Jaarstukken 2025
Tekst van het document
-3.593
-24
0.62
OZB niet-woningen
-1.551
-1.379
-1.341
-37
0.64
Belastingen overig
-111
-111
-105
-6
0.7
Algemene uitkering & overige uitkeringen
-38.646
-41.392
-41.852
461
0.8
Overige baten en lasten
637
0
0
0.9
Vennootschapsbelasting
291
291
214
999
Hulpkostenplaatsen
0
0
0
-32.256
-34.406
-35.125
718
-435
-820
-738
-82
-32.691
-35.226
-35.862
636
Resultaat 010
Reserves Resultaat (*)
Saldo = Begroting na wijziging Jaarrekening
Taakveld 0.1
Verklaring voor het verschil 1
2 3 4 5 0.2
77
1 3
0.3
1
0.4
1 2
Hogere raadskosten ivm vervanging van ziekte, meer presentiegelden niet-raadsleden en extra afgenomen diensten van Notubiz Hogere storting pensioenvoorziening gericht op de overdracht naar het ABP Niet geraamde externe begeleidingskosten (oa. APPA) Hogere salariskosten B&W ivm vervanging van ziekte Overige verschillen per saldo Het aantal verstrekte rijbewijzen was hoger dan geraamd en het aantal reisdocumenten lager. Per saldo minder legesopbrengsten Overige verschillen per saldo Overige verschillen per saldo Hogere kosten bezwaarschriftencommissie ivm vervanging bij ziekte en indexering van salarissen Hogere dekking overhead, door hoger aantal doorberekende uren naar projecten
3 Lagere facilitaire kosten door minder drukwerk, abonnementen, frankeerkosten etc.
Verschil
V/N I/S
36
N
I
619
N
I
35
N
I
19
N
I
17
N
S
18
N
I
13
V
S
1
N
S
16
N
I
256
V
I
36
V
S
51
4
5
6
Voordeel kosten Informatievoorziening ivm lagere onderhoudskosten nieuwe software (1e jr geen onderhoudskosten), lagere kosten internet en telefonie en afrekening bijdrage ICT-NML 2024) Nadeel kosten secundaire arbeidsvoorwaarden ivm hogere kosten advies- en begeleiding bij arbozaken en HR21 en voor personeelswerving De werkzaamheden van de privacy officer worden niet meer uitbesteed
7 Het budget voor trainees is niet volledig benut 8 Lagere kosten Wet Open Overheid door lagere anonimiseringskosten 9 Lagere kosten ondernemingsraad, daar van enkele personen de uren vanuit hun team niet overgeheveld zijn. 10 Niet ingevulde cq later gevulde formatieruimte team A&O door indiensttreding in de loop van het jaar 11 Niet ingevulde cq later gevulde formatieruimte team
61
V
I
64
N
I
25
V
S
52
V
I
12
V
I
32
V
I
88
V
I
183
V
I
2
N
S
42
V
I
14
N
S
12
N
S
300
V
I
20
N
S
4
N
S
41
N
S
4
V
S
6
N
S
310
V
I
151
V
S
77
V
S
5
N
I
77
N
I
Informatievoorziening door indiensttreding in de loop van het jaar. Tevens voordeel door aannames in aanloopschalen 12 0.5
1 2 3
Overige verschillen per saldo Hogere rentebaten schatkistbankieren Hogere beheerskosten startersleningen Hogere rente kortlopende leningen
4 Lagere rente langlopende leningen daar de afrekening van de(ver)bouw van onderhuisvesting doorgeschoven is naar 2026 0.61
1 2
0.62
1 2
0.64
1
0.7
1 2
0.9 Res. Res.
Lagere opbrengsten OZB-woningen (0,5%) Overige verschillen per saldo Lagere opbrengsten OZB niet-woningen (2,8%) Overige verschillen per saldo Overige verschillen per saldo Algemene Uitkering nabetaling (accres) voorgaande jaren Algemene Uitkering aanvulling nav decembercirculaire
1 De voorlopige aanslag vpb 2025 is lager dan geraamd (dekking reserve grondbedrijf) 1 Lagere onttrekking reserve bindingsactiviteiten doordat de werkelijke kosten van het bindingsreisje lager waren 2 Lagere onttrekking reserve grondbedrijf doordat de voorlopige aanslag Vpb lager was dan geraamd. (zie 0.9) V = voordeel N = nadeel I = incidenteel S = structureel
Bedragen x € 1.000
52
Prestatie indicatoren gemeente Someren Indicator
Eenheid
Someren
Someren
Grootte
2025
2024
klasse
Bron
Beschrijving
<25.000 Formatie
Fte per 1.000 inwoners
7,01
6,82
Nb
Eigen gegevens
Toegestane formatie in Fte van het ambtelijk apparaat van de organisatie voor het begrotingsjaar op peildatum 1 januari. Uitgangspunt is het vastgestelde formatieplan, niet de werkelijke bezetting.
Bezetting
Fte per 1.000 inwoners
6,35
6,08
Nb
Eigen gegevens
Het betreft het werkelijk aantal Fte dat werkzaam is, dus niet de toegestane formatieve omvang conform het formatieplan.
Apparaatskosten
Kosten per inwoner
826,85
787,56
Eigen gegevens
Apparaatskosten (ofwel organisatiekosten) zijn de noodzakelijke financiële middelen voor het inzetten van personeel (salarissen), organisatie-, huisvestings-, materieel-, automatiseringskosten e.d. voor de uitvoering van de organisatorische taken. Apparaatskosten zijn dus alle personele en materiële kosten die verbonden zijn aan het functioneren van de organisatie, exclusief griffie en bestuur.
Externe inhuur
Kosten inhuur externen als % van totale loonsom + kosten inhuur externen
19,3%
24,6%
Eigen gegevens
Onder externe inhuur wordt verstaan: het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de organisatie in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen organisatie en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt.
Overhead
% van totale lasten
10,0%
10,5%
Eigen gegevens
Overheadkosten: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces.
53
Verbonden partijen In onderstaande tabel worden de publiekrechtelijke en/of privaatrechtelijke verbonden partijen van dit programma getoond.
Publiek verbonden partij Naam
Plaats
ICT NML
Roermond
Gemeenschappelijke regeling Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB)
Oss
Privaat verbonden partij Naam
Plaats
Stichting Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuid-Oost Brabant (BIZOB)
Oirschot
Brabant Water NV
Den Bosch
NV Bank Nederlandse Gemeenten
Den Haag
54
Paragrafen
55
Weerstandsvermogen en risicobeheersing
56
Weerstandsvermogen Informatie over het weerstandsvermogen is van belang om te weten of en in hoeverre financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen. Deze tegenvallers kunnen incidenteel en structureel van aard zijn, maar hebben altijd invloed op de financiële positie van de gemeente. Hoe hoog het weerstandsvermogen zou moeten zijn is niet exact aan te geven. De omvang is afhankelijk van de (financiële) risico’s die de gemeente loopt en de kans dat de risico’s daadwerkelijk effectief worden. De definitie van een risico = kans x effect.
Om inzicht te krijgen in de hoogte van het benodigde weerstandsvermogen is het noodzakelijk om risico's te benoemen en te kwantificeren (benodigde weerstandscapaciteit) en deze vervolgens af te zetten tegen de beschikbare financiële middelen (beschikbare weerstandscapaciteit).
Zichtbaar is dat risicomanagement, wat het onderwerp is van deze paragraaf, slechts 1 van de 3 pijlers is. De pijler dekking/sluitende begroting wordt nader toegelicht in het onderdeel Beschikbare weerstandscapaciteit. De pijler financiering komt aan de orde in de Paragraaf: Financiering.
Om een uitspraak te kunnen doen over de mate waarin de gemeente Someren financiële tegenvallers kan opvangen is inzicht nodig in: 1.
De risico’s: met welke (materiële) risico’s hebben we te maken?
2.
De buffer: hoe groot is onze “spaarpot” om deze risico’s op te kunnen vangen?
57
Weerstandsvermogen Ratio weerstandsvermogen = Beschikbare weerstandscapaciteit (buffer) / benodigde weerstandscapaciteit (risico’s) = 39.481.000 / 7.333.000 = 5,4. In onderstaande tabel wordt de waardering van de ratio aangegeven. Waardering
Ratio weerstandsvermogen
Betekenis
A
Meer dan 2,0
Uitstekend
B
Tussen 1,4 en 2,0
Ruim voldoende
C
Tussen 1,0 en 1,4
Voldoende
D
Tussen 0,8 en 1,0
Matig
E
Tussen 0,6 en 0,8
Onvoldoende
F
Minder dan 0,6
Ruim onvoldoende
Er is geen norm bekend waaraan het weerstandsvermogen moet voldoen. Bij een ratio van 1,0 is de beschikbare weerstandscapaciteit gelijk aan de benodigde weerstandscapaciteit. Daarom is een ratio van minimaal 1,0 wenselijk. De ratio was in de begroting 2025 5,5 en komt nu uit op 5,4. Dit is volgens het overzicht uitstekend. Voor zover risico's zich daadwerkelijk voordoen en deze structureel van aard zijn, zullen deze in exploitatie worden verwerkt. Voor zover geen aanvullende structurele dekking aanwezig is kan als uiterste middel een beroep worden gedaan op de onbenutte belastingcapaciteit.
58
Beschikbare weerstandscapaciteit Onderstaande tabel geeft het overzicht van de beschikbare weerstandscapaciteit per 31-12-2025.
Bedragen x 1.000 Stand 31-12-2025 Algemene reserve vrij aanwendbaar
8.904
Vastgelegde algemene reserve
23.948
Algemene reserve (1)
32.852
Resultaat jaarrekening 2025 (2)
3.929
Post onvoorzien (3)
0
Stille reserve (4)
0
Onbenutte belastingcapaciteit (5)
2.700
Totaal
39.481
Ad 1. Algemene reserve De algemene reserve vrij aanwendbaar wordt ingezet voor onvoorziene investeringen. De vastgelegde algemene reserve fungeert als bufferreserve ter dekking van risico's. Bedragen x 1.000 Stand 31-12-2025 Algemene reserve vrij aanwendbaar
8.904
Vastgelegde algemene reserve
23.948
Totaal
32.852
Ad 2. Begrotingsruimte Het resultaat is, als afzonderlijk nog te bestemmen post, op de balans opgenomen. Besluitvorming over de bestemming vindt plaats bij de vaststelling van de jaarrekening. Volgens de geldende financiële kaders wordt het resultaat verrekend met de vastgelegde algemene reserve. Bedragen x 1.000 Jaarrekening 2025 2022 Resultaat
3.929
Totaal
3.929
Ad 3. Post onvoorzien
De post onvoorzien is ter dekking van niet voorziene uitgaven. In 2025 is deze post afgeraamd en is daarmee niet beschikbaar voor het weerstandvermogen.
59
Bedragen x 1.000 Onvoorzien jaarrekening 2025
Incidenteel
Structureel
Onvoorzien
0
0
Totaal
0
0
Ad 4. Stille reserve
Stille reserves zijn niet-bedrijfsgebonden eigendommen van een gemeente met een hogere waarde in het economisch verkeer dan de boekwaarde. Stille reserves dragen bij aan de weerstandscapaciteit, omdat een deel van de eigendommen kan worden verkocht boven de boekwaarde. Hierdoor wordt winst gerealiseerd. Deze winst kan worden ingezet ter afdekking van financiële tegenvallers. Het betreft hier met name de overwaarde op het onroerend goed van de gemeente bestaande uit gebouwen en grond (inclusief ongeveer 1.400 ha bos en natuurterreinen). Er is sprake van een stille reserve indien activa niet op de balans staan dan wel tegen een te lage waardering. Met name activa die in de loop der jaren meer waard zijn geworden dan de historische kostprijs. Bij de stille reserves gaat het om alle niet-bedrijfsgebonden activa (activa niet voor de openbare dienst bestemd) die een hogere waarde hebben dan de boekwaarde die is gebaseerd op de historische kostprijs. In de berekening van het weerstandvermogen worden de stille reserves niet meegenomen. In geval risico's zich voordoen, zijn stille reserves niet op korte termijn hiervoor in te zetten, enkel op langere termijn. Pachtgronden In totaal is er een oppervlakte van ca. 19 ha grond in pacht uitgegeven. Ervan uitgaande dat de verkeerswaarde van een ha. Pachtgrond in verpachte staat ca.
€ 42.000 bedraagt, kan het potentieel pachtareaal vastgesteld worden op ca. € 0,80 miljoen. Bossen Het bosbezit bedraagt ca. 1.074 ha. Er van uitgaande dat een ha. bosgrond tussen de € 7.500 en € 10.000 op kan brengen kan het potentieel worden bepaald op een bandbreedte tussen de € 8,06 en € 10,74 miljoen. Gronden gelegen in oude bestemmingsplannen Onder 'Gronden gelegen in oude bestemmingsplannen' zijn diverse verhuurde perceeltjes opgenomen. Deze gronden kunnen bestempeld worden als overhoeken. Daadwerkelijke opbrengstrealisering is afhankelijk van de daartoe te maken kosten en van het tijdstip waarop de lopende contracten beëindigd kunnen worden in relatie tot de vraag in de markt. Verzoeken tot verkoop van overhoeken worden steeds beoordeeld op basis van een aantal criteria, zodat niet zonder meer elk verzoek tot een verkoop(opbrengst) zal leiden.
60
Woningen/gebouwen We hebben nog 3 woningen en 4 bouwterreinen in eigendom waar geen boekwaarde tegenover staat. Uitgaande van de gemiddelde WOZ-waarde per woning van ca. € 422.000 en de gemiddelde WOZ-waarde per bouwterrein van € 268.000 kunnen we de potentiële verkoopopbrengst stellen op ca. € 2,34 miljoen. Aandelen Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) Wij hebben 15.444 aandelen bij de BNG. De aandelen BNG staan op onze balans voor een nominale waarde per aandeel van € 2,27 en een totaalbedrag van € 35.041. De werkelijke waarde is - mede vanwege de relatief hoge dividenduitkeringen van deze bank - vele malen hoger dan de aanschafwaarde. Ad. 5 Onbenutte belastingcapaciteit De gemeente kan haar belastingen verhogen om financiële tegenvallers op te vangen. Het verschil tussen de opbrengsten bij maximale tarieven en de geraamde opbrengsten is de onbenutte belastingcapaciteit. Voor de OZB wordt in de berekening uitgegaan van het jaar 2025, waarin het maximale tarief van de Woz-waarde 0,1595% bedraagt. Genoemd tarief wordt ook gehanteerd voor toelating tot artikel 12-status. In het geval de artikel 12-status de gemeente valt te verwijten, blijft het altijd mogelijk om lopende het artikel 12-traject belastingvoorschriften op te leggen. In de regel tot de huidige grens van 140% van het gemiddelde tarief, maar in uitzonderingsgevallen wordt een hogere opslag niet op voorhand uitgesloten.
Wanneer het berekende gemiddelde OZB-tarief voor de gemeente lager is dan het percentage voor toelating tot artikel 12 is er in principe sprake van een onbenutte belastingcapaciteit, immers een verhoging van het OZB-percentage zal nodig zijn om voor een aanvullende uitkering in aanmerking te komen. In onderstaande tabel is bij benadering aangegeven welke opbrengst deze verhoging genereert. In deze berekening is ervoor gekozen het verschil in percentage te vermenigvuldigen met de Woz-waarde van de woningen + de Woz-waarde van de niet-woningen. Bij een daadwerkelijke aanvraag zal een meer nauwkeurige berekening aan de orde zijn. Onbenutte belastingcapaciteit t.o.v. “artikel-12 norm 2025” OZB-percentage van de WOZ waarde voor toelating art.12
0,16%
Werkelijk gewogen percentage WOZ waarde gemeente
0,10 %
Verschil
0,06 %
Onbenutte belastingcapaciteit
€ 2.700.000
Bij de berekeningen is uitgegaan van de gebruikte totale WOZ waarde bij de vaststelling van de tarieven 2025. Het bedrag van € 2.700.000 geeft aan hoeveel de OZB baten nog maximaal verhoogd zouden moeten worden om te voldoen aan de artikel 12 norm.
61
Benodigde weerstandscapaciteit
Risico's Alvorens tot identificatie van de risico’s over te gaan zullen deze eerst geïnventariseerd worden. Op basis van deze inventarisatie wordt een lijst samengesteld met onderkende risico’s. Deze risico’s zullen geanalyseerd en beoordeeld worden.
1.1 Analyse en beoordeling Voor de analyse en beoordeling van de risico’s is er een indeling gemaakt op basis van kansklassen en financiële gevolgen. Dit betekent dat we elk risico vertalen in geld. In onderstaande tabel worden de kansklassen toegelicht: Klasse
Risicopercentage
hoog
75
midden
50
laag
25
zeer gering
10
De indeling in de klassen is door de organisatie bepaald op basis van ervaring en verwachtingen. De klasse geeft aan hoe groot de kans is dat het risico zich voordoet. De klasse "zeer gering" is voorbehouden aan het specifieke risico bij de gegarandeerde leningen. Hoewel hier een zeker risico gelopen wordt, is dat risico door de gelaagdheid van de waarborgen, voor de gemeente Someren uiteindelijk uiterst miniem. 1.2 Beheersing risico's / monitoring Vooruitlopend op een inventarisatie van alle bestaande risico's zijn de belangrijkste hiervan in beeld gebracht en nader gekwantificeerd op basis van genoemde uitgangspunten. Daarnaast zijn de beheersmaatregelen voor de diverse risico's nader omschreven. Een en ander is samengevat in onderstaande tabel. Risico
Omschrijving
Beheersmaatregel
Risico-
Financieel
score
effect (kans x maximaal gevolg
Economische
Het risico bestaat dat bij
Actuele informatiever-
Ontwikkelingen/
economische achteruitgang de
strekking via P&C-
onzekerheid
inkomsten afnemen terwijl
cyclus (Planning &
financiële positie
andere uitgaven toenemen.
Control), tijdig
gemeenten.
Enkele specifieke risico's
opstarten project
(grondexploitatie en
bezuinigingen, actuele
midden
250
62
Cybercriminaliteit
bijstandsuitgaven) zijn
ontwikkelingen
afzonderlijk benoemd.
nauwlettend volgen.
De risico’s in verband met
Het implementeren
cybercriminaliteit zijn groot.
van de maatregelen
Voorbeelden uit het recente
uit de Baseline
verleden bij andere
Informatiebeveiliging
organisaties laten zien dat de
Overheid moet leiden
financiële impact van een
tot een beperking van
cyberaanval met ransomware
de risico’s. Toepassing
of andere manieren van hacken
van technische
groot zijn. Losgelden, die
beschermingsmiddelen
geëist worden, bedragen vaak
en het vergroten van
honderdduizenden euro’s. Maar
het bewustzijn bij de
ook de bijkomende kosten van
medewerkers van de
het beheersen van een
risico’s zijn daarbij de
dergelijke crisis en de
belangrijkste
herstelkosten zijn aanzienlijk.
elementen.
hoog
750
midden
300
midden
500
Een totaal schadebedrag van 1 miljoen euro is reëel. De kans dat een dergelijk risico zich daadwerkelijk voordoet op enig moment is eveneens groot. Het genoemde bedrag is inclusief 50% van het weerstandsvermogen van ICT NML wat door de deelnemende gemeenten wordt opgevangen. Voor Someren is dit een bedrag van €27.000 (begroting 2026 ICT NML). Kosten externe
Het risico dat door extra
Bewaking via P&C
inhuur (o.a. door
werkzaamheden of vervanging
cyclus.
ziekteverzuim)
wegens langdurige ziekte de
Onderuitputting
kosten van externe inhuur niet
personele kosten
opgevangen kunnen worden
versus inhuur.
binnen de lopende begroting. Projecten
Pre contractuele fase,
Formaliseren en
tijdsdruk, technische zaken,
bewaken interne
planschaderisico, kwaliteit
procedures.
overeenkomsten, inspraakreacties, zienswijzen, bezwaar- en beroepschriften
63
zorgen voor opschorting c.q. herziening planontwikkeling. Juiste toepassing Wet ketenaansprakelijkheid / Grekening, Wet inlenersaansprakelijkheid. Juridisering
Burger is mondiger,
Formaliseren en
samenleving/niet
claimcultuur. Met juridische
bewaken interne
tijdig verstrekken
procedures zijn hoge kosten
procedures.
van informatie.
gemoeid.
Afhankelijkheid
Tijdige beschikbaarheid juiste
Uitbesteding van de
ICT systemen en
ICT middelen: uitval
werkzaamheden aan
beveiliging
computersystemen,
ICT-NML. Formaliseren
informatie
stroomstoring. Bijv. internet
en bewaken interne
valt uit, gemeente heeft
procedures. Up-to-
verplichtingen in ketens,
date houden integraal
verstrekken info aan landelijke
beveiligingsplan en
voorziening, bv BAG
optimaliseren uitwijk
(Basisregistratie Adressen en
mogelijkheden.
Gebouwen).
Optimaliseren
midden
500
midden
500
1.375
technische mogelijkheden. Leningen u/g en
De gemeente staat garant voor
Interne procedures
Zeer
garantieverstrekk
ongeveer 43 miljoen euro aan
m.b.t. verstrekken van
gering
ingen
leningen en heeft ca 12 mio
geldleningen,
uitgeleend aan starters- en
jaarlijkse controle op
duurzaamheidsleningen.
saldo geldleningen en
Bij een faillissement van een
garantieverstrekkinge
partij kan de gemeente
n met de diverse
verplicht worden om de lening,
partijen,
inclusief rente en kosten, terug
Waarborgfonds Sociale
te betalen. 90% van deze
Woningbouw (2e
leningen betreft de
achtervang).
achtervangpositie bij het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW), wat een lager risicoprofiel heeft dan een directe garantstelling. Daarom wordt voor de risico-inschatting uitgegaan van 25% van het totale bedrag.
64
Calamiteiten
Calamiteiten, rampen met een
Het actueel houden
laag
250
grote impact en schade op de
van het beschikbare
Somerense bevolking.
rampenplan.
midden
750
Geen
midden
208
hoog
750
midden
1.050
midden
150
Regelmatig overleg met keten-partners (politie, brand-weer), deelname aan vaccinatieprogramma' s Sociaal Domein
Dit zijn een open eind-
In tussentijdse
als gemeentelijke
regelingen, wat het risico in
rapportages inzicht
taak
zich draagt dat er incidenteel in
geven in stand van
een jaar overschrijdingen
zaken/ontwikkelingen.
kunnen voorkomen. Verstrekking
Aan de BNG is een lening
lening BNG Bank
verstrekt waardoor jaarlijks een bedrag van € 0,7 mln. aan rente-inkomsten wordt gegenereerd. Bij voortijdige aflossing door de BNG zal compensatie moeten worden gevonden voor de wegvallende rente-inkomsten. Het risico wordt afgezet tegen de creditrente die we ontvangen bij schatkistbankieren (1,92% december 2025).
Crisis in de
Door wereldwijde
Het treffen van de dan
wereld
gebeurtenissen kan de
noodzakelijke
instabiliteit toenemen en de
maatregelen voor het
leefbaarheid voor de inwoners
welzijn van de
nadelig worden beïnvloed.
inwoners.
Claim nadeels-
Een lopend planschadedossier
Bewaken uitspraak,
compensatie
van uitzonderlijk hoge omvang
wordt in 2026
(totaal 2,1 mio).
verwacht.
Garantstelling
In het kader van de
Bewaken voortgang
Regionaal
ontwikkeling van een nieuw
Bedrijventerrein
regionaal bedrijventerrein staat de gemeente garant voor €300.000. Het uitgangspunt van de toekomstige grondexploitatie van de 65
ontwikkeling is een neutraal of positief eindresultaat. Dit kan echter nog niet worden gegarandeerd. Het voorlopige negatieve resultaat bedraagt 0,1 miljoen. Op basis van de voorgestelde verdeelsleutel (12%) en kwalificatie midden risico houden we rekening met een risicobedrag van €12.000. Gelet op de fase in het proces benoemen we beide risico's, maar houden rekening met enkel het grootste risicobedrag omdat de garantstelling vervalt op het moment dat de grondexploitatie van kracht is. Totaal
7.333
Bedragen x 1.000
66
Kengetallen
Inleiding Het beoordelen van de financiële positie van gemeenten is voor veel raadsleden en bestuurders een lastige aangelegenheid. Veel gemeenten willen zich onderling vergelijken, maar dat was tot op heden niet mogelijk door het ontbreken van standaard definities/kengetallen. Gezien het steeds toenemende belang van toekomstbestendigheid van gemeenten, een grotere druk op de doelmatigheid en een steeds verder complexer wordende omgeving (ontwikkeling van financiële producten, meer verbonden partijen, meer taken zoals bijvoorbeeld in het sociaal domein) is het belang van financieel inzicht in de financiële positie toegenomen. Om dit inzicht te bevorderen is het in het kader van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) verplicht om meer kengetallen op te nemen in de jaar- en begrotingsstukken. Een aantal hiervan worden met name genoemd. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze van de kengetallen heeft geen functie als normeringsinstrument in het kader van financieel toezicht door de provincie. De invoering van de set kengetallen is voornamelijk bedoeld om raads- en bestuursleden meer inzicht te geven in de financiële positie en om vergelijkingen mogelijk te maken. De volgende kengetallen zijn voortaan verplicht voorgeschreven.
67
68
De kengetallen zoals voorgeschreven in het Besluit Begroting en Verantwoording geven nadere informatie over de financiële positie van de gemeente. De kengetallen geven het volgende beeld: Kengetallen
Jaarstukken 2024
Begroting 2025
Jaarstukken 2025
Waardering 2025
1 a.
Netto schuldquote
16%
72%
32%
voldoende
1 b.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
-18%
53%
-1%
voldoende
2.
Solvabiliteitsratio
63%
42%
54%
voldoende
3.
Grondexploitatie
-5%
-1%
-3%
voldoende
4.
Structurele exploitatieruimte
1,3%
0%
2%
voldoende
5.
Belastingcapaciteit
91%
90%
90%
voldoende
1a. netto schuldquote Inkomsten bepalen hoeveel schuld een gemeente kan dragen. Dit is goed te vergelijken met het afsluiten van een hypotheek. Hoeveel geld u kunt lenen, is afhankelijk van uw loon. Dat principe geldt ook voor gemeenten. De hoogte van de schuld die een gemeente kan dragen, hangt af van de hoogte van de inkomsten. Om hiervan een grove indicatie te krijgen wordt de netto schuldquote berekend. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Het geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie. De berekening van deze netto schuldquote gaat als volgt: trek de geldelijke bezittingen af van de schulden, de uitkomst is de netto schuld. Deel deze netto schuld vervolgens door de inkomsten. De uitkomst daarvan wordt uitgedrukt in procenten. Netto schuldquote* = Netto schuld / Totale inkomsten (voor bestemming reserves) *Netto schuld als aandeel van de exploitatie
Een netto schuldquote tot 100% wordt beoordeeld als voldoende, tussen de 100% en 130% staan de signalen op oranje en boven de 130% is bijsturing gewenst. Voldoende
Tot 100%
Matig
Tussen 100% en 130%
Onvoldoende
Hoger dan 130%
69
Situatie Someren Kengetal len 1 a.
Jaarstukke n 2024
Begroting 2025
Jaarstukk en 2025
Waarderin g 2025
16%
72%
32%
voldoende
Netto schuldquote
De netto schuldquote voor 2025 komt uit op 32%. Het grote verschil ten opzichte van begroting komt doordat de uitgaven op investeringen, ten opzichte van de planning achterblijven, waardoor het moment van aantrekken van (langlopende) leningen ook wordt opgeschoven. 1b. netto schuldquote gecorrigeerd met verstrekte leningen Om inzicht te verkrijgen in hoeverre sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inals exclusief doorgeleende gelden weergegeven. Op die manier wordt duidelijk in beeld gebracht wat het aandeel van de verstrekte leningen is en wat dit betekent voor de schuldenlast. De wijze waarop de netto schuldquote gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden wordt berekend, is gelijk aan de netto schuldquote, met dien verstande dat bij de financiële activa ook alle verstrekte leningen worden opgenomen. Hoe lager deze percentages, hoe beter. In onderstaande grafieken zijn beide kengetallen grafisch weergegeven. Situatie Someren Kengetal len 1 b.
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen
Jaarstukke n 2024
Begroting 2025
Jaarstukk en 2025
Waarderin g 2025
-18%
53%
-1%
voldoende
De netto schuldquote gecorrigeerd voor 2025 komt uit op -1%. Het grote verschil ten opzichte van begroting komt doordat de uitgaven op investeringen, ten opzichte van de planning achterblijven, waardoor het moment van aantrekken van (langlopende) leningen ook wordt opgeschoven. 2. solvabiliteitsratio De "solvabiliteitsratio" geeft de mate aan waarmee de gemeentelijke bezittingen zijn betaald met eigen middelen. Anders gezegd: het aandeel van het eigen vermogen (bezittingen) in het totaal vermogen (bezittingen en schulden). Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe gezonder de gemeente en hoe hoger de weerbaarheid. De solvabiliteitsratio kan als volgt worden berekend: Solvabiliteit = Eigen vermogen / Totaal vermogen
70
De volgende normen worden gehanteerd: Voldoende
>50%
Matig
Tussen 30% en 50%
Onvoldoende
<30%
Situatie Someren Kengetal len 2.
Solvabiliteitsratio
Jaarstukke n 2024
Begroting 2025
Jaarstukk en 2025
Waarderin g 2025
63%
42%
54%
Voldoende
3. Grondexploitatie De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitatie een forse impact kan hebben op de financiële positie van een gemeente. Indien gemeenten of provincies leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het project wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Het kengetal grondexploitatie geeft aan hoe groot de grondpositie (de waarde van de grond) is ten opzichte van de totale baten. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt een gemeente relatief gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet die worden afgewaardeerd, dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Om te kunnen beoordelen in hoeverre de gemeente in staat is om de in grond geïnvesteerde middelen terug te kunnen verdienen wordt gebruikt gemaakt van het volgende kengetal:
Boekwaarde in- en nog niet in exploitatie zijnde gronden / Totaal geraamde baten
Situatie Someren Kengetal
Jaarstukke
Begroting
Jaarstukk
Waarderin
len
n 2024
2025
en 2025
g 2025
3.
Grondexploitatie
-5%
-1%
-3%
voldoende
Om meer inzicht te krijgen in de risico’s van de grondexploitatie wordt in onze gemeente de financiële situatie jaarlijks getoetst aan de IFLO-norm. IFLO is de afkorting van Inspectie Financiën Lokale en provinciale Overheden. De IFLO-norm relateert de hoogte van de benodigde weerstandscapaciteit aan de boekwaarden van de gronden die in exploitatie zijn genomen.
71
De IFLO-norm is gebaseerd op het totaalbedrag van de volgende twee componenten: -
10% van de boekwaarde van de gronden in exploitatie;-
-
10% van de nog te maken kosten van de gronden in exploitatie.
Bij het toepassen van de IFLO-norm wordt per plan aangegeven wat het risico is bij de meest negatieve optie van scenario-ontwikkeling. Voor de berekening van de noodzakelijke omvang van de reserve wordt per plan uitgegaan van het hoogste berekende geldelijke risico. De minimale omvang van de algemene reserve grondbedrijf is gelijk aan de som van de hoogste risico’s per plan. Ultimo 2025 dient de Reserve grondbedrijf op basis van genoemde berekening minimaal € 4,9 miljoen te zijn. Hierbij is als worst case scenario vijf jaar uitstel van grondverkopen gehanteerd. De stand van de reserve grondbedrijf bedraagt per ultimo 2025 € 8,3 miljoen en voldoet daarmee aan de norm zoals deze in de grondnota is vastgesteld. Na afschaffing van de niet in exploitatie genomen gronden wordt voor dit kengetal de boekwaarde van de bouwgrond in exploitatie gedeeld door de totale baten van de gemeente. Het resultaat wordt uitgedrukt in een percentage. Als norm wordt hierbij een percentage van 10 gehanteerd. Een uitkomst van 10% of hoger wordt bestempeld als kwetsbaar. Hoe lager de uitkomst, hoe gunstiger voor de financiële weerbaarheid. Voor het jaar 2025 bedraagt dit percentage voor onze gemeente 3%. Dit impliceert een beperkte kwetsbaarheid van de grondexploitatie. 4. Structurele exploitatieruimte Het kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is.
Er wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten. Het hierdoor ontstane saldo wordt vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Het kengetal wordt berekend met behulp van de volgende formule:
Structurele exploitatieruimte / Totale baten voor bestemming Hierbij worden de volgende normen worden gehanteerd: Voldoende
>0,6%
Matig
Tussen 0% en 0,6%
Onvoldoende
<0%
Situatie Someren Kengetal len Structurele exploitatieruimte
Jaarstukke n 2024
Begroting 2025
Jaarstukk en 2025
Waarderin g 2025
1,3%
0%
3,0%
Voldoende
72
Het kengetal wordt berekend door de structurele ruimte te relateren aan de totale baten voor resultaatsbestemming. In 2025 is sprake van voldoende structurele ruimte. In werkelijkheid is het berekende percentage 2,4. Een percentage van 0,6 of meer wordt als voldoende bestempeld. 5. Belastingcapaciteit Dit kengetal geeft een indicatie van de onbenutte belastingcapaciteit. De OZB is voor gemeenten de belangrijkste bron van inkomsten. De onbenutte belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin financiële tegenvallers kunnen worden opgevangen en/of er ruimte is voor nieuw beleid. Op voorstel van het advies van de Commissie vernieuwing BBV (Besluit begroting en verantwoording) is ervoor gekozen om de belastingcapaciteit te relateren aan landelijk gemiddelde tarieven OZB. In de eerste plaats is voor een landelijk gemiddelde gekozen omdat over het algemeen geen maximum is gesteld aan belastingentarieven, zoals bij de OZB. Daarnaast geeft een gemiddeld tarief meer inzicht in de betekenis van de belastingcapaciteit voor de financiële positie dan wanneer het gerelateerd wordt aan het tarief om in aanmerking te komen voor de artikel 12 status. Ook is er vanuit de praktijk behoefte bij gemeenten en andere belanghebbenden om inzicht te hebben in de lokale tarieven van omliggende gemeenten.
De hoogte van belastingtarieven komen dus niet in een vacuüm tot stand; er wordt daarbij rekenschap gegeven hoe de eigen lastendruk zich verhoudt tot het landelijke gemiddelde. De mate waarbij een tegenvaller kan worden bijgestuurd, wordt ook wel de wendbaarheid van de begroting genoemd. Wanneer een gemeente te maken heeft met een hoge schuld en de structurele lasten hoger zijn dan de structurele baten en de woonlasten al relatief hoog zijn, dan is er minder ruimte om te kunnen bijsturen. Situatie Someren De belastingcapaciteit van gemeenten wordt berekend door de totale woonlasten voor een meerpersoonshuishouden in een bepaald jaar te vergelijken met het landelijk gemiddelde in het voorgaande jaar en uit te drukken in een percentage. De laatste drie jaar zitten we onder het landelijk gemiddelde van 100%. Ook in 2025 zitten we met een percentage van 90 onder het gemiddelde. Zoals eerder aangegeven in deze paragraaf bedraagt de onbenutte belastingruimte, gerekend met de artikel 12-norm € 2.700.000.
73
Beoordelen samenhang kengetallen Algemeen Uit de beschrijving van de verschillende kengetallen blijkt dat een afzonderlijk kengetal op zich weinig zegt over de financiële positie. Zo hoeft een hoge schuld geen nadelig effect te hebben op de financiële positie. Afhankelijk van wat er aan eigen vermogen en baten tegenover de schuld staat, zal aflossing veel of juist weinig problemen opleveren. Zo hoeft een tegenvallende ontwikkeling geen negatieve invloed te hebben in de situatie dat de vrije structurele exploitatieruimte groot is of als men over voldoende ruimte in belastingcapaciteit beschikt. Het is dus, met andere woorden, niet mogelijk om een individueel kengetal te gebruiken voor de beoordeling van de financiële positie. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven over de financiële positie. Situatie Someren De gemeente Someren beschikt nog steeds over een solide reservepositie en ondervindt geen problemen om aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Daarnaast moet worden aangetekend dat we voor wat betreft de belastingcapaciteit nog eveneens extra ruimte hebben omdat we beneden het landelijk gemiddelde in 2025 zitten met een percentage van 90 (gemiddelde is 100%).
De verwachting is wel dat de kengetallen netto schuldquote en solvabiliteit een andere trend zullen gaan laten zien als gevolg van de verwachte omvang in met name materiële vaste activa. Daardoor stijgt het balanstotaal en de omvang van vreemd vermogen. Al met al geeft de samenhang van de kengetallen nog steeds een rooskleurig beeld van de financiële huishouding.
74
Lokale heffingen In deze paragraaf gaan we in op de ontwikkelingen in de lokale heffingen in 2025. Om meer inzicht te geven in de positie van de gemeente Someren is een overzicht opgenomen waarin de lasten in Someren vergeleken worden met de landelijke cijfers. Hierbij moet worden aangetekend dat de verschillen in lastenpotentie tussen de gemeenten in belangrijke mate worden gecompenseerd door het verdeelsysteem van het gemeentefonds. Daardoor zijn de verschillen in tarieven tussen de gemeenten in belangrijke mate het gevolg van het verschil in kwantiteit en kwaliteit van de lokale voorzieningen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de beleidsuitvoering. Hierbij is een normerende, sturende en controlerende functie voor het bestuur weggelegd. Dit laatste niet alleen om de lastendruk te beheersen maar ook om na te gaan of de burger waar voor zijn geld krijgt. Overzicht belastingopbrengsten en gemeentelijke leges
Belastingsoort
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
Onroerende-zaakbelasting
5.225
5.164
Afvalstoffenheffing en reinigingsrecht
1.870
1.890
Rioolheffing
2.140
2.144
Hondenbelasting
115
113
Toeristenbelasting
849
836
1.237
1.271
11.436
11.418
Gemeentelijke leges (excl. rijksleges) Totaal Bedragen X € 1.000
Kolom Jaarrekening 2025 toont de werkelijk ontvangen bedragen in 2025 inclusief eventuele ontvangsten met betrekking tot voorgaande jaren.
75
76
Onroerende zaakbelasting (OZB)
De OZB opbrengst is verdeeld over drie categorieën: eigenaren woningen, eigenaren niet-woningen en gebruikers niet-woningen. Over het heffingsjaar 2025 zijn de OZB opbrengsten als volgt: De opbrengst OZB eigenaren woningen bedraagt € 3.754.113, dit is € 19.579 minder dan begroot. De opbrengst OZB eigenaren niet-woningen was over 2025 € 849.140 en dit is € 23.789 minder dan de begrote opbrengst. De OZB opbrengst voor gebruikers niet-woningen was € 561.060, € 16.842 minder dan begroot. In totaal bedraagt de gerealiseerde OZB opbrengst 2025 € 5.164.314. Ten opzichte van de begrote opbrengst van € 5.224.520 is dit een nadeel van € 60.206. Dit is een afwijking op het begrote bedrag van ruim 1%.
Afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Het vastrecht voor de afvalstoffenheffing en reinigingsrecht is voor het heffingsjaar 2025 begroot op € 1.187.266. Gerealiseerd is € 1.157.111. Dit is een nadelig verschil van € 30.155. Het aantal aansluitingen bedroeg per ultimo 2025 8.867 en dat is 74 meer dan per eind 2024. De diftar is voor het heffingsjaar 2025 begroot op € 682.970. De werkelijke opbrengst bedraagt € 702.585. Het aantal ledigingen stijgt ook van 86.743 in 2024 naar 88.894 in 2025. Het aantal ledigingen per aansluiting was in 2025 10,03 en is daarmee gestegen ten opzichte van 2024, toen bedroeg deze verhouding 9,86.
77
Rioolheffing en rioolaansluitrecht Rioolheffing Met de rioolheffing worden de kosten verhaald die de gemeente maakt voor de uitvoering van de zorgplichten voor afvalwater en voor hemel- en grondwater. De rioolheffing wordt geheven van degene die op 1 januari van het belastingjaar eigenaar is van een WOZ-object. Hiervoor is een (directe of indirecte) aansluiting via het rioleringsstelsel niet noodzakelijk. De tarieven zijn gedifferentieerd in een tarief voor woningen, een tarief voor niet-woningen en een kwart-tarief voor objecten met een oppervlak dat kleiner is dan 40 m2. De gerealiseerde opbrengst rioolheffing over het heffingsjaar 2025 bedraagt € 2.144.210. Begroot is € 2.140.296. Rioolaansluitrecht Met het rioolaansluitrecht worden de kosten doorbelast voor aansluitingen van objecten op het gemeentelijke rioolstelsel. Deze opbrengsten zijn begroot op € 20.400 en de werkelijke opbrengsten bedragen € 40.061.
Woningen Niet-woningen Kwart-tarief 2024 198,65 297,96 49,66 2025 209,18 313,75 52,29
78
Hondenbelasting Hondenbelasting wordt betaald door eigenaren van honden die binnen de bebouwde kom wonen. Het doel van dit beleid is vooral om de problemen veroorzaakt door honden te verminderen. De gedachte hierachter is dat het beleid voor honden geen extra geld mag kosten. Dat betekent dat de hondenbelasting gelijk moet zijn aan de kosten van maatregelen om de problemen te verminderen, zoals hondentoiletten, speciale plaatsen om honden uit te laten, taken van bijzondere opsporingsambtenaren (BOA's) en andere kosten. De opbrengst van de hondenbelasting was in het heffingsjaar 2025 € 113.195, terwijl de begroting € 115.000 is.
79
Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt op grond van artikel 224 van de Gemeentewet geheven van personen die niet staan ingeschreven in de BRP. Bij de heffing geldt geen restrictie dat het om toeristische of recreatieve overnachtingen moet gaan. De toeristenbelasting van een belastingjaar wordt opgelegd en ingevorderd in het daarop volgende jaar. In deze jaarstukken zijn de nog te ontvangen opbrengsten over 2025 gebaseerd op het begrote aantal overnachtingen. Evenals in 2024 heeft ook in 2025 een controle toeristenbelasting plaatsgevonden. Deze controle heeft extra toeristenbelasting opgeleverd. Het algemeen tarief voor het belastingjaar 2025 bedraagt € 2,30 per persoon per overnachting. Er is een verlaagd tarief voor overnachtingen in kampeermiddelen op (mini)campings en kampeerterreinen, op kampeerboerderijen en in groepsaccommodatie van € 1,50.
aantal overnachtingen
Algemeen Verlaagd Totaal
2021 43.567 95.185 215.572
2022 86.352 152.140 306.548
2023 71.263 163.351 234.614
2024 217.441 101.716 319.157
2025 299.860 106.000 405.860
80
Gemeenteleges
Leges publiekszaken De totale opbrengsten gemeenteleges bij publiekszaken zijn € 229.423 in 2025, t.o.v. € 244.100 begroot. Het grootste verschil zien we bij de reisdocumenten, de leges zijn € 20.900 lager dan begroot. Leges omgevingsvergunningen en bestemmingsplanwijzigingen De legesopbrengsten omgevingsvergunning zijn in 2025 € 745.727, t.o.v. € 750.000 begroot. De leges voor bestemmingsplanwijzigingen zijn in 2025 € 163.399, t.o.v. €160.000 begroot. Overige leges De in rekening gebrachte leges en degeneratiekosten aan nutsbedrijven zijn hoger dan geraamd. De werkelijke opbrengsten bedragen € 71.552, begroot was € 65.000.
Woonlasten regionaal en kwijtschelding Woonlasten regionaal Om meer inzicht te geven in de positie van de gemeente Someren is voor de woonlasten onderstaand overzicht opgenomen op regionaal niveau. Hierbij moet worden opgemerkt dat de verschillen in lastenpotentie tussen de gemeenten in belangrijke mate worden gecompenseerd door het verdeelsysteem van het gemeentefonds. Daardoor zijn de verschillen in tarieven tussen de gemeenten in belangrijke mate het gevolg van het verschil in kwantiteit en kwaliteit van de lokale voorzieningen en de doelmatigheid en doeltreffendheid van de beleidsuitvoering. Hierbij is een normerende, sturende en controlerende functie voor het bestuur weggelegd. Dit laatste niet alleen om de lastendruk te beheersen maar evenzeer om na te gaan of de burger waar voor zijn geld krijgt. In onderstaande grafiek zijn de woonlasten voor meerpersoonshuishouden 2025 in de regiogemeenten weergegeven. Deze gegevens zijn overgenomen uit de "Atlas van de lokale lasten 2025" die is uitgegeven door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO).
81
Tabel 5: Vergelijking tarieven Someren - landelijk
Tarieven Someren
2024
2025
OZB woningen eigenaar
0,1026%
0,1005%
Afvalstoffenheffing (1)
€210,69
€209,79
Rioolheffing
€198,65
€ 209,18
2024
2025
OZB woningen eigenaar
0,0909%
0,0924%
Afvalstoffenheffing
€346,00
€ 364,00
Rioolheffing
€225,00
€ 235,00
2024 - 2023
2025 - 2024
OZB woningen eigenaar
9,6%
-2,0%
Afvalstoffenheffing
9,57%
9,57%
Rioolheffing
9,44%
5,3%
2024 - 2023
2025 - 2023
OZB woningen eigenaar
9,79%
1,6%
Afvalstoffenheffing
9,5%
-0,5%
Rioolheffing
9,46%
4,44%
Gemiddeld tarief (landelijk)
Mutatie Someren
Mutatie gemiddeld (landelijk)
(1) vastrecht en diftar (gemiddeld)
Woonlasten per gemeente 2025
2024
Laarbeek
1.022
970
Someren
947
907
Helmond
1.051
1.030
Asten
1.095
1.016
Geldrop-Mierlo
930
780
Gemert-Bakel
1.105
1.062
Deurne
1.065
1.018
82
Kwijtschelding Of een belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding, wordt beoordeeld aan de hand van een inkomens- en vermogenstoets op grond van door het Rijk vastgestelde normen. De daarbij te hanteren kosten van bestaan worden vastgesteld op 100% van de inkomsten van de belastingplichtige. Beleid in Someren is dat aan uitkeringsgerechtigden op grond van de Wet werk en bijstand automatisch kwijtschelding wordt verleend als voldaan wordt aan de inkomenstoets. Het aantal verzoeken om kwijtschelding en het aantal verleende kwijtscheldingen staan in onderstaande tabel.
2021
2022
2023
2024
2025*
aantal verzoeken
256
257
234
225
219
Verleende kwijtschelding * er staan nog 7 verzoeken open
188
182
187
182
172
83
Verbonden partijen
Verbonden partijen betreffen organisaties en instellingen waarin een gemeente zowel een bestuurlijk als financieel belang heeft. Van een financieel belang is sprake als de gemeente de middelen, die aan een partij ter beschikking zijn gesteld, niet terugkrijgt bij faillissement van die partij of indien financiële problemen bij de derde partij kunnen worden verhaald bij de gemeente. Bij een bestuurlijk belang gaat het om het hebben van zeggenschap van de gemeente in een derde partij, hetzij omdat de gemeente een zetel in het bestuur heeft, hetzij omdat ze via aandelen mee kan stemmen. Vanwege deze belangen en daarmee gepaard gaande risico’s is het gewenst dat in de begroting en jaarstukken aandacht wordt besteed aan derde rechtspersonen, waarmee de gemeente Someren een bestuurlijke en financiële band heeft. In deze paragraaf worden deze nader toegelicht. De verbonden partijen worden hierbij opgesplitst in: 1. gemeenschappelijke regelingen 2. stichtingen / verenigingen 3. coöperaties / vennootschappen
84
Financieel overzicht Onderstaand worden de volledige waardenoverdrachten getoond. Bij de jaarrekening 2025 worden ook de waardenoverdrachten meegenomen die geboekt zijn op kredieten. Begroting 2025
Jaarrekening 2025
Peelgemeenten
3.001
3.011
Senzer
1.354
1.354
Veiligheidsregio Brabant - Zuidoost
1.370
1.370
Belastingsamenwerking Oost-Brabant
443
472
Omgevingsdienst Zuidoost Brabant
1.252
1.264
Metropoolregio Eindhoven
326
318
GGD Brabant Zuidoost
910
885
ICT-NML
839
836
1.584
1.617
0
0
11.079
11.127
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
199
191
8
8
207
199
Begroting 2025
Jaarrekening 2025
Coöperatieve Bosgroep Zuid-Nederland U.A.
49
52
NV Bank Nederlandse Gemeenten
-33
-33
0
0
16
19
Gemeenschappelijke regelingen
Blink Een 10 voor de Jeugd Totaal Stichtingen en verenigingen Stichting Bureau Inkoop en aanbestedingen Zuid-Oost Brabant (BIZOB) Stichting Beheer en Exploitatie Veiligheidshuis Brabant Zuidoost Totaal Vennootschappen en coöperaties
Brabant Water NV Totaal Bedragen X € 1.000
85
86
87
Gemeenschappelijke regelingen
Naam Vestigingsplaats
Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten Deurne
Doel en openbaar belang
Draagt zorg van de uitvoering van de WMO (Wet maatschappelijke ondersteuning), Jeugdwet en BMS (Bijzondere bijstand, Minimaregelingen en Schulddienstverlening).
Partners
De deelnemende gemeenten zijn Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren.
Bestuurlijk belang
De gemeente Someren is met 3 leden vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en met 1 lid in de dagelijks bestuur.
Eigen vermogen
Per 31-12-2025 € 2.022.253 en per 31-12-2024 € 1.196.019.
Vreemd vermogen
Per 31-12-2025 € 23.812.726, waarvan voorzieningen € 123.389 en per 31-12-2024 € 21.377.938, waarvan voorzieningen € 132.871.
Financieel resultaat
Ingeschat resultaat 2025: € 359.901 (voordelig).
Financieel belang
Gemeentelijke bijdrage 2025 € 2.959.967.
Risico's
Voor de jaarstukken 2025 is aangesloten bij de risico-inventarisatie zoals die begin 2025 is gedaan en is opgenomen in de begroting 2026. De inventarisatie heeft de volgende risico’s opgeleverd: - Ziekteverzuim; - Beveiliging van data / privacy; - Kwetsbaarheid organisatie; - Niet-functioneren; - Juridische risico's; - Inkoop en contractbeheer; - Uitvoering taken door andere gemeenten; - ICT-voorzieningen; - Politiek-bestuurlijke risico’s; - Landelijke ontwikkelingen.
In februari 2024 heeft het Algemeen Bestuur, op basis van een nieuwe risico-inschatting, het minimum van de algemene reserve vastgesteld op € 600.000 en het maximum op € 1.200.000. Besloten is de algemene reserve aan te vullen vanuit positieve rekeningresultaten. Eventuele negatieve resultaten worden niet ten laste van de reserve gebracht, maar verhaald op de deelnemende gemeenten. Per 31-12-2025 bedraagt de algemene reserve € 556.149. Het berekende risicobedrag bedraagt € 600.000, wat leidt tot een weerstandsratio van 0,9. In het voorstel tot resultaatbestemming 2025 wordt daarom voorgesteld € 44.000 toe te voegen aan de algemene reserve, zodat de ratio uitkomt op 1,0.
88
Ontwikkelingen
De volgende ontwikkelingen zijn voor benoemd: Sociaal domein breed: - Integraal en opgavegericht werken; - Innovatie en transformatie van het sociaal domein; - Management- en stuurinformatie; - Rechtmatige zorg en beheersing van zorgkosten; - Verserking interne controle en controle op prestatielevering. Wmo: - Aanbesteding en implementatie begeleiding en hulpmiddelen; - Voorbereiding nieuwe aanbesteding huishoudelijke ondersteuning; - Doorontwikkeling normenkader begeleiding; - Project slimme scootmobiel; - Doorontwikkeling beschermd wonen, beschermd thuis en maatschappelijke opvang. Jeugd: - Inkoopsamenwerking jeugd; - Afronding Jeugd Veilig Verder; - Implementatie zorg in onderwijstijd; - Evaluatie kleinschalig verblijf; - Voorbereiding en formalisering Jeugdregio Een 10 voor de Jeugd. BMS: - Doorontwikkeling beleid en uitvoering bijzondere bijstand, minima en schuldhulpverlening; - Pilot overheidsbrede dienstverlening; - Overdracht schuldhulpverlening voor ondernemers aan Senzer.
Rapportages
Financieel jaarverslag 2025
Naam Vestigingsplaats
Senzer Helmond
Doel en openbaar belang
Het vertrekpunt is dat iedereen mee doet naar vermogen. Dat meedoen is niet vrijblijvend, centraal staat dat dit moet gebeuren vanuit eigen kracht en verantwoordelijkheid van mensen. In de uitvoering is gekozen voor een integrale (sociaal domein brede) aanpak. Niet iedereen heeft voldoende eigen kracht en vermogens om mee te doen. Voor die mensen wordt binnen de mogelijkheden gezocht naar zoveel als mogelijk participeren in de maatschappij.
Partners
De deelnemende gemeenten zijn Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Geldrop-Mierlo, Helmond, Laarbeek, Someren.
Bestuurlijk belang
De gemeente Someren is met 2 leden vertegenwoordigd in het algemeen bestuur en 1 lid in het dagelijks bestuur.
Eigen vermogen
Per 31-12-2025 € 30.714.000 en per 31-12-2024 € 28.076.000.
Vreemd vermogen
Per 31-12-2025 € 21.174.000 en per 31-12-2024 € 23.098.000.
Financieel resultaat
Resultaat 2025: € 8.421.000.
Financieel belang
Gemeentelijke bijdrage 2025 € 7.288.000 (algemene middelen en structurele bijdrage), waarvan € 1.354.000 aan uitvoeringskosten.
Risico's
Alle risico’s voor de uitvoering van de opdracht zijn afgedekt binnen Senzer, het rekeningresultaat is positief.
89
Ontwikkelingen
Geen bijzonderheden.
Rapportages
Concept-jaarrekening Senzer 2025
Naam Vestigingsplaats
Veiligheidsregio Zuidoost-Brabant (VRBZO) Eindhoven
Doel en openbaar belang
Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost (VRBZO) is een organisatie waarin de brandweer en de geneeskundige hulpverleningsorganisatie in de regio (GHOR) samenwerken om incidenten en rampen te voorkomen, te beperken en te bestrijden. VRBZO is een samenwerkingsverband tussen 21 gemeenten in de regio ZuidoostBrabant. Kerntaken: Taken op het terrein van brandweerzorg, geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen, rampenbestrijding en crisisbeheersing. Het wettelijk kader wordt gevormd door de Wet veiligheidsregio’s.
Partners
Asten, Bergeijk, Best, Bladel, Cranendonck, Deurne, Eersel, Eindhoven, GeldropMierlo, Gemert-Bakel, Heeze-Leende, Helmond, Laarbeek, Nuenen c.a., Oirschot, Reusel- De Mierden, Someren, Son en Breugel, Valkenswaard, Veldhoven en Waalre.
Bestuurlijk belang
Het bestuur van VRBZO bestaat uit de burgemeesters van de deelnemende gemeenten en kent een Algemeen Bestuur, Dagelijks Bestuur en de voorzitter. De bestuursorganen laten zich in hun taakuitoefening adviseren door de Commissie Financiën & Bedrijfsvoering waarin vertegenwoordigers van het bestuur, gemeentesecretarissen (2) en controllers van gemeenten (2) zitting hebben. Daarnaast zijn er 2 inhoudelijke commissies waarin onderwerpen met betrekking tot brandweerzorg en crisisbeheersing met enkele burgemeesters inhoudelijk worden voorgesproken.
Eigen vermogen
Per 31-12-2025 € 5.788.747 (excl. jaarresultaat 2025) en per 31-12-2024 € 3.261.747 (excl. jaarresultaat 2024).
Vreemd vermogen
Per 31-12-2025 € 31.775.652, waarvan voorzieningen € 4.087.476 en per 31-12-2024 € 34.714.024, waarvan voorzieningen € 3.973.626.
Financieel resultaat
Resultaat 2025: € 291.287 (positief).
Financieel belang
Voor de specifieke inwonerbijdrage van iedere gemeente wordt verwezen naar de Bijlage: Staat met gemeentelijke bijdrage van de Begroting 2025 op de website vrbzo.nl.
Risico's
In de paragraaf Risicobeheersing en weerstandsvermogen van de Begroting 2025 zijn de risico’s en de bijbehorende weerstandcapaciteit benoemd. In de jaarstukken 2025 is deze paragraaf geactualiseerd. De belangrijkste risico’s staan hieronder benoemd: - Huisvesting: huurlasten, gebruikersonderhoud en duurzaamheid - Kosten die voortvloeien t.b.v. bedrijfskritische continuïteit - Eigen risicodrager WW - Kosten grootschalige of langdurige crisis of incident - PTSS situaties Daarnaast loopt er nog een schadeclaim Aansprakelijkheid brand Hapert boven verzekerd bedrag. Op basis van de laatste juridische stand van zaken schatten we het daadwerkelijk voordoen van het risico als zeer onwaarschijnlijk in.
90
De huidige omvang van de algemene reserve is onvoldoende t.o.v. het gewenste weerstandsvermogen op basis van de analyse van de risico’s. Het is echter niet reëel dat alle benoemde risico’s zich gelijktijdig én in de geraamde omvang voordoen. Daarmee achten we het acceptabel dat niet alle risico’s via de algemene reserve zijn afgedekt. Voor de uitvoering van bestuurlijke opdracht om te voldoen aan wet- en regelgeving wordt in 2025 de gemeentelijke bijdrage structureel verhoogd. Om de verhoging van de gemeentelijke bijdrage in 2026 en 2027 te dempen, doen we in deze jaren een onttrekking uit de algemene reserve. Door deze onttrekkingen loopt de algemene reserve vrijwel leeg in 2027. De algemene reserve gebruiken we ook als weerstandsvermogen voor risico’s. Dat betekent dat we mogelijk onvoldoende reserve hebben om onverwachte grote incidentele tegenvallers op te vangen binnen de organisatie.
Ontwikkelingen
Belangrijkste ontwikkelingen 2025: - Bestuurlijke opdrachten: In april 2025 is bestuurlijke deelopdracht 1 en de bijhorende begrotingswijziging definitief vastgesteld door het bestuur. In de eerste helft van 2025 hebben we ons ingezet om de nieuwe formatie uit de deelopdracht 1 van de bestuurlijke opdracht zo snel mogelijk in te vullen. Vanuit de overtuiging dat alleen de basis van de veiligheidsregio op orde brengen niet voldoende is om de uitdagingen aan te kunnen is in het 1e kwartaal van 2025 een omgevingsanalyse opgesteld. Uit deze omgevingsanalyse zijn 4 thema’s te onderscheiden die tijdens de bestuursconferentie op in juni 2025 zijn verkend en doorleefd. Het betreffen de volgende strategische thema’s, waarmee we verder gaan om het beleidsplan 2027-2030 en de strategische visie (waarin we een doorkijk geven naar 2040) vorm te geven: klimaatveiligheid, weerbaarheid, schaalsprong en complexe infrastructuur en technologie, informatie en innovatie. We formuleerden op basis van deze thema’s een strategische visie voor VRBZO. Veel van deze thema’s en uitdagingen gaan de komende tijd spelen en vragen verdere aandacht van VRBZO en gemeenten. Maar we beseffen ons terdege dat diverse ontwikkelingen en uitdagingen op het gebied van veiligheid nu al spelen en nu al vragen om maatregelen en betrokkenheid.
We willen vooruitlopend op het vaststellen van strategische visie en het beleidsplan samen met bestuur en de organisatie nu al bekijken wat mogelijk en haalbaar is. - Landelijke regeling PTSS: Op 14 juli 2025 bereikten werkgevers en vakbonden een akkoord over de ‘Regeling erkenning en aanspraken PTSS als beroepsziekte’. Een belangrijke stap naar een gelijke en zorgvuldige aanpak van PTSS in alle veiligheidsregio’s. Tot begin 2026 is tijd nodig om te komen tot een uniforme landelijke uitvoering van de Regeling PTSS, welke ook aan ons bestuur wordt voorgelegd voor besluitvorming. Die tijd wordt gebruikt voor een aantal landelijke acties, zoals: werven en selecteren van inhoudsdeskundigen, inrichten van een adviescommissie, afspraken maken met een erkend diagnostisch instituut en inrichten van uniforme communicatie. De regeling gaat daarom in op 1 februari 2026, met een terugwerkende kracht van 5 jaar.
91
- Korting brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR): Het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) stelt de brede doeluitkering rampenbestrijding (BDuR) beschikbaar aan veiligheidsregio’s via de systematiek van een specifieke uitkering (SPUK). Het vorige kabinet paste een efficiencykorting van 10% toe op de uitkering. In de departementale Rijksbegroting 2025 van het ministerie JenV is de korting op de BDuR van in totaal € 27,7 miljoen vanaf 2026 opgenomen. Voor VRBZO bedraagt de korting vanaf 2026 circa € 1.013.000 structureel. Tegelijk krijgen we extra Rijksbijdragen voor a) pilots noodsteunpunten (incidenteel € 180.000 in 2025 en € 400.000 in 2026) en b) lokale/regionale weerbaarheid (€ 320.000 in 2026, oplopend tot € 1.000.000 structureel vanaf 2027). In het Veiligheidsberaad is besproken dat het bedrag voor lokale/regionale weerbaarheid de facto tegemoetkoming voor de 10% BDuR korting betreft, uit te keren via de BDuR volgens de reguliere BDuR verdeelsleutel en bestaande BDuR verantwoordingssystematiek. Hiermee resteert nog wel incidenteel lagere inkomsten van de BDuR dan begroot in 2026. Om deze reden hebben we in 2025 een dotatie gedaan in de algemene reserve. In de 1e wijziging van de begroting 2026 voegen we het incidenteel toe aan de begroting. In de 4e begrotingswijziging 2025 is voorgaande verwerkt in de begroting 2025.
- Noodsteunpunten en weerbare samenleving: In het najaar van 2025 is het onderwerp weerbaarheid besproken op de bestuurs-conferentie in het najaar. Het onderwerp weerbaarheid hangt strek samen met noodsteunpunten, waar we volgend jaar hard mee aan de slag gaan. In 2026 gaan we samen met gemeenten een pilots uitvoeren gericht op de inrichting en werking van zogenoemde noodsteunpunten (coördinerende en lokale). Deze noodsteunpunten vormen een essentieel onderdeel van de bredere crisisvoorbereiding. Het Rijk stelde in 2025 incidenteel geld beschikbaar voor pilots. Het bedrag van € 180.000 voor pilots noodsteunpunten kregen we in 2025 pas laat in het jaar ter beschikking, daarom is het voorstel bij het bestuur gedaan om er een reserve voor te vormen en deze in 2026 vrij te laten vallen, hiermee is ingestemd.
- Bedrijfscontinuïteitsmanagement: In 2025 is gestart met een project rondom bedrijfscontinuïteitsmanagement. Doel van het project is om maatregelen te treffen waarmee de continuïteit van de (meest) kritische bedrijfsprocessen van VRBZO wordt gegarandeerd. En de impact van verstoringen op onze dienstverlening wordt geminimaliseerd. Rapportages
(Concept) jaarrekening VRBZO 2025
Naam Vestigingsplaats
Belastingsamenwerking Oost-Brabant (BSOB) Oss
Doel en openbaar belang
BSOB is opgericht om de kwaliteit van de dienstverlening en continuïteit van de waardering, heffing en inning van gemeentelijke- en waterschapsbelastingen te garanderen. En wel tegen zo laag mogelijke maatschappelijke kosten.
Partners
De deelnemers zijn de gemeenten Asten, Bernheze, Boekel, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek, Maashorst, Oss, Someren Waterschappen: Aa en Maas. Per 1-1-2026 treedt Waterschap De Dommel toe.
Bestuurlijk belang
De gemeente Someren is met 1 lid vertegenwoordigd in het algemeen bestuur.
Eigen vermogen
Per 31-12-2025 € 690.000 en per 31-12-2024 € 1.212.000.
Vreemd vermogen
Per 31-12-2025 € 21.209.000, waarvan voorzieningen € 445.000 en per 31-122024 € 19.546.000, waarvan voorzieningen € 533.000.
92
Financieel resultaat
Resultaat 2025: € 51.000 negatief.
Financieel belang
Gemeentelijke bijdrage 2025 € 473.302. Het verschil met de begroting heeft betrekking op de doorschuif-btw die per abuis niet is geboekt. Dit leidt tot een voordeel in 2026. BSOB kent geen noodzaak voor eigen vermogen of stille reserves, omdat artikel 53 van de Gemeenschappelijke Regeling een garantstelling bevat. Deelnemers dragen naar rato van hun bijdrage de risico’s. Belangrijkste risico’s: - Frictiekosten en langdurig verzuim (met toetreding Dommel) - Uitval/vertrek key-spelers - Moeilijke werving specialistische functies - ICT-storingsgevoeligheid / cybersecurity - Afhankelijkheid softwareleveranciers - Onzekerheid over inflatie en prijsstijgingen
Risico's
Ontwikkelingen
De belangrijkste ontwikkelingen bij BSOB in 2025 zijn: - Voorbereiding toetreding Waterschap De Dommel per 1-1-2026 - Datakwaliteit DDV-gemeenten fors verbeterd - Hostingmigratie naar SaaS Gouw/Ortax voltooid - Nieuw aanslagbiljet gerealiseerd - Ontwikkeling schrijfwijzer + huisstijlhandboek (95% afgerond) - Governance-evaluatie en vereenvoudiging doorgevoerd - Meerdere verbeterinitiatieven voorbereid voor implementatie in 2026.
Rapportages
Concept-jaarstukken 2025.
Naam Vestigingsplaats
Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant (ODZOB) Eindhoven
Doel en openbaar belang
De Omgevingsdienst is ingesteld om ten behoeve van de deelnemers taken uit te voeren op het gebied van het omgevingsrecht en daarmee als uitvoeringsdienst van het lokaal en provinciaal bestuur een bijdrage te leveren aan het realiseren en borgen van de door de verantwoordelijke overheden in de regio Zuidoost-Brabant aangegeven kwaliteit van de fysieke leefomgeving (zie artikel 1.2 lid 3 van de Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant 2024). Kerntaken: De ODZOB werkt samen met andere organisaties die werkzaam zijn op het gebied van de fysieke leefomgeving. Samen met hen en de deelnemers aan de GR verbeteren we de kwaliteit van de fysieke leefomgeving: veiliger, gezonder en minder overlast. Om dit doel te bereiken voert de ODZOB VTH-taken uit voor de deelnemers. Ook activiteiten die verwant zijn aan deze VTH-taken (specialismen) voert de omgevingsdienst uit indien provincie of gemeenten daarom verzoeken. De ODZOB opereert daarbij als strategische partner en verlengstuk van de deelnemers. Als uitvoeringsorganisatie staat de ODZOB voor de uitvoering van de door de deelnemers verstrekte opdrachten in de vorm van basistaken, verzoektaken en het collectief programma op het gebied van de fysieke leefomgeving.