CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Indienen zienswijze bovenregionale samenwerking Metropoolregio Eindhoven (MRE)

Gemeenteraad 9 oktober 2025, gemeente SomerenBij agendapunt: Indienen zienswijze bovenregionale samenwerking Metropoolregio Eindhoven (MRE)2.288 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel Onderwerp:

Zienswijze bovenregionale samenwerking

Portefeuillehouder:

P.F.C.W. van der Broeck

Documentnummer:

200768520

Zaaknummer: Datum:

0847200759836 2 september 2025

1. Samenvatting voor de burger Bovenregionale samenwerking voor een sterkere regio De Metropoolregio Eindhoven (MRE) wil nauwer gaan samenwerken met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert. Deze samenwerking is bedoeld om gezamenlijke uitdagingen aan te pakken en kansen te benutten op het gebied van economie, woningbouw, mobiliteit en talentontwikkeling. Door krachten te bundelen kunnen we bijvoorbeeld meer betaalbare woningen realiseren, de bereikbaarheid verbeteren en beter inspelen op de vraag naar gekwalificeerd personeel. Het Algemeen Bestuur van de MRE heeft op 3 juli 2024 ingestemd met het aangaan van deze samenwerkingen, onder duidelijke voorwaarden. Zo moet elke samenwerking bijdragen aan de doelen van het Samenwerkingsakkoord en de Brainport Agenda, en mag deze niet ten koste gaan van bestaande afspraken binnen de regio. De gemeenteraad wordt nu gevraagd om een zienswijze te geven op de concept-samenwerkingsagenda’s en regelingen met de drie gemeenten. Dit zorgt ervoor dat ook lokale belangen goed worden meegenomen in de verdere besluitvorming.

2. Inleiding Op 3 juli 2024 heeft het Algemeen Bestuur (AB) van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) zich positief uitgesproken over het aangaan van bovenregionale samenwerkingen met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert om de doelen uit het Samenwerkingsakkoord en de Brainport Agenda te realiseren. Het AB MRE heeft ingestemd met de volgende kaderstellende uitgangspunten: -

Samenwerking moet passen binnen de doelen van het samenwerkingsakkoord MRE en/of Brainport Agenda.

-

Een samenwerking mag niet ten koste gaan van de bestaande afspraken van gemeenten binnen de Metropoolregio Eindhoven (binnen het samenwerkingsakkoord) en met het Rijk en de provincie. Daarom worden portefeuillehouderoverleggen betrokken als het hun thema betreft, en gemeenten indien het een samenwerking met hun buurgemeente betreft.

-

Een samenwerking is een wederzijdse afspraak en werkt alleen als het voor beide partijen voordelen oplevert. Uitgangspunt is dat de beoogde partners ook zelf inzet en/of middelen leveren ten behoeve van het specifieke samenwerkingsprogramma met die partner(s).

-

Bij een samenwerking moet de inhoud leidend zijn waarbij governance/organisatie volgend en ondersteunend is. Een lichte organisatievorm ligt voor de hand.

-

Gezien het voorgaande uitgangspunt is het uitbreiden van de MRE met een 22e of 23e gemeente, of het aangaan van een gemeenschappelijke regeling, niet opportuun.

De Raadstafel21 heeft het Dagelijks Bestuur (DB) en AB geadviseerd om de raden te betrekken in het proces en een zienswijzenprocedure in te lassen op het moment dat er formele besluiten gevraagd worden. Het DB heeft op 16 juni 2025 besloten om de samenwerkingsagenda’s en de regelingen voor een zienswijzenprocedure voor te leggen aan de raden. Daarmee wordt invulling gegeven aan art 25.3 GR MRE, om voor “andere dossiers” deze zogenaamde “voorhangprocedure” te volgen. Alhoewel het geven van een zienswijze op het aangaan van een gemeenschappelijke regeling door het DB MRE in dit geval formeel enkel een collegebevoegdheid is, worden de raden vanwege de samenhang tussen regeling en samenwerkingsagenda ook in de gelegenheid gesteld aspecten in te brengen die zij voor de besluitvorming door het DB over de regelingen en door het AB over de samenwerkingsagenda’s van belang achten.

3. Advies 1. De zienswijzen op a) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE – gemeente Meierijstad, b) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE – gemeente Venlo, c) de gemeenschappelijke regeling “zonder meer” MRE – gemeente Weert, d) de concept Samenwerkingsagenda MRE-Meierijstad, e) de concept Samenwerkingsagenda MRE-Venlo en f) de concept Samenwerkingsagenda MRE-Weert conform bijgevoegde concept zienswijzebrief, in te dienen bij het Dagelijks Bestuur van de MRE

4. Beoogd effect De bovenregionale samenwerking tussen de Metropoolregio Eindhoven (MRE) en de gemeenten Weert, Meierijstad en Venlo is gericht op het versterken van de regio door gezamenlijke uitdagingen aan te pakken en kansen te benutten. Hier zijn enkele van de belangrijkste beoogde effecten: Economische groei en werkgelegenheid: Door samen te werken, kunnen de regio's beter inspelen op de groeiende vraag naar bedrijfsruimte en gekwalificeerde medewerkers. Dit helpt om bedrijven binnen de Brainportregio te behouden en nieuwe economische activiteiten te stimuleren. Woningbouw: De samenwerking richt zich op het aanpakken van het woningtekort door het realiseren van duizenden nieuwe woningen. Dit maakt het makkelijker voor woningzoekenden om geschikte en betaalbare huisvesting te vinden. Mobiliteit: Verbetering van de bereikbaarheid en infrastructuur is een ander belangrijk doel. Dit omvat onder andere betere treinverbindingen en snelfietsroutes, wat de mobiliteit binnen en tussen de regio's zal verbeteren. Talentontwikkeling: 2/6

Door gezamenlijke inspanningen op het gebied van onderwijs en arbeidsmarkt, kunnen de regio's beter voorzien in de behoefte aan gekwalificeerd personeel, wat essentieel is voor de groei van de hightech maakindustrie. Gezamenlijke lobby: Door als één blok op te treden, kunnen de regio's effectiever lobbyen voor steun en middelen van hogere overheden, wat bijdraagt aan de realisatie van de gezamenlijke ambities.

5. Argumenten 1.1 Door samenwerking met Weert, Meierijstad en Venlo versterken we de regio door gezamenlijke uitdagingen aan te pakken en kansen te benutten; Daarmee maken we de slagvaardigheid van de regio sterker en bieden we meer ruimte om kansen te verzilveren.

1.2 De juridische grondslag “regeling zonder meer” onder de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) sluit het beste aan op de drie concept Samenwerkingsagenda’s. Geen van de drie voorliggende concept-samenwerkingsagenda’s bevat afspraken die vragen om overdracht van taken of het oprichten van een bedrijfsvoering organisatie of een gemeenschappelijke orgaan. De publiekrechtelijke samenwerkingsvorm die hier op aansluit is de zogenaamde “regeling zonder meer” onder de Wgr. Dit is het lichtste instrument uit deze wet. Het DB MRE is op grond van art 17.2-e GR MRE bevoegd een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam MRE en andere openbare lichamen (zoals gemeenten) vast te stellen, voor zover het collegebevoegdheden betreft. Daarvan is hier in alle drie de gevallen sprake.

1.3 De samenwerkingsagenda’s tussen MRE en respectievelijk Meierijstad, Venlo en Weert dragen bij aan vermindering van de druk (wonen, werklocaties, bereikbaarheid) op de Brainportregio Eindhoven. Het economisch succes zorgt binnen de hele Brainportregio, bestaande uit de 21 MRE-gemeenten, voor druk op wonen, werklocaties en op bereikbaarheid. De in MRE-verband met 21 gemeenten afgesproken maatregelen leiden op korte termijn nog niet tot vermindering van deze druk. Een druk die inmiddels ook voelbaar is buiten de grenzen van onze eigen regio. De gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert hebben alle drie groeiambities waarin (extra) woningen zijn voorzien, die de druk op onze regio kunnen verlichten. Door samenwerking bij de allocatie van werklocaties kunnen zoekvragen van bedrijven in een breder perspectief worden bekeken en kunnen (MKB-)bedrijven via herhuisvesting gemakkelijker voor de bredere regio behouden blijven en kan aan meer (internationale) bedrijven een passend aanbod worden gedaan. In de praktijk werken MRE (soms in subregionaal verband) en eerdergenoemde drie gemeenten al samen op mobiliteitsdossiers zonder dat daar expliciete samenwerkingsafspraken onder liggen. Dat is vanaf nu wel het geval waardoor we als MRE effectiever met deze drie gemeenten samen kunnen werken met provincie en Rijk om tot passende en snelle(re) oplossingen te komen.

Het is nadrukkelijk niet zo dat hierdoor het aantal gemeenten binnen de MRE-samenwerking wordt uitgebreid. Deze blijft bestaan uit 21 gemeenten. Meierijstad, Venlo en Weert gaan -zoals al vanaf het begin in het AB MRE is besprokengeen onderdeel uitmaken van de MRE-samenwerking en krijgen dus geen zitting in het AB, DB of de

3/6

MRE-Portefeuillehoudersoverleggen.

1.4 De samenwerkingsagenda’s tussen MRE en respectievelijk Meierijstad, Venlo en Weert sluiten aan op de al zichtbare impact van Brainport in deze drie gemeenten. Enerzijds zien we (structurele) files op de snelwegen tussen de Brainportregio en deze drie gemeenten. Anderzijds zijn de afstanden en reistijden, zeker naar internationale maatstaven, kort te noemen. Zowel Meierijstad, Venlo als Weert geven bijvoorbeeld aan te merken dat woningzoekenden in de Brainportregio hun zoekgebied hebben verruimd. Voor Weert en Venlo geldt dat zij beschikken over een intercitystation met in de directe nabijheid restcapaciteit voor woningbouw. Beide locaties maken onderdeel uit van “Limburg Centraal” (provincie Limburg + 6 steden). De reistijd van Weert naar Eindhoven Centraal bedraagt 16 minuten, die met Venlo momenteel 39 minuten, wat bijvoorbeeld kansen biedt voor studentenhuisvesting.

1.5 Door gebruik te maken van de in de Brainportregio opgebouwde expertise en analysemethodieken met betrekking tot talent en voorzieningen (dit laatste geldt niet voor Venlo) wordt de potentie voor synergie groter. Binnen de MRE-samenwerking hebben we een verkenning uitgevoerd naar basis-, regionale en topvoorzieningen. Op basis daarvan werken we binnen de MRE-samenwerking aan een voorzieningenstrategie/-aanpak. Weert en Meierijstad gaan een soortgelijke verkenning uitvoeren. Als (samenwerkende) gemeenten hebben we maar een beperkte formele taak op het thema talent. Wel kunnen we met Meierijstad, Venlo en Weert de dialoog met de voor een gemeente relevante kennisinstellingen faciliteren. We doen dit met behulp van Brainport Development. Door een complementaire benadering van talent/onderwijs, waarbij meer dan voorheen in deze gemeenten ook het bedrijfsleven (stageplaatsen) wordt betrokken, zetten we in op vergroting van het arbeidsmarkpotentieel voor de Brainportregio.

1.6 Door het indienen van een zienswijze worden belangrijke aandachtspunten voor De Peel nogmaals benoemd. Eerder hebben we op concepten van de overeenkomsten en de samenwerkingsovereenkomsten vanuit de peelgemeenten input geleverd. Veel daarvan is verwerkt, maar we hebben nog een aantal aandachtspunten. Die worden in de zienswijzebrief benoemd. We hebben ook voor deze zienswijzebrief de samenwerking in de Peel opgezocht.

6. Kanttekeningen Kanttekeningen 1.1 De MRE-samenwerking heeft een gesloten huishouding. De MRE is verlengd lokaal bestuur. In het MRE-samenwerkingsakkoord en de daaruit voortkomende werkprogramma’s zijn de thema’s en opgaven waarin de 21 gemeenten in MRE-verband samenwerken limitatief vastgelegd. Daaruit volgt dat de samenwerkingsafspraken met Meierijstad, Venlo en Weert zich primair focussen op de thema’s werklocaties, wonen en bereikbaarheid. 1.2 MRE heeft beperkte capaciteit. Het geven van opvolging aan de bovenregionale samenwerkingsafspraken ligt primair bij de MREwerkorganisatie. De primaire taak van de MRE-werkorganisatie is en blijft het faciliteren van de 4/6

samenwerking tussen de 21 gemeenten. Dat betekent dat de capaciteitsinzet vanuit MRE voor deze bovenregionale samenwerkingen lean & mean is. De MRE-directeur stuurt hierop. Dat geldt ook voor de capaciteitsinzet van de MRE-gemeenten. Voor het merendeel zal deze beperkt zijn. De meest belanghebbende ‘buurgemeenten’ uit het MRE-gebied worden door de MRE-werkorganisatie het meest intensief betrokken, maar ook hiervoor worden zoveel mogelijk bestaande overlegmomenten benut. Meierijstad, Venlo en Weert staan zelf aan de lat voor de realisatie van hun groeiambities en hun aandeel in de realisatie van de samenwerkingsagenda’s. Hiervoor wordt vanuit de MRE geen ambtelijke capaciteit beschikbaar gesteld. Bij de uitvoering en verdere concretisering van de drie Samenwerkingsagenda’s wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van bestaande overlegmomenten en -tafels. Denk bijvoorbeeld aan de NOVEX-tafels Stedelijk Brabant en De Peel, of aan het al bestaande mobiliteitsoverleg van gemeenten aan de A2-Zuid, inclusief Weert (en Nederweert) en het overleg over de N279 waar Meierijstad op aangesloten is. Mochten er in de loop van de tijd aan MRE-zijde onverhoopt toch capaciteitsknelpunten ontstaan dan wordt via de onlangs ingestelde “regiegroep uitvoeringskracht” met daarin deelname vanuit de MREorganisatie én gemeenten gestuurd op de inzet van ambtelijke capaciteit.

1.3 De samenwerkingsagenda’s zijn nog algemeen en/of procesmatig van karakter De afspraken over woningen en werklocaties zijn deels procesmatig. Waar mogelijk worden er aantallen en hectares genoemd, maar er zijn nog geen concrete afspraken gemaakt over welke segmenten op welke termijn in de respectievelijke gemeenten worden gerealiseerd. Het is dus zaak om op basis van de nu voorliggende samenwerkingsagenda’s zo snel mogelijk tot nadere uitwerking te komen over segmenten (type woningen, type bedrijventerreinen) en fasering, zodat we gericht druk op onze regio kunnen verminderen. Voor de volledigheid, dergelijke afspraken met Meierijstad, Venlo en Weert hebben geen invloed op de afspraken die de 21 gemeenten in MRE-verband hierover al met elkaar hebben gemaakt. 1.4 Er zijn meer gemeenten in de invloedsfeer van de Brainportregio. In lijn met eerdere besluitvorming in het AB-MRE is prioriteit gegeven aan het komen tot samenwerkingsagenda’s met Meierijstad, Venlo en Weert.

7. Financiën Er zijn geen directe financiële consequenties (zoals verhoging van de inwonerbijdrage) verbonden aan het aangaan van de samenwerking door MRE met de gemeenten Meierijstad, Venlo en Weert.

8. Communicatie Wanneer de gemeenteraad positief besluit zal de brief met zienswijze worden toegestuurd aan het bestuur van de Metropoolregio Eindhoven – MRE. U wordt als raad over het vervolg op de hoogte gehouden.

9. Uitvoering In onderstaande tabel staat weergegeven hoe het volledige proces in de planning is weggezet. Na het raadsbesluit wordt de zienswijze ingediend bij het AB MRE. Daarna worden alle zienswijzen besproken in 5/6

de diverse portefeuillehoudersoverleggen en het DB waarna het definitieve voorstel wordt vastgesteld in het AB van 17 december. Vlak voor de kerst volgt dan het tekenmoment.

Actie

Datum

Dagelijks Bestuur (vrijgave voor

ma. 16 juni 2025

zienswijzen) Algemeen Bestuur (informeren)

wo. 2 juli

Zienswijzeperiode

Vanaf ma. 18 augustus t/m vrij. 31 oktober Meierijstad: 18 sept. in de raad; Weert: 24 sept. in de raad; Venlo: 22 okt. in de raad.

Portefeuillehoudersoverleg Economie Mobiliteit Ruimte en wonen

Data: do. 20 november wo. 26 november do. 27 november

Laatste aanpassingen voorstel DB / AB

Na poho t/m vrij. 28 november

Dagelijks Bestuur

ma. 8 december

Algemeen Bestuur

wo. 17 december 2025

Tekenmomenten

do. 18 en/of vrijdag 19 december 2025

Publicatie

Direct aansluitend

Burgemeester en wethouders van Someren, de secretaris,

wnd. burgemeester,

J. Weekers

P.J.M.G. Blanksma

Bijlagen: Raadsbesluit, documentnr. Djuma 200772842 Concept regeling MRE – Meierijstad, documentnr. Djuma 200768687 Concept regeling MRE – Venlo documentnr. Djuma 200768689 Concept regeling MRE – Weert, documentnr. Djuma 200768688 Concept Samenwerkingsagenda MRE – Meierijstad, documentnr. Djuma 200768690 Concept Samenwerkingsagenda MRE – Venlo, documentnr. Djuma 200768692 Concept Samenwerkingsagenda MRE – Weert, documentnr. Djuma 200768691 Zienswijzebrief op regionale samenwerking, documentnr. Djuma 200768693

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15953043/2