GR BSOB was-wordt
Tekst van het document
De voorgestelde aanpassing c.q. aanvulling betreft het huidige artikel 2 van de GR BSOB. Huidig artikel Artikel 2: Het openbaar lichaam 1.
Bij deze regeling wordt een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam ingesteld, genaamd Openbaar lichaam Belastingsamenwerking Oost-Brabant.
2.
Het samenwerkingsverband is gevestigd te Oss.
Dat artikel zal na aanpassing c.q. aanvulling als volgt komen te luiden: Voorgestelde wijziging Artikel 2: Het openbaar lichaam 1.
Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam ingesteld, genaamd Openbaar lichaam Belastingsamenwerking Oost-Brabant, hierna (ook) te noemen: “BSOB”.
2.
Het samenwerkingsverband is gevestigd te Oss.
3.
Het gebied waarvoor deze regeling geldt omvat het grondgebied van de Deelnemende rechtspersonen.
De voorgestelde aanpassing c.q. aanvulling betreft het huidige artikel 3 van de GR BSOB. Huidig artikel Artikel 3: Belang In het kader van deze regeling worden de belangen van de deelnemers behartigd, elk voor zover het hun grondgebied en hun belangen betreft, op het gebied van: a.
de heffing en invordering van belastingen;
b.
de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken, waaronder tevens wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens op basis van die wet en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden.
Dat artikel zal na aanpassing c.q. aanvulling als volgt komen te luiden: Voorgestelde wijziging Artikel 3: Belang In het kader van deze regeling worden de belangen van de deelnemers behartigd, elk voor zover het hun grondgebied en hun belangen betreft, op het gebied van: a. de heffing en invordering van belastingen, rechten en retributies; b. de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken, waaronder mede wordt begrepen de administratie van vastgoedgegevens op basis van die wet en het verstrekken van vastgoedgegevens aan de deelnemers en derden.
2
De voorgestelde aanpassing c.q. aanvulling betreft het huidige artikel 36a van de GR BSOB. Huidig artikel
Artikel 36a: Werkzaamheden voor andere overheden dan de deelnemers 1.
Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de in artikel 34 en 35 en 36 bedoelde bevoegdheden, kan het samenwerkingsverband op verzoek van andere overheden dan de deelnemers, indien dit niet leidt tot nadelige gevolgen voor de deelnemers, geen strijd met EU-aanbestedingsregels met zich meebrengt voor de deelnemers en geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de in de genoemde artikelen aangeduide bevoegdheden, adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van de belastingheffing, -invordering en uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken verrichten.
2.
Aan een verzoek van andere overheden dan de deelnemers wordt alleen tegemoetgekomen indien het voornemen bestaat toe te treden tot de Gemeenschappelijke regeling en het werkzaamheden betreft die tijdelijk van aard (max 2 jaar) of beperkt in omvang zijn. In geen geval mag inwilliging van een verzoek tot gevolg hebben dat er extra personeel moet worden aangesteld.
3.
Het algemeen bestuur besluit op een verzoek van andere overheden dan de deelnemers als bedoeld in lid 1.
4.
Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat het samenwerkingsverband het merendeel van zijn taken uitvoert voor de deelnemers.
Dat artikel zal na aanpassing c.q. aanvulling als volgt komen te luiden: Voorgestelde wijziging Artikel 36a: Werkzaamheden voor andere (lokale) overheden dan de deelnemers 1.
Onverminderd de verplichtingen die voortvloeien uit de in artikel 34 en 35 en 36 bedoelde bevoegdheden, kan het samenwerkingsverband op verzoek van andere overheden dan de deelnemers, indien dit niet leidt tot nadelige gevolgen voor de deelnemers, geen strijd met EU-aanbestedingsregels met zich meebrengt voor de deelnemers én geen verstoring veroorzaakt in de uitvoering van de in de genoemde artikelen aangeduide bevoegdheden, adviserende, ondersteunende en uitvoerende werkzaamheden op het gebied van de belastingheffing, -invordering en uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken verrichten.
2.
Aan een verzoek van (een) andere (lokale) overhe(i)d(en) dan de deelnemers wordt alleen tegemoetgekomen indien het samenwerkingsverband met deze andere (lokale) overhe(i)d(en) een dienstverleningsovereenkomst (DVO) sluit voor de uit te voeren ta(a)k(en). Een te sluiten DVO geeft de ta(a)k(en) -en bijbehorende bevoegdheden- weer die het samenwerkingsverband zal gaan uitvoeren voor de andere (lokale) overhe(i)d(en), vermeldt de duur van de overeenkomst én de afspraken over de vergoeding voor de taakuitvoering door het samenwerkingsverband. Een te sluiten DVO mag nimmer een langere looptijd hebben dan vier (4) jaren. Indien het samenwerkingsverband en de betrokken (lokale) overhe(i)d(en) de dienstverlening wensen te continueren na deze periode van vier (4) jaren, zal de betrokken (lokale)
3
overheid als deelnemer dienen toe te treden tot het samenwerkingsverband met toepassing van hetgeen daarover is geregeld in deze Regeling. 3.
Het algemeen bestuur besluit op een verzoek van andere overheden dan de deelnemers als bedoeld in lid 1.
4.
Het dagelijks bestuur draagt er zorg voor dat het samenwerkingsverband het merendeel van zijn taken uitvoert voor de deelnemers.
4
De voorgestelde aanpassing c.q. aanvulling betreft het huidige artikel 39 van de GR BSOB. Huidig artikel Artikel 39: 1.
Inlichtingen en verantwoording
Een lid van het algemeen bestuur geeft het college van de deelnemer dat hem heeft aangewezen alle inlichtingen die door één of meer leden van dat college worden gevraagd.
2.
Een lid van het algemeen bestuur kan door het college van de deelnemer dat hem heeft aangewezen, ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het algemeen bestuur gevoerde beleid.
3.
Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd indien dit in strijd zal zijn met de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur.
4.
Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vertegenwoordigende organen van de deelnemers.
5.
Het bepaalde in de voorgaande leden is van overeenkomstige toepassing op plaatsvervangende leden.
6.
Het algemeen bestuur geeft de vertegenwoordigende organen van de deelnemers mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen.
Dat artikel zal na aanpassing c.q. aanvulling als volgt komen te luiden: Voorgestelde wijziging Artikel 39: 1.
Inlichtingen en verantwoording
Een lid van het Algemeen bestuur verstrekt aan de Deelnemer die hem heeft aangewezen, alle- inlichtingen die door een of meer leden van die Deelnemer worden gevraagd.
2.
Het bepaalde in het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het Vertegenwoordigend orgaan waartoe de Deelnemer behoort.
3.
Het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur en de voorzitter verstrekken de Vertegenwoordigende organen de door een of meer leden van die Vertegenwoordigende organen gevraagde inlichtingen, op de gevraagde wijze.
4.
Het bepaalde in de voorgaande leden is op plaatsvervangende leden van overeenkomstige toepassing.
5.
Het Dagelijks bestuur verstrekt de Vertegenwoordigende organen uit eigen beweging schriftelijk structureel de volgende documenten: a. bestuursrapportage(s) b. het accountantsrapport bij de jaarrekening c. jaarverantwoording belastingopbrengsten d. raming belastingopbrengsten.
6. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd, indien dit in strijd zal zijn met de belangen, genoemd in artikelen 5.1 en 5.2 van de Wet open overheid. 7.
Een lid van het Algemeen bestuur kan door de Deelnemer die hem heeft aangewezen, te allen tijde ter verantwoording worden geroepen voor het door hem in het Algemeen bestuur gevoerde beleid. 5
8. Het bepaalde in het zevende lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van het Vertegenwoordigend orgaan waartoe de Deelnemer behoort. 9. Een lid van het Algemeen bestuur, dat niet langer het vertrouwen geniet van de Deelnemer die hem heeft aangewezen, kan door die Deelnemer worden ontslagen. In dat geval draagt die Deelnemer er zorg voor, dat zo spoedig mogelijk een nieuw lid wordt aangewezen.
6
De voorgestelde aanpassing c.q. aanvulling betreft het huidige artikel 42 van de GR BSOB. Huidig artikel Artikel 42: 1.
Inlichtingen en verantwoording
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan het algemeen bestuur verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur.
2.
Het dagelijks bestuur geeft het algemeen bestuur alle inlichtingen die het algemeen bestuur voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.
3.
Het dagelijks bestuur geeft de vertegenwoordigende organen van de deelnemers mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen.
Dat artikel zal na aanpassing c.q. aanvulling als volgt komen te luiden: Voorgestelde wijziging Artikel 42: 1.
Inlichtingen en verantwoording
Het Dagelijks bestuur en elk van zijn leden verstrekken aan het Algemeen bestuur de door een of meer leden van dit Algemeen bestuur gevraagde inlichtingen.
2.
Het Dagelijks bestuur en elk van zijn leden leggen op verzoek van het Algemeen bestuur verantwoording af over het door het Dagelijks bestuur of een der leden uitgevoerde handelingen.
3.
Het reglement van orde van het Algemeen bestuur houdt bepalingen in omtrent de wijze, waarop de leden van het Dagelijks bestuur de hier bedoelde inlichtingen verstrekken en verantwoording afleggen.
4.
Het Algemeen bestuur kan een lid van het Dagelijks bestuur ontslaan, als deze het vertrouwen van het Algemeen bestuur niet meer bezit.
5.
Het Dagelijks bestuur biedt het bestuur jaarlijks in de jaarrekening ter vaststelling een verslag aan over de werkzaamheden van het samenwerkingsverband over het afgelopen jaar.
7
De voorgestelde aanpassing c.q. aanvulling betreft het huidige artikel 50 van de GR BSOB. Huidig artikel Artikel 50: 1.
Ontwerpbegroting
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting uiterlijk 15 april aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers.
2.
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving.
3.
De vertegenwoordigende organen van de deelnemers kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze tijdig aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
4.
Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassingen op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in het totaal van de bijdragen van de deelnemers.
Dat artikel zal na aanpassing c.q. aanvulling als volgt komen te luiden: Voorgestelde wijziging Artikel 50: 1.
Ontwerpbegroting
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting, alsmede de algemene financiële en beleidsmatige kaders, uiterlijk 30 april aan de vertegenwoordigende organen van de deelnemers.
2.
De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de deelnemers voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving. De openbare kennisgeving wordt door Gemeente Oss verzorgt.
3.
De vertegenwoordigende organen van de deelnemers kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting binnen twaalf (12) weken naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze tijdig aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het Dagelijks Bestuur stelt tevens de gemeenteraden c.q. algemeen besturen gemotiveerd in kennis van haar oordeel over de ontvangen zienswijzen en het daaraan gegeven gevolg.
4.
Het eerste en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing bij begrotingswijzigingen waarbij tenminste één deelnemer de bijdrage van die deelnemer (inclusief BTW) meer dan 10% afwijkt.
8
De voorgestelde aanpassing c.q. aanvulling betreft het huidige artikel 51 van de GR BSOB. Huidig artikel Artikel 51: 1.
Vaststelling begroting
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. In afwijking van artikel 14, eerste lid, wordt de begroting met drie vierde meerderheid vastgesteld.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan gedeputeerde staten Dat artikel zal na aanpassing c.q. aanvulling als volgt komen te luiden: Voorgestelde wijziging Artikel 51: 2.
Vaststelling begroting
Het algemeen bestuur stelt de begroting vast in het jaar voorafgaande aan dat waarvoor zij dient. In afwijking van artikel 14, eerste lid, wordt de begroting met drie vierde meerderheid vastgesteld.
3.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na de vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan het jaar waarop de begroting betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
9
De voorgestelde aanpassing c.q. aanvulling betreft het huidige artikel 2 van de GR BSOB. Huidig artikel Artikel 55: 1.
Uittreding
Een deelnemer kan, na vooraf verkregen toestemming van de gemeenteraad dan wel het algemeen bestuur, besluiten tot het uittreden uit deze regeling. Gedurende drie jaar na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk.
2.
Alvorens een deelnemer een opzeggingsbesluit neemt, stelt de deelnemer het dagelijks en algemeen bestuur van het voornemen en de motieven daarvan, op de hoogte. Over het voornemen wordt overleg met het dagelijks bestuur gevoerd.
3.
Voor de vaststelling van de gevolgen van de uittreding en de uittredingskosten verleent het dagelijks bestuur in overleg met de uittredende gemeente, een onafhankelijk registeraccountant opdracht om advies uit te brengen over de financiële gevolgen en de hoogte van de uittredingskosten. De kosten van dit advies komen voor rekening van de uittreder.
4.
De gevolgen van de uittreding en de uittredingskosten die de uittreder moet betalen vanwege de schade die de uittreding aan het openbaar lichaam toebrengt, worden door het algemeen bestuur vastgesteld.
5.
De verrekening van het vermogen wordt verrekend met de uittredingskosten als bedoeld in het vierde lid.
6. Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht van het dagelijks bestuur. 7.
De datum van uittreding is 1 januari van het tweede kalenderjaar na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot opzegging is genomen, tenzij partijen anders overeenkomen.
8. Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen omtrent de uitreding van deelnemers in een uittredingsprotocol. 9. Op het besluit van een deelnemer het besluit waarbij additionele taken zijn overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling in te trekken, is het bepaalde in dit artikel van overeenkomstige toepassing. Dat artikel zal na aanpassing c.q. aanvulling als volgt komen te luiden: Voorgestelde wijziging Artikel 55: 1.
Uittreding
Een deelnemer kan, na vooraf verkregen toestemming van de gemeenteraad dan wel het algemeen bestuur, besluiten tot het uittreden uit deze regeling. Gedurende drie jaar na de datum van toetreding tot de regeling is uittreding niet mogelijk.
2.
Alvorens een deelnemer een opzeggingsbesluit neemt, stelt de deelnemer het dagelijks en algemeen bestuur van het voornemen en de motieven daarvan, op de hoogte. Over het voornemen wordt overleg met het dagelijks bestuur gevoerd.
3.
De uittredende deelnemer draagt de uittredingskosten. De uittredingskosten bestaan uit kosten van gegevensextractie uit de WOZ- en Belastingadministratie van BSOB, projectkosten voor ontvlechting en overdracht van de uitvoering door BSOB naar een derde én personele frictiekosten.
10
4.
Voor de bepaling van de financiële gevolgen van de uittreding en de bepaling van de hoogte van de uittredingskosten verleent het dagelijks bestuur in overleg met de uittredende gemeente een onafhankelijk registeraccountant opdracht om advies uit te brengen over de financiële gevolgen en de hoogte van de uittredingskosten. De kosten van dit advies komen voor rekening van de uittreder.
5.
De gevolgen van de uittreding en de uittredingskosten die de uittreder moet betalen vanwege de uittreding uit het openbaar lichaam, worden door het algemeen bestuur vastgesteld.
6. De verrekening van het vermogen wordt verrekend met de uittredingskosten als bedoeld in het vierde lid. 7.
Het besluit als bedoeld in het eerste lid wordt terstond ter kennis gebracht van het dagelijks bestuur.
8. De datum van uittreding is 1 januari van het tweede kalenderjaar na het verstrijken van het jaar waarin het besluit tot opzegging is genomen, tenzij partijen anders overeenkomen. 9. Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen omtrent de uitreding van deelnemers in een uittredingsprotocol. 10. Op het besluit van een deelnemer het besluit waarbij additionele taken zijn overgedragen aan de gemeenschappelijke regeling in te trekken, is het bepaalde in dit artikel van overeenkomstige toepassing.
11
De voorgestelde aanpassing c.q. aanvulling betreft het huidige artikel 58 van de GR BSOB. Huidig artikel Artikel 58: 1.
Archief
Het bestuur van het samenwerkingsverband is verplicht de onder hem berustende archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat te brengen en te bewaren, alsmede zorg te dragen voor de vernietiging van daarvoor in aanmerking komende archiefbescheiden.
2.
Overeenkomstig een door het algemeen bestuur vast te stellen verordening, welke aan gedeputeerde staten wordt medegedeeld, draagt het dagelijks bestuur zorg voor de archiefbescheiden van het bestuur van het samenwerkingsverband.
3.
De kosten, verbonden aan de uitoefening van de in het tweede lid bedoelde zorg, komen ten laste van het samenwerkingsverband.
4.
Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13, eerste lid van de Archiefwet 1995, over te brengen archiefbescheiden van het bestuur van het samenwerkingsverband wijst het dagelijks bestuur een archiefbewaarplaats van een van de deelnemers aan.
5.
Ten aanzien van het beheer van de archiefbescheiden van het bestuur van het samenwerkingsverband, voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar een archiefbewaarplaats, is, onder de bevelen van het dagelijks bestuur, met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Archiefwet 1995 belast de archivaris. Met betrekking tot dit toezicht stelt het algemeen bestuur een verordening vast, welke aan gedeputeerde staten wordt medegedeeld.
6.
De archivaris wordt door het dagelijks bestuur benoemd, geschorst en ontslagen.
7.
In afwijking van het vorige lid kan het dagelijks bestuur ook de archivaris van de deelnemer als bedoeld in het vierde lid aanwijzen als archivaris van het samenwerkingsverband.
Dat artikel zal na aanpassing c.q. aanvulling als volgt komen te luiden: Voorgestelde wijziging Artikel 58a: Zienswijze op besluiten van het bestuur van het samenwerkingsverband De gemeenteraden c.q. de algemeen besturen van de deelnemers van het samenwerkingsverband hebben geen bevoegdheid tot het leveren van een zienswijze op besluiten van het bestuur van het samenwerkingsverband anders dan hetgeen expliciet is geregeld in deze Regeling met betrekking tot zienswijzen. Artikel 58b: Adviescommissie Gelet op de aard van deze Regeling en de bestaande communicatie- en overlegstructuur tussen het samenwerkingsverband en de deelnemers wordt geen adviescommissie als bedoeld in artikel 24a van de Wet gemeenschappelijke regelingen ingesteld. Artikel 58c: Evaluatie Er vindt eens per drie (3) jaren een evaluatie plaats van deze Regeling. Bij de evaluatie staat de inhoud van deze Regeling in relatie tot de praktische uitvoering daarvan op de agenda.
12
Artikel 58d: Participatie Met uitzondering van de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van het belastingbeleid op grond van deze Regeling bestaat voor belanghebbenden de mogelijkheid tot participatie.
13
De voorgestelde aanpassing c.q. aanvulling betreft het huidige artikel 59 van de GR BSOB. Huidig artikel Artikel 59:
Inwerkingtreding
De gewijzigde regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag volgend op die waarop het college van de Gemeente Oss het besluit tot het vaststellen van de regeling heeft bekendgemaakt in alle deelnemende gemeenten en het waterschap door kennisgeving van de inhoud daarvan in de Staatscourant. Dat artikel zal na aanpassing c.q. aanvulling als volgt komen te luiden: Voorgestelde wijziging Artikel 59:
Inwerkingtreding
Deze Regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag volgend op die waarop het college van de Gemeente Oss het besluit tot het vaststellen van de regeling heeft bekendgemaakt in haar Gemeenteblad. Gemeente Oss draagt tevens zorg voor kennisgeving van het besluit tot vaststellen van de regeling in het Gemeenteblad van alle deelnemende gemeenten en het Waterschapsblad van het deelnemende waterschap. Met de inwerkingtreding van deze Regeling treedt de voorgaande regeling buiten werking als gevolg van vervanging.
14