CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Definitieve regels Hanekampweg 15.17 n.a.v. zienswijzes

Commissie Ruimte 5 april 2023, gemeente SomerenBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 1713.795 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Hanekampweg 15 en 17

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Inhoudsopgave

Toelichting Regels

3 5

Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2

Inleidende regels Begrippen Wijze van meten

6 6 16

Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8

Bestemmingsregels Wonen Leiding - Gas Waarde - Archeologie 3 Waarde - Archeologie 4 Waarde - Cultuurhistorie Waarde - Groenblauwe mantel

18 18 25 27 29

Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12 Artikel 13 Artikel 14

Algemene regels Anti-dubbeltelregel Voorrangsregeling dubbelbestemmingen en aanduidingen Algemene bouwregels Algemene aanduidingsregels Algemene afwijkingsregels Overige regels

33 33

Hoofdstuk 4 Artikel 15 Artikel 16

Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel

42 42 43

Bijlage Bijlage 1

2

31 32

34 35 37 38 40

45 Beplantingsplan

46

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Toelichting

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

3

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

4

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Regels

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

5

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Hoofdstuk 1 Artikel 1

Inleidende regels

Begrippen

1.1 Plan Het bestemmingsplan 'Hanekampweg 15 en 17' van de gemeente Someren. 1.2 Bestemmingsplan De geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML- bestand NL.IMRO.0847.BP02022013-VS01 met de bijbehorende regels en bijlagen. 1.3 Verbeelding De kaart waarop de bestemmingen en aanduidingen van de gronden die in het plangebied zijn gelegen, zijn aangegeven. 1.4 Aanbouw Een aan het hoofdgebouw aangebouwd bijgebouw. 1.5 Aanduiding Een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid waar ingevolge de regels, regels worden gesteld voor het gebruik en/ of het bebouwen van de desbetreffende gronden. 1.6 Aanduidingsgrens De grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 1.7 Aan huis verbonden beroep Het door een van de bewoners als ondergeschikte functie uitoefenen van een beroep of het beroepsmatig verrichten van diensten op administratief, juridisch, medisch, therapeutisch, lichaamsverzorgend, kunstzinnig, ontwerptechnisch of hiermee gelijk te stellen gebied, met uitzondering van detailhandel of erotische dienstverlening dat door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een (bedrijfs) woning met de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend.

1.8 Aardkundige waarden Waarden die samenhangen met de geologische, geomorfologische en/of bodemkundige kenmerken en ontstaanswijze van een gebied, zoals bodemopbouw en –samenstelling, hoogteverschillen en de daarmee samenhangende waterhuishouding. 1.9 Arbeidsmigrant: Persoon die vanuit een ander land naar Nederland komt met als doel arbeid te verrichten en inkomen te verwerven. 1.10 Archeologisch deskundige: Een door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. Deze dient in ieder geval te voldoen aan de kwalificaties van senior-archeoloog die gesteld zijn in de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA).

6

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

1.11 Archeologisch onderzoek: Onderzoek verricht door of namens de gemeente of door een dienst, bedrijf of instelling, beschikkend over een opgravingvergunning ex artikel 9.6 van de Erfgoedwet (of voor de betreffende werkzaamheden een vergunning heeft van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) en werkend volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie. 1.12 Archeologische waarden: De aan een gebied toegekende waarden in verband met de in dat gebied voorkomende archeologische relicten (resten uit het verleden). 1.13 Bebouwing Eén of meer gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 1.14 Bed and breakfast: Het bij wijze van nevenfunctie verstrekken van logies en ontbijt, door het beschikbaar stellen van slaap-, ontbijt- en sanitaire ruimten, aan een steeds wisselend publiek dat voor een korte periode, namelijk één tot enkele nachten, ter plaatse verblijft. Onder bed and breakfast worden niet verstaan overnachtingen, noodzakelijk in verband met het verrichten van tijdelijke of seizoensgebonden werkzaamheden en/of arbeid. 1.15 Bedrijf Elke door de mens bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig was, ondernomen bedrijvigheid die binnen een zekere begrenzing pleegt te worden verricht.

1.16 Bedrijfsmatige exploitatie: Complex van economische activiteiten gericht op winst door de uitoefening van een bedrijf, waarbij de omvang van het bedrijf en de onderlinge samenhang tussen bedrijfsactiviteiten, de vraag of er voor toekomstige winstkansen noodzakelijke investeringen plaatsvinden, het redelijkerwijs te verwachten ondernemingsrendement en de vraag of de exploitant een hoofdfunctie elders heeft, factoren zijn die meegewogen kunnen worden. 1.17 Beeldkwaliteit: Het samenstel van de beoordeling van: a. b. c. d. e. f. g.

de plaats van de bebouwing in het verleden en nu; de maten en verhoudingen van de gebouwen in het verleden en nu; het ritme of patroon van de bebouwing langs de weg in het verleden en nu; de beplanting langs de openbare weg en op particuliere gronden; het materiaalgebruik voor de bebouwing en de straat; kenmerkende objecten zoals een molen, kerk, bos, houtwal, kunst e.d.; staat van verzorging, detaillering en onderhoud van gebouwen, weg- en bermonderhoud, verlichting e.d.; h. abiotische omgeving, patronen en structuren. 1.18 Beeldkwaliteitsplan Buitengebied 2022: Het beeldkwaliteitplan Buitengebied 2022 zoals op 3 november 2022 door de raad is vastgesteld; 1.19 Besluit omgevingsrecht (Bor): Besluit van 25 maart 2010, houdende regels ter uitvoering van de Wabo.

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

7

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

1.20 Bestaande bebouwing Bebouwing zoals die rechtens mag bestaan, zonder toepassing van wijzigingsbevoegdheden. Hieronder valt ook de bebouwing waarvan vaststaat dat handhaving wegens strijdigheid met het geldende bestemmingsplan niet meer mogelijk is. 1.21 Bestaand gebruik Gebruik zoals dat rechtens mag bestaan, zonder toepassing van wijzigingsbevoegdheden. Hieronder valt ook het gebruik waarvan vaststaat dat handhaving wegens strijdigheid met het geldende bestemmingsplan niet meer mogelijk is. 1.22 Bestemmingsgrens De grens van een bestemmingsvlak. 1.23 Bestemmingsvlak Een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.24 Bevoegd gezag: Bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wabo. 1.25 Bewonen: Huisvesting van personen in een woning of wooneenheid. 1.26 Bewoning Het verblijven in of het gebruiken van een ruimte als woonruimte inclusief nachtverblijf. 1.27 Bijgebouw Een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat bouwkundig of architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.28 Bodemingreep (diepte, oppervlakte) Werken of werkzaamheden die een bodemverstorende werking kunnen hebben op het aanwezige archeologische bodemarchief. De diepte van een bodemingreep wordt gemeten ten opzichte van het maaiveld ter plaatse.

De oppervlakte van een bodemingreep is het gebied waarbinnen bodemingrepen plaatsvinden die een verstorende werking kunnen hebben op het archeologische bodemarchief. 1.29 Bouwen Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.30 Bouwen, ondergronds: Het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een bouwwerk onder het ter plaatse vastgestelde peil. 1.31 Bouwlaag: Doorlopend gedeelte van een gebouw dat is begrensd door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren of balklagen.

8

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

1.32 Bouwperceel: Aaneengesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningsvrije bouwwerken zijn toegestaan. 1.33 Bouwgrens De grens van een bouwperceel 1.34 Bouwperceel Een aangesloten (virtueel) vlak waarop functioneel bij elkaar behorende bebouwing en voorzieningen worden geconcentreerd, bestaande uit een bouwvlak, waarbinnen de gebouwen zijn toegelaten, met de direct daaraan grenzende gronden waar ook bouwwerken geen gebouwen zijnde en vergunningsvrije bouwwerken zijn toegestaan. 1.35 Bouwperceelsgrens De grens van een bouwperceel. 1.36 Bouwwerk Elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct, hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.37 Buitenrijbaan: Niet-overdekte piste, doorgaans voorzien van een bewerkte/aangepaste bodem waar naast training en africhting van het paard eveneens toetsing van prestaties van de combinatie paard en ruiter in diverse disciplines kan plaatsvinden.

1.38 Carport Een overdekte open ruimte, waarvan de begrenzingen worden gevormd door bestaande gebouwen of door vrijstaande ondersteuningen, en die niet wordt aangemerkt als een gebouw. 1.39 Cultuurhistorische waarden: Waarden die samenhangen met de nalatenschap van de mens, door zijn aanwezigheid en activiteiten in het verleden, en die hij heeft achtergelaten in het huidige landschap. Hierbij gaat het om archeologisch, historisch-landschappelijk, historisch-geografisch en/of historisch-bouwkundig waardevolle zaken, zoals archeologische elementen, beplanting, reliëf (bij voorbeeld bolle akkers) verkaveling, slotenpatroon en bebouwing. 1.40 Dagbesteding: Voorziening waar aan ouderen, mensen met een handicap, mensen met psychiatrische problemen of in het kader van een re-integratietraject een zinvolle invulling van de dag wordt geboden, zonder dat daar een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat. 1.41 Dagrecreatie: Het bieden van een product en/of dienst op het gebied van recreatie, educatie en/of cultuur, dat door de consument binnen één dag kan worden afgenomen en zonder dat daarmee een overnachting ter plaatse mee gepaard gaat.

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

9

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

1.42 Detailhandel Het bedrijfsmatig te koop/huur aanbieden, waaronder begrepen het uitstallen ten verkoop/verhuur, het verkopen, verhuren en/of leveren van goederen aan personen die deze goederen kopen/huren voor eigen gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit. 1.43 Erf: Al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden. 1.44 Erfbeplanting: Visueel afschermende, maskerende en/of het landschapsbeeld versterkende en overwegend opgaande (rand)beplanting binnen of direct aansluitend op het bestemmingsvlak of bouwperceel van een bedrijf, een woning of een terrein met een andere functie. 1.45 Erfinrichtingsplan: Een inrichtingstekening waarbij de inrichting van een erf wordt weergegeven en waarbij wordt aangesloten op het beeldkwaliteitsplan. 1.46 Erotische dienstverlening Elke vorm van erotische dienstverlening met een bedrijfsmatig karakter zoals erotische massage, escortservice, parenclub, prostitutie, seksbioscoop, seksclub, sekstheater en dergelijke. 1.47 Escortbedrijf Het bedrijfsmatig aanbieden van prostitutie die wordt uitgeoefend op een andere plaats dan die waar het escortbedrijf wordt uitgeoefend.

1.48 Extensief recreatief medegebruik: Het medegebruik van gronden voor routegebonden recreatieve activiteiten, zoals wandelen, fietsen, ruitersport en kanovaren, alsmede route-ondersteunende voorzieningen zoals picknick-, uitzicht-, rust- en informatieplaatsen, voor zover de overige functies van de gronden dit toelaten. 1.49 Gebouw Elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.50 Gebruiken Doen of laten gebruiken. 1.51 Groene erfinrichting Groenelement, bestaande uit beplanting en / of andere groenelementen, zoals een poel of een vlinderweide, dat gelegen is binnen een bestemmingsvlak. 1.52 Groenvoorzieningen Allerlei vormen van beplanting en groen, die niet zijn aan te merken als agrarische bodemexploitatie maar die een functie vervullen in de aankleding van het landschap. 1.53 Groepsaccommodatie: Een gebouw dat geheel of gedeeltelijk is ingericht voor het bedrijfsmatig verschaffen van recreatief nachtverblijf in groepsverband in permanent daarvoor ingerichte ruimten met gemeenschappelijke voorzieningen, keuken en verblijfsruimten. 1.54

10

Hoofdgebouw

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Een gebouw dat op een bouwperceel door zijn constructie en/of afmetingen dan wel gelet op de bestemming als het belangrijkste gebouw valt aan te merken. 1.55 Huishouden: Eén persoon of meerdere personen die gemeenschappelijk samenleven in een onderlinge persoonlijke verbondenheid en gericht op een duurzaam samen zijn en daarbij een economisch-consumptieve eenheid vormen. 1.56 Huisvesting van arbeidsmigranten: Het huisvesten van werknemers, die in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een (agrarisch) bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten, voor zover noodzakelijk voor een doelmatige bedrijfsvoering. 1.57 Hydrologisch neutraal ontwikkelen met betrekking tot het oppervlaktewater Het in combinatie met bouwwerken, verhardingen en hoge of lage permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen aanbrengen/aanwezig zijn van voorzieningen ten behoeve van een afdoende piekberging voor het hemelwaterwater. 1.58 Hydrologisch neutraal ontwikkelen met betrekking tot het grondwater Het in combinatie met bouwwerken, verhardingen en hoge of lage permanente (teelt)ondersteunende voorzieningen zodanig loskoppelen van (een deel van) de hemelwateropvang zodat het hemelwater in voldoende mate via infiltratievoorzieningen op eigen terrein passief in de bodem geïnfiltreerd wordt.

1.59 Hydrologisch neutraal ontwikkelen, toetsinstrumentarium Hydrologisch neutraal bouwen maakt onderdeel uit van de keur van Waterschap De Dommel en Waterschap Aa en Maas. Hierin staat dat de aanvrager/initiatiefnemer bij de realisatie van nieuw verhard oppervlak voldoende compenserende maatregelen dient te nemen, zodat het oppervlaktewatersysteem voldoende robuust blijft. 1.60 Infiltratie Het indringen van water in de bodem. 1.61 Infiltratievoorziening Een open voorziening, zonder bodemverhardingen en gelegen boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand, waarmee tijdelijk opgevangen (schoon) hemelwater kan indringen in c.q. passief kan infiltreren in de bodem. 1.62 Inpassingsplan: Een visueel inrichtingsplan van een perceel voor het op verantwoorde wijze inpassen van gebouwen en andere voorzieningen bestaande uit een ontwerptekening van dat perceel met daarin opgenomen de ligging, soorten en hoeveelheden van landschappelijke elementen. 1.63 Interim omgevingsverordening De Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant, vastgesteld d.d. 25 oktober 2019, of diens rechtsopvolger.

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

11

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

1.64 Kampeermiddel: Een tent, tentwagen, kampeerauto of caravan dan wel enig ander onderkomen of enig ander (gewezen) voertuig of gedeelte daarvan, dat geen bouwwerk is waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen nodig is, een en ander voor zo ver deze onderkomens of voertuig geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf. 1.65 Kinderopvang: Het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs voor die kinderen begint, waarbij minimaal 6 kinderen worden opgevangen. 1.66 Kwaliteitsverbetering: Een fysieke verbetering van de aanwezige of potentiële kwaliteiten van bodem, water, natuur, landschap, cultuurhistorie of extensieve recreatieve mogelijkheden van het gebied of de omgeving. 1.67 Landschapselement Een streekeigen natuur- of landschapsobject dat een waardevolle landschappelijke, natuurwetenschappelijke of cultuurhistorische waarde heeft, zoals een houtwal of een bomenlaan.

1.68 Landschappelijke waarden Het geheel van waarden in verband met bijzondere landschappelijke kenmerken van een gebied of object, in de zin van karakteristieke verschijningsvorm, herkenbaarheid/identiteit en diversiteit, dat bestaat uit aardkundige, cultuurhistorische, archeologische en visueelruimtelijke waarden, afzonderlijk of in onderlinge samenhang. 1.69 Lawaaisport: Een voorziening voor sportactiviteiten waarbij motorisch of mechanisch geluid wordt geproduceerd, waaronder in ieder geval begrepen de rallysport, de motorsport en de modelvliegsport. 1.70 Maaiveld: De bovenkant van het ter plaatse aanwezige terrein. 1.71 Milieucategorie Milieucategorie zoals omschreven in de VNG-publicatie Bedrijven en Milieuzonering. 1.72 Natuurwaarden De waarden die aan een gebied zijn toegekend in verband met het voorkomen van biotische en/ of abiotische elementen die bijdragen aan de diversiteit en natuurlijkheid van een gebied. 1.73 Nevenactiviteit/nevenfunctie: Ondergeschikte activiteit, die gezien de relationele aard en geringe omvang, slechts een aanvulling is op de hoofdactiviteit. 1.74 Omgevingsvergunning: Omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 Wabo.

12

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

1.75 Ondergeschikt bouwdeel: Bouwdeel van beperkte afmetingen, dat buiten de gevel of het dakvlak van een bouwwerk uitsteekt en niet gericht is op vergroting van het oppervlakte, zoals dakgoten, dakoverstekken, regenafvoerpijpen, rookgasafvoeren, schoorstenen, plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, gevel- en kroonlijsten, luifels en balkons. 1.76 Ondergeschikte functie Een activiteit van een zeer beperkte bedrijfsmatige en/of ruimtelijke omvang zodat de functie waaraan zij wordt toegevoegd, qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als hoofdfunctie herkenbaar blijft. 1.77 Onderkomen: Voor verblijf geschikte, al dan niet aan hun bestemming onttrokken voer- en vaartuigen, waaronder begrepen woonwagens, woonschepen, caravans, stacaravans, kampeerauto's, alsook tenten, schuilhutten en keten, al dan niet ingericht voor een recreatief buitenverblijf, voor zover deze niet als bouwwerken zijn aan te merken. 1.78 Ondersteunende horeca Horeca die ten dienste staat van de hoofdfunctie en die in ruimtelijk opzicht hieraan ondergeschikt is. Het ondersteunend karakter dient van beperkte functionele en ruimtelijke omvang te zijn zodat de hoofdfunctie qua aard, omvang en verschijningsvorm overwegend of nagenoeg geheel als zodanig herkenbaar blijft.

1.79 Overkapping: Een overdekte open ruimte, waarvan de begrenzingen worden gevormd door bestaande gebouwen of door vrijstaande ondersteuningen, en die niet wordt aangemerkt als een gebouw. 1.80 Peil: 1. Voor bouwwerken en gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk aan de weg grenst, de hoogte van de kruin van de weg ter plaatse van deze toegang. 2. In andere gevallen de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld. 1.81 Piekberging (hemelwater) Een gebouwde of aangelegde voorziening voor de tijdelijke opvang/buffering van overtollig hemelwater afkomstig van bebouwing en/of verhardingen; 1.82 Prostitutie Het zich tegen vergoeding aan anderen beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen. 1.83 Recreatie: Activiteiten en mogelijkheden voor ontspanning c.q. vrijetijdsbesteding in de vorm van sport, spel, toerisme en educatie en het bedrijfsmatig verstrekken van dag- en/of verblijfsrecreatie. 1.84 Routegebonden horeca Een kleinschalige horecavoorziening, niet zijnde een café of restaurant, waar vanuit de bestaande bebouwing consumpties worden verstrekt aan passanten, zoals een theehuis. 1.85 Ruimtelijke kwaliteit: Kwaliteit van een gebied die bepaald wordt door de mate waarin sprake is van gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde.

1.86 Ruimtelijke ontwikkeling: Bouwactiviteiten en planologische gebruiksactiviteiten waarvoor een wijziging van het planologisch regime nodig is.

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

13

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

1.87 Terras: Een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van de horeca waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid en/of verstrekt. 1.88 Terreinafscheiding: Afscheiding, inclusief doorgangen en poorten, van een erf en/of gedeelte van een erf (terrein), onder meer bedoeld voor het binnen het terrein houden van dieren, het afscheiden van verschillende functies of het markeren van een erf. 1.89 Tuin: Een beplante, veelal afgesloten ruimte, grenzend aan een hoofdgebouw dat in verschillende vormen voorkomt, zoals siertuinen met gazon, moestuinen met groente- en fruitplanten, bloemenperken en hagen. Verhardingen zijn niet toegestaan. 1.90 Verblijfsrecreatie Een activiteit die overwegend gericht is op het bedrijfsmatig verstrekken van recreatie met een overnachting ter plaatse. 1.91 Verblijfsruimte Een verblijfsruimte is een ruimte in een gebouw waarin de mensen verblijven volgens de gebruiksfunctie. 1.92 Verhard oppervlak De oppervlakte van het geheel van bouwwerken, verhardingen en hoge of lage permanente teeltondersteunende voorzieningen op de bij één bedrijf of andere functionele eenheid behorende gronden die gelegen kunnen zijn binnen meerdere bestemmingen.

1.93 Voorgevelrooilijn: De denkbeeldige lijn, evenwijdig aan de as van de weg waaraan gebouwd wordt, op een afstand van de weg die: a. gelijk is aan de in deze regels voorgeschreven afstand van gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel; b. gelijk is aan de afstand van bestaande gebouwen tot de as van de weg op het betreffende bouwperceel, indien die afstand kleiner is dan de in de regels voorgeschreven afstand. 1.94 Wabo: De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht welke op 1 oktober 2010 in werking is getreden. 1.95 Water en waterhuishoudkundige voorzieningen Al het oppervlaktewater zoals sloten, vijvers, kanalen en beken alsmede voorzieningen die nodig zijn ten behoeve van een goede wateraanvoer, waterafvoer, waterberging en waterkwaliteit. Hierbij kan gedacht worden aan duikers, stuwen, gemalen en inlaten. 1.96 Wonen: Het verblijven van een huishouden in een (bedrijfs-)woning, daaronder ook begrepen een plattelandswoning. 1.97 Woning/wooneenheid: Eén complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.98

14

Wonen plus:

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Het door een van de bewoners aan huis uitoefenen van een bedrijfsmatige activiteit met maximaal milieucategorie 2 zoals bepaald op basis van de Brochure bedrijven en milieuzonering, niet zijnde detailhandel of erotische dienstverlening, die door zijn beperkte omvang en beperkte ruimtelijke uitstraling met behoud van de woonfunctie in een woning met de daarbij behorende bijgebouwen kan worden uitgeoefend. Hieronder wordt ook verstaan het uitoefenen van een bedrijf waarbij de daadwerkelijke bedrijfsactiviteiten in hoofdzaak elders op locatie plaatsvinden terwijl aan huis de organisatorische activiteiten en activiteiten zoals opslag van materialen en stalling van voertuigen plaatsvinden. 1.99 Woning/ wooneenheid Eén complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden, waaronder tevens begrepen gezinsvervangende woonvormen. 1.100 Zelfstandige bewoning: Bewoning met een eigen toegang waarbij de noodzakelijke voorzieningen (keuken, douche en toilet) niet gedeeld hoeven te worden met andere bewoners.

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

15

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Artikel 2

Wijze van meten

Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de as van de weg: tussen de as van de weg waaraan het bouwwerk is gebouwd en een bepaald punt van het bouwwerk, waar die afstand het kortst is. 2.2 de afstand tot de bestemmingsgrens: de kortste afstand van het verticale vlak in een bestemmingsgrens tot enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend bouwwerk. 2.3 het bebouwingspercentage: het door bouwwerken bebouwde oppervlak, uitgedrukt in procenten van de oppervlakte van het bouwperceel voor zo ver dat is gelegen binnen de bestemming of binnen een in de regels nader aan te duiden gedeelte van die bestemming. 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de breedte van een bestemmingsvlak: tussen de twee zijdelingse grenzen van het bestemmingsvlak, gemeten in de bestemmingsgrens op de minimum afstand die bebouwing tot de weg in acht moet nemen. 2.6 de breedte van een bouwperceel: tussen de twee zijdelingse perceelsgrenzen, gemeten in de bebouwingsgrens of (rooi)lijn op de minimum afstand die bebouwing tot de weg in acht moet nemen. 2.7 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel.

2.8 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.9 de inhoud van een bouwwerk: tussen de bovenzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. Kelders worden niet meegeteld bij de inhoud van een bouwwerk. 2.10 de lengte c.q. breedte van een bouwwerk: horizontaal tussen de buitenwerkse hoofdgevelvlakken en/of de harten van gemeenschappelijke scheidingsmuren. 2.11 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.12 het peil: het peil wordt als volgt gemeten:

16

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

a. Voor bouwwerken en gebouwen waarvan de toegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van de weg ter plaatse van deze toegang; b. In andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het bestaande aansluitende afgewerkte maaiveld.

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

17

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

Bestemmingsregels

Wonen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. aan huis verbonden beroepen conform de bepalingen in artikel 3.4.2; c. het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van landschappelijke en natuurlijke waarden; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen ten behoeve van water, waterberging en infiltratie; e. landschapselementen, groenvoorzieningen, erfbeplanting en landschappelijke inpassing, hieronder tevens begrepen tuinen en erven; f. verhardingen, (onverharde) paden, parkeerplaatsen en parkeervoorzieningen; g. extensief recreatief medegebruik. 3.2

Bouwregels

3.2.1 Algemeen a. er mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de in artikel 3.1 genoemde bestemming; b. per bestemmingsvlak is maximaal één woning toegestaan; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2; d. de oppervlakte voor bebouwing, verharding en andere voorzieningen bedraagt maximaal 90% van het bestemmingsvlak; e. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' is het oprichten van gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet toegestaan. f. delen van percelen met de functieaanduiding 'specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing' worden niet aangemerkt als erf, zoals bedoeld in artikel 1, bijlage 2 van het Besluit omgevingsrecht. 3.2.2 Woningen Ten aanzien van de hoofdbebouwing gelden de volgende bouwregels: a. een woning mag een inhoud hebben van maximaal 750 m 3; b. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1; c. bij herbouw mag de woning uitsluitend gesitueerd worden ter plaatse van de bestaande fundering en als sprake is van uitbreiding daar direct op aansluitend; d. in afwijking van het bepaalde onder b en c mag, indien een gevellijn is opgenomen, de woning worden herbouwd in de gevellijn of maximaal 1 meter hiervoor of hierachter. e. de maximaal toegestane goothoogte is 6 m 1; f. de maximaal toegestane bouwhoogte is 10 m1; g.

de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; h. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m 1; 3.2.3 Bijgebouwen behorende bij de woning Ten aanzien van bijgebouwen gelden de volgende bouwregels: a. de gezamenlijke oppervlakte van bijgebouwen per woning is maximaal 100 m 2; b. de maximaal toegestane goothoogte is 3 m 1; c. de maximaal toegestane bouwhoogte is 5,5 m 1; d. bijgebouwen dienen op een afstand van ten minste 1 m 1 achter de voorgevel van de woning te worden gebouwd; e. de maximale afstand van het bijgebouw tot de woning bedraagt 20 m 1; f. de dakhelling dient tussen de 20 graden en 60 graden te zijn; g. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m 1; h. het bepaalde onder g is niet van toepassing ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen'; i. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1. 3.2.4

18

Bouwwerken geen gebouwen zijnde

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Ten aanzien van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende bouwregels: a. Per woning mag een overkapping worden gebouwd met de volgende maatvoering: 1. oppervlakte niet meer dan 20 m 2; 2. bouwhoogte niet meer dan 3 m 1; 3. de overkapping dient op een afstand van ten minste 1 m 1 achter de voorgevel van de woning te worden gebouwd; 4. afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m 1; 5. de afstand tot de as van de weg is ten minste 15 m 1; 6. de maximale afstand van de overkapping tot de woning bedraagt 20 m 1; b. de maximaal toegestane bouwhoogte van bouwwerken geen gebouwen zijnde, uitgezonderd erfafscheidingen, is 2,5 m 1, c. de afstand van bouwwerken geen gebouwen zijnde, behoudens erfafscheidingen, tot de bestemmingsgrens bedraagt minimaal 5 m 1; d. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de voorgevelrooilijn mag maximaal 1 m 1 zijn en voor het overige maximaal 2 m 1. 3.2.5 Voorwaardelijke verplichting hemelwater Het oprichten van een woning als bedoeld in 3.1 is uitsluitend toegestaan indien: a. er op het bouwperceel is voorzien in regenwaterberging, welke regenwater vertraagd infiltreert en werkend aanwezig is. b. de waterberging als bedoeld in sub a heeft een bergingsopgave van ten minste 0,06 m³ per vierkante meter dakoppervlak en terreinverharding. 3.3

Afwijken van de bouwregels

3.3.1 Afwijken voor een grotere inhoud van de woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.2 sub a, voor het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane inhoud van een woning tot maximaal 900 m3. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden: a. per m3 uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m 2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten; Type landschap Aantal m2 te slopen bebouwing om 1,00 m 3 extra bebouwing mogelijk te maken Natuur Netwerk Brabant 1 Kampenlandschap 1 2/3 Beekdallandschap 1 2/3 Oude heideontginningen 2 Jonge heideontginningen 2 1/3 Bebouwingsconcentraties 1 2/3 b. in afwijking op sub a kan, indien de sloopbank leeg is, een grotere inhoud van de woning mogelijk worden gemaakt door toepassing van de Landschapsinvesteringsregeling Someren; c. de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; d. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning en de directe omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f.

de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2. 3.3.2 Afwijken ten behoeve van oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.2.3 sub a, sub b voor het toestaan van een uitbreiding van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen tot maximaal 350 m 2. Hierbij gelden ten minste de volgende voorwaarden:

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

19

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

a. per m2 uitbreiding dient telkens minimaal het aantal m 2 zoals opgenomen in onderstaande tabel te worden gesloopt. De te slopen bebouwing dient legaal opgericht te zijn of krachtens overgangsrecht te zijn toegelaten; Type landschap NNB Kampenlandschap Beekdallandschap Oude Heideontginningen Jonge Heideontginningen Bebouwingsconcentraties

Aantal m² te slopen bebouwing om 1 m² bebouwing mogelijk te maken 1 2 2 3 3 1/2 2

b. in afwijking op sub a kan, indien de sloopbank leeg is, een grotere inhoud van de woning mogelijk worden gemaakt door toepassing van de Landschapsinvesteringsregeling Someren; c. de locatie waar bebouwing wordt gesloopt kan slechts één keer worden ingezet voor de toepassing van deze regeling; d. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; e. de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; f. de sloop van overtollige bebouwing is duurzaam verzekerd; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2. 3.3.3 Afwijken ten behoeve van herbouw woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.2.2 onder b, ten behoeve van de herbouw van een woning op een andere plaats binnen het bestemmingsvlak. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de nieuwe locatie ligt niet dichter tot de bestemmingsgrens dan bepaald in 3.2.2 onder sub b, sub d en sub h. b. de woning wordt gebouwd ter vervanging van de bestaande woning; c. de ontwikkelingsmogelijkheden van (niet-)agrarische bedrijven in de nabijheid van de woning mogen niet worden belemmerd; d.

de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kenmerken van de woning in zijn omgeving mogen niet onevenredig worden aangetast; e. met de nieuwe situering is sprake van een milieukundige en ruimtelijke kwaliteitsverbetering; f. de sloop van de oorspronkelijke woning is duurzaam verzekerd; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2; 3.4

Specifieke gebruiksregels

3.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het in gebruik nemen of het laten gebruiken van gronden en bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven bestemming en/of: a. het aanleggen van mest- of waterbassins van folie; b. het plaatsen van zeecontainers; c. het gebruiken van bijgebouwen voor bewoning; d. het gebruik van gronden, gebouwen, bouwwerken en onderkomens voor erotische dienstverlening; e. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van (buiten)opslag, stort of lozing; f. het gebruik van gronden en/of opstallen voor doeleinden van handel of detailhandel of bedrijf, met dien verstande dat aan huis verbonden beroepen zijn toegestaan overeenkomstig het bepaalde in artikel 3.4.2; g. het gebruik van gronden en/of opstallen voor dag- of verblijfsrecreatie; h. het gebruik van opstallen voor het huisvesten van arbeidsmigranten;

20

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

i.

j. k. l.

het gebruik van opstallen, behoudens woningen, alsmede het gebruik van vrijstaande en/of aangebouwde bijgebouwen, niet vergund middels een omgevingsvergunning als zijnde een (onderdeel van de) woning, voor bewoning; het gebruik van gronden en/of opstallen voor kuilvoeropslag, (sleuf)silo’s of mestopslagsilo’s; het gebruik van gronden voor tijdelijke en permanente teeltondersteunende voorzieningen; het gebruik van gronden voor lawaaisporten;

tenzij de regels en/of verbeelding bij deze bestemming middels een specifiek gebruiksregel en/of aanduidingsvlak expliciet bepalen dat het gebruik wel is toegestaan. 3.4.2 Aan huis verbonden beroep De uitoefening van aan huis verbonden beroepen is toegestaan als ondergeschikte activiteit bij de woonfunctie, waarbij de volgende bepalingen van toepassing zijn: a. de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend door één van de bewoners; b. de beroepsactiviteit mag in de woning en/of in een bijgebouw bij de woning worden uitgeoefend; c. de omvang van de beroepsactiviteiten mag niet meer bedragen dan 30% van de gezamenlijke oppervlakte van de woning en bijgebouwen bij de woning, tot een maximum van 150 m 2; d. het gebruik mag geen nadelige invloed hebben op een normale afwikkeling van het verkeer; e. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 14.4; f. detailhandel is niet toegestaan; g. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding.

3.4.3 Voorwaardelijke verplichting landschappelijke inpassing Het gebruiken en (doen) laten gebruiken van het perceel conform de in lid 3.1 opgenomen bestemmingsomschrijving is alleen toegestaan als de landschappelijke inpassing overeenkomstig het beplantingsplan zoals opgenomen in Bijlage 1 bij het onderhavige bestemmingsplan of een kwalitatief daarmee vergelijkbaar plan dat door het college van burgemeester en wethouders is geaccordeerd, binnen 24 maanden na het in werking treden van dit bestemmingsplan is uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden. 3.5

Afwijken van de gebruiksregels

3.5.1 Afwijken voor kinderopvang en/of dagbesteding als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub d voor het exploiteren van kinderopvang en dagbesteding door de bewoner(s) van de betreffende locatie als ondergeschikte nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen de bestaande bebouwing; b. de activiteiten leiden niet tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of -overlast; c. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en bedrijven; d. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2. 3.5.2 Afwijken voor verhuur van fietsen/rijtuigen als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub e voor het als ondergeschikte nevenfunctie verhuren van fietsen, rijtuigen en andere vervoersmiddelen ten behoeve van recreatief gebruik door de bewoner(s). Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de ondergeschikte verhuuractiviteiten; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 14.4; d.

de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2. 3.5.3

Afwijken voor een zorgfunctie als nevenfunctie

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

21

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub d voor het verlenen van zorg en de huisvesting van zorgbehoevenden door de hoofdbewoner(s) van de woning als ondergeschikte nevenfunctie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteiten vinden plaats binnen bestaande bebouwing; b. het is niet toegestaan om zelfstandige wooneenheden ten behoeve van de huisvesting van zorgbehoevenden te realiseren; c. er mogen maximaal 15 personen worden gehuisvest; d. er wordt alleen huisvesting geboden aan personen met een zorgindicatie; e. de activiteiten leiden niet tot een onevenredige verkeersaantrekkende werking en/of -overlast; f. de activiteiten mogen geen milieuhinder of belemmeringen veroorzaken voor omliggende woningen en/of bedrijven; g. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2. 3.5.4 Afwijken voor een minicamping als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub e voor het toestaan van een minicamping als ondergeschikte nevenfunctie die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. er zijn maximaal 25 kampeermiddelen toegestaan, waaronder maximaal vijf stacaravans; b.

voor ondersteunende voorzieningen, zoals op sanitair gebied, is maximaal 100 m 2 bebouwing toegestaan. Hiervoor dient gebruik te worden gemaakt van de bestaande (of vergunbare) bebouwing; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 14.4; d. de afstand tot de as van de weg is ten minste 20 m 1; e. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m 1; f. de afstand tot de bestemmingsgrens is ten minste 5 m 1; g. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; h. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2. 3.5.5 Afwijken voor een groepsaccommodatie als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 3.4.1 onder e, ten behoeve van het als ondergeschikte functie toestaan van een groepsaccommodatie die wordt geëxploiteerd door de bewoner(s) van de betreffende locatie in de bestaande bebouwing. Hierbij gelden ten minste de volgende randvoorwaarden: a. de capaciteit is maximaal 20 personen; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 14.4; c. de afstand tot de weg is ten minste 20 m 1; d. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m 1; e.

de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2. 3.5.6 Afwijken voor bed and breakfast als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub e voor het als nevenfunctie exploiteren van een bed and breakfast door de bewoner(s) van de betreffende locatie in de bestaande (of vergunbare) bebouwing. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. er mag geen toename van bebouwingsoppervlak plaatsvinden ten behoeve van de bed and breakfast activiteiten; c. de maximale overnachtingscapaciteit van een bed and breakfast is 10 personen; d. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 14.4; e. er mag geen sprake zijn van een onevenredige aantasting van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2. 3.5.7

22

Afwijken voor routegebonden horeca als nevenfunctie

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub e voor het als ondergeschikte nevenfunctie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie verstrekken van dranken en/of spijzen voor gebruik ter plaatse. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. de oppervlakte van het theehuis/uitspanning bedraagt maximaal 200 m 2 inclusief terras; c. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 14.4; d. de afstand tot de weg is ten minste 20 m 1; e. de afstand tot woningen van derden is ten minste 50 m 1; f. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2. 3.5.8 Afwijken voor dagrecreatie als nevenfunctie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub e voor het als ondergeschikte nevenfunctie vanuit de bestaande bebouwing door de bewoner(s) van de betreffende locatie aanbieden van dagrecreatie. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. de activiteit mag uitsluitend plaatsvinden binnen het bestemmingsvlak; b. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 14.4; c. de ruimtelijke kwaliteit wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2.

3.5.9 Afwijken voor het huisvesten van arbeidsmigranten in een woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 3.4.1 sub h voor de structurele of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten in een woning. Hierbij gelden de volgende randvoorwaarden: a. het is toegestaan om een woning te gebruiken voor bewoning door maximaal 4 personen; b. parkeren dient volledig op eigen terrein plaats te vinden, waarbij de parkeervoorzieningen middels inrichtingsplan aangetoond worden waarbij per huisvestingsplaats 0,7 parkeerplaats gerealiseerd dient te worden; c. de woning voldoet aan de regels uit het bouwbesluit; d. in een straat mogen maximaal 20% van de totaal aantal woningen gebruikt worden voor bewoning, waarbij de woningen niet direct naast elkaar, tegenover elkaar of boven elkaar gesitueerd mogen zijn, waarbij de perceelgrenzen bepalend zijn; e. er dient een nachtregister bijgehouden te worden; f. in afwijking op sub a is het mogelijk om tot een maximum van 20 personen bewoning te laten plaatsvinden, mits aangetoond wordt dat er voldoende parkeergelegenheid is op eigen terrein en dat bewoning niet tot overlast leidt in de omgeving; g. de woning (met meer dan 4 arbeidsmigranten) voldoet aan de SNF-normering en dit dient aangetoond te worden; h.

er dient in het kader van de brandveiligheid voldaan te worden aan de (aanvullende) eisen bij een woonfunctie voor kamergewijze verhuur conform het Bouwbesluit, zoals geldend ten tijde van de aanvraag om omgevingsvergunning; i. vanaf 11 personen dient minimaal 250 meter aangehouden te worden ten opzichte van een andere locatie waar meer dan 10 arbeidsmigranten gehuisvest worden; j. vanaf 11 personen dient het perceel landschappelijk ingepast te worden; k. vanaf 11 personen dient het beheer in een overeenkomst vastgelegd te worden.

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

23

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

3.6 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 3.6.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. landschappelijke inpassing te verwijderen, waarvan de aanleg en de instandhouding ervan in het kader van een eerdere vergunningverlening verplicht is gesteld. 3.6.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 3.6.1 is niet vereist voor: a. werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de bestemming dan wel van ondergeschikte betekenis zijn; b. werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 3.6.3 Toelaatbaarheid De in artikel 3.6.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. geen afbreuk doen aan de waarden en kwaliteiten van de gronden, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. het beeldkwaliteitsplan buitengebied; 3. de specifieke landschappelijke inpassingsplannen zoals opgenomen in de bijlagen; b.

hydrologisch neutraal worden uitgevoerd, conform artikel 14.1, voor wat betreft: 1. het oppervlaktewater; 2. het grondwater; 3. de impact op de waterkwaliteit; 3.7

Wijzigingsbevoegdheid

3.7.1 Wijziging naar 'Wonen' met de aanduiding 'wonen plus' Burgemeester en wethouders zijn bevoegd aan de bestemming ‘Wonen’ de functieaanduiding ‘wonen plus’ toe te voegen ten behoeve van de vestiging van een kleinschalig bedrijf in de milieucategorieen 1 of 2, of aantoonbaar daarmee gelijk te stellen qua aard en invloed, zoals genoemd in de Brochure bedrijven en milieuzonering, van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hierbij moet voldaan worden aan de volgende voorwaarden: a. de bedrijfsactiviteit moet plaatsvinden binnen de maximaal toegestane oppervlakte bebouwing; b. de maximaal toegestane oppervlakte voor de bedrijfsbebouwing is 350 m 2, met dien verstande dat de voorwaarden zoals genoemd in de sloopbonusregeling (artikel 3.3.2) dienen te worden toegepast; c. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van andere belangen waaronder die van omwonenden en (agrarische) bedrijven; d. parkeren vindt plaats binnen het bestemmingsvlak en voldoet aan de bepalingen uit artikel 14.4; e. reclameaanduidingen dienen beperkt te blijven tot een bescheiden naamsaanduiding; f. buitenopslag is niet toegestaan; g. er is geen sprake van planologische en/of milieuhygienische belemmeringen, of gelet op de aard en omvang van het wijzigingsplan is door middel van noodzakelijk (milieu)onderzoek aangetoond dat het plan uitvoerbaar is; h.

de ruimtelijke kwaliteit en landschappelijke inpassing wordt gewaarborgd conform de bepalingen uit artikel 14.2.

24

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Artikel 4 4.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

4.1.1 Algemeen De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor: a. aanleg, gebruik, instandhouding en/of bescherming van een ondergrondse hogedruk aardgastransportleiding; b. groen en groenvoorzieningen, mits niet diepwortelend. 4.1.2 Voorrangsregeling In geval van strijdigheid tussen de verschillende regels, gaan de regels van de 'Leiding - Gas' vóór de regels die op grond van andere artikelen op de gronden van toepassing zijn. 4.2

Bouwregels

4.2.1 Algemeen Op of in de voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Op de voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken geen gebouwen zijnde van geringe omvang worden gebouwd, welke noodzakelijk zijn voor de aanleg en instandhouding van de in artikel 4.1 bedoelde leiding(en), met dien verstande dat de maximaal bouwhoogte 3,00 m1 bedraagt. 4.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 4.2.1 en/of artikel 4.2.2 voor het bouwen van gebouwen en/of bouwwerken, geen gebouwen zijnde, hoger dan 3,00 m1. Hierbij gelden de volgende voorwaarden: a. het doelmatig functioneren en de continuïteit van de in artikel 4.1 bedoelde leiding(en) mag niet worden aangetast; b. er worden geen kwetsbare objecten toegestaan; c. voorafgaand aan de verlening van een omgevingsvergunning wordt door het bevoegd gezag schriftelijk advies ingewonnen bij de betreffende leidingbeheerder; d. de bebouwing voldoet aan de overige bepalingen van de onderliggende (dubbel)bestemming(en). 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de dubbelbestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven onderliggende bestemming(en); b. het (laten) gebruiken van de gronden voor activiteiten waardoor de gronden minder geschikt worden voor danwel niet passen binnen de in deze dubbelbestemming gegeven bestemming. 4.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 4.5.1 Vergunningplicht Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden de volgende werken en/of werkzaamheden uit te (laten) voeren: a. het aanbrengen van hoogopgaande en/of diepwortelende beplanting; b. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontgronding of ophoging;

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

25

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

c. d. e. f. g. h. i.

het verrichten van grondroeractiviteiten (bijvoorbeeld het aanbrengen van rioleringen, kabels, leidingen en drainage) anders dan normaal spit- en ploegwerk; diepploegen; het aanbrengen van oppervlakteverhardingen, waaronder ook wegen en paden; het permanent opslaan van goederen waaronder ook begrepen het opslaan van afvalstoffen; het aanleggen van waterlopen of het vergraven verruimen of dempen van bestaande waterlopen; het plaatsen van onroerende objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; het indrijven van voorwerpen in de bodem, waaronder heien.

4.5.2 Uitzonderingen Een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 4.5.1 is niet vereist voor: a. werken en/of werkzaamheden die vallen onder het normale onderhoud en beheer van de gronden overeenkomstig de overige bestemmingen dan wel van ondergeschikte betekenis zijn, zijnde graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergronden netten en netwerken; b. werken en/of werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn dan wel op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan nog mogen worden uitgevoerd op basis van een eerder verleende vergunning. 4.5.3 Toelaatbaarheid De in artikel 4.5.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien: a. de werken en/of werkzaamheden verband houden met de doeleinden, die aan de geldende bestemming zijn toegekend; b. het uitvoeren van deze werken en/of werkzaamheden noch direct noch indirect afbreuk doet aan de waarden en kwaliteiten van de desbetreffende gronden en de mogelijkheden voor herstel van deze waarden en kwaliteiten niet (onevenredig) worden verkleind, zoals omschreven in: 1. de (dubbel)bestemming met eventuele aanduiding(en); 2. de specifieke erfbeplantingsplannen; 3. het beeldkwaliteitsplan buitengebied 2022; c. de desbetreffende werken en/of werkzaamheden niet strijdig zijn met de belangen, met name de continuïteit en de veiligheid van de leiding.

Hierbij gelden de volgende bepalingen: 1. alvorens te beslissen op een aanvraag, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder; 2. het vermelde advies betreft de belangen in verband met de veilige ligging van de leiding, het voorkomen van schade aan de leiding en mogelijkheid om in de toekomst onderhoud te kunnen plegen aan de leiding.

26

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

Artikel 5 5.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor: a. het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. 5.2

Bouwregels

Op of in de als ‘Waarde - Archeologie 3’ aangewezen gronden gelden de volgende bouwregels: a. voor het bouwen overeenkomstig de regels voor de andere op deze gronden voorkomende bestemmingen dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met een oppervlakte groter dan 250 m 2 en/of een diepte van meer dan 40 cm 1, een rapport te overleggen waarin de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag zullen worden verstoord, naar oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate zijn vastgesteld; b. indien uit het in sub a genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen of kunnen worden verstoord, kan het bevoegd gezag een of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. c.

het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in sub a indien de archeologische waarde van het terrein in andere beschikbare informatie afdoende is vastgesteld. Hieronder worden onder meer verleende vergunningen en/of andere feitelijke gegevens verstaan, waaruit kan worden afgeleid dat de bodem ter plaatse dermate is geroerd dat het alleszins aannemelijk is dat er geen sprake meer is van archeologische waarden die door de voorgenomen werkzaamheden kunnen worden verstoord. 5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de dubbelbestemming wordt in ieder geval verstaan: a. het (laten) gebruiken van de gronden en/of bouwwerken voor een doel of op een wijze, die in strijd is met de in dit plan daaraan gegeven onderliggende bestemming(en); b. het (laten) gebruiken van de gronden voor activiteiten waardoor de gronden minder geschikt worden voor danwel niet passen binnen de in deze dubbelbestemming gegeven bestemming. 5.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 5.4.1 Vergunningplicht Het is binnen deze dubbelbestemming verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken en werkzaamheden uit te voeren of te laten uitvoeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen zoals afgraven, diepploegen, egaliseren, frezen, ophogen, scheuren van grasland, aanleg of rooien van bos, boomgaard of diepwortelende beplanting, aanbrengen van oppervlakteverhardingen, aanleggen van drainage, verwijderen van funderingen; b. het graven, dempen, dan wel verdiepen, vergroten of anderszins herprofileren van waterlopen, sloten en greppels; c. het verlagen van het waterpeil; d. het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; e. het slopen van gebouwen en het verwijderen van fundering, waarbij grondroering plaatsvindt; f.

het aanleggen van leidingen onder het maaiveld.

bestemmingsplan "Hanekampweg 15 en 17" (ontwerp)

27

bestemmingsplan Hanekampweg 15 en 17

5.4.2 Uitzonderingen Het in lid 5.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op werken en werkzaamheden welke: a. minder dan 40 cm1 diep reiken ten opzichte van het maaiveld en/of een verstoringsoppervlakte hebben van minder dan 250 m 2; b. worden uitgevoerd ten dienste van een archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen, mits uitgevoerd door een ter zake deskundige; c. het normale onderhoud en/of gebruik betreffen overeenkomstig de overige bestemmingen die voor deze gronden gelden, danwel van ondergeschikte betekenis zijn; d. reeds in uitvoering zijn, dan wel krachtens een verleende omgevingsvergunning reeds mogen worden uitgevoerd op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 5.4.3 Toelaatbaarheid a. De in lid 5.4.1 genoemde omgevingsvergunning kan slechts worden verleend, indien geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden. b. Alvorens over de aanvraag wordt beslist, dient de aanvrager een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld. c. Het bevoegd gezag wint advies in van een door hem aan te wijzen terzake deskundige, alvorens de omgevingsvergunning te verlenen. d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12544389/1