hydrologische uitgangspunten bij de keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Het verbod uit artikel 3.6 van de keur is van toepassing tenzij: • • • •

Het afkoppelen van het verhard oppervlak maximaal 10.000 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak maximaal 500 m2 is, of; de toename van het verhard oppervlak bestaat uit een groen dak. De toename van het verhard oppervlak tussen 500 m2 en 10.000 m2 is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

Voor plannen groter dan 10.000 m2 geldt Beleidsregel 13 ‘Afvoer door toename en afkoppelen van verhard oppervlak’. Op basis van deze beleidsregel zijn plannen met een omvang van meer dan 10.000 m 2 vergunningsplichtig en dient een waterhuishoudkundigplan te worden opgesteld conform de onderwerpen zoals genoemd in paragraaf 4.6 van de hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen.

3.3 Gemeente Someren De gemeente Someren conformeert zich ten aanzien van de omgang met hemelwater in principe aan het beleid van Waterschap Aa en Maas. De gemeentelijke watertaken van de gemeente Someren zijn vastgelegd in het vGRP Someren 2018-2022 ‘Aanzet tot een waterrobuust Someren’. Vanuit de hemelwaterzorgplicht, conform artikel 3.5 van de Waterwet, heeft de gemeente de verantwoordelijkheid voor een doelmatige inzameling van overtollig hemelwater uit de openbare ruimte. Zij heeft ook de zorgplicht voor de afvoer van hemelwater van particuliere percelen, voor zover dit niet redelijkerwijs van de perceeleigenaar kan worden verwacht. Belangrijk vertrekpunt in de wetgeving is dat de zorgplicht in eerste instantie bij de burger ligt. De burger draagt in eerste instantie zelf zorg voor het verwerken van hemelwater op het eigen perceel. Dit kan door hergebruik, infiltreren in de bodem of bergen in bijvoorbeeld een vijver. Wanneer dit redelijkerwijs niet mogelijk is, moet de gemeente de zorgplicht op een doelmatige manier overnemen. Bij ver- en nieuwbouw geldt dat het afvalwater en hemelwater gescheiden moet worden ingezameld. De gemeente stimuleert hydrologisch neutraal bouwen om de uitdagingen van het veranderende klimaat tegen te gaan. Hierbij is de trits vasthouden – bergen – afvoeren van toepassing.

Uitgangspunt hierbij is dat de eerste 30 mm regen (30 liter per m² afstromende verharding) van een bui binnen het perceel worden vastgehouden en lokaal verwerkt worden. Vanuit waterbelang, i.v.m. zichtbaarheid, bij voorkeur door bufferen op het oppervlak (vijver, wadi of lagergelegen grond) waarna het water kan infiltreren. Ondergrondse buffering en infiltratie is, mits goed aangelegd en onderhouden, een goed alternatief als bovengrondse buffering niet gewenst is.

19885.002 versie D3

6 / 20

Uitgangspunt is dat een buffer gerekend met een k-waarde van 1,0 m¹ per dag binnen 24 uur weer beschikbaar is. Een particuliere infiltratievoorziening mag uitsluitend op maaiveldniveau (zichtbaar) een overstort hebben naar openbaar gebied. Waar infiltreren aantoonbaar niet mogelijk is, mag het water vanuit een buffer vertraagd afgevoerd worden naar de openbare ruimte. Indien een bestemmingswijziging voorziet in het mogelijk maken van meer verhard oppervlak dan de huidige situatie, dient bij vaststelling geborgd te worden dat bij een bui van 80 mm in 1 uur de kans op schade door wateroverlast buiten de ontwikkeling niet toeneemt.

19885.002 versie D3

7 / 20

4

OMGEVINGSASPECTEN

In dit hoofdstuk wordt de regionale geohydrologische situatie van de planlocatie beschreven. Hierbij wordt ingegaan op aspecten als bodemopbouw, grondwater, waterbeheer (peilbeheer en aan- en afvoer van water), waterveiligheid en riolering.

4.1 Hoogteligging Volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland2, bevindt het maaiveld voor de oostelijke deellocatie zich op een hoogte van ca. 24,6 m +NAP. Het maaiveld voor de westelijke deellocatie wordt gekenmerkt door een hoogteverloop in oostelijke richting van ca. 28,7 m +NAP tot ca. 25,2 m +NAP. In figuur 4.1 is een uitsnede van de AHN weergegeven.

Figuur 4.1 Hoogteligging planlocatie in m +NAP (bron: AHN)

2

www.ahn.nl

19885.002 versie D3

8 / 20

4.2 Bodemopbouw De originele bodem van de oostelijke deellocatie bestaat, volgens de bodemkaart van Nederland, uit een lage enkeerdgrond (EZg23), die volgens de Stichting voor Bodemkartering voornamelijk is opgebouwd uit lemig fijn zand. De originele bodem van de westelijke deellocatie bestaat uit een hoge zwarte enkeerdgrond (zEZ23), en is ook voornamelijk opgebouwd uit lemig fijn zand.

4.3 Hydrogeologie Om inzicht te krijgen in de gelaagdheid van goed doorlatende en slecht doorlatende lagen (hydrogeologische eenheden) van de (diepe) bodem is gebruik gemaakt van het REGIS II v2.2 en GeoTOP v1.4 model van TNO. Beide modellen geven op een schematische wijze inzicht in de hydrogeologische opbouw en doorlatendheid van de ondergrond op een regionale schaal. In tabel 4.1 is de hydrogeologische opbouw van de ondergrond op schematische wijze weergegeven. Tabel 4.1

Hydrogeologie

Diepte m -mv

Formatie

Bodem

0-0,5

Antropogene afzettingen

Zand, zeer fijn tot matig grof

0,5-2,5

Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden, Laagpakket van Kootwijk

Zand, zeer fijn tot matig grof

2,5-21,5

Formatie van Boxtel

Zand, zeer fijn tot zeer grof

21,5-28,5

Formatie van Beegden

Zand, matig grof tot uiterst grof

> 28,5

Formatie van Sterksel

Zand

4.4 Grondwater Veranderingen in de grondwaterstand (stijghoogte) worden voornamelijk veroorzaakt door neerslag en verdamping, maar ook door ingrepen in de waterhuishouding. De stijghoogte kan daardoor van dag tot dag verschillen. Voor beleid, vergunningen en ontwateringsdieptes is het belangrijk om te weten wat de actuele karakteristieken zijn, zoals de GHG en de GLG (Gemiddeld Hoogste Grondwaterstand en Gemiddelde Laagste Grondwaterstand). TNO-NITG voert het databeheer van in de omgeving aanwezige grondwaterpeilputten waarin de grondwaterstandstand in het eerste watervoerende pakket wordt gemonitord. Middels de interactieve grondwatertools ‘Isohypsen’ en ‘Grondwaterdynamiek’ van de Geologische Dienst Nederland worden de historische grondwatermeetreeksen uit het archief van TNO gesimuleerd met behulp van dagelijkse metingen van neerslag en verdamping uit gegevens van het KNMI. In het archief van TNO zijn in de directe nabijheid van de planlocatie geen bruikbare grondwaterdata beschikbaar. Voor de bepaling van de locatiespecifieke grondwaterkarakteristieken is gebruik gemaakt van historische grondwaterdata van grondwatermeetpunten uit de omgeving. De historische meetreeksen van de gebruikte grondwatermeetpunten zijn geïnterpoleerd naar de planlocatie. In tabel 4.2 zijn de gegevens van de grondwaterpeilputten opgenomen.

In figuur 4.2 is de situering van de grondwaterpeilputten weergegeven. Daarnaast is een overzicht van de meetreeksen, met geschatte GHG, van de grondwaterpeilputten weergegeven in bijlage 2. Het grondwater van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de geraadpleegde bronnen in noordelijke richting.

19885.002 versie D3

9 / 20

Tabel 4.2

Overzicht grondwaterpeilputten

grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstand meetperiode t.o.v. locatie (m)

GLG (m +NAP)

GHG (m +NAP)

B51H0212

zuid

1.300

13-12-2011 tot 13-12-2019

23,90

25,20

B51H1869

zuidwest

600

11-08-2011 / 19-03-2019

23,70

24,30

B51H0192

west

1.200

13-06-1997 tot 14-06-2005

23,20

24,40

B51H1868

noordwest

900

01-11-2012 / 03-04-2019

23,60

24,40

B51H0034

noord

600

14-12-1994 tot 27-12-2002

23,10

23,80

Figuur 4.2 Situering grondwaterpeilputten

Op basis van de gegevens van deze grondwaterpeilputten alsmede de grondwaterstromingsrichting is voor de projectlocatie ingeschat dat de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) is gelegen op ca. 24,4 m +NAP. De planlocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied.

19885.002 versie D3

10 / 20

4.5 Oppervlaktewater Voor het waterschap is de legger, samen met de keur, hèt instrument om te zorgen voor veilige dijken, droge voeten, voldoende en schoon water. De legger bestaat uit een set van kaarten. Daarop staat welke rivieren, beken, vennen en regenwaterbuffers, lijnvormige elementen, waterkeringen en kunstwerken (stuwen, sluisdeuren en kademuren) het waterschap in beheer heeft en waar ze liggen. De legger bevat ook een register waarin staat wie waar en waarvoor het onderhoud moet doen. Tot slot bevat de legger zones (zoneringen) voor toekomstige ontwikkelingen en bescherming van het watersysteem. Op de leggerkaart van waterschap Aa en Maas zijn in de directe omgeving van de planlocatie gelegen oppervlaktewateren weergegeven. Aangrenzend aan de oostelijke deellocatie is een primaire-watergang gelegen (code: 2800530). In Figuur 4.3 is een uitsnede van de leggerkaart weergegeven. Op de planlocatie zijn enkele sloten en greppels aanwezig en daarnaast is op ca. 30 m ten oosten van de oostelijke deellocatie de Zuid-Willemsvaart gelegen.

Figuur 4.3 Uitsnede legger oppervlaktewater waterschap Aa en Maas

4.6 Ontwatering Om grondwateroverlast te voorkomen dient bij het ontwerp rekening gehouden te worden met minimale ontwateringsdiepten. Uitgangspunt hierbij is dat bij de inrichting van (nieuw) stedelijk gebied in principe wordt aangesloten bij de huidige grond- en oppervlaktewaterpeilen, en dat er ten gevolge van de inrichting van het

19885.002 versie D3

11 / 20

betreffende gebied geen negatieve effecten op de omgeving ontstaan (verdroging of vernatting). Met andere woorden, hydrologisch neutraal ontwerpen.

Figuur 4.4 Ontwatering en drooglegging

De ontwateringsdiepte is het verschil in hoogte tussen het maaiveld en de maximaal optredende grondwaterstand. Gangbare normen voor de ontwateringsdiepte zijn: • • • • •

Woningen met kruipruimte: Woningen zonder kruipruimte: (Vloerpeil van woningen 0,30 m + maaiveld) Tuinen en openbare groenvoorzieningen: Primaire wegen: Secundaire wegen en woonstraten:

0,7 m -mv 0,3 m -mv 0,5 m -mv 1,0 m 0,7 m

Het maaiveld van de westelijke deellocatie wordt gekenmerkt door een hoogteverloop in oost tot noordoostelijke richting van ca. 28,6 m +NAP tot ca. 25,2 m +NAP. Het maaiveld voor de oostelijke deellocatie bevindt zich op een hoogte van ca. 24,6 m +NAP. De GHG is ingeschat op 24,4 m +NAP. De ontwatering is ten aanzien van het huidige maaiveldniveau en de toekomstige bouwvlakken voldoende. De bouwpeilhoogten dienen ten opzichte van het aanwezige straatpeil tenminste 20 a 30 cm hoger te zijn gelegen. Wellicht zal het terrein lokaal opgehoogd moeten worden. Eventuele ophogingen mogen geen nadelige gevolgen hebben voor omliggende percelen/buren/gemeentelijke eigendommen. Er mag geen sprake te zijn van een afwenteling van het probleem.

4.7 Riolering In de rondom de planlocatie gelegen wegen is een gescheiden rioolstelsel gelegen.

19885.002 versie D3

12 / 20

5

GEOHYDROLOGISCH VELDONDERZOEK

Op verzoek Denkkamer architectuur & onderzoek heeft Econsultancy op 13 oktober 2022 een doorlatendheidsonderzoek1 op de planlocatie uitgevoerd. Hieronder worden de resultaten en beoordeling van het doorlatendheidsonderzoek toegelicht. In bijlage 3 zijn de gegevens van het locatiespecifiek onderzoek weergegeven. Voor een gedetailleerde omschrijving van het onderzoek wordt verwezen naar het rapport van het doorlatendheidsonderzoek. 3

5.1 Lokale bodemopbouw Uit de boorprofielen blijkt dat de bovengrond voornamelijk uit matig humeus, matig siltig, zeer fijn zand bestaat. De ondergrond bestaat uit matig tot sterk siltig, zeer fijn tot matig grof zand. In de ondergrond komen plaatselijk klei- en leemlaagjes voor. De ondergrond is bovendien plaatselijk zwak tot sterk gleyhoudend.

5.2 Grondwaterniveau Bij het uitvoeren van het doorlatendheidsonderzoek zijn destijds voor de oostelijke planlocatie in de boorgaten grondwaterstanden aangetroffen variërend tussen 0,5 m -mv tot 1,7 m -mv. Voor de westelijke planlocatie zijn grondwaterstanden aangetroffen variërend tussen 0,6 m -mv tot dieper dan de onderzochte diepte van 3,0 m mv.

5.3 Resultaten Tabel 5.1 en tabel 5.2 geven een overzicht van het uitgevoerde veldwerk en de bodemlaag waarin een in-situ doorlatendheidsmeting is uitgevoerd. Tevens zijn in de tabellen de resultaten van de berekende k-waarden weergegeven en is de doorlatendheid van de bodem per boring en traject beoordeeld conform de classificatie uit tabel 5.3. Tabel 5.1

Overzicht k-waarde per meting westelijk deel planlocatie

Boring Aantal Onderzochte Metingen (*) bodemlaag (cm -mv)

Textuur

Opmerkingen

K-waarde (m/dag)

Beoordeling doorlatendheid

01

1

180-230

zand, zeer fijn, sterk siltig

matig leemhoudend, matig gleyhoudend

0,3

matig doorlatend

02

3

100-150

zand, zeer fijn, matig siltig

-

2,1

goed doorlatend

03

3

100-150

zand, zeer fijn, matig siltig

-

2,1

goed doorlatend

04

2

0-50 (**)

zand, zeer fijn, matig siltig

-

1,9

goed doorlatend

04a

2

100-150

zand, zeer fijn, matig siltig

matig gleyhoudend

3,8

goed doorlatend

(*) De meest representatieve meting is gebruikt voor het berekenen van de (verzadigde) doorlatendheid. (**) Onderzochte bodemlaag bevindt zich 50 cm onder de bodem van de huidige wadi.

1

Doorlatendheidsonderzoek Lage Akkerweg 2a te Someren d.d. 13 oktober 2022, rapportnummer 19885.001

19885.002 versie D3

13 / 20

Tabel 5.2

Overzicht k-waarde per meting oostelijk deel planlocatie

Boring Aantal Onderzochte Metingen (*) bodemlaag (cm -mv)

Textuur

Opmerkingen

K-waarde (m/dag)

Beoordeling doorlatendheid

05

1

50-100

zand, zeer fijn, sterk siltig

-

0,3

matig doorlatend

06

1

60-110

zand, zeer fijn, matig siltig

matig gleyhoudend

0,2

matig doorlatend

07

1

50-100

zand, zeer fijn, matig siltig

sterk gleyhoudend

0,5

vrij goed doorlatend

08

3

50-100

zand, zeer fijn, matig siltig

sterk gleyhoudend

3,1

goed doorlatend

09

1

50-100

zand, zeer fijn, matig siltig

zwak gleyhoudend

< 0,1

slecht doorlatend

10

2

0-50

zand, zeer fijn, matig siltig

Matig humeus

1,4

goed doorlatend

(*) De meest representatieve meting is gebruikt voor het berekenen van de (verzadigde) doorlatendheid.

Tabel 5.3 Classificatie doorlatendheid K-waarde (m/dag)

Classificatie (*A)

< 0,1

slecht doorlatend

0,1-0,5

matig doorlatend

0,5-1,0

vrij goed doorlatend

1,0-10

goed doorlatend

> 10

zeer goed doorlatend

(*A)

5.4

Classificatie k-waarde (m/d) (bron: Cultuurtechnisch Vademecum, 2000)

Beoordeling

De doorlatendheid is sterk afhankelijk van de bodemsamenstelling (aantal, grootte en vorm van de poriën en de onderlinge verbindingen tussen de poriën). Aangezien een bodem altijd een bepaalde mate van heterogeniteit vertoont en er slechts op enkele punten is gemeten, dienen de afgeleide k-waarden zoals bepaald op de locaties te worden beschouwd als een gemiddelde. Volgens de leidraad riolering module C2510 ‘Doorlatendheidsonderzoek voor infiltratie en drainage’ is voor infiltratie van hemelwater minimaal een doorlatendheid van 0,2 m per dag nodig. De doorlatendheid van de bodem van de projectlocatie wordt over het algemeen geclassificeerd als matig tot goed doorlatend, waarbij k-waarden van 0,2 tot 3,8 m/dag zijn aangetoond. Op basis van de resultaten uit het doorlatendheidsonderzoek wordt de bodem binnen de onderzoekslocatie, mede op basis van de textuur, geschikt geacht voor de infiltratie van hemelwater. Geadviseerd om voor het dimensioneren van de infiltratievoorzieningen een rekenwaarde te hanteren van 1,0 m/dag voor de westelijke deellocatie en 0,55 m/d voor de oostelijke deellocatie.

19885.002 versie D3

14 / 20

6

TOEKOMSTIGE ONTWIKKELING

6.1 Planvoornemen Het planvoornemen voorziet in de herbestemming van de desbetreffende gronden ten behoeve van de realisatie van diverse bedrijfshallen in combinatie met de realisatie van een showroom en kantoor op de westelijke deellocatie. Tevens worden een aantal los- en laaddocks en parkeergelegenheid gerealiseerd. De realisatie van de nieuwbouw is ten behoeve van diverse bedrijven, waaronder Nuva Keukens, Van Dongen Engineering bv, Ferro Fast Bevestigingstechniek en Berkvens autobanden. De huidige wadi uit het bestemmingsplan ‘Lage Akkerweg 2014’ komt te vervallen. Op deze locatie is men voornemens om een permanent gevulde nieuwe vijver te realiseren. Daarnaast komt een (zak)sloot parallel gelegen aan de Broekstraat te vervallen. Voor de oostelijke deellocatie is men voornemens om de klimaatbuffer Kanaaldijk aan te leggen. In figuur 6.1 is een impressie van het planvoornemen weergegeven. Tevens is de situatietekening weergegeven in bijlage 4.

Figuur 6.1 Planvoornemen (bron: Denkkamer Architectuur & Onderzoek)

19885.002 versie D3

15 / 20

6.2 Verhard oppervlak Ten aanzien van het toekomstig verhard oppervlak wordt vooralsnog uitgegaan van een oppervlak van ca. 29.818 m2. Om een indicatie te geven van het toekomstig verhard oppervlak is uitgegaan van de verhardingsberekening zoals opgenomen in bijlage 5. In tabel 6.1 staan de oppervlakten van de toekomstige bebouwing(en) en verhardingen weergegeven. Tabel 6.1

Gegevens toekomstig verhard oppervlak

Uitbreiding bedrijven

Verharding

Oppervlakte (m2)

% verharding

Verhard oppervlak (m²)

Nuva

Warehouse (B)

9.350

100

9.350

Docks

2.875

90

2.588

Warehouse (C)

8.250

100

8.250

Showroom en Kantoor (D/E)

2.900

100

2.900

Parkeren en ontsluiting

9.810

90

8.829

Bebouwing (X)

2.460

100

2.460

Verhard terrein

1.825

90

1.643

Bebouwing (Y)

709

100

709

Verhard terrein

117

90

105

Bebouwing (Z)

485

100

485

Verhard terrein

110

90

99

38.891

-

37.418

Van Dongen eng.

Ferro Fast

Berkvens

Totaal

6.3 Waterbergingsopgave Op basis van de toekomstig verhard oppervlak en de bergingseis bedraagt de waterbergingsopgave voor het plangebied in totaal ca. 3.909 m3. Hierbij wordt uitgegaan van de gemeentelijke bergingseis van 80 mm per m2 verhard oppervlak. In tabel 6.2 en bijlage 5 is een overzicht weergegeven van de totale waterbergingsopgave. Tabel 6.2 Overzicht waterbergingsopgave Uitbreiding bedrijven

Verhard oppervlakte (m2)

Inhoud (m3)

Nuva

31.917

2.553

Van Dongen eng.

4.103

328

Ferro Fast

814

65

Berkvens

584

47

Vervallen wadi*

-

736

Vervallen (zak)sloot*

-

180

Totaal

37.418

3.909

* 100% compensatie voor demping oppervlaktewater

19885.002 versie D3

16 / 20

7

WATERHUISHOUDING

7.1 Randvoorwaarden en uitgangspunten Ten aanzien van het plan en de omgang met hemelwater zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • • • • • • • • •

Toepassen voorkeursvolgorde waterkwantiteit (vasthouden, bergen en afvoeren); Toepassen voorkeursvolgorde waterkwaliteit (schoonhouden, scheiden, zuiveren); Niet afwentelen op anderen in ruimte en tijd; De wateropgave baseren op de daadwerkelijke toekomstig verhard oppervlak. Vooralsnog is uitgegaan van 37.418 m2. Infiltratie- en bergingsvoorzieningen in het plan dimensioneren conform 80 mm gerekend over het aantal m2; Wateropgave 3.909 m3; Elke demping moet voor 100% gecompenseerd worden; Het systeem dient binnen vijf ‘droge’ dagen4 weer volledig beschikbaar te zijn. De afvoer naar het oppervlaktewater mag maximaal 2 l/s/ha bedragen; Rekenwaarde infiltratiecapaciteit 1,0 m/dag voor de westelijke deellocatie en 0,55 m/dag voor de oostelijke deellocatie; Aanlegdiepte bergingsvoorzieningen boven de GHG; GHG ingeschat op 24,4 m +NAP; Calamiteit in beschouwing nemen (mag niet tot overlast leiden);

7.2 Hemelwater Algemeen Water wordt bij de verdere planuitwerking expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing genomen en op een duurzame wijze verwerkt. In de toekomstige situatie wordt het schone hemelwater (zogenaamde hemelwaterafvoer; HWA) gescheiden van het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) ingezameld en binnen de planlocatie verwerkt. Hemelwatervoorziening Ondergronds Binnen de planlocatie is men voornemens om 480 m3 te bergen in een ondergrondse voorziening onder de laaden losdocks van Nuva. Infiltratie en overloop wordt nog nader onderzocht. Bovengronds Het plan voorziet in de mogelijkheid tot de aanleg van een "groene" bovengrondse voorziening, een klimaatbuffer. Een dergelijke voorziening is controleerbaar en beheersbaar en kan tevens een zuiverende werking hebben. In sommige situatie kan een gemeente specifieke eisen stellen aan het ontwerp, aanleg, beheer en onderhoud.

4

Maximaal 2 mm neerslag in 24 uur

19885.002 versie D3

17 / 20

Op de oostelijke deellocatie wordt de klimaatbuffer Kanaaldijk aangelegd waarmee in totaal ca. 4.290 m3 geborgen kan worden. In tabel 7.1 is een overzicht weergegeven van de infiltratievoorzieningen. De berekening van de waterberging is opgenomen in bijlage 5. Tabel 7.1 Overzicht infiltratievoorzieningen Infiltratievoorziening

Waterhoogte (m)

Oppervlakte (m2)

Inhoud (m3)

Laad- en losdocks

0,3

1.600

480

Klimaatbuffer Kanaaldijk III

0,3

3.350

1.005

Klimaatbuffer Kanaaldijk IV

0,3

4.000

1.200

Klimaatbuffer Kanaaldijk V

0,3

4.150

1.245

Klimaatbuffer Kanaaldijk VI

0,2

4.200

840

Totaal

-

-

4.770

Calamiteit Het beschreven systeem is dusdanig robuust dat een situatie waarbij in een korte tijd 80 mm neerslag valt geborgen kan worden. Afstroming van hemelwater richting gebouwen en/of aangrenzende percelen dient te worden voorkomen. Kwaliteit Algemeen Uitgangspunt bij elke ruimtelijke ontwikkeling is, dat de kwaliteit van oppervlaktewater en grondwater ten opzichte van de huidige situatie niet mag verslechteren. Waar mogelijk wordt een verbetering nagestreefd. De waterkwaliteit wordt beïnvloed door het (veranderende) ruimtegebruik en het gebruik van bouwmaterialen. Bouwmaterialen Om de water- en bodemkwaliteit niet negatief te beïnvloeden wordt geen gebruik gemaakt van uitlogende bouwmaterialen (koper, zink, lood). De emissies vanuit bouwmaterialen worden beperkt door gebruik te maken van producten die voorzien zijn van een keurmerk. Onkruidwerende middelen Voor het gebruik van onkruidwerende middelen in groen en op verharding wordt het landelijke beleid gevolgd. Voor bestrijding op verhardingen zal gebruik, voor zover toegestaan, plaats vinden via de DOB-systematiek en zal gezocht worden naar alternatieven zoals branden, heet water en/of borstelen.

7.3 Keur Voor alle handelingen aan of in de nabijheid van een watergang zoals: dempen, graven, bouwen, onttrekken, lozen etc. is in het kader van de keur een vergunning van het waterschap benodigd en zal in overleg aangevraagd moeten worden.

19885.002 versie D3

18 / 20

Ten aanzien van het beoogde planvoornemen zullen zeer waarschijnlijk voor de onderstaande onderdelen een watervergunning worden aangevraagd of geldt tenminste een meldingsplicht: • • • • • • • •

Toename verhard oppervlak; Lozen van hemelwater; Het graven van water; Het dempen van water; Het plaatsen van kunstwerken; Het verwijderen van kunstwerken; Tijdelijke grondwateronttrekkingen5; Tijdelijke lozingen van bemalingswater5.

7.4 Riolering Ten aanzien van de toekomstige situatie zal de ontwikkeling zorgen voor een toename/verandering in het aanbod van vuilwater op het riool. Het vuilwater (zogenaamde droogweerafvoer; DWA) zal in de toekomstige situatie worden aangesloten op het bestaande rioleringsstelsel in de omgeving. De mogelijkheden en wijze van aansluiting zal in overleg met de gemeente besproken moeten worden.

5

Een watervergunning moet worden aangevraagd indien er meer dan 100m3/h wordt onttrokken en/of de onttrekking langer dan een half jaar en/of op meer dan 9 meter diepte plaatsvindt.

19885.002 versie D3

19 / 20

8

SAMENVATTING

In onderhavige rapportage zijn de waterhuishoudkundige randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen voor het plan gegeven. Deze rapportage vormt de basis voor invulling van de waterparagraaf in de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan. Hiermee is invulling gegeven aan de verplichte watertoets en is gegarandeerd dat specifieke eisen van de waterbeheerders op een goede wijze in het ontwerp worden verwerkt. Aan de hand van de beschreven randvoorwaarden, uitgangspunten en ontwerpgrondslagen, kan op eenduidige wijze, later het waterhuishoudkundig(inrichtings)plan worden opgesteld. Er worden vanuit het oogpunt van de waterhuishouding geen belemmering verwacht ten aanzien van de ruimtelijke procedure.

Econsultancy 12 april 2023

19885.002 versie D3

20 / 20

Bijlage 2

Grondwaterpeilputten

grondwaterpeilput

windrichting t.o.v. locatie

afstand meetperiode t.o.v. locatie (m)

GLG (m +NAP)

GHG (m +NAP)

B51H0212

zuid

1.300

13-12-2011 tot 13-12-2019

23,90

25,20

B51H1869

zuidwest

600

11-08-2011 / 19-03-2019

23,70

24,30

B51H0192

west

1.200

13-06-1997 tot 14-06-2005

23,20

24,40

B51H1868

noordwest

900

01-11-2012 / 03-04-2019

23,60

24,40

B51H0034

noord

600

14-12-1994 tot 27-12-2002

23,10

23,80

Bijlage 2

Grondwaterpeilputten

Bijlage 2

Grondwaterpeilputten

Bijlage 2

Grondwaterpeilputten

Bijlage 3 Gegevens geohydrologisch veldonderzoek

Pagina 1 van 3

Profielen boringen

10

Boring: Datum veldwerk:

Boring:

20-9-2022 0

0

akker

Datum veldwerk:

09 20-9-2022 0

0

Zand zeer fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50

50

Zand zeer fijn matig siltig matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor 50

Zand zeer fijn matig siltig, matig gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor 100

70

100

100

150

150

akker

Zand zeer fijn matig siltig, zwak gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor Zand zeer fijn matig siltig, zwak gleyhoudend, grijsbeige, Edelmanboor

150 Zand zeer fijn matig siltig, zwak gleyhoudend, grijsbeige, Zuigerboor

200

200

250

250

300

300

Datum veldwerk:

Boring:

20-9-2022 0

0

300

300

07

Boring:

260 270

akker

Datum veldwerk:

Klei zwak siltig, neutraalgrijs, Zuigerboor Zand matig fijn matig siltig, neutraalbeige, Zuigerboor

08 20-9-2022 0

0

Zand zeer fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

akker Zand zeer fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

40

Zand zeer fijn matig siltig, sterk gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

50

100

100

50

60

Zand zeer fijn matig siltig, sterk gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

100

110

Zand zeer fijn sterk siltig, zwak gleyhoudend, grijsbeige, Zuigerboor

Zand zeer fijn matig siltig, zwak gleyhoudend, grijsbeige, Zuigerboor

150

150

200

200

250

250

300

300

04

Boring: Datum veldwerk:

Boring:

20-9-2022

0

0

300

300

braak

Datum veldwerk: 0

04a 20-9-2022 0

Zand zeer fijn matig siltig, neutraal grijsbeige, Edelmanboor 50

braak Zand zeer fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

50

50

Zand zeer fijn matig siltig, matig gleyhoudend, cremebeige, Edelmanboor 100

100

100

100

Zand zeer fijn matig siltig, zwak gleyhoudend, grijsbeige, Edelmanboor 150

Projectcode: 19885.001

150

Boormeester:

Dhr. R.J.H. Denessen

Getekend volgens NEN 5104

Pagina 2 van 3

Profielen boringen

06

Boring: Datum veldwerk:

Boring:

20-9-2022 0

0

akker

Datum veldwerk:

05 20-9-2022 0

0

Zand zeer fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50

akker Zand zeer fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

50 70 90 100

100

150

150

Zand zeer fijn sterk siltig zwak humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand zeer fijn matig siltig, zwak gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

100

100

Zand zeer fijn sterk siltig, zwak gleyhoudend, licht beigecreme, Edelmanboor Zand zeer fijn matig siltig, zwak gleyhoudend, neutraalbeige, Edelmanboor

150

Zand matig fijn matig siltig, neutraalbeige, Zuigerboor 200

200

250

280 300

300

Datum veldwerk:

Zand matig fijn matig siltig, neutraal grijsbeige, Zuigerboor

0

akker

300

300

Boring:

21-9-2022

0

Klei sterk zandig, zwak veenhoudend, neutraal beigegrijs, Zuigerboor

Zand matig grof matig siltig, licht grijsbeige, Zuigerboor

03

Boring:

250

250

260

Datum veldwerk: 0

02 21-9-2022 0

Zand zeer fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50

Zand zeer fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50

70

100

100

130

150

200

70

Zand zeer fijn matig siltig zwak humeus, zwak gleyhoudend, licht beigecreme, Edelmanboor

100

100

Zand zeer fijn matig siltig, zwak gleyhoudend, lichtbruin, Edelmanboor Zand zeer fijn matig siltig, licht beigecreme, Edelmanboor

200

250

Projectcode: 19885.001

Zand zeer fijn matig siltig zwak humeus, zwak gleyhoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor Zand zeer fijn matig siltig, licht beigecreme, Edelmanboor

150

200

200

Zand zeer fijn sterk siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

300

akker

Zand zeer fijn sterk siltig, matig gleyhoudend, licht oranjebeige, Edelmanboor 250

300

300

300

Boormeester:

Dhr. R.J.H. Denessen

Getekend volgens NEN 5104

Pagina 3 van 3

Profielen boringen

01

Boring: Datum veldwerk:

21-9-2022

0

0

akker Zand zeer fijn matig siltig matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

50 70

100

100

Zand zeer fijn matig siltig zwak humeus, zwak gleyhoudend, licht grijsbruin, Edelmanboor Zand zeer fijn matig siltig, licht beigecreme, Edelmanboor

150 180

Zand zeer fijn sterk siltig, matig leemhoudend, matig gleyhoudend, neutraal oranjebeige, Edelmanboor

200 230

Zand zeer fijn matig siltig, matig gleyhoudend, licht oranjebeige, Edelmanboor

250

300

Projectcode: 19885.001

300

Boormeester:

Dhr. R.J.H. Denessen

Getekend volgens NEN 5104

Bijlage 4 Situatietekening

t traa eks Bro

g rwe kke eA Lag

D/E

2

Doc

.d. o.h

ks

2a

C

1

g rwe kke eA Lag

n hte bac Am

A F

B ser Dor

X 18

Doc

ks

22

Kerkstraat 2a, 5421 KX Gemert

23

T 0492-780112

24

arch. register 1.101201.037 / 1.090415.019

info@denkkamer.nl www.denkkamer.nl

Broekstraat

.d. o.h

r chte Vle

Y

Z Projectnummer

1969a Project Nieuwbouw Nuva Keukens Lage Akkerweg - Broekstraat, Someren, 5711 DC Opdrachtgever Nuva Keukens Lage Akkerweg 2-2a, Someren, 5711 DC

r uwe Bro

Fase

Blad

Voorlopig Ontwerp

VO1

Datum

11-11-2022 CONCEPT

er Dors

r ipe Ku

Revisie Datum A B C D E F

Opmerkingen

Onderdeel

Terreintekening A. Bestaande Hal + kantoor B. Nieuwe Hal C. Nieuwe Hal D. Nieuwe showroom (begane grond) E. Nieuw Kantoor (1e en 2e verdieping) F. Groenzone

Kadastrale gegevens Gemeente: Gemeente Kadastrale gemeente: Gemeente Sectie/nummer: X1000 Oppervlakte perceel: Oppervlakte bouwkavelm2

Formaat

Schaal

A1

1:1000

Maatvoering

mm

Projectarchitect

Team

D. van de Rijdt MArch Ir. P.M.J. Verschuren

Ir. A.J. Veenstra

N Wijzigingen ten aanzien van de constructie altijd in overleg met adviseur constructies. Maatvoering in het werk te controleren. Alle rechten voorbehouden conform DNR.

Bijlage 5 Berekening waterbergingsopgave

Waterberging Rekenwaardes: Oppervlakte

% verharding

B

Nuva, Warehouse B*

9350 m²

100%

B

Nuva, Docks*

2875 m²

90%

C

Nuva, Warehouse C*

8250 m²

100%

D/E

Nuva, Showroom en Kantoor D/E*

2900 m²

100%

F

Nuva, Buitenruimte rondom Showroom*

9810 m²

90%

Subtotaal

31917 m²

X

Van Dongen engineering bv, bebouwing** Van Dongen engineering bv, verhard terrein**

1825 m²

F

Doc g rwe kke eA Lag n hte bac Am

ks

C

IV A

Projectnu

1969a

X 0

1,50

4103 m² 100%

Y

Ferro Fast bevestigingstechniek, verhard terrein**

117 m²

90%

Subtotaal

814 m²

VI

18

Doc

Project Nieuwbou Lage Akke

Opdrachtg Nuva Keuk Lage Akke Someren,

ks

I

r chte Vle

Y

709 m²

II

B

90%

Ferro Fast bevestigingstechniek, bebouwing**

D/E F

100%

Y

info@ arch.

III

Broekstraat

Subtotaal

2460 m²

g rwe kke eA Lag

ser Dor

X

t traa eks Bro

Inrichting

Fase

Voorlopi Datum

V

6-4-2022

Revisie Da A B C D E F

Z

Onderdee

r uwe Bro

Situatie W Formaat

A3

Berkvens autobanden, bebouwing**

485 m²

100%

Z

Berkvens autobanden, verhard terrein**

110 m²

90%

Subtotaal

584 m²

er Dors

Z

Projectarc

D. van de R Ir. P.M.J. Ve

r ipe Ku

er mak gen Wa

A. Bestaande Hal + kantoor B. Nieuwe Hal C. Nieuwe Hal D. Nieuwe showroom (begane grond) E. Nieuw Kantoor (1e en 2e verdieping) F. Groenzone G. Uitbreiding naastgelegen percelen

N

Eis gemeente 80mm per m² verharding (conform gemeentelijk rioleringsplan GRP 2021-2025) Waterbergingsopgave (percentage verhard opp. x 80mm)

Oppervlakte

Liter

Inhoud

Bebouwing en verharding Nuva

31917 m²

2553320 liter

2553 m³

Bebouwing en verharding Van Dongen eng.

4103 m²

328200 liter

328 m³

Bebouwing en verharding Fero Fast

814 m²

65144 liter

65 m³

Bebouwing en verharding Berkvens

584 m²

46720 liter

47 m³

Compensatie t.b.v. vervallen vijver uit bp “Lage Akkerweg” 2014

736000 liter

736 m³

Compensatie vervallen (zak) sloot parallel aan broekstraat

180000 liter

180 m³

Totaal bergingsbehoefte:

3909 m³

Infiltratievorm

Diepte

Oppervlakte

Inhoud

I

Retentie in laadkuil, Nuva

0,3 m

1600 m²

480 m³

II

Waterelement / vijver, Nuva t.p.v. huidige wadi

0,6 m

1150 m²

n.v.t.

III

Wadi bergingsgebied Kanaaldijk

0,3 m

3350 m²

1005 m³

Uitgaande van GHG 0,6m-mv

IV

Wadi bergingsgebied Kanaaldijk

0,3 m

4000 m²

1200 m³

Uitgaande van GHG 0,6m-mv

V

Wadi bergingsgebied Kanaaldijk

0,3 m

4150 m²

1245 m³

Uitgaande van GHG 0,6m-mv

VI

Uitbreiding sloot aan Kanaaldijk

0,2 m

4200 m²

840 m³

Uitgaande van GHG 0,6m-mv

4770 m³

voldoet

Infiltratiecapaciteit:

infiltratie of overloop nader te onderzoeken

* Oppervlaktes o.b.v. schetsontwerp d.d. 6 december 2022 ** Oppervlaktes o.b.v. concept verkaveling d.d. 18 november 2022 Denkkamer / Kerkstraat 2a, 5421KX Gemert / 0492 780112 / info@denkkamer.nl

Nieuwbouw hoofdkantoor en uitbreiding magazijn, Nuva Keukens, Someren

Wijzig

M

All

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13083082/2