Kennis nemen van de ontwerp-gemeenschappelijke regeling RBT
Tekst van het document
Raadsvoorstel Onderwerp:
Ontwerp-gemeenschappelijke regeling RBT Brainport-Oost
Portefeuillehouder:
P.F.C.W. van der Broeck
Documentnummer:
200747401
Zaaknummer:
0847200747350
Datum: 05-08-2025
1. Samenvatting voor de burger Om te komen tot de realisatie van het regionaal bedrijventerrein zijn de Peelgemeenten vanaf 2019 een gezamenlijk traject ingegaan. Uw college besloot op 25 februari 2025, samen met de colleges van de convenantpartners om de intentie tot deelname aan de op te richten Gemeenschappelijke Regeling RBT Brainport-Oost te bevestigen. Met dit voorstel wordt de ontwerp-gemeenschappelijke regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein BrainportOost’ aangeboden aan de gemeenteraden met het verzoek tot het uitbrengen van zienswijzen.
2. Inleiding Om te komen tot de realisatie van het regionaal bedrijventerrein zijn de Peelgemeenten vanaf begin 2020 een gezamenlijk traject ingegaan. Uw college besloot op 25 februari 2025, samen met de colleges van de convenantpartners om de intentie tot deelname aan de op te richten Gemeenschappelijke Regeling RBT Brainport-Oost te bevestigen. Met dit voorstel wordt de ontwerp-gemeenschappelijke regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein BrainportOost’ aangeboden aan de gemeenteraden met het verzoek tot het uitbrengen van zienswijzen. In de ontwerpregeling staan de juridische afspraken die de zes gemeenten met elkaar vastleggen voor de uitvoering van de taken die bij de gemeenschappelijke regeling worden belegd. In de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) is vastgelegd dat de raden op twee momenten formeel worden betrokken. Als eerste is er een zienswijzeprocedure waar raden hun zienswijze op de ontwerpregeling kunnen geven. Na weging van de zienswijzen (en eventuele aanpassing van de regeling) start de procedure voor toestemming en instemming. In deze procedure wordt de raden gevraagd om de colleges toestemming te verlenen, waarna de colleges kunnen instemmen met de regeling. Met het voorliggende besluit van elk van de zes colleges start het formele zienswijzeproces met de zes gemeenteraden. Deze periode duurt maximaal 8 weken.
Binnen deze wettelijke termijn van acht weken is er tijd om eventueel zienswijzen af te stemmen tussen de gemeenteraden. Beoogd wordt dat de zes gemeenteraden uiterlijk in september 2025 een besluit nemen over de zienswijze. Daarna start de toestemmingsprocedure.
3. Advies 1.
Kennis te nemen van de Ontwerp Gemeenschappelijke Regeling ‘Regionaal Bedrijventerrein Brainport-Oost’.
2.
Op de ontwerpregeling geen zienswijze in te dienen.
4. Beoogd effect Het doel van het voorstel is de samenwerkingsvorm te realiseren voor het regionale bedrijventerrein Brainport Oost in het gebied Lungendonk – Varenschut. Deze fase van besluitvorming over de op te richten gemeenschappelijke regeling vormt het voorzienbare vervolg op de vaststelling februari jongstleden van de uitgangspunten voor de samenwerkingsvorm door de colleges van Burgemeester en Wethouders van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren.
5. Argumenten 1.1 Het is verplicht raden de mogelijkheid te bieden een zienswijze te geven Een zienswijze procedure is verplicht in de Wet gemeenschappelijke regelingen. Sinds de wijziging van de Wgr (1 juli 2022) is het verplicht om bij het aangaan van, wijzigen van, toetreden tot en uittreden uit een gemeenschappelijke regeling (welke niet mede door de raden is getroffen) de raden de mogelijkheid te bieden om een zienswijze op het ontwerp van de regeling te geven. 1.2 Met het vaststellen van de gemeenschappelijke regeling wordt gevolg en inhoud gegeven aan het besluit in februari 2025 Bij de vaststelling van de gemeenschappelijke regeling wordt gevolg gegeven aan de positieve besluitvorming in februari over de uitgangspunten en de voorgestelde rechtsvorm voor de samenwerking door het college. De inhoud van de ontwerpregeling is gebaseerd op de uitgangspunten zoals door de colleges zijn vastgesteld in februari en voorbereid door de ambtelijke werkgroep met de ambtenaren economie en de juridisch adviseurs van de gemeenten.
Gelet op de aard van de taak, het belang dat partijen hechten aan het maatschappelijke en openbaar belang en het gegeven dat het realiseren van het RBT Brainport-Oost gedurende de looptijd van de regeling beleidsrijke bijsturing nodig kan hebben, heeft het de voorkeur om voor de samenwerking RBT Brainport-Oost te kiezen voor een gemeenschappelijke regeling met een openbaar lichaam (zie Bijlage 2). In deze vorm wordt de democratische legitimatie het beste geborgd en een andere rechtsvorm brengt geen financiële voordelen met zich mee. 1.3 Uitwerking van het uitgangspunt van een gebalanceerde stemverhouding De inhoud van de voorliggende ontwerpregeling is gebaseerd op het uitgangspunt van een gebalanceerde stemverhouding waarbij geen van de deelnemers een vetorecht heeft en bij besluitvorming consensus wordt nagestreefd. In de operationalisering van het woord ‘gebalanceerd’ is gestreefd naar balans tussen zeggenschap en risico. Daarbij zijn verschillende mogelijke verdeelsleutels overwogen, zoals: -
verdeling zeggenschap en risico naar evenredigheid (ieder een gelijk aandeel); 2/5
-
naar rato van oppervlakte;
-
naar rato van inwonertal;
-
naar rato van behoefte aan bedrijventerrein (bij de Peelgemeenten en in de oostflank SGEgebied).
Naar het oordeel van de betrokken gemeenten doet een zeggenschaps- en risicoverhouding van 60% voor de 5 Peelgemeenten en 40% voor de gemeente Helmond het meeste recht aan het belang en de draagkracht van de deelnemende gemeenten. In een separate toelichting (Bijlage 3) is genoemde overweging over de verdeling van de zeggenschap en het risico nader onderbouwd. De gemeente Helmond, als grootste gemeente in de samenwerking, heeft daarmee een risico van 40%, de andere deelnemende gemeenten ieder 12%. Dit is vertaald in de zeggenschap in de gemeenschappelijke regeling door het bestuurslid namens de gemeente Helmond 40% van de stemmen toe te kennen en de bestuursleden uit de andere gemeenten ieder 12% van de stemmen. Om blokkerende vetomacht van de gemeente Helmond te voorkomen, is daarnaast in de regeling opgenomen dat besluiten slechts tot stand kunnen komen indien zij worden genomen met ten minste 55% van het totale stemgewicht én instemming van ten minste vier van de zes deelnemers (dubbele meerderheidsregel). Mochten op een later moment andere gemeenten willen toetreden, kan bij wijziging van de gemeenschappelijke regeling die dan nodig is tevens de meerderheidsregel opnieuw worden bekeken en mogelijk worden vereenvoudigd. 1.4
Deelnemen is in het belang van de regio
De ontwikkeling van Brainport-Oost biedt een antwoord op de behoefte die er is aan een uitbreidingslocatie voor economische groei binnen de Brainport-regio. De ontwikkeling van Brainport-Oost komt voort uit de noodzaak om ruimte te bieden voor innovatieve bedrijven en hoogwaardige werkgelegenheid in de regio en de verplaatsing van bedrijven. De uitbreidingslocatie geeft vestigingsruimte aan Brainport gerelateerde bedrijven en bedrijven die passen bij de economische structuur van de regio. Daarnaast wordt door deelname aan de GR RBT Brainport-Oost een ontwikkeling gerealiseerd die een positieve impact gaat hebben op de werkgelegenheid in de regio. 1.5
Er worden alleen collegebevoegdheden overgedragen
Alleen bevoegdheden van de colleges van B&W gaan over naar de gemeenschappelijke regeling. De raadsbevoegdheden gaan niet over. De gemeenteraden blijven daarmee de kaderstellende bevoegdheden behouden. Met de vorming van de GR komen daar ook wettelijke bevoegdheden bij die direct voorkomen uit de Wgr (bijvoorbeeld een zienswijze op de begroting). De bevoegdheden in het kader van het later nog op te stellen omgevingsplan blijven bij de gemeenteraad.
6. Kanttekeningen 1.1 Deelname in de regeling levert een financieel risico op voor de deelnemers Bij besluitvorming over de gemeenschappelijke regeling tot deelname ontstaat mogelijk een financieel risico. Hoe hoog dit risico is, zal na actualisering van de grondexploitatieberekening duidelijker worden. Het risico zal in de begrotingen van de deelnemers moeten worden verwerkt. De financiële verplichting heeft een voorziene looptijd van 15 jaar.
3/5
Het uitgangspunt van de grondexploitatie is een neutraal of positief eindresultaat. Dit kan echter op dit moment nog niet worden gegarandeerd. Daarom wordt in de begroting 2026 in de risicoparagraaf een bedrag opgenomen van € 1.440.000, gebaseerd op het voorlopige negatieve resultaat van € 16 miljoen, de voorgestelde verdeelsleutel en een kwalificatie hoog risico. Dit heeft effect op het weerstandvermogen van de gemeente Someren. Op basis van de jaarrekening 2024 wijzigt het weerstandvermogen van 5,2 naar 4,3, waarmee er nog steeds sprake is van een uitstekend weerstandvermogen. Nadat de grondexploitatie geopend is binnen de GR, kan op basis van een actuele berekening, een verliesvoorziening worden gevormd, als er op dat moment nog sprake is van een verlieslatend beeld. De verliesvoorziening kan naar verwachting (ervan uitgaande dat het voorlopige resultaat niet verslechtert) worden gedekt uit de Reserve Grondbedrijf. Het bovengenoemde effect op het weerstandvermogen blijft, de beschikbare weerstandcapaciteit wordt immers lager door inzet van de Reserve Grondbedrijf. 1.2 Niet alle beoogde deelnemers stemmen in met deelname Wanneer niet alle beoogde deelnemers deelnemen in de GR dient de regeling te worden aangepast. Dit heeft gevolgen voor het risico, de doorlooptijd en de zeggenschapsverhoudingen. Het besluitvormingsproces dient dan opnieuw te worden doorlopen.
7. Financiën De mogelijkheid om een zienswijze op het ontwerp van de regeling te geven heeft geen financiële gevolgen.
8. Communicatie Zie Uitvoering
9. Uitvoering De oprichting en inrichting van de GR is een gefaseerd proces met de volgende stappen: a.
De ontwerpregeling wordt aan de gemeenteraden gezonden voor zienswijzen. De gemeenteraden hebben acht weken om een zienswijze in te dienen op de ontwerpregeling.
b.
Nadat alle zienswijzen binnen zijn, of de termijn is verstreken, wordt een weging gemaakt van de zienswijzen en eventueel (als de zienswijzen daartoe aanleiding geven) wordt de tekst van de gemeenschappelijke regeling aangepast. (gepland eind 2025)
c.
Via de colleges worden de gemeenteraden gevraagd toestemming te verlenen om in te stemmen met de (definitieve) regeling. (gepland eind 2025)
d.
Na verkregen toestemming kunnen de colleges instemmen met de definitieve regeling. (gepland begin 2026)
e.
Wanneer alle colleges, na verkregen toestemming, hebben ingestemd kan de regeling worden bekendgemaakt. (gepland begin 2026)
f.
Na de bekendmaking wordt de organisatie verder ingericht zodat deze zo spoedig mogelijk na bekendmaking kan gaan werken aan het realiseren van het RBT Brainport-Oost.
4/5
Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,
wnd. burgemeester,
J. Weekers
P.J.M.G. Blanksma
Bijlage(n)
O
Raadsbesluit ontwerp-gemeenschappelijke regeling ‘Regionaal
X
NO
Bedrijventerrein Brainport-Oost’, documentnr. Djuma 200747425 Bijlage 1. Ontwerp-gemeenschappelijke regeling ‘Regionaal
X
Bedrijventerrein Brainport-Oost’, documentnr. Djuma 200747353 Bijlage 2. Notitie Rechtsvorm Samenwerkingsvorm RBT Brainport-Oost,
X
documentnr. Djuma 200747818 Bijlage 3. Notitie uitwerking keuze verdeling risico en zeggenschap,
X
documentnr. Djuma 200747354
5/5