Informatieve notitie betreffende Raadsmotie Intentieovereenkomst OER A67 – Klimaatcorridor A67
Tekst van het document
Raadsnotitie Onderwerp:
Informatieve notitie betreffende Raadsmotie Intentieovereenkomst OER A67 – Klimaatcorridor A67
Portefeuillehouder: Documentnummer: Zaaknummer: Datum:
W.M. van Doorn 200668314 0847200661320 10 december 2024
1. Samenvatting Gelet op de afspraken die de samenwerkende overheden hebben gemaakt in het kader van de RES MRE 1.0, ziet het college van Burgemeester en Wethouders geen mogelijkheid om invulling aan uw motie, van 13 juni 2024, inzake OER A67 – Klimaatcorridor A67, te geven. De enige tegenprestatie die in het kader van OER A67 op het grondgebied van gemeente Someren gerealiseerd kan worden, is natuurcompensatie. De kosten van die natuurcompensatie worden dan gedragen door één of meerdere OER-projecten in andere gemeenten.
2. Inleiding Door middel van deze raadsmotie heeft de Raad de volgende opdracht aan het college gegeven: ‘Zich ervoor in te spannen dat Someren meeprofiteert van de binnen de coalitie Klimaatcorridor A67 en het OER project gerealiseerde opwek en dat Someren hiermee een deel van haar RES doelstelling kan realiseren, als mogelijke tegenprestatie voor inspanningen binnen de bovengenoemde coalitie en het project.’
3. Informatie Opwek langs snelwegen is in de RES MRE 1.0, en de planMER die daar onder ligt, opgenomen als zoekgebied 38. Opwekprojecten die in het kader van OER A67 of de Klimaatcorridor A67 in welke MRE gemeente dan ook, langs de A67, worden gerealiseerd tellen uiteraard mee voor de invulling de regionale opgave voor grootschalige opwek (het RES-bod RES MRE 1.0, 2.0 en verder). Evenals de invulling van grootschalige opwek in andere RES-zoekgebieden resulteert die invulling niet tot verlagen van de opgave in andere vastgestelde zoekgebieden. De in het eerste halfjaar 2024 uitgevoerde studie van het energiesysteem van de MRE-regio toont aan dat we na de volledige invulling van het RES-bod, van 2.0 TWh, nog heel ver af staan van de invulling van de regionale elektriciteitsvraag met lokaal duurzaam opgewekte elektriciteit. Zelfs als we maximaal inzetten op echte warmtebronnen voor het invullen van de regionale warmtevraag, moet, na volledige invulling van het RES-bod, 70% van de duurzame elektriciteit geïmporteerd worden van buiten de MREregio. Daarbij is al rekening gehouden met het maximaal benutten van gebouwen voor opwek met zonnepanelen (daken en gevels). Deze grote import van buiten de regio en zelfs van buiten onze landsgrenzen maakt de invulling van de duurzame elektriciteitsvoorziening zeer kwetsbaar.
Het vanaf 2030 fors verhogen van regionale opwek is daarom noodzakelijk in het kader van beschikbaarheid en betaalbaarheid (via Energiegemeenschappen) van duurzame elektriciteit. Naast het veel beter benutten van daken en gevels van woningen, woon- en
bedrijfsgebouwen zal na 2030 een verdere forse opschaling van grootschalige duurzame opwek nodig zijn. Het invullen van deel van duurzame opwek door OER-projecten (in andere gemeenten), of in een later stadium mogelijk andere projecten in het kader van de Klimaatcorridor A67, resulteert dus nooit in het vervallen van een deel van de opgave in welk zoekgebied dan ook. Gelet op de grote uitdagingen waarvoor we staan, om de elektriciteitsvraag in 2050 duurzaam en zo veel als mogelijk binnen de MREregio in te vullen, is dat zeker ook niet wenselijk.
4. Vervolg Na onderzoek heeft het college van B&W geconcludeerd dat deze raadsmotie gemotiveerd niet uitvoerbaar is. Door middel van deze raadsnotitie hebben wij u hierover uitvoerig geïnformeerd. Burgemeester en wethouders van Someren, wnd. secretaris,
de burgemeester,
W. Uland
D. Blok
Bijlagen:
O
NO
2/2