Bijlage was-wordt tabel wijziging GR Peelgemeenten 2024
Tekst van het document
WAS
WORDT
Algemene toelichting De voorliggende wijziging van de Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten komt allereerst voort uit de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022. Deze wetswijziging maakt aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk. Het gaat hier in het bijzonder om het verbeteren van de democratische legitimatie door een sterkere rol van de gemeenteraden. Daarnaast zijn er bepalingen gewijzigd vanwege een aantal ontwikkelingen binnen de organisatie en de samenwerking, wetswijzigingen en is er kritisch gekeken naar het besluitvormingsproces rondom majeure dossiers. In deze was/wordt tabel zijn de wijzigingen die voortkomen uit de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen blauw gekleurd. De wijzigingen die een andere oorzaak hebben zijn rood gekleurd. Daarnaast is reeds een aantal mogelijke toekomstige ontwikkelingen verwerkt waarover de deelnemende gemeenten de komende maanden – tijdens het besluitvormingsproces van de gewijzigde gemeenschappelijke regeling – een besluit zullen nemen. Deze wijzigingen zijn groen gekleurd. Deze wijzigingen zijn nu al verwerkt, omdat de raden in de eerste fase van het besluitvormingsproces rondom deze wijziging in de gelegenheid worden gesteld om een zienswijze te geven over de gewijzigde regeling.
Op deze manier kunnen de raden ook een zienswijze geven op de bepalingen die gewijzigd zijn vanwege eventuele toekomstige ontwikkelingen. Als de ontwikkeling niet doorgaat, kan de oorspronkelijke tekst uiteraard hersteld worden en lichten we dit toe in de tweede fase van het besluitvormingsproces, wanneer de raden om toestemming voor de wijziging wordt gevraagd. De wijzigingen zijn toegelicht, tenzij de wijziging alleen tekstueel is of voor zich spreekt. Intitulé
Intitulé
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek, en Someren, ieder voor zover het betreft zijn bevoegdheden;
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek, en Someren, ieder voor zover het betreft zijn bevoegdheden;
Overwegende dat:
Overwegende dat:
1. de colleges in 2016 opdracht hebben gegeven tot het uitwerken van een Businesscase over de doorstart van de gezamenlijke uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en BMS taken (bijzondere bijstand, minimaregelingen, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en aanverwante regelgeving);
1. de vijf deelnemende gemeenten op 9 december 2016 een gemeenschappelijke regeling hebben getroffen onder de naam Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten voor de gezamenlijke uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet, BMS taken (bijzondere bijstand, minimavoorzieningen en de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening) en aanverwante wet- en regelgeving;
2. de colleges vervolgens hebben ingestemd met het Bedrijfsplan waarin de contouren zijn geschetst voor een uitvoeringsorganisatie die ten
dienste staat van (de lokale gebiedsteams van) de vijf deelnemende gemeenten; 3. als belangrijk uitgangspunt geldt dat de aan de gemeenschappelijke regeling deelnemende gemeenten solidair jegens elkaar zullen zijn bij het vormgeven en functioneren van de uitvoeringsorganisatie; 4. op 9 december 2016 de vijf deelnemende gemeenten een gemeenschappelijke regeling hebben getroffen voor de gezamenlijke uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, de Jeugdwet en BMS taken (bijzondere bijstand, minimaregelingen, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en aanverwante regelgeving);
2. de gemeenschappelijke regeling nadien is gewijzigd op 19 november 2020 (met citeertitel: Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten 2020); 3. de gemeenschappelijke regeling opnieuw dient te worden gewijzigd naar aanleiding van de op 1 juli 2022 gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen, overige wetswijzigingen en ontwikkelingen binnen de organisatie en samenwerking; 4. de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten toestemming hebben verleend voor het wijzigen van de Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten 2020;
5. er ingevolge de Gemeenschappelijke Regeling Peelgemeenten een evaluatie heeft plaatsgevonden naar het functioneren van het openbaar lichaam en de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten.
Gelet op: - artikel 1 eerste en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
6. de evaluatie heeft geleid tot het rapport ‘Kiezen of (op)delen!’ van adviesbureau SVDL (SeinstraVandeLaar);
Besluiten:
7. in het evaluatierapport een aantal handreikingen zijn gedaan die leiden tot een aantal aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling; 8. de gemeenteraden van de deelnemende gemeenten toestemming hebben verleend voor het wijzigen van de Gemeenschappelijke Regeling Peelgemeenten; gelet op artikel 1 eerste en derde lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluiten: De Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten, in werking getreden op 9 december 2016, te wijzigen waarvan de gehele tekst na wijziging komt te luiden als volgt:
De “Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten 2020”, in werking getreden op 19 november 2020, te wijzigen in “Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten 2024”, waarvan de gehele tekst na wijziging komt te luiden als volgt:
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Instelling en plaats van vestiging
Artikel 1. Instelling en plaats van vestiging
1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd “Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten”.
1. Er is een rechtspersoonlijkheid bezittend openbaar lichaam, genaamd “Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten”.
2. Het openbaar lichaam is gevestigd in Deurne.
2. Het openbaar lichaam is gevestigd in Deurne.
3. Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in de verschillende deelnemende gemeenten gehuisvest zijn.
3. Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in de verschillende deelnemende gemeenten gehuisvest zijn.
Artikel 2. Begripsbepalingen
Artikel 2. Begripsbepalingen
1. In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. gemeenschappelijke regeling: de gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten 2020; c. openbaar lichaam: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 1, eerste lid van deze regeling; d. deelnemende gemeenten: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:1 vierde lid Awb waartoe onderscheidenlijk de colleges van burgemeester en wethouders Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren behoren; e. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; f. Algemeen bestuur: het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam; g. Dagelijks bestuur: het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam; h. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; i. Jeugd: Jeugdwet; j. BMS: Bijzondere bijstand, Minimaregelingen, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en aanverwante regelgeving waaronder de uitvoering van de Regeling gehandicaptenparkeerkaarten en de Regeling Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang; k. basistaken(pakket): taken die het openbaar lichaam voor alle deelnemers verricht. Deze taken hebben betrekking op de Wmo,
1. In deze gemeenschappelijke regeling en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: a. wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen; b. gemeenschappelijke regeling: de gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten 2024; c. openbaar lichaam: het openbaar lichaam bedoeld in artikel 1, eerste lid van deze regeling; d. deelnemende gemeenten: de rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:1 vierde lid Awb waartoe onderscheidenlijk de colleges van burgemeester en wethouders Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek en Someren behoren; e. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemende gemeenten; f. Algemeen bestuur: het Algemeen bestuur van het openbaar lichaam; g. Dagelijks bestuur: het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam; h. Wmo: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; i. Jeugd: Jeugdwet; j. BMS: Bijzondere bijstand, Minimavoorzieningen, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en aanverwante wet- en regelgeving waaronder de uitvoering van de Regeling gehandicaptenparkeerkaarten en de Regeling Sociaal Medische Indicatie Kinderopvang; k. Inburgering: Wet inburgering 2021;
Jeugd, BMS en aanverwante regelgeving en bestaan uit beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering, inkoop, verstrekking van voorzieningen, (financiële) administratie, kwaliteitsbeheer en kwaliteitstoetsing ten behoeve van de deelnemende gemeenten, alsmede coördinerende en afstemmende taken die voor de deelnemende gemeenten tezamen worden verricht. l. plustaken: overige taken die door het openbaar lichaam voor één of meerdere deelnemende gemeenten worden verricht en gerelateerd zijn aan de basistaken. m. Awb: Algemene wet bestuursrecht; n. uitvoeringskosten: alle kosten (inclusief overhead) die gemaakt worden voor de uitvoering van de taken van de gemeenschappelijke regeling, niet zijnde geïndiceerde zorgkosten; o. geïndiceerde zorgkosten: alle directe kosten met betrekking tot de verstrekkingen Wmo, Jeugd en BMS; p. RHCe: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven; q. majeur dossier: onderwerpen die van belang zijn voor de (door) ontwikkeling van de (inhoudelijke) samenwerking of die in financieel opzicht aanzienlijke effecten kunnen hebben voor de deelnemende gemeenten. 2.
Daar waar in de gemeenschappelijke regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college, de burgemeester en de griffier, onderscheidenlijk: het openbaar lichaam, het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur, de voorzitter en de secretaris.
l.
basistaken(pakket): taken die het openbaar lichaam voor alle deelnemende gemeenten verricht. Deze taken hebben betrekking op Wmo, Jeugd, BMS, Inburgering en aanverwante wet- en regelgeving en bestaan uit beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering, inkoop, verstrekking van voorzieningen, (financiële) administratie, kwaliteitsbeheer en kwaliteitstoetsing ten behoeve van de deelnemende gemeenten, alsmede coördinerende en afstemmende taken die voor de deelnemende gemeenten tezamen worden verricht. m. plustaken: overige taken die door het openbaar lichaam voor één of meerdere deelnemende gemeenten worden verricht en gerelateerd zijn aan de basistaken. n. faciliterende taken: taken die door het openbaar lichaam voor een of meer al dan niet deelnemende gemeenten, samenwerkingsverbanden en/of derden worden verrichten ter facilitering van samenwerking in het maatschappelijk veld op het gebied van werkgeverschap, leren en ontwikkelen, opgavegericht samenwerken, dienstverlening en bedrijfsvoering. o. Awb: Algemene wet bestuursrecht; p. uitvoeringskosten: alle kosten (inclusief overhead) die gemaakt worden voor de uitvoering van de taken van de gemeenschappelijke regeling, niet zijnde geïndiceerde zorgkosten; q. geïndiceerde zorgkosten: alle directe kosten met betrekking tot de verstrekkingen Wmo, Jeugd, BMS, Inburgering en aanverwante weten regelgeving; r.
RHCe: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven; s. majeur dossier: dossiers die een grote politieke of bestuurlijke impact kunnen hebben of die in financieel opzicht aanzienlijke effecten kunnen hebben voor de deelnemende gemeenten. 2. Daar waar in de gemeenschappelijke regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wet of wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, komen in die artikelen in de plaats van de gemeente, de raad, het college, de burgemeester en de griffier, onderscheidenlijk: het openbaar lichaam, het Algemeen bestuur, het Dagelijks bestuur, de voorzitter en de secretaris.
Toelichting artikel 2 lid 1 sub k, l en q:
De vijf Peelgemeenten en de GR Peelgemeenten zijn momenteel met elkaar in overleg over de uitvoering van de Wet Inburgering. De vijf Peelgemeenten overwegen om deze taak bij de GR Peelgemeenten te beleggen. Als deze ontwikkeling doorgaat, wordt deze taak toegevoegd aan het basistakenpakket. Toelichting sub n: De GR Peelgemeenten heeft de afgelopen jaren, o.a. met de Koers Samenwerken door Samen Werken, flink geïnvesteerd in samenwerking binnen de Peelregio. De GR Peelgemeenten vervult hierbij vaak een faciliterende rol. Vanwege allerlei ontwikkelingen, denk aan de regionale arbeidsmarktstrategie en de Hervormingsagenda Jeugd, bestaat de wens om deze faciliterende taak op te nemen in de gemeenschappelijke regeling, zodat de GR Peelgemeenten deze taak ook kan vervullen voor niet-deelnemende gemeenten of in het kader van ontwikkelingen die het sociaal domein overstijgen. De GR Peelgemeenten kan immers alleen taken uitvoeren indien deze passen binnen de doelstelling en taakomschrijving die in de gemeenschappelijke regeling zijn opgenomen. Gelet hierop is de faciliterende taak ook toegevoegd aan de artikelen 3, 4 en 7 (nieuw). Toelichting sub s: De definitie van majeur dossier is aangepast, omdat de regeling omtrent majeure dossiers is aangepast.
Voorheen waren besluiten die betrekking hadden op de (door)ontwikkeling van het openbaar lichaam in de regeling per definitie aangewezen als majeur dossier. Dit is gewijzigd. De gemeenschappelijke regeling schrijft niet meer voor welke besluiten worden aangemerkt als majeur dossier, maar dit wordt ter beoordeling aan het bestuur overgelaten. HOOFDSTUK 2. Belang, doel, taken en bevoegdheden
HOOFDSTUK 2. Belang, doel, taken en bevoegdheden
Artikel 3. Belang en doel
Artikel 3. Belang en doel
1. De colleges treffen deze regeling ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemende gemeenten.
1. De colleges treffen deze regeling ter behartiging van de sturing en beheersing van ondersteunende processen en van uitvoeringstaken van de deelnemende gemeenten.
2. De colleges richten een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie op in de vorm van een openbaar lichaam voor de uitvoering van gemeentelijke taken op het terrein van Wmo, Jeugd en BMS, dragen tezamen zorg voor de besturing ervan en houden daarbij rekening met de bevoegdhedenverdeling over de gemeentelijke organen en de zelfstandigheid van ieder van de deelnemende gemeenten.
2. De colleges richten een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie op in de vorm van een openbaar lichaam voor de uitvoering van gemeentelijke taken op het terrein van Wmo, Jeugd, BMS, Inburgering en aanverwante wet- en regelgeving, dragen tezamen zorg voor de besturing ervan en houden daarbij rekening met de bevoegdhedenverdeling over de gemeentelijke organen en de zelfstandigheid van ieder van de deelnemende gemeenten.
3. Het openbaar lichaam bundelt, mede door het Rijk beschikbaar gestelde, middelen en menskracht bij het uitvoeren van taken op uitvoeringsniveau, op het vlak van beleidsvoorbereiding en op het vlak van bestuurlijke samenwerking in het kader van de uitvoering van gemeentelijke taken ten behoeve van elk van de deelnemende gemeenten.
3. Het openbaar lichaam bundelt, mede door het Rijk beschikbaar gestelde, middelen en menskracht bij het uitvoeren van taken op uitvoeringsniveau, op het vlak van beleidsvoorbereiding en op het vlak van bestuurlijke samenwerking in het kader van de uitvoering van gemeentelijke taken ten behoeve van elk van de deelnemende gemeenten.
4. Het openbaar lichaam heeft tevens tot doel om samenwerking in het maatschappelijk veld te faciliteren op het gebied van werkgeverschap, leren en ontwikkelen, opgavegericht samenwerken, dienstverlening en bedrijfsvoering. Toelichting artikel 3 lid 4: Deze uitbreiding van de doelstelling maakt het mogelijk dat de GR Peelgemeenten dienstverleningsovereenkomsten kan sluiten met de deelnemende gemeenten, niet deelnemende gemeenten, andere samenwerkingsverbanden en derden ten aanzien van ontwikkelingen in het maatschappelijk veld. Artikel 4. Bevoegdheden
Artikel 4. Bevoegdheden
1. Het Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur hebben verordenende en regelgevende bevoegdheden met betrekking tot de aangelegenheden die de bedrijfsvoering van het openbaar lichaam betreffen.
1. Het Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur hebben verordenende en regelgevende bevoegdheden met betrekking tot de aangelegenheden die de bedrijfsvoering van het openbaar lichaam betreffen.
2. Het Algemeen bestuur respectievelijk het Dagelijks bestuur kunnen afzonderlijk of samen, ieder voor zover zij bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen, waarvan uitgezonderd het instellen van een openbaar lichaam, ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van het openbaar lichaam. Het Algemeen bestuur respectievelijk het Dagelijks bestuur gaan niet over tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling dan nadat zij hierover vooraf de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid hebben gesteld hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
2. Het Algemeen bestuur respectievelijk het Dagelijks bestuur kunnen afzonderlijk of samen, ieder voor zover zij bevoegd zijn, een gemeenschappelijke regeling treffen, waarvan uitgezonderd het instellen van een openbaar lichaam, ter behartiging van een of meer bepaalde belangen van het openbaar lichaam. Het Algemeen bestuur respectievelijk het Dagelijks bestuur gaan niet over tot het treffen van een gemeenschappelijke regeling dan nadat zij hierover vooraf de raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid hebben gesteld hun wensen en bedenkingen kenbaar te maken.
3. Het Algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, coöperaties en verenigingen, op voorwaarde dat de raden van de deelnemende gemeenten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorgenomen besluit aan het Algemeen bestuur kenbaar te maken.
3. Het Algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, coöperaties en verenigingen, op voorwaarde dat de raden van de deelnemende gemeenten vooraf in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen met betrekking tot het voorgenomen besluit aan het Algemeen bestuur kenbaar te maken.
4. Het Dagelijks bestuur is bevoegd met een of meer al dan niet deelnemende gemeenten of samenwerkingsverbanden (samenwerkings)overeenkomsten te sluiten met betrekking tot taken waarmee het openbaar lichaam belast is.
4. Het Dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van (samenwerkings)overeenkomsten met betrekking tot taken waarmee het openbaar lichaam is belast met een of meer al dan niet deelnemende gemeenten en samenwerkingsverbanden.
5. Het Dagelijks bestuur is bevoegd met een of meer deelnemende gemeenten overeenkomsten te sluiten voor plustaken als bedoeld in artikel 6 van deze regeling.
5. Het Dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten voor plustaken als bedoeld in artikel 6 van deze regeling met een of meer deelnemende gemeenten.
6. De collegebevoegdheden betreffende de uitvoering van de Wmo, Jeugd en BMS en aanverwante wetgeving worden onder verantwoordelijkheid van de colleges opgedragen aan het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam op basis van een door elk college afzonderlijk vast te stellen extern mandaatbesluit. Het Dagelijks bestuur is bevoegd om ondermandaat te verlenen aan de ambtelijke organisatie. Uitgangspunt is dat bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie worden belegd.
6. Het Dagelijks bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten met betrekking tot faciliterende taken als bedoeld in artikel 7 van deze regeling met een of meer deelnemende gemeenten. 7. Het Algemeen bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten met betrekking tot faciliterende taken als bedoeld in artikel 7 van deze regeling met een of meer niet deelnemende gemeenten, samenwerkingsverbanden en derden. 8. De collegebevoegdheden betreffende de uitvoering van de Wmo, Jeugd, BMS, Inburgering en aanverwante wet- en regelgeving worden onder verantwoordelijkheid van de colleges opgedragen aan het Dagelijks bestuur van het openbaar lichaam op basis van een door elk college afzonderlijk vast te stellen extern mandaatbesluit. Het Dagelijks bestuur is bevoegd om ondermandaat te verlenen aan de ambtelijke organisatie. Uitgangspunt is dat bevoegdheden zo laag mogelijk in de organisatie worden belegd.
Toelichting artikel 4 lid 4 en 5: De formulering is aangepast, omdat de overeenkomsten worden gesloten door het Openbaar lichaam en het DB slechts besluit tot het aangaan van de overeenkomst. De oude formulering wekte de indruk dat de overeenkomsten werden gesloten door het DB. Toelichting artikel 4 lid 6 en 7: Het DB is bevoegd om te besluiten over het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten ten aanzien van de faciliterende taak met de deelnemende gemeenten. De DB leden vertegenwoordigen het samenwerkingsverband, maar omdat deze dienstverleningsovereenkomst enkel tussen het openbaar lichaam en één of meerdere deelnemende gemeenten wordt gesloten, zijn de belangen nagenoeg gelijk. Besluitvorming door het AB is dan niet van grote toegevoegde waard en leidt – zeker bij overeenkomsten waar alle deelnemende gemeenten aan deelnemen – tot een onnodig lang besluitvormingsproces. Indien gewenst kan het DB de colleges uiteraard wel om een zienswijze vragen. Dit kan bijvoorbeeld wenselijk zijn als niet alle deelnemende gemeenten de faciliterende taak afnemen. Het besluitvormingsproces is hiermee gelijk aan het besluitvormingsproces voor plustaken. Het DB is bevoegd om hierover te besluiten en plustaken kunnen alleen voor deelnemende gemeenten verrichten worden (partijen zijn gelijk).
Het AB is bevoegd om te besluiten over het aangaan van dienstverleningsovereenkomsten ten aanzien van de faciliterende taak met niet deelnemende gemeenten, samenwerkingsverbanden en derden. Deze bevoegdheid wordt bij het AB neergelegd omdat de AB-leden in het AB de pet van lokale
wethouder op hebben. Zij dienen hier dus het belang van de deelnemende gemeenten te vertegenwoordigen en niet het belang van het samenwerkingsverband. Dit is passend, omdat het openbaar lichaam dat is opgericht door de vijf Peelgemeenten, in dit geval faciliterende taken voor niet deelnemers gaat uitvoeren. Artikel 5. Basistaken
Artikel 5. Basistaken
1. Het openbaar lichaam houdt ten behoeve van alle deelnemende gemeenten een uitvoeringsorganisatie in stand met het oog op het vervullen van een basistakenpakket op het terrein van beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering, inkoop, verstrekking van voorzieningen, (financiële) administratie, kwaliteitsbeheer en kwaliteitstoetsing ten behoeve van de deelnemende gemeenten, alsmede coördinerende en afstemmende taken die voor de deelnemende gemeenten tezamen worden verricht.
1. Het openbaar lichaam houdt ten behoeve van alle deelnemende gemeenten een uitvoeringsorganisatie in stand met het oog op het vervullen van een basistakenpakket op het terrein van beleidsvoorbereiding, beleidsuitvoering, inkoop, verstrekking van voorzieningen, (financiële) administratie, kwaliteitsbeheer en kwaliteitstoetsing ten behoeve van de deelnemende gemeenten, alsmede coördinerende en afstemmende taken die voor de deelnemende gemeenten tezamen worden verricht.
2. De uit te voeren taken door het openbaar lichaam hebben betrekking op de Wmo, Jeugd, BMS en aanverwante wetgeving.
2. De uit te voeren taken door het openbaar lichaam hebben betrekking op de Wmo, Jeugd, BMS, Inburgering en aanverwante wet- en regelgeving.
3. Het openbaar lichaam verleent diensten op basis van opgedragen bevoegdheden aan de deelnemende gemeenten gezamenlijk op basis van een extern mandaatbesluit passend binnen de in artikel 3 gegeven doelomschrijving.
3. Het openbaar lichaam verleent diensten op basis van opgedragen bevoegdheden aan de deelnemende gemeenten gezamenlijk op basis van een extern mandaatbesluit passend binnen de in artikel 3 gegeven doelomschrijving.
4. Uitbreiding van het basistakenpakket met andere beleidsvelden als benoemd in het tweede lid verplicht tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling.
4. Uitbreiding van het basistakenpakket met andere beleidsvelden als benoemd in het tweede lid verplicht tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling.
5. Bij wijziging van landelijke, of gemeentelijke wetgeving betrekking hebbende op het basistakenpakket zoals vermeld in het tweede lid verzoekt in voorkomend geval het Algemeen bestuur de colleges om over te gaan tot aanpassing van de verleende externe mandaten.
5. Bij wijziging van landelijke, of gemeentelijke wetgeving betrekking hebbende op het basistakenpakket zoals vermeld in het tweede lid verzoekt in voorkomend geval het Algemeen bestuur de colleges om over te gaan tot aanpassing van de verleende externe mandaten.
Artikel 6. Plustaken
Artikel 6. Plustaken
1. In aanvulling op de taken uit het basistakenpakket kan het openbaar lichaam, voor zover dit mogelijk is, op verzoek van een of meer deelnemende gemeenten ook overige taken uitvoeren die gerelateerd zijn aan het basistakenpakket zoals bedoeld in artikel 5 van deze regeling.
1. In aanvulling op de taken uit het basistakenpakket kan het openbaar lichaam, voor zover dit mogelijk is, op verzoek van een of meer deelnemende gemeenten ook overige taken uitvoeren die gerelateerd zijn aan het basistakenpakket zoals bedoeld in artikel 5 van deze regeling.
2. Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van een plustaak maken het Dagelijks bestuur en de deelnemende gemeente(n) schriftelijke werkafspraken in de vorm van een overeenkomst. Hierin worden ten minste afspraken gemaakt ten aanzien van de volgende aspecten: a. Rollen, taken en verantwoordelijkheden; b. Bevoegdheden; c. Besluitvormingsproces; d. Voorbereidings- en implementatiekosten; e. Structurele kosten; f. Overlegstructuur.
2. Met betrekking tot de uitvoering en nadere invulling van een plustaak maken het Dagelijks bestuur en de deelnemende gemeente(n) schriftelijke werkafspraken in de vorm van een overeenkomst. Hierin worden ten minste afspraken gemaakt ten aanzien van de volgende aspecten: a. Rollen, taken en verantwoordelijkheden; b. Bevoegdheden; c. Besluitvormingsproces; d. Voorbereidings- en implementatiekosten; e. Structurele kosten; f. Overlegstructuur.
3. Een plustaak is een majeur dossier. Besluitvorming hierover geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 24 van deze regeling. Toelichting artikel 6: Het derde lid is vervallen, omdat de regeling omtrent majeure dossiers is aangepast. De gemeenschappelijke regeling schrijft niet meer voor welke besluiten worden aangemerkt als majeur dossier, maar dit wordt ter beoordeling aan het bestuur overgelaten. Artikel 7. Faciliterende taken 1. Naast de in artikel 5 en artikel 6 bedoelde taken is het openbaar lichaam tevens bevoegd om voor een of meer al dan niet deelnemende gemeenten, samenwerkingsverbanden en derden taken te verrichten ter facilitering van samenwerking in het maatschappelijk veld op het gebied van werkgeverschap, leren en ontwikkelen, opgavegericht samenwerken, dienstverlening en bedrijfsvoering. 2. Het openbaar lichaam verricht alleen faciliterende taken aan niet deelnemende gemeenten, samenwerkingsverbanden en derden als het Algemeen bestuur hiermee instemt, met dien verstande dat het openbaar lichaam ten minste tachtig procent van zijn werkzaamheden uitsluitend voor de deelnemende gemeenten verricht. Het Algemeen bestuur beslist over de dienstverlening aan niet deelnemende gemeenten, samenwerkingsverbanden en derden.
3. Het openbaar lichaam en de al dan niet deelnemende gemeenten, samenwerkingsverbanden en/of derden sluiten een dienstverleningsovereenkomst over de uitvoering van faciliterende taken. In de dienstverleningsovereenkomst wordt vastgelegd welke prestaties het openbaar lichaam zal leveren, de kosten die hiervoor in rekening worden gebracht en de voorwaarden waaronder de taken worden uitgevoerd. Toelichting artikel 7: In het tweede lid is bepaald dat het openbaar lichaam ten minste 80% van zijn werkzaamheden voor de deelnemende gemeenten dient te verrichten. Op deze manier zijn de deelnemende gemeenten verzekerd van voldoende capaciteit voor de taken die zij bij het openbaar lichaam belegd hebben. HOOFDSTUK 3. Organen
HOOFDSTUK 3. Organen
Artikel 7. Organen
Artikel 8. Organen
Het openbaar lichaam kent de volgende organen: a. het Algemeen bestuur b. het Dagelijks bestuur c. de voorzitter d. de door het bestuur ingestelde commissies.
Het openbaar lichaam kent de volgende organen: a. het Algemeen bestuur b. het Dagelijks bestuur c. de voorzitter d. de door het bestuur ingestelde commissies.
HOOFDSTUK 4. Algemeen bestuur
HOOFDSTUK 4. Algemeen bestuur
Artikel 8. Samenstelling Algemeen bestuur
Artikel 9. Samenstelling Algemeen bestuur
1. Het Algemeen bestuur bestaat uit tien leden, de voorzitter inbegrepen. Ieder college wijst twee leden aan, te weten één wethouder sociaal domein en één wethouder financiën. Indien de wethouder sociaal domein en de wethouder financiën in één persoon verenigd zijn, wijst het college nog een andere wethouder aan als lid van het Algemeen bestuur.
1. Het Algemeen bestuur bestaat uit tien leden, de voorzitter inbegrepen. Ieder college wijst twee leden aan, te weten één portefeuillehouder sociaal domein en één portefeuillehouder financiën. Indien de portefeuillehouder sociaal domein en de portefeuillehouder financiën in één persoon verenigd zijn, wijst het college nog een ander collegelid aan als lid van het Algemeen bestuur.
2. De leden van het Algemeen bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode van de gemeenteraad een nieuw geïnstalleerd college een besluit neemt tot aanwijzing van de leden van het Algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen.
2. De leden van het Algemeen bestuur worden aangewezen voor een zittingsduur van 4 jaar en treden af op de dag waarop in het kader van een nieuwe zittingsperiode van de gemeenteraad een nieuw geïnstalleerd college een besluit neemt tot aanwijzing van de leden van
3. Indien een lid van het Algemeen bestuur om wat voor reden dan ook stopt als wethouder, eindigt het lidmaatschap van het Algemeen bestuur van rechtswege. 4. Een lid van het Algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het Algemeen bestuur. 5. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst het daartoe bevoegde college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 6. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. 7. Elk lid van het Algemeen bestuur heeft een plaatsvervanger. Bepalingen in deze regeling geldende voor de leden van het Algemeen bestuur zijn mede van toepassing op de plaatsvervangende leden.
het Algemeen bestuur. Aftredende leden kunnen opnieuw als lid worden aangewezen. 3. Indien een lid van het Algemeen bestuur om wat voor reden dan ook stopt als wethouder of burgemeester, eindigt het lidmaatschap van het Algemeen bestuur van rechtswege. 4. Een lid van het Algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Dit gebeurt door mededeling aan het Algemeen bestuur. 5. Indien tussentijds de plaats van een lid vacant komt, wijst het daartoe bevoegde college zo spoedig mogelijk een nieuw lid aan. 6. Bij het bestaan van één of meer vacatures blijven de resterende bestuursleden bevoegd besluiten te nemen. 7. Elk lid van het Algemeen bestuur heeft een plaatsvervanger. Bepalingen in deze regeling geldende voor de leden van het Algemeen bestuur zijn mede van toepassing op de plaatsvervangende leden.
Toelichting artikel 9: Het woord ‘wethouder’ is vervangen door ‘portefeuillehouder’ omdat de burgemeester deze portefeuilles, bijvoorbeeld in geval van langdurige ziekte, ook kan beheren. Omdat een burgemeester dus ook lid kan zijn van het Algemeen bestuur is deze functie in lid 3 ook toegevoegd. Artikel 9. Werkwijze Algemeen bestuur
Artikel 10. Werkwijze Algemeen bestuur
1. Het Algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, en de daarin aangebrachte wijzigingen, wordt aan de colleges gezonden. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 t/m 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
1. Het Algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast. Dit reglement, en de daarin aangebrachte wijzigingen, wordt aan de colleges gezonden. De artikelen 16, 17, 19, 20, 22, 26 en 28 t/m 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Het Algemeen bestuur vergadert minimaal twee maal per jaar. Meer vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de voorzitter of het Dagelijks bestuur dit nodig acht, wanneer ter voldoening aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid van deze regeling een of meer leden van het Dagelijks bestuur moeten worden benoemd of wanneer tenminste twee leden van het Algemeen bestuur, onder opgave van redenen, dit schriftelijk verzoeken.
2. Het Algemeen bestuur vergadert minimaal twee maal per jaar. Meer vergaderingen kunnen ingelast worden wanneer de voorzitter of het Dagelijks bestuur dit nodig acht, wanneer ter voldoening aan het bepaalde in artikel 13, eerste lid van deze regeling een of meer leden van het Dagelijks bestuur moeten worden benoemd of wanneer tenminste twee leden van het Algemeen bestuur, onder opgave van redenen, dit schriftelijk verzoeken.
3. De vergaderingen van het Algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten, wanneer tenminste twee van de aanwezige leden hierom verzoeken of de voorzitter dit nodig acht, en het Algemeen bestuur hiertoe besluit. Voor het overige is ten aanzien van de openbaarheid artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
3. De vergaderingen van het Algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten, wanneer tenminste twee van de aanwezige leden hierom verzoeken of de voorzitter dit nodig acht, en het Algemeen bestuur hiertoe besluit. Voor het overige is ten aanzien van de openbaarheid artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
4. In een besloten vergadering van het Algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de rekening; c. de vaststelling van het liquidatieplan; d. de vaststelling of wijziging van deze gemeenschappelijke regeling; e. het verlenen van ontslag aan een lid van het Dagelijks bestuur; f. de vaststelling of wijziging van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; g. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan.
4. In een besloten vergadering van het Algemeen bestuur kan niet worden beraadslaagd of worden besloten over: a. de vaststelling en wijziging van de begroting; b. de vaststelling van de rekening; c. de vaststelling van het liquidatieplan; d. de vaststelling of wijziging van deze gemeenschappelijke regeling; e. het verlenen van ontslag aan een lid van het Dagelijks bestuur; f. de vaststelling of wijziging van een gemeenschappelijke regeling tussen het openbaar lichaam en andere openbare lichamen, alsmede het toetreden tot en het uittreden uit een dergelijke regeling; g. de oprichting van of deelname in stichtingen, maatschappen, vennootschappen en coöperaties en verenigingen, dan wel de ontbinding daarvan of beëindiging van deelneming daaraan.
5. Derden kunnen worden uitgenodigd om als adviseur de vergaderingen van het Algemeen bestuur bij te wonen.
5. Derden kunnen worden uitgenodigd om als adviseur de vergaderingen van het Algemeen bestuur bij te wonen.
Artikel 10. Bevoegdheden Algemeen bestuur
Artikel 11. Bevoegdheden Algemeen bestuur
1. Aan het Algemeen bestuur behoren met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstelling van het openbaar lichaam alle bevoegdheden, die bij deze regeling niet aan het Dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen.
1. Aan het Algemeen bestuur behoren met betrekking tot de verwezenlijking van de doelstelling van het openbaar lichaam alle bevoegdheden, die bij deze regeling niet aan het Dagelijks bestuur of de voorzitter zijn opgedragen.
2. Het Algemeen bestuur kan de uitoefening van door hem te bepalen bevoegdheden volgens door hem te stellen regels overdragen aan het Dagelijks bestuur of aan een commissie als bedoeld in artikel 25 van de wet, met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld, het aangaan van rekeningcourantovereenkomsten, of de regeling van hetgeen verder de geldmiddelen van het openbaar lichaam aangaat;
2. Het Algemeen bestuur kan de uitoefening van door hem te bepalen bevoegdheden volgens door hem te stellen regels overdragen aan het Dagelijks bestuur of aan een commissie als bedoeld in artikel 25 van de wet, met uitzondering van: a. het vaststellen en wijzigen van de begroting; b. het vaststellen van de jaarrekening; c. het aangaan van geldleningen, het uitlenen van geld, het aangaan van rekeningcourantovereenkomsten, of de regeling van hetgeen verder de geldmiddelen van het openbaar lichaam aangaat;
d. het nemen van besluiten over het instellen van commissies, als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de wet; e. Het oprichten en deelnemen in een rechtspersoon als bedoeld in artikel 31a van de wet.
d. het nemen van besluiten over het instellen van commissies, als bedoeld in de artikelen 24, 24a en 25 van de wet; e. Het oprichten en deelnemen in een rechtspersoon als bedoeld in artikel 31a van de wet.
Toelichting artikel 11 lid 2 sub d: Artikel 24a Wgr is per 1 juli 2022 ingevoerd. Dit artikel maakt het mogelijk om een regionale raadsadviescommissie in te stellen. In artikel 11 lid 2 sub d van de gemeenschappelijke regeling is bepaald dat het Algemeen bestuur het nemen van besluiten over het instellen van bepaalde commissies niet kan overdragen aan het Dagelijks bestuur of een bestuurscommissie. De regionale raadsadviescommissie van artikel 24a Wgr is aan deze opsomming toegevoegd, zodat alleen het Algemeen bestuur kan besluiten over de instelling hiervan. Artikel 11. Besluitvorming Algemeen bestuur
Artikel 12. Besluitvorming Algemeen bestuur
1. Bij het nemen van besluiten door het Algemeen bestuur brengt ieder lid één stem uit.
1. Bij het nemen van besluiten door het Algemeen bestuur brengt ieder lid één stem uit.
2. De besluitvorming vindt met uitzondering van het bepaalde in het derde lid plaats bij volstrekte meerderheid van stemmen.
2. De besluitvorming vindt met uitzondering van het bepaalde in het derde lid plaats bij volstrekte meerderheid van stemmen.
3. Besluiten betreffende vaststelling van de begroting, begrotingswijzigingen, jaarstukken en majeure dossiers worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid van minimaal acht goedkeurende stemmen.
3. Besluiten betreffende vaststelling van de begroting, begrotingswijzigingen, jaarstukken en majeure dossiers worden genomen met een gekwalificeerde meerderheid van minimaal acht goedkeurende stemmen.
4. Het Algemeen bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Algemeen bestuur aanwezig is.
4. Het Algemeen bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Algemeen bestuur aanwezig is.
5. Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld van de data waarop begroting en rekening worden behandeld.
5. Jaarlijks wordt een vergaderschema vastgesteld van de data waarop begroting en rekening worden behandeld.
6. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het vierde lid niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. Het gestelde in het vierde lid is dan niet van toepassing.
6. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het vierde lid niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. Het gestelde in het vierde lid is dan niet van toepassing.
7. Het Algemeen bestuur kan bij toepassing van het zesde lid over alle onderwerpen met uitzondering van de begroting, een begrotingswijziging,
7. Het Algemeen bestuur kan bij toepassing van het zesde lid over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolgde het vierde lid niet geopende vergadering was belegd alleen beraadslagen of besluiten,
jaarstukken en majeure dossiers, beraadslagen en besluiten nemen ongeacht het aantal aanwezige leden.
indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Het gestelde in het derde lid is in deze vergadering ook van toepassing.
Toelichting artikel 12 lid 7: Het zevende lid was niet in overeenstemming met artikel 20 lid 3 van de Gemeentewet en artikel 9 van het Reglement van orde voor de vergaderingen van het Algemeen bestuur. Artikel 20 van de Gemeentewet is in artikel 22 Wgr en in artikel 10 van de Gemeenschappelijke regeling Peelgemeenten 2024 van overeenkomstige toepassing verklaard op vergaderingen van het Algemeen bestuur. Het zevende lid sluit nu weer aan op het Reglement van Orde en artikel 20 van de Gemeentewet.
Artikel 12. Geheimhouding
Artikel 13. Geheimhouding
1. Het Algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het Algemeen bestuur haar opheft.
1. Het Algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Deze wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen, totdat het Algemeen bestuur haar opheft.
2. Op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het Dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam en door een commissie als bedoeld in artikel 24 of 25 van de wet, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het Algemeen bestuur of aan de leden van het Algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 3. De krachtens het tweede lid aan het Algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het Algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, die door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigd meer dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht, wordt bekrachtigd.
2. Op grond van de belangen, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door het Dagelijks bestuur en de voorzitter van het openbaar lichaam en door een commissie als bedoeld in artikel 24 of 25 van de wet, ieder ten aanzien van stukken die zij aan het Algemeen bestuur of aan de leden van het Algemeen bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. 3. De krachtens het tweede lid aan het Algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet door het Algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, die door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigd meer dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht, wordt bekrachtigd. 4. De krachtens het tweede lid aan leden van het Algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht
4. De krachtens het tweede lid aan leden van het Algemeen bestuur opgelegde verplichting tot geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het Algemeen bestuur is voorgelegd, tot het Algemeen bestuur haar opheft. Het Algemeen bestuur kan deze beslissing nemen in een vergadering die door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigd meer dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht.
genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd haar opheft, dan wel, indien het onderwerp waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het Algemeen bestuur is voorgelegd, tot het Algemeen bestuur haar opheft. Het Algemeen bestuur kan deze beslissing nemen in een vergadering die door meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigd meer dan de helft van het aantal stemmen, is bezocht.
HOOFDSTUK 5. Dagelijks bestuur
HOOFDSTUK 5. Dagelijks bestuur
Artikel 13. Samenstelling Dagelijks bestuur
Artikel 14. Samenstelling Dagelijks bestuur
1. Het Dagelijks bestuur bestaat uit vijf wethouders sociaal domein, de voorzitter inbegrepen, afkomstig uit vijf verschillende colleges, aan te wijzen door en uit de leden van het Algemeen bestuur.
1. Het Dagelijks bestuur bestaat uit vijf portefeuillehouders sociaal domein, de voorzitter inbegrepen, afkomstig uit vijf verschillende colleges, aan te wijzen door en uit de leden van het Algemeen bestuur.
2. De zittingsperiode van de leden van het Dagelijks bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van de colleges. De leden kunnen opnieuw worden benoemd.
2. De zittingsperiode van de leden van het Dagelijks bestuur is gelijk aan de zittingsperiode van de colleges. De leden kunnen opnieuw worden benoemd.
3. Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid te zijn van het Algemeen bestuur dan wel ontslag neemt als lid van het Dagelijks bestuur.
3. Het lidmaatschap eindigt zodra een lid ophoudt lid te zijn van het Algemeen bestuur dan wel ontslag neemt als lid van het Dagelijks bestuur.
4. Het lid van het Dagelijks bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het Algemeen bestuur.
4. Het lid van het Dagelijks bestuur dat ontslag neemt blijft in functie tot de eerstvolgende vergadering van het Algemeen bestuur.
5. Een lid, kan worden ontslagen, indien hij het vertrouwen niet meer bezit van het Algemeen bestuur.
5. Een lid, kan worden ontslagen, indien hij het vertrouwen niet meer bezit van het Algemeen bestuur.
6. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen.
6. Indien tussentijds een plaats van een lid openvalt, wordt zo spoedig mogelijk een nieuw lid aangewezen.
Toelichting artikel 14: Het woord ‘wethouders’ is vervangen door ‘portefeuillehouders’ omdat de burgemeester de portefeuille sociaal domein ook kan beheren, bijvoorbeeld in geval van langdurige ziekte van de wethouder. Artikel 14. Werkwijze Dagelijks bestuur
Artikel 15. Werkwijze Dagelijks bestuur
1. Het Dagelijks bestuur stelt in zijn eerste vergadering na zijn verkiezing een portefeuilleverdeling vast en deelt zijn besluit hierover mee aan het Algemeen bestuur.
1. Het Dagelijks bestuur stelt in zijn eerste vergadering na zijn verkiezing een portefeuilleverdeling vast en deelt zijn besluit hierover mee aan het Algemeen bestuur.
2. Het Dagelijks bestuur stelt voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde vast. Op het houden van de orde van de vergadering van het Dagelijks bestuur zijn de artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
2. Het Dagelijks bestuur stelt voor de uitvoering van zijn taken een reglement van orde vast. Op het houden van de orde van de vergadering van het Dagelijks bestuur zijn de artikelen 52, 53 en 54 tot en met 60 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 15. Bevoegdheden Dagelijks bestuur
Artikel 16. Bevoegdheden Dagelijks bestuur
1. Het Dagelijks bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit, die in deze gemeenschappelijke regeling aan het Dagelijks bestuur zijn opgedragen.
1. Het Dagelijks bestuur oefent de taken en bevoegdheden uit, die in deze gemeenschappelijke regeling aan het Dagelijks bestuur zijn opgedragen.
2. In het bijzonder is dit bestuur belast met: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de gemeenschappelijke regeling het Algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het Algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet en het bepaalde in artikel 10 tweede lid onder c van deze regeling; e. te besluiten namens het openbaar lichaam, het Dagelijks bestuur of het Algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen bestuur, voor
2. In het bijzonder is dit bestuur belast met: a. het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam te voeren, voor zover niet bij of krachtens de wet of de gemeenschappelijke regeling het Algemeen bestuur hiermee is belast; b. beslissingen van het Algemeen bestuur voor te bereiden en uit te voeren; c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam; d. tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van het openbaar lichaam te besluiten, met uitzondering van privaatrechtelijke rechtshandelingen als bedoeld in artikel 31a van de wet en het bepaalde in artikel 11 tweede lid onder c van deze regeling; e. te besluiten namens het openbaar lichaam, het Dagelijks bestuur of het Algemeen bestuur rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures te voeren of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij het Algemeen bestuur, voor
zover het het Algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; f. het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is; g. de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam; h. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;
zover het het Algemeen bestuur aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist; f. het voorstaan van de belangen van het openbaar lichaam bij andere overheden, instellingen of personen, waarmee contact voor het openbaar lichaam van belang is; g. de zorg voor het beheer van inkomsten en uitgaven van het openbaar lichaam; h. de zorg, voor zover deze niet aan anderen toekomt, voor de controle op het geldelijk beheer en de boekhouding;
3. Het Dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.
3. Het Dagelijks bestuur neemt, ook alvorens is besloten tot het voeren van een rechtsgeding, alle conservatoire maatregelen en doet wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht of bezit.
Artikel 16. Besluitvorming Dagelijks bestuur
Artikel 17. Besluitvorming Dagelijks bestuur
1. Het Dagelijks bestuur vergadert minimaal zesmaal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt.
1. Het Dagelijks bestuur vergadert minimaal zesmaal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt.
2. Besluiten van het Dagelijks bestuur vinden plaats op basis van volstrekte meerderheid van stemmen.
2. Besluiten van het Dagelijks bestuur vinden plaats op basis van volstrekte meerderheid van stemmen.
3. De leden van het Dagelijks bestuur hebben allen één stem.
3. De leden van het Dagelijks bestuur hebben allen één stem.
4. Het Dagelijks bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Dagelijks bestuur aanwezig is.
4. Het Dagelijks bestuur vergadert en besluit slechts indien meer dan de helft van het aantal leden van het Dagelijks bestuur aanwezig is.
5. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het vierde lid niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. Het gestelde in het vierde lid is dan niet van toepassing.
5. Indien het vereiste aantal leden als bedoeld in het vierde lid niet aanwezig is bij een vergadering, kan de voorzitter een nieuwe vergadering beleggen, welke binnen twee weken dient plaats te vinden. Het gestelde in het vierde lid is dan niet van toepassing.
6. Het bepaalde in artikel 28, eerste tot en met derde lid, 29, 30 en 52 tot en met 60 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
6. Het bepaalde in artikel 28, eerste tot en met derde lid, 29, 30 en 52 tot en met 60 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 17. Geheimhouding
Artikel 18. Geheimhouding
1. Het Dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het Dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het Dagelijks bestuur haar opheft.
1. Het Dagelijks bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het Dagelijks bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens de vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat het Dagelijks bestuur haar opheft.
2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het Dagelijks bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel het Algemeen bestuur haar opheft.
2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet open overheid, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter of een commissie, ten aanzien van de stukken die zij aan het Dagelijks bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan, dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel het Algemeen bestuur haar opheft.
3. Indien het Dagelijks bestuur zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot het Algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat het Algemeen bestuur haar opheft.
3. Indien het Dagelijks bestuur zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot het Algemeen bestuur heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat het Algemeen bestuur haar opheft.
HOOFDSTUK 6. De voorzitter en vice-voorzitter
HOOFDSTUK 6. De voorzitter en vicevoorzitter
Artikel 18. De voorzitter en vice-voorzitter
Artikel 19. De voorzitter en vicevoorzitter
1. De voorzitter van het openbaar lichaam wordt door en uit het Algemeen bestuur aangewezen. Slechts de leden die ook plaatsnemen in het Dagelijks bestuur komen hiervoor in aanmerking.
1. De voorzitter en vicevoorzitter van het openbaar lichaam worden in de eerste vergadering van elke zittingsperiode door het Algemeen bestuur uit zijn midden aangewezen. Slechts de leden die ook plaatsnemen in het Dagelijks bestuur komen hiervoor in aanmerking.
2. Door het Algemeen bestuur wordt een ander lid van het Dagelijks bestuur aangewezen als vice-voorzitter. 3. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur en draagt er zorg voor, dat de
Door het Algemeen bestuur wordt een ander lid van het Dagelijks bestuur aangewezen als vicevoorzitter.
besluiten van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd. 4. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging na overleg met het Dagelijks bestuur in rechtsgedingen en bij buitengerechtelijke rechtshandelingen opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 5. De voorzitter tekent, samen met de secretaris, de stukken die van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur uitgaan. 6. Het voorzitterschap rouleert iedere twee jaar tussen de deelnemende gemeenten. Het Algemeen bestuur wijst iedere twee jaar een nieuwe voorzitter aan.
2. De voorzitter is belast met de leiding van de vergaderingen van het Algemeen bestuur en Dagelijks bestuur en draagt er zorg voor, dat de besluiten van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur naar behoren worden uitgevoerd. 3. De voorzitter vertegenwoordigt het openbaar lichaam in en buiten rechte. Hij kan de vertegenwoordiging na overleg met het Dagelijks bestuur in rechtsgedingen en bij buitengerechtelijke rechtshandelingen opdragen aan een door hem aan te wijzen persoon. 4. De voorzitter tekent, samen met de secretaris, de stukken die van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur uitgaan. 5. Het voorzitterschap rouleert iedere twee jaar tussen de deelnemende gemeenten. Het Algemeen bestuur wijst iedere twee jaar een nieuwe voorzitter aan.
Toelichting artikel 19: Het voorzitterschap rouleert op dit moment per 1 januari van de even jaren. Dit is eigenlijk geen logisch moment om het voorzitterschap te laten rouleren. Het ligt meer voor de hand om te rouleren na de verkiezingen, omdat er dan vaak een (grotendeels) nieuw bestuur moet worden gevormd. Gelet hierop is het voorstel om de voorzitter en vicevoorzitter per zittingsperiode aan te wijzen. Lid 1 en 2 (oud) zijn samengevoegd in een nieuw lid 1. Ook lid 5 is geschrapt, omdat de voorzitter in de regio ook diverse rollen vervult. Het tussentijds (na twee jaar) overdragen van deze taken is niet wenselijk voor onze rol in de regio. HOOFDSTUK 7. De secretaris
HOOFDSTUK 7. De secretaris
Artikel 19. De secretaris
Artikel 20. De secretaris 1. De algemeen directeur van het openbaar lichaam wordt door het Algemeen bestuur als secretaris van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur aangewezen.
1. De algemeen directeur van het openbaar lichaam wordt door het Algemeen bestuur als secretaris van het Algemeen bestuur en het Dagelijks bestuur aangewezen. 2. Het Algemeen bestuur wijst op voordracht van het Dagelijks bestuur een medewerker van het openbaar lichaam aan als plaatsvervangend secretaris.
2. Het Algemeen bestuur wijst op voordracht van het Dagelijks bestuur een medewerker van het openbaar lichaam aan als plaatsvervangend secretaris.
3. Alle stukken uitgaande van het Algemeen bestuur of het Dagelijks bestuur worden door de secretaris mede ondertekend.
3. Alle stukken uitgaande van het Algemeen bestuur of het Dagelijks bestuur worden door de secretaris mede ondertekend.
HOOFDSTUK 8. Commissies, werkgroepen, overleg, tegemoetkoming
HOOFDSTUK 8. Commissies, werkgroepen, overleg, tegemoetkoming
Artikel 20. Bestuurscommissies
Artikel 21. Bestuurscommissies
1. Het Algemeen bestuur kan, conform artikel 25 van de wet commissies instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Het Algemeen bestuur stelt vooraf de raden van de deelnemende gemeenten van dit voornemen op de hoogte en stelt hen in de gelegenheid hun wensen en bedenkingen ter kennis van het Algemeen bestuur te brengen.