CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Instemmen met het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024 – 2040

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Instemmen met het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024 – 2040.3.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp:Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024 - 2040 Portefeuillehouder:W.M. van Doorn Documentnummer:200695205 Zaaknummer:0847200593084 Datum:

20-05-2025

1. Samenvatting voor de burger De gemeente Someren staat voor een grote uitdaging op het gebied van onderwijshuisvesting. Door de groei van het aantal leerlingen, veranderende onderwijsbehoeften en de verouderde staat van meerdere schoolgebouwen, is het noodzakelijk om te investeren in moderne, duurzame en toekomstbestendige onderwijslocaties. Het plan wat we nu gaan vaststellen zorgt ervoor dat alle kinderen in Someren in een veilige, gezonde en goed ingerichte school kunnen leren. In ons Integraal Huisvestingplan Onderwijs (IHP) beschrijven wij de plannen met betrekking tot de schoolgebouwen in de aankomende jaren en welk gebouw wanneer aan de beurt is voor eventuele (ver)nieuwbouw of uitbreiding. Om tijdig te kunnen starten met de uitvoering van deze plannen leggen we naast het IHP ook de budgetten vast waarmee deze plannen kunnen worden gerealiseerd.

2. Inleiding In 2019 is het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) 2019-2033 door de gemeenteraad vastgesteld. Het IHP geeft een meerjarenvisie op de noodzakelijke onderwijshuisvesting voor onze gemeente. Het IHP 2019-2033 liet een afname/stabilisatie van het aantal leerlingen op de lange termijn zien. Door verschillende ontwikkelingen, zoals woningbouwontwikkeling en de stijging van het aantal geboorten, bleek al snel dat er alsnog een stijging op zou treden met als gevolg een grotere behoefte voor onderwijshuisvesting. Daarnaast stegen op dat moment ook de prijzen in de bouwsector waardoor het noodzakelijk werd het krediet te verhogen. Dit is allemaal vastgesteld in het addendum op het IHP uit 2022 (vanaf nu: het addendum) waarmee werd gedacht dat we de aankomende jaren weer een goed IHP als onderlegger voor onze huisvesting hadden. Echter, in 2023 bleek al dat de bedragen die noodzakelijk zijn voor het realiseren van het eerste schoolgebouw in de planning (KC 't Rendal in Lierop) niet overeenkwamen met de budgetten die beschikbaar zijn gesteld. In juni 2024 is daarom al een verhoging van dit specifieke krediet door uw Raad geaccordeerd.

Daarnaast gingen enkele plannen uit het eerdere IHP niet door, zoals de fusie/samenwerking tussen LeerRijk en De Diamant, de uitbreiding van De Ranonkel op de huidige locatie en als het laatste vertrok het speciaal basisonderwijs (De Brigantijn) uit Someren.

Dit was dan ook voldoende reden om het IHP nogmaals tegen het licht te houden en vanaf begin af aan opnieuw de slag te gaan met planvorming. De eerste stap hiervoor is het opstellen van een leerlingenprognose die de ruimtebehoefte in kaart brengt. Na deze ontvangen te hebben bleken we opnieuw werden ingehaald door de actualiteit en werd een grotere leerlingengroei inzichtelijk dan in het addendum verwacht. Meer hierover leest u verderop in dit voorstel. Deze prognose is nu de onderlegger voor het nieuwe Integraal Huisvestingsplan Onderwijs 2024 – 2040 dat nu aan uw Raad voorligt en wat elke vier jaar opnieuw wordt geactualiseerd om op ontwikkelingen te kunnen anticiperen. De prognoses worden, ten minste, elke twee jaar bijgesteld.

3. Advies 1.

In te stemmen met de opgenomen planvoorstellen uit het IHP 2024 – 2040: a.

Het krediet voor de realisatie van deze wettelijke benodigde huisvesting te verhogen met een bedrag van € 14.867.154,00 tot een nieuw totaalkrediet van € 29.233.000,00;

b.

De ruimtebehoefte in de huisvesting met 10% te verhogen, gelet op de verwachte toename van het aantal leerlingen als gevolg van de schaalsprong in de regio, en daartoe een bedrag van € 4.022.100,00 beschikbaar te stellen en toe voegen, verspreid over de kredieten voor de wettelijk benodigde huisvesting.

c.

Een aanvullend krediet van € 6.601.000,00 beschikbaar te stellen voor de realisatie van kindcentra bij nieuwbouw van scholen.

d.

Voor de realisatie van de uitbreiding van De Ranonkel het krediet met € 125.000 te verhogen ten behoeve van projectleiding.

e.

De kredieten voor Leerrijk en Ranonkel bij te stellen met een aanvullend totaalbedrag van € 71.000,00 ter dekking van reeds gedane investeringen.

f.

Het totaalkrediet voor de realisatie van de huisvesting en kinderopvang jaarlijks te indexeren conform de ‘indexering normbedragen onderwijshuisvesting’ van de VNG.

g.

De financiële effecten onder 1a t/m f te verwerken in de producten van de P&C-cyclus

h.

Een krediet van € 337.700,00 beschikbaar te stellen voor de sloop van de gebouwen van LeerRijk en De Vonder en dit te dekken uit de algemene reserve vrij aanwendbaar.

2.

Een krediet van € 15.000 beschikbaar stellen voor een vervolgonderzoek, waarin de beste keuze voor tijdelijke huisvesting wordt geadviseerd en een toekomstvisie voor het vrijkomend vastgoed wordt uitgewerkt. a.

3.

Dit krediet te dekken uit de algemene reserve vrij aanwendbaar.

Het gebouw De Viersprong opnieuw beschikbaar te stellen voor verhuur aan maatschappelijke organisaties.

4. Beoogd effect Adequate, voldoende en duurzame onderwijshuisvesting voor de kinderen uit onze gemeente.

2/10

5. Argumenten 1a.1 Stijging van de bouwprijzen De prijzen in de bouwsector zijn de afgelopen jaren sterk gestegen, wat betekent dat we de kredieten moeten verhogen om de geplande projecten te kunnen realiseren. We berekenen de kredieten op basis van een bedrag per m2 bruto vloeroppervlak (BVO). Een school heeft, op basis van de leerlingenprognoses, recht op een bepaald aantal m² BVO. In het addendum is een bedrag per m2 vastgesteld van € 2.903,25. In het Raadsvoorstel voor de realisatie van ’t Rendal is het krediet voor deze school al verhoogd naar € 3.895,55 per m2. In dit geval gingen we ervan uit dat de prijzen in de toekomst verder zouden stijgen, aangezien vergelijkbare gemeenten al bedragen van bijna € 4.000 hanteerden. Bij het opstellen van het nieuwe IHP is gebleken dat we voor toekomstige bouwplannen een krediet van € 4.100 per m2 moeten hanteren om te voldoen aan de wettelijk gestelde bouweisen. 1a.2 Stijging van de leerlingenaantallen Uit de meest actuele leerlingenprognose blijkt dat we in de aankomende jaren nog een verdere stijging van het aantal leerlingen kunnen verwachten dan destijds werd gesteld in het addendum. 1a.3 Van BENG naar ENG Vanaf 1-1-2028 geldt de Europese verplichting dat alle nieuwe utiliteitsgebouwen, waaronder scholen, een EnergieNeutraal Gebouw (ENG) moeten zijn.

Dit betekent dat gebouwen niet alleen een lage energiebehoefte mogen hebben, zoals bij de huidige BENG-normen (Bijna EnergieNeutraal Gebouw), maar dat ze ook volledig in hun eigen energieopwekking moeten voorzien. Door nu al rekening te houden met deze strengere eisen in onze nieuwbouwplannen, voorkomen we dat scholen binnen enkele jaren opnieuw moeten investeren in verduurzaming. Dit is niet alleen financieel voordelig, maar draagt ook bij aan de duurzaamheidsambities. 1b.1 Rekening houden met de schaalsprong in de regio De toename van het aantal leerlingen hangt onder andere samen met de schaalsprong in de regio en de extra inwoners die dit met zich meebrengt. Veel gemeenten in de regio verwachten dat het aantal inwoners op termijn met 10% t.o.v. de prognoses zal toenemen. Hoewel het exacte percentage momenteel lastig te voorspellen is, moeten we bij de nieuwbouwplannen rekening houden met deze groei. Daarom verzoeken we om een aanvullend krediet om bij de bouw rekening te kunnen houden met deze 10% groei. 1b.2 De stijging van de aantallen is nu al zichtbaar De stijging kunnen we nu al zien bij ’t Rendal. De vastgestelde nieuwbouwplannen zijn gebaseerd op een ruimtebehoefte van 1.085 m2, terwijl de behoefte in 2026 al doorstijgt naar 1.100 m2 en in 2032 naar 1.221 m2.

Er is bij de realisatie van ’t Rendal nog gekeken of we op deze stijging konden anticiperen, maar de plannen waren al in een in zoverre vergevorderd stadium dat ingrijpen meer vertraging oplevert dan binnen enkele jaren verder uitbreiden.

3/10

1b.3 Anticiperen met prognoses In de voorbereidingsfase van elk individueel project wordt op basis van een actuele leerlingenprognose bepaald wat de feitelijke ruimtebehoefte is. Bij alle besluiten inzake onderwijshuisvesting gaan we uit van de meest actuele prognoses. Deze prognoses worden minstens tweejaarlijks bijgesteld. De bouwplannen worden daarop afgestemd maar we gaan in de basis uit van deze prognoses met 10% extra boven op deze behoefte. De gehanteerde groeimarge van 10% is nadrukkelijk géén vaste uitbreidingsnorm, maar een beleidsmatige reservering om flexibel te kunnen inspelen op verwachte bevolkingsgroei in de regio. 1c.1 Wens voor kindcentra Om een doorlopende leerlijn te faciliteren zijn de scholen voorstander van het realiseren van kindcentra (KC). Een kindcentrum (KC) biedt een geïntegreerde combinatie van basisonderwijs, opvang en buitenschoolse opvang allemaal binnen dezelfde ruimtes (centrale hal wordt bijvoorbeeld ingezet voor de BSO). Hiermee wordt ook een ruimte in het schoolgebouw gerealiseerd t.b.v. vast gebruik door een kinderopvangorganisatie. Voorafgaand aan de realisatie wordt in overleg met het betreffende schoolbestuur besloten hoe een KC wordt gerealiseerd. 1c.2 Dit kan budgetneutraal De ruimtes voor kinderopvang kunnen op een financieel verantwoorde manier worden gerealiseerd zonder extra kosten.

Dit komt doordat de jaarlijkse huisvestingslasten, zoals onderhoud en exploitatie, worden doorberekend in de huur die de kinderopvangorganisatie betaalt. Hierdoor wordt de investering op termijn terugverdiend. Dit financieringsmodel wordt al succesvol toegepast bij de nieuwbouw van KC ’t Rendal en biedt een duurzame en kostenefficiënte oplossing voor het integreren van kinderopvang binnen de schoolgebouwen. 1d.1 Tekort ambtelijke capaciteit Binnen de huidige ambtelijke capaciteit is er onvoldoende ruimte om meerdere huisvestingsprojecten gelijktijdig te realiseren. De uitbreiding van De Ranonkel staat gepland voor 2028, op hetzelfde moment als de nieuwbouw van de Mariaschool. Om ervoor te zorgen dat beide projecten efficiënt en binnen de gestelde planning worden uitgevoerd, is het noodzakelijk om extern een projectleider aan te trekken met specifieke expertise op het gebied van onderwijshuisvesting. 1d.2 Ureninzet De verwachting is dat voor een periode van twee jaar een externe projectleider nodig is die zich, naast de eigen interne projectleider, wekelijks ongeveer 12 uur met dit dossier bezighoudt. Op basis van de huidige marktprijzen voor gespecialiseerde inhuur, die rond de € 100 per uur liggen, betekent dit een geschatte investering van € 125.000 die noodzakelijk is om de projecten binnen de gestelde planning en kwaliteitseisen te realiseren.

4/10

1e.1 Bijramen LeerRijk/Diamant Het krediet voor de realisatie van LeerRijk/Diamant wordt momenteel gebruikt voor de externe inhuur van team SYGMA en het opstellen van de leerlingenprognoses. Er is al € 40.000,00 van dit totaalkrediet besteed, en voor de daadwerkelijke realisatie van LeerRijk dient dit bedrag nog aangevuld te worden. Voor de afronding van het IHP proces verwachten we nog € 10.000,00 nodig te hebben. Aangezien de fusie/samenwerking tussen de twee scholen niet doorgaat, wordt het krediet vanaf nu ook aangeduid als LeerRijk – Nieuwbouw. 1e.2 Bijramen OBS De Ranonkel Van dit krediet is tot nu toe € 21.000,00 ingezet om de lokalen in de Kanaalstraat 38 (KS38) geschikt te maken voor tijdelijke huisvesting. Voor de uitvoeringsplannen uit het nieuwe IHP is het noodzakelijk dat dit krediet opnieuw wordt aangevuld. 1f.1 Anticiperen op prijsstijgingen Ook de bouwkosten stijgen jaarlijks door indexering. Door akkoord te gaan met de voorgestelde plannen, stemt de Raad in met de bijbehorende kostenontwikkelingen. Aangezien een groot deel van de projecten uit dit IHP pas in de komende jaren wordt uitgevoerd, is het noodzakelijk om de toegekende budgetten jaarlijks aan te passen aan de actuele bouwprijzen. Dit voorkomt financiële tekorten en zorgt ervoor dat de geplande investeringen realistisch en uitvoerbaar blijven.

1f.2 De VNG-index is het meest geschikt Uit analyse is gebleken dat de VNG-index het meest geschikt is als richtlijn voor de bouwkosten van onderwijshuisvesting. Daarom wordt deze index gehanteerd en als standaard gebruikt bij de jaarlijkse bijstelling van de kredieten, zodat de budgetten in lijn blijven met de werkelijke marktontwikkelingen. De normbedragen die schoolbesturen bij ons kunnen aanvragen worden nu al jaarlijks conform de VNGindex verhoogd, maar de kredieten uit het IHP nog niet. 1f.2 Raad is budgetverstrekker Uw Raad heeft het budgetrecht. Daarom wordt de voorgestelde indexering na uw akkoord jaarlijks in de kredieten in de begroting verwerkt. De VNG publiceert de nieuwe bedragen pas tegen het einde van het jaar (november/december), daarom kunnen we bijvoorbeeld de bedragen voor 2026 nog niet meenemen in de begroting voor 2026. Deze verwerken we pas in de begroting voor 2027. Wel brengen we uw Raad na publicatie op de hoogte van deze indexeringen zodat u tijdig op de hoogte bent van de te verwachten gevolgen voor de begroting van het volgende jaar. 1h.1 Sloopkosten niet opgenomen in investeringslasten De eenmalige kosten voor de sloop van de gebouwen van LeerRijk en De Vonder zijn niet opgenomen in de investeringslasten. Deze kosten moeten apart worden begroot en maken geen deel uit van de structurele lasten die de meerjarenbegroting beïnvloeden.

Het is specifiek voor deze twee scholen dat een sloopbudget wordt voorzien, omdat we op dit moment verwachten dat de andere gebouwen, vanwege hun invloed op het straatbeeld en/of monumentale status, niet (volledig) gesloopt zullen worden.

5/10

1.1 Andere scenario’s zijn mogelijk In het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2024–2024 zijn, naast de voorstellen die nu aan u worden voorgelegd, ook enkele alternatieve scenario’s onderzocht. Deze scenario’s kunnen aanvullend worden opgenomen bij het voorliggende basisscenario. Ze brengen de volgende extra investeringen met zich mee: 

Plusscenario (€ 4.850 per m² BVO) → € 7.290.750 extra ten opzichte van het basisscenario

Extra ruimte voor inclusief onderwijs → € 3.005.300 extra ten opzichte van het basisscenario Bij € 4.850 per m²: € 3.555.050 extra

Vergroening van schoolterreinen → € 300.000 extra ten opzichte van het basisscenario Bij € 4.850 per m²: inclusief in dit m² bedrag

2.1 Nog onvoldoende duidelijkheid over tijdelijke huisvesting In de afgelopen periode is onderzocht welke bestaande vastgoedlocaties geschikt zijn voor onderwijshuisvesting en zijn deze verder uitgewerkt in het IHP. Aangezien geen enkele optie zonder aanzienlijke kosten gerealiseerd kan worden, is nader onderzoek nodig naar de exacte kosten en financiële consequenties. Dit onderzoek zal, na goedkeuring door uw Raad, in de tweede helft van 2025 worden uitgevoerd. De uitkomsten en bijbehorende kosten worden vervolgens ter besluitvorming aan uw Raad voorgelegd. 2.2 Uitvoering van moties Tijdens de behandeling van de Begroting 2025 heeft uw Raad de moties ‘Programmabegroting 2025 – SBO de Brigantijn’ en ‘Programmabegroting 2025 – Planontwikkeling Kanaalstraat 12’ aangenomen. Hiermee heeft u het College opgedragen de planvorming voor deze locaties te starten. De eerste stappen zijn inmiddels gezet, maar voor een zorgvuldige uitvoering van de moties is vervolgonderzoek noodzakelijk. 3.1 Verhuur de Viersprong In de op 12 december aangenomen motie ‘De Viersprong’ is vastgelegd dat dit gebouw moet worden meegenomen in het IHP en dat er geen nieuwe huurder mag worden aangetrokken totdat uw Raad het nieuwe IHP heeft vastgesteld. Uit de onderzoeken blijkt echter dat De Viersprong, vanwege de omvang en het omliggende terrein, niet geschikt is voor tijdelijke huisvesting.

Gezien de aanzienlijke structurele huurinkomsten is het daarom wenselijk om het gebouw zo spoedig mogelijk opnieuw te verhuren en de gesprekken hierover op te starten.

6/10

6. Kanttekeningen 1.1 Dekkingstekorten De kostenraming per m² bruto vloeroppervlak (BVO) wordt met dit voorstel bijgesteld – van €2.903,25 naar €4.100 per m² – hetgeen aantoont dat marktontwikkelingen in de bouwsector een groot risico vormen voor de definitieve begroting. Indien de kostprijsontwikkelingen niet regelmatig worden toegepast op onze budgetten, bestaat het risico op aanzienlijke overschrijdingen. Dit risico wordt afgedekt door beslispunt 1f. 1a.1 Schaalsprong De 10%-marge is gebaseerd op de regionale groeiverwachtingen welke onderhevig zijn aan onzekerheid. Mocht de werkelijke bevolkings- en leerlingengroei afwijken van de prognose, dan bestaat het risico dat deze marge ofwel te hoog, of juist te laag uitpakt. Dit risico wordt afgedekt door het regelmatig bijstellen van de leerlingenprognoses. 1c.1 Leegstand kinderopvangruimtes Er bestaat een risico dat een kinderopvangorganisatie op termijn stopt met het huren van kinderopvangruimte binnen een schoolgebouw. Leegstand leidt dan tot het wegvallen van inkomsten die nodig zijn voor de dekking van de investeringslasten. Dit risico ligt bij de gemeente en is niet structureel af te dekken. Deze constructie is landelijk gebruikelijk bij de realisatie van KC’s, gelet op het belang dat gemeenten hechten aan doorgaande leerlijnen en integrale kindvoorzieningen.

Om het risico in de eerste tien jaar te beperken, wordt bij de contractering van kinderopvangorganisaties een huurgarantie van minimaal 10 jaar overeengekomen. Deze garantie wordt juridisch vastgelegd en draagt bij aan het beheersbaar houden van het financiële risico. 1d.1 Uitbreiding OBS De Ranonkel De afgelopen jaren is er uitvoering gegeven aan het addendum, waarbij onderzocht is of uitbreiding van het bestaande gebouw mogelijk is. In dit proces bleek dat een deel van de omwonenden sterk gekant is tegen deze plannen. Daarom is het noodzakelijk om deze omwonenden vanaf het begin actief te betrekken bij de plannen die op deze locatie gerealiseerd moeten worden. 1e.1 Tekorten in uitvoering Indien de reeds geboekte budgetten niet opnieuw worden bijgeraamd, ontstaat het risico dat er tijdens de daadwerkelijke uitvoering onvoldoende middelen beschikbaar zijn. 1f.1 De VNG-index kan afwijken Hoewel de VNG-index als de beste graadmeter geldt, kan deze door omstandigheden, zoals de kostenstijgingen door de Oekraïne-oorlog, afwijken van of achterlopen op de daadwerkelijke marktrend. Door deze ontwikkelingen goed te monitoren en tijdig in te spelen op grote verschillen, kunnen we dit risico afdekken.

7/10

2.1 Noodzaak tot aanvullend onderzoek tijdelijke huisvesting Voor het maken van een zorgvuldige en verantwoorde keuze ten aanzien van tijdelijke huisvesting is aanvullend onderzoek noodzakelijk. Op basis van de huidige inzichten is nog onvoldoende duidelijk welke locaties daadwerkelijk geschikt zijn, welke aanpassingen vereist zijn en welke kosten daarmee gemoeid zullen zijn. Zonder dit aanvullende onderzoek bestaat het risico dat besluiten worden genomen op basis van aannames, wat kan leiden tot onvoorziene kosten, inefficiënt ruimtegebruik of vertragingen in de uitvoering. Door nu een krediet beschikbaar te stellen, kan dit onderzoek tijdig worden uitgevoerd en wordt de Raad in staat gesteld om op een later moment een goed onderbouwd besluit te nemen over de tijdelijke huisvesting. 1.2 Nieuwe wetgeving Er is nieuwe wetgeving voor onderwijshuisvesting in ontwikkeling. Tot nu toe was het scholen niet toegestaan om onderwijsgelden te investeren in huisvesting, tenzij die investering zich op korte termijn zou terugverdienen in de exploitatie. In de nieuwe wetgeving wordt dit verbod mogelijk opgeheven. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid om van scholen een financiële bijdrage te vragen bij nieuwbouwprojecten. Op welke manier dit precies vorm krijgt en in hoeverre gemeenten daadwerkelijk een bijdrage van scholen kunnen verwachten, is op dit moment nog onduidelijk.

Na de vaststelling van deze nieuwe wetgeving gaat het College actief onderzoeken wat de gevolgen hiervan zijn voor onze schoolgebouwen en de bijbehorende investeringen. 3.1 Huurinkomsten De Viersprong niet langer uitstellen Het pand De Viersprong genereert een structurele huurinkomst. Nu uit onderzoek blijkt dat het pand niet geschikt is voor tijdelijke onderwijshuisvesting, is er geen reden meer om de verhuur uit te stellen. Indien verhuur uitblijft, leidt dit tot een structurele inkomstenderving die in de decemberrapportage en begroting 2026 moet worden verwerkt. Om dit te voorkomen is het raadzaam de verhuur zo spoedig mogelijk op te starten.

8/10

7. Financiën Overzicht In bijlage 4 vindt u de financiële doorrekening van de gevraagde kredieten incl. de jaarlijkse kapitaallasten of extra jaarlijkse kapitaallasten ten opzichte van de reeds vastgestelde kapitaallasten t.b.v. het addendum IHP. Daarnaast vindt u in bijlage 5 de uitgebreide doorrekeningen van de gevraagde investeringskredieten en kapitaallasten. Uitganspunt voor afschrijving bij voorliggende investeringen is een afschrijvingstermijn van 40 jaar (bouwkundige component) en 15 jaar (installaties). De onderbouwing van deze termijnen wordt nader toegelicht onder het kopje ‘afschrijving’. Verschil Uit het overzicht in bijlage 4 blijkt dat er t.o.v. de huidige situatie een aanvullende kredietvraag is ter hoogte van € 26.038.954,00. De jaarlijkse kapitaallasten in het IHP 2024 - 2040 stijgen hierdoor uiteindelijk met € 1.047.104,00 naar in totaal € 1.457.990,00. Op basis van de liquiditeitsprognose verwachten we in de toekomst een financieringstekort, stijging van (lang) vreemd vermogen en extra rentelasten om geplande investeringen te kunnen voldoen. Ook het IHP vraagt om grote investeringen. Vanaf 2026/2027 zal de rente verder stijgen als gevolg van investeringen in het IHP. Met deze stijging en rente is bij het bepalen van de kapitaallasten in het huidige voorstel nog geen rekening gehouden, omdat er nog geen concreet zicht is op de liquiditeitsstroom.

Doorkijk tot en met 2029 Op basis van het voorliggende IHP 2024-2040 staan Leerrijk en de uitbreiding van 't Rendal gepland voor oplevering in 2027. De doorrekening op basis van het IHP 2024-2040 laat zien dat er ter dekking van die investeringen vanaf 2028 een totaalbedrag van € 433.095 nodig is. Dit laatste met een doorkijk tot en met 2029. In onderstaande schema is tevens het bedrag aan kapitaallasten opgenomen dat op basis van het addendum IHP voor leerrijk is vastgesteld. Vanaf 2028 is er een extra bedrag nodig van € 240.261 ter dekking van de kapitaallasten. Kapitaallasten 2026-2029, inclusief 10% schaalsprong

2026

2027

2028

2029

Huidige vastgestelde kapitaallasten Leerrijk

€ 192.834,00

€ 192.834,00

Totaal aan extra kapitaallasten

€ 240.261,00

€ 240.261,00

Nieuwe kapitaallasten

€ 433.095,00

€ 433.095,00

Waarvan kapitaallasten kinderopvang LeerRijk

€ 68.760,00

€ 68.760,00

Kinderopvang De kosten t.b.v. het onderdeel kinderopvang wordt gedekt door een doorbelasting van de jaarlijkse kapitaallasten in de huur van de kinderopvang. Dit bedrag wordt definitief vastgesteld na afronding van alle werkzaamheden.

9/10

Afschrijving Op dit moment hanteren we een afschrijvingstermijn van 15 jaar voor de technische installaties in de schoolgebouwen. In het voorliggende voorstel inzake ‘zero based budgetting’ wordt voorgesteld deze termijn te verlengen naar 20 jaar door een wijziging van de nota vaste activabeleid 2022. Dit heeft een verlichtend effect op de jaarlijkse kapitaallasten. Op termijn kan worden overwogen om voor alle investeringen in onderwijshuisvesting een uniforme afschrijvingstermijn van 40 jaar te hanteren. De overweging hierbij is dat de gemeente niet verantwoordelijk is voor de herinvestering in installaties; hiervoor ontvangen de scholen onderhoudsmiddelen via de rijksbekostiging. Een vaste afschrijvingstermijn van 40 jaar wordt als passend beschouwd, aangezien investeringen in onderwijshuisvesting in de regel betrekking hebben op een eenmalige investering per periode van 40 jaar. Deze termijn sluit daarmee beter aan bij zowel de functionele levensduur als het gebruikelijke investeringsritme van schoolgebouwen. Bij het actualiseren van de nota voorzieningen en reserves wordt tevens onderzocht op welke manier de kapitaallasten geoptimaliseerd kunnen worden.

8. Communicatie Na vaststelling van het IHP worden de schoolbesturen geïnformeerd over dit besluit.

9. Uitvoering De uitvoering geschiedt zoals beschreven in ‘Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Someren 2024 – 2040’

Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,

wnd. burgemeester,

J. Weekers

P.J.M.G. Blanksma

Bijlage(n)

O

Concept raadsbesluit, documentnr. Djuma 200726668

X

Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Someren 2024 - 2040, documentnr.

X

NO

Djuma 5200726665 Gebouwenboek IHP Basisonderwijs Someren, documentnr. Djuma

X

200726694 Financieel investeringsoverzicht, documentnr. Djuma 200726790

X

Financiële doorrekeningen, documentnr. Djuma 200726791

X

10/10

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15610648/2