Kadernota 2027
Tekst van het document
26 mei 2026
Kadernota 2027
1
26 mei 2026
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ...................................................................................................2 1 Aanbieding .......................................................................................................3 1.1 Inleiding ............................................................................................................4 1.2 Uitgangspunt sluitende begroting ..........................................................................5
2 Ontwikkelingen ................................................................................................8 2.1 Nieuwe ontwikkelingen ........................................................................................9
3 Uitgangspunten .............................................................................................11 3.1 Algemeen ........................................................................................................12 3.2 Rente- en afschrijvingsbeleid ..............................................................................13 3.3 Belastingen en rechten ......................................................................................15
4 Meerjaren prognose 2027 - 2030 ...................................................................16 4.1 Verwachte ontwikkelingen ..................................................................................17 4.2 Ontwikkelingen met structurele gevolgen .............................................................18 4.3 Ontwikkelingen met incidentele gevolgen .............................................................28
2
26 mei 2026
1 Aanbieding
3
26 mei 2026
1.1 Inleiding Hierbij bieden wij u de kadernota 2027 aan. Zoals gebruikelijk is dit de opmaat naar de begroting 2027 met een meerjarige doorkijk tot en met 2030. De kadernota vormt de start van de Planning & Control cyclus 2027. Het doel van de kadernota is dat de raad zich, voorafgaand aan de begrotingsvoorbereiding, uit kan spreken over de verwachtingen die zij heeft en de kaders kan stellen voor het opstellen van de begroting 20272030 door het college. Een kadernota behoeft, anders dan een begroting, meerjarig in financiële zin (nog) niet sluitend te zijn. Wel dient er uiteraard een reëel inhoudelijk en financieel perspectief te worden vastgesteld op basis waarvan in november een sluitende begroting gepresenteerd kan worden. In de kadernota 2027 schetsen we een beleidsarme uitwerking van de financiële kaders voor het komende jaar. De nadruk ligt op het voortzetten van het bestaande beleid, het verwerken van autonome ontwikkelingen die zich binnen de huidige begroting voordoen en voldoen aan wet- en regelgeving. Daarmee biedt deze kadernota een stabiel en voorspelbaar uitgangspunt voor de begroting 2027, terwijl de nieuwe coalitie de komende periode werkt aan een actualisatie van het beleidskader. Voor 2027 is nog geen sprake van een sluitende begroting. De structurele tekorten lopen daarbij vanaf 2028 verder op.
Dit vraagt om een heroverweging van prioriteiten en mogelijk aanvullende bezuinigingsmaatregelen om de financiële positie duurzaam te versterken. In deze Kadernota worden een aantal opties gegeven om tot een sluitende begroting te komen in 2027. Aan de Raad vragen we kaders om de begroting op te stellen. Bij de begroting controleert de raad of de kaders uit de kadernota zijn gerespecteerd en worden de definitieve kaders voor de uitvoeringsagenda van het volgend boekjaar vastgesteld. Bij de zomernota en de decemberrapportage controleert de raad de uitvoering volgens de begroting en stelt waar nodig die begroting bij. Bij de jaarrekening ligt het accent volledig op de controlerende taak.
4
26 mei 2026
1.2 Uitgangspunt sluitende begroting De gemeente heeft de verantwoordelijkheid om een begroting vast te stellen die structureel en reëel in evenwicht is. In het Gemeenschappelijk Financieel Toezichtkader dat uitgebracht is door de gezamenlijke provincies staat hierover het volgende: De begroting is structureel en reëel in evenwicht. De structurele baten dekken ieder jaar de structurele lasten en de ramingen zijn realistisch. Als de begroting niet structureel en reëel in evenwicht is, dan moet aannemelijk zijn dat dit evenwicht uiterlijk in het laatste jaar van de meerjarenraming tot stand wordt gebracht. Gezien de grote toekomstige tekorten is dit laatste op dit moment niet haalbaar en zullen we de begroting 2027 in evenwicht brengen. In deze Kadernota zijn de verwachte financiële effecten van de Voorjaarsnota van het Rijk verwerkt (dit is de verwachte bijstelling van de meicirculaire 2026). Ook de bijstellingen uit de septemberen decembercirculaire 2025 zijn verwerkt. En er is een bedrag opgenomen voor het niet volledig benutten van het btw-compensatiefonds door alle gemeenten, waardoor een extra bedrag aan de Algemene Uitkering wordt toegevoegd. Hiermee zijn de meest actuele inzichten in de rijksbijdragen verwerkt in de financiële kaders voor 2027 en de daaropvolgende jaren.
Alleen de uitkomsten van de meicirculaire 2026 nog niet omdat deze nog niet is gepubliceerd op moment van opmaak Kadernota. De aanvragen en ontwikkelingen met een structureel en incidenteel karakter zijn verwerkt. Het verwachte resultaat is daarbij niet toereikend is voor de incidentele asten, hiervoor zal eventueel de Algemene Reserve vrij aanwendbaar ingezet dienen te worden. Om in 2027 tot een sluitende begroting te komen, noemen we drie maatregelen. Deze opties worden genoemd omdat zij relatief snel inzetbaar, beleidsmatig verantwoord en binnen de bestaande kaders toepasbaar zijn. Het gaat nadrukkelijk om maatregelen die de Raad kan overwegen; er bestaan ook andere opties, maar deze drie zijn op korte termijn het meest realistisch en uitvoerbaar. •
de reserve Kapitaallasten inzetten om de stijging van de rentelasten tijdelijk te verzachten
•
de Algemene Reserve vrij aanwendbaar inzetten
•
Zero Based Budgetting (ZBB) maatregelen naar voren halen die vanaf 2028 in de begroting zijn verwerkt zoals in 2026 door de Raad besloten.
De maatregelen lichten we hieronder toe. Inzet Algemene Reserve Dankzij een maatregel kunnen gemeenten vanaf 2024 reserves en overschotten inzetten voor het dekken van structurele lasten. Hierdoor kan onze gemeente het surplus in de algemene reserve (de reserve waar geen bestemming aan is gegeven) aanwenden voor het dekken van structurele exploitatielasten. Van dit vrij besteedbare deel, het surplus, mag, onder voorwaarden, 10% ingezet worden voor structurele lasten. Dit onder de voorwaarde dat de solvabiliteit groter of gelijk aan 20% is en blijft. Dit deel wordt dan tot ‘structurele baat’ bestempeld. Ook moet het
5
26 mei 2026
weerstandsvermogen naar het oordeel van de toezichthouder (de provincie) voldoende zijn, gebaseerd op een adequate risico-inventarisatie. Het is aan gemeenten zelf of ze hun reserves daadwerkelijk inzetten. Voor onze gemeente is de omvang van het surplus gelijk aan de omvang van de Algemene Reserve vrij aanwendbaar. Aan de voorwaarde van solvabiliteit en weerstandsvermogen wordt voldaan door de Vastgelegde Algemene Reserve, nu maar ook op basis van de verwachte balanstoename als gevolg van investeringen in de komende 4 jaar. Rekening houdend met lopende ontwikkelingen verwachten we dat de Algemene Reserve vrij aanwendbaar per ultimo 2026 ca 12 miljoen euro bedraagt (inclusief verwacht resultaat 2025). Dit houdt in dat we in 2027 maximaal € 1.200.000 kunnen inzetten om structurele lasten te dekken. Deze maatregel moet gezien worden als een tijdelijk middel om de begroting sluitend te krijgen. Inzet van deze maatregel leidt immers tot uitnutting van de Algemene Reserve vrij aanwendbaar. Inzet Zero Based Budgetting (ZBB) maatregel verhoging OZB In 2026 heeft het project ZBB plaatsgevonden: de gehele begroting is opnieuw tegen het licht gehouden. Dit heeft geleid tot een lijst met bezuinigingsmaatregelen in drie categorieën op basis van impact: A) laaghangend fruit, B) bestuurlijke keuze en C) fundamentele keuze.
Bij de begroting 2026 zijn grotendeels maatregelen in de A-categorie ingezet, maar ook enkele Bcategorie maatregelen. Vanaf 2028 zijn maatregelen 46, 82, 83 en 84 uit het ZBB traject in de begroting verwerkt. Deze maatregelen (of een deel van deze maatregelen) kunnen 'naar voren worden gehaald' en voor 2027 benut worden. •
Het gaat hierbij om de volgende maatregelen:
Schrappen budget voor bevordering toerisme (nr 46), € 30.000
Ophogen van zaalhuur sport- en gymzalen (nr 84), € 18.000
Verhogen van de OZB voor niet-woningen ( € 350.000 -maatregel 82) en woningen (€ 175.000 - maatregel 83) waarbij de OZB wordt aangepast naar een gemiddeld niveau van Peelgemeenten.
Voor 2027 werden deze maatregelen teruggedraaid omdat het begrotingsresultaat van jaarschijf 2027 dit ten tijde van de begroting 2026 toeliet. Inzet Reserve Kapitaallasten In de Kadernota is een rentecomponent opgenomen voor langlopende leningen, met name als gevolg van het investeringsprogramma dat voor de komende jaren op de planning staat. In de reserve kapitaallasten zit een bedrag van €1,72mio vrij te besteden. Dit bedrag kan worden ingezet om de stijging van de rentelasten te dempen en daarmee een ingroei-effect te creëren. Advies is daarbij om 25% van de rentelasten in de Kadernota te dekken door de Reserve Kapitaallasten. Voor de komende vier jaar gaat het dan de volgende (afgeronde) bedragen: 2027 - € 200.00, 2028 - € 250.000, 2029 en 2030 - € 350.000. Totaal € 1.150.000.
6
26 mei 2026
Het blijft een tijdelijke oplossing. Een argument om van deze optie gebruik te maken is dat het lastig blijft te bepalen of de opgenomen mutatie voor rentelasten realistisch is, gelet op het zogenaamde investeringsoptimisme. De uitgangspunten voor een sluitende begroting in 2027 zijn gebaseerd op een verantwoord financieel beleid dat gericht is op het handhaven van een gezonde balans tussen inkomsten en uitgaven. We streven naar efficiëntie en effectiviteit in onze uitgaven, waarbij we prioriteit geven aan essentiële diensten en investeringen die de levenskwaliteit van onze inwoners verbeteren. Daarnaast streven we naar het maximaliseren van inkomsten door een doordacht belastingbeleid en het benutten van subsidies en andere financiële bronnen. Deze uitgangspunten vormen de basis voor een begroting die niet alleen in evenwicht is, maar die ook ruimte biedt voor toekomstige ontwikkelingen en kansen.
7
26 mei 2026
2 Ontwikkelingen
8
26 mei 2026
2.1 Nieuwe ontwikkelingen 2.1 Loon- en prijsontwikkelingen Sinds 2025 liggen de loon- en prijsontwikkelingen weer op een normaler niveau dan twee jaar daarvoor. Voor 2027 verwacht het CPB een inflatiepercentage van 2,1%. Het is wel onzeker of dit percentage door de mondiale ontwikkelingen overeind blijft. 2.2 Evaluatie loongebouw en onderhoudsronde herwaardering In 2026 vinden zowel de evaluatie van het loongebouw als een herwaarderingsronde plaats. Deze trajecten kunnen gevolgen hebben voor de personeelskosten. Op dit moment is echter nog niet bekend wat de financiële impact precies zal zijn. Omdat deze effecten nog niet kunnen worden ingeschat, zijn ze niet meegenomen in deze Kadernota. 2.3 Gemeentefonds Het gemeentefonds vormt de belangrijkste inkomstenbron voor onze gemeente en is daarmee bepalend voor de structurele financiële ruimte. De ontwikkeling van het fonds blijft echter omgeven met onzekerheden als gevolg van wijzigingen in de rijksfinancieringssystematiek, de ontwikkeling van de rijksuitgaven en mogelijke aanpassingen in de verdeelmethodiek. Tegen deze achtergrond blijft behoedzaamheid geboden bij de financiële meerjarenraming. De ontwikkelingen zullen nauwlettend gevolgd worden en de financiële consequenties worden betrokken bij de verdere uitwerking van de begroting 2027 en de meerjarenraming.
2.4 Omgevingswet en legesopbrengsten We verwachten de komende jaren een stabilisatie in het aantal Bopa's (Buitenplanse Omgevingsplan Activiteit). Tarieven van de leges mogen maximaal kostendekkend zijn. Bij de legesverordening 2027 wordt er op basis van de dan bekende kengetallen een inschatting gemaakt voor de leges. Vanaf 2027 wijzigen de leges ten voor de OPA (Omgevingsplan activiteit). Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de omliggende gemeenten. De verwachting is dat deze wijziging tot €100.000,- euro extra leges kan opleveren. Dit zal afhankelijk zijn van het aantal en de aard van de aangevraagde OPA.
2.5 Nieuwe investeringen Het is gebruikelijk om bij het vaststellen van de Kadernota ook nieuwe investeringen te betrekken. De kapitaallasten van investeringen waarover afgeschreven dient te worden zijn opgenomen in het overzicht met structurele lasten voor de jaren 2027-2030. De incidentele investeringen zijn opgenomen in het overzicht Incidentele lasten 2027-2030.
9
26 mei 2026
2.6 Informatievoorziening Informatievoorziening en ICT zijn belangrijke pijlers binnen gemeenten om de dienstverlening, services en bedrijfsvoering hoog te houden. Hierbij wordt data en informatie steeds belangrijker. Om inwoners, organisaties en de interne bedrijfsvoering goed te faciliteren is de beschikbaarheid van juiste, volledige en tijdige informatie van groot belang. De komende jaren willen wij dan ook focussen op de beschikbaarheid van informatie voor alle belanghebbenden. Daar komt bij dat er zorgvuldig met deze data en informatie omgegaan wordt. Hiervoor blijft het nodig om te blijven voldoen aan wet- en regelgeving en is blijvende optimalisatie van processen nodig.
1 0
26 mei 2026
3 Uitgangspunten
1 1
26 mei 2026
3.1 Algemeen Loon- en prijsontwikkeling Voor de loon- en prijsontwikkeling (exclusief subsidies Sociaal Domein) voldoet naar verwachting een bestaande stelpost in de begroting van € 250.000. Een aanvullende bijstelling in de Kadernota is niet nodig. Deze stelpost is gebaseerd op een percentage van 2,1%, dat overeenkomst met de raming van de prijs bruto binnenlands product voor 2027 volgens het CBS. Salarissen Vanuit de huidige CAO Gemeenten (2025-2027) volgt voor 2027 nog een loonstijging van 1,6% (per 1-1). Deze was nog niet in de begroting verwerkt. In de kadernota 2027 is daarom een mutatie met de verwachte financiële impact van ca € 235.000 opgenomen. Goederen en diensten Uitgangspunt is geen volume-uitbreiding. Mocht er toch sprake zijn van volume-uitbreiding dan dient dit gespecificeerd te worden toegelicht. Huren en pachten De ramingen voor huren en pachten worden aangepast conform overeenkomsten dan wel wettelijke verhogingen. De betrokkenen dienen hierover tijdig te worden geïnformeerd. Gemeenschappelijke regelingen In de ontwerpbegrotingen van de gemeenschappelijke regelingen zijn de jaarlijkse indexeringen verwerkt en de ontwerpbegrotingen vormen het uitgangspunt voor de kadernota 2027.
1 2
26 mei 2026
3.2 Rente- en afschrijvingsbeleid Afschrijvingen Bij elke investering kijken we of de resterende nuttige levensduur past bij de periode waarover we nog afschrijven. •
Als een investering korter meegaat dan we volgens de administratie nog zouden afschrijven, dan schrijven we extra af.
•
Als een investering langer meegaat dan de huidige afschrijvingstermijn, dan mogen we de waarde verhogen of de afschrijvingstermijn aanpassen.
Zo zorgen we ervoor dat de waarde op de balans aansluit bij hoe lang we een investering in werkelijkheid kunnen gebruiken. Rentebeleid In de gemeente Someren vertoonde de treasuryfunctie in 2025 nog een voordelig saldo. Dit betekent dat de externe rente-inkomsten hoger waren dan de externe rentekosten. Daarnaast is in de Nota reserves en voorzieningen 2022 aangegeven dat de gemeente het advies van de Commissie BBV volgt om geen rentekosten toe te rekenen over het eigen vermogen (reserves). Als gevolg daarvan kon er op grond van BBV geen rente worden toegerekend aan investeringen en grondexploitaties. Naar verwachting wordt in 2026 een omslagpunt bereikt. De gemeente zit namelijk aan haar wettelijke limiet waarop zij kortlopend mag financieren. Verdere uitgaande kasstromen als gevolg van met name investeringen in materiële en financiële vaste activa en ook grondexploitaties nopen ertoe om langlopende leningen aan te gaan trekken. Dat gaat leiden tot een situatie waarbij de externe rentelasten de rentebaten gaan overstijgen. Met andere woorden: de gemeente krijgt te maken met netto rentelasten. In die situatie is de gemeente op grond van BBV verplicht om een omslagrente te berekenen en toe te rekenen aan activa en grondexploitaties. Begrotingstechnisch is het van belang dat we ruimte creëren om (langlopende) leningen mogelijk te maken.
Omdat we in de kapitaallasten voor structurele investeringen tot dusver enkel rekening hielden met afschrijvingen, zijn de rentelasten niet in de begroting voorzien. Daarom wordt vanaf nu bij investeringsvoorstellen ook rekening gehouden met een rentecomponent. Dit betekent dus dat investeringen duurder worden. Op dit vlak zijn enkele inhaalslagen te maken. Het invoeren van een rentecomponent bij nieuwe investeringen heeft namelijk geen invloed op alle lopende en vastgestelde investeringsbesluiten. Daarom is in deze Kadernota een rentecomponent opgenomen om alle uitgaven mogelijk te maken.
1 3
26 mei 2026
Rentevisie De gemeente hanteert een prudent en stabiel rentebeleid dat gericht is op het binnen de wettelijke normen beheersen van renterisico’s en het daarbij waarborgen van een evenwichtige lastenontwikkeling over de jaren heen. Rente wordt gezien als een kostencomponent die zorgvuldig moet worden toegerekend aan investeringen en financiële posities. Uitgangspunten:
•
Spreiding in looptijden Bij het aantrekken van langlopende leningen wordt rekening gehouden met een renterisiconorm. Deze bevordert een goede spreiding van aflossingen en dus ook van herfinancieringsmomenten over de jaren heen. Hiermee beperken we het renterisico en creëren we stabiliteit in de rentelasten. De spreiding van looptijden doet bij totaalfinanciering ook recht aan de diverse economische levensduren binnen de totale investeringsportefeuille.
•
Vaste versus variabele rente De gemeente kiest primair voor vastrentende leningen om voorspelbaarheid te waarborgen. Kortlopende financiering kan worden ingezet voor een beperkt deel van de portefeuille, dit rekening houdend met de wettelijke bepalingen inzake de kasgeldlimiet.
•
Monitoring en actualisatie De renteontwikkeling wordt gemonitord en de rentevisie wordt jaarlijks geactualiseerd op basis van marktontwikkelingen en -verwachtingen.
1 4
26 mei 2026
3.3 Belastingen en rechten Onroerende-zaakbelasting De opbrengst OZB wordt volgens bestaand beleid gecorrigeerd met het inflatiepercentage van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven worden vastgesteld. Voor 2027 betekent dit een correctie (op basis van het gemiddelde inflatiepercentage over 2025) met 3,3% volgens opgave van het CBS. Rioolheffing In het WRP (Water en Rioleringsprogramma) is het rioolheffing recht vastgelegd. Het WRP is in Q4 2025 vastgesteld. Afvalstoffenheffing Bij de afvalstoffenheffing/reinigingsrecht is het uitgangspunt dat de tarieven volledig kostendekkend zijn. Als dit leidt tot een significatie stijging van de tarieven, kan de Egalisatiereserve afval ingezet worden om de tarieven te dempen. Toeristenbelasting In het bestaand beleid wordt het tarief voor de toeristenbelasting gecorrigeerd met het inflatiepercentage van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de tarieven worden vastgesteld. Dit percentage bedraagt voor 2027 3,3. Bij het ZBB-traject is echter besloten om het tarief met 10% te verhogen en de belastingplichtigen hiervan tijdig op de hoogte te stellen. Het Algemeen tarief stijgt hierdoor in 2027 met € 0,25 naar € 2,60 en het verlaagd tarief met € 0,20 naar € 1,70.
Na het opleggen van de aanslagen toeristenbelasting 2025 kan een prognose worden gemaakt van het verwachte aantal overnachtingen welke in de begroting 2027 worden verwerkt. Overige heffingen De overige heffingen (hondenbelasting en gemeentelijke leges) dienen zoveel mogelijk kostendekkend te zijn.
1 5
26 mei 2026
4 Meerjaren prognose 2027 - 2030
1 6
26 mei 2026
4.1 Verwachte ontwikkelingen In de voorbereiding voor het financiële kader voor de kadernota 2027 is bij de teams geïnventariseerd wat de ontwikkelingen zijn waarmee rekening gehouden moet worden bij de samenstelling van de kadernota 2027. Alle gemelde ontwikkelingen zijn gerangschikt volgens de criteria: 1 Wettelijke taak;
= Nieuwe ontwikkelingen als gevolg van wet en regelgeving.
2 Autonoom;
= Alle ontwikkelingen voortkomend uit bestaand beleid.
3 Loon- volumeontwikkeling en prijsindexeringen; 4 Ontwikkelingen; 5 Investeringen. Onderstaand de ontwikkelingen met structurele gevolgen:
1 7
26 mei 2026
4.2 Ontwikkelingen met structurele gevolgen V = voordeel / N = nadeel Resultaat: + = voordelig / - = nadelig resultaat Bedragen * 1000 Structurele lasten 2027
2027
2029
2030
V/N
Totaal resultaat begroting 2026
319
-1.429
-2.233
-2.232
Incidentele posten
-156
-127
-1
-1
Totaal structureel begrotingsresultaat begroting 2026
475
-1.302
-2.232
-2.231
-445
-445
-445
-445
30
-1.747
-2.677
-2.676
1e begrotingswijziging 26-2-2026 Uitvoeringscapaciteit woningbouw Uitgangspunt kadernota 2027 structureel
1
2028
Opstellen uitvoerings- en handhavingsstrategie - 1 x per 4 jaar wettelijke grondslag Totaal Wettelijke taak
-25 -
-
-
N
Crit.
1
-25
N
1
2 Rente (langlopende) geldleningen
-784
-1.065
-1.383
-1.383
N
2
Bijstelling algemene uitkering september- en 3 decembercirculaire 2025
839
1.454
2.087
2.629
V
2
1.239
1.172
1.144
1.142
V
2
210
210
210
210
V
2
1.504
1.771
2.058
2.598
V
2
4 Verwachte bijstelling meicirculaire 2026 5 Verwachte bijstelling btw-compensatiefonds Totaal autonome ontwikkelingen 6 Indexering subsidies Sociaal Domein
-70
-70
-70
-70
N
3
7 Bijdrage aan 9 Gemeenschappelijke regelingen
-676
-815
-815
-815
N
3
8
Verwerking stijging Begroting BLINK in afvalbegroting (-heffing)
134
134
134
134
V
3
9
Zorgkosten GR Peelgemeenten (WMO, Jeugd, BMS en Inburgering)
-734
-734
-734
-734
N
3
10
Correctie Wet Inburgering trajectkosten voortaan via GR Peelgemeenten (zorgkosten)
126
126
126
126
V
3
11
Uitvoeringskosten Bijzondere Bijstand verhogen inkomensgrens naar 120%
-30
-30
-30
-30
N
3
12 Stijging (indexatie) dotatie voorziening Wegen
-14
-14
-14
-14
N
3
13 Stijging (indexatie) dotatie voorziening Gebouwen
-35
-35
-35
-35
N
3
14 Loonontwikkeling; CAO
-235
-235
-235
-235
N
3
15 Indexatie van de OZB (3,3%)
180
180
180
180
V
3
Dienstverlening software (indexatie en volume 16 aanpassing) en telefonie
-50
-50
-50
-50
N
3
-1.404
-1.543
-1.543
-1.543
N
3
-125
-125
-125
-125
N
4
Totaal loon- en volumeontwikkeling en prijsindexering
17
Niet gerealiseerde ZBB (Zero Based Budgetting) maatregelen
18 Vervallen bijdrage Innovatiehuis de Peel
130
130
130
130
V
4
19 Uitbreiding naar 4 wethouders
-125
-125
-125
-125
N
4
Extra dotatie pensioenvoorziening wethouders door 20 uitbreiding naar 4 wethouders
pm
pm
pm
pm
N
4
Uitbreiding secretariaat door uitbreiding naar 4 wethouders
-50
-50
-50
-50
N
4
21
1 8
26 mei 2026
22
Bestuursadviseur & ondersteuning strateeg regionale samenwerking binnen concernstaf
-132
-132
-132
-132
N
4
23
Uitbreiding formatie team Maatschappelijke Ontwikkeling
-57
-57
-57
-57
N
4
Secundaire arbeidsvoorwaarden door toename 24 personeelsleden (inclusief terugdraaien ZBB maatregel studiekosten)
-130
-130
-130
-130
N
4
25 Aanpak buitengebied - deelgebiedenproces
pm
N
4
26 SOK NOVEX De Peel 27 Wendbaarheidsbudget personeel
-10
-10
-10
-10
N
4
-200
-200
-200
-200
N
4
-11
-11
-11
-11
N
4
-710
-710
-710
-710
N
4
29 Rehabilitatie wegen (cf kostendekkingsplan)
-2
-4
-183
N
5
30 Fysieke maatregelen mobiliteitsplan
-
-
-90
N
5
Indexering IHP (Integraal Huisvestingplan 31 Onderwijs) prijspeil 2026
-38
-38
-72
N
5
32 Ophoging kredieten IHP voor projectleiding
-6
-6
-6
N
5
33 Inrichting Nederweersteweg
-7
-7
-7
N
5
34 Bijdrage Korte Termijn Maatregelenpakket 2
-32
-32
-32
N
5
35 Versneld invoeren 30 km/h wegen
-17
-28
-61
N
5
36 Gemeentehuis van de toekomst
pm
pm
pm
N
5
-
-102
-115
-451
N
5
-580
-2.331
-2.987
-2.807
N
Terugdraaien ZBB maatregel contactpersoon WW28 locaties Totaal ontwikkelingen Kapitaallasten investeringen:
Totaal Investeringen Verwacht structureel resultaat Kadernota 2027
Wettelijke taken 1) Opstellen Uitvoering-& Handhavingsstrategie (N: € 25.000) Eén keer in de 4 jaar wordt volgens het VTH-beleid een Uitvoerings- & Handhavingstrategie (U&HS) opgesteld. Het U&HS kent een wettelijke grondslag in de Omgevingswet en wordt opgesteld door een extern expert. Jaarlijks wordt door VTH zelf op basis van het U&HS een uitvoeringsprogramma opgesteld. Autonome ontwikkelingen 2) Rente (langlopende) geldleningen (N: € 784.000 en oplopend) Om alle lopende en vastgestelde investeringen te kunnen blijven betalen, moeten we leningen aantrekken. Tot op heden was geen rentecomponent in kapitaallasten voorzien. Voor de onderbouwing van deze mutatie verwijzen we naar het rapport 'Inzicht in investeringen en effect op liquiditeitspositie'. 3) Bijstelling alg. uitkering september- en decembercirculaire 2025 (V: € 839.000 ) De begroting 2026 Gemeente Someren geeft de Algemene uitkering weer op basis van de Meicirculaire 2025. Het financiële effect van de bijstellingen van de september- en decembercirculaire 2025 is in bovenstaande tabel weergeven. Hierover is de Raad via de P&Cproducten reeds geïnformeerd. 1 9
26 mei 2026
4) Verwachte bijstelling algemene uitkering (V: € 1.239.000 ) Naar aanleiding van de Voorjaarsnota 2026 van het Rijk hebben we de algemene uitkering voor de gemeente Someren bijgesteld. De bijstelling heeft betrekking op de actualisatie van het accres. De definitieve cijfers kunnen we aan de hand van de Meicirculaire bepalen, die eind mei verwacht wordt. 5) Btw-compensatiefonds (V: € 210.000 ) De verwachting is dat het budget van het Rijk voor het btw-compensatiefonds niet volledig benut wordt. Het restant wordt toegevoegd aan de Algemene Uitkering. Loon- en volumeontwikkelinge en prijsindexaties 6) Indexering subsidies (N: € 70.000) Een aantal van onze gesubsidieerde rechtspersonen heeft personeelslasten. Wij verwachten ten gevolge van CAO-effecten een stijging in 2027. Op basis van de Loonvoet marktsector (c) hebben wij het percentage van 3.9% aangehouden. Onze inschatting van de extra kosten voor caoloonstijging in 2027 is € 70.000.
7) Bijdrage aan 9 Gemeenschappelijke regelingen (N: €676.000) De gemeente Someren maakt deel uit van een aantal Gemeenschappelijke regelingen. Jaarlijks indexeren deze GR'en conform overeengekomen kaders hun uitvoeringskosten. In onderstaand overzicht zijn de uitvoeringskosten conform de ontwerpbegrotingen van de gemeenschappelijke regelingen opgenomen. Raming gemeente 2027
Omschrijving
Begroting GR 2027
Peelgemeenten
3.223
3.165
-58
Senzer
1.595
1.632
37
Veiligheidsregio Brabant - Zuidoost (VRBZO)
1.732
1.454
-278
Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB)
440
432
-8
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB)
1.096
1.096
0
Metropoolregio Eindhoven (MRE)
348
337
-11
GGD Brabant Zuidoost
991
990
-1
ICT-NML
1.091
868
-223
Blink
2.143
2.009
-134
Totaal
12.659
11.983
-676
Verschil
Bedragen X € 1.000
Daling Begroting Senzer (V: 37.000) Senzer geeft een eenmalige korting in 2027 op de uitvoeringskosten, waardoor er een positief verschil is. Vanaf 2028 is er sprake van een stijging van € 169.000.
2 0
26 mei 2026
8) Stijging begroting BLINK in afvalbegroting (-heffing) (V: 134.000) De verwachte kostenstijging wordt verwerkt in de gemeentelijke afvalbegroting 2027. In onze gemeentelijk afvalbegroting worden zowel de kosten als de baten van de afvalinzameling opgenomen en verrekend in de hoogte van de afvalstoffenheffing. Deze tarieven worden in december 2026 vastgesteld.
9) Zorgkosten GR Peelgemeenten (WMO, Jeugd, Inburgering en BMS) (N: € 734.000) De zorgkosten van GR Peelgemeenten vallen uiteen in kosten van Wmo, Jeugdwet, Inburgering en BMS (bijstand, minima en schuldhulpverlening). De gemeente Someren baseert haar zorgkosten op de kwartaalrapportages van de GR Peelgemeenten. GR Peelgemeenten stelt op basis van de zorgkosten in haar voorlopige jaarrekening 2025 een eerste prognose voor het jaar 2027 op. Voor de kadernota 2027 zijn we op basis van de voorlopige jaarcijfers van GR Peelgemeenten uitgegaan van een prognose van € 10.380.000. In 2023, 2024 en 2025 zijn de zorgkosten voor Jeugd gestegen als gevolg van een incidentele casus voor gesloten jeugdzorg. In de prognose wordt voor JZ+/gesloten jeugdzorg het gemiddeld aantal ligdagen van de afgelopen 5 jaar gehanteerd. We zien hier een mogelijkheid om de stijging binnen Jeugd voor € 250.000 als incidenteel aan te merken en als zodanig te verwerken in de kadernota. De totale structurele mutatie zorgkosten voor de gemeentelijke kadernota 2027 wordt op basis hiervan € 734.000 (€ 984.000 - € 250.000). Wmo De zorgkosten voor Wmo stijgen in vergelijking met de cijfers genoemd in de begroting 2026. De prognose van de totale zorgkosten Wmo in 2027 zijn € 4.217.000 op basis van de jaarcijfers 2025 van GR Peelgemeenten.
Dit komt voornamelijk door een grote stijging bij de kosten bij Wmovoorziening Hulp bij het huishouden. De kosten zijn in 2025 fors toegenomen t.o.v. 2024. Dit is voor een groot deel te wijten aan de indexering en aanwas (vergrijzing). De GR Peelgemeenten probeert grip te krijgen en houden op deze kosten. In 2026 loopt het traject voor de aanbesteding huishoudelijke ondersteuning, vanaf januari 2027 gaan de nieuwe contracten in. Daarnaast zal er een verandering in financieringssystematiek gehanteerd worden, waarbij de verwachting is dat dit de kosten beheersbaar houdt. Jeugd De zorgkosten voor jeugdzorg stijgen in vergelijking met de cijfers genoemd in de begroting 2026. De prognose voor de totale jeugdzorgkosten in 2027 € 5.342.000 op basis van de jaarcijfers 2025 van GR Peelgemeenten. Dit komt voornamelijk door de groei van dure en weinig voorkomende zorg, met name in de overige jeugdvoorzieningen. Dit is noodzakelijke zorg die niet lokaal of regionaal kan worden verleend bijvoorbeeld in crisis situaties. Ten opzichte van voorgaande jaren zullen er in 2026 en 2027 relatief veel kinderen gebruik maken van landelijke ingekochte zorgproducten of jeugdbescherming. Deze zorgvorm kent zeer hoge kosten per client, gemiddeld circa € 70.000 met forse uitschieters voor individuele jeugdigen.
2 1
26 mei 2026
De kosten worden voortdurend gemonitord middels de BI tool van GR Peelgemeenten. Echter betekent landelijk ingekochte zorg, dat het zorgkosten zijn waar de gemeente geen invloed op heeft. Hiertegenover staat een verwachte daling van andere zorgvormen, zoals woonvormen voor jeugdigen. De meeste zorgvormen blijven stabiel. 10) Wet inburgering Er is een nieuw werkproces waarin alle facturen voor de taaltrajecten van de nieuw gecontracteerde taalschool door de GR Peelgemeenten verwerkt worden en vervolgens met de gemeenten worden verrekend. Voorheen pakte de gemeente dit zelf op. Het gaat dus om een gewijzigd proces waardoor deze uitgaven nu onder de zorgkosten van de GR vallen. 11) Uitvoeringskosten Bijzondere bijstand 120% (N: € 30.000) Het besluit om de inkomensgrens van de bijzondere bijstand te verhogen naar 120% brengt extra zorg- en uitvoeringskosten met zich mee, omdat meer inwoners in aanmerking komen voor ondersteuning. De toename van de zorgkosten zijn meegenomen in de Kadernota bij de raming van GR Peelgemeenten (BMS). Uitvoeringsorganisatie Senzer heeft een inschatting gemaakt dat de uitvoeringskosten op jaarbasis zullen stijgen met € 30.000,-. Deze kosten zijn nu nog niet meegenomen in het overzicht bijdrage aan 9 Gemeenschappelijke regelingen en worden daarom apart vermeld.
12) Stijging (indexatie) dotatie voorziening Wegen (N: € 14.000) Op basis van het Integrale Kostendekkingsplan Openbare ruimte (IKDP-OR) 2023 wordt jaarlijks een storting gedaan in de Voorzieningen Onderhoud Wegen. Om het IKDP-OR waar te kunnen maken, is het noodzakelijk dat de bedragen uit het IKPD-OR jaarlijks worden geïndexeerd. 13) Stijging indexatie dotatie voorziening Gebouwenbeheer (N: € 35.000) De dotatie wordt niet elk jaar geïndexeerd, daar regelmatig projecten vooruitgeschoven worden, waardoor het totaalsaldo van de voorziening voldoende blijft. Echter de afgelopen jaren zijn de prijzen van materialen sterk gestegen en diverse installaties dienen duurzaam vervangen te worden, waardoor we niet ontkomen aan een indexering. 14) Loonontwikkeling (N: € 235.000) In april 2025 is de CAO Gemeenten vastgesteld voor de periode 2025-2027. Dit betekende voor 2025 een loonstijging van 3,85%, voor 2026 een loonstijging van 1,25% per 1-7-2026 en voor 2027 een loonstijging van 1,6% per 1 januari. Dit zorgt voor een financiële impact van € 235.000. Medio april 2027 loopt de huidige CAO af. In deze kadernota is geen rekening gehouden met eventuele nieuwe ontwikkelingen. 15) Indexatie OZB (V: € 180.000) Indexatie van de geraamde OZB-opbrengsten op basis van het gemiddelde inflatiepercentage over 2025 met 3,3% volgens opgave van het CBS.
2 2
26 mei 2026
16) Dienstverlening telefonie en software (N: € 50.000) Naast de indexering van de softwarekosten dienen we voor een goed werkende informatievoorziening in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Ook breidt onze organisatie uit wat leidt tot extra licenties voor diverse pakketten. Ontwikkelingen 17) Niet gerealiseerde ZBB maatregelen (N: € 125.000) Van enkele ZBB maatregelen is geconstateerd dat deze niet haalbaar zijn. Het gaat om 1. ZBB nr 29 Kostendekkenheid leges verhogen Deze maatregel is doorgevoerd maar leidt door een andere oorzaak (bijstelling omvang) niet tot het gewenste effect. Bij het vaststellen van de tarieven in december 2025 is dit ook gecommuniceerd en vastgesteld. In de begroting was het nog niet verwerkt. 2. ZBB nr 39: Het effect van het verminderen van printers is lager dan verwacht 3. ZBB nr 72: Het effect van trainingen centraal tellen en vervallen stemmal is lager dan verwacht 4. ZBB nr 113: Overstappen naar vaste opstapplekken is niet haalbaar als gevolg van capaciteitsbeperkingen, logistieke complexiteit en impact op leerlingen en ouders. Andere partijen zijn daarbij nodig om dit te kunnen realiseren. 18) Vervallen bijdrage Innovatiehuis de Peel (V: € 130.000) De bijdrage aan Innovatiehuis de Peel komt te vervallen. In 2026 is besloten om te stoppen met de activiteiten.
19) Uitbreiding naar 4 wethouders ( N: € 125.000) In maart hebben de gemeentelijke verkiezingen plaatsgevonden. Daar het aantal inwoners van Someren inmiddels meer is dan 20.000 mogen er 4 fte aan wethouders benoemd worden. De nieuwe coalitie heeft aangegeven om het huidige aantal wethouders uit te breiden tot 4 personen. 20) Hogere storting pensioenvoorziening wethouders (PM) Uitbreiding van het aantal wethouders leidt ook tot een hogere storting in de pensioenvoorziening voor wethouders. De storting is afhankelijk van meerdere factoren die nog onbekend zijn. 21) Uitbreiding secretariaat door uitbreiding naar 4 wethouders (N: € 50.000) Door uitbreiding van het aantal wethouders en verbreding van het taakveld is uitbreiding op dit team met 24 uur noodzakelijk. 22) Bestuursadviseur & ondersteuning strateeg regionale samenwerking binnen concernstaf (N: € 132.000) In het kader van de organisatieontwikkeling worden de teams in de organisatie één voor één tegen het licht gehouden, met het doel opgaven en capaciteit (kwalitatief en kwantitatief) in balans te brengen met elkaar. Recent is ook voor de concernstaf een analyse afgerond. Uit die analyse is gebleken dat:
2 3
26 mei 2026
1. er behoefte is aan het toevoegen van een bestuursadviseur In onder andere de raadsenquête en de review op de bestuurskrachtmeting wordt zichtbaar gemaakt dat de opgaven waarvoor de gemeente Someren staat enorm zijn gegroeid. Dat vraagt aan de ene kant meer van de ambtelijke organisatie, maar stelt daarnaast ook het bestuur bloot aan grotere opgaven met steeds grotere (financiële) belangen van de gemeente Someren. De bestuursadviseur fungeert als strategische sparringpartner van bestuur en directie bij de grote opgaven en politiek gevoelige dossiers. De adviseur verbindt organisatie en bestuur en zorgt voor de benodigde sensitiviteit en communicatielijnen. De bestuursadviseur is daarnaast een verlengstuk van de gemeentesecretaris in bijvoorbeeld het formatieproces. Daarmee heeft de bestuursadviseur een directe positieve invloed op de informatieverstrekking door het college aan de gemeenteraad en het politiek-bestuurlijk-ambtelijk samenspel. 2. structurele ondersteuning voor de strateeg regionale samenwerking nog niet structureel is geborgd. De strateeg regionale samenwerking verbindt de gemeente Someren met regionale samenwerkingspartners, zoals de MRE en de Peelsamenwerking.
Door de schaalsprong is de regionale samenwerking binnen Zuidoost-Brabant enorm uitgebreid; in omvang van thema’s, aantal regionale beleidsvisies en in de snelheid waarin moet worden geanticipeerd op regionale ontwikkelingen en landelijke geldstromen. Om dit behapbaar te houden voor de strateeg is deze sinds enige tijd op incidentele wijze voor 8 uur per week ondersteund, als aanvullende taak voor een van onze beleidsmedewerkers. Deze ondersteuning is niet structureel geborgd. In lijn met het handelingsperspectief uit de review op de bestuurskrachtmeting om in te zetten op een uitbreiding van de regionale samenwerking wordt voorgesteld deze ondersteuning structureel op te nemen binnen de ambtelijke organisatie. 23) Teamontwikkelplan Maatschappelijke Ontwikkeling (N: € 57.000) In 2025 is het project ‘Teamontwikkelplan Maatschappelijke Ontwikkeling’ van start gegaan. Aanleiding daartoe was de constatering dat werkzaamheden, taken en verantwoordelijkheden op de afdeling Maatschappelijke Ontwikkeling niet altijd efficiënt binnen de teamleden zijn belegd. Collega's met beleidsfuncties worden momenteel veel belast met (operationele) uitvoering en daarnaast ontbreekt het aan capaciteit op overkoepelend en strategisch niveau.
Deze constatering vergroot de noodzaak tot een kritische analyse, met als resultaat het opnieuw inrichten van de teamstructuur en het effectiever beleggen van taken binnen het team. Deze aanpassing is noodzakelijk om als team opgewassen te blijven tegen steeds complexer wordende wet- en regelgeving, regionale ontwikkelingen en bestuurlijke ambities.
24) Secundaire arbeidsvoorwaarden door toename personeelsleden (inclusief terugdraaien ZBB maatregel studiekosten) (N: € 130.000) De afgelopen jaren is het personeelsbestand van de organisatie gegroeid en zal naar verwachting ook de komende jaren verder toenemen. De bijbehorende personele budgetten, waaronder de reiskostenvergoeding, arbo-voorzieningen en deels het opleidingsbudget, zijn in deze periode echter niet evenredig meegegroeid. Daarnaast zijn er nieuwe regelingen ingevoerd, zoals de 2 4
26 mei 2026
thuiswerkvergoeding, die extra druk leggen op deze budgetten. Gezien de structureel ontoereikende omvang van het opleidingsbudget in relatie tot de groei van het personeelsbestand en het belang van blijvende ontwikkeling en inzetbaarheid van medewerkers, is het niet wenselijk de ZBB-bezuiniging (dit ging om € 39.000) opnieuw door te voeren. 25) Project aanpak buitengebied (PM) De langere doorlooptijd van het deelgebiedenproces heeft ook gevolgen voor de financiën. Het opstellen van het omgevingsplan kost meer tijd dan gepland. Bovendien zijn de juridische kosten door de uitgebreide procedures bij de Raad van State gestegen. Op basis van de huidige planning is de verwachting dat er in 2027 nog eenmalig een aanvullend budget nodig zal zijn. Op dit moment is nog geen concreet bedrag te noemen. 26) SOK NOVEX De Peel (N: € 10.000) NOVEX De Peel is een rijks initiatief waarin provincies, waterschappen en gemeentes zijn betrokken. Het doel is om een duurzame, leefbare en gezonde toekomst voor de Peel te realiseren. Het creëren van een gezond evenwicht tussen natuur en landbouw, met water en bodem als fundament. Het rijk heeft momenteel 300 miljoen gereserveerd voor de NOVEX aanpak. Deze middelen zijn voornamelijk bedoeld voor de pijler Natuurlijke Peel. De 6 Zuidoost Brabantse Peelgemeenten worden vertegenwoordigd door de MRE.
Momenteel wordt gewerkt aan de toekomstige samenwerkingsovereenkomst NOVEX de Peel – SOK26.Hiervoor is een advies opgesteld. De adviezen zijn o.a. om de betrokken gemeenten van NOVEX de Peel meer te betrekken. Daarvoor is een verhoogde ambtelijke en financiële bijdrage nodig. Het additioneel daarvoor jaarlijks benodigd bedrag is € 10.000. 27) Wendbaarheid in personeelsbegroting voor het in balans brengen en houden van ambities en capaciteit (N: 200.000) In het kader van het versterken van de bestuurskracht wordt de ambtelijke organisatie versterkt. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor de beweging van beheren naar samen creëren, waarbij initiatieven vanuit de samenleving centraal staan. Naast die modernisering van de dienstverlening zijn de opgaven waar onze organisatie voor staat enorm gegroeid, voornamelijk door de schaalsprong van Zuidoost-Brabant. Om balans te kunnen brengen in (bestuurlijke) ambities en capaciteit is wendbaarheid in de personeelsbegroting nodig. Zowel tijdens het proces van het in balans brengen en vervolgens ook in het wendbaar kunnen inspringen in opgaven, (regionale) ontwikkelingen en (bestuurlijke) wensen.
28) Terugdraaien ZBB maatregel contactpersoon WW-locaties (N: € 11.000) Dit betreft het verlengen van de inzet van de contactpersoon woonwagenlocatie Muldersweg. Opbouwen van vertrouwen op locatie kost veel tijd, er is de afgelopen jaren veel energie gestoken in het opbouwen van deze relatie. Bemiddeling en contact met bewoners blijft nodig de komende jaren voor aanpak van de afval problematiek, aanpak openbare orde en veiligheid, signaleren van ontwikkelingen, het borgen van veiligheid van ambtenaren op locatie d.m.v. bemiddeling en in de ontwikkelingen rondom het woonwagenbeleid en de mogelijke uitbreiding van standplaatsen.
2 5
26 mei 2026
Investeringen 29+30) Investeringen cf kostendekkingsplan (N: verschillend meerjarig effect) Op basis van het Integrale Kostendekkingsplan Openbare ruimte (IKDP-OR) 2023 wordt jaarlijks geïnvesteerd voor fysieke maatregelen uit het Mobiliteitsplan en rehabilitaties van wegen en wordt jaarlijks een storting gedaan in de Voorziening onderhoud wegen. Om het beleid waarmee ingestemd is waar te kunnen maken, is het noodzakelijk dat de bedragen uit het IKDP-OR jaarlijks worden geïndexeerd. 31) Indexering IHP - Integraal Huisvestingsplan Onderwijs- prijspeil 2026 IHP (N: € 38.000 vanaf 2028) Investering: €2.628.786 Bij vaststelling van het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs is besloten de kredieten jaarlijks te indexering conform ‘Indexering normbedragen onderwijshuisvesting’ van de VNG. Voor 2026 is de indexering vastgesteld op 6,52%. 32) IHP -Integraal Huisvestingsplan Onderwijs - Projectleiding (N: € 6.000 vanaf 2028) Investering 2027-2031 jaarlijks € 160.000 Gezien de omvang en complexiteit van de opgave binnen het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) is goede projectleiding noodzakelijk om de uitvoering in goede banen te leiden. Tot op heden is deze rol ingevuld binnen de reguliere beleidsuren van het team Maatschappelijke Ontwikkeling (MO).
Door het groeiende aantal projecten in de komende jaren en de toenemende druk op de beschikbare capaciteit binnen het team, is dit echter niet langer haalbaar binnen de huidige formatie. Om de voortgang en kwaliteit van de uitvoering te waarborgen, is het daarom noodzakelijk om aanvullende uren voor projectleiding te ramen en hiervoor extra krediet beschikbaar te stellen. Voor de realisatie van een nieuw schoolgebouw wordt uitgegaan van gemiddeld 10 uur per week aan interne projectleiding gedurende een periode van drie jaar. Voor uitbreidingsprojecten wordt uitgegaan van een inzet gedurende gemiddeld twee jaar. Op basis van de specifieke casuïstiek bij De Ranonkel wordt hierbij aanvullend rekening gehouden met extra uren per week. Deze uitgangspunten zijn gebaseerd op ervaringscijfers uit recent gerealiseerde schoolbouwprojecten. Bij de vaststelling van het IHP is reeds eenmalig € 125.000 beschikbaar gesteld voor projecturen bij De Ranonkel. Op basis van de huidige inzichten, geldende uurtarieven en gehanteerde uitgangspunten dient dit krediet te worden geactualiseerd conform de maatstaven die ook voor de overige projecten worden gehanteerd. 33) Aanleg fietspad Nederweertseweg (kapitaallasten N: € 7.000 vanaf 2028) Investeringskrediet: 2027: € 140.000 Investering om te zorgen voor een verbeterde verkeersveilige situatie op de Nederweertseweg, met name voor de fietsers.
Voor een groot deel is bij de Nederweertseweg een vrijliggend fietspad
2 6
26 mei 2026
aanwezig. Om diverse redenen is dat voorheen niet doorgetrokken to het einde van de weg (Dooleggersbaan). Doordat het nu gecombineerd kan worden met werkzaamheden aan de weg is nu het moment om het ontbrekende fietspad te realiseren.
34 )Bijdrage Korte Termijn Maatregelenpakket 2 (Kapitaallasten N € 32.000) Investeringskrediet : 2027: € 650.000 Als onderdeel van het Beethovenconvenant hebben Rijk en regio afgesproken om Korte Termijn Maatregelenpakket 2 ( KTM2) te ontwikkelen. Dit betreft een gezamenlijke investering van € 200 miljoen in regionale maatregelen die bijdragen aan een betere bereikbaarheid, toekomstbestendige mobiliteit en het faciliteren van de urgente verstedelijkingsopgave in onze regio. De projecten uit KTM2 geven uitvoering aan de gezamenlijk geformuleerde ambities en doelstellingen zoals vastgelegd in de mobiliteitsvisies, strategieën en uitvoeringsprogramma's van de 21 gemeenten en subregio's, Provincie Noord-Brabant, het Rijk, kennisinstellingen en private partijen. De bijdrage voor Someren aan deze KTM2 projecten is vastgesteld op € 650.000. Voor meer informatie over deze maatregelen verwijzen we naar de raadsinformatiebrief die op 10 maart 2026 aan de Raad is aangeboden. 35) Versneld invoeren 30 km/h wegen (Kapitaalasten N: € 17.000 vanaf 2028 en oplopend) Investeringskredieten: 2027: € 335.000 2028: € 214.000 2029: € 692.000 2030: € 191.000 In 2022 heeft de gemeenteraad het Mobiliteitsplan vastgesteld. Onderdeel van het Mobiliteitsplan is het verlagen van de maximumsnelheid naar 30 km/uur op (bijna) alle wegen binnen de bebouwde kom.
Met het plan van aanpak “versneld invoeren 30 km/uur Someren” wil de gemeente in 4 jaar tijd overgaan tot het versneld verlagen van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom. Dit plan van aanpak moet nog door de Raad worden vastgesteld.
36) Gemeentehuis van de toekomst (N: pm) Naar aanleiding van de opgeleverde rapportage 'gemeentehuis van de toekomst' heeft de Raad nog geen keuze gemaakt, maar opdracht gegeven dat een vierde optie onderzocht dient te worden.
2 7
26 mei 2026
4.3 Ontwikkelingen met incidentele gevolgen Daar de kadernota 2027 een structureel negatief resultaat toont, zullen alle incidentele lasten gedekt dienen te worden uit de Algemene Reserve vrij aanwendbaar danwel uit bestemmingsreserves.
Bedragen x 1000 V = voordeel / N = Nadeel - Resultaat: + = voordelig / - = nadelig resultaat Incidentele lasten 2027
2027
2028
2029
2030
Totaal resultaat begroting 2026
319
-1.429
-2.233
-2.232
Structurele posten
475
-1.302
-2.232
-2.231
-156
-127
-1
-1
Uitgangspunt kadernota 2027 incidenteel 1 Doorontwikkelen regionaal energieloket
-156
-127
-1
-1
-80
-80
-80
-80
2 Implementeren wet- en regelgeving 3 Gemeentelijk dataplatform / datawarehousing
Totaal incidenteel begrotingsresultaat begroting 2026
V/N Crit.
N
1
-150
N
1
-150
N
4
4 Datastrategie - architectuur
-50
N
4
5 Procesverbetering
-100
N
4
6 Regionale arbeidsmarktstrategie
-34
N
4
7 Verlenging Peelsamenwerking
-56
N
4
Totaal verwacht incidenteel resultaat Kadernota 2027
-776
-207
-81
-81
N
1) Doorontwikkelen regionaal energieloket(N: € 80.000) De Europese Unie heeft alle lidstaten verscherpte eisen opgelegd om het energieverbruik versneld terug te dringen. Deze eisen zijn vertaald in EPBD IV. Gemeenten moeten via een Eénsysteemenergieloket met digitale en fysieke dienstverlening adviseren over energiebesparing aan alle inwoners en MKB bedrijven. Het jaarlijks benodigd budget bedraagt € 160.000 waarvan € 80.000 gedekt kan worden uit de CDOKE gelden. 2) Implementeren wet- en regelgeving (N: € 150.000) De komende jaren treedt een reeks nieuwe Europese en nationale wet- en regelgevingen in werking en vindt aanpassing plaats van bestaande nationale wetten. Deze wijzigingen vragen om structurele aanpassingen in onze informatieprocessen, systemen en governance. Om als gemeente compliant te blijven én onze wettelijke voorbeeldrol richting inwoners en ketenpartners waar te maken, is tijdige voorbereiding en een gestructureerde implementatie noodzakelijk. Dit vraagt om een programmatische aanpak waarin juridische, technische en organisatorische maatregelen worden gecombineerd. Met deze investering borgen we dat de gemeente voldoet aan wet- en regelgeving, risico’s beperkt en voorbereid is op toekomstige digitale opgaven.
2 8
26 mei 2026
3) Gemeentelijk dataplatform/datawarehousing (N: € 150.000) Een gemeentelijk dataplatform is een strategische randvoorwaarde voor een betrouwbare en toekomstbestendige informatievoorziening. Het platform maakt het mogelijk om gegevens centraal, veilig en transparant te beheren, waardoor de kwaliteit, samenhang en beschikbaarheid van informatie structureel worden verbeterd. Dit versterkt de basis voor onderbouwde bestuurlijke en ambtelijke besluitvorming. Daarnaast vormt het dataplatform een essentiële bouwsteen voor de verdere ontwikkeling van datagedreven werken en de verantwoorde inzet van nieuwe technologieën, zoals artificiële intelligentie. Door te investeren in deze voorziening voldoen wij beter aan wettelijke en maatschappelijke verplichtingen, waaronder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) en archiefwetgeving. Met het realiseren van een gemeentelijk dataplatform investeren wij doelgericht in een moderne, veilige en toekomstbestendige informatiehuishouding, ten behoeve van zowel de organisatie als onze inwoners. 4) Datastrategie - architectuur (N: € 50.000) Binnen de informatievoorziening worden gegevens intensief uitgewisseld tussen verschillende applicaties, waarbij deels gebruik wordt gemaakt van de gegevensmakelaar als centraal distributiemechanisme.
Door de toename van het aantal koppelingen en het belang van juiste, tijdige en veilige gegevensverwerking nemen de risico’s op het gebied van continuïteit, informatiebeveiliging, privacy en compliance toe. Om deze risico’s beheersbaar te houden is het noodzakelijk om de gegevensstromen beter inzichtelijk, controleerbaar en auditeerbaar in te richten. Dit vraagt om het omzetten en standaardiseren van bestaande verbindingen en het verder professionaliseren van monitoring en toezicht op de gegevensuitwisseling. Hiermee wordt invulling gegeven aan de eisen vanuit wet- en regelgeving (zoals AVG) en interne beheersings- en controlekaders. In 2026 wordt een plan van aanpak opgesteld waarin de benodigde maatregelen worden geprioriteerd en een nadere planning en raming voor 2027 van de bijbehorende kosten worden uitgewerkt. 5) Procesverbetering (N: € 100.000) Binnen onze organisatie worden bijna duizend verschillende werkprocessen uitgevoerd. Een beperkt aantal van deze processen wordt volledig beheerd door externe partners, zoals bijvoorbeeld een Gemeenschappelijke Regeling. Het overgrote deel van de werkprocessen wordt echter in eigen beheer uitgevoerd. Vanwege de snelle technologische ontwikkelingen, de introductie van nieuwe applicaties en de voortdurende veranderingen in wet- en regelgeving is het essentieel dat onze werkprocessen flexibel blijven.
Dit zorgt ervoor dat we continu kwaliteit en efficiëntie kunnen waarborgen. Om bovenstaande projecten (2 t/m 5) te kunnen realiseren zijn gelden nodig voor: •
Inhuur van externe expertise (juridisch, security, data, AI).
•
Softwarelicenties en noodzakelijke systeemaanpassingen.
•
Interne capaciteit voor projectmanagement en implementatie. 2 9
26 mei 2026
•
Training en adoptie van medewerkers.
6) Regionale arbeidsmarktstrategie (N: 34.000) De arbeidsmarkt blijft krap en ontwikkelt zich snel. Het aantrekken, binden en ontwikkelen van gekwalificeerd personeel vraagt steeds meer om een gezamenlijke aanpak. Dit geldt in het bijzonder voor kleinere organisaties, die individueel minder slagkracht hebben. Binnen de regio werken we daarom aan een gezamenlijke arbeidsmarktstrategie. Deze richt zich onder andere op het versterken van de positie als aantrekkelijke werkgever en het stimuleren van talentontwikkeling. Ook wordt gewerkt aan een gezamenlijk regionaal profiel om nieuwe medewerkers aan te trekken en huidige medewerkers te behouden. De bestaande samenwerking liep tot 2026 en is inmiddels verlengd tot en met 2027. Om deze samenwerking in 2027 te kunnen voortzetten en de ingezette ontwikkeling af te ronden en te borgen, is een incidenteel budget nodig van € 34.000. Dit budget wordt ingezet voor de coördinatie van de samenwerking en de uitvoering van gezamenlijke activiteiten binnen de regionale arbeidsmarktaanpak. 7) Verlenging Peelsamenwerking (N: 56.000) De afgelopen jaren hebben de Peelgemeenten (Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Helmond, Laarbeek en Someren) hun informele samenwerking verder vormgegeven.
Doel van deze Peelsamenwerking is een stevige positie in de regio (Zuidoost-Brabant), beter samenwerken in grensoverschrijdende projecten en het verkleinen van elkaars kwetsbaarheden. De onderwerpen op de MRE-agenda zijn daarin inhoudelijk leidend. Meerdere projecten vinden plaats onder de vlag van de Peelsamenwerking, de regionale ambtelijke inzet wordt vanuit hier gecoördineerd en er is een Peelakkoord opgesteld. De opdracht bij de start van de Peelsamenwerking is een evaluatie in 2026. Deze evaluatie (en bijstelling) vindt op dit moment plaats en biedt later in 2026 meer inzicht in de voorgestelde vorm van voortgang van de samenwerking en de bijbehorende financiën. Om te zorgen dat er middelen beschikbaar zijn voor een verlenging in 2027 wordt in deze kadernota de reguliere bijdrage met een jaar incidenteel verlengd.
3 0