CConstaterende datSomeren
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage was-wordt tabel GR

Gemeenteraad 7 maart 2024, gemeente SomerenBij agendapunt: Verlenen toestemming aan burgemeester en wethouders tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling GGD BZO 20244.509 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Vijfde wijziging Gemeenschappelijke Regeling (GR) GGD BZO Was GR 2021 Gewijzigde tekst is geel gearceerd Vervallen tekst is blauw gearceerd

Wordt GR 2024 Gewijzigde tekst is geel gearceerd Nieuwe tekst is groen gearceerd

Reden van wijziging

De gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost voor een vierde maal te wijzigen, waarna deze als volgt luidt:

De gemeenschappelijke regeling GGD Brabant-Zuidoost voor een vijfde maal te wijzigen, waarna deze als volgt luidt:

De GR GGD BZO stamt uit 2008 en is eerder in 2014, 2016, 2017 en 2020 gewijzigd.

Artikel 2, lid 4 Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in verschillende deelnemende gemeenten gevestigd zijn of zijn ondergebracht bij een ander openbaar lichaam.

Groene tekst is toegevoegd. Voorbeelden hiervan zijn het bureau Gezondheid Milieu en Veiligheid dat is ondergebracht bij de GGD West-Brabant en voor alle gemeenten in Brabant werkt en de Meldkamer Ambulancezorg (personeel in dienst bij GGD, huisvesting en apparatuur ondergebracht in de gemeenschappelijke meldkamer Oost Brabant die in ‘s-

Hoofdstuk 1

Algemene Bepalingen

Artikel 2, lid 4 Onderdelen van de ambtelijke organisatie van het openbaar lichaam kunnen in verschillende deelnemende gemeenten gevestigd zijn.

Hertogenbosch is gevestigd). Hoofdstuk 4

Algemeen Bestuur

Artikel 8, lid 3 De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste 5 van de aanwezige leden hierom verzoekt of de voorzitter dit nodig acht en het Algemeen Bestuur hiertoe besluit.

Artikel 8, lid 3 De vergaderingen van het Algemeen Bestuur zijn openbaar. De vergadering

Artikel 8, lid 4b. b. de vaststelling van de rekening;

Artikel 8, lid 4b. b. de vaststelling van de jaarrekening;

Verwijzing naar artikel 23 gemeentewet toegevoegd.

kan met gesloten deuren plaatsvinden wanneer ten minste 5 van de aanwezige leden hierom verzoekt of de voorzitter dit nodig acht en het Algemeen Bestuur hiertoe besluit. Voor het overige is ten aanzien van de openbaarheid artikel 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.

1

Redactionele wijziging

Artikel 10, lid 2a.

Artikel 10, lid 2a.

Het Algemeen Bestuur kan de uitoefening

Het Algemeen Bestuur kan de uitoefening van door hem te

van door hem te bepalen bevoegdheden

bepalen bevoegdheden volgens

volgens

regels overdragen aan het Dagelijks Bestuur of aan een

door hem te stellen regels

door hem te stellen

overdragen aan het Dagelijks Bestuur of

commissie als bedoeld in artikel 25 van de wet, met

aan een commissie als bedoeld in artikel

uitzondering van:

25 van de wet, met uitzondering van:

a.. het vaststellen en wijzigen van de meerjarige

a.

het vaststellen en wijzigen

b. het vaststellen en wijzigen van de begroting;

van de begroting; b.

het vaststellen van de

jaarrekening; c.

beleidsvisie; c. het vaststellen van de jaarrekening; d. het stellen van regels over het aangaan van geldleningen,

het stellen van regels over

het uitlenen van geld, of de directe regeling van hetgeen

het aangaan van geldleningen, het

verder de geldmiddelen van het openbaar

uitlenen van geld, of

aangaat;

de directe

lichaam

regeling van hetgeen verder de

e. het nemen van besluiten over het instellen van

geldmiddelen van het openbaar

commissies, als bedoeld in de artikelen 24 en 25 van de

d.

lichaam aangaat;

wet;

het nemen van besluiten over

f. het oprichten en deelnemen in een rechtspersoon als

het instellen van commissies, als bedoeld

bedoeld in artikel 31a van de

in de

g. het benoemen van de voorzitter, de plaatsvervangend

artikelen 24 en 25 van de

wet;

voorzitter en de secretaris;

wet; e.

het oprichten en deelnemen

in een rechtspersoon als bedoeld in artikel 31a van de

wet;

h. het benoemen van de directeur publieke gezondheid en de directeur.

Punt a en g. zijn toegevoegd. Bij punt h. is “directeur” toegevoegd (de GGD heeft een tweehoofdige directie).

f.

het benoemen van de

i. het regelen van de gevolgen van toetreding of uittreding

directeur publieke gezondheid en de

van een college tot respectievelijk uit de regeling alsmede

secretaris;

het verbinden van nadere voorwaarden

g.

het regelen van de gevolgen

daaraan;

j. het doen van een voorstel aan de colleges tot wijziging

van toetreding of uittreding van een

van de regeling;

college tot

k. het vaststellen van een liquidatieplan bij opheffing van het openbaar lichaam.

respectievelijk uit

de regeling alsmede het verbinden van nadere voorwaarden daaraan; h.

het doen van een voorstel

aan de colleges tot wijziging van de regeling; i.

het vaststellen van een

liquidatieplan bij opheffing van het openbaar lichaam. Artikel 11 Het Algemeen Bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van bestuur omtrent het in die vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen. Hoofdstuk 5

Dagelijks Bestuur

Artikel 11 Het Algemeen Bestuur kan in een besloten vergadering, op grond van de belangen, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, omtrent het in die vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken welke aan het Algemeen Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.

De Wet Open Overheid vervangt de Wet Openbaarheid van Bestuur.

Artikel 12, lid 1 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat inclusief de voorzitter uit acht leden.

Artikel 12, lid 1 1. Het Dagelijks Bestuur bestaat inclusief de voorzitter uit zeven leden.

In het verleden is gekozen voor 8 leden omdat er een zetel was voorzien voor het DB-lid uit de VR dat de portefeuille Ambulancezorg had. Dat is inmiddels achterhaald omdat de vergunning voor de Ambulancezorg aan de GGD is overgedragen. Het getal van 7 leden is als volgt verdeeld: 1 zetel voor Eindhoven, 1 zetel voor Helmond, 1 zetel voor de Kempengemeenten, 1 zetel voor de Peelgemeenten, 1 zetel voor de A2-gemeenten, 1 zetel voor de Dommelvallei plus gemeenten en 1 zetel voor BOV.

Artikel 16, lid 1 Het Dagelijks Bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Openbaarheid van Bestuur, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het Dagelijks Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.

Artikel 16, lid 1 Het Dagelijks Bestuur kan op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, omtrent het in een besloten vergadering behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan het Dagelijks Bestuur worden overgelegd, geheimhouding opleggen.

De WOO vervangt de WOB.

Artikel 16, lid 2 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding …

Artikel 16, lid 2 2. Op grond van een belang, genoemd in artikel 5.1 van de Wet Open Overheid, kan de geheimhouding ……

De WOO vervangt de WOB.

Paragraaf

Redactionele wijziging

Hoofdstuk 8 Paragraaf

Kosten

Tegemoetkoming

Tegemoetkoming in kosten

Hoofdstuk 9

Voorhangprocedure

Hoofdstuk 9

Majeure Dossiers

Hoofstuk 10

Informatie- en verantwoordingsplicht

Hoofstuk 10

Informatie- en verantwoordingsplicht

Paragraaf Externe inlichtingenplicht

Paragraaf

Meerjarige beleidsvisie

Redactionele wijziging

Artikel 25 1. Het Algemeen Bestuur stelt de colleges en raden van de deelnemende gemeenten in de gelegenheid om hun zienswijzen kenbaar te maken op het ontwerp van de meerjarige beleidsvisie voordat zij deze visie vaststelt. 2. Het Algemeen Bestuur biedt de raden in het kader van de in het eerste lid genoemde een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen Paragraaf

Externe verantwoordingsplicht Algemeen Bestuur

Artikel 25

Paragraaf

Passieve informatieplicht

Artikel 26, lid 3 3. De inlichtingen zoals bedoeld in lid 1 en lid 2 worden verstrekt door middel van het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van stukken via de griffies. Paragraaf

Externe verantwoordingsplicht lid Algemeen Bestuur

Artikel 26 1. Het lid van het Algemeen Bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid.

Paragraaf

Redactionele wijziging Lid 3 is toegevoegd. De wet schrijft voor dat een openbaar lichaam bepaalt op welke wijze deze informatieplicht wordt ingevuld.

Actieve informatieplicht

Artikel 27 Agenda en stukken van de vergaderingen van Algemeen Bestuur worden voorafgaande aan de vergadering via de website van de GGD openbaar gemaakt. Paragraaf

Nieuw artikel. In de wet is bepaald dat in de GR moet worden geregeld welke voorgenomen besluiten (naast begroting ed.) het bestuur voor een zienswijze aan raden wil voorleggen. De termijn in lid 2 komt overeen met de termijn bij zienswijze op de begroting.

Nieuw artikel, ingegeven door de Wet Open Overheid.

Verantwoordingsplicht lid Algemeen Bestuur

Artikel 28 1. Het lid van het Algemeen Bestuur is aan het college die dit lid heeft aangewezen verantwoording schuldig over het door hem in het Algemeen Bestuur gevoerde beleid.

Lid 3 en 5 van artikel 26 van de huidige regeling zijn geschrapt omdat een individueel lid van het AB zelf moet kunnen bepalen op welke wijze hij/zij verantwoording aflegt aan zijn/haar college of raad.

2.

3.

4.

5.

6.

Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het college die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. De inlichtingen worden zo spoedig mogelijk doch in ieder geval binnen twee maanden in een vergadering van dat college of schriftelijk verstrekt. Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. Het reglement van orde van het Algemeen Bestuur regelt de wijze waarop toepassing wordt gegeven aan het bepaalde in het eerste en tweede lid. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden.

2.

Een lid van het Algemeen Bestuur verstrekt aan het college die hem heeft aangewezen de door een of meer leden van dat college gevraagde inlichtingen, voor zover zulks niet strijdig is met het openbaar belang. 3. Het college kan een door hem aangewezen lid van het Algemeen Bestuur, indien dit lid het vertrouwen van dat college niet meer bezit, als zodanig ontslag verlenen. 4. Het in het eerste en tweede lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de raden.

Daarover zijn doorgaans binnen een gemeente afspraken gemaakt.

Overige zienswijzen gemeenteraden

Het betreft hier een nieuw artikel en een verruiming van de zienswijze procedure. Artikel 2 en 3 zijn toegevoegd op voorstel van de raad van de gemeente Helmond. Dit voorstel is overgenomen door het Algemeen Bestuur van de GGD.

Artikel 29 1.

Buiten de meerjarige beleidsvisie (artikel 25), de begroting (artikel 36) en de wijziging van deze regeling (artikel 51), kan het Algemeen

Bestuur besluiten om ten aanzien van andere voorgenomen besluiten de raden in de gelegenheid te stellen een zienswijze in te dienen. 2.

Het algemeen bestuur beslist niet over een voorstel alvorens de raden om zienswijzen zijn gevraagd, wanneer ten minste een vijfde van de gemeenteraden het dagelijks bestuur hierom verzoekt. In spoedeisende gevallen kan het dagelijks bestuur afzien van het vragen van zienswijzen. Het dagelijks bestuur stelt de raden hiervan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte.

3.

Indien het eerste of tweede wordt toegepast, dan hebben de raden twaalf weken de tijd hun zienswijzen bij het dagelijks bestuur naar voren te brengen. Voorafgaande aan het nemen van het besluit waarover de zienswijzen gegeven is, stelt het dagelijks bestuur de raden en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.

Hoofstuk 11

Ambtelijke Organisatie

Rechtspositie

Rechtspositie personeel

Artikel 31 1. Het Dagelijks Bestuur stelt voor personeel van het openbaar lichaam de arbeidsvoorwaardenverordening vast conform de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor het gemeentepersoneel (CAR/UWO), dan wel de

Artikel 34 1.

Voor het personeel van het openbaar lichaam geldt de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling Samenwerkende Gemeentelijke Organisaties en de collectieve arbeidsvoorwaardenregeling Ambulancezorg 2. Het DB kan aanvullend op voornoemde CAO’s personele regelingen vastleggen in een verordening.

Tekstuele aanpassing

Dit artikel is aangepast aan de Wet Normalisering Rechtspositie Ambtenaren. De GGD heeft te maken met twee CAO's. Het GGD bestuur is gehouden aan de afspraken in deze CAO's maar kan aanvullende personele regelingen vastleggen in een verordening.

(gewijzigde) collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, 2. Het Dagelijks Bestuur beslist over de toepassing van overige arbeidsvoorwaarden. Hoofdstuk 12 Financiële bepalingen

Artikel 32 Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 15 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders en het voorlopige jaarverslag aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten.

Artikel 35 Het Dagelijks Bestuur van het openbaar lichaam zendt voor 30 april van het jaar voorafgaande aan waarvoor de begroting dient de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de colleges en raden van de deelnemende gemeenten.

De wettelijke termijn is gewijzigd conform de wet. De passage “… en het voorlopige jaarverslag…” is geschrapt. De afspraken m.b.t. jaarrekening staan in artikel 37 van de GR.

Begroting Artikel 33

Begroting Artikel 36

1.

1.

Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting op van het openbaar

openbaar lichaam overeenkomstig het bepaalde in artikel 186 tot en met

lichaam overeenkomstig het bepaalde

213 Gemeentewet, alsmede het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten.

in artikel 186 tot en met 213 Gemeentewet, alsmede het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 2.

2. 3.

De ontwerpbegroting wordt, minimaal

deelnemende gemeenten gezonden om hen in de gelegenheid te stellen daarop hun zienswijze kenbaar te maken. 4.

wordt aangeboden. 5.

Het Dagelijks Bestuur stelt de raden van de deelnemende gemeenten

Bestuur, aan de raden van de

voorafgaande aan het vaststellen van de begroting, schriftelijk en

deelnemende gemeenten gezonden om

gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in

hen in de gelegenheid te stellen daarop

het tweede lid, alsmede de conclusies die het daaraan verbindt.

hun zienswijze kenbaar te maken. 4.

Het Dagelijks Bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting zoals deze aan het Algemeen Bestuur

8 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen

De ontwerpbegroting wordt, minimaal 12 weken voordat deze wordt vastgesteld door het Algemeen Bestuur, aan de raden van de

De ontwerpbegroting gaat vergezeld inzicht in de kosten per pijler.

De ontwerpbegroting gaat vergezeld van een meerjarenraming en geeft

6.

De inlichtingen zoals bedoeld in lid 5 worden verstrekt door middel van

Het Dagelijks Bestuur voegt de

het toezenden van stukken of het verwijzen naar de vindplaats van

commentaren waarin deze zienswijze is

stukken via de griffies.

vervat bij de ontwerpbegroting zoals

Formulering in de wet is hier aangehouden. In onze regio is afgesproken dat de ontwerpbegroting uiterlijk 15 maart naar gemeenten en raden wordt gezonden en dat raden tot uiterlijk 8 juni hun zienswijzen kenbaar maken. Dat zijn in de praktijk dus 12 weken.

inzicht in de kosten per pijler.

van een meerjarenraming en geeft 3.

Het Dagelijks Bestuur stelt elk jaar een ontwerpbegroting op van het

7.

Het Dagelijks Bestuur stuurt de door het Algemeen Bestuur vastgestelde

deze aan het Algemeen Bestuur wordt

begroting vóór 15 september van het jaar voorafgaand aan dat jaar

aangeboden.

waarvoor de begroting dient op aan het college van gedeputeerde staten. 8.

Op begrotingswijzigingen, die: a.

leiden tot aanpassingen in de inwonerbijdrage van gemeenten;

De leden 5 en 6 zijn aan dit artikel toegevoegd en vloeien voort uit de wetswijziging.

5.

Het Dagelijks Bestuur stuurt de door

b.

het Algemeen Bestuur om andere redenen aan de gemeenten wil

het Algemeen Bestuur vastgestelde

voorleggen, is het bepaalde in het derde en vierde lid van

begroting vóór

overeenkomstige toepassing.

1 augustus van het jaar voorafgaand aan dat jaar waarvoor de begroting dient op aan het college van gedeputeerde staten. 6.

Op begrotingswijzigingen, die: -

leiden tot aanpassingen in de

inwonerbijdrage van gemeenten; -

het Algemeen Bestuur om

andere redenen aan de gemeenten wil voorleggen, is het bepaalde in het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing Paragraaf

Rekening

Paragraaf

Jaarrekening

Redactionele wijziging.

Hoofdstuk 13 Archief Archiefbescheiden

Artikel 42 1.

Archiefzorg

Het Dagelijks Bestuur is zowel belast met de zorg voor de archiefbescheiden van de organen van het openbaar lichaam als met de

Artikel 39

zorg voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de 1.

gedelegeerde taken.

Het Dagelijks Bestuur is belast met de

zorg voor de archiefbescheiden van de organen van

het openbaar lichaam. Dit

overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur, met

inachtneming van artikel 40

2.

Het Dagelijks Bestuur is gemandateerd om uitvoering te geven aan de zorgdragerschap voor de archiefbescheiden die worden gevormd krachtens de gemandateerde taken.

Het hoofdstuk over het archief is in lijn gebracht met de modelparagraaf die in 2021 is opgesteld door het Landelijk Overleg van Provinciale Archiefinspecteur (LOPAI). Met de nieuwe formulering wordt tevens

tegemoet gekomen aan de opmerkingen die over de archiefbepalingen zijn gemaakt door de raden van Eindhoven en Someren.

van de Archiefwet 1995, vast te stellen regeling, de

3.

De uitvoering van hetgeen bepaald in lid 1 en 2 geschiedt overeenkomstig een door het Algemeen Bestuur, met inachtneming van

Archiefverordening, die aan

het college van Gedeputeerde Staten moet

artikel 40 van de Archiefwet 1995, vast te stellen archiefverordening,

worden

die aan het college van Gedeputeerde Staten moet worden

2.

medegedeeld.

medegedeeld.

Het Dagelijks Bestuur is tevens belast

met de zorg voor de archiefbescheiden die worden

4.

van de archiefbescheiden een voorziening getroffen conform artikel 4

gevormd krachtens de aan het

lid 1 van de Archiefwet 1995.

openbaar lichaam eventueel in de toekomst gedelegeerde 3.

taken.

Voor de door deelnemende gemeenten

gemandateerde taken berust de zorg voor de

Artikel 43 1.

4.

Archiefbeheer

De directeur c.q. secretaris is belast met het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in artikel 42, lid 1 en 2, voor zover deze

desbetreffende archiefbescheiden bij deze gemeenten.

Bij opheffing van de gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien

niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats. 2.

Met het toezicht op de bewaring en het

Het Dagelijks Bestuur stelt voorschriften vast voor het beheer van de archiefbescheiden als bedoeld in lid 1, met inachtneming van het

beheer van de archiefbescheiden van de

bepaalde in de archiefverordening zoals genoemd in artikel 42, lid 1.

gemandateerde taken is belast de archivaris van de deelnemende gemeente(n).

Artikel 44

5.

1.

Met het toezicht op de bewaring en het

Archiefbewaarplaats

Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13

beheer van de archiefbescheiden van het

van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van de

openbaar

gemandateerde taken is aangewezen de archiefbewaarplaats van de

lichaam is belast de

deelnemende gemeente(n).

streekarchivaris van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven 6.

(RHCe).

Bij opheffing van de

gemeenschappelijke regeling wordt ten aanzien van de

archiefbescheiden een

2.

Voor de bewaring van de op grond van artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden van het openbaar lichaam is aangewezen de archiefbewaarplaats van het Regionaal Historisch Centrum Eindhoven (RHCe).

voorziening getroffen conform artikel 4 lid 1

Artikel 45

van de Archiefwet

1.

1995.

Toezicht

Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken is belast de archivaris van de deelnemende gemeente(n).

Archiefbewaarplaats 2.

van het openbaar lichaam is belast de streekarchivaris van het RHCe.

Artikel 40 1.

Voor de bewaring van de op grond van

artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet

Met het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden

Artikel 46 1.

taken is aangewezen de

De deelnemers aan de regeling stellen tijdig aan het dagelijks bestuur van het openbaar lichaam de archiefbescheiden beschikbaar, die nodig

1995 over te brengen

archiefbescheiden van de gemandateerde

Terbeschikkingstelling archiefbescheiden

zijn voor de uitvoering van de overgedragen taken. 2.

In een verklaring van terbeschikkingstelling worden de periode van terbeschikkingstelling en het toezicht op het beheer van de ter

archiefbewaarplaats van de

beschikking gestelde archiefbescheiden vastgelegd. In de verklaring

deelnemende gemeente(n).

kunnen nadere voorwaarden worden gesteld aan de

2.

terbeschikkingstelling.

Voor de bewaring van de op grond van

artikel 12, eerste lid en artikel 13 van de Archiefwet

1995 over te brengen

archiefbescheiden van het openbaar lichaam is aangewezen de

Artikel 47 1.

Verantwoording

De archivaris van het RHCe brengt jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van

archiefbewaarplaats

de organen van het openbaar lichaam, die nog niet zijn overgebracht

van het RHCe.

naar de archiefbewaarplaats. 2. Ter beschikkingstelling archiefbescheiden

De archivaris van de deelnemende gemeente(n) brengt jaarlijks aan het dagelijks bestuur verslag uit over het toezicht op het beheer van de archiefbescheiden van de gemandateerde taken, die nog niet zijn

Artikel 41

overgebracht naar de archiefbewaarplaats.

3. 1.

Indien noodzakelijk voor de

Het dagelijks bestuur brengt jaarlijks verslag uit aan het algemeen bestuur over de uitoefening van de aan hen opgedragen zorg voor de

taakuitvoering van het openbaar lichaam,

archiefbescheiden en de uitvoering van het archiefbeheer, als bedoeld in

stellen de colleges

artikel 42, lid 1 en 2 en artikel 43, lid 1.

van de deelnemende

gemeenten, onder hen berustende archiefbescheiden ter beschikking. 3.

Terbeschikkingstelling geschiedt voor 5

jaar en kan, met telkens een aaneengesloten periode van maximaal 5 jaar, worden verlengd tot ten hoogste 20 jaar. 4.

Van de terbeschikkingstelling wordt

een verklaring opgemaakt, die ten minste bevat een

specificatie van de

terbeschikkinggestelde archiefbescheiden. Een exemplaar van deze

verklaring

wordt bewaard door het overheidsorgaan waaronder de archiefbescheiden zouden berusten, indien zij niet ter beschikking waren gesteld. 5.

Het openbaar lichaam, dat de

archiefbescheiden tot zijn beschikking krijgt, brengt slechts wijzigingen aan in de staat van ordening en toegankelijkheid van en vernietigt slechts uit

de bescheiden na

machtiging door het ter beschikking stellende overheidsorgaan. 6.

De kosten van het beheer van de

terbeschikkinggestelde archiefbescheiden komen ten laste van het openbaar lichaam, dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gekregen.

De zorgdrager voor

de archiefbescheiden van het overheidsorgaan dat de archiefbescheiden ter beschikking heeft gesteld, blijft in alle andere aangelegenheden de

zorgdrager voor de archiefbescheiden.

7.

Indien de ordening van de in het

tweede lid bedoelde archiefbescheiden zich verzet tegen

terbeschikkingstelling, is het

openbaar lichaam te allen tijde bevoegd inzage te nemen van

die archiefbescheiden

dan wel daarvan of daaruit reproducties, afschriften of uittreksels te 8.

vorderen.

Ten aanzien van de

terbeschikkingstelling gelden de volgende nadere voorwaarden: a.

De ter beschikking gestelde

archiefbescheiden worden door het openbaar

lichaam in

goede, geordende en

toegankelijke staat bewaard; b.

Uitlening van

terbeschikkinggestelde archiefbescheiden is slechts toegestaan aan

functionarissen binnen het

openbaar lichaam die ambtelijk zijn belast met behandeling van een aangelegenheid waarvoor uitlening noodzakelijk is.

Hoofdstuk 14

Evaluatie

Artikel 42 1. Het Algemeen Bestuur evalueert in het derde jaar van iedere bestuursperiode het functioneren van het openbaar lichaam en de dienstverlening aan de deelnemende gemeenten 2. Het Algemeen Bestuur rapporteert aan de colleges het resultaat van de uitgevoerde evaluaties onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies.

Hoofdstuk 14

Evaluatie van deze regeling of het beleid

Artikel 48 1.

Het Algemeen Bestuur kan, eventueel op voorstel van individuele leden of op verzoek van een of meerdere colleges of raden, besluiten tot het houden van een evaluatie van deze regeling.

2.

Het Algemeen Bestuur bepaalt hierbij wat de concrete vraagstelling is,

Het hoofdstuk over evaluatie is naar aanleiding van de ingekomen zienswijzen verruimd in die zin dat: -

wat de reikwijdte van de evaluatie is en welke procedure wordt gevolgd. 3.

Het Algemeen Bestuur rapporteert aan de colleges en raden het resultaat

hierbij betrokken kunnen worden; -

van de uitgevoerde evaluaties onder vermelding van de daaruit getrokken conclusies. 4.

Het Algemeen Bestuur kan in het kader van een specifiek besluit of

-

agendapunt ertoe besluiten om ingezetenen van de gemeenten en belanghebbende te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid zoals ‘beschreven’ in artikel 10, zevende lid van de Wet gemeenschappelijke regelingen.

niet alleen het functioneren maar ook het beleid van de GGD kan worden geëvalueerd; ingezetenen of andere belanghebbenden

-

het AB ook op verzoek van individuele leden van het AB of van een of meerdere colleges of raden tot een evaluatie kan besluiten; dat het AB zowel aan colleges als de raden rapporteert over het resultaat van de uitgevoerde evaluatie en de evaluatie niet per se in het 3e jaar van iedere bestuursperiode moet worden uitgevoerd.

Hoofdstuk 15 Toetreding, uittreding, wijziging en opheffing Artikel 44 Op uittreding van een college uit de gemeenschappelijke regeling is artikel 43 van overeenkomstige toepassing.

Artikel 50 1. Indien het uittreden van een gemeente leidt tot overdracht van materiaal, materieel of gebouwen van de regeling dan vindt de overdracht ervan plaats tegen boekwaarde op de uittredingsdatum. 2. Over de overdracht van personeel worden in goed overleg afzonderlijke afspraken gemaakt. 3. Indien het uittreden van een gemeente leidt tot een daling van opbrengsten worden de negatieve financiële gevolgen ervan aangemerkt als frictie- en

De wet schrijft voor dat in de GR een regeling moet worden opgenomen over uittreding.

4.

5.

6.

7.

desintegratiekosten, deze worden als volgt over een periode van drie jaar door het uittredend bestuursorgaan gecompenseerd: Het eerste jaar na uittreding voor 100%, het tweede jaar 66% en het derde jaar 33% van deze kosten. De frictie- en desintegratiekosten worden als volgt bepaald, de daling van opbrengsten vermindert met de directe kosten op jaarbasis van de overgedragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel. Voor het opgebouwde vermogen (reserves) dat kan worden toegerekend aan de uittredende gemeente vindt compensatie plaats naar rato van de verdeelsleutel. Voorzieningen worden alleen overgedragen voor het onderdeel dat betrekking heeft op overdragen taken, materiaal, materieel, gebouwen en personeel. Op uittreding van een college uit de gemeenschappelijke regeling is artikel 46 van overeenkomstige toepassing

Artikel 45 (wijziging GR)

Artikel 51 (wijziging GR)

1.

1.

Een voorstel tot wijziging van deze

Een voorstel tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling kan

gemeenschappelijke regeling kan worden

worden gedaan door het Algemeen Bestuur of door de colleges van ten

gedaan door

minste zeven van de deelnemende gemeenten;

het Algemeen Bestuur of door

de colleges van ten minste zeven van de deelnemende 2.

2.

de deelnemende gemeenten daartoe, met toestemming van de raden,

gemeenten.

eensluidend besluiten;

De gemeenschappelijke regeling wordt

gewijzigd indien de colleges van de

De gemeenschappelijke regeling wordt gewijzigd indien de colleges van

3.

Het Algemeen Bestuur stelt dat de colleges en raden van de deelnemende gemeenten, zoals vereist op grond van artikel 1, tweede en

Lid 3 en 4 zijn toegevoegd en vloeien voort uit de wetswijziging. De termijn in lid 4 komt overeen met de termijn bij zienswijze op de begroting en de meerjarige beleidsvisie.

deelnemende

gemeenten daartoe, met

derde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen, in de gelegenheid om bij het college een zienswijze naar voren te brengen over het

toestemming van de raden, eensluidend

ontwerp van de onderhavige gewijzigde regeling.

besluiten. 4.

Het Algemeen Bestuur biedt de colleges en raden in het kader van de in het derde lid genoemde een termijn van minimaal twaalf weken om een zienswijze naar voren te brengen.

Hoofdstuk 17

Slotbepalingen

Artikel 49 (inwerkingtreding) Deze regeling wordt aangegaan voor

Artikel 55 (inwerkingtreding) Deze regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd en

onbepaalde tijd en treedt in werking met

treedt in werking met ingang van 1 juli 2024. De

ingang van 1 januari 2021. De bekendmaking

bekendmaking van deze regeling geschiedt door het college

van deze regeling geschiedt door het college

van de gemeente Eindhoven.

van de gemeente Eindhoven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13850444/1