CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

C Bijlage d.d. 11 juni 2026 Wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning raad someren - Politiek op Inhoud Gemert-Bakel (Geanonimiseerd)

Commissie Burger en Bestuur 18 juni 2026, gemeente SomerenBij agendapunt: Vaststellen derde wijziging verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 Someren2.449 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan de leden van de gemeenteraad van Someren en de leden van de Commissie Burger en Bestuur per email verstuurd via griffie @someren.nl Cc: het Algemeen en Dagelijks Bestuur van GR Peelgemeenten per email verstuurd via secretariaat @peelgemeenten.nl Bijlage: amendement Pro Sociaal Gemert-Bakel / Politiek op Inhoud

Betreft: aanvullende informatie bij agendapunt derde wijziging Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 Someren – Commissie Burger en Bestuur 18 juni 2026

Gemert , 11 juni 2026

Geachte raads- en commissieleden , Op 18 juni 2026 behandelt de Commissie Burger en Bestuur van de gemeente Someren de derde wijziging van de Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 Someren. Namens Politiek op Inhoud Gemert-Bakel vragen wij uw aandacht voor dit agendapunt. Wij doen dat omdat de vijf Peelgemeenten via de GR Peelgemeenten dezelfde regionale koers volgen bij de overgang van resultaatgericht beschikken naar urenbeschikkingen voor huishoudelijke ondersteuning. De besluitvorming in Someren staat daardoor niet op zichzelf. De juridische , financiële en bestuurlijke risico’s die wij in Gemert-Bakel op 4 juni 2026 in de gemeenteraad hebben besproken , raken ook Someren en de andere deelnemende gemeenten. Wij sturen deze brief tevens in cc aan het Algemeen en Dagelijks Bestuur van GR Peelgemeenten , omdat de gekozen werkwijze regionaal wordt voorbereid en uitgevoerd en daarmee alle deelnemende gemeenten raakt. In Gemert-Bakel hebben wij samen met PRO Sociaal Gemert-Bakel een amendement ingediend om het HHM-normenkader niet als bovengrens , maar als objectief vertrekpunt vast te leggen bij het bepalen van het aantal uren huishoudelijke ondersteuning. Dat amendement heeft het niet gehaald.

Toch vinden wij het belangrijk om u deze informatie mee te geven , omdat de voorliggende stukken naar onze mening geen volledig beeld geven van de juridische , financiële en bestuurlijke risico’s.

De overstap naar urenbeschikkingen is op zichzelf juist en noodzakelijk. Jarenlang kregen cliënten huishoudelijke ondersteuning op basis van het resultaat “schoon en leefbaar huis”. De rechtspraak heeft duidelijk gemaakt dat een cliënt voldoende rechtszekerheid moet hebben. Een inwoner moet concreet kunnen weten op hoeveel ondersteuning hij of zij kan rekenen. Alleen zeggen dat iemand recht heeft op een schoon en leefbaar huis is daarvoor onvoldoende als niet duidelijk is hoeveel hulp daarbij hoort. Daarom is het goed dat de Peelgemeenten overstappen naar beschikken in tijd. Maar de kernvraag is: hoe worden die uren vastgesteld en hoe is de juridische robuustheid van de gekozen weg? In het raadsvoorstel van Someren staat dat alleen wanneer dat nodig is gebruik wordt gemaakt van een landelijk normenkader. Ook staat in de toelichting dat het vertrekpunt niet langer is om iedere cliënt te voorzien van een woning die volgens objectieve maatstaven schoon en leefbaar is , maar dat wordt aangesloten bij het niveau van schoon dat de cliënt gewend is. Pas als het gesprek met de cliënt geen richting geeft of als sprake is van een bovengemiddeld niveau van schoon , wordt het HHM-normenkader gebruikt. Daarmee wordt het HHM-normenkader niet als objectief vertrekpunt gebruikt , maar als bovengrens , vangnet of correctiemechanisme.

Het raadsbesluit zegt zelf dat de tijdsinzet volgens de rechtspraak moet worden bepaald aan de hand van een objectief normenkader en dat het HHM-normenkader in de rechtspraak is geaccepteerd als objectieve maatstaf. De rechter vraagt daarbij niet om een subjectieve inschatting achteraf , maar om een beoordeling die voor de cliënt objectief en toetsbaar is. Tegelijk wordt in de nieuwe verordening vastgelegd dat ditzelfde normenkader slechts de bovengrens vormt van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning. Daarmee ontstaat een tweetrapsraket: eerst een beoordeling op basis van feitelijke inzet , gewenning en het gesprek met de Wmo-consulent , en pas bij discussie , bezwaar of rechterlijke toetsing het objectieve normenkader. Als het normenkader volgens de rechtspraak nodig is om de omvang van de ondersteuning objectief en toetsbaar vast te stellen , waarom wordt dat normenkader dan niet aan de voorkant als objectief vertrekpunt gebruikt? In Gemert-Bakel speelde in 2023 al de discussie over resultaatgericht beschikken. De lijn van het college was toen feitelijk: wij blijven werken met “schoon en leefbaar huis” , maar als iemand een urenbeschikking wil , kan die daarom vragen. Daarmee werd de juridische vooral bewust vermeden.

Door cliënten die expliciet om uren vroegen alsnog een urenbeschikking te geven , werd voorkomen dat het systeem als geheel snel door de rechter zou worden getoetst. De rechtsbescherming werd daarmee afhankelijk van de cliënt die mondig genoeg was om door te vragen.

Nu dreigt hetzelfde opnieuw te gebeuren , maar dan in een andere vorm. Eerst wordt gekeken naar de feitelijke inzet , de huidige inzet , het gesprek met de Wmoconsulent en wat iemand gewend is. Pas bij discussie , bezwaar of een gang naar de rechter komt het HHM-normenkader nadrukkelijk in beeld. Daarmee ontstaat opnieuw een route in twee stappen: eerst de lokale beoordeling , pas bij tegenstand de juridische norm.

Tijdens de raadsvergadering van 4 juni 2026 in Gemert-Bakel heeft wethouder Steeghs aangegeven dat wanneer een cliënt een urenbeschikking aanvecht die is gebaseerd op een beoordeling door de Wmo-consulent , de rechter het HHM-normenkader verplicht zal stellen. Ook is in het debat aangegeven dat toepassing van het normenkader gemiddeld tot meer uren kan leiden dan de route via de Wmo-consulent. Als bij rechterlijke toetsing alsnog het normenkader moet worden toegepast , dan is het moeilijk vol te houden dat een beschikking die zonder dat normenkader tot stand komt , aan de voorkant voldoende objectief en toetsbaar is. De overheid hoort de rechtspositie van inwoners niet pas volledig te borgen als zij bezwaar maken of naar de rechter stappen. Zeker niet bij huishoudelijke ondersteuning , waar het vaak gaat om oudere en kwetsbare inwoners. De regionale toelichting beschrijft dat ongeveer 3. 500 lopende indicaties in de Peelgemeenten administratief worden omgezet naar uren. Daarbij wordt gewerkt met gegevens van zorgaanbieders over geplande en feitelijk geleverde inzet. Daarna volgt telefonisch contact met de cliënt of mantelzorger. Zijn er geen bijzonderheden , dan wordt de daadwerkelijk geleverde inzet opgenomen in de beschikking. Tegelijk staat in de stukken dat aanbieders in de praktijk gemiddeld minder ondersteuning inzetten per cliënt dan waarvoor zij worden bekostigd.

Als feitelijk geleverde inzet vervolgens een belangrijke basis wordt voor de nieuwe urenbeschikking , bestaat het risico dat onderlevering uit het oude systeem wordt vastgelegd als nieuw juridisch recht van de cliënt. De doelgroep bestaat voor een belangrijk deel uit oudere en kwetsbare inwoners. Veel cliënten zijn afhankelijk van hun hulp , van mantelzorgers of van cliëntondersteuners. Een telefoongesprek door een belteam is dan een smalle basis voor een nieuw juridisch recht in uren , zeker als het normenkader niet standaard wordt toegepast. De raad moet kunnen vertrouwen op een zuivere adviesnota Een gemeenteraad moet bij de voorbereiding van besluitvorming kunnen vertrouwen op een adviesnota of raadsvoorstel dat een zuiver , objectief en volledig beeld schetst. Daarna is het aan iedere fractie om een politieke afweging te maken en is het aan de raad om democratisch een besluit te nemen. Maar die afweging kan alleen goed plaatsvinden als de juridische , financiële en uitvoeringsrisico’s eerlijk en herkenbaar op tafel liggen. Net als in Gemert-Bakel wordt de overstap naar urenbeschikkingen in Someren gepresenteerd alsof sprake is van een noodzakelijke en vooral technische wijziging. In het raadsvoorstel van Someren staat bij kanttekeningen (net als in Gemert-Bakel): “Niet van toepassing. ” Dat is moeilijk te rijmen met de inhoud van de onderliggende stukken.

De raden binnen de GR Peelgemeenten worden naar onze mening onvoldoende in positie gebracht om een brede afweging te maken. Het gaat niet alleen om de vraag of urenbeschikkingen nodig zijn. Het gaat vooral om de vraag hoe die uren juridisch worden vastgesteld: objectief en toetsbaar via het normenkader als vertrekpunt , of eerst via feitelijke inzet , gewenning en een gesprek met de Wmo-consulent. Wij kunnen en willen niet beoordelen of dit bewust gebeurt. Wel constateren wij dat de juridische spanning in dit dossier structureel wordt onderschat. Dat is geen technisch detail.

Dat raakt direct aan de rechtspositie van cliënten en aan de kwaliteit van de democratische besluitvorming. Risico: het college organiseert zijn eigen tegenstand Wij horen signalen dat belangenorganisaties en cliëntondersteuners zich in dit proces onvoldoende serieus genomen voelen. Dat is extra relevant omdat juist vanuit die hoek bereidheid leek te bestaan om bij de omzetting van bestaande cliënten pragmatisch mee te denken. Niet iedere bestaande cliënt hoeft opnieuw volledig door een herindicatie als de ondersteuning passend is , de geplande inzet klopt en de cliënt tevreden is. Maar die praktische houding vraagt wel vertrouwen. Dat vertrouwen komt onder druk te staan als de regionale koers blijft dat het HHM-normenkader niet aan de voorkant als objectief vertrekpunt wordt gebruikt , maar pas nadrukkelijk in beeld komt bij discussie , bezwaar of rechterlijke toetsing. Met deze koers wordt verzet niet voorkomen , maar juist gestimuleerd. Als belangenorganisaties en cliëntondersteuners hun achterban gaan adviseren om bij bestaande en nieuwe cliënten toepassing van het normenkader te verlangen , neemt niet alleen de uitvoeringslast toe. Ook de kans op meer toegekende uren wordt groter. De regionale toelichting vermeldt dat het in de vijf Peelgemeenten om ongeveer 3. 500 lopende indicaties gaat en dat een volledige herindicatie ongeveer 4 uur inzet van Wmo-consulenten vraagt.

Dat betekent bij volledige herbeoordeling: 3. 500 cliënten x 4 uur = 14. 000 uur inzet van Wmo-consulenten.

De financiële vertaling daarvan hangt af van de gehanteerde interne kostprijs of het uurtarief. Bij wijze van rekenvoorbeeld: bij een kostprijs van € 100 per uur gaat het om ongeveer € 14, miljoen aan incidentele uitvoeringskosten. Daarbovenop komt het structurele risico van meer uren huishoudelijke ondersteuning. Als toepassing van het HHM-normenkader gemiddeld slechts een half uur extra huishoudelijke ondersteuning per cliënt per week oplevert , betekent dat voor de vijf Peelgemeenten: 3. 500 cliënten x 05, uur = 1. 750 extra uren per week.

Op jaarbasis is dat: 1. 750 uur x 52 weken

= 91. 000

extra uren per jaar.

Bij een tarief van € 30 per uur betekent dit een structureel financieel effect van: 91. 000 uur x € 30 = € 2. 730. 000 per jaar.

Dat bedrag komt bovenop de incidentele uitvoeringskosten van eventuele herindicaties. Dit risico had mogelijk aanzienlijk beperkt kunnen worden door voor nieuwe cliënten direct de juridisch juiste route te kiezen en samen te werken met belangenorganisaties: het HHMnormenkader als objectief vertrekpunt , met ruimte voor gemotiveerd individueel maatwerk.

Daarmee was de kans groter geweest dat bij bestaande cliënten een pragmatische overgang mogelijk bleef. Door dat niet te doen , ontstaat het risico dat de discussie zich juist verbreedt naar alle bestaande én nieuwe cliënten. Een route die bedoeld lijkt om uitvoerbaar en betaalbaar te blijven , kan daardoor leiden tot meer bezwaarprocedures , meer heronderzoeken , meer druk op Wmo-consulenten en mogelijk miljoenen euro’s aan extra kosten achteraf. Dit gaat niet alleen over huishoudelijke hulp. Dit gaat over de vraag hoe de overheid met de wet omgaat wanneer volledige toepassing duurder of ingewikkelder wordt. Als een ondernemer zou zeggen: ik pas de wet pas volledig toe als iemand klaagt , want anders wordt het te duur , zou de overheid daar niet coulant op reageren. Waarom zou de overheid zichzelf dan wel die ruimte mogen geven? Den Haag maakt de wet. Gemeenten voeren die wet uit. Natuurlijk mogen gemeenten het gesprek voeren over betaalbaarheid , uitvoerbaarheid en eigen verantwoordelijkheid. Ook wij vinden dat als iemand financieel goed in staat is huishoudelijke hulp zelf te betalen , daar een eerlijk politiek debat over gevoerd mag worden. Maar zolang de wet geldt , moet de overheid die wet zorgvuldig toepassen.

Dat betekent: niet pas de juridische norm toepassen wanneer iemand bezwaar maakt , maar aan de voorkant zorgen voor een objectieve , toetsbare en juridisch houdbare beschikking. Amendement als denkrichting Wij bieden u daarom het amendement dat wij in Gemert-Bakel samen met PRO Sociaal GemertBakel hebben ingediend als denkrichting aan. De kern daarvan is eenvoudig: 1. 2. 3. 4.

5.

gebruik het actuele HHM-normenkader als objectief vertrekpunt bij het vaststellen van de omvang van huishoudelijke ondersteuning in uren ; behoud ruimte voor maatwerk , maar motiveer afwijkingen concreet en individueel ; voorkom dat feitelijk minder geleverde ondersteuning uit het oude systeem automatisch wordt vastgelegd als nieuw recht in uren ; borg dat bij twijfel , afwijkingen of signalen van onvoldoende ondersteuning een Wmoconsulent een individuele beoordeling uitvoert met het normenkader als objectieve basis ; leg in de verordening of in een duidelijke overgangsbepaling vast dat administratieve omzetting alleen mogelijk is als geplande inzet , feitelijk geleverde inzet en reactie van de cliënt geen aanleiding geven tot twijfel.

Een mogelijke formulering zou kunnen zijn: Het actuele Normenkader huishoudelijke ondersteuning van bureau HHM vormt het objectieve vertrekpunt voor het vaststellen van de omvang van de maatwerkvoorziening huishoudelijke ondersteuning in uren. Afwijking van dit normenkader is mogelijk op basis van de individuele woon- en leefsituatie van de cliënt , mits deze afwijking concreet en gemotiveerd in de beschikking wordt vastgelegd.

En

voor

bestaande cliënten:

Bij omzetting van bestaande resultaatgerichte beschikkingen huishoudelijke ondersteuning beschikkingen in uren wordt de feitelijk geleverde inzet niet automatisch leidend. Administratieve omzetting is alleen mogelijk indien de geplande inzet, de feitelijk geleverde inzet en de reactie van de cliënt geen aanleiding geven tot twijfel over de passendheid van de ondersteuning. Bij twijfel, afwijkingen of signalen van gemiste ondersteuning vindt vóór vaststelling van de urenbeschikking een individuele beoordeling plaats, met het actuele Normenkader huishoudelijke ondersteuning van bureau HHM als objectief vertrekpunt. naar

Omdat

dit

onderwerp op 18 juni 2026 in de Commissie Burger en Bestuur wordt behandeld, wij u deze punten bij de commissiebehandeling te betrekken en het college om een juridische en financiële onderbouwing te vragen voordat de raad een besluit neemt.

verzoeken nadere

Wij geven 1.

2.

3.

voor

het debat de

volgende punten ter overdenking aan

u

mee:

de

juridische onderbouwing dat een urenbeschikking die tot stand komt zonder het HHM-normenkader als objectief vertrekpunt toe te passen, voldoet aan de eisen van rechtszekerheid, objectiviteit en toetsbaarheid; de onderbouwing van de stelling dat het normenkader alleen hoeft te worden toegepast “wanneer dat nodig is”; inzicht in het risico dat bestaande onderlevering wordt omgezet in een nieuw recht in uren;

4.

5.

inzicht in de financiële, personele en juridische gevolgen als cliënten, cliëntondersteuners of belangenorganisaties bezwaarprocedures gaan

alsnog toepassing van het HHM-normenkader als objectief vertrekpunt verlangen; eentoelichting waarom bij een dossier met deze juridische, financiële en uitvoeringsrisico’s in het raadsvoorstel staat dat kanttekeningen niet van toepassing voeren

en

zijn.

Wij sturen

politieke afweging van Someren. Wij doen dit omdat deze werkwijze regionaal wordt voorbereid en de gevolgen alle Peelgemeenten raken. Juist daarom vinden wij het van belang dat alle raden beschikken over volledige en eerlijke informatie. u

deze brief niet

om

te mengen

ons

De overheid hoort niet te wachten

tot een

toepast. Zeker niet wanneer het gaat

om

in de lokale

inwoner bezwaar maakt voordat kwetsbare inwoners

zij de juiste norm die afhankelijk zijn van

huishoudelijke ondersteuning. Met

vriendelijke groet,

(geanonimiseerd) Zie ook

ons

artikel: Als Gemert-Bakel de wet te duur vindt

https://politiekopinhoud.nl/als-gemert-bakel-de-wet-te-duur-vindt

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17074283/1